53. Raadsinformatiebrief 2025-63 inzake Notitie financiële strategie (uitwerking position paper)
Tekst van het document
Dit vraagstuk met betrekking tot investeringen in samenhang met de ambtelijke capaciteit vraagt ook om afstemming met de fusie met Wijdemeren en organisatieontwikkeling. Maximale schuldquote Deze maximale schuldquote 2034 ziet er als volgt uit:
Uitgangspunten Waar in deze notitie gesproken wordt over schuldquote, wordt bedoeld ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen’; De maximale schuldquote van 130% is gebaseerd op het collegebesluit van 25 maart 2025; Verondersteld wordt dat gerealiseerde investeringen tot een gelijk bedrag aan schulden leiden; De maximale schuld & schuldquote houdt vooralsnog geen rekening met de extra renteen afschrijvingslasten die op onze meerjarenbegroting gaan drukken van alle voorgenomen investeringen tot aan de norm van 130% (zie ook paragraaf 2.1 laatste alinea) De schuldquote wordt ingeschat op basis van de tijdwaarde van het lopend (huidig) jaar. Investeringsplannen en ambities De investeringsplannen van Hilversum en Wijdemeren zijn in te delen in de volgende categorieën: A. Reguliere investeringen; B. Investeringen volgens de Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling (MPG); C. Vastgoedinvesteringen; D. Extra investeringen als gevolg van de samenvoeging Wijdemeren;
6
A. Reguliere investeringen Dit betreft investeringen in wegen, riool, groen, scholen (IHP), openbare verlichting, speelvoorzieningen. Deze bevinden zich voornamelijk in Programma 1, 2 en 4. In totaal kent Hilversum in deze categorie meer dan 600 investeringskredieten. Bedragen x 1 miljoen euro/ tijdwaarde 2025
Duiding De reguliere investeringsplannen inclusief die van het IHP -over de periode 2025-2029zijn gebaseerd op het investeringsplan van de voorjaarsnota 2025; Het investeringsplan 2025-2029 Wijdemeren is gebaseerd op de financiële begroting 2025-2028 (€79 mln) verhoogd met een inschatting voor 2029 (€ 20 mln); Het reguliere investeringsplan over de gehele periode 2025-2034 is gecorrigeerd met 50% voor beperkte realisatiekracht. Bij de berekening van de schuldpositie is ervan uitgegaan dat het reguliere investeringsplan inclusief IHP 2025-2029 (voor 5 jaar) pas na 10 jaar gerealiseerd zal zijn. Voor de reguliere investeringen wordt uitgegaan van een realisatiekracht in Hilversum van ongeveer €30 mln per jaar (zoals ook uitgangspunt is in Programmabegroting 2025).
7
B. Investeringen gebiedsontwikkeling (MPG) Dit betreft investeringen (nog uit te geven en/of nog te ontvangen) in de verschillende grondexploitaties zoals Bruisend Hart (nog te openen grex), Stationsgebied en Arenapark (nog te openen grex). Bedragen x 1 miljoen euro/ tijdwaarde 2025
Duiding De bedragen voor de grondexploitaties met bijbehorende investeringen zijn gebaseerd op de Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling (MPG) Hilversum 2025 en op de actualisatie grondexploitaties Wijdemeren 2025; Indien een grex wordt geopend die verlieslatend is dan wordt daar een voorziening voor gevormd, dit verlies zal ten laste komen van het rekeningresultaat/algemene reserve; De bedragen van het MPG zijn niet gecorrigeerd voor planningsoptimisme of beperkte realisatiekracht. Investeringen in MPG/Vastgoed leiden ondanks vertraging uiteindelijk tot structurele kapitaallasten terwijl vertraging bij reguliere investeringen leidt tot doorschuiven en een lager niveau van afschrijvingen. De huidige plannen zijn doorgerekend met bestaande uitgangspunten. Dit betekent concreet dat er nog knoppen zijn om aan te draaien (bijvoorbeeld fasering, financieel ambitieuzer woonprogramma, parkeernorm, hoogte, kwaliteit etc.).
8
C. Vastgoedinvesteringen Bedragen x 1 miljoen euro/ tijdwaarde 2025 Vastgoed Sportcomplex
Hilversum € 84,00
Herhuisvesting gemeente Hv
€
Wijdemeren € -
44,40
€
Gezamenlijk € 84,00
-
€ 128,40
€ €
44,40
-
€
128,40
Duiding De inschatting van de investeringsomvang in deze vastgoedprojecten is gebaseerd op de individuele projectplannen zoals die recentelijk gepresenteerd zijn aan het college; Het totaal bedrag voor het sportcomplex en parkeergarage is gebaseerd op de laatst bekende en gepresenteerde informatie; De bedragen zijn niet gecorrigeerd voor planningsoptimisme of beperkte realisatiekracht. Investeringen in MPG/Vastgoed (éénmalige) leiden uiteindelijk wel tot structurele kapitaallasten terwijl vertraging bij reguliere investeringen kunnen leiden tot doorschuiven en een lager niveau van structurele afschrijvingen; Er is (nog) geen rekening gehouden met mogelijke opbrengst van verkoop van de Rading 1 (Gemeentehuis Wijdemeren); Er is nog geen rekening gehouden met overlappende dekkingen uit verschillende programma’s (bijvoorbeeld Sportcomplex – IHP). D. Extra investeringen als gevolg van samenvoeging met Wijdemeren Dit betreft met name de noodzaak om in de toekomst extra te investeren in achterstallig onderhoud van Wijdemeren. Dat zijn extra investeringen boven op de reguliere investeringsplannen van Wijdemeren van € 99 mln. Bedragen x 1 miljoen euro/ tijdwaarde 2025
Duiding Het achterstallig onderhoud Wijdemeren leidt volgens het financieel herstelplan Wijdemeren (2023) tot kapitaallasten in 2034 van € 14,8 mln per jaar. Gezien de beperkte realisatiekracht is in deze inschatting van de schuldquote voor Wijdemeren uitgegaan van een realisatie van € 99 mln aan reguliere investeringen in wegen, riool, IHP etc volgens de begroting Wijdemeren 2025 zoals eerder onder ‘reguliere investeringen’ is opgenomen; Dit betreft voor een groot deel ook investeringen in categorieën waar een heffing tegenover staat (Kostendekkend) en dus betaalbaarheid = dekking; Er wordt in deze inschatting van de schuldquote 2034 vooralsnog geen rekening gehouden met extra investeringen.
9
Financiële doorkijk We hebben naast bovenstaande inventarisatie en doorwerking op de schuldquote 2034 ook een analyse gemaakt van mogelijke keuzeopties en wat daarvan het effect kan zijn als mogelijke oplossingsrichtingen voor het vraagstuk. Huidige schuldpositie Bedragen x 1 miljoen euro/ tijdwaarde 2025 Huidige schuld Schuld langlopend per 31-12-2024 Schuldsaldo overlopende posten per 31-12-2024 Realisatie obv IP VJN 2025 Aflossing over 10 jaar Totaal huidige schuld
Hilversum
Wijdemeren
Gezamenlijk
€ € € €
€ €
€ 229,70 € 42,90 € 8,10 € -165,27
183,70 42,90 8,10 -135,37
46,00 -
€ -29,90 € 99,33
€
16,10
€
115,43
Duiding Verondersteld is dat afschrijving gemiddeld 50 jaar bedraagt en leidt tot een gelijk bedrag aan aflossing van schulden. Prognose Schuldquote 2034 Uitgaande van realisatie van de boven genoemde investeringsplannen en ambities van Hilversum en Wijdemeren en gegeven alle onzekerheden en aannames wordt de schuldquote 2034 als volgt ingeschat: Bedragen x 1 miljoen euro/ tijdwaarde 2025 Hilversum Wijdemeren Gezamenlijk Huidige schuld Saldo van de huidige schuld per 2034
€
Reguliere investeringsprogramma VJN 2025-2034
Hilversum Wijdemeren Gezamenlijk
Programma 1, 4 en 5 onderhoud, bestuur. IHP 2025-2034
€ € €
156,30 € 122,20 € 278,50 €
Grex Arenapark Nog uit te geven Nog te ontvangen baten Investering OV-knooppunt
€ € €
Grex Bruisend Hart Nog uit te geven Nog te ontvangen baten Investeringen (verwerving) Grex Stationsgebied-Stationsplein Nog uit te geven Nog te ontvangen baten
99,33 €
16,10 €
115,43
99,00 € € 99,00 €
255,30 122,20 377,50
67,50 -62,00 46,50
€ € €
67,50 -62,00 46,50
€ € €
8,30 -7,20 6,30
€ € €
8,30 -7,20 6,30
€ €
9,80 -12,10
€ €
9,80 -12,10
Grex Stationsgebied-Koninginneweg Nog uit te geven € Nog te ontvangen baten € Investeringen (mn ondergrondse fietsenstalling, Centrumring) €
12,00 -11,70 60,80
€ € €
12,00 -11,70 60,80
3,60
€
3,60
1,50 € -1,50 €
1,50 -1,50
MPG 2025
Flexwoningen Circusterrein Investeringen (bouw en woonrijp maken)
€
Grex WDM Porseleinhaven Nog uit te geven Nog te ontvangen baten Totaal MPG Hv 2025
€ € €
121,80 €
€ € €
Risico's Extra investering in achterstalling onderhoud Wijdemeren
Totale inschatting schuld
Vastgoed Sportcomplex Herhuisvesting gemeente Hv
10
-
€
121,80
84,00 44,40 128,40 €
-
€ € €
84,00 44,40 128,40
€
-
-
€
-
€
628,03 €
€
115,10 €
743,13
Duiding Verondersteld wordt dat geplande investeringen tot een gelijk bedrag aan schulden leiden; De inschatting van de totale schuld per 2034 is de som van de huidige schuld, plus de geplande investeringen, verminderd met de verwachte aflossingen. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele subsidies of andere mogelijkheden tot verbeteringen aan de inkomstenkant. Zodoende komt de inschatting van de gezamenlijke schuldquote 2034 uit op 162%. Daarmee wordt de maximale waarde van de netto schuldquote die het college heeft gesteld van 130% overschreden (indicatief – 148 miljoen); De berekening van de netto schuldquote 2034 is bedoeld om een globale inschatting te bieden van het effect van investeringen op de lange termijn op de financiële positie. Deze inschatting kent onder meer de volgende flinke onzekerheden: o Externe factoren: rentefluctuaties, inflatieschommelingen, marktontwikkelingen, wijziging in wetgeving, tijdige vergunningverlening, subsidie- en rijksbijdragen; o Strategische keuzes Hilversum: begrotingsbeleid, begrotingsresultaat, vermogensopbouw, belastingheffing; o Bedrijfsvoering: beperkte realisatiekracht, planningsoptimisme, scopewijziging projecten, uitwerking samenvoeging Wijdemeren, complexiteit van samenbrengen (investerings-)data, beperkte capaciteit op het gebied van financieel beheer en treasury.
De beperkte realisatiekracht is een grote onzekere factor bij de inschatting van de schuldquote over een periode van 10 jaar vooruit; Er zijn gedurende de 10 jaar ook mogelijke financiële meevallers te verwachten. Denk aan verkoopopbrengsten, subsidies en bijdragen waar nog geen rekening mee is
gehouden. Regelmatig wordt een subsidie pas toegekend op basis van een concreet uitgewerkt investeringsplan. Wellicht stijgen de inkomsten van de gemeente (en daalt de schuldquote) waardoor de financiële robuustheid toeneemt.
Een indicatie van het effect van een overschrijding van de gestelde norm met € 150 mln kan gevolgen hebben zoals: o Een gemiddelde afschrijvingstermijn van 50 jaar en een omslagrente van 2% leidt tot structurele jaarlijkse kapitaallasten van € 6 mln (bovenop het bestaande) die de betaalbaarheid van de gemeentefinanciën op de lange termijn onder druk kan zetten; o Een hoge schuld leidt tot meer kwetsbaarheid. Indien de omslagrente stijgt van 2% naar 4%, stijgen de extra structurele jaarlijkse kapitaallasten van € 6 mln naar € 9 mln; o Omdat onze financiering is opgebouwd uit een groot aantal langlopende leningen zal een hogere rente van een lening niet 1 op 1 doorwerken in de lasten maar geleidelijk door een stijging van het renteomslag percentage. Deze extra kapitaallasten moeten worden opgevangen in een sluitende gemeentebegroting. Let wel: door deze cijfers zo te laten zien kan het beeld ontstaan dat het hier zekerheden betreft. Dat is nadrukkelijk niet het geval. Dit zijn slechts indicatieve bedragen bedoeld om een idee te geven van de omvang van de schuldquote.
11
Overweging Het lijkt erop dat we met ongewijzigd beleid (= financiële raming waarbij wordt uitgegaan van de huidige situatie en de bestaande beleidslijnen, zonder rekening te houden met toekomstige veranderingen) over een termijn van 10 jaar boven de gestelde grens van 130% uitkomen. Deze analyse is gebaseerd op aannames en onzekerheden maar geeft wel een indicatie van de uitdagingen die op ons afkomen. De financiële positie van Hilversum is echter goed en daardoor hebben we tijd en ruimte om samen met de raad samenhangende keuzes te maken om deze gezonde financiële positie te behouden. In de aannames en uitgangspunten wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met stijging van onze inkomsten door groei van de Algemene Uitkering, parkeerinkomsten en/of OZB-inkomsten. Deze notitie is vooral bedoeld als signalering en is geen exacte wetenschap. Het gesprek in september is vooral bedoeld om het inzicht in de problematiek te vergroten en met een zorgvuldig afgestemd en voorbereid proces richting Begroting 2026 keuzes te kunnen maken. Het verdient daarom aanbeveling: 1. de voorgenomen financiële strategie periodiek te monitoren en te bespreken met de raad; 2. een afwegingskader/prioriteringskader en strategische investeringsagenda te ontwikkelen; 3.
om in de beleidsbegroting 2026 en verder deze financiële doorkijk te duiden, en waar nodig maatregelen te treffen om een gezonde financiële positie te behouden; 4. terughoudend te zijn in het opnemen van nieuwe ambities en bijbehorende investeringen; 5. vóór de beleidsbegroting 2026 geen investeringsbesluiten met grote financiële impact te nemen. 5. Financiële strategie Er zijn diverse mogelijkheden om de balans te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door: investeringsruimte creëren door: o inkomsten te vergroten via cofinanciering, externe subsidies, OZB verhoging, uitbreiding betaald parkeren dan wel verhogen toeristenbelasting, etc. o tijdelijk soepeler omgang met normen (bijv. ook verruiming van inzet van bestemmingsreserves); o bezuinigingen in exploitatie. het schrappen of temporiseren van grote investeringen: o realisatie en prognose liggen nog te ver uit elkaar, onder andere door de realisatiekracht van de organisatie en/of het niet altijd beschikbaar zijn van uitvoerende partijen die de realisatie op zich nemen; o sturen op realisatie en nauwkeuriger (realistisch) begroten zijn cruciaal. Er zijn diverse mogelijkheden om de schuldquote te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door investeringen ‘niet’, ‘later’ of ‘in afgeslankte vorm’ te realiseren of door opbrengsten te verhogen.
Denk daarbij aan: Bestaande businesscases optimaliseren (woonprogramma, hoogte, parkeernorm, kwaliteit, beleidswensen, cofinanciering); Verplaatsen dan wel schrappen van specifieke investeringen zoals OV-knooppunt; Verdiepte fietsenstalling in relatie tot dekking uit mobiliteit en/of parkeeropbrengsten; Sportcomplex temporiseren en/of heroverwegen; Herhuisvesting; Onderhoudsniveau ’s wegen, riolering etc verlagen; Etc.
12
Het schrappen of veranderen van investeringsplannen heeft echter consequenties. Aanpassen van de gebiedsontwikkelingen kunnen leiden tot minder nieuwe woningen en/of minder voorzieningen waarmee een effect op de aantrekkelijkheid van Hilversum kan ontstaan. Het verminderen van onderhoud kan leiden tot achterstallig onderhoud en daardoor tot noodzaak om later weer extra te investeren. Een aantal opties: Verplaatsen OV-knooppunt Er is mogelijk winst te halen bij het niet verplaatsten van het station en het doorvoeren van optimalisaties. Echter indien het station niet verplaatst wordt, ontstaat de noodzaak alternatieven uit te werken waar ook in geïnvesteerd moet worden. Er wordt momenteel aan alternatieve scenario’s gerekend. Verdiepte fietsenstalling Los van het feit dat de fietsenstalling reeds in een aanbestedingstraject is opgenomen en terugtrekking van de tender tot een schadeclaim kan leiden, is er fysiek geen ruimte op het maaiveld. Ruimte maken op het maaiveld maakt o.a. dat de opbrengsten uit de geplande ontwikkelingen niet gerealiseerd kunnen worden. Van de substantiële reeds gemaakte kosten zullen de ontwikkelpartners (rijk, provincie etc.) hun bijdragen terugeisen. Ook zijn er naast de bouwkosten van de fietsenstalling ook aanzienlijk bijdragen geraamd. De netto besparing is dan ook veel lager dan de pure bouwkosten.
Daarnaast is contractbreuk met Prorail/NS niet wenselijk. Alternatief is de inkomsten dan wel bijdragen aan de exploitatielasten te verhogen door dekking uit parkeerinkomsten en/of mobiliteitsreserve. Sportcomplex Tot investeren in een sportcomplex moet nog besloten worden. Alternatieven zijn denkbaar en zijn afgewogen. Deze zijn verwerkt in het voorstel voor besluitvorming in september en bij de begroting. Herhuisvesting Er moet nog een scenario gekozen om de gemeente in de toekomst te huisvesten. De cijfers zijn nu voorzien en gebaseerd op de laatste stand van besluitvorming. De mogelijkheden om van investeringen af te zien of om deze te beperken, en de wenselijkheid om nieuwe investeringen te plannen, kunnen nader uitgewerkt worden. Beïnvloeding vanuit belastingcapaciteit Naast sturen op de schuldpositie kan de financiële positie ook beïnvloed worden vanuit de potentiële belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt per ultimo 2024 € 14,8 mln. Deze ruimte is niet direct beschikbaar maar geeft aan welke ruimte er is om de betaalbaarheid op termijn te vergroten. Het verhogen van de gemeentelijke belasting is daarmee ook een van de knoppen waar aan gedraaid kan worden om betaalbaarheid te verbeteren.
13
De onbenutte belastingcapaciteit staat los van de algemene uitkering Rijk. De algemene uitkering wordt weliswaar mede bepaald door de OZB-capaciteit maar het wordt aan de gemeente zelf overgelaten welk gedeelte van de belastingcapaciteit wordt benut. Bijstelling risicobereidheid Het bijstellen van de risicobereidheid door de grens van de maximale schuldquote te verhogen naar bijvoorbeeld 150% is een optie. Uitgaan van een schuldquote naar de norm van 130% stelt de gemeente echter al voor een grote opgave om de bijbehorende rente- en afschrijvingslasten van dekking te voorzien. 5.1 Aanpak Om te komen tot een gezonde balans tussen de beleidsambities, financiële ruimte en uitvoeringskracht en een investeringsbegroting te presenteren die passend is binnen de geldende norm van onze maximale schuldpositie wil het college in elk geval de volgende acties in gang zetten: o
Verbeteren inzicht en voorspelbaarheid We zien al vele jaren dat de schuldpositie bij de jaarrekening veel lager ligt dan bij de begroting. Dit wordt met name verklaard door: Achterblijvende investeringen: de investeringsplanning is ambitieus en in de praktijk worden veel minder investeringen gerealiseerd dan begroot. Door te weinig uitvoeringscapaciteit schuiven veel projecten door in de tijd; De werkelijke baten liggen hoger dan de begrote baten. Dit wordt o.a. verklaard door positieve bijstellingen in de Algemene Uitkering en andere uitkeringen vanuit het Rijk. Op het tweede punt hebben we als gemeente weinig invloed, op het eerste punt juist wel. Daarom gaan we de volgende acties in gang zetten: 1. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 kritisch intern beoordelen of het voorgenomen investeringsniveau realistisch is. Dit in combinatie met het interne traject van het opstellen van afdelings/teamplannen, waarbij de match wordt gemaakt tussen uitvoeringscapaciteit en ambities. Tevens gaan wij hierbij een verband leggen met werkelijk gerealiseerde investeringen in de afgelopen jaren; 2. Periodieke monitoring van de werkelijke investeringen t.o.v. begroting; 3.
Bij het opstellen van de investeringsplanning gaan we er niet meer vanuit dat alle investeringen ook in het jaar van het investeringskrediet gedaan worden, maar nemen we ook een realistische uitvoeringsplanning op. We onderzoeken of we dit al in de Begroting 2026 kunnen verwerken door middel van het gebruik van de MIP-module van onze applicatie LIAS; dit geeft daarmee een meer realistische weergave van de uitvoeringskracht; 4. Ontwikkeling van een nieuw handelingskader hoe om te gaan met de investeringsbegroting en de uitvoeringsplanning daarvan.
o
14
Uitvoeren van een integrale afweging op inhoud, financiën en capaciteit; Om dit te kunnen bereiken bij de Begroting 2026 zetten we de volgende acties in gang: 1. Prioriteitsscenario’s vormgeven en scoren op doel en effect (maatschappelijke impact), euro’s, capaciteit, consequentie(s) indien we bepaalde investeringen niet meer gaan doen; 2. De prioritering van de ambities voorleggen aan de raad en indien nodig en mogelijk scenario’s voorleggen en daarbij de consequenties van eventuele keuzes in beeld brengen; we kijken daarbij met name ook naar het vergroten van onze inkomsten gerelateerd aan de beleidsambities;
o
Investeringsplafond Om de schuldquote beheersbaar te houden ontkomen we er niet aan om een vorm van een investeringsplafond te hanteren. Concreet komt dit erop neer dat we de uitgaven (dus exploitatiekosten én investeringen) zullen beperken tot een nader te bepalen omvang. Om dit te realiseren moeten we keuzes maken. Concreet willen we hiervoor de volgende acties in gang zetten: 1. Onderscheid maken tussen noodzakelijke investeringen (om kwaliteitsniveau op orde te houden) en gewenste investeringen. Onder de noodzakelijke investeringen verstaan we in ieder geval: Investeringen in de buitenruimte, op basis van een Meerjaren Investeringsprogramma, waarbij het door de raad te bepalen onderhoudsniveau leidend is; Investeringen in Onderwijshuisvesting, conform het vastgestelde Integraal Huisvestingsplan; Investeringen in gebruiksmiddelen, zoals laptops, telefoons of het wagenpark. Dit betekent dat we binnen de investeringsportefeuille kritisch moeten kijken naar investeringen die geen absolute noodzaak kennen. Als alle projecten doorgaan, hebben de bijbehorende uitgaven een substantieel negatief effect op de schuldquote. Groei van onze inkomsten, subsidies of cofinanciering zullen hierbij ook betrokken worden.
o
Interne financiële spelregels Binnen de verslaggevingsregels van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn soms meerdere keuzes te maken, bijvoorbeeld als het gaat om afschrijvingstermijnen of het omgaan met reserves en voorzieningen. Deze keuzes hebben geen direct effect op de schuldquote, maar juist wel op het begrotingssaldo.
5.2 Uitvoeringskracht / Realisatiekracht / Planoptimisme / Onderbestedingen Hilversum is een ambitieuze gemeente, met forse maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities. Het gemeentebestuur weet met de beschikbare uitvoeringskracht in de ambtelijke organisatie en inzet van externe partners veel van haar opgaven en ambities te realiseren. Tegelijkertijd worden beleid en projecten soms meerjarig vertraagd. Over meerdere jaarschijven zien we een bepaalde mate van overprogrammeren, onderbesteden en het doorschuiven van budgetten in de begroting. Deze vertragingen komen de afgelopen jaren het meest voor op beleidsvelden zoals mobiliteit, grondzaken, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en het sociaal domein. Onderuitputting is niet alleen aan de orde bij de exploitatiebudgetten, maar ook bij de investeringen. Onderuitputting is niet altijd te voorkomen. Het handelen van de gemeente in politiek-bestuurlijke processen met andere actoren, is complex. Uit een externe vergelijking met andere gemeenten blijkt dat Hilversum hier niet uniek in is. Zowel in Hilversum als in vergelijkbare gemeenten qua omvang en opgavenprofiel zien we dat de opgaven en ambities van het gemeentebestuur vaak forser zijn dan in de ambtelijke uitvoering en/ of in verbinding met externe partners waargemaakt kan worden.
Diverse oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen: o Crises zoals Oekraïne en Corona → door Oekraïne en Corona is minder geld uitgegeven dan voorzien of waren baten hoger dan voorzien (vooral vanuit het rijk) en is ambtelijke capaciteit anders ingezet dan gepland; o Uitvoeringscapaciteit intern → door onvoldoende capaciteit is een deel van de taken intern niet uitgevoerd en daardoor gelden niet weggezet; 15
o o
o
o o o o
Uitvoeringscapaciteit extern → door capaciteitsproblemen of druk in de markt zijn de door marktpartijen/externen voorziene werkzaamheden niet uitgevoerd; Hogere inkomsten → vanuit het rijk of provincie (zoals subsidies), die het verschil tussen uitgaven en de inkomsten vergroten, of die later dan verwacht definitief ter beschikking van de gemeente komen; Politiek-bestuurlijke stapeling van ambities en wensen → door te veel ambities of wensen op elkaar te stapelen (door college en/of raad) die niet allemaal tegelijkertijd kunnen worden opgepakt, ontstaat onderuitputting; Planningsoptimisme → door te hoge verwachtingen over wat er per jaar gedaan kan worden, ontstaat onderuitputting; Bezwaarprocedures kunnen zorgen voor meerjarig vertragingen van projecten; Organisatorische oorzaken; Onvoorzien → is er bij planningsoptimisme sprake van het onvoldoende rekening houden met externe factoren, waardoor de lat voor verwachtingen te hoog is gelegd, het kan hier ten slotte ook gaan om écht onvoorziene omstandigheden, denk maar aan de opvang van ontheemden.
Voorgesteld wordt om de focus te leggen op de volgende maatregelen: o Onderuitputting te onderzoeken als de beoogde resultaten niet gehaald zijn, en de onderuitputting te voorkomen was; o Niet alleen vanuit de inhoud en de ambities (de 'kansen') te handelen, maar meer te plannen vanuit de mogelijkheden vanuit de capaciteit, vanuit burgerparticipatie, juridische procedures etc.; het meer verbinden van capaciteit aan de inhoud en ambities is cruciaal; o Stel – mede gelet op de financiële doorkijk en druk op de meerjarenbegroting - hetzij de ambities bij, hetzij prioriteiten en accepteer temporisatie van ambities. o Het voorkomen van onderuitputting als gevolg van het ‘overvragen’ van de ambtelijke organisatie. Temper derhalve ook zelf als bestuur de ambities qua nieuwe voorstellen en wensen en focus op de uitvoering; o Concentreer de tijd en energie op wat je als gemeente aankan: ‘meer doen door met minder bezig te zijn’. Dit vraagt enerzijds een discussie op het niveau van de gemeente over prioriteiten en taken, waarbij het college een politieke discussie door de raad voorbereidt en ondersteunt. Anderzijds vraagt dit dat de organisatie ook op lagere niveaus doordrongen raakt van het moeten maken van keuzes; o ‘Actief verwachtingenmanagement’.
Het is belangrijk tijdig te communiceren als uitvoeringsprestaties niet gehaald gaan worden, wat zou kunnen leiden tot onderuitputting; o Sturing via de P&C-documenten. In de P&C-documenten beter inzichtelijk gaan maken waar de onderuitputting ligt (op programmaniveau maar ook op taakveldniveau). We kiunnen de oorzaken categoriseren naar beïnvloedbaarheid en aangeven in welke mate de beoogde doelen (naar middelen, - voortgang van - activiteiten en risico’s) bereikt worden of zijn. De raad krijgt zodoende meer helderheid over die gevallen waarbij er sprake is van (dreigende) omvangrijke, structurele onderuitputting, het niet behalen van resultaten, oorzaken die direct beïnvloedbaar zijn door de gemeente (overwegend interne oorzaken), onderuitputting waarbij de begrote middelen voor andere doelen aangewend kunnen worden.
16
5.3 Context en duiding Hilversum heeft een gezonde financiële uitgangspositie. Daardoor hebben we nog tijd en ruimte om samen met de raad samenhangende keuzes te maken om deze gezonde financiële positie te behouden. Hilversum heeft jarenlang kunnen groeien en financieel ruimte gehad. Kijken we naar de toekomst dan zien we een aantal uitdagingen. Zouden we alle plannen ongewijzigd en zonder rekening te houden met onze gemiddelde realisatiekracht en bij gelijkblijvende inkomsten, dan lijken we boven de gestelde grens van 130% uit te komen. Deze analyse is een signaal gebaseerd op aannames en onzekerheden in onzekere tijden. Met het voorgestelde proces en aanzet tot de genoemde financiële strategie denken wij als college een belangrijke stap te zetten in het kunnen blijven sturen op een solide financiële positie.
17