39. Raadsinformatiebrief 2024-31 inzake Verduurzamen monumenten
Tekst van het document
53
54
Buitenzijde ISOLEREN
Gevel aan de buitenzijde isoleren
Buitenzijde
Gevelisolatie
ISOLEREN
Voorwaarden (algemeen) • Buitenisolatie van een monument is een ingrijpende wijziging, die slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is. • In enkele gevallen is dit principe toepasbaar voor gestucte gevels. • Houd er rekening mee dat er diverse aansluitingen moeten worden aangepast, zoals goten, muurafdekkers et cetera. • Handhaaf het uiterlijk van de bestaande gevel. Als de oorspronkelijke gevel gestuct is, breng dan ook stucwerk aan op de buitengevelisolatie.
Bij het plaatsen van isolatie tegen de buitengevels wordt de bestaande gevel aan het zicht onttrokken. Omdat dit het gevelbeeld aantast, komt buitenisolatie over het algemeen niet in aanmerking bij monumenten. Soms is een buitengevel gepleisterd. In dat geval kan onderzocht worden of het mogelijk is om buitenisolatie met een pleisterafwerking toe te passen. Door de buitenisolatie neemt de geveldikte toe. Dit heeft gevolgen voor aansluitingen op gevelopeningen en het dak. Hierdoor wijzigt het gevelbeeld. Dit kan een aantasting van de architectuur zijn. Bekijk dit daarom goed.
55
56
57
Vloerisolatie Vloeren zijn samen met wanden en plafonds onlosmakelijk met de rest van het monument verbonden en vormen daarmee een wezenlijk element van het gebouwde erfgoed en de interieurs daarvan. Monumentale waarde Vaak is er weinig waardering en aandacht voor de vloer. Maar toch heeft de vloer in een monument vaak ook monumentale waarde. Dat kan vanuit de bouwhistorie, de architectuur, het materiaal of de afwerking zijn. Daarom
moet eerst in kaart gebracht worden wat de monumentale waarde van de vloer is waarbij ook de constructie van de vloer betrokken wordt. Er zijn verschillende methoden om de vloer te isoleren. Uit het oogpunt van cultuurhistorie is het van belang dat wanneer een vloer een bijzondere afwerking heeft deze in het zicht blijft. Let er bij historische deuren en interieurelementen op dat deze niet ingekort of aangepast worden ten behoeve van een nieuw isolatiepakket op de bestaande vloer. In sommige gevallen wordt voorgesteld om de vloerconstructie volledig te vervangen door een nieuwe geïsoleerde vloer. Hiermee gaat de oorspronkelijke constructie en dus monumentale waarde verloren. Toch kan dit in sommige gevallen een mogelijkheid zijn, bijvoorbeeld wanneer er een technische reden is om de vloer te vervangen. Daarnaast is het belangrijk om vast te stellen wat de historische waarde van de bestaande vloer is. Wanneer deze beperkt is, bijvoorbeeld bij industrieel verzaagde vloerbalken dan kan het vervangen van de vloer worden overwogen.
Materiaal
Welke materialen zijn geschikt voor vloerisolatie?
Mineraal: Isolatiemateriaal op basis van gesponnen draden van gesmolten glas (glaswol) of steen (steenwol). Deze materialen zijn dampopen en hebben een voor isolatiematerialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Synthetisch: Isolatiemateriaal op basis van synthetische grondstoffen zoals PIR, PUR, EPS, XPS en resol, maar ook meerlaagse reflecterende folies. Deze hebben een hoge isolatiewaarde, zijn (redelijk) dampdicht en hebben een voor isolatie materialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Natuurlijk: Isolatiemateriaal op basis van natuurlijke grondstoffen zoals houtwol, gerecycled katoen, hennep, vlas en kurk. De materiaaleigenschappen zijn nogal uiteenlopend. Natuurlijke materialen zijn circulair en sluiten over het algemeen goed aan bij een traditionele bouwwijze. De isolatiewaarde van natuurlijke isolatie materialen is lager dan minerale of synthetische materialen. Bij een gelijke Rd-waarde is een dikker pakket nodig.
Meer informatie over isolatiematerialen is beschikbaar bij Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.
58
59
Keuzes & afwegingen vloerisolatie
Onder de vloer
AFWEGING 1
ISOLEREN
Is isolatie onder de vloer mogelijk? Ja, indien: • de kruipruimte minimaal 35 cm hoog is en droog is; • de vloerbalken in goede technische staat zijn.
BLZ. 60 t/m 63
JA
NEE
Vloer
VERVANGEN
AFWEGING 2
BLZ. 64 t/m 65
Is de vloer te vervangen door een nieuwe vloer? Ja, indien: • de bestaande vloer in zeer slechte technische staat is en niet meer is te handhaven; • de bestaande vloer geen hoge cultuurhistorische waarden vertegenwoordigt.
JA
NEE
AFWEGING 3
Is isolatie aan de bovenzijde van de vloer mogelijk?
Bovenzijde ISOLEREN
BLZ. 66 t/m 67
Ja, indien: • deuren ingekort kunnen worden zonder verlies van cultuurhistorische waarden; • aansluitingen bij trappen goed kunnen worden opgelost zonder verlies van cultuur historische waarden; • aansluitingen bij andere interieuronderdelen goed kunnen worden opgelost zonder verlies van cultuurhistorische waarden; • er geen waardevolle vloerafwerking verloren gaat, of als deze kan worden gedemonteerd en worden teruggeplaatst.
JA
60
Onder de vloer ISOLEREN
Onder de vloer isoleren
Onder de vloer
Vloerisolatie
ISOLEREN
61
Oplossingen Als een vloer en de afwerking ervan een hoge monumentale waarde hebben, is het isoleren onder de vloer een goede optie. Hierbij blijven de waarden behouden. Belangrijk is wel dat er een kruipruimte van minimaal 35 cm hoog is en dat deze ruimte droog is. Daarnaast dienen de houten vloerbalken in goede technische staat te zijn.
Bodemisolatie / kruipruimte isoleren
Vloer direct aan de onderzijde isoleren
Voorwaarden bij isolatie direct onder de vloer (algemeen) • De kruipruimte dient voldoende droog te zijn. Vocht in de kruipruimte kan meerdere oorzaken hebben zoals optrekkend vocht, grondwater, lekkages of bijvoorbeeld doorslaand vocht vanwege een hoge vochtbelasting van buitenaf. • Bij een reeds vochtige situatie, waarbij tot dan toe geen problemen zijn geweest, kan het vochtgehalte door na-isoleren hoger worden met schade tot gevolg. • Het is noodzakelijk dat de kruipruimte goed toegankelijk is en blijft. • Voldoende ventilatie van de ruimte onder de vloer is een vereiste. Bij een combinatie van isoleren van onderaf én bodemisolatie is dit minder belangrijk. • Verspuitbaar isolatieschuim is geen optie. De ingreep is dan niet omkeerbaar.
Voorwaarden bij isolatie direct onder de vloer, houten vloer • Minimale hoogte circa 35 cm. De aansluitingen op balken, muurwerk en vloeren dienen luchtdicht te worden afgewerkt. Kan dit niet? Kies dan voor bodemisolatie. • De dampremmende laag dient rondom zorgvuldig luchtdicht te worden aangebracht. Ook in aansluiting op andere bouwdelen. • De dampremmende laag dient zo dicht mogelijk tegen de warme zijde te worden aangebracht. • Bij een (verleden met) vochtbelasting van buitenaf of optrekkend vocht kan rondom 20 cm vrijgehouden worden van isolatiemateriaal in aansluiting op koude bouwdelen. Dit vermindert het risico op schade door condensatie. De dampremmende laag dient wel rondom luchtdicht te worden aangebracht.
62
Onder de vloer ISOLEREN
Onder de vloer isoleren
Onder de vloer
Vloerisolatie
ISOLEREN
Voorwaarden isolatie direct onder de vloer, steenachtige vloer • Stalen liggers en wapeningsstaal kunnen door condens corroderen. Let ook bij steenachtige vloeren op juiste toepassing van folies.
Voorwaarden bodemisolatie / kruipruimte isoleren (algemeen) • • • • •
Bodemisolatie isoleert minder goed dan het van onderaf isoleren van de vloer. Relatief goedkope oplossing. Eenvoudig zelf uit te voeren. Bodemisolatie is tweeledig, het vormt een vochtscherm en is isolerend. Bij bodemisolatie is een sterk geventileerde kruipruimte minder van belang, de isolatie vormt reeds een vochtscherm. • Laagdikte circa 30 cm. • Een historische gewapende betonvloer heeft doorgaans beperkte dekking op het wapeningsstaal. Het vochtscherm dat door de bodemisolatie wordt toegevoegd vertraagt de corrosie van wapeningsstaal.
Materialen voor bodemisolatie • Schelpenlaag aanbrengen is een methode die vroeger ook al werd toegepast voor vochtwering in gebouwen. Nadeel is dat de schelpen bij een wisselende grondwaterstand niet opdrijven. • Kunststoffen zoals EPS korrels (piepschuimbolletjes) of EPS chips. De isolatiewaarde is hoger dan bij schelpen. Sommige fabrikanten maken dit van gerecyclede grondstoffen. De bolletjes zijn erg klein en kunnen door bijvoorbeeld ventilatieroosters gaan zwerven. Chips drijven net als de korrels op bij wisselende grondwaterstanden en behouden beter de isolatiewaarde dan schelpen. • Folie op de bodem van de kruipruimte heeft weinig tot geen isolatiewaarde, maar functioneert wel als een vochtscherm.
63
64
Vloer
VERVANGEN
Bestaande vloer vervangen door geïsoleerde vloer
Vloer
Vloerisolatie
VERVANGEN
Oplossingen Het vervangen van de bestaande vloer door een geïsoleerde vloer is een mogelijke afweging: • Wanneer de technische staat van de bestaande vloer dusdanig slecht is dat herstellen redelijkerwijs niet meer mogelijk is. • Als het gaat om een vloerconstructie met indifferente waarde. Om een afweging te kunnen maken, moet eerst de monumentale waarde van de bestaande vloer vastgesteld worden. Wanneer deze beperkt is zoals bij moderne balklagen of vloerbalken met een beperkte zeldzaamheidswaarde dan behoort het vervangen van de vloer tot de mogelijkheden. Voordeel van het vervangen de vloer is, dat het gecombineerd kan worden met het toepassen van vloerverwarming.
Houten vloeren: In de praktijk wordt een houten vloer ook wel vervangen door een massieve vloer van beton of schuimbeton. Steenachtige vloeren: Een nieuwe steenachtige vloer kan zowel van de onder- als van de bovenzijde worden voorzien van isolatie. Broodjesvloer: Relatief lichte, geïsoleerde vloer van XPS elementen tussen betonnen of metalen elementen.
Voorwaarden bij een nieuwe geïsoleerde vloer • Wanneer de fundering hersteld dient te worden is het mogelijk een nieuwe geïsoleerde opbouw te maken. • Houd rekening met veranderde belasting van de fundering. • De kruipruimte kan verdiept worden. • Benut de kans om eventueel vloerverwarming te integreren in de nieuwe vloer.
1. Vloerafwerking 2. Verwarmingsbuizen 3. Betonvloer 4. Isolatieplaat
65
66
Bovenzijde ISOLEREN
Aan de bovenzijde van de vloer isoleren
Bovenzijde
Vloerisolatie
ISOLEREN
Oplossing Bestaande vloer aan de bovenzijde isoleren In situaties waarbij er geen of weinig kruipruimte aanwezig is en de vloer wel cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt, kan aan de bovenzijde van de vloer isoleren een optie zijn. Zo blijft al het materiaal van de historische vloer behouden. Vloeren van kelders en souterrains lenen zich in de meeste gevallen goed voor isolatie op de vloer. Isolatie op de vloer kan uitgevoerd worden met gipsvezelversterkte vloerelementen met een isolatielaag of een beloopbare isolatieplaat. Eventuele oneffenheden kunnen uitgevuld worden met een laag egalisatiekorrels. Het vloerpakket kan desgewenst voorzien worden van vloerverwarming. Maak bij de afweging of dit haalbaar is gebruik van de volgende vragen: • Kunnen deuren ingekort kunnen worden zonder verlies van cultuurhistorische waarden? • Is het mogelijk om aansluitingen bij trappen goed op te lossen zonder verlies van cultuurhistorische waarden? • Zijn aansluitingen bij andere interieuronderdelen goed op te lossen zonder verlies van cultuurhistorische waarden? • Gaan er geen waardevolle vloerafwerking verloren? Of is het mogelijk om deze te demonteren en terug te plaatsen?
Voorwaarden • Houten vloeren met een kruipruimte mogen aan de bovenzijde worden geïsoleerd, mits de kruipruimte voldoende wordt geventileerd. • Wanneer de vloer vanaf de onderzijde niet kan worden geventileerd, is isoleren aan de bovenzijde niet mogelijk. • Door aan de bovenzijde te isoleren wordt het vloerpeil verhoogd. Hierdoor kan het zijn dat interieuronderdelen zoals deuren, plinten, neuten, dorpels en lambriseringen moeten worden aangepast. Dit is alleen een optie als geen verlies van cultuurhistorische waarden optreedt. • Dampremmende laag aanbrengen aan de warme zijde van het isolatiemateriaal. Zorg ook dat de aansluitingen rondom luchtdicht worden afgewerkt.
67
Dit afwegingskader is gemaakt voor gemeenten en richt zich primair op veelvoorkomende en relatief eenvoudige ingrepen. Denk aan het isoleren van woonhuizen, of van al eerder als woningen herbestemde monumenten, zoals een voormalige fabriek. Bij dergelijke vergunningaanvragen zal de gemeente meestal een reguliere procedure doorlopen met een advies van de eigen monumentencommissie.
NOTITIE zaaknummer:
1205151
afdelingsnaam:
Leefomgeving, team Leef- en vestigingsklimaat
steller:
Friederike Hensch
Datum:
19 februari 2024
onderwerp:
Verduurzaming Monumenten - advies CRK+M
Het advies van de CRK+M, bijlage 3 behorend bij het cie-voorstel verduurzaming is op de volgende manier al dan niet overgenomen. Dit document is bedoeld als aanvullende informatie maar maakt geen onderdeel uit van het cie-voorstel.
1. Zijn de concept-beleidsregels compleet, d.w.z. zijn alle nodige werkzaamheden voldoende omschreven? Zo niet, wat ontbreekt er nog? Advies CRK+M: De commissie constateert dat de beleidsregels voor nodige werkzaamheden redelijk compleet zijn. Zij mist nog: • beleidsregels voor het plaatsen van airco’s. De commissie stelt voor om deze op te nemen bij de beleidsregels voor warmtepompen. Is opgenomen in de concept-beleidsregels onder kopje ‘installaties’ • Beleidsregels voor zonweringen. Is opgenomen in de concept-beleidsregels onder kopje ‘vensterisolatie’ • Beleidsregels voor het plaatsen van glasfolies op glas als isolatiemateriaal. Is opgenomen in de concept-beleidsregels onder kopje ‘vensterisolatie’ 2. Kan de CRK&M zich vinden in de inhoudelijke aanpak van de werkzaamheden? Advies CRK+M: De commissie kan zich voor het grootste deel vinden in de inhoud. Zij adviseert te wijzigen: • Dakisolatie aan binnenzijde is niet altijd mogelijk (bijzondere kraaldelen, schilderwerk). Is opgenomen in de concept-beleidsregels als voorwaarde • Omschrijf specifieker het behoud van oorspronkelijke ramen; raamhout én ruit. Is opgenomen onder kopje ‘Vervangen ramen’ • Bij vloerverwarming stellen dat het vloerniveau niet omhoog mag wanneer er sprake is van historische afwerkingen. Plinten, onderkanten van deuren e.d. dienen behouden te blijven.
Deze dienen iets specifieker gedefinieerd te worden. Is opgenomen onder kopje ‘vloerisolatie’ • Volgens commissie kan isoleren met voorzetwand en spouwmuurvulling samengaan; dit sluit elkaar niet uit. Is overgenomen/weggelaten
1
2.1 Hoe om te gaan met het vervangen van houten vloeren tegen geïsoleerde betonnen vloeren als er geen technische noodzaak is Wat de commissie betreft zou dit kunnen bij vloeren zonder hoge cultuurhistorische waarde. Daarbij merkt de commissie op dat houten vloeren ook goed geïsoleerd kunnen worden. Dit vraagt echter om maatwerk detaillering. Hier wordt de lijn van de RCE aangehouden: vervanging mag als de vloer geen bijzondere historische waarde heeft. Dat is meestal het geval bij industrieel geproduceerde houten balken vanaf omstreeks 1900. 2.2 Hoe om te gaan met de Wiener Sprosse? De commissie adviseert om alleen Wiener Sprosse toe te staan wanneer het niet oorspronkelijke ramen betreft. Is overgenomen voor gemeentelijke monumenten, maar niet voor rijksmonumenten. Hier volgen wij het beleid van de RCE. 2.3 Hoe om te gaan met zonnepanelen aan de achterzijde? De commissie adviseert om deze als maatwerk te beoordelen en wel vormgevingseisen te stellen. Is overgenomen en ligt in de lijn van andere grote monumentengemeenten
3. Kan de CRK&M zich vinden in het voorgestelde proces t.a.v. vergunningplichtig/vergunningvrij? 4. Kan de CRK&M zich vinden in het voorgestelde proces m.b.t. ambtelijk toetsen? Het beoordelen van wijzigingen aan een monument blijft maatwerk. Waarbij de eerste vraag is of de monumentale waarden door de wijziging worden aangetast. Door het vergunningsvrij maken van bepaalde werkzaamheden wordt gesteld dat deze wijzigingen de monumentale waarde nooit aantasten. Maar doordat wijzigingen aan monumenten altijd maatwerk is kan je dit niet normaliseren. De commissie pleit er dan ook voor om zo veel mogelijk vergunningplichtig te laten zijn, maar dat de beoordeling of met de wijziging monumentale waarden worden aangetast aan de adviseur Cultureel Erfgoed over te laten middels een ambtelijke toetsing. Zij zijn voldoende deskundig om te beoordelen of de (kleine) wijzigingen acceptabel zijn. Daarbij merkt zij op dat de gekozen benaming APA (Algemeen Positief Advies) een misleidende term is. Zij geeft de voorkeur aan “ambtelijk” of “gemandateerd” toetsen. Dit zou in een apart protocol geregeld kunnen worden. De commissie staat dus positief tegenover het ambtelijk toetsen door adviseurs Cultureel Erfgoed.
Concreet adviseert de commissie de volgende wijzigingen: • Achterzetramen: niet vergunningsvrij maar ambtelijke toets • Nieuw dun isolatieglas: niet vergunningsvrij maar ambtelijke toets Ambtelijke toetsing is positief en wordt overgenomen als een ‘algemeen positief advies’. Hierbij worden vooraf een aantal werkzaamheden door de CRK+M van een algemeen positief advies voorzien en mogen vervolgens ambtelijk getoetst worden. Het vergunningsproces kan op deze manier sneller worden afgehandeld. Zie bijlage 5. 5. Is er in het document voldoende afweging gemaakt tussen de noodzaak tot verduurzaming en het behoud van monumentale waarde? Ja, de commissie is van mening dat er voldoende afweging is gemaakt. 6. Doet het document voldoende recht aan het coalitieakkoord: “het makkelijker maken van het verduurzamen van monumenten, zonder afbreuk te doen aan het karakter van het monument”?
2
Het opstellen van heldere en toetsbare beleidsregels maakt het voor monumenteneigenaren in ieder geval duidelijk en inzichtelijk wat de afwegingen zijn en wat er allemaal wel of niet mogelijk is. Waarbij ook goed inzichtelijk wordt gemaakt welke basismaatregelen er genomen kunnen worden vóórdat er bouwtechnische wijzigingen plaats hoeven te vinden. En is het inzichtelijker geworden wanneer er wel bouwtechnische wijzigingen nodig zijn en bij welke dan het beste gestart kan worden. Deze punten van inzicht maken het verduurzamen van monumenten ook een stuk makkelijker. 7. Kan de CRK&M adviseren hoe de concept-beleidsregels zich verhouden tot het afwegingskader van de RCE? De commissie constateert dat de regels goed op elkaar aansluiten. Dat wil zeggen, de beleidsregels volgen dezelfde lijn. Ook vindt de commissie eigen Hilversumse beleidsregels, toegespitst op het Hilversumse en uitgelegd aan Hilversummers, goed. En constateert zij dat de gemeentelijke beleidsregels duidelijker zijn dan in het afwegingskader van de RCE. De commissie maakt nog de volgende opmerkingen: • Leg duidelijker in het begin uit dat het beleid van de RCE in de basis wordt gevolgd met deze gemeentelijke beleidsregels, en dat deze ook gelden voor gemeentelijke monumenten.
Is overgenomen • En dat ze op een klein aantal punten (bijvoorbeeld zonnepanelen en isolatie van houten vloeren) specifiek voor Hilversum zijn uitgebreid. Kortom, ook aan burgers uit leggen dat het wiel niet opnieuw is uitgevonden en de gemeente niet (veel) strenger is dan de RCE. Wellicht in eindredactie nog sterker naar voren halen. • De commissie vindt de opbouw van het afwegingskader van de RCE wel iets duidelijker. Het advies is om dezelfde terminologie en hoofdstukindeling als RCE te gebruiken. Zij geeft dan ook als suggestie mee om te bekijken of deze ook voor het gemeentelijk beleid overgenomen kan worden. Is overgenomen NB: De commissie wordt geen concreet advies gevraagd over tekstuele en/of vormgeving. Echter wil zij van de gelegenheid gebruik maken om hier ongevraagd alsnog een aantal opmerkingen te maken: Inhoud • Er kan bij de tekeningen en omschrijvingen verwarring ontstaan over “dampopen isolatie” en de folies die er dan worden toegepast. Zij stelt voor om dit specifieker te omschrijven. De ervaring leert dat het vastleggen van de mate van dampdichtheid (mu-waarde) meer duidelijkheid schept over de toe te passen folie. Ook de RCE doet hierover geen uitspraken, Maar roept in praktijk vaak vragen op. Is overgenomen • Bij de afbeeldingen over dakisolatie ontbreken de “kruizen en vinkjes” die aanduiden of een uitvoering wenselijk of onwenselijk is.
Daarbij geeft zij aan dat het isoleren aan de binnenzijde, waarbij de gordingen niet meer zichtbaar worden, niet wenselijk is. En doet de commissie de suggestie om ook de spanten toe te voegen aan de tekeningen. Is overgenomen • De commissie doet de suggestie om de Restauratieladder van de ERM op te nemen en eventueel voor verduurzaming aan te scherpen. Is overgenomen Vorm en tekst • Commissie geeft suggestie mee om bij het plaatje ‘schema transmissie energieverlies een stappenplan op te nemen met beslissingen v.w.b. verduurzaming. Er is weliswaar sprake van maatwerk bij monumenten, maar de resultaten en opbrengst van verduurzamingsmaatregelen zijn verschillend, wat vanuit CO2-reductie/investeringen sturend kan zijn. Installatietechnische maatregelen zijn vaak reversibel en schaden het
3
monument vaak nauwelijks. Het schema op pagina 2 geeft terecht aan dat in dak en vensters en deuren veel winst te behalen is. Dus: als je gaat isoleren, begin dan bij het dak. Gevelisolatie (veelal voorzetwanden bij metselwerkarchitectuur) is problematisch irt de monumentale waarden van het interieur. Kortom, er zouden in aanvang al gerichter afwegingen meegegeven kunnen worden. Wellicht dat een goed opgestelde tekst daarmee burgers zou kunnen helpen om sneller/eenvoudiger in het document te zoeken. Is overgenomen. Wellicht in eindredactie nog sterker naar voren halen. •
Om de beleidsregels ook daadwerkelijk als goed toetsingskader te kunnen gebruiken is het essentieel dat de taal glashelder is. Zij adviseert om woorden als “in principe”, “denkbaar” “nauwelijks”, “uitzonderlijke gevallen” en dergelijke niet te gebruiken. Is zo veel mogelijk eruit gehaald. Soms is deze nuance wel nodig in verband met maatwerk. Wellicht in eindredactie nog sterker naar voren halen.
•
De tekst bij het onderwerp “warmtepompen” is nog te verwarrend en onvoldoende toetsingskader (“in principe”, mag het nu wel of niet zichtbaar zijn?) Dit moet eenduidiger worden beschreven. Idem Het zou goed zijn om een toelichting op de vergunningsplicht op te nemen aan het begin van het stuk. Zorg dan ook voor zo helder mogelijke instructies m.b.t. vergunningvrij / vergunning nodig. Daarbij denkt de commissie dat de aanvrager niet hoeft te weten of het wel of niet ambtelijk getoetst gaat worden. Belangrijkste voor aanvrager/bewoner is dat er staat of er vergunning nodig is of dat het vergunningsvrij is. Wordt overgenomen. Zie eerder punt over ambtelijke afhandeling. Zorg voor inhoudsopgave en laat elk onderdeel beginnen met een kleine algemene toelichting, neem de bewoners/aanvragers als het ware aan de hand, zodat zaken snel helder en duidelijk worden. Wordt overgenomen met de eindredactie.
•
•
4
zaaknummer:
1205151
afdelingsnaam:
Leefomgeving, team Leef- en vestigingsklimaat
steller:
Friederike Hensch
Datum: onderwerp:
Verduurzamen monumenten – Algemeen Positief Advies
Advies – Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Gemeente Hilversum, 29 februari 2024 Vergaderlocatie: Raadhuis
Monumentencommissie Onderwerp: Verduurzaming monumenten – Algemeen Positief Advies De commissie is gevraagd te adviseren op het voorstel van de afdeling Cultureel Erfgoed om een aantal werkzaamheden betreffende het verduurzamen van monumenten ambtelijk te laten behandelen. Voor het bepalen van de deze werkzaamheden is een ‘Algemeen Positief Advies’ (APA) gemaakt. De lijst met werkzaamheden in deze APA sluit aan bij de beleidsregels ‘Verduurzaming Monumenten’. Het concept APA d.d. 29-02-2024 is ter controle naar de commissie gestuurd. De commissie adviseert positief op de inhoud van het document. Conclusie: positief advies NB. De commissie heeft betreffende de beleidsregels nog een aantal opmerkingen en geeft de suggestie mee nog enkele taalkundige aanpassingen en/of verduidelijkingen toe te voegen. Dit betreft geen inhoudelijke aanpassingen. De commissie ontvangt graag de definitieve versie van deze beleidsregels maar zal daar verder niet meer inhoudelijk op reageren.
Toelichting Om vergunningsaanvragen rond verduurzamen van monumenten sneller af te kunnen handelen is er voor een aantal werkzaamheden een ‘Algemeen Positief Advies’ opgesteld. Het betreft dan eenvoudige werkzaamheden die geen grote invloed hebben op het uiterlijk en de monumentale waarde van het pand. Alle vergunningen voor monumenten worden ter advisering voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M). Dat is vastgelegd in de Monumentenverordening Hilversum 2016. Met agendering en behandeling door de CRK+M zijn soms enkele weken gemoeid. De wens is om het vergunningsproces te versnellen. Derhalve zijn een aantal eenvoudige werkzaamheden vooraf door de CRK+M positief geadviseerd. Voldoet de aanvraag aan deze
1
werkzaamheden, dan kan de adviseur cultureel erfgoed de aanvraag direct afhandelen en kan de vergunning sneller worden verleend. Voldoet een aanvraag niet aan dit Algemeen Positief Advies of zijn er twijfels, dan kan de adviseur cultureel erfgoed alsnog de CRK+M om advies vragen. Dat geldt ook voor aanvragen met een combinatie van eenvoudige en complexe werkzaamheden. In dat geval wordt een aanvraag altijd geheel door de CRK+M geadviseerd. Onderstaande lijst met werkzaamheden sluit aan bij de beleidsregels verduurzamen monumenten {datum}. Algemeen Positief Advies voor werkzaamheden verduurzamen monumenten Voor de hieronder genoemde vergunningsplichtige werkzaamheden in, aan of op een Rijks- of gemeentelijk monument heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M) op 29 februari 2024 een Algemeen Positief Advies (APA) gegeven. Voor de werkzaamheden die aan dit APA voldoen, kan door B&W Hilversum een vergunning voor de activiteit monument worden afgegeven:
2
1. Vensterisolatie 1.1
Vervangen van bestaand isolatieglas tegen nieuw isolatieglas bij ramen zonder historische waarde is altijd toegestaan als de detaillering en de manier van bevestigen van het glas niet wijzigt. Dit wordt beschouwd als onderhoud. Dat geldt ook voor monumentale ramen waar reeds voor de aanwijzing tot monument dubbelglas in heeft gezeten. Twijfelt u of het raam geen historische waarde heeft? Neem dan eerst contact op met monumenten@hilversum.nl
1.2
Nieuw dun isolatieglas bij historisch waardevolle ramen is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende richtlijnen: • Er is geen sprake van verwijderen van zeldzame glassoorten zoals kathedraalglas of glas-inlood. • Het aanzicht vanuit binnen en buiten wijzigt niet. • Het bestaande houten of metalen raam blijft behouden. Alleen het glas wordt vervangen. • Het glas wordt op een historisch passende wijze geplaatst. Stopverf blijft stopverf, glaslatten mogen vervangen worden voor stopverf indien dit historisch verantwoord is. • Historische scharnieren en gehengen blijven behouden. • Raamgewichten van schuiframen kunnen worden verzwaard of vervangen door een systeem met balansveren, katrollen en touwen. • De afstandhouders (spacers) tussen het isolatieglas worden uitgevoerd in een donkere kleurstelling en niet glimmend.
1.3
Achterzetramen Achterzetramen aan de binnenzijde zijn toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: • Er is geen sprake van bijzondere monumentale interieurwaarden. Dit is ter beoordeling aan de adviseur Cultureel Erfgoed van de gemeente. Neem daarom eerst contact op met monumenten@hilversum.nl. • Er worden geen historische onderdelen gesloopt. • De bestaande vensters kunnen worden onderhouden. • Een mogelijke verdeling van het achterzetraam strookt met de verdeling in het bestaande venster. • De ruimte tussen bestaand venster en het achterzetraam wordt geventileerd met buitenlucht. • Het achterzetraam bevindt zich aan de binnenzijde en niet aan de buitenzijde van het monument. • Met de aanpassing de historische ramen behouden en werkzaam blijven. Zo moet een schuifvenster nog te openen blijven na plaatsing van een achterzetruit.
1.4
Glasfolie Er bestaat isolerende folie die direct op het glas kan worden geplakt. De isolerende werking is minder goed dan isolatieglas, maar de ingreep is ook minder ingrijpend. De folie is niet geschikt voor figuurglas of getrokken glas, want het glas moet geheel vlak zijn. Een kanttekening is dat de folie soms niet kan worden verwijderd zonder dat het glas breekt. Gekleurde of spiegelende folies zijn niet toegestaan.
2. Dakisolatie 2.1
Na-isolatie van platte daken aan de buitenzijde is altijd toegestaan als:
3
• Er door de toegenomen dakdikte de detaillering van het monument niet te zeer wordt aangetast. Zo moet de dakisolatie langs de dakranden verjongen om de randdetails intact te laten. • De bestaande, intacte gootomtimmeringen, boeilijsten en eventueel aanwezige historische dakbedekkingen (zoals bijvoorbeeld zink) behouden blijven. • In sommige gevallen is aanpassen van intacte gootomtimmeringen, boeilijsten en historische dakbedekkingen mogelijk, maar alleen als daarmee de uitstraling van het monument niet te zeer wijzigt en er geen historisch waardevol materiaal verloren gaat. 2.2
Na-isolatie van hellende daken aan de binnenzijde is altijd toegestaan als: • De gordingen en spanten in het zicht blijven. • Er bij een dampdichte isolatiemethode een goed aansluitende en niet-onderbroken dampremmende laag wordt toegepast. • Er geen bijzondere afwerkingen uit het zicht verdwijnen (zoals beschilderd of bespannen dakbeschot).
2.3
Na-isolatie van platte daken aan de binnenzijde is altijd toegestaan als: • Er geen historische plafonds of afwerkingen uit het zicht verdwijnen of aangepast worden zoals schilderingen of kraaldelen. • Er bij een dampdichte isolatiemethode een goed aansluitende en niet-onderbroken dampremmende laag wordt toegepast.
2.4
Zoldervloer isoleren: Als na-isolatie van daken te kostbaar of lastig blijkt, kan worden overwogen de zolder- of vlieringvloer aan de bovenzijde te isoleren met isolatiedekens of korrels. De onverwarmde zolder of vliering gaat op die manier fungeren als een bufferzone tussen verwarmde kamers en de buitenlucht. • Pur-schuim is niet omkeerbaar sluit de balken op. Derhalve is Pur-schuim niet toegestaan. • De technische staat van dak, vloer en constructie is goed. • De vloer blijft beloopbaar en de zolder wordt voldoende geventileerd.
3. Gevelisolatie 3.1
Isolatie gevels aan de binnenzijde: • Bij dampdicht isoleren aan de binnenzijde met of zonder spouw is het belangrijk de aanvraag bouwfysisch goed te onderbouwen. Condensatie in de constructie kan leiden tot aantasting van historische onderdelen. • Dampdopen en/of capillair actief isoleren aan de binnenzijde is vaak aan te raden omdat deze constructie waterdamp kan opnemen en weer afstaan. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voorzetwand aan de warme zijde niet dampdicht mag worden afgewerkt. • Bij voorzetwanden mogen waardevolle afwerkingen (plafonds, lambriseringen, vensteromtimmeringen) niet verstoord raken. Na plaatsen van de voorzetwanden dienen bijzondere afwerkingen (zoals lambriseringen) teruggeplaatst te worden zodat deze behouden blijven. Zorgvuldige detaillering is hierbij belangrijk.
3.2
Spouwmuurisolatie: Spouwmuurisolatie is vrij definitief en kan achteraf moeilijk verwijderd worden. Derhalve is een onafhankelijk bouwfysisch onderzoek aan te bevelen. Spouwmuurisolatie is mogelijk als aangetoond wordt dat: • De gevel niet waterafstotend is afgewerkt (geglazuurde stenen, tegels, geïmpregneerd, dampdichte verfsystemen).
4
• Er geen vorstschade of andere ernstige gebreken (slecht voegwerk, afgeschilferde stenen, roestende ankers) te zien zijn in de gevel. Als dat het geval is moeten eerst deze gebreken worden verholpen. • De spouw breder is dan 4 cm en de spouw niet te zeer vervuild is met mortelresten. • Het buitenblad van de gevel niet op diverse plekken verbonden is met het binnenblad (zoals bij een erker). Dan kan de isolatie onvoldoende over de gevel verspreiden en wordt er onregelmatig geïsoleerd. • Door de spouwmuurvulling de ventilatie van de kruipruimte niet wordt dichtgezet. • Let op aanwezige fauna in de spouw. Geadviseerd wordt een QuickScan uit te laten voeren. 4. Vloerisolatie
4.2 Begane grondvloeren onderzijde: Met geventileerde kruipruimte van minimaal 35 cm hoog (van vloer tot onderzijde balken) aanbrengen van isolatie van luchtkussens of isolatiedekens aan de onderzijde. Deze werkzaamheden zijn reversibel. Pur-schuim is niet toegestaan. 4.3
Begane grondvloeren bovenzijde zonder historische afwerking • Isoleren van een vloer zonder voldoende kruipruimte aan de bovenzijde zonder historische afwerkingen zoals terrazzo, parket of tegelwerk is altijd mogelijk. Let wel op aansluitingen zoals trappen, deuren en wandafwerkingen.
5. Zonnepanelen en installaties 5.1
Zonnepanelen en -collectoren op platte daken zijn altijd toegestaan als: • Ze in een hoek van maximaal 15 graden geplaatst worden en de afstand van de panelen tot de dakranden ten minste 50 cm bedraagt. • De panelen uitgevoerd zijn zonder glimmende kaders of bevestigingen.
5.2
Zonnepanelen en -collectoren op hellende daken, niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte zijn altijd toegestaan als: • Er sprake is van een zorgvuldig legpatroon. • De panelen uitgevoerd zijn zonder glimmende kaders of bevestigingen. • Zonnepanelen worden op het dak en niet in het dak geplaatst. 5.9 Vloerverwarming: De vloer voorzien van vloerverwarming is mogelijk als: • Er geen monumentale vloerafwerking uit het zicht of verloren gaat, zoals terrazzo, parket of tegelwerk. Soms lukt het om afwerkingen achteraf terug te plaatsen. • Er door de toegenomen vloerdikte de detaillering van monumentale deuren, plinten en dorpels niet te zeer wordt aangetast. • De vloer aan de onderzijde geïsoleerd kan worden. 5.10 Warmtepompen en airco’s: De volgende locaties voor een warmtepomp/airco zijn mogelijk, waarbij de eerstgenoemde locaties het meest wenselijk zijn. Eerst moeten de meest wenselijke opties worden onderzocht. • In de achtertuin uit het zicht. • In of op een bijgebouw aan de achterzijde. • Op het dak van een aanbouw aan de achterzijde. • Aan de achtergevel ter hoogte van de begane grond.
5
• Op een plat dak uit het zicht. • In een dakgoot die niet zichtbaar is en waar onderhoud mogelijk blijft. Het is niet toegestaan om warmtepompen/airco’s te plaatsen hangend aan de gevel van het monument, staand tegen een gevel van het monument voor een gevelopening, op een dakkapel of op een hellend dak. • Warmtepompen/airco’s die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, mogen het monumentale beeld niet verstoren en moeten worden uitgevoerd in een donkere en doffe omkasting. • Leidingwerk behorende bij de warmtepomp/airco moet weggewerkt of binnendoor worden versleept, zonder het interieur aan te tasten. • Binnenunits en buffervaten behorende bij warmtepompen/airco’s moeten zorgvuldig te worden ingepast in het interieur van het monument.
Advies – Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Gemeente Hilversum, 29 februari 2024 Vergaderlocatie: Raadhuis
Monumentencommissie Onderwerp: Verduurzaming monumenten – Algemeen Positief Advies De commissie is gevraagd te adviseren op het voorstel van de afdeling Cultureel Erfgoed om een aantal werkzaamheden betreffende het verduurzamen van monumenten ambtelijk te laten behandelen. Voor het bepalen van de deze werkzaamheden is een ‘Algemeen Positief Advies’ (APA) gemaakt. De lijst met werkzaamheden in deze APA sluit aan bij de beleidsregels ‘Verduurzaming Monumenten’. Het concept APA d.d. 29-02-2024 is ter controle naar de commissie gestuurd. De commissie adviseert positief op de inhoud van het document. Conclusie: positief advies NB. De commissie heeft betreffende de beleidsregels nog een aantal opmerkingen en geeft de suggestie mee nog enkele taalkundige aanpassingen en/of verduidelijkingen toe te voegen. Dit betreft geen inhoudelijke aanpassingen. De commissie ontvangt graag de definitieve versie van deze beleidsregels maar zal daar verder niet meer inhoudelijk op reageren.
6
VERSLAG Locatie: Datum:
Raadhuis Burgerzaal 17 april 2023, 19:00 -21:00, datum verslag 8 mei 2023
Onderwerp:
Bijeenkomst verduurzaming monumenten
Sprekers:
Bijlage:
• • • • • • • •
Gespreksleider, Marion Van der Voort Wethouder cultureel erfgoed, Gerben van Voorden Wethouder energietransitie, Bart Heller Beleidsadviseur cultureel erfgoed, Friederike Hensch Monumenteneigenaar boerderij, Jan-Willem Andriessen Monumenteneigenaar badhuis, Paul Hendriks De Alliantie over verduurzaming arbeiderswoningen tuinstad, Cees Luyckx National Restauratiefonds (NRF), Bernard Brons
Resultaten menti-meter
1. Plenaire deel Gespreksleider Van der Voort opent de avond. Ze geeft aan dat het doel van de avond is om voornamelijk bij de aanwezigen op te halen wat zij belangrijk vinden voor het verduurzamen van hun monument en voor het gemeentelijk beleid daarop. Uit de menti-meter blijkt dat ongeveer driekwart van de ruim 100 aanwezigen monumenteneigenaar is.
Vraaggesprek met de wethouders Gespreksleider Van der Voort aan wethouder Van Voorden: Waarom nieuw beleid? Wethouder Van Voorden: We willen het makkelijker maken te verduurzamen zonder afbreuk te doen aan het monument. Gespreksleider Van der Voort: Wilt u horen wat er leeft bij de monumenteneigenaren? Wethouder Van Voorden: Jazeker, Hilversum is een stad van jonge monumenten. Monumenten vertellen een verhaal en laten de stad stralen. Deze verhalen moeten generatie op generatie worden doorgegeven en dat gebeurt bij monumenten. Dat moet in stand gehouden worden. Maar er moet ook verduurzaamd worden. Gespreksleider Van der Voort: Wethouder Heller, u bent verantwoordelijk voor energietransitie, gaat dat wel samen met monumenten?
1
Bijeenkomst verduurzaming monumenten Wethouder Heller: Jazeker, de opgave is groot. Monumenten vormen een extra uitdaging. We willen het beleid aanpassen om het makkelijker te maken. Als gemeente hebben we daar een rol in. In het klimaatakkoord ligt ook een belangrijke rol voor monumenten. Het rijk beoogt een CO₂- reductie
van 40% tot 2030 als een gemiddelde over de monumentenvoorraad. Gespreksleider Van der Voort: Wat is het tijdspad voor het nieuwe beleid? Wethouder Van Voorden: We willen eind van het jaar het nieuwe beleid bij de raad ter advisering voorleggen. Er wordt een menti-meter vraag gehouden; Hoeveel monumenten zijn er?
Vraaggesprek met de beleidsmedewerker cultureel erfgoed gemeente Hilversum en de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE) Gespreksleider Van der Voort: Hoeveel monumenten hebben wij in Hilversum? Beleidsadviseur Hensch: Hilversum heeft meer dan 1000 monumenten, maar wij mogen niet vergeten dat wij meer dan 5000 adressen hebben en dat betekent heel veel eigenaren. Monumenteneigenaren zijn heel belangrijk, zij zijn diegene die de monumenten in stand houden restaureren en verduurzamen. Bij het verduurzamen hebben monumenteneigenaren altijd drie vragen: 1. Wat kan? 2. Is het vergunningsvrij of vergunningsplichtig? en 3. Krijg ik er subsidie voor? Mijn advies is eigenlijk altijd: Bekijk de verduurzamingsopgave integraal, laat bouwfysisch onderzoek of een duurzaamheidsscan doen, om de monumentale waarde en verduurzaming in balans te brengen. Gespreksleider Van der Voort: Met balans, bedoel je dan dat je minder duurzaam bent omdat het een monument is? Beleidsadviseur Hensch: de eerste factor is technisch van aard. Dit zijn de mogelijke technieken om te verduurzamen en gelden voor iedereen. De tweede factor is ‘des monuments’. Dit houdt in dat sommige onderdelen lastig verduurzaamd kunnen worden, omdat dit wellicht ten koste gaat van monumentale elementen van het pand. Dat vraagt altijd om maatwerk.
Gespreksleider Van der Voort: Elk monument is uniek, want anders is het geen monument. Wat komt er dan in het beleid te staan? Beleidsadviseur Hensch: In het beleid komt staan op welke manier je kunt verduurzamen, maar ook over het proces; welke maatregelen vergunningsplichtig of vergunningsvrij zijn. Misschien kunnen sommige maatregelen vergunningsvrij of ambtelijk worden afgehandeld, zodat het proces sneller en makkelijker kan. En dan is de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed bezig met het opstellen vaneen afwegingskader. Dat afwegingskader willen we naast ons eigen beleid leggen, om te zien wat we over kunnen nemen. De planning is dat dit afwegingskader deze zomer klaar is. Gespreksleider Van der Voort: Er is iemand aanwezig van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE). Dat afwegingskader, wat hebben mensen daar aan? Adviseur RCE: Vanuit de decentralisatie kan elke gemeente zijn eigen beleid maken. Maar daardoor verschillen de regels per gemeente en is er voor de monumenteneigenaar erg veel onduidelijkheid. Wij hebben de opdracht om duidelijkheid te creëren. De gemeenten kunnen dit 2
Bijeenkomst verduurzaming monumenten afwegingskader gebruiken als inspiratie. Ze mogen het overnemen, maar dat hoeft niet. Het gaat altijd over monumentwaarde aan de ene kant en aan de andere kant wat je toe kan staan om te verduurzamen. Gespreksleider Van der Voort: Het is al lastig om te verduurzamen, voor een monument is het nog lastiger. Jullie kijken ook of dit makkelijker kan? Door de Rijksdienst is een ‘ontzorgingsprogramma’ via het restauratiefonds opgesteld (voor rijksmonumenten). Daarin gaat het over hoe we met duurzaamheidsadviezen kunnen assisteren in de volgende stap. De helft van de mensen met een Dumo (duurzame monumenten)-advies had behoefte aan meer hulp. Rond de zomer zullen we het afwegingskader publiceren. Woordwolk menti-meter: zie bijlage. Gespreksleider Van der Voort haalt een paar punten uit de woordwolk naar voren en beleidsadviseur Hensch licht toe: -
Subsidie is belangrijk; er is een gemeentelijke duurzaam wonen lening, maar geen subsidie. Duidelijkheid: We willen in beeld en taal uitleggen hoe dingen goed kunnen. Snellere procedure: dat wellicht meer ambtelijk kan worden getoetst, zoals nu bij de zonnepanelen in de beschermde gezichten. Dan zou je de procedure kunnen versnellen. Zonnepanelen: je ziet de laatste jaar een verandering. Zichtbaarheid is niet langer een criterium, maar de mate waarin het monument verstoord wordt. Verduurzaming en maatwerk is dan ook een afweging.
Vragen uit de zaal Vraag uit de zaal, eigenaar van een Rijksmonument: Als monumenteneigenaar moet je voor alles een vergunning aanvragen. Elke vergunning kost ontzettend veel geld. Maar het voelt als het straffen van monumenteneigenaren om leges te heffen voor het uitvoeren van zinvolle zaken zoals verduurzaming. Het heffen van leges op zinvolle zaken zou ik graag afgeschaft zien. Antwoord: Beleidsadviseur Hensch gaf hier aan dat zonnepanelen legesvrij zijn. Het verschilt per situatie en verbouwing/verduurzaming of en hoeveel leges er betaald moeten worden. Het is dus lastig hier een uitspraak te doen, maar wel goed om dit aspect te onderzoeken. Vraag uit de zaal: Wat is belangrijker verduurzamen of het monument? Wethouder van Voorden: Het is een balans. Vorig jaar stond in de folder; niets is zo duurzaam als een monument. Dat is ook zo, we willen juist behouden wat er is. Maar dit moet wel toekomstbestendig en duurzaam zijn. We willen verduurzamen makkelijker maken. Wethouder Bart Heller: Het is altijd een afweging van belangen, daarom zitten we ook hier bij elkaar, om het daar over te hebben. De afweging kan verschuiven, dat zie je het laatste jaar ook gebeuren; er worden meer verduurzamingsmaatregelen mogelijk. Vraag uit de zaal: Zijn er ook in het kader van verduurzaming niet teveel monumenten in Hilversum in het kader van de energietransitie.
Als iedereen hier nu wil verduurzamen, dan lopen de procedures vast.
3
Bijeenkomst verduurzaming monumenten Wethouder van Voorden: Als iedereen tegelijk een aanvraag indient, is dat inderdaad wel een probleem. Echter, deze avond is er ook voor bedoeld om procedures te vereenvoudigen, zodat we er niet tegen aanlopen dat alles vast loopt. Beleidsadviseur Hensch: we liggen ook al goed op koers, veel monumenten zijn al verduurzaamd. Ongeveer 1300 adressen van de woningbouwcoöperaties zijn al verregaand verduurzaamd. Vraag uit de zaal: In Amsterdam en Haarlem is het beleid voor het verduurzamen van monumenten veel soepeler; ik vind dat we als Nederlanders dat we een gelijke behandeling hierin verdienen. Wethouder Heller: ik denk niet dat wij strenger zijn dan de rest. Zonnepanelen volgen wij heel actief. Ik herken niet dat wij moeilijker of strenger zijn dan andere gemeenten. Gespreksleider Van der Voort: Staan we in contact met andere gemeenten? Heller: Alle gemeenten worstelen met dezelfde problemen. In de oplossing ervan zoeken we ook contact met andere gemeenten. Reactie uit de zaal: We hebben allemaal te maken met bureaucratie. We willen allemaal het monument graag in ere houden en herstellen. Dan kom je in beroepsprocedures met de gemeente of je achter je huis, waar je het niet ziet, zonnepanelen mag plaatsen. Het wordt een stuk moeilijker gemaakt. We willen het huis niet vernachelen of verpesten. Maar er worden wel veel extra eisen gesteld.
Gespreksleider Van der Voort: Wat zou u helpen? Dat zonnepanelen op een dak, waar je het niet ziet en het monument niet mee aantast, wordt toegestaan. Het mag nu alleen op je garagedak. Daar hebben we niets aan. We zien graag een versoepeling van deze regeling. Reactie uit de zaal: Ik heb zelf een monument; zonnepanelen op mijn dak vind ik niet mooi. Maar kunnen de zonnepanelen niet gewoon in een weiland? Gespreksleider Van der Voort: Een collectief zonnepark, is dat niet mogelijk? Wethouder van Voorden: Collectieve zonnepanelen zien wij zeker als alternatief. Zelf maak ik gebruik van Hilverzon. Dat is een corporatie waar je zonnepanelen kan kopen. Op het vliegveld komt een nieuw zonneveld. Maar helaas is dit nog niet voldoende en zijn er wachtlijsten voor het inschrijven op collectieve zonnepanelen. Opmerkingen uit de zaal: Er wordt wel heel makkelijk gezegd dat we mee kunnen doen aan een collectief. Ik sta al jaren op de wachtlijst. Dat in Hilversum hetzelfde is als Haarlem of Amsterdam. Dat klopt niet. Ik kom uit Bussum en daar hebben we het beleid al versoepeld; neem contact op met Thijs van Roon. Gespreksleider Van der Voort gaat verder met de interviews.
4
Bijeenkomst verduurzaming monumenten
Interviewgesprekken met reeds verduurzaamde monumenten Boerderij Gespreksleider Van der Voort: Hoe hebben jullie verduurzaming aangepakt? Monumenteneigenaar Andriessen: Ik ben zelf erfgoedmakelaar en deze Boerderij stond erbij als “vergeten groenten”. Die wil ik wel dacht ik, maar ik wil dan ook van het gas af. Als je dat wil kan dat alleen met lage termperatuurverwarming in combinatie met een warmtepomp en zonnepanelen. Het is een gemeentelijk monument EN daarom zijn we in gesprek gegaan met de gemeente-afdeling monumenten met de vraag: Wat vindt de gemeente belangrijk, wat zijn de monumentale onderdelen en wat kunnen we daarmee doen? Gespreksleider Van der Voort: Kon je wat met het antwoord? Monumenteneigenaar Andriessen: Ik merkte dat er wel ruimte was om wat te doen, zeker omdat we vanaf de start van het ontwerp het monument en de monumentale waarden als uitgangspunt hebben genomen. Zonnepanelen waren uitgesloten op dat moment. Dus we hebben een bijgebouw gerealiseerd, waar we zonnepanelen op hebben gelegd. Gespreksleider Van der Voort: Wat hebben jullie gedaan als jullie gaan verhuizen? Monumenteneigenaar Andriessen: We hebben een doos-in-doos constructie gemaakt. De begane grond vloer is eruit gegaan en geïsoleerd. We hebben geïsoleerd met voorzetwanden. De hele mansardekap aan de buitenkant geïsoleerd.
Onder de kap zit nu 14 cm isolatie en onder het schuine deel 10 cm isolatie. Daarbij zijn nieuwe gootdetails gemaakt en de kop zijn de windveren heel vernuftig gedetailleerd zodat je het niet ziet. Leuk proces geweest. Het kan wel. Gespreksleider Van der Voort: Maar bent u al 2 jaar bezig? Monumenteneigenaar Andriessen: Ja. Maar het bouwproces zelf is heel lang geweest, dat duur al ruim een jaar. Laatst kwam Friederike langs op de bouw en vroeg; wat ga je doen met zonnepanelen? Inmiddels is er blijkbaar nieuw beleid dat dat toch ook op het dak mag. Dus daar gaan we nu naar kijken. Gespreksleider Van der Voort: Wat beveel jij andere monumenteneigenaren aan? Antwoord: Het gaat altijd om het verhaal, de geschiedenis van het object en de oorsprong. Wat maakt het monument een monument en wat maakt het monument juist zo bijzonder? Vanuit monumenten wordt meegedacht, maar je loopt ook tegen welstand aan. Dat is toch wel een ander verhaal en vaak redelijk kansloos. Welstand redeneert te vaak vanuit de theorie in plaats van de praktijk. Het helpt om toch ook ter plaatse te gaan kijken en dan pas een mening te vormen. Mijn advies is om in een zo vroeg mogelijk stadium contact opnemen met monumentenzorg om tot een integraal ontwerpproces te komen.
Wel hoop ik dat er snel nieuwe richtlijnen komen vanuit de gemeente die adequater inspeelt op de noodzakelijke verduurzamingsslag die ons te wachten staat. Deze is niet meer vrijblijvend maar van maatschappelijk belang voor ons allemaal.
5
Bijeenkomst verduurzaming monumenten Misschien is soms de authentieke uitstraling van het object belangrijker dan alleen de focus op het behoud van het oorspronkelijke bouwmateriaal betekent ook dat je met het oog voor de oorspronkelijke vormgeving en uitstraling nieuwe details ontwerpt die aansluiten op de verduurzamingseisen van nu. In Middelburg en Leeuwarden wordt hier al beleid van gemaakt. Maar dat is misschien nog een beetje vloeken in de kerk.
Badhuis Gespreksleider Van der Voort: Wat hebben jullie gedaan om te verduurzamen? Monumenteneigenaar Hendriks: We hebben iets vergelijkbaars gedaan als de voorganger. De wanden en vloeren zijn aan de binnenkant geïsoleerd. Aan de binnenkant is een hele nieuwe gevel geplaatst met isolerend glas daarin. Het dak is aan de buitenkant geïsoleerd, omdat dat bouwtechnisch een goede oplossing is. Het Badhuis heeft beeldbepalende smalle betonnen dakranden bij de gevels. Die randen wil je niet dikker maken door dakisolatie. Daarom is er vanuit het oogpunt van het monument het dak bij de gevels aan de binnenkant te isoleren. Gespreksleider Van der Voort: Je moet veel van een monument houden om het aan te gaan? Monumenteneigenaar Hendriks: Ja, het is net als een relatie; als je ergens van houdt gaat het vanzelf. Gespreksleider Van der Voort: Welke tips wil je mensen meegeven? Hendriks: ga in gesprek met de gemeente. Ze denken mee en het geeft inzicht. Daardoor kan je maatwerk leveren. Belangrijk is het om het monument levend te houden. Het beste behoud van een monument is dat het “levend gehouden” wordt. En advies aan de gemeente; geef monumenteneigenaren inzicht in wat de essentie is van het monumentale. Probeer dat te versterken en geef voor het overige ruimte tot aanpassingen.
Monumenteneigenaar Gespreksleider Van der Voort: Zijn er nog dingen die je achteraf anders gedaan zou hebben? Hendriks: ja, ik zou nog hogere isolatiewaarde hebben aangebracht. Want alle energie die je niet verliest hoef je ook niet op te wekken.
Arbeiderswoningen Gespreksleider Van der Voort: Hoe is het voor een corporatie om monumenten te verduurzamen? De Alliantie, Luyckx: Wij zijn een woningcorporatie, dus wij dachten grote snappen snel thuis, maar dat gaat helaas niet op. Vorig jaar hebben we 400 monumenten verduurzaamd. Dit jaar gaan we er 110 verduurzamen. Daar zitten ook serieuze uitdagingen bij. Wij verduurzamen altijd in bewoonde staat, dus moeten bewoners heel goed begeleiden. Het zijn veelal kleine woningen. We kunnen daardoor niet aan de binnenzijde isoleren, dan worden de woningen nog kleiner. We proberen daarom de spouw te verbeteren. In de Bloemenbuurt hebben we alles toch aan de binnenzijde moeten doen. Dat zijn uitdagingen op zich; soms is de zolderverdieping afgetimmerd door de bewoner. Moeten wij dan als woningcorporatie alles weer op exact dezelfde manier terugplaatsen. Inmiddels hebben we ook goede ervaring met monumentenzorg opgedaan.
6
Bijeenkomst verduurzaming monumenten Gespreksleider Van der Voort: Wat heeft u daar geleerd? De Alliantie, Luyckx: We kunnen niet automatisch van onze eigen kracht uitgaan. We hebben de middelen, maar we kunnen niet alles alleen in de monumenten stoppen. We maken prestatieafspraken met de gemeente, wij hebben een plicht om te verduurzamen en dan maar zelf onze gang gaan, dat werkt niet. Inmiddels hebben we een goede relatie opgebouwd met Friederike. Met haar kan je de balans in verduurzamen en het behouden of restaureren van de authentieke details vinden. Een voorbeeld is de Larenseweg. De oude versie kozijnen die een keer (in de jaren 70 of 80) uitgewisseld zijn, hebben nu weer hun oorspronkelijke vorm en oorspronkelijke kleur. Het advies is dus: neem in een zo vroeg mogelijk stadium contact op met monumentenzorg, want er is meer mogelijk dan aan de voorkant gedacht wordt. Gespreksleider Van der Voort: Er hangt veel op de goede relatie met monumentenzorg. Wethouder van Voorden: In onze gemeente zit gelukkig heel veel expertise met adviseurs, die van alle details weten, van kleine raamdecoratie tot de eerste bewoners. Hierdoor kunnen we maatwerk leveren. Het is de balans tussen maatwerk en dingen die geen maatwerk zijn. Vraag uit de zaal: In hoeverre streven we naar van het gas af in Hilversum? Met een groot monument, moet je alles kunnen isoleren.
Wordt het mogelijk als groot monument van het gas af te gaan? Hoe kunnen we aan laagtemperatuur verwarming voldoen met label C? Beleidsadviseur Hensch: dat is een stukje maatwerk i.c.m. techniek. Het blijft per pand een afweging. We willen wel naar aardgasvrij toe. Vraag uit de zaal: Zijn er plannen om monumenten niet van het aardgas te halen? Wethouder Heller: Nee, die zijn er niet. Monumenten moeten ook af van het aardgas.
National Restauratiefonds Brons: we hebben subsidies voor duurzaamheidsscans voor monumenten (gemeente en rijksmonumenten). Kijk op de website, om te zien wat de mogelijkheden zijn. De vragen die hier leven, leven breed in den lande. Er is nog budget genoeg om nieuwe aanvragen te kunnen behandelen. (Zie ook de links onderaan) Opmerking uit de zaal: Gebruik van aardwarmte kwam ter sprake waarin de wethouder aangaf
dat geothermie in Hilversum lastig blijkt, maar gebruik van aardwarmte is op particuliere schaal niet uitgesloten.
2. Werksessies in groepen Na een korte pauze gaan de deelnemers in tien gespreksgroepen uit elkaar, elke groep wordt begeleid door een gespreksleider van de gemeente. Doel van het gesprek is om bij alle deelnemers op te halen waar ze nu tegen aan lopen en wat ze belangrijk vinden voor het nieuwe beleid. Samenvattend komt naar voren dat eigenaren veel liefde hebben voor hun pand en graag willen verduurzamen. Maar niet iedereen is op de hoogte van de mogelijkheden. Er is veel algemene
7
Bijeenkomst verduurzaming monumenten informatie beschikbaar op het internet, maar dit is niet op één plek te vinden en biedt geen helderheid over de mogelijkheden in Hilversum en hun specifieke situatie. Samengevat valt op dat er vooral behoefte is aan duidelijke informatievoorziening en vereenvoudiging van het proces. Advies op maat wordt gewaardeerd, maar er is bij de aanwezigen behoefte aan duidelijke spelregels. Gesteld wordt dat de gemeente een meer pragmatische houding zou moeten aannemen; van “neetenzij” naar “ja mits”. Deelnemers vinden de vergunningsprocedures te lang duren en de kosten voor advies en leges te hoog. Financiële tegemoetkoming wordt belangrijk geacht, in de vorm van subsidies, leningen met lage rente en/of goedkope of geen legeskosten. Ook vinden deelnemers dat er meer mogelijkheden voor zonenpanelen moeten komen, vooral als het om de achterzijde gaat. Deelnemers waarderen de bijeenkomst, vinden het prettig om informatie uit te wisselen en zijn voorstander voor een nieuwsbrief voor monumenteneigenaren. Onderaan een lijst van alle opmerkingen. Voor de resultaten van de menti-meter: zie bijlage.
Waar loopt u tegen aan? -
-
Het is soms schipperen; geef je geld uit aan restauratie of de energierekening? Momenteel gaat het geld op aan de energierekening, onderhoud en beheer van het monument blijft dan achter. We weten soms niet goed hoe we het moeten doen. We zouden hier specifiek voor monumenten wel meer kennis voor willen hebben. Informatie nu zijn onduidelijke regels, speelregels via maatwerk is onduidelijk/onzeker Procedures zijn ingewikkeld. Wat is van monumentale waarde en wat niet - redengevende omschrijvingen zijn summier. Discussie over welke waarden opgeven (architectuur, stedenbouwkundig, ambachtelijk) Balans tussen erfgoed + kwaliteit van leven/comfort + klimaat. Hoe krijgen wij het pand van het gas af? Extra en hoge kosten voor tekenwerk vergunningsaanvraag (zonder zekerheid van vergunning). De rol van de architect/adviseur is cruciaal en ontzorgt de eigenaar- maar hiermee zijn wel extra kosten voor adviseurs gemoeid (zit nu niet in standaard subsidie). Er zijn eigenaren die gaan gewoon aan de slag , er wordt niet goed op toe gezien. Wat als tijdens een vergunningsaanvraag pand monument wordt? Procedure OLO-loket is niet toegesneden op monumenten. Kritiek op houding CRK+M (voelt als speelbal en willekeurig). Maatwerk wordt ook gevoeld als ongelijke behandeling. Gevoel dat gemeente geen behoorlijk advies geeft en dwars doet.
Gemeente is niet altijd even goed bereikbaar, frustratie als er geen contact met gemeente wordt verkregen. Hoge energiekosten – dus eigen energievoorziening?! Veel meer uniformiteit regelen en niet standaard uitgaan van maatwerk, iedereen maatwerk bieden is onmogelijk. Wat zijn de collectieve mogelijkheden? Er kan wel veel. Als monumenten onbetaalbaar worden wil niemand ze meer (toekomstbestendigheid). Verschillen tussen Rijks- en gemeentelijke monumenten zijn onduidelijk Wel restauratiesubsidie, maar niet voor verduurzaming Wat als de subsidiepot leeg is? 8
Bijeenkomst verduurzaming monumenten -
Kom ons tegemoet met respect; het is best duur om een woning te verduurzamen en een monument is nog duurder en lastiger. Als het te duur wordt, schiet je je doel voorbij. Verbouwing in bewoonde staat wordt als (te) ingrijpend gezien. Dubbelglas gewenst. Speciaal dubbelglas/renovatieglas is erg duur. Achterzetramen zijn onhandig in gebruik. Wij mogen geen zonnepanelen. Zonnepanelen vergelijkbaar met schotelantennen destijds, reversibel! Zonnecel-dakpannen – acceptabel bij complexe daken, btw-vrij maken. Warmtepomp in tuin is lelijk.
Wat vindt u belangrijk voor het nieuwe beleid? -
Toegankelijke en duidelijke informatie, digitaal beschikbaar, uitnodigend en technisch. Informatie die de grenzen aangeeft; wat mag wel, maar wat mag niet? Maak helder, eerlijk en consequent beleid. Maak een Hilversums platform voor monumenteneigenaren waar we met elkaar in gesprek kunnen en kunnen leren van elkaars ‘best practices’ of juist fouten. Meer expertise bij gemeente. Doelstelling is belangrijk (40% minder CO2). Een pool van leveranciers en bouwbedrijven die betrouwbaar zijn. Het beleid moet zo zijn dat mensen en de gemeente naar elkaar toe kunnen groeien. De gemeente moet meer helpen om naar de juiste oplossing te zoeken. Het beleid moet met de tijd mee gaan, het moet wat moderner. Maak een betere balans tussen kosten en baten, dus de investeringen die we doen en wat het aan baten oplevert (zoals zonnepanelen en de opbrengsten van isolatie). Hulp is veel waardevoller dan subsidie. Bewoners hebben liefde voor hun pand! Neem de monumenteneigenaar serieus. Maak een stappenplan: 1. (juiste) informatie, 2. Bewustwording, 3.motivering (oa kosten), 4. Actie
Wat wilt u de gemeente meegeven? -
Vooroverleg/locatiebezoek ambtelijk zinvol/wenselijk , maar zorg dat het niet afhankelijk is van één persoon of iets wel of niet mag, maak het meer geautomatiseerd. Brochures/website, expertise, maak duidelijke principes, best practices/voorbeelden, wat mag wat niet (en waarom). Sneller vergunningsprocedure. Insteek gemeente moet zijn positief mits i.p.v. negatief tenzij. Subsidie en/of leningen met lage rente. Verduurzaming leges-vrij / leges goedkoper maken. Maak zonenpanelen makkelijker/meer mogelijk, vooral aan de achterzijde. Collectieve zonnedaken versnellen. Verduurzamen makkelijker maken. Laat zien wat mogelijk is door ervaringsdeskundigen hun informatie en kennis te laten delen. Kijk naar andere gemeenten/goed beleid overnemen. Vervanging/replica’s van ramen waar geen dubbelglas in kan toestaan. Zorg voor afstemming met de omgevingsvisie. Pool met goede aannemers/architecten, adviseurs gewenst. Goede-meer Energiecoaches. 9