CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

39. Raadsinformatiebrief 2024-31 inzake Verduurzamen monumenten

GEMEENTERAAD 15 mei 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Ter kennisname26.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1205151

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2024 - 31

Portefeuillehouder

N.G.T. van Voorden

Datum

24 april 2024

Informatie bij

Friederike Hensch

Tel. nr.

(035) 629 2631

Onderwerp Verduurzamen monumenten (motie 22/70)

Kernboodschap Verduurzaming draagt bij aan de toekomstbestendigheid van monumenten. Verduurzamen van monumenten is bijna altijd vergunningsplichtig en vraagt om kennis en maatwerk. Voor eigenaren is dit geen eenvoudige opgave. Derhalve zijn beleidsregels opgesteld voor het verduurzamen van monumenten (zie bijlage 1). Doel is het makkelijker maken van het verduurzamen van monumenten, zonder afbreuk te doen aan het karakter van het monument. Met voorliggende beleidsregels wordt de informatievoorziening verbeterd, worden de mogelijkheden voor verduurzaming van monumenten verruimd en wordt het vergunningsproces vereenvoudigd en versneld. We doen dat in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet: werken vanuit een ‘ja-mits-houding’ en kijken wat er wel kan.

Aanleiding Hilversum telt circa 1.100 Rijks- en gemeentelijke monumenten met rond de 5.000 adressen. De eigenaren spelen een essentiële rol als het gaat om behoud en verduurzamen van het monumentale vastgoed. Op dit moment beschikt Hilversum nog niet over duidelijke beleidsregels op welke manier monumenten te verduurzamen zijn. Desondanks is de afgelopen jaren veel bereikt. Met advies op maat en gesprekken aan de keukentafel onderhouden we direct contact met de monumenteneigenaren. Dat is zeer waardevol een levert een belangrijke bijdrage bij het verduurzamen, alsmede bij het renoveren, restaureren en transformeren van monumenten. Er is de laatste jaren een grote stijging in het aantal aanvragen Omgevingsvergunning voor verduurzaming te zien. De woningcorporaties hebben inmiddels samen al rond 1.300 monumentale sociale huurwoningen verduurzaamd tot label A+. Er liggen veel zonnepanelen op monumentale daken en er zijn diverse aardgasvrije monumenten. Met het coalitieakkoord 2022-2026 wordt ingezet op: ‘Het makkelijker maken van het verduurzamen van monumenten, zonder afbreuk te doen aan het karakter van het monument.’ De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft in september 2023 een afwegingskader (zie bijlage 2) over verduurzaming van monumenten gepubliceerd.

Met de aangenomen motie 22/70 riep de gemeenteraad het college op dit landelijk afwegingskader van een reactie te voorzien en al dan niet over te nemen. Om een beter beeld te krijgen van de huidige situatie rond verduurzamen van monumenten is in april 2023 een bijeenkomst met meer dan 100 monumenteneigenaren in de Burgerzaal georganiseerd (zie bijlage 5). Op 26 september 2023 hebben wij voor u een informatieve technische sessie gehouden over de aanpak en stand van zaken verduurzaming monumenten. 1

Het college heeft advies ingewonnen bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M) en het landelijk afwegingskader benut bij het opstellen van de beleidsregels (zie bijlage 3 en 4). De Monumentenverordening Hilversum 2016 is het juridische kader waaronder beleidsregels zijn uitgewerkt. Het college heeft de bevoegdheid om deze beleidsregels vast te stellen. De regels uit de Monumentenverordening worden overigens op termijn onderdeel van het omgevingsplan. De beleidsregels verduurzaming monumenten worden dan ook onderdeel van het omgevingsplan.

Consequenties Met voorliggende beleidsregels wordt de informatievoorziening verbeterd, worden de mogelijkheden voor verduurzaming van monumenten verruimd en wordt het vergunningsproces vereenvoudigd en versneld. Het afwegingskader van de RCE wordt hierbij nagenoeg overgenomen. De gemeentelijke beleidsregels wijken (alleen) af van het afwegingskader ten aanzien van de plakroeden, ‘Wiener Sprosse’. Terwijl de RCE plakroeden in het beginsel niet accepteert, zijn er in Hilversum wel mogelijkheden als het gaat om niet oorspronkelijke ramen. Derhalve wordt voorgesteld om op dit aspect een onderscheid te maken tussen gemeentelijke en rijksmonumenten. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan motie 22/70. Uitgangspunten beleidsregels verduurzamen monumenten Bij het opstellen van de beleidsregels verduurzamen monumenten zijn vijf uitgangspunten gehanteerd; - Duidelijkheid over hoe je kunt verduurzamen en wat de mogelijkheden zijn. - Verruimen - meer werkzaamheden mogelijk maken. - Vereenvoudigen - minder tekenwerk, minder voorbereidingstijd en kosten. - Versnellen - vergunningsprocedure versnellen door zo veel mogelijk te toetsen middels ‘Algemeen Positief Advies’ (zie bijlage 4). - Maatwerk blijft omdat elk monument uniek is.

Financiële steun De mogelijkheden voor het bieden van meer financiële steun aan monumenteneigenaren zijn onderzocht. Monumenteigenaren kunnen nu gebruik maken van de Hilversumse Duurzaam Wonen Lening, het Hilversum Isolatie Programma (HIP) of de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de rijksoverheid. De voorwaarden voor de ISDE voor monumenten zijn wel recent versoepeld. Vanuit de Rijksoverheid zijn er voor het HIP randvoorwaarden meegegeven waar we de middelen uit de Lokale Aanpak Isolatie voor in mogen zetten. Maximaal 20% van het aan de gemeente toegekende budget mag worden besteed aan het isoleren van woningen met een WOZ-waarde boven het gemiddelde van de gemeente. Omdat monumenten veelal een hogere WOZ-waarde hebben, is er vanuit het Hilversums Isolatie Programma geen dekking om een hogere subsidie aan monumenten te bieden. Ook het verlagen of afschaffen van de monumentenleges van € 125,00 ten behoeve van verduurzaming is niet aan te bevelen omdat er met de advisering door de CRK+M kosten gemoeid zijn en de legeskosten onderdeel uitmaken van de huidige begroting. Derhalve zijn er op dit moment geen extra subsidiemogelijkheden voor het verduurzamen van monumenten mogelijk. Wel wordt onderzocht om verduurzaming op te nemen in het Hilversums Restauratiefonds (HRF). Tot nu toe kan er uitsluitend geleend worden voor restauratieve werkzaamheden.

Het HRF betreft geen subsidie maar een laagrentende lening.

Vervolgtraject De beleidsregels ‘Verduurzamen monumenten’ worden actief gedeeld met monumenteneigenaren. 2

Op de website hilversum.nl worden de beleidsregels beknopt als voorwaarden geplaatst met een link naar www.officielebekendmakingen.nl voor het volledige document. Ook kunnen inwoners de beleidsregels opvragen via monumenten@hilversum.nl In een toegankelijke flyer benoemen we de hoofdlijnen van de regels en verwijzen we naar de website. Om nieuwe monumenteneigenaren te bereiken, worden ook makelaars direct aangeschreven. Technieken en inzichten zijn continu in ontwikkeling. Het afwegingskader van de RCE wordt ieder half jaar geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. De RCE beschouwt hierbij reacties uit het veld als belangrijke input. Geadviseerd wordt om de beleidsregels als een dynamisch document te zien. Na een jaar worden de Hilversumse beleidsregels geëvalueerd en gecheckt op actualiteit en uitvoerbaarheid. Indien nodig zullen de beleidsregels aangepast worden. Over mogelijke aanpassingen zal de raad geïnformeerd worden middels een collegebrief. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n): 1. Beleidsregels verduurzamen monumenten 2. RCE Afwegingskader 3. Verduurzamen monumenten advies CRK&M 4. Algemeen Positief Advies 5. Verslag bijeenkomst verduurzaming monumenten Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 16 april 2024.

3

Handboek verduurzamen monumenten Beleidsregels gemeente Hilversum April 2024

Inhoudsopgave Inleiding

3

Contact met de gemeente 

3

Afwegingskader Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

4

Energie besparen door na-isolatie 

5

Circulariteit en duurzaamheid

7

1.

Vensterisolatie

8

2.

Dakisolatie

12

3.

Gevelisolatie

15

4.

Vloerisolatie

17

5.

Zonnepanelen en installaties

19

Bijlage 1: Wat heeft u nodig voor de aanvraag Omgevingsvergunning

23

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst

26

Inleiding Het raadhuis van Dudok, Zonnestraal van Duiker en de Vituskerk van Cuypers: het is allemaal Hilversums erfgoed. Het zijn grote en beroemde gebouwen. Onze stad kent ook minder bekende monumenten zoals industrieel erfgoed, woningen of gebouwen van particuliere eigenaars. Alle monumenten zijn belangrijk, want samen maken ze Hilversum. Door monumenten te verduurzamen, blijven ze behouden voor toekomstige generaties. Tegelijkertijd leveren we hiermee een bijdrage aan de klimaatopgave. De gemeente Hilversum stimuleert het verduurzamen van monumenten en is daar graag bij betrokken. In dit document staat waar u rekening mee moet houden als u een monument gaat verduurzamen. Want het verduurzamen van monumenten vraagt om maatwerk, de cultuurhistorische waarde mag immers niet verloren gaan.

Contact met de gemeente Gaat u een monument verduurzamen? Neem dan eerst contact op met de gemeente. De beleidsadviseur cultureel erfgoed helpt u op weg met informatie over de cultuurhistorische en monumentale waarden, de mogelijkheden, regels en vergunningsplicht. De beleidsadviseur is te bereiken via monumenten@hilversum.nl of telefonisch op 14035. Voor bouwkundige wijzigingen aan een monument moet u een vergunning aanvragen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit + Monumenten (CRK+M) adviseert het college over de voorgestelde werkzaamheden. Een aanvraag Omgevingsvergunning duurt normaal gesproken acht weken, met een mogelijke verlengperiode van maximaal zes weken. Omvat de aanvraag een ingrijpende wijziging van een Rijksmonument? Dan kan daar een uitgebreidere procedure op volgen. Hiervoor staat een behandeling binnen 26 weken, met een mogelijke verlengperiode van maximaal zes weken.

3

De gemeente streeft ernaar om eenvoudige ingrepen, waarbij het uiterlijk van het monument niet wijzigt, snel af te handelen. De CRK+M heeft daarom een groot aantal werkzaamheden al van een “Algemeen Positief Advies” (APA) voorzien. Voldoet de aanvraag aan dit advies, dan kan de adviseur cultureel erfgoed de aanvraag direct afhandelen. Hierdoor is het mogelijk de vergunning sneller te verlenen. Voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning gelden indieningsvereisten. Deze staan vermeld in bijlage 1. Heeft u hier vragen over? Neem dan gerust contact op met de adviseur cultureel erfgoed. Voor meer informatie over verduurzaming, vergunningen, subsidies en leningen zie ook de website van de gemeente.

Afwegingskader Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een afwegingskader ontwikkeld. Dit is met name bedoeld voor gemeenten en ook zeer bruikbaar voor monumenteneigenaren. Aan de hand van het afwegingskader zijn monumenteneigenaren beter in staat een goed verduurzamingsplan te (laten) maken. Door het kader weten zij van tevoren welke afwegingen bij het verduurzamen worden gemaakt. In het afwegingskader zijn zonnepanelen en installaties nog niet opgenomen. Deze worden binnenkort toegevoegd.

4

Het afwegingskader is door de gemeente overgenomen en dient als aanvullende informatie op het gemeentelijk beleid voor verduurzamen van monumenten. Er geldt één uitzondering: voor rijksmonumenten wordt in principe geadviseerd om geen plakroeden (Wiener Sprosse) te gebruiken. Voor gemeentelijke monumenten is de Wiener Sprosse wel mogelijk mits er geen oorspronkelijke ramen verloren gaan. Het afwegingskader en de beleidsregels zijn toepasbaar op rijksmonumenten én gemeentelijke monumenten.

Energie besparen door na-isolatie Een eerste stap is het in kaart brengen van het huidige energieverbruik. Door vervolgens bewust met energie om te gaan, lukt het vaak om het verbruik direct te verlagen. Bouwkundige na-isolatie en/of energieopwekking is de volgende stap. Bouwkundige aanpassingen voor energiebesparing zijn bij monumenten altijd vergunningsplichtig. Onderstaande afbeelding ‘transmissie energieverlies’ laat zien waar met na-isolatie de meeste winst te behalen is. Dit schema kan helpen om prioriteiten te stellen bij de verduurzamingsaanpak. Het vervangen van glas en het na-isoleren van zolders en gevels levert veel energiebesparing op. Na-isoleren van de gevel aan de binnenzijde heeft vaak gevolgen voor binnenafwerkingen. Verhoudingsgewijs gaat via de vloer de minste energie verloren. Vloerisolatie is meestal ondergeschikt, maar draagt wel bij aan meer comfort.

5

Ga zorgvuldig te werk en beschouw verduurzaming van monumenten als een integrale opgave. Het advies is om bij verduurzaming een onafhankelijk bouwfysisch onderzoek te laten uitvoeren. Hiermee is het mogelijk de bouwfysische risico’s van na-isolatie in kaart te brengen. Een warmteberekening geeft inzicht in de huidige situatie en de mogelijke besparingen. Na-isolatie en kierdichting vragen om extra en bewuste ventilatie voor een gezond woonklimaat. Duurzaamheidscans zijn eveneens aan te bevelen omdat hiermee het energieverbruik, de mogelijke maatregelen en de energiewinst in kaart worden gebracht. Een dergelijke scan zorgt voor een integrale afweging, waarbij monumentale waarden en verduurzaming in balans blijven. Een onafhankelijk bouwhistorisch onderzoek kan helpen om de monumentale waarden beter in beeld te brengen. Er is een verschil tussen meer technische maatregelen en bouwkundige werkzaamheden die impact hebben op de monumentale en esthetische waarden van het pand. Bij technische maatregelen gaat het om werkzaamheden die niet per se zichtbaar zijn, zoals spouw-, vloer- of dakisolatie. Bij deze maatregelen geldt dat er vooral geen bouwfysische vervolgschade mag ontstaan. Zo kan bijvoorbeeld na-isolatie van één onderdeel leiden tot bouwfysische schade aan minder goed geïsoleerde onderdelen.

Er zijn ook maatregelen die direct impact hebben op de monumentale waarden van een pand. Denk aan voorzetwanden bij ruimten met monumentale wandafwerkingen, het na-isoleren van vloeren met monumentale afwerking of het aanpassen van historische ramen. Er is dan sprake van maatwerk. Bij dergelijke werkzaamheden geeft de commissie Welstand en Ruimtelijke Kwaliteit + Monumenten (CRK+M) altijd advies. Behoud van de oorspronkelijke onderdelen en materialen staat altijd voorop. Daarna verdient repareren de voorkeur. Als behoud niet mogelijk is, dan kan vernieuwen worden overwogen. De keuze bij elke ingreep hangt af van de monumentale waarde van het onderdeel, de gebruikerswensen en de beschikbare financiële middelen. Voor meer uitleg heeft stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) de restauratieladder ontwikkeld. Deze onderscheidt drie niveaus van restaureren, aflopend in voorkeur.

6

Restauratieladder

dak 30%

1. Conserveren/ onderhoud

kanalen en roosters 10%

2. Repareren gevel 25%

3. Vernieuwen

3a. Kopiëren vensters en deuren 30%

3b. Imiteren 3c. Verbeteren

vloer 5%

Schema transmissie energieverlies

Schema restauratieladder als leidraad, stichting ERM

Circulariteit en duurzaamheid ‘Duurzaam’ staat voor ‘lang behouden, lang goed blijven’. In die brede zin zijn monumenten al van nature duurzaam. In deze context is het belangrijk om stil te staan bij het vervangen van (monumentale) onderdelen, zoals ramen of vloeren, voor isolatiedoeleinden. Is vervanging echt nodig? Het behoud van bestaande materialen en elementen is óók duurzaam.

7

1. Vensterisolatie “Historische vensters dragen in belangrijke mate bij aan de beleving van een monument. Ze zijn bepalend voor de opbouw en verhoudingen van een gevel. Aan de binnenzijde bepalen ze de beleving van de achterliggende ruimte. Bovendien kunnen ze een rol spelen in de historische afwerking van een vertrek. Denk aan omtimmeringen, lambriseringen, vensterbanken, binnenluiken, of zelfs gordijnen of andere stoffen bekleding van het venster.” Afwegingskader van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Bij sterk isolerende beglazing, zoals vacuümglas, kan het glas warmer worden dan in andere delen van de constructie. Vocht condenseert hierdoor niet meer op de ruit, maar op minder zichtbare plekken, zoals de muur, in kozijnen of in balkkoppen. Hierdoor kan schimmelvorming en houtaantasting ontstaan. Om dergelijke risico’s uit te sluiten, is het belangrijk om van tevoren bouwfysisch onderzoek te laten doen. Daarnaast is het vaak aan te raden om bij de combinatie van tochtwering en isolatieglas extra ventilatiemogelijkheden te creëren.

8

1.1

Vervangen van bestaand isolatieglas door nieuw isolatieglas bij ramen zonder historische waarde

Vervangen van bestaand isolatieglas door nieuw isolatieglas bij ramen zonder historische waarde is altijd toegestaan, mits de detaillering en de manier van bevestigen van het glas niet wijzigen. Dit wordt beschouwd als onderhoud. Dat geldt ook voor monumentale ramen waar al vóór de aanwijzing tot monument dubbelglas in heeft gezeten. Twijfelt u of het raam historische waarde heeft? Neem dan eerst contact op met monumenten@hilversum.nl.

1.2

Nieuw dun isolatieglas bij historisch waardevolle ramen

Nieuw dun isolatieglas bij historisch waardevolle ramen is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende richtlijnen: • Er is geen sprake van verwijderen van zeldzame glassoorten zoals kathedraalglas of glas-in-lood. • Het aanzicht vanuit binnen en buiten wijzigt niet. • Het bestaande houten of metalen raam blijft behouden. Alleen het glas wordt vervangen. • Het glas wordt op een historisch passende wijze geplaatst. Stopverf blijft stopverf. Het vervangen van glaslatten door stopverf is alleen toegestaan als dit historisch verantwoord is. • Historische scharnieren en hang- en sluitwerk blijven behouden. • Het is mogelijk om de raamgewichten van schuiframen te verzwaren of te vervangen door een systeem met balansveren, katrollen en touwen. • De afstandhouders (spacers) tussen het isolatieglas zijn uitgevoerd in een donkere kleurstelling en niet glimmend.

1.3

Achterzetramen

Achterzetramen aan de binnenzijde zijn toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • Bijzondere monumentale interieurwaarden blijven onaangetast en er worden geen historische onderdelen gesloopt. • Het is mogelijk om de bestaande vensters te onderhouden.

1.4

Glasfolie

Er bestaat isolerende folie die direct op het glas kan worden geplakt. De isolerende werking is minder goed dan bij isolatieglas. Daarentegen is het aanbrengen van de folie minder ingrijpend. De folie is alleen te gebruiken op geheel vlak glas en daardoor niet geschikt voor figuurglas of getrokken glas. Een kanttekening is dat de folie soms niet kan worden verwijderd zonder dat het glas breekt. Gekleurde of spiegelende folies zijn niet toegestaan.

1.5

Vervangen van ramen

Een venster bestaat meestal uit een kozijn en een (al dan niet) draaiend deel, het raam. Vanwege matige kierdichting of omdat het niet mogelijk is in het bestaande raam standaard isolatieglas te plaatsen, wordt soms voorgesteld om de ramen te vervangen. Als de oorspronkelijke ramen nog in goede staat zijn is er sprake van historisch verlies en is vervanging niet toegestaan.

Vervangen van oorspronkelijke ramen Vervangen van oorspronkelijke ramen door nieuwe ramen met isolatieglas is alleen toegestaan als: • Is aangetoond dat vernieuwen onvermijdelijk is, bijvoorbeeld omdat het onderdeel niet meer herstelbaar is vanwege de slechte staat. • De detaillering, materiaalsoort en afwerking recht doen aan het monument. Belangrijk is dat de ramen niet beduidend dikker worden, glas op traditionele manier wordt vastgezet en de juiste materialen worden toegepast. • Oorspronkelijke roederamen van monumentale waarde mogen niet vervangen worden door ramen met plakroeden/Wiener Sprossen.

9

Vervangen van niet-oorspronkelijke ramen Vervangen van niet-oorspronkelijke ramen door nieuwe ramen met Wiener Sprossen is alleen mogelijk als: • Er geen oorspronkelijke (roede)ramen voor gesloopt worden. • De vervanging leidt tot een grote verbetering van het historische beeld. Bijvoorbeeld als bij een eerdere verbouwing storende ramen zijn geplaatst. • Er ter plaatse van de roeden onderbrekingen (spacers) in het glas zitten. • De nieuwe ramen en de roeden een passende en slanke detaillering krijgen. Dit geldt niet voor rijksmonumenten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed adviseert in principe om geen ramen met Wiener Sprossen te gebruiken.

bestaande situatie met enkel glas binnen

buiten

beglazing met storende glaslat binnen

buiten

A bestaand raam B stopverf C enkel glas

A bestaand raam B glaslat C isolatieglas

beglazing met dun isolatieglas

achterzetraam aan binnenzijde

buiten

B

A

binnen

buiten

D

C B

A bestaand raam B stopverf C isolatieglas

A bestaand raam B stopverf C enkel glas D achterzetraam

A

Ventilatieroosters

Een verdekt ventilatierooster in de wisseldorpel of gevelventilatie met een suskast is mogelijk. Ventilatieroosters in het glasdeel zijn in principe niet toegestaan. Na-isolatie en kierdichting vragen om extra en bewuste ventilatie voor een gezond woonklimaat. Mechanische ventilatie of ventilatieroosters in de gevel behoren vaak tot de mogelijkheden. Hiervoor is altijd maatwerk nodig.

1.7

10

A bestaand raam B stopverf C glaslat D isolatieglas

A

C

• •

C B

A

binnen

• • •

buiten

D

B

A

1.6

binnen

C

C B

beglazing met storende glaslat

Deuren en panelen

Het is niet toegestaan om paneeldeuren met historische waarde te verzwaren met (isolerend) plaatmateriaal. Paneeldeuren zonder historische waarden mogen worden vervangen of verzwaard mits de detaillering, materiaalsoort en afwerking recht doen aan het monument.

1.8

Zonweringen

Het gebruik van zonwering op monumenten is vaak mogelijk. Zonwering helpt warmte buiten te houden en beperkt daarmee de vraag naar koeling. Zonweringen mogen het monumentale karakter niet aantasten. • Er is sprake van maatwerk. Bij sommige monumenten is het toepassen van buitenzonwering niet wenselijk omdat dit het historische karakter te zeer aantast. • Buitenzonwering bij complexen en appartementen wordt gezien als collectieve ontwerpopgave. Daarom is het verplicht de zonwering in type, kleur en maatvoering op elkaar af te stemmen. • Buitenzonweringen worden indien mogelijk op het kozijn gemonteerd. • Buitenzonweringen worden afgestemd op de bouwperiode van het pand. Zo kan bij sommige panden een markies passend zijn en bij een pand uit een latere periode past een uitvalscherm beter. • Buitenzonweringen op dakkapellen is niet toegestaan. • Binnenzonwering is altijd mogelijk en hiervoor is geen vergunning nodig.

11

foto: Redres.

2. Dakisolatie “De vorm, constructie, opbouw en materialisering van een dak zijn bepalend voor het aanzien van een gebouw. Het dak geeft informatie over de bouwtijd, de bouwstijl, de bouwtechniek en de bouwgeschiedenis van het monument. Dit vertegenwoordigt belangrijke monumentale waarde.” Afwegingskader Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

2.1

Na-isolatie van platte daken aan de buitenzijde

Na-isolatie van platte daken aan de buitenzijde is altijd toegestaan als: • Door de toegenomen dakdikte de detaillering van het monument niet te zeer wordt aangetast. Zo moet de dakisolatie langs de dakranden zo dun mogelijk blijven om de randdetails intact te laten • De bestaande, intacte gootomtimmeringen, boeilijsten en eventueel aanwezige historische dakbedekkingen (zoals bijvoorbeeld zink) behouden blijven. • Als de uitstraling van het monument niet te zeer wijzigt en er geen historisch waardevol materiaal verloren gaat. Alleen dan is in sommige gevallen het aanpassen van intacte gootomtimmeringen, boeilijsten en historische dakbedekkingen mogelijk.

12

2.2

Na-isolatie van hellende daken aan de binnenzijde

Na-isolatie van hellende daken aan de binnenzijde is altijd toegestaan als: • De gordingen en spanten in het zicht blijven. • Er bij een dampdichte isolatiemethode een goed aansluitende en ononderbroken dampremmende laag wordt toegepast. • Er geen bijzondere afwerkingen uit het zicht verdwijnen, zoals beschilderd of bespannen dakbeschot.

2.3

Na-isolatie van platte daken aan de binnenzijde

Na-isolatie van platte daken aan de binnenzijde is altijd toegestaan als: • Er geen historische plafonds of afwerkingen, zoals schilderingen of kraaldelen, uit het zicht verdwijnen of worden aangepast. • Er bij een dampdichte isolatiemethode een goed aansluitende en ononderbroken dampremmende laag wordt toegepast.

2.4

Zoldervloer isoleren

Als na-isolatie van daken te kostbaar of lastig blijkt, kan worden overwogen de zolder- of vlieringvloer aan de bovenzijde te isoleren met isolatiedekens of korrels. De onverwarmde zolder of vliering gaat op die manier fungeren als een bufferzone tussen verwarmde kamers en de buitenlucht. Houd hierbij rekening met de volgende punten: • Purschuim is niet omkeerbaar en sluit de balken op. Het gebruik van purschuim is daarom niet toegestaan. • De technische staat van dak, vloer en constructie is goed. • De vloer blijft beloopbaar en op de zolder is voldoende ventilatie.

13

2.5

Na-isolatie van hellende daken aan de buitenzijde

Na-isolatie van hellende daken aan de buitenzijde is altijd toegestaan als: • Door de toegenomen dakdikte de detaillering van het monument niet te zeer wordt aangetast. • De bestaande, intacte gootomtimmeringen, boeilijsten en dakpannen behouden blijven of na uitsorteren worden teruggeplaatst. • Als de uitstraling van het monument niet te zeer wijzigt en er geen historisch waardevol materiaal verloren gaat. Alleen dan is in sommige gevallen het aanpassen van intacte gootomtimmeringen, boeilijsten en historische dakbedekkingen mogelijk.

bestaand ongeïsoleerd hellend dak

geïsoleerd hellend dak met dampopen isolatie

geïsoleerd hellend dak met dampdichte isolatie

A

A

A

E C

C B

buiten

binnen

B

buiten

D A dakbedekking B dakbeschot C gording

geïsoleerd hellend dak met dampdichte isolatie

C binnen

B

buiten

F

A dakbedekking B dakbeschot C gording D dampdichte isolatie E damprem F naden aftapen

D

A dakbedekking B dakbeschot C gording D dampopen isolatie

binnen

bij isolatie aan de buitenzijde wijzigt de hoofdvorm bij een ensemble is dat niet wenselijk

aan buitenzijde geïsoleerd hellend dak

A

A E C B

buiten

C binnen

buiten

A dakbedekking B dakbeschot C gording D dampdichte isolatie E damprem

D

binnen

B D

A dakbedekking B dakbeschot C gording D isolatie

Na-isolatie hellend dak

bestaand ongeïsoleerd plat dak

dakisolatie met wijziging detaillering

dakisolatie zonder wijzigen detaillering

B

A

Na-isolatie plat dak

14

A gevel B boeilijst C daktrim

B

A

C D A gevel B gewijzigde boeilijst C daktrim D isolatie

B

A

bestaande hoogte

D

aangepaste hoogte

C C

A gevel B boeilijst C daktrim D isolatie

foto: Redres.

3. Gevelisolatie “Bij monumenten is zowel het exterieur als het interieur beschermd. Veel monumenten zijn voorzien van een bijzondere afwerking of hebben monumentale details in het exterieur en interieur. Breng daarom in kaart welke afwerking de buiten- en binnengevels hebben en wat de monumentale waarde van deze afwerking is.” “Er is een verschil tussen dampopen isoleren en dampopen capillair actief isoleren. Dampopen isoleren brengt veel risico’s met zich mee, omdat de kans op inwendige condensatie groot is en het isolatiemateriaal niet goed droogt. Dampopen capillaire isolatiematerialen daarentegen kunnen vocht tijdelijk vasthouden en weer afgeven. Dit is Redres. foto: bijvoorbeeld handig als je een gevel hebt die tijdens regenval erg nat wordt, maar door schaduw niet goed droogt. In situaties die minder gevoelig zijn voor vocht kan dampdicht isoleren ook een goede optie zijn. Een bouwkundig adviseur of bouwfysicus kan je helpen bij het maken van de juiste keuze.” Afwegingskader Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

3.1 • •

•

15

Isolatie gevels aan de binnenzijde

Bij dampdicht isoleren aan de binnenzijde met of zonder spouw is het belangrijk de aanvraag bouwfysisch goed te onderbouwen. Condensatie in de constructie kan leiden tot aantasting van historische onderdelen. Dampdopen en/of capillair actief isoleren aan de binnenzijde is vaak aan te raden omdat deze constructie waterdamp kan opnemen en weer afstaan. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voorzetwand aan de warme zijde niet dampdicht mag worden afgewerkt. Bij voorzetwanden mogen waardevolle afwerkingen (plafonds, lambriseringen, vensteromtimmeringen) niet verstoord raken. Na het plaatsen van de voorzetwanden dienen bijzondere afwerkingen, zoals lambriseringen, teruggeplaatst te worden zodat deze behouden blijven.

3.2

Spouwmuurisolatie

Spouwmuurisolatie is vrij definitief en is achteraf moeilijk te verwijderen. Daarom is een onafhankelijk bouwfysisch onderzoek aan te bevelen. Spouwmuurisolatie is mogelijk als wordt aangetoond dat: • De gevel niet waterafstotend is afgewerkt, bijvoorbeeld met geglazuurde stenen, tegels, geïmpregneerd of dampdichte verfsystemen. • Er geen vorstschade of andere ernstige gebreken, zoals slecht voegwerk, afgeschilferde stenen, roestende ankers, in de gevel te zien zijn. Als dat het geval is, moeten deze gebreken eerst worden verholpen. • De spouw breder is dan 4 centimeter en de spouw niet te zeer vervuild is door mortelresten. • Het buitenblad van de gevel niet op diverse plekken verbonden is met het binnenblad, zoals bij een erker. In dat geval kan de isolatie onvoldoende over de gevel verspreiden waardoor een onregelmatige isolatie ontstaat. • De spouwmuurvulling de ventilatie van de kruipruimte niet dichtzet. • Dit geen negatieve gevolgen heeft op eventueel aanwezige fauna in de spouw.

3.3 • •

Isolatie van gevels aan de buitenzijde

In principe is het isoleren van gevels aan de buitenzijde niet toegestaan omdat dit grote gevolgen heeft voor het historisch beeld. In uitzonderlijk gevallen kan dit mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij gepleisterde zijgevels zonder ornamenten en zonder lastige aansluitingen bij bijvoorbeeld de gootomtimmering.

bestaande ongeïsoleerde gevel

B

dampdichte gevelisolatie zonder damprem

dampdichte gevelisolatie met damprem

B

B D

D A

A gevel B balkkop

A

C

A gevel B balkkop C isolatie D condens

A gevel

16

C

E A gevel B balkkop C isolatie D damprem E naden aftapen

foto: Redres.

4. Vloerisolatie “Vloeren zijn samen met wanden en plafonds onlosmakelijk met de rest van het monument verbonden en vormen daarmee een wezenlijk element van het gebouwde erfgoed en de interieurs daarvan.” Afwegingskader Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

4.1

Bodem

Het is altijd mogelijk om de bodem van de kruipruimte te voorzien van bijvoorbeeld bodemkorrels of schelpen. Let wel op voldoende ventilatie. Dit mag zonder vergunning.

4.2

Vloeren begane grond onderzijde

Bij een geventileerde kruipruimte van minimaal 35 cm hoog (van vloer tot onderzijde balken) is isoleren mogelijk door luchtkussens of isolatiedekens aan de onderzijde aan te brengen. Deze werkzaamheden zijn terug te draaien. Purschuim is niet toegestaan.

17

4.3

Vloeren begane grond bovenzijde zonder historische afwerking

Isoleren van een vloer zonder voldoende kruipruimte aan de bovenzijde en zonder historische afwerkingen, zoals terrazzo, parket of tegelwerk, is altijd mogelijk. Let daarbij wel op aansluitingen zoals trappen, deuren en wandafwerkingen, die door de verhoogde vloer kunnen wijzigen.

4.4

Vloeren begane grond bovenzijde met historische afwerking

Isoleren van een vloer met historische afwerkingen, zoals terrazzo, parket of tegelwerk, aan de bovenzijde is niet toegestaan. Afwerkingen, plinten, onderkanten van deuren e.d. dienen behouden te blijven. Als historische afwerkingen terug geplaatst kunnen worden lukt het soms wel om aan de bovenzijde te isoleren.

4.5

Vervanging bestaande vloer

Vervanging van een houten balkenvloer door een geïsoleerde betonen vloer is alleen mogelijk als: • Aantoonbaar is dat vernieuwen onvermijdelijk is, bijvoorbeeld omdat het onderdeel vanwege de slechte staat niet meer kan worden hersteld. • De houten vloer geen bijzondere monumentale waarde heeft. • Er geen monumentale vloerafwerking verloren gaat. • Een nieuwe houten balkenvloer geen optie is.

18

foto: Eliza Vastgoed

5. Zonnepanelen en installaties “Het wel of niet zichtbaar zijn van pv-panelen is niet langer een beslissend criterium, maar wel de mate waarin het beeld van het monument eventueel wordt verstoord. Daardoor kan vaker positief geadviseerd worden over pv-cellen die zichtbaar zijn vanaf zijn vanaf publiek toegankelijk gebied.” Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De vorm van het dak is altijd leidend. En er is sprake van maatwerk. Complexe daken met veel verschillende kleine dakvlakken zijn vaak niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij zonnepanelen in het zicht geldt dat ze in een rustig patroon worden gelegd en dat de panelen dezelfde kleur als de dakbedekking hebben.

5.1

Zonnepanelen en -collectoren op platte daken

Zonnepanelen en -collectoren op platte daken zijn altijd toegestaan als: • Ze in een hoek van maximaal 15 graden worden geplaatst en de afstand van de panelen tot de dakranden ten minste 50 centimeter bedraagt. • De panelen een matte uitvoering hebben zonder glimmende kaders of bevestigingen.

19

5.2

Zonnepanelen en -collectoren op hellende daken, niet zichtbaar

Zonnepanelen en -collectoren op hellende daken, niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, zijn altijd toegestaan als: • Er sprake is van een zorgvuldig legpatroon. • De panelen een matte uitvoering hebben zonder glimmende kaders of bevestigingen. • De zonnepanelen óp het dak en niet ín het dak zijn geplaatst.

5.3

Zonnepanelen en -collectoren op hellende daken, zichtbaar

Zonnepanelen en -collectoren op hellende daken, zichtbaar vanaf de openbare ruimte, zijn toegestaan als: • Er geen sprake is van een ernstige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het monument. • Er sprake is van een rechthoekig patroon van alleen liggende of alleen staande panelen. Het legpatroon mag niet botsen met de dakvorm en de aanwezige dakramen, schoorstenen en dakkapellen. • De afstand van de panelen tot de nok, de goot en de gevels tenminste 50 centimeter bedraagt. • De panelen zijn uitgevoerd in dezelfde kleur als de dakbedekking. • De panelen een matte uitvoering hebben zonder glimmende kaders of bevestigingen. • De zonnepanelen óp het dak en niet ín het dak zijn geplaatst.

5.4

Dakpannen met geïntegreerde zonnecellen

Dakpannen met geïntegreerde zonnecellen, wel of niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, zijn toegestaan als: • Er geen sprake is van een ernstige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het monument. • De bestaande dakdekking historisch gezien geen waarde heeft en technisch in zo’n slechte staat verkeert dat vervanging noodzakelijk is. • Het nieuwe type dakpan aansluit bij het karakter van het monument.

5.5

Zonnepanelen en -collectoren op platte daken van bijgebouwen zonder monumentale waarde

Zonnepanelen en -collectoren op platte daken van bijgebouwen zonder monumentale waarde, niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, zijn altijd toegestaan. Geen vergunning nodig vanuit activiteit monumenten. Kijk voor meer informatie over zonnepanelen op de website van de gemeente Hilversum.

5.6

Zonnepanelen tegen gevels

Zonnepanelen tegen gevels zijn bij monumenten niet toegestaan.

5.7

Installaties onderhoud

Vernieuwen van bestaande installaties, zoals het vervangen van de cv-ketel, geldt als vergunningsvrij onderhoud en is mogelijk als: • Leidingwerk en luchtkanalen niet zichtbaar zijn. • Het leidingwerk de monumentale afwerkingen niet aantast. • Er geen historische installaties worden verwijderd, zoals oorspronkelijke radiatoren en historische ventilatieschachten.

5.8

Installaties met monumentale waarden

Maatwerk is nodig wanneer historische installaties, zoals oorspronkelijke radiatoren en ventilatieschachten, bij vernieuwing worden verwijderd.

20

panelen onder een hoek

panelen vlak geplaatst

voorzijde

voorzijde

panelen te prominent zichtbaar

conflicterende kleur

voorzijde

voorzijde

onregelmatig legpatroon

patroon regelmatig genoeg

achterzijde

achterzijde

5.9

regelmatig patroon niet nodig

voorzijde aangepast op kleur dak

voorzijde patroon regelmatig

achterzijde

Vloerverwarming

De vloer voorzien van vloerverwarming is mogelijk als: • Er geen monumentale vloerafwerking uit het zicht raakt of verloren gaat, zoals terrazzo, parket of tegelwerk. Soms lukt het om afwerkingen achteraf terug te plaatsen. • Door de toegenomen vloerdikte de detaillering van monumentale deuren, plinten en dorpels niet te zeer wordt aangetast. • De vloer aan de onderzijde geïsoleerd kan worden.

21

5.10 Warmtepompen en airco’s De volgende locaties voor een warmtepomp/airco zijn mogelijk, waarbij de eerstgenoemde locaties het meest wenselijk zijn. Deze meest wenselijke opties moeten eerst worden onderzocht. • In de achtertuin uit het zicht. • In of op een bijgebouw aan de achterzijde. • Op het dak van een aanbouw aan de achterzijde. • Aan de achtergevel ter hoogte van de begane grond. • Op een plat dak uit het zicht. • In een dakgoot die niet zichtbaar is en waar onderhoud mogelijk blijft. Verder gelden de volgende regels: • Warmtepompen/airco’s aan de gevel van een monument hangen of voor een gevelopening plaatsen is niet toegestaan. Ook het plaatsen van warmtepompen/airco’s op een dakkapel of op een hellend dak is niet toegestaan. • Warmtepompen/airco’s die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte mogen het monumentale beeld niet verstoren en moeten worden uitgevoerd in een donkere en doffe omkasting. • Leidingwerk behorende bij de warmtepomp/airco moet worden weggewerkt of binnendoor versleept, zonder het interieur aan te tasten. • Binnenunits en buffervaten behorende bij warmtepompen/airco’s moeten zorgvuldig worden ingepast in het interieur van het monument.

22

Bijlage 1: Wat heef u nodig voor de aanvraag Omgevingsvergunning Een aanvraag kunt u indienen onder: https://omgevingswet.overheid.nl/home

Wat heef u nodig voor de aanvraag Omgevingsvergunning? Voor een aanvraag heeft u vaak tekeningen, foto’s en productinformatie nodig. Om het verduurzamen eenvoudiger te maken zijn de indieningsvereisten zo beperkt mogelijk gehouden. Wilt u weten of de in te dienen stukken voldoende zijn, dan kunt u contact opnemen via monumenten@hilversum.nl. U kunt hier ook zien welke werkzaamheden van een “ Algemeen Positief Advies” (APA) voorzien zijn. Hierdoor is het mogelijk de vergunning sneller te verlenen. De nummering verwijst naar de beleidsregels bovenaan. Werkzaamheden

APA

1

Vensterisolatie

1.1 1.2

Bestaand dubbelglas vervangen (onderhoud) Dun isolatieglas

x

1.3

Achterzetramen

x

1.4

Glasfolie

x

1.5

Vervangen ramen

1.6

Ventilatieroosters

1.7

Deuren en panelen

1.8

Zonweringen

2

Dakisolatie

2.1

Na-isolatie platte daken buitenzijde

2.2

Na-isolatie hellende daken x binnenzijde Na-isolatie platte daken x binnenzijde Zoldervloer isoleren x

2.3 2.4 2.5

23

Na-isolatie hellende daken buitenzijde

Indieningsvereisten

omschrijving type glas en manier van bevestigen, fotodocumentatie omschrijving type achterzetraam en manier van bevestigen, fotodocumentatie omschrijving glasfolie, fotodocumentatie tekenwerk gevels 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie tekenwerk gevels 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie tekenwerk gevels 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie tekenwerk gevels 1:100, principedetails 1:5, omschrijving type zonwering, fotodocumentatie

x

tekenwerk plattegrond en doorsnede 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details tekenwerk gevels en doorsnede 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie

Werkzaamheden

APA

Indieningsvereisten

tekenwerk plattegronden en doorsneden 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie Toelichting ingreep, fotodocumentatie, quickscan flora en fauna, indien nodig bouwfysisch onderzoek tekenwerk plattegronden, aanzichten en doorsneden 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, foto's

3

Gevelisolatie

3.1

Gevelisolatie binnenzijde

x

3.2

Spouwisolatie

x

3.3

Gevelisolatie buitenzijde

4

Vloerisolatie

4.1

Bodemisolatie kruipruimte

4.2

Na-isolatie begane x grondvloer onderzijde x Na-isolatie vloer bovenzijde zonder monumentale afwerking Na-isolatie vloer bovenzijde met monumentale afwerking Vervangen bestaande vloer

4.3

4.4

4.5

5 5.1 5.2

5.3

5.4 5.5

5.6 5.7

24

Zonnepanelen en installaties Zonnepanelen -en x collectoren platte daken Zonnepanelen -en x collectoren hellende daken -niet zichtbaar Zonnepanelen -en collectoren hellende daken -zichtbaar Dakpannen met geïntegreerde zonnecellen Zonnepanelen -en collectoren niet monumentale bijgebouwen achtererf Zonnepanelen tegen gevels Vernieuwen bestaande installaties zonder gevolgen voor monument

toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details tekenwerk plattegronden en doorsneden 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie tekenwerk plattegronden en doorsneden 1:100, principedetails 1:5, toelichting ingreep, fotodocumentatie

tekenwerk dakaanzicht 1:100, toelichting ingreep, fotodocumentatie tekenwerk dakaanzicht 1:100, toelichting ingreep, fotodocumentatie tekenwerk dakaanzicht 1:100, toelichting ingreep, fotodocumentatie toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details

Werkzaamheden 5.8

APA

5.9

Wijzigen installaties met gevolgen voor monumentale waarden Vloerverwarming

x

5.10

Warmtepompen en airco's

x

25

Indieningsvereisten toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details toelichting ingreep, fotodocumentatie, indien nodig details toelichting ingreep, positie en afmeting, fotodocumentatie, indien nodig details

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Balkkop Het gedeelte van een vloerbalk of dakbalk dat in de muur steekt of op een andere balk rust.

Boeilijsten Een boeiboord, boeilijst of boeideel is een afwerking van een dakgoot of een dakrandafwerking van een plat dak.

Bouwfysisch Bouwfysica is de wetenschap die zich bezighoudt met het binnenklimaat van gebouwen met als doel goede bouwkundige oplossingen. Met bouwfysisch onderzoek worden de temperatuur-, vocht-, geluid- en ventilatiehuishouding van een gebouw onderzocht.

Daktrim Een dakrandprofiel.

Dampdicht isoleren Een manier van isoleren waarbij vocht niet in de isolatie of constructie kan trekken.

Dampopen capillair actief isoleren Methode van isoleren waarbij het isolatiemateriaal vocht kan reguleren waardoor de kans vochtproblemen minder groot is.

Dampremmende laag Dunne (folie)laag die voorkomt dat vocht in het isolatiemateriaal of het gebouw trekt.

Gording Een houten balk of ligger die is aangebracht in de lengterichting van de kap of het dak. De twee korte zijden zijn evenwijdig aan het te dragen dakvlak.

Kraaldelen Houten panelen die als afwerking van een gebouw dienen.

Na-isolatie Het achteraf isoleren van een gebouw.

Roederaam Een raam met horizontale of verticale latten of profielen van hout of metaal waarin glas is gevat. Roeden maken een bepaalde onderverdeling van vensterglas mogelijk.

Spant Een balkenstelsel dat de dakconstructie draagt.

Suskast Een ventilatierooster met een verhoogde geluidswering.

26

Wiener Sprossen Isolerend dubbel glas, waarbij in de ruimte tussen de twee glasbladen – de spouw – metalen afstandhouders zijn aangebracht. Deze hebben aan de buiten- en binnenzijde (meestal houten) roeden. Deze worden op het glas geplakt met speciaal dubbelzijdig plakband dat net zo breed is als de Wiener Sprossen en daarna afgekit. Daarmee wordt het uiterlijk van meerdere isolatieruiten in één kozijn bereikt.

Wisseldorpel Het punt het boven- en onderraam bij elkaar komen. De wisseldorpel van een schuifvenster is de onderdorpel van het bovenraam en de bovendorpel van het onderraam.

27

Verduurzaming van monumenten Afwegingskader voor vergunningverlening Versie september 2023

Verduurzaming van monumenten Afwegingskader voor vergunningverlening Versie september 2023

5

Vensterisolatie

Inhoudsopgave

Inleiding

6

Vensterisolatie Introductie Keuzes en afwegingen Verbeteren Typen beglazing Behouden Vernieuwen

12 14 16 21 22 26

Dakisolatie Introductie 30 Keuzes en afwegingen 32 Buitenzijde isoleren 34 Binnenzijde isoleren 38 Zoldervloer isoleren 42 Colofon Opdrachtgever: Tekst: Coördinatie: Ontwerp: Fotografie:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Frank Buchner, Ilse Koreman, Hilde van Meeteren, Daan Wolthuis, Hans de Witte Jaap Lageman Joyce Walrave, Romotion Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders aangegeven

Afstemmings- en begeleidingsgroep Ilse Rijneveld (Federatie Grote Monumentengemeenten) Fenna van Hout (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) Merian Koekkoek (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) Christian Braak (Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) Felix Kusters (Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) Myrthe Doelman (Ministerie van BZK) Stef Koning (Ministerie van BZK) Thomas van den Berg (Ministerie van OCW) Els Romeijn (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) Jeroen Westerman (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | Amersfoort, september 2023 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl

Gevelisolatie Introductie Keuzes en afwegingen Binnenzijde isoleren Spouwmuur isoleren Buitenzijde isoleren

44 46 48 52 54

Vloerisolatie Introductie Keuzes en afwegingen Onderzijde isoleren Vloer vervangen Bovenzijde isoleren

56 58 60 64 66

6

7

Onder de partijen is draagvlak voor een afwegingskader dat bijdraagt aan een meer uniforme afweging van duurzaamheidsingrepen in monumenten. Belangrijk daarbij is dat dit geen afbreuk doet aan de beleidsvrijheid van gemeenten, er voldoende aandacht is voor kwaliteit en het bij bijzondere gevallen ruimte laat voor het benodigde maatwerk. Het afwegingskader kent een dynamisch karakter: het wordt ieder half jaar geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. De RCE beschouwt reacties uit het veld als belangrijke input. In de eerstvolgende actualisatieslag wordt in ieder geval het thema Installaties toegevoegd. Ook zal gekeken worden naar de mogelijke consequenties van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 zal ingaan.

Inleiding Klimaatdoelstellingen plaatsen ons land voor een grote opgave. Ook monumenten zullen moeten verduurzamen. Dit is niet alleen nodig vanwege het klimaat. Voor het behoud van monumenten is het evenzeer van belang dat zij in de toekomst goed gebruikt kunnen worden. Daarvoor moeten energiekosten beheersbaar blijven. Alleen zo kunnen we onze monumenten in stand houden en doorgeven aan toekomstige generaties. Om de klimaatdoelstelling bij monumenten te realiseren heeft de erfgoedsector de Routekaart Verduurzaming Monumenten opgesteld. Om de ambities uit de Routekaart waar te maken zijn fysieke ingrepen aan monumenten noodzakelijk, zoals isolatiemaatregelen, duurzame installaties en/of de plaatsing van zonnepanelen. Het is in sommige gevallen onvermijdelijk dat dit gevolgen zal hebben voor de monumentale waarden van de panden. De kunst is om een goede balans te vinden tussen energie- en kostenefficiëntie enerzijds en behoud van monumentale waarden anderzijds. Voorliggend afwegingskader beoogt hieraan bij te dragen. Aanleiding en doel van het afwegingskader Alhoewel de erfgoedsector, verenigd in de Routekaart,

zich sterk maakt voor verduurzaming van monumenten, is het uiteindelijk aan eigenaren om de verduurzaming van hun gebouwen ter hand te nemen. Dit is voor hen vaak geen eenvoudige opgave: verduurzaming van monumenten vereist specialistische kennis. Er moet rekening worden gehouden met het zoveel mogelijk behouden van monumentale waarden die bovendien kunnen verschillen per pand. Aanleiding voor het opstellen van dit afwegingskader is een verzoek van de Tweede Kamer om te onderzoeken hoe obstakels bij het isoleren van monumenten kunnen worden weggenomen. Als reactie op dit verzoek heeft de Minister van VROM de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gevraagd te adviseren over de vraag, of en zo ja, hoe een landelijke richtlijn ondersteunend kan zijn voor de uitvoeringspraktijk van het verduurzamen van monumenten. Omdat gemeenten de vergunning verlenen, waarmee de verduurzaming van een monument mogelijk wordt, heeft de RCE de Federatie Grote Monumentengemeenten (FGM) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) betrokken bij de totstandkoming van dit afwegingskader. Ook de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) is gevraagd om mee te kijken.

Voor wie is het afwegingskader bedoeld? Dit afwegingskader is bedoeld voor gemeenten in hun rol als vergunningverlener in het proces van de verduurzaming van monumenten. In het verlengde daarvan is het afwegingskader ook van belang voor ruimtelijke kwaliteits- en monumentencommissies, omdat die binnen het proces van de vergunningverlening opereren binnen de kaders die de betreffende gemeente hen stelt.

Belangrijk voor eigenaren! Dit afwegingskader is primair bedoeld voor gemeenten. Monumenteigenaren die hun monument willen verduurzamen en andere betrokkenen in de monumentensector zullen het ongetwijfeld ook raadplegen. In dat kader wordt er uitdrukkelijk op gewezen dat voor het verduurzamen van een monument in vrijwel alle gevallen een vergunning nodig is. Neem hiervoor zo tijdig mogelijk contact op met uw eigen gemeente. Aan de inhoud van dit afwegingskader kunnen onder geen beding rechten ontleend worden met betrekking tot de vergunbaarheid van duurzaamheidsingrepen.

Maatwerk en vakmanschap Monumenten verdienen vakmanschap. Nederland kent bijna 150.000 beschermde rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Alles bij elkaar gaat het om een heel divers bestand van allerlei verschillende soorten monumenten: uitgebreide fabriekscomplexen en imposante kerken, historische boerderijen en buitenplaatsen, maar ook bescheiden arbeidershuisjes en kleine hofjeswoningen. En van eeuwenoude panden tot jonge bouwkunst van na de Tweede Wereldoorlog. Monumenten met waardevolle historische interieurs en details waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en panden die vaak veranderd zijn en in dat opzicht soms minder kwetsbaar zijn. Monumenten die puntgaaf en authentiek zijn en panden die in minder goede bouwkundige staat zijn. Kortom, monumenten zijn heel verschillend en monumentale waarden verschillen per pand. De unieke waarden van een monument bepalen de ruimte die er is om het betreffende monument te verduurzamen. Wat in het ene pand goed mogelijk is, kan in een ander pand niet, of op een andere manier. In de praktijk blijkt dat er veel mogelijk is. En ondanks de verschillen tussen al die monumenten, zijn er veel overeenkomsten in de vragen bij verduurzaming en de mogelijke oplossingen. Het is daarbij van belang om de juiste balans te vinden tussen behoud van monumentale waarden en verduurzaming.

Wees als eigenaar, architect, gemeente, monumentencommissie en uitvoerders creatief, innovatief, flexibel en zoek naar kansen.

8

9

Wanneer is dit afwegingskader bruikbaar? Dit afwegingskader richt zich primair op veelvoorkomende en relatief eenvoudige ingrepen. Denk aan het isoleren van woonhuizen, of van al eerder als woningen herbestemde monumenten, zoals een voormalige fabriek. Bij dergelijke vergunningaanvragen zal de gemeente meestal een reguliere procedure doorlopen met een advies van de eigen monumentencommissie. Zoals hiervoor reeds aangegeven zijn alle monumenten uniek en is er niet zelden maatwerk nodig om te kunnen verduurzamen. Dit geldt zeker voor complexere projecten, nieuwe herbestemmingen of plannen voor uitzonderlijke monumenten. In deze gevallen zal de gemeente vaak ook de RCE om advies vragen. In die complexere gevallen biedt het afwegingskader misschien niet direct een verduurzamingsmogelijkheid, maar kan het wel helpen om de juiste vragen te stellen. Het afwegingskader is uitdrukkelijk niet bedoeld als een dwingend toetsingskader of als een stel voorgeschreven oplossingen. Het afwegingskader heeft als doel de eenduidigheid, helderheid, navolgbaarheid en transparantie bij de afweging en beoordeling van duurzaamheidsingrepen in monumenten te verbeteren. Het afwegingskader zet de lijnen uit, maar als de specifieke situatie daar aanleiding toe geeft, is er altijd de mogelijkheid om hier gemotiveerd van af te wijken.

Implementeren van het afwegingskader Het afwegingskader heeft geen rechtstreekse werking. Het zal daarvoor eerst tot gemeentelijk beleid gemaakt moeten worden. Gemeenten zijn vrij of en op welke manier ze gebruikmaken van het afwegingskader. Het is belangrijk om als gemeente met de gemeentelijke monumentencommissie te spreken over de criteria die worden toegepast bij verduurzaming. Dit afwegingskader biedt daarvoor een mooie kans. De gemeente kan het integraal of naar eigen behoefte aangepast vaststellen. Daarbij zijn er drie mogelijkheden:

1. Als vast te stellen beleid: uit onderzoek blijkt dat ruim 200 gemeenten geen vastgelegd beleid hebben op het gebied van het verduurzamen van monumenten. Deze gemeenten zouden het afwegingskader integraal kunnen overnemen en vaststellen. Of: 2. Ter inspiratie: het afwegingskader kan als inspiratiebron worden gebruikt om te komen tot een eigen kader of handreiking voor de beoordeling van vergunningaanvragen. Of: 3. Als toets van het eigen beleid: er zijn gemeenten die al (uitgebreide) kaders of handreikingen hebben voor de beoordeling van duurzaamheidsingrepen bij monumenten. Deze gemeenten kunnen het afwegingskader gebruiken om het eigen beleid nog eens tegen het licht te houden en te beoordelen of er aanleiding is om dit bij te stellen. Gebruik van het afwegingskader in het vergunningproces Monumenteneigenaren zijn beter in staat een goed verduurzamingsplan te (laten) maken als zij van tevoren weten hoe dit plan beoordeeld wordt en welke eisen de gemeente eraan stelt. Als de eigenaar en zijn architect of adviseur weten wat zij kunnen verwachten, komen ze met betere plannen en die helpen bij een kortere doorlooptijd van het vergunningtraject. Dit afwegingskader biedt hiervoor een basis. Het afwegingskader richt zich met name op twee momenten in het vergunningproces: 1.

De gemeente (en de commissie) kan het afwegingskader gebruiken om plannen te beoordelen en af te wegen in het kader van een vergunningaanvraag. Het afwegingskader werkt dan als een toetsingskader. Het duidt op welke punten er gelet moet worden bij de beoordeling van een vergunningaanvraag. De voorwaarden uit het afwegingskader kunnen desgewenst gebruikt worden om voorwaarden aan de vergunning te verbinden. 2. Het afwegingskader kan gebruikt worden bij vooroverleg tussen initiatiefnemer en gemeente. Overleg tussen initiatiefnemer en gemeente, voordat er een concreet plan aangevraagd wordt, leidt in de regel tot betere plannen en geeft meer ruimte voor maatwerk. In deze situatie werkt het afwegingskader als startpunt voor het vinden van de beste oplossing voor het betreffende monument.

Behoud gaat voor vernieuwen De monumentale waarde van het pand en zijn onderdelen bepalen hoeveel ruimte er is om in te grijpen. Het is daarom van belang om die waarden goed in beeld te brengen. De omvang van de beoogde ingreep bepaalt hoe uitgebreid het onderzoek moet zijn. Voor het isoleren van enkele vensters zal een compleet bouwhistorisch onderzoek wat ver gaan. Maar bij een integraal isolatie- of verduurzamingsplan voor een kwetsbaar monument kan zo’n onderzoek de eigenaar voor heel veel verrassingen en onaangenaamheden in het proces behoeden. Het onderzoek naar de monumentale waarden van het gebouw vormt immers de basis bij het maken van keuzes voor ingrepen. In de zoektocht naar ruimte om te verduurzamen is de systematiek van de Restauratieladder in dit afwegingskader als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat een zeker verlies van monumentale waarden (met name historisch materiaal) in een aantal gevallen als acceptabel beoordeeld wordt om monumenten te kunnen verduurzamen. De afweging tussen de monumentale waarden enerzijds en energiebesparing en kostenefficiëntie anderzijds is het in wisselwerking zoeken naar een balans. Daarbij moeten alle beoogde ingrepen in samenhang met elkaar beoordeeld worden.

Soms zal het noodzakelijk zijn om op een bepaald onderdeel wat meer verlies van monumentale waarden te accepteren, om monumentale waarden op een andere plek juist te kunnen ontzien. Het is daarbij goed om te realiseren dat gebruik - en daarmee verduurzaming - van het monument essentieel is voor de toekomstige instandhouding ervan. In het kader van een vergunningaanvraag bij monumenten is het zeer gebruikelijk dat gemeenten naast tekeningen en een heldere werkomschrijving ook documentatie vragen, bijvoorbeeld in de vorm van een fotodocumentatie. Hiervoor kwam ook bouwhistorische informatie al ter sprake. Vooral als er sprake is van sloopwerkzaamheden is het belangrijk om vast te leggen wat er verwijderd of aan het zicht onttrokken wordt. Ook kunnen er juist zaken tevoorschijn komen. De gemeente kan daartoe ook voorwaarden opnemen in de vergunning. Het is sowieso raadzaam om werk aan een monument goed te documenteren. Kennis van wat er in het verleden met een monument is gebeurd en welke materialen zijn gebruikt, kan in de toekomst zeer waardevol zijn bij de instandhouding en verduurzaming. Het kan kosten besparen en kwaliteit verhogen.

10

11

Ieder thema heeft een vergelijkbare opbouw: Leeswijzer Het afwegingskader kent een thematische opbouw en stelt het monument centraal. Het afwegingskader heeft in deze eerste versie de volgende thema’s: • Vensterisolatie • Gevelisolatie • Dakisolatie • Vloerisolatie Over de toepassing van zonnepanelen op monumenten is reeds een afwegingsdocument beschikbaar in de vorm van de advieslijn van de RCE. In de volgende versie zal dit thema, evenals het thema Installaties, aan dit afwegingskader toegevoegd worden.

1. Bouwhistorische en technische inleiding In de inleiding van ieder thema wordt ingegaan op de bouwhistorische en technische aspecten van het betreffende thema. 2. Afwegingsschema Na de inleiding volgt een afwegingschema zoals op de afbeelding linksonder. De schema’s zijn nadrukkelijk niet bedoeld als een stroomschema met ‘zwart/wit’ keuzes, maar als stappen in de afwegingen die gemaakt worden door de inhoudelijk professional. Het schema leidt uiteindelijk tot de keuze voor een bepaalde categorie met oplossingsrichtingen. Voor bijvoorbeeld het thema Vensters zijn dat de categorieën Behouden, Verbeteren en Vernieuwen.

4. Voorwaarden per oplossing Vervolgens is voor iedere mogelijke oplossing aangegeven welke voorwaarden daarbij horen. De Uitvoeringsrichtlijnen van Stichting ERM gaan hier met technische details nog dieper op in. In het voorbeeld ‘dun dubbelglas’ binnen de categorie Verbeteren van het thema Vensters is bijvoorbeeld aangegeven hoe ver het raam uitgefreesd kan worden om het dikkere isolatieglas te kunnen plaatsen en wordt er aandacht gevraagd voor spiegeling en kleur van het glas. Deze voorwaarden kunnen desgewenst als basis gebruikt worden voor voorwaarden aan een te verlenen vergunning.

3. Mogelijke oplossingen per categorie Binnen iedere categorie zijn er verschillende oplossingen mogelijk. In het voorbeeld Vensters zijn er binnen de categorie Verbeteren bijvoorbeeld de oplossingen vacuümglas, dun dubbelglas en gelamineerd isolatieglas.

Verwijzingen en links Het afwegingskader staat niet op zichzelf. Op verschillende plekken zijn er koppelingen gemaakt naar de Kennisbank van de RCE, waarin bepaalde onderwerpen verder uitgewerkt en/of geïllustreerd zijn met onder andere animatievideo’s en infographics, de website van Stichting ERM en andere bronnen. Daarnaast zijn afbeeldingen in het afwegingskader soms klikbaar gemaakt om een grotere versie of de bron van de afbeelding te openen.

12

13

< Door floatglas of blank getrokken glas te vervangen door isolerende beglazing waarbij de ruit aan de buitenzijde is uitgevoerd met een onregelmatige spiegeling kan de beeldwaarde van het historisch glas grotendeels behouden blijven.

Het afwegingskader geeft inzicht in de wijze waarop de afweging tussen wensen van de gebruiker en de monumentale waarden van een monument gemaakt kan worden. Glas behouden of vervangen Het glas in vensters van monumenten is vaak medebepalend voor het historische karakter van het pand. Om te kunnen bepalen of het uit het oogpunt van cultuurhistorie aanvaardbaar is om het bestaande glas te vervangen door isolatieglas moet eerst vastgesteld zijn wat voor soort glas in het venster zit en wat de monumentale waarde van dat glas is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=cc6993af-1474-4119-bb73-27696c45d3a1