CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

37. Collegebrief inzake WiMRA 2023 beschikbaar

GEMEENTERAAD 25 september 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ter kennisnname38.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

meest genoemd totaal

koop groter wonen

2021

53

woon dichtbij familie/vrienden

wil energiezuinige / duurzame woning 17

2019

59

10

20

30

40

50

60

70

bron: WiMRA 2023

76

Van de verhuisgeneigden is 17% een 65-plushuishouden Figuur 7.5 vergelijkt de samenstelling van de groep verhuisden met de samenstelling van alle huishoudens in de MRA. Als we de totale groep verhuisgeneigden (zeker+ misschien) vergelijken met de huishoudenssamenstelling in de MRA, dan lopen die op het eerste oog niet heel sterk uiteen. Onder de totale groep verhuisgeneigden zijn verhoudingsgewijs vooral meer alleenstaanden jonger dan 65 jaar in vergelijking met alle huishoudens in de MRA (33% versus 27%). Onder de groep die zeker wil verhuizen, zijn zij nog sterker oververtegenwoordigd (38% versus 27%). Verder valt op dat 65-plussers, zowel alleenstaanden als stellen, wat ondervertegenwoordigd zijn onder de totale groep verhuisgeneigden (17% versus 24%). Ze zijn met name ondervertegenwoordigd onder de verhuisgeneigden die zeker willen verhuizen (13% versus 24%). Onder groep verhuisgeneigden die misschien willen verhuizen is hun ondervertegenwoordiging beperkt (20% versus 24%). Voor gezinnen geldt dat zij onder de verhuisgeneigden zo goed als even vaak vertegenwoordigd zijn als in de totale huishoudenssamenstelling van de MRA (32% versus 33%).

Jonge alleenwonenden meest verhuisgeneigd De huishoudens die het vaakst aangeven dat zij zeker of misschien willen verhuizen binnen twee jaar zijn alleenwonenden jonger dan 65 jaar (70%) en stellen jonger dan 65 jaar (62%), gevolgd door eenoudergezinnen (61%). Van de stellen met kinderen is 51% verhuisgeneigd. Stellen en alleenwonenden boven de 65 jaar hebben het minst vaak verhuisplannen (41% en 43%). Zie ook de factsheet Wonen in de MRA. MRA-bewoners die hebben aangegeven te willen verhuizen, is gevraagd hoe hun huishouden er na de verhuizing uit zal zien. Meestal blijft de samenstelling ongewijzigd. Van de alleenwonenden gaat 81% na de verhuizing ook alleen wonen en 13% vormt na de verhuizing een stel zonder kinderen. Van de stellen zonder kinderen wijzigt bij het overgrote deel (92%) de samenstelling van het huishouden niet. Eenoudergezinnen wisselen wat vaker van samenstelling na de verhuizing, het grootste deel blijft een eenoudergezin (72%) of gaat alleen wonen (16%).Van de stellen met kinderen vormt de meerderheid na de verhuizing eenzelfde huishoudenstype (83%) en bij 13% zullen de kinderen niet meegaan.

Figuur 7.6 Figuur 7.5

Huishoudenstype na de verhuizing, naar huidig huishoudenstype, MRA, 2023 (%)

Huishoudenstype na de verhuizing, naar huidig huishoudenstype, MRA, 2023 (%)

alleenwonend zeker

38

misschien

29

zeker + misschien

15 20

stellen <65 jaar

40 gezinnen

7

32 17

27 0

31

17

33

samenstelling huishoudens MRA

alleenstaanden <65 jaar

17

11

32

9

33

13

60

80

alleenstaanden >65 jaar

6 2 9

1

8

1

11

2 %

stel zonder kinderen 2

13 92

eenoudergezin

16

stel met kinderen 1

13

overig

100

stellen >65 jaar

81

4 1

16

11

2 4

13 2 5

72

7 2

83

2 68 %

0 alleenwonend

overig

bron: WiMRA 2023

20 stel zonder kinderen

40 60 80 eenoudergezin stel met kinderen

100 overig

bron: WiMRA 2023

77

7.2 Benodigde hypotheek

Vraag naar koop het grootst, tegelijkertijd stijging van vraag naar sociale huur Onder zelfstandige huishoudens die willen verhuizen (zeker/misschien) is de voorkeur voor kopen groter dan voor huren, ongeacht de gewenste woonlocatie. Deze voorkeur is echter afgenomen ten opzichte van 2021. Dit geldt zowel onder huishoudens die binnen de MRA willen verhuizen als daarbuiten. Huishoudens zoeken minder vaak een koopwoning in het goedkoopste segment, mogelijk vanuit de gedachte dat het aanbod zeer beperkt is. Ook in het segment erboven (€296.000-€438.000) neemt de vraag af, terwijl de vraag naar het duurste koopsegment blijft stijgen. Tegelijkertijd is er een toename van de vraag naar sociale huurwoningen, ongeacht de gewenste woonlocatie. Van de zelfstandige huishoudens die binnen de MRA willen doorstromen, is een derde op zoek naar een sociale huurwoning en onder de groep die de MRA wil verlaten, gaat het om 21%. De vraag naar middeldure huur slinkt, zowel onder de huishoudens met een verhuiswens binnen de MRA als daarbuiten (6% en 4%). De vraag naar dure huur blijft beperkt, maar is licht toegenomen onder de verhuisgeneigden binnen de MRA (4%). In WiMRA 2021 is onderzocht hoe realistisch woonwensen zijn. Zie: Kader A: Hoe realistisch zijn woonwensen? (WiMRA 2021) � Figuur 7.7

� Gewenst woonsegment per gewenste woonlocatie, doorstromers MRA, 2019-2023 (%) Figuur 7.7B totaal 2019

30

2021

26

2023

30

7

binnen de Metropoolregio Amsterdam 2019

32

2021

30

2023 buiten de MRA 2019

18

2021

15

€808-€1123

21

€1123 en meer

6

9

2 3

22

20

22

5

29

19

33 29

28

7

40

77 80

9 9

€296.000 - €438.000 2021 23 13 2023 23 13

76 76

€438.000 en meer 2021 4 7 14 2023 4 6 13 totaal 2021 34 12 2023 34 12

koopdoorstromer 24 26

17 20 21 15

34 31

5 8

7 5

25 31

25 28

25 22 3 22 17 2

74 74

2 3

20 24

27 29

32 28

20 1 18 1

75 76

6 5 %

22 26

25 28

29 26

22 2 18 2 %

60

80 100

40

60

24 37

26

koop: €296.000

tot €296.000 2021 32 9 2023 417

30 34

15

21 13

4 2

20

4

Benodigde hypotheek als aandeel van de gewenste aankoopprijs, per gewenst segment naar koopstarters en koopdoorstromers, 2023 (%) koopstarter (huurder)

20

23 21

9

Figuur 7.8

�

23

10

6 6 2

16

4

7

5 3

0

2

3 5

34

2023

huur: tot €808

8

Acht van de tien koopstarters hebben bijna volledige hypotheek nodig Van alle zelfstandige huishoudens die naar een koopwoning willen verhuizen, heeft 64% voor minstens de helft van het beoogde aankoopbedrag hypothecaire dekking nodig. In 2021 ging het om 68%. De verschillen tussen de huishoudens die nu huren (koopstarters) en de huishoudens die al in een koopwoning wonen (koopdoorstromers), zijn echter aanzienlijk. Acht van de tien huurders moeten vrijwel het volledige bedrag met een hypotheek financieren. Voor de huurders die in het segment tot €296.000 zoeken, geldt dat voor een nog grotere groep (86%) en die groep is ook groter geworden in vergelijking met 2021 (84%). Van de kopers hebben twee va n de tien huishoudens voor bijna het volledige bedrag een hypotheek nodig. In 2023 hebben kopers echter bij alle gewenste koopsegmenten minder hypothecaire dekking nodig om de aankoopsom te financieren dan in 2021.

60

€296.000€438.000

40

%

80

100

0 minder dan 25%

>€438.000

20

40

25% - 50%

50% - 75%

0

20

75% - 100%

80

100

100% - 125%

bron: WiMRA 2023

bron: WiMRA 2023

78

7.3 Woningvoorkeuren

Behoefte aan werkruimte in de woning verder toegenomen Net als in 2019 en 2021 vinden verhuisgeneigden het aantal kamers en een tuin de belangrijkste aspecten van de gewenste woning. Daarna volgen een balkon of dakterras en bergruimte. Vergeleken met de eerdere jaren zijn er geen heel grote verschillen in wat huishoudens belangrijk vinden aan nieuwe woning. Wat wel opvalt, is dat er meer vraag is naar gelijkvloerse woningen: 38% van de huishoudens die zeker of misschien willen verhuizen, is hiernaar op zoek; in 2021 ging het om 32%. De trend dat huishoudens vaker een woning met een werkruimte of een praktijkruimte willen, zet door. Een teken dat niet alleen tijdens, maar ook na de coronapandemie, de behoefte aan een geschikte thuiswerkplek vaker op de woonwensenlijst terecht is gekomen. Huishoudens die op zoek zijn naar een eengezinswoning hechten meer belang aan het aantal slaapkamers dan huishoudens die een meergezinswoning zoeken. Bij de huishoudens met een voorkeur voor een meergezinswoning, is er relatief veel vraag naar een gelijkvloerse woning en een lift.

Huishoudens oriënteren zich vaker op zowel eengezins- als meergezinswoningen Van de verhuisgeneigde huishoudens zoekt 29% een eengezinswoning, wil 34% een meergezinswoning en richt 37% zich op beide woningtypen. De huishoudens die buiten de MRA zoeken, willen echter veel vaker een eengezinswoning (42%). Huishoudens die binnen de MRA willen verhuizen, zoeken vaak naar een meergezinswoning. Dit jaar is er ook gevraagd naar de interesse in gemeenschappelijk wonen. Die interesse is er, zij het in beperkte mate. Zo heeft 6% van de zelfstandige huishoudens interesse in een woning in een wooncomplex met gedeelde voorzieningen. Drie procent is geïnteresseerd in een woongroep en 11% in een ouderenhofje. Naar een (studenten) kamer is maar 2% van de zelfstandige huishoudens op zoek. Ten opzichte van 2019 en 2021 is men minder uitgesproken in het gewenste woningtype: het aandeel dat zowel interesse heeft in een eengezinswoning als een meergezinswoning is gestegen van 25% naar 37%. De stijging komt deels doordat respondenten nu ook gemeenschappelijke woonvormen konden kiezen. Maar ook als we die voorkeuren niet meenemen, oriënteren huishoudens zich vaker op beide woningtypen. Figuur 7.9

Figuur 7.10

29

44

26

2021

31

44

26

2023

25

38 27

24

54

23

23

25

33

42

25

2021

35

40

25

29 0

eengezinswoning

34 20

meergezinswoning

40

60

37

%

80

100

45 44

65

13

64 57

46

46 46

36

44

33 32

werkruimte/praktijkruimte

16 23

garage

16 18

44 17 25

18

%

2019

56

33

25

20

50

49

11

38

0

eengezins- of meergezinswoning

86

30

58

gelijkvloers/lift/geen trappen

totaal 2019 2023

58 62

schuur/berging

33

85

69 78

76

balkon of dakterras

49 42

aantal slaapkamers

37

2021 2023

76 75

tuin

buiten de MRA 2019

gewenst woningtype 2023

2019-2023

Gewenst woningtype per gewenste deelregio, MRA, 2023 (%)

binnen de Metropoolregio Amsterdam 2019

Belangrijke ruimten bij gewenste woning, MRA, 2019-2023 (%)

40

60

80 100

2021

2023

11 16 0

32

% 20

40

eengezins

60

80 100

meergezins

beide

bron: WiMRA 2023

bron: WiMRA 2023

79

Vraag naar ruimere woningen toegenomen Naar woningen kleiner dan 40 m2 is er onder doorstromende huishoudens nauwelijks vraag (2%). De woningen tussen 60-80 m2 zijn populairder: hier heeft 23% interesse in. Verder zoekt 19% een woning tussen 80-100 m2, 18% zoekt een woning tussen 100-120 m2 en 27% wil een woning van meer dan 120 m2. De vraag verschuift naar deze grotere woningen: in 2019 gaf nog 18% aan een woning van meer dan 120 m2 te zoeken. Met name voor woningen tussen 40-60 m2 en tussen 80-100 m2 is de belangstelling afgenomen. Huishoudens die buiten de MRA naar een woning op zoek zijn, hebben vaker een ruime woning van meer dan 120 m2 op het oog dan degenen die in de MRA willen blijven wonen (34% versus 24%). Maar ook bij de huishoudens die binnen de MRA willen verhuizen, is de vraag naar grotere woonoppervlakten gestegen. Onder deze huishoudens blijft de vraag naar woningen tussen 60-80 m2 stabiel (25%), terwijl er minder interesse is in woningen tussen 40-60 m2 en tussen 80-100 m2 .

Stellen met kinderen zoeken gemiddeld 122 m2, alleenwonenden 71 m2 Over het algemeen willen huishoudens die op zoek zijn naar een koopwoning een groter woonoppervlakte dan huishoudens die een huurwoning zoeken. Bij degenen die een sociale huurwoning willen, ligt het accent op woningen tussen 60-80 m2. Dat geldt eveneens voor huishoudens die zich op middeldure huur richten, al zoeken zij ook vaak een oppervlak van 80-100 m2. Degenen die zich oriënteren op dure huur, zijn vaker op zoek naar meer dan 100 m2 (31%). Bij de interesse in koop is onder de huishoudens die in de duurdere segmenten zoeken (>€296.000) de voorkeur voor een woning van meer dan 100 m2 veel groter. Onder huishoudens die zoeken in het duurste segment, wil bijna de helft (46%) een woning van meer dan 120 m2. Ook als men op zoek is naar een eengezinswoning, gaat het vaak om een woning van meer dan 120 m2 (53%). Hoe groot de woning is die men zoekt, hangt samen met de huishoudenssamenstelling. Gemiddeld zoeken degenen die alleen gaan wonen 71 m2 en eenoudergezinnen 87 m2. Stellen zonder kinderen zoeken gemiddeld 95 m2 en stellen met kinderen 122 m2.

Figuur 7.11

Figuur 7.12

Gewenste minimale woninggrootte naar gewenste woonlocatie, MRA, 2019-2023 (%)

binnen de Metropoolregio 2019 3 2021 2

15

25

24

17

11

42

14

25

24

17

11

42

2023 2

12

buiten de MRA 2019 3 11 2021 2 11 2023 2 8

20

17

14

3 6

18

22

20

16

5 4

18

23

21

16

5 4

17

18

20

20

2

14

24

23

17

12

42

23

24

18

12

4 3

2023 2

11

40-60 m2

60-80 m2

19

20

40

80-100 m2

100-120 m2

18 60 120 -160 m2

16 80 160-200 m2

20

40

15 16

koopwoning (tot €296.000) 5 koopwoning (€296.000- €438.000) 1 10

4 7

100

0

groter dan 200 m2

tot 40 m2

bron: WiMRA 2023

40-60 m2

60-80 m2

24

22

28 24

20 80-100 m2

12

3 4

9

6

16 21

25

17

7 3 4

26

27

eengezinswoning 2 8 13 meergezinwoning 5 17 eengezins of meergezins 2 13

%

20

35

koopwoning (>€438.000) 2 10

13

23

sociale huur 5 middeldure huur (€808- €1.123) 4 dure huur (meer dan €1.123) 1

11

totaal 2019 3 2021 2 0 tot 40 m2

25

Gewenste woninggrootte naar gewenst segment en woningtype, MRA, 2023 (%)

25

8

3

23

13

13

3

34

5

8

23

34

5

13

33

22

12

6

30

24

17

40

60

80

100-120 m2

120-160 m2

160-200 m2

5

9 15

%

100 200 m2 of groter

bron: WiMRA 2023

80

7.4 Woonwensen thuiswonende kinderen Er is gekozen om thuiswonende jongeren (vanaf 18 jaar) die uit huis willen mee te nemen in dit deel van het onderzoek. Bij twee of meer thuiswonende jongeren per huishouden die uit huis willen, is de respondenten gevraagd te antwoorden namens de jongere die het snelst uit huis wil.

Bij 8% van de huishoudens zijn er kinderen die binnenkort uit huis willen Ongeveer 8% van de huishoudens in de Metropoolregio Amsterdam heeft thuiswonende kinderen die binnen twee jaar het huis uit willen. In 2021 was dit aandeel eveneens 8%. Binnen de groep huishoudens met kinderen ligt dit aandeel op 23%. Ook dit is vergelijkbaar met 2021, toen was dit 22%. In 71% van de huishoudens met kinderen die het huis uit willen, gaat het om één thuiswonende jongere die uit huis wil. Een kwart (24%) van deze huishoudens geeft aan twee thuiswonende jongeren te hebben die binnenkort uit huis willen. Het overige deel geeft aan drie of meer thuiswonende jongeren te hebben die uit huis willen binnen twee jaar.

Figuur 7.13

Merendeel thuiswonende jongeren dat uit huis wil is tussen de 18 en 22 jaar In de MRA is de grootste groep thuiswonende jongeren die uit huis willen tussen de 18 en 22 jaar (51%). Voor een derde van de huishoudens (35%) geldt dat de nu nog thuiswonende jongere tussen de 23 en 27 jaar is en 15% is 28 jaar of ouder. Deze aandelen zijn vergelijkbaar met die in 2021. De voornaamste bezigheid van deze thuiswonende jongeren die binnenkort uit huis willen, is divers. Eén op de tien (11%) gaat nog naar de middelbare school. Dit aandeel ligt een stuk hoger dan in 2021 (toen 3%). Ongeveer vier op de tien (42%) studeren, in 2019 was dit 48%. Circa vier op de tien (39%) werken.

Huishoudens met thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen, MRA, 2021-2023 (%)

30

Figuur 7.14

2023 2021

25 22

20

� Leeftijdsklassen en voornaamste bezigheid thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen, MRA, 2021-2023 (%) Figuur 7.14B �

23

15

2023

51

35

15

2021

52

33

15

18-22 23-27

0

20

40

60

80

%

28+

100

10 8

8

2021 3

5

0

2023

% alle huishoudens

48

11

42

43

6

39

7

scholier student werkend %

huishoudens met kinderen

0

bron: WiMRA 2023

20

40

60

80

anders

100

bron: WiMRA 2023

81

Wat meer thuiswonende jongeren willen in Amsterdam gaan wonen Thuiswonende jongeren zoeken vaak een woning in hun eigen gemeente (50%). Dit aandeel is wel wat afgenomen ten opzichte van 2021 (53%). Thuiswonende jongeren geven in 2023 vaker dan in 2021 aan dat zij in Amsterdam willen gaan wonen (8% naar 12%).

Meeste starters willen zelfstandig huren of woningdelen De gewenste woonvormen van de thuiswonende starters lopen sterk uiteen. Een vijfde (22%) van de thuiswonende jongeren wil een kamer huren of een woning delen met anderen. Bijna de helft (49%) is uitsluitend gericht op een zelfstandige woning. In totaal geeft ruim een kwart (27%) aan bij voorkeur een zelfstandige woning te willen kopen. Dit aandeel ligt lager dan in 2021 (30%). Een vijfde (22%) richt zich op een zelfstandige huurwoning. Dit aandeel ligt iets hoger dan in 2021 (19%). De overige groep, 29%, heeft geen duidelijke voorkeur voor een kamer of een zelfstandige woning, of denkt aan een andere woonvorm. Enkele voorbeelden van andere woonvormen die worden opgegeven zijn begeleid wonen vanwege een handicap, of op een campus wonen. Als het inkomen van de ouders minder dan €44.035 per jaar is, geven jongeren vaker aan een zelfstandige huurwoning te willen. Als het inkomen van de ouders hoger dan €88.070 per jaar is, willen de thuiswonende jongeren vaker een kamer huren of woningdelen, of een zelfstandige woning kopen.

Amsterdamse thuiswonende jongeren willen het vaakst in hun eigen gemeente blijven (70%), jongeren in Gooi en Vechtstreek het minst vaak (36%). In deze regio wil een grote groep thuiswonende jongeren elders in Nederland buiten de MRA gaan wonen. Gemiddeld in de MRA is dat 16%.

Figuur 7.15

� Gewenste woonregio thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen, MRA, 2021 -2023 (%) Figuur 7.15B �

2021

53

8

4

1

16

19

Figuur 7.16

� Gewenste woonvorm van thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen naar gewenst, MRA, 2021-2023(%) Figuur 7.16B �

2021

25

19

30

26

2023

22

22

27

29 %

2023

50

12

6

16

0

16 %

0

20

eigen gemeente

Amsterdam

40

60

80

elders in de MRA

elders in Nederland

buitenland

20

40

60

80

100

kamer huren of woningdelen zelfstandige woning, bij voorkeur huren zelfstandige woning, bij voorkeur kopen geen specifieke voorkeur

100 geen voorkeur

bron: WiMRA 2023

bron: WiMRA 2023

82

Thuiswonende jongeren die willen huren, willen vaak maximaal €808 betalen Jongeren die de voorkeur geven aan kamerhuur of woningdelen zijn nagenoeg even vaak als in 2021 op zoek naar een huur tot €808 (94%). Wel geven ze minder vaak aan zich te richten op een lage huur tot €452: in 2023 zoekt 22% zo’n lage huur, terwijl dat in 2021 nog 29% was. Het grootste deel (72%) zoekt in het segment tussen de €452 en €808. Een klein deel van 6% is bereid om meer dan €808 aan huur voor de onzelfstandige woonruimte te betalen.

Thuiswonende jongeren die willen kopen vaker op zoek naar duurdere woning Bij de jongeren die graag willen kopen is in vergelijking met 2021 een veel groter deel op zoek naar een woning van meer dan €296.000 (55% versus 35%). Waarschijnlijk is de nadruk verschoven naar het segment boven de €296.000 vanuit de gedachte dat er weinig aanbod is van koopwoningen onder dit bedrag. Het vaakst denken de jongeren aan een maximale koopprijs tussen €296.000 en €438.000, het gaat om de helft (48%). Ook richten jongeren zich vaak op een maximale koopprijs tussen €188.000 en €296.000 (38%). Het deel dat naar een koopwoning van maximaal €188.000 op zoek is, bedraagt 7%. Een even groot aandeel denkt juist aan een koopwoning waarvan de prijs boven de €438.000 ligt.

Ook de jongeren die op zoek zijn naar een zelfstandige huurwoning geven ongeveer even vaak als in 2021 de voorkeur aan een huur tot de sociale huurgrens (84%). Het deel dat een zelfstandige woning met een lage huur tot €452 zoekt, bedraagt 8%. In 2021 was dat 10%. De meerderheid (76%) is bereid om maximaal een huur tussen €452 en €808 te betalen. Zestien procent van de jongeren die op zoek zijn naar een zelfstandige huurwoning denkt aan een maximale huur die hoger is dan €808.

Figuur 7.17

Gewenste woonvorm van thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen n aar maximale huurprijs, MRA, 2021-2023 (%) Figuur 7.18

kamer huren of woningdelen 2021

29

2023

64

22

7

72

Wat zijn thuiswonende jongeren die binnen twee jaar uit huis willen en op zoek zijn naar koop maximaal, bereid te betalen? MRA, 2021-2023 (%)

6

zelfstandige woning, bij voorkeur huren 2021

10

75

15

2023

8

76

16 %

0

20 tot €452

40 €452 - €808

60

80

100

meer dan €808

bron: WiMRA 2023

bron: WiMRA 2023

83

Verhouding woningvraag en vrijgekomen aanbod

In voorgaande hoofdstukken stonden de woonwensen van zelfstandig wonende huishoudens in de MRA centraal. Ook is er gekeken naar de woonwensen van thuiswonende jongeren in de MRA. Zij vertegenwoordigen echter niet de totale vraag naar woningen in de MRA. Daarvoor is ook een beeld nodig van de woningvraag van starters en van vestigers van buiten de MRA. In deze paragraaf wordt een inschatting gemaakt van de totale woningvraag en het totale beschikbare aanbod. De vraag is bepaald op basis van het aantal woningzoekenden en het aanbod is bepaald aan de hand van waar recent verhuisde huishoudens zijn gaan wonen.

Kernpunten 

Het woningaanbod in de MRA, gemeten in het aantal recent betrokken woningen, is in 2023 groter dan in 2021, 2019 en 2017. De totale vraag naar woningen is ook toegenomen, maar minder sterk dan tussen 2019 en 2021. Desondanks is de vraag naar woningen nog altijd veel groter dan het aanbod.

Dat de vraag minder sterk toeneemt dan eerdere metingen hangt samen met een afname van het aantal woningzoekende starters. De vraag van doorstromende huishoudens binnen de MRA bleef op hetzelfde niveau. Alleen de vraag van woningzoekenden vanuit het buitenland nam toe.

84

De grootste vraag en tekorten zijn er in de sociale huur en koop tussen €296.000-€438.000.

In het middeldure huursegment (€808 - €1.123) is de vraag ook groter dan het aanbod. Het aanbod aan middenhuur is klein, slechts 9% van de recent verhuisden betrok een woning in dit segment.

In de dure huur (>€1.123) is er meer aanbod dan vraag. Veel recent verhuisden kwamen in een dure huurwoning terecht (29%). Woningzoekenden die geen andere keus hebben, wijken uit naar dit segment en wonen er vaak maar kort. Door de snelle doorstroming is het aanbod relatief groot.

In het duurste huursegment (>€1.504) is er met name in Amsterdam en Amstelland-Meerlanden een groot theoretisch overschot in aanbod. Door de toegenomen instroom van hoge inkomens uit het buitenland is ook het aantal huishoudens dat in dit segment gaat wonen gegroeid.

In het koopsegment verlegt de vraag zich naar de duurdere segmenten omdat er onder €296.000 nauwelijks aanbod meer is. Woningzoekenden passen hun wensen aan op de markt; huishoudens met een laag inkomen zien het kopen van een woning niet als een optie. Dit laatste geldt ook steeds vaker voor middeninkomens.

7.5 Woningzoekenden en vrijgekomen aanbod Over de methode Om het woningaanbod in de MRA te schatten, wordt uitgegaan van het aantal recent betrokken woningen (periode 2021-2022). De woningvraag van doorstromers wordt bepaald op basis van het aantal huishoudens uit de MRA die hebben aangegeven zeker te willen verhuizen binnen de MRA. De woningvraag van starters en vestigers uit binnen- en buitenland is bijgeschat met behulp van het landelijke onderzoek ‘WoON 2021’ (de meest recente editie). De WOZ-waardes van deze woningen zijn gecorrigeerd voor de prijsstijging tussen de bepaling van de WOZ-waarde (1/1/2022, op basis van verkoopwaardes in 2021) en het peilmoment van de woningvraag (voorjaar 2023).

Woningtekort blijft groot, vooral meer vraagdruk vanuit het buitenland Het woningaanbod in de MRA, gemeten in het aantal recent betrokken woningen, is in 2023 groter dan in 2021, 2019 en 2017. De totale vraag naar woningen is ook toegenomen, maar minder sterk dan tussen 2019 en 2021. Dit komt vooral doordat de vraag van doorstromende huishoudens binnen de MRA stabiliseerde en de vraag van Nederlandse starters van binnen en buiten de MRA afnam. Desondanks is de totale vraag naar woningen nog altijd veel groter dan het aanbod, dit komt vooral doordat er meer woningenzoekenden vanuit het buitenland zijn.

Figuur 7.19

� Woningaanbod (recent betrokken woningen) en woningvraag van doorstromers, vestigers, starters en woningzoekenden uit het buitenland, 2017-2023 Figuur 7.19B �

400000

buitenland

300000

starter

250000 200000

woningvraag

350000

vestiger

150000

doorstromer aanbod (recent betrokken)

100000 50000 0

2017

2019

2021

2023

WiMRA 2023/CBS microdata, bewerking O&S

85

Tekorten in sociale huur en (middel)dure koop, overschot dure huur Figuur 7.20 op de volgende bladzijde geeft een inschatting van hoe de totale vraag naar woningen per segment zich ontwikkelt, afgezet tegen het aanbod.

Minder betaalbaar aanbod dan vraag in alle deelregio’s In de deelregio’s zien we in grote lijnen dezelfde patronen (Figuur 7.19B �).Wel zijn er accentverschillen. Binnen de koopsector zien we overal dat het aanbod richting het duurste segment van €438.000 is opgeschoven. Almere/Lelystad is de enige deelregio waarin het meeste koopaanbod in de afgelopen twee jaar nog in het segment tussen €296.000 en €438.000 viel, in de andere deelregio’s is het segment duurder dan €438.000 het grootst. In Almere/Lelystad en ZaanstreekWaterland is er (binnen de koopsector) de meeste vraag naar woningen tussen €296.000 en €438.000, terwijl de vraag zich in de andere deelregio’s net als het aanbod naar het duurste segment heeft verlegd.

De vraag naar woningen is groter dan het aanbod en dit zien we vooral terug in het sociale huursegment (< €808) en de duurdere koopsegmenten. Uitzondering zijn de dure huursegmenten: hierin overstijgt het aanbod de vraag. De vraag naar sociale huurwoningen is toegenomen tussen 2021 en 2023, terwijl het aanbod maar beperkt groeit. Een grote groep starters zoekt in dit segment. In het middeldure huursegment (€808 - €1.123) is de vraag ook groter dan het aanbod. Het aanbod aan middenhuur is klein, slechts 9% van de recent verhuisden betrok een woning in dit segment terwijl 29% een dure huurwoning betrok. In dat segment is het aanbod veel groter dan de vraag. Woningzoekenden die geen andere keus hebben, wijken uit naar dit segment en wonen er vaak maar kort. Door de snelle doorstroming is het aanbod relatief groot. De vraag neemt ook toe, bij gebrek aan betaalbaarder woningen zoeken meer huishoudens in dit segment. In het duurste huursegment (€1.504 per maand of meer) komt de vraag vooral en in toenemende mate vanuit het buitenland.

In alle deelregio’s is er meer vraag naar sociale huur dan er aanbod is. Dit geldt ook voor de middeldure huur (€808-€1.123), maar hier ontlopen vraag en aanbod elkaar in de meeste deelregio’s maar in beperkte mate. Vooral in ZuidKennemerland/IJmond en Zaanstreek-Waterland is er meer vraag naar middeldure huur dan er aanbod is. In Amsterdam en Amstelland-Meerlanden is er veel aanbod in het duurste huursegment van €1.504 of duurder, veel meer dan er vraag naar is. In de andere deelregio’s is het segment tussen €1.123 en €1.504 groter dan het duurste huursegment en is er in dit segment een overschot aan huurwoningen.

In het koopsegment zijn er tekorten in alle prijsklassen. De vraag verlegt zich naar de duurdere segmenten omdat er onder €296.000 nauwelijks aanbod is. Woningzoekenden passen hun wensen aan op de markt; huishoudens met een laag inkomen zien het kopen van een woning niet als een optie. Dit geldt ook steeds vaker voor middeninkomens. Het aantal huishoudens dat zich nog oriënteert op een koopwoning (in de MRA) neemt dan ook af, van ongeveer 181.000 naar 160.000, terwijl de vraag naar huurwoningen toeneemt van ongeveer 190.000 naar 216.000. In 2021 zochten veel starters nog een koopwoning in het segment tussen €188.000 en €296.000, maar dit aandeel neemt af. Starters die het zich kunnen veroorloven, zoeken nu in de duurdere koopsegmenten.

86

Figuur 7.20 Woningaanbod (recent betrokken woningen) en woningvraag van doorstromers, vestigers, starters en woningzoekenden uit het buitenland, 2021-2023

160000 buitenland

140000 120000

starter

100000

woningvraag vestiger

80000 60000

doorstromer

40000 aanbod (recent betrokken)

20000 0

2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 2021 2023 tot €188.000 €188.000 €296.000

€296.000 €438.000

meer dan €438.000

tot en met €808 - €1.123 €808

koop in WOZ-klassen buitenland

starter

€1.123 €1.504

meer dan €1.504

huur in huurklassen vestigers

doorstromer

aanbod (recent betrokken) WiMRA 2023/CBS microdata, bewerking O&S

87

Deel lll Prettig wonen en duurzaamheid

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 9 9.1 9.2 9.3

88

Prettig wonen Buurttevredenheid stabiel, wel afname in positieve verwachtingen over de buurtontwikkeling Grote verschillen in ervaren leefbaarheid in de MRA Woningtevredenheid weer even hoog als in 2019 Aandeel dat woning te klein of groot vindt is stabiel Mate waarin ouderen de buurt geschikt vinden om oud in te worden niet veranderd Helft ouderen vindt de huidige woning geschikt om oud in te worden Drie op de tien ouderen heeft interesse in een aangepaste woonvorm Duurzaamheid Aanwezigheid van duurzame voorzieningen Hoe wil men in de toekomst de woning verduurzamen? Bereidheid of mogelijkheid om te investeren in verduurzaming

89 91 92 98 99 99 102 103 105 106 108 109

8 Prettig wonen Kernpunten 

Tijdens de coronaperiode nam de overlast van vervuiling toe. In 2023 is het cijfer hiervoor licht verbeterd maar de mate van overlast is nog wel sterker dan in 2019. In stedelijke gebieden en rond de hoogovens in IJmond ervaren bewoners de meeste overlast van vervuiling.

Het vaakst genoemde verbeterpunt in de woonomgeving is het schoonhouden van de straten en stoepen, gevolgd door het onderhoud daarvan, rond een derde noemt dit. In vergelijking met 2021 geven bewoners in de MRA beduidend vaker aan dat het openbaar vervoer een verbeterpunt is. In onder andere Muiden, Nederhorst den Berg, landelijk Noord, IJburg en delen van de Haarlemmermeer noemt een betrekkelijk groot deel het ov als verbeterpunt.

Het gevoel van veiligheid ’s avond wordt met een 7,4 beoordeeld, dat is iets lager dan in 2019 en 2021 (7,5). Het gevoel van veiligheid overdag krijgt gemiddeld een 8,3, in 2021 was dit een 8,4 maar in 2019 bedroeg het rapportcijfer ook een 8,3.

Bewoners voelen zich over het algemeen thuis in hun buurt (7,8). In vergelijking met 2021 worden alle sociale buurtaspecten gelijk of net iets lager beoordeeld. De mate waarin buurtbewoners elkaar helpen en de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt werden tijdens de coronaperiode iets hoger gewaardeerd, maar zijn nu weer terug op het niveau van 2019.

Tevredenheid met de buurt 

De tevredenheid met de buurt blijft in de MRA stabiel op gemiddeld een 7,7 liggen. Gemiddeld is de verwachting van de ontwikkeling van de buurt iets getemperd en komt in 2023 uit op een 7,0. Eerder was dat een 7,2 (2021) en daarvoor een 7,1 (2017 en 2019). In grote delen van de MRA ligt de buurttevredenheid boven een 7,0. De laagste cijfers worden gegeven in Amsterdam Nieuw-West en Burgwallen-Oude Zijde. In deze gebieden en in Zaanstad Zuidoost en in Purmerend Purmer Noord verwachten bewoners een negatieve ontwikkeling van de buurt. De beoordelingen van de staat van onderhoud en het schoonhouden van het groen, de bestrating en de speelvoorzieningen zijn niet veel veranderd in vergelijking met 2019 en 2021.Het onderhoud van de straten en stoepen scoort met gemiddeld een 6,5 het laagst, en dat is een daling is ten opzichte van de twee eerdere metingen (6,7). De matige tevredenheid hiermee speelt in alle regio’s in de MRA. Ook de beoordeling van het aanbod aan verschillende voorzieningen in de buurt is redelijk stabiel. Het minst tevreden is men met fietsparkeervoorzieningen (6,0). Daarna volgen de culturele voorzieningen in de buurt (6,3), hierbij zien we wel dat het oordeel na een dip, weer op het niveau is van voor corona.

89

Tevredenheid met woning 

De tevredenheid met de woning steeg tussen 2021 en 2023 van een 7,9 naar een 8,0. De hoogste rapportcijfers worden gevonden in AlmereLelystad en Gooi en Vechtstreek (beide 8,2) en de laagste in Amsterdam (7,7). Huiseigenaren zijn meer tevreden dan huurders.

Met de staat van onderhoud van de woning zijn eigenaren van een nieuwbouwwoning het meest tevreden (9,1). Bewoners van een vooroorlogse sociale huurwoning van een particulier zijn het minst tevreden met het onderhoud (5,8). Bewoners vinden vooral dat in hun woning maatregelen nodig zijn tegen warmteverlies en tegen hitte. Ook de badkamer, douche en toilet moeten volgens een relatief grote groep huishoudens verbeterd worden.

Net als in 2021, vindt in 2023 9% van de huishoudens de woning te klein en 3% de woning te groot. Vooral in Amsterdam vinden huishoudens hun woning te klein. Hetzelfde geldt voor relatief veel bewoners van een sociale huurwoning, eenoudergezinnen, stellen met drie of meer kinderen en bewoners tot 55 jaar.

Ouder worden in de woning 

De 65-plussers in de MRA geven in 2023 gemiddeld een 7,5 voor de mate waarin hun buurt geschikt is om oud in te worden, gelijk aan het cijfer in 2021. In Gooi en Vechtstreek wordt geschiktheid van de buurt om oud in te worden het hoogst beoordeeld (7,7). Dit is tevens de regio waar naar verhouding de meeste ouderen wonen. Inwoners van Amsterdam geven een relatief laag rapportcijfer aan de geschiktheid van de woning om oud in te worden (7,3). Geschiktheid van de buurt om oud in te worden hangt vooral samen met de mate waarin men zich er thuis voelt. Ook het aanbod van zorgvoorzieningen en groen, frequent contact en behulpzaamheid tussen buurtgenoten, de verwachte buurtontwikkeling, het veiligheidsgevoel en de afwezigheid van burenoverlast zijn factoren die meespelen. 90

Ruim de helft van de 65-plussers in de MRA vindt de huidige woning geschikt om oud in te worden. Vijftien procent vindt de woning ongeschikt. Drie op de tien ouderen vinden dat er aanpassingen nodig zijn om de woning geschikt te maken. Ouderen in een particuliere huurwoningen vinden deze relatief vaak ongeschikt (22%).

65-plussers die hun woning ongeschikt vinden om er oud in te worden, zouden zelden de woning willen (laten) aanpassen om er te kunnen blijven wonen (5%). De meesten verhuizen liever naar een woning die hiervoor wel geschikt is (72%). Ouderen die de huidige woning ongeschikt vinden, noemen vooral de trap als aandachtspunt. Ook de aanpak van de badkamer en het toilet zou volgens veel ouderen de woning geschikter maken op lange termijn.

Drie op tien 65-plus bewoners in de MRA hebben interesse in een woonvorm die speciaal geschikt is voor ouderen, zoals een woongroep, zelfstandige woning in een ouderenhofje, gezamenlijke zorginkoop, aanleunwoning of verpleeghuis. Ruim de helft van deze geïnteresseerden denkt hierbij aan een zelfstandige woning in een hofje voor ouderen, daarna is de aanleunwoning het populairst (34%).

8.1 Buurttevredenheid stabiel, wel afname in positieve verwachtingen over de buurtontwikkeling

Buurttevredenheid in de MRA scoort tussen een 5,9 en een 8,7 Er zijn grote verschillen in buurttevredenheid binnen de MRA, hoewel alle gebieden een voldoende scoren. De hoogste beoordelingen worden gegeven in Gooi en Vechtstreek, Waterland, Bloemendaal, Ouder-Amstel en in delen van Amsterdam: Zuid, Oostelijk Havengebied, Watergraafsmeer en Houthavens. De laagste scores zijn gegeven in Amsterdam Nieuw-West, Burgwallen-Oude Zijde, Amsterdam Zuidoost en Haarlem Schalkwijk.

De tevredenheid met de buurt is in 2023 niet veranderd ten opzichte van eerdere metingen. Gemiddeld beoordelen bewoners van de MRA hun buurt met een 7,7, dat is gelijk aan het gemiddelde cijfer in 2021, 2019 en 2017. Bewoners is daarnaast gevraagd hoe zij verwachten dat de buurt zich zal ontwikkelen de komende jaren, waarbij een 1 staat voor een zeer negatieve ontwikkeling een 10 voor een zeer positieve ontwikkeling. De verwachte ontwikkeling van de buurt krijgt in de MRA gemiddeld een 7,0. Bewoners zijn dus iets minder positief geworden over de verwachte ontwikkeling van de buurt. In 2021 was dit gemiddeld nog 7,2 en in 2019 en 2017 een 7,1.

Figuur 8.2

onvoldoende data

Figuur 8.1

Tevredenheid met de buurt, MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .

5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 5,9

max: . 8,7

Tevredenheid met de buurt en verwachte buurtontwikkeling, MRA, 2017-2023 (rapportcijfer)

10,0 9,0 8,0 7,0

7,7

7,7

7,7

7,7

7,1

6,0

7,1

7,2

7,0

5,0 4,0 3,0 2,0 1,0

buurttevredenheid 2017

buurtontwikkeling 2019

2021

2023

Bron: WiMRA 2023

Bron: WiMRA 2023

91

8.2 Grote verschillen in ervaren leefbaarheid in de MRA

Positieve verwachtingen over de buurtontwikkeling in onder andere nieuwbouwwijken en welgestelde gebieden Bewoners van Weesp-Bloemendalerpolder zijn het positiefst gestemd over hoe hun buurt zich zal ontwikkelen (8,2). Ook in Bloemendaal, Haarlem, Wijk aan Zee, Volendam, Diemen, grote delen van Gooi en Vechtstreek en de Amsterdamse wijken Houthavens, Oostelijk Havengebied, IJburg en De Omval verwachten bewoners dat de buurt zich positief zal ontwikkelen. In een aantal gevallen gaat het om nieuwbouwwijken of om relatief welgestelde gebieden. In Amsterdam Burgwallen-Oude Zijde is men het negatiefst over de verwachte ontwikkeling van de buurt (5,2). In Amsterdam Nieuw-West, Zaanstad Zuidoost en Purmerend Purmer-Noord verwachten bewoners ook een negatieve ontwikkeling. Figuur 8.4

onvoldoende data

De MRA-bewoners is ook gevraagd naar hun oordeel over de leefbaarheid van de buurt. Leefbaarheid is een verzamelterm voor het oordeel over een aantal verschillende buurtkenmerken: fysieke buurtkenmerken, het voorzieningenaanbod, sociale buurtkenmerken en overlast. Onderhoud en schoonhouden buurtvoorzieningen matig beoordeeld Fysieke buurtkenmerken worden gemiddeld beoordeeld met een cijfer lager dan 7,0. Ook scoren vrijwel alle fysieke kenmerken in 2023 iets lager dan in 2021. Dat geldt het sterkst voor de staat van onderhoud van straten en stoepen. Bewoners beoordelen dit in 2023 met een 6,5 tegenover een 6,7 in 2021 en 2019. De staat van onderhoud van groenvoorzieningen wordt van alle fysieke kenmerken het hoogst beoordeeld (6,8). De staat van speelvoorzieningen (6,7) en het schoonhouden van speelvoorzieningen (6,6) zijn na een lichte stijging in 2021 weer terug op het niveau van 2019

Verwachte ontwikkeling van de buurt, MRA, 2023 (rapportcijfer, 1= zeer negatief, 10= zeer positief) min: .

5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 5,2

max: .

8,2

Figuur 8.5

Oordeel over fysieke buurtkenmerken, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer) 6,9 6,9

staat van groenvoorzieningen

6,8

6,8 6,8

schoonhouden groenvoorzieningen

6,7

staat van speelvoorzieningen schoonhouden speelvoorzieningen

2019

6,7

2021

6,6 6,7

2023

6,6

6,7 6,6

schoonhouden straten en stoepen

6,6

6,7 6,7

staat van straten en stoepen

6,5 1

Bron: WiMRA 2023

6,7 6,8

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Bron: WiMRA 2023

92

Staat van onderhoud straten en stoepen scoort tussen een 5,3 en 8,1 Van enkele aspecten met een opvallende ontwikkeling sinds 2021 wordt een kaart getoond, zoals de staat van het onderhoud van straten en stoepen. Meer kaartjes worden gepubliceerd in het Dashboard MRA. In iets minder dan de helft van de gebieden wordt de staat van onderhoud van straten en stoepen lager dan gemiddeld (6,5) beoordeeld en deze gebieden liggen verspreid over de MRA. De hoogste beoordeelding is in Weesp-Bloemendalerpolder en in delen van Amsterdam (Houthavens, Zuidas, Venserpolder). De laagste scores worden gevonden in Amsterdam (Burgwallen-Oude Zijde, Noord, Osdorp), HaarlemSchalkwijk en Loosdrecht.

(Fiets-)parkeervoorzieningen en culturele voorzieningen minst goed beoordeeld, wel verbeterd Het voorzieningenaanbod in de buurt wordt wisselend beoordeeld. Het aanbod winkels voor dagelijkse boodschappen (7,5) en het aanbod basisscholen (7,4) worden het hoogst beoordeeld. Het aanbod culturele voorzieningen (6,3) en het aanbod fietsparkeervoorzieningen (6,0) worden het laagst beoordeeld. Ten opzichte van 2021 zien we een redelijk stabiel beeld. Opvallend is dat het oordeel over culturele voorzieningen en sportvoorzieningen, na een afname in 2021, weer terug is op het niveau van 2019. Hier kan sprake zijn van een corona-effect, aangezien deze voorzieningen langdurig gesloten zijn geweest tijdens de coronajaren.

Figuur 8.6

Figuur 8.7

onvoldoende data

Oordeel over de staat van onderhoud van straten en stoepen, MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .

5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 5,3

max: .

8,1

Oordeel over voorzieningenaanbod in de buurt, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer)

winkels dagelijkse boodschappen

7,5 7,6 7,5

speelvoorzieningen

6,6 6,7 6,7

basisscholen

7,4 7,4 7,4

buurthuizen / wijkcentra

6,6 6,4 6,5

openbaar vervoer

7,1 7,3 7,2

horeca

6,6 6,5 6,5

groenvoorzieningen

7,0 7,0 7,1

parkeervoorzieningen

6,4 6,5 6,4

sportvoorzieningen

6,8 6,7 6,8

culturele voorzieningen

6,3 6,1 6,3

zorgvoorzieningen

6,8 6,8 6,7

fietsparkeervoorzieningen

5,9 6,0 6,0

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

2019 2021 2023

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Bron: WiMRA 2023

Bron: WiMRA 2023

93

Het aanbod aan culturele voorzieningen scoort tussen een 3,5 en 8,8 Het aanbod aan culturele voorzieningen wordt het hoogste gewaardeerd in de centrale delen van Amsterdam en Haarlem en in de gemeente Laren. Dit komt doordat culturele voorzieningen zoals musea en theaters vaak gevestigd zijn in de centra van grote steden. Ook Laren heeft een kunstmuseum. Landelijke gebieden, maar ook delen van Almere en Amsterdam-Nieuw-West scoren laag.

Figuur 8.8

MRA-bewoners voelen zich thuis in hun buurt Ook de sociale buurtkenmerken worden wisselend gewaardeerd. Bewoners voelen zich in sterke mate thuis in hun buurt (7,8) en men vindt ook- in iets mindere matedat verschillende groepen prettig met elkaar omgaan (7,3). Deze twee aspecten hangen sterk samen met de buurttevredenheid en verwachte buurtontwikkeling. Het contact met buurtbewoners (6,6) en de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt (6,6) worden het laagst gewaardeerd. Ten opzichte van 2021 worden alle aspecten gelijk of iets lager beoordeeld. De mate waarin buurtbewoners elkaar helpen en de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt werden tijdens de coronaperiode iets hoger gewaardeerd, maar zijn nu weer terug op het niveau van 2019.

Oordeel over aanbod culturele voorzieningen, MRA, 2023 (rapportcijfer)

min: . onvoldoende 3,5 data

5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0

Figuur 8.9

max: . 8,8

Oordeel over sociale buurtkenmerken, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer) 7,9 7,9 7,8

Voelt u zich thuis in uw buurt? Hoe gaan verschillende groepen mensen in uw buurt met elkaar om?

7,2 7,3 7,3

Helpen mensen elkaar in uw buurt?

6,7 6,9 6,8

Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt?

6,6 6,7 6,6

In welke mate heeft u contact met buurtbewoners?

6,5 6,6 6,6 1

Bron: WiMRA 2023

94

2

3

4

5

6

2019 2021 2023

7

8

9 10 Bron: WiMRA 2023

Cijfer voor zich thuisvoelen in de buurt liggen tussen een 6,2 en 8,7 Op Marken, op de dijken in Amsterdam-Noord, in Haarlem-Duinwijk en in Beemster voelen bewoners zich het meest thuis in hun buurt. En ook in de kleine kernen van Waterland, in Bloemendaal, de binnenstad van Weesp, in Wijk aan Zee en in de villaparken in Hilversum is de beoordeling gemiddeld een 8,5 of hoger. Ook enkele andere gebieden binnen Amsterdam vallen in positieve zin op, zoals het gebied van de Grachtengordel tot aan de Zuidas, het Oostelijk Havengebied, Watergraafsmeer, landelijk Noord en Weesp-Bloemendalerpolder. In Amsterdam Nieuw-West en Zuidoost geven bewoners een lager rapportcijfer voor het zich thuis voelen in de buurt.

Figuur 8.10 onvoldoende data

Gevoel van veiligheid is licht afgenomen Gevoelens van veiligheid zijn in lichte mate gedaald. MRA-bewoners beoordelen de veiligheid overdag met een 8,3, in 2021 was dat 8,4 en in 2019 eveneens een 8,3. Voor het veiligheidsgevoel ’s avonds geven bewoners gemiddeld een 7,4, in 2021 en 2019 was dat een 7,5. In de MRA lopen de gemiddelde rapportcijfers voor de veiligheid ’s avonds uiteen van een 5,6 tot een 9,1. In Amsterdam Osdorp en Burgwallen Oude-Zijde geven bewoners de laagste cijfers voor het veiligheidsgevoel ’s avonds. In laatstgenoemde gebied zakte dit veiligheidsgevoel zeer sterk tussen 2019 en 2021, van een 7,1 naar een 5,7. Buiten Amsterdam is het veiligheidsgevoel ’s avonds het laagst in Haarlem Meerwijk (6,1). Bewoners van de Bloemendalerpolder in Weesp voelen zich juist erg veilig ’s avonds in hun buurt (9,1), net als in Marken (8,6). Ook de sterkste verbetering van het veiligheidsgevoel in de avond zien we in Amsterdam, vooral in twee gebieden in Zuidoost: Amsterdamse Poort (+0,6; 6,0) en Ganzenhoef (+0,7; 6,7).

Voelt u zich thuis in uw buurt? MRA, 2023 (rapportcijfer) min: .

5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 6,2

max: . 8,7

Figuur 8.11

gevoel van veiligheid overdag en ’s avonds, MRA, 2019-2023 (rapportcijfer)

10,0 9,0 8,0 7,0

8,3

8,4

8,3 7,5

7,5

7,4

6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0

overdag

's avonds 2019

Bron: WiMRA 2023

2021

2023

Bron: WiMRA 2023

95

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=be6720b8-94f8-4f8f-9825-88c0a5d37708