CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

312018008.23.176 Gemeente Hilversum - Accountantsverslag 2022 WG

GEMEENTERAAD 21 juni 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Jaarstukken 2022 - Resultaatbepaling (1277526)13.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2022 Gemeente Hilversum

Aan de raad van de gemeente Hilversum Postbus 9900 1201 GM HILVERSUM

Onderwerp Accountantsverslag 2022 Datum 31 mei 2023 Kenmerk 312018008.23.176

Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2022 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Hilversum is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 5 mei 2023 hebben wij onze bevindingen met de concerncontroller en medewerker CCA besproken, op 17 mei 2023 met het CMT en op 22 mei 2023 met de wethouder financiën. Op 31 mei 2023 bespreken wij onze controlebevindingen met de Audit en Rekeningcommissie. Bij de jaarrekening 2022 hebben wij op 31 mei 2023 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2022. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA ValidSigned door A. Booij RA op 31-05-2023

Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij

2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12

Tel: 06 – 1509 2689

4. Interne beheersing ................................................................ 23

Arjan Sallehart

5. Overige aangelegenheden ..................................................... 29

Tel: 06 – 1509 2694

6. Verplichte tabel SiSa ……………………………………………………………38

Jan Scholten Tel: 06 – 2832 1383

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312018008.23.176 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 21 september 2022 (kenmerk 312018008.22.274) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2022. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Hilversum. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Controleprotocol 2019 – 2022 welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2020, het daarbij horende normenkader 2022, welke met de raadsinformatiebrief 2022-66 op 7 december 2022 ter kennisgeving aan de raad is voorgelegd en de Regeling Controleprotocol WNT 2022. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2022 voldoende voor de doelstelling van onze controle.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het Controleprotocol 2019 – 2022 welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2020. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2022 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: jaarrekening 2022 Goedkeuringsmaterialiteit

Fouten

Onzekerheden

€ 3.310.000

€ 9.930.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 125.000.

312018008.23.176- 2

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2022 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De waardering van de vordering op de GEM Crailo B.V. in verband met de uitgestelde betalingsverplichting van de GEM. De voortgang van de investeringsplanning en beheersing van investeringskredieten. Voortgang en status ontwikkeling grondexploitaties: Financiële ontwikkeling Anna’s Hoeve Waardering Stationsgebied, mede in relatie tot de geactiveerde voorbereidings- en sloopkosten. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren (2021 € 518.500). Het beheer van vorderingen (uitvoering invorderingsbeleid en bepaling voorziening oninbaarheid). De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen (vanwege schattingselementen en oplopende prijzen). “ Veronderstelde risico’s” vanuit de voorschriften voor de accountantscontrole. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces en de opbrengstverantwoording. Specifieke aandacht voor deze risico’s is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Hilversum. De uitvoering van de Tozo in 2022, waaronder de werking van het M&O-beleid.

Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2021 gerapporteerde onzekerheden (€ 614.000) rondom de prestatielevering Wmo en Jeugd en de uitkomsten van uw onderzoek naar de levering van zorg in 2022. De dekking van investeringen in de riolering in relatie tot het saldo van de spaarvoorziening, mede in verband tot de gerealiseerde overbesteding in 2021 ten opzichte van het spaarsaldo. De impact van inflatie op de begroting en meerjarenplannen. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven rechtmatigheidsverantwoording door het college (over boekjaar 2023).

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

312018008.23.176 - 3

Aandachtspunten Raad en Audit- en rekeningcommissie

Op 25 oktober 2022 hebben wij, in een pre-auditmeeting, de focus van de controle 2022 met de Audit- en rekeningcommissie afgestemd. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking, de aandachtspunten uit voorgaande controles en de actuele ontwikkelingen zijn de speerpunten voor de uitvoering van onze controle over het jaar 2022 bepaald. U heeft ons voor het jaar 2022, in aanvulling op de hiervoor opgenomen onderwerpen, verzocht om specifiek aandacht te besteden aan de volgeden onderwerpen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De grip op de verbonden partij GEM Crailo B.V., inclusief de beoordeling van de potentiële risico’s en de verwachte resultaatontwikkeling, in relatie tot de waardering van de openstaande De haalbaarheid van het verwachte positieve toekomstige resultaat van de grondexploitatie Stationsplein. De aanwezigheid van de frauderisicoanalyse in het kader van de toezichthoudende rol van de raad en de beheersing van eventuele risico’s. De kwaliteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking. De grip op langlopende subsidies (meerjarig).

Op een aantal onderwerpen zijn wij reeds in de managementletter teruggekomen (waaronder de GEM Crailo en de grondexploitatie Stationsplein). In dit accountantsverslag informeren wij u over onze aanvullende bevindingen over bovengenoemde onderwerpen.

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw accountantsprotocol hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Op de programma’s 3. Werken en 5. Financiën en balansmutaties, zijn in grondexploitaties is sprake van een overschrijding van de begroting (lasten). Daarnaast is sprake van overschrijdingen van materiële zin rechtmatig investeringskredieten voor een bedrag van € 286.000. Deze begrotingsrechtmatigheidsfouten werken echter niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. Daarnaast is sprake van fouten als gevolg van niet rechtmatig aanbestede contracten voor een bedrag van € 582.000. De aanbestedingsfouten waren intern ook reeds geconstateerd door de Interne Audit Functie (IAF). Onze conclusie is op basis van voorgaande derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in materiële zin, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2022.

De jaarrekening voldoet aan het BBV

Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Hilversum. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Hilversum zijn uiteengezet in de jaarstukken in onderdeel 5.2.1 ‘Waarderingsgrondslagen”. In de jaarrekening 2022 hebben zich ten opzichte van 2021 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente.

312018008.23.176 - 4

Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van de gemeente Hilversum op 31 december 2022 geeft in overeenstemming met het BBV. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van de gemeente, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader, welke ter kennisgeving met de raadsinformatiebrief van 7 december 2022 aan de raad is aangeboden. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312018008.23.176 - 5

2.

Financiële positie en resultaat

312018008.23.176 - 6

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute en relatieve zin toe

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2022 bedraagt € 12.707.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 5.885.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2022 € 18.592.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.

Eigen vermogen (in € 1.000)

2022

2021

2020

2019

Eigen vermogen per 1 januari

74.878

77.757

80.155

92.350

Tussentijdse resultaatbestemming

-/- 5.885

-/- 4.166

Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)

18.592

1.587

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

12.707

-/- 2.579

Eigen vermogen per 31 december

87.585

74.878

-/- 6.928 -/- 11.104 4.229

-/- 1.091

-/- 2.699 -/- 12.195 77.457

80.155

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2022 circa 25 % van het balanstotaal (2021: circa 22 % van het balanstotaal). Zowel in absolute als in relatieve zin is het vermogen dus toegenomen. De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. In de toelichting op balans (paragraaf 5.2.5) bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening

312018008.23.176 - 7

alsmede in het onderdeel Staat van reserves (paragraaf 5.4) geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2022 Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Resultaat 2022 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Hilversum ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit de in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in reserves, dan wel onttrekkingen aan reserves, vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

337.248

Totale lasten

324.542

Gerealiseerde saldo van baten en lasten (voordelig)

12.707

Af: stortingen in reserves

6.538

Bij: onttrekkingen aan reserves

12.423

Saldo mutaties reserves

5.885

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

18.592

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De exploitatie over 2022 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 12.707.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 2.571.000 nadelig. Het werkelijke gerealiseerde resultaat valt derhalve voor een bedrag van € 15.278.000 voordeliger uit. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 18.592.000 is afzonderlijk op de balans opgenomen onder het eigen vermogen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u hiervoor naar hoofdstuk

312018008.23.176 - 8

4.2. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “Financiële analyse”) waarin per thema de belangrijkste verschillen nader zijn geanalyseerd. Het voordelige resultaat 2022 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is in hoofdstuk 4.3 inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.

Het college van burgemeester en wethouders kwalificeert het weerstandsvermogen als uitstekend om de onderkende risico’s af te kunnen dekken

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 75,6 miljoen. In 2021 bedroeg deze € 64,3 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve gestegen ten opzichte van 2021. De stijging wordt vooral veroorzaakt door het positieve rekeningresultaat van € 18,6 miljoen. Met de inwerkingtreding van de Nota Financieel Beleid 2022 worden bestemmingsreserves (deze bedragen € 12,1 miljoen, toegelicht in 5.4 Staat van reserves van deze jaarstukken) en de onbenutte belastingcapaciteit overigens niet meer in meegerekend. Daarnaast geeft het college in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing inzicht in de “potentiële” (beschikbare) weerstandscapaciteit. Hierbij geeft het college aan dat de potentiële weerstandscapaciteit niet direct beschikbaar is, maar dat deze wel inzicht geeft in de ruimte die er is om de beschikbare weerstandscapaciteit te verhogen. Dit kan van belang zijn om u te ondersteunen bij het maken van toekomstige keuzes waarbij sprake kan zijn van grote financiële risico’s.

Naar onze mening draagt dit bij aan de kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling van uw financiële speelruimte en risicoprofiel op financieel-strategisch gebied. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. In Hoofdstuk 6.2 van de jaarstukken worden deze inhoudelijk verder uitgewerkt. De onderkende risico’s cumuleren voor 2022 tot een bedrag van € 5,8 miljoen (2021: € 3,5 miljoen). Ten opzichte van 2021 is sprake van een stijging van de gekwantificeerde risico’s. De inventarisatie van risico’s geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Ook zijn de aan deze risico’s gekoppelde beheersingsmaatregelen opgenomen en wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van grootste risico’s. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en hoofdstuk 6.2 zijn de toelichting op het risicoprofiel, de top 10 risico's en de ontwikkelingen in het risicoprofiel opgenomen. De doorontwikkeling van het risicomanagement in de gemeente is vanaf het 2020 geïntensiveerd.

Om de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing compacter en leesbaarder te maken, is meer op hoofdlijnen in deze paragraaf gerapporteerd en zijn gedetailleerdere risico’s in een bijlage (hoofdstuk 6.2 van de jaarstukken) opgenomen. De focus van risicomanagement binnen de gemeente is daarmee verschoven van de details van individuele risico’s naar 312018008.23.176 - 9

een overkoepelende blik op en analyse van het risicoprofiel. Dit maakt de ingezette ontwikkeling van risico-inventarisatie naar strategisch risicomanagement transparanter. Ten behoeve van de jaarstukken 2022 heeft het college ingeschat dat, op basis van de geactualiseerde risicoanalyse, het benodigde weerstandsvermogen € 5,8 miljoen bedraagt (kwantificering van het optreden van de meest waarschijnlijke risico’s). Ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit (deze is door het college vastgesteld op € 75,6 miljoen) kwalificeert het college het weerstandsvermogen in de jaarstukken 2022 als “uitstekend”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en hoofdstuk 6.2 van uw jaarstukken 2022. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312018008.23.176 - 10

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312018008.23.176 - 11

3. Bevindingen eindejaarscontrole Grondwaarde en sloopkosten GAK zijn ingebracht in de grondexploitatie Stationsplein – verliesvoorziening neemt mede hierdoor toe

In 2021 is de grondexploitatie Stationsplein geopend en is voor in totaal € 1.918.000 aan kosten gemaakt. Omdat het college in de jaarrekening 2021 een verlies van € 345.000 voorzag, was dit laatste bedrag in mindering op de gemaakte kosten gebracht, zodat de boekwaarde per 31 december 2021 € 1.574.000 bedroeg. In 2022 is voor een bedrag van in totaal € 2.556.000 aan kosten gemaakt en zijn (overeenkomstig de planning) geen opbrengsten gerealiseerd. Deze komen naar verwachting van het college eerst in 2024. Onder de gemaakte kosten in 2022 is het bedrag aan sloopkosten van het voormalige GAK-gebouw ad € 843.000 verantwoord, wat tot en met 2021 onder de immateriële vaste activa (kosten van onderzoek en ontwikkeling) was verantwoord. Deze kosten zijn overeenkomstig het voornemen van het college in voorgaande jaren, in 2022 ingebracht in de grondexploitatie. Daarnaast is voor een bedrag van € 1.408.000 aan materiële vaste activa (grondkosten) ingebracht in de grondexploitatie vanuit de vaste activa. Naar verwachting van het college loopt de grondexploitatie door tot en met 2029. Omdat bij de actualisatie van de grondexploitatie een verlies wordt verwacht van € 3.324.000 op eindwaarde en € 2.893.000 op contante waarde heeft het college, terecht, een verliesvoorziening gevormd.

In uw financieel beleid is bepaald dat verlieslatende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Deze heeft het college per 31 december 2022 bepaald op € 2.893.000 nadelig, waardoor voor dit bedrag een voorziening is getroffen. Per 31 december 2021 was hiervan reeds een bedrag van € 345.000 verantwoord, zodat per saldo de voorziening in 2022 met € 2.548.000 is toegenomen. Omdat het totaal ingeschatte verlies lager is dan de geactiveerde kosten, is het bedrag geheel in mindering gebracht op de boekwaarde van het onderhanden werk. In onderstaand overzicht geven wij de financiële ontwikkeling 2022 kort weer:

3120218008.23.176 - 12

Zoals hiervoor gemeld is de voorziening per 31 december 2022 bepaald op basis van netto contante waarde. Deze wordt bepaald door het verwachte verlies op eindwaarde contant te maken over de resterende looptijd van de exploitatie tegen de voorgeschreven disconteringsvoet in het BBV (2%). De toename van het verwachte verlies op eindwaarde met circa € 2.935.000 heeft, in hoofdlijnen, de volgende redenen:

In eerste instantie was bij de bepaling van het verwachte resultaat ook rekening gehouden met een storting aan het mobiliteitsfonds van in totaal € 1.223.000. Omdat dit geen kostenpost is in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is deze post uit de berekening van het verwachte resultaat, en daarmee de bepaling van de verliesvoorziening gehaald. Dit betekent niet dat geen storting aan het mobiliteitsfonds plaats kan vinden. Op basis van uw huidige beleid dient deze storting aan het fonds uiteindelijk uit het gerealiseerde resultaat in de komende jaren te geschieden. Wij adviseren u daarmee rekening te houden in uw meerjarenbegroting. Gelet op de nog relatief lange doorlooptijd en de huidige prijsontwikkelingen is sprake van enige onzekerheid ten aanzien van het verwachte financiële resultaat. Het is naar onze mening daarom ook terecht dat u rekening houdt met risico’s in uw weerstandsvermogen van ruim € 1 miljoen. Wij adviseren u te blijven sturen op de voortgang en financiële ontwikkeling van de exploitatie. Jaarlijks wordt gespaard om de kosten van gerealiseerde investeringen in de riolering te kunnen dekken.

Het resultaat hiervan is dat Saldo spaarvoorziening riolering nog niet toereikend investeringen uit het Gemeentelijk Watermanagementplan Hilversum 2021-2026 (daarvoor het Gemeentelijk rioleringsplan, GRP) niet geactiveerd worden en de kapitaallasten (positief effect op tarief) lager zijn. Uiteindelijk is het de bedoeling dat een om gerealiseerde “ideaalcomplex” ontstaat, waarbij de jaarlijkse investeringsuitgaven en het spaarbedrag aan elkaar gelijk zijn. Omdat de dotatie aan investeringen te dekken de voorziening in 2021 niet voldoende was om de investeringen die in 2021 zijn gedaan, geheel af te boeken, heeft in 2021 activering van een bedrag van € 821.000 plaatsgevonden. Dit bedrag is in 2022 afgeboekt uit het spaarbedrag ad € 3.029.000 wat in 2022 aan de voorziening is toegevoegd. Samen met een storting vanuit het resultaat 2021 ad € 287.000 was in totaal een bedrag van 312018008.23.176 - 13

€ 3.316.000 beschikbaar ter dekking van de investeringsuitgaven. De totale investeringsuitgaven die aan riolering in 2022 zijn gedaan, bedragen € 3.735.000. Dat betekent dat in 2022 wederom activering van investeringsuitgaven heeft plaatsgevonden. Hieronder geven wij dit schematisch weer: Toevoeging aan de voorziening Storting vanuit resultaat 2021 Totaal beschikbaar ter dekking van investeringsuitgaven in 2022 Afboeking geactiveerde kosten 2021 Investeringen riolering 2022 Totale investeringsuitgaven Geactiveerde kosten riolering 2022

€ 3.029.000 € 287.000 € 3.316.000 € 821.000 € 3.735.000 € 4.556.000 € 1.240.000

In de jaarrekening 2022 is de geraamde toevoeging aan de spaarvoorziening riolering ad € 3.029.000, net als in 2021, geheel ingezet ter dekking van investeringsuitgaven. Omdat de kosten van de investeringen wederom hoger zijn dat het spaarbedrag, is het ideaalcomplex nog niet bereikt. Het college verwacht de resterende boekwaarde van de investeringen uit 2022, die nu per saldo geactiveerd zijn, in 2023 af te boeken. Net als in 2021 is dus sprake van een tekort in de voorziening. Ten opzichte van 2021 is het tekort overigens wel fors hoger. Gelet op de geraamde investeringen in de komende periode is mogelijk het geraamde jaarlijkse spaarbedrag niet toereikend. Wij adviseren u hier nader onderzoek naar te verrichten en te bepalen of mogelijk het spaarbedrag verhoogd moet worden.

Blijf de waardering van uw kapitaalbelang in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht volgen

In 2021 heeft uw gemeente een kapitaalstorting gedaan in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (ROM). Bij de controle stelden wij vast dat geen zichtbare validatie van de waardering van uw kapitaalbelang heeft plaatsgevonden. Zoals uit de paragraaf verbonden partijen blijkt zijn bij het opmaken van uw jaarstukken geen jaarrekeningcijfers van de ROM bekend. Ook hebben wij geen andere recente financiële informatie ontvangen, op basis waarvan wij vast kunnen stellen of uw kapitaalbelang nominaal gewaardeerd kan blijven en of dat een mogelijk risico bestaat dat uw gemeente bij moet storten. Voor zover wij konden nagaan, op basis van informatie die ons mondeling is gegeven, schat het college op dit moment de risico’s voor uw gemeente laag in. Wij adviseren u om uw kapitaalbelang regelmatiger te beoordelen om vast te stellen of uw gemeente daadwerkelijk risico’s loopt.

Vordering inzake overdracht In 2020 zijn de gronden Crailo verkocht en ook geleverd aan de GEM Crailo B.V. Bij de transacties is een uitgestelde betaling overeengekomen, op basis waarvan de GEM Crailo BV de koopsom pas in de toekomst (uiterlijk 31 december 2029) hoeft te gronden Crailo nominaal voldoen. Omdat de looptijd van deze vordering langer dan één jaar is, is de vordering van € 16,1 miljoen op de GEM Crailo BV onder gewaardeerd de Financiële vaste activa verantwoord.

312018008.23.176 - 14

Bij het opstellen van de jaarrekening 2022 heeft het college ingeschat dat vooralsnog sprake is van een volwaardige vordering, omdat de meest actuele grondexploitatie Crailo (per 1-1-2023) een positief resultaat van € 5,7 miljoen (netto contante waarde) toont. Vorig jaar was deze € 4,5 miljoen positief. Uit de jaarrekening van de GEM Crailo B.V. blijkt dat tot en met 31 december 2022 voor een bedrag van € 51,2 miljoen aan kosten is gemaakt en dat de gerealiseerde opbrengsten € 1,2 miljoen bedragen. Het saldo van het onderhanden werk is daarmee € 50,0 miljoen. De directie verwacht dat nog voor een bedrag van € 37,1 miljoen aan kosten gemaakt zal worden en er nog voor een bedrag van € 93,3 miljoen aan opbrengsten gerealiseerd zal worden. Per saldo leidt dat tot een voordelige eindwaarde van € 6,2 miljoen en is derhalve momenteel sprake van een winstgevende exploitatie. In de jaarrekening over 2022 van de GEM Crailo B.V. lezen wij dat de nog te realiseren grondopbrengsten met 1,5% geïndexeerd zijn en de nog te maken kosten met 2%. Gelet op de huidige ontwikkeling van prijzen van grondstoffen en aannemers kan de indexering van de kosten aan de lage kant zijn. Bij de actualisatie van Anna’s Hoeve en het Stationsgebied rekent het college bijvoorbeeld al met een kostenstijgingspercentage van 6%, waar wij elders zelfs nog veel hogere percentages zien.

Daarbij komt ook dat de looptijd van de GEM Crailo nog lang is, wat een grotere schattingsonzekerheid tot gevolg kan hebben. Omdat vooralsnog sprake is van een positief verwacht resultaat, is geen voorziening opgenomen wegens te verwachten verliezen op onderhanden werk. Bij de bepaling van de netto contante waarde heeft het management van de GEM Crailo B.V. een inschatting gemaakt van de verwachte kosten, de fasering en de (toekomstige) verkoopwaarde van de gronden mede aan de hand van een marktscan. In de grondexploitatie is een aantal stelposten opgenomen, welke voorlopig taakstellend zijn. Deze kunnen echter, zo staat in de jaarrekening van de GEM Crailo B.V. mogelijk leiden tot “substantiële bijstellingen van het geraamde budget”. Het betreft de volgende stelposten: ▪ ▪

Duurzaamheid (€ 5 miljoen euro) Kwaliteitsimpuls (€ 2 miljoen euro)

De stelposten zullen in de toekomst nog nader worden uitgewerkt. Daarnaast is, zo lezen wij in de jaarrekening 2022 van de GEM Crailo B.V., een deel van de civieltechnische en saneringskosten nog op hoofdlijnen uitgewerkt. Een nadere uitwerking kan tevens leiden tot substantiële bijstellingen in het geraamde budget. Hoewel vooralsnog sprake is van een positieve ontwikkeling, is sprake van enkele onzekerheden met betrekking tot het uiteindelijke te verwachten resultaat. Wij adviseren u om de financiële ontwikkelingen van de grondexploitatie Crailo te blijven volgen en op basis van die uitkomsten de volwaardigheid van de vordering te blijven beoordelen. Naar onze mening past daar een meer kritische projectcontrol bij waar zichtbaar wordt gereageerd op bijvoorbeeld ontwikkelingen die wij ook zien. Wanneer bijvoorbeeld met het percentage kostenstijgingen van 6% wordt gerekend wat het college bij de eigen grondexploitaties hanteert, zullen de nog te maken kosten fors hoger uitvallen.

312018008.23.176 - 15

Exploitatie Anna’s Hoeve verloopt positief

Anna’s Hoeve zal, op basis van de huidige inschatting van het college, doorlopen tot en met 2025. De einddatum is daarmee gelijk gebleven ten opzichte van 2021. Het college verwacht dat de grondexploitatie Anna’s Hoeve kan worden afgesloten met een resterend positief resultaat van € 2,9 miljoen. Dat lijkt lager dan de inschatting die het college in 2021 maakte (€ 4,4 miljoen), echter in 2022 heeft een tussentijdse winstneming plaats kunnen vinden van € 1,6 miljoen. Ultimo 2022 is circa 95,6% van de totale verwachte kosten gerealiseerd. Het college schat in dat de komende jaren nog voor een bedrag van € 1.613.000 aan kosten gemaakt wordt. Omdat de resterende periode waarin deze kosten gemaakt zullen worden relatief kort is (2 jaar) en er ook voor een deel verplichtingen zijn aangegaan, neemt de schattingsonzekerheid af en wordt de restprognose steeds betrouwbaarder. Gelet op de druk op de prijs van materiaal en arbeid en de schaarste daaraan adviseren wij u desondanks hier alert op te blijven. Van de totale verwachte grondverkopen is ultimo 2022 88,5% gerealiseerd en heeft het college ingeschat dat nog voor een bedrag van € 6.342.000 aan opbrengsten gerealiseerd zal worden. Op basis van de voortgang is ultimo 2022 in totaal € 16.737.000 aan tussentijdse winst gerealiseerd.

Tot en met 2021 was hiervan reeds € 15.133.000 genomen, zodat de tussentijdse winst 2022 € 1.604.000 bedraagt. De totale verwachte winst bedraagt € 19,7 miljoen. Het restant zal in de komende jaren gerealiseerd worden en is vooral afhankelijk van de realisatie van de grondverkopen. Wij adviseren u de financiële voortgang van de exploitatie te blijven volgen.

Het zicht op de volwaardigheid van uw belastingvorderingen is verbeterd

In de afgelopen jaren heeft het college het invorderingsbeleid geïntensiveerd. Daarmee is een beter beeld gekregen van de volwaardigheid van de openstaande vorderingen. Het openstaand saldo over 2022 en 2021 kan als volgt gespecificeerd worden: (bedragen x € 1.000) Openstaande vorderingen Voorziening voor oninbaarheid Balanswaarde vorderingen

2022 € 5.553 € 951 € 4.602

17,1%

2021 € 4.760 € 864 € 3.896

18,2%

De balanswaarde is toegenomen omdat de belastingaanslagen over 2022 later zijn opgelegd dan voorgaande jaren. Omdat veel belastingplichtigen hun aanslag in termijnen voldoen, is het dan ook logisch dat het saldo is toegenomen. Het verscherpte debiteurenbeheer heeft tot gevolg gehad dat het college een beter inzicht in de volwaardigheid van de openstaande vorderingen heeft. Dat heeft er enerzijds toegeleid dat in 2022 voor een bedrag van € 453.000 is afgeboekt ten laste van de getroffen voorziening en anderzijds dat de toevoeging aan de voorziening voor relatief kort openstaande vorderingen is toegenomen van 2% naar 4%. Wij adviseren u de volwaardigheid van de vorderingen te blijven volgen en, wanneer noodzakelijk, tijdig maatregelen te treffen als blijkt dat de huidige inschatting niet langer valide blijkt te zijn.

Om de kosten van het meerjarig groot onderhoud

In de balans zijn diverse voorzieningen voor groot onderhoud opgenomen. Deze voorzieningen zijn bepaald op basis van meerjarenonderhoudsplannen (2020-2029), waarbij jaarlijks onderzocht wordt of planning en uitvoering nog met elkaar in de pas 312018008.23.176 - 16

te kunnen dekken, is een aanvullende storting aan de onderhoudsvoorzieningen noodzakelijk geweest

lopen en zo niet, wat dat voor eventuele financiële gevolgen heeft of kan hebben. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft het college aangegeven uit welk jaar het onderliggende plan per soort kapitaalgoederen dateert, wat de looptijd van het plan is en wanneer het plan geactualiseerd wordt en of voor de betreffende soort kapitaalgoederen een onderhoudsvoorziening aanwezig is of niet. Op basis van dit inzicht kan vastgesteld worden dat sprake is beheerplannen die in opzet kunnen dienen ter onderbouwing van de betreffende voorzieningen en dat er in de komende jaren weer een aantal plannen geactualiseerd moet worden. De huidige werkwijze van het college is prima om meerjarig in te schatten wat het noodzakelijk meerjarig groot onderhoud is en wat de inschatting is wat dat gaat kosten. In de praktijk is het zo dat het regelmatig voorkomt dat gepland onderhoud niet of later wordt uitgevoerd of dat niet voorzien onderhoud uitgevoerd moet worden. Doordat het college hier jaarlijks naar kijkt, houdt u grip op de uitvoering van de plannen en kunt u beoordelen wat de eventuele impact is van het niet of later uitvoeren van gepland onderhoud. Over de hele linie zien we dat ook in 2022 enige vertraging in de uitvoering van de beheerplannen optreedt. Hierin liggen logische oorzaken aan ten grondslag zoals het (nog) niet beschikbaar zijn van aannemers.

Het college verwacht dat dit onderhoud nog wel uitgevoerd zal worden. Omdat de financiële middelen voor het nog uit te voeren onderhoud beschikbaar blijven in de voorzieningen levert niet direct financiële risico’s voor u op. Bij het opstellen van de jaarrekening over 2022 heeft het college per soort kapitaalgoed op basis van het huidige meerjarenonderhoudsplannen de impact beoordeeld van prijsstijgingen die zich in de afgelopen periode hebben voorgedaan. Op basis van deze beoordeling heeft een extra dotatie aan de onderhoudsvoorzieningen in de jaarrekening 2022 plaatsgevonden van circa € 613.000 en zal ook de komende jaren sprake zijn van hogere stortingen dan waar tot op heden rekening mee werd gehouden. Hiermee verwacht het college de kosten van het meerjarig groot onderhoud te kunnen dekken. Wij adviseren u om zich door het college te laten informeren over de voortgang van het groot onderhoud in relatie tot de vastgestelde plannen en de kostenontwikkeling die dat met zich mee brengt.

Voorziening verlofsparen gevormd – deze zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen

Medewerkers kunnen op basis van de CAO Gemeenten vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier volgens de Commissie BBV een voorziening voor gevormd te worden. De hoogte van deze voorziening hangt onder andere af van de mate waarin medewerkers gebruik gaan maken van deze regeling. In de jaarrekening 2022 heeft het college een voorziening getroffen voor een bedrag van € 24.000. Deze voorziening is bepaald door het verlof te kwantificeren van de medewerkers die zich hebben aangemeld voor “verlofsparen”. Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 “verlofsparen”. Niet al uw medewerkers hebben hier gebruik van gemaakt, waardoor de omvang van de voorziening relatief van beperkte omvang is. 312018008.23.176 - 17

Mogelijk dat dit in de komende jaren het beroep op deze mogelijkheid vanuit uw medewerkers groter gaat worden. Wij adviseren u hier alert op te zijn en blijven, omdat dit niet alleen financiële gevolgen kan hebben (het treffen van een voorziening), maar ook kan betekenen dat verloftegoeden significant kunnen gaan toenemen, met als gevolg dat u mogelijk (eerder) personeel moet gaan vervangen. Op het moment dat medewerkers het tegoed aan “verlofsparen” opnemen zal de voorziening voor het deel dat opgenomen wordt vrijvallen, waardoor budget beschikbaar komt om eventueel een vervanger aan te trekken. Voor de komende jaren adviseren wij u dit goed te blijven volgen en te analyseren, omdat enerzijds u de risico’s zult moeten voorzien, maar anderzijds geen sprake mag zijn van een arbeidskosten gerelateerde verplichting met gelijkblijvende omvang. De Commissie BBV adviseert hierbij om na te gaan of u in de toekomst mogelijk gebruik kunt maken van ervaringscijfers.

Bevindingen controle Sociaal domein

Belangrijke (administratieve) onderdelen van de WMO en Jeugdwet worden voor uw gemeente door de Regio Gooi- en Vechtstreek (hierna: de Regio) uitgevoerd. De Regio heeft op 28 april 2023 de eindverantwoording 2022 aan uw gemeente verstrekt over de bestedingen. Dit is wederom iets eerder dan het voorgaande jaar. Bij deze verantwoording is een controleverklaring opgenomen dat de in deze verantwoording opgenomen bedragen (in materiële zin) zijn verantwoord in overeenstemming met de tussen uw gemeente en de Regio gemaakte afspraken. Er is door de accountant een bedrag als onzeker aangemerkt van € 326.000 als gevolg van enkele aspecten waar de accountant van de Regio nog onvoldoende informatie kon verkrijgen om de uitgaven goed te keuren. Dit wordt de komende maanden nog verder uitgezocht in overleg met de aanbieders. Om het proces niet op te houden, en ook gezien de relatief geringe omvang, zijn deze uitgaven voor dit moment als onzeker aangemerkt. Dit bedrag hebben wij ook meegewogen als onzekerheid in onze oordeelsvorming. De onzekerheid is lager dan de onzekerheid in 2021 (die was € 614.000) past deze ruimschoots binnen de daarvoor geldende marges.

Europese aanbestedingen: rechtmatigheidsfouten van in totaal € 582.000 werken niet door in het rechtmatigheidsoordeel

In het kader van de rechtmatigheidscontrole is het onder meer van belang dat u tijdig vaststelt dat aanbestedingen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving zijn gedaan. Op grond van het normenkader zijn voor de rechtmatigheidscontrole de Europese aanbestedingen van belang. Op basis van de spendanalyse constateren wij dat voor 5 dossiers de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Wij merken op dat de bevindingen ook zijn geconstateerd door uw gemeente en deels voortkomen uit financiële beheershandelingen van voor 2022 en in 2022 1 nieuw contract niet overeenkomstig de Europese aanbestedingsrichtlijnen is aanbesteed. De totale onrechtmatigheidsfout voor 2022 komt uit op een bedrag van € 582.000. Gelet op de omvang van dit bedrag heeft deze rechtmatigheidsfout geen effect op de strekking van de controleverklaring. De fouten hebben betrekking op contracten welke Europees aanbesteed hadden moeten worden, die (in voorgaande jaren) zijn aangegaan of uitgaven waar geen contract aan ten grondslag ligt, maar waar uw gemeente al geruime tijd leveringen en diensten afneemt van derden.

312018008.23.176 - 18

Begrotingsrechtmatigheid is adequaat toegelicht in de jaarrekening

Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2022, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 (welke van toepassing is op de jaarrekening 2022) van de Commissie BBV. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. Dat is op programmaniveau, waarbij sprake is van een overschrijding van de lasten op de volgende programma’s: ▪ ▪

Programma 3 Werken € 472.000 Programma 5 Financiën en grondexploitaties € 2.695.000

De totale overschrijding bedraagt derhalve € 3.167.000 op deze programma’s. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van deze overschrijdingen naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten, waar het college in paragraaf 4.2.6 een analyse van de begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2022 heeft opgenomen. De overschrijdingen zijn in te delen in de diverse categorieën, zoals ook genoemd in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. Zoals vermeld is elke lastenoverschrijding op een programma per definitie onrechtmatig, echter hoeft, op basis van uw afwijkingenbeleid, niet elke overschrijding door te werken in het rechtmatigheidsoordeel dat de accountant bij de jaarrekening geeft. Zoals blijkt uit de analyse van het college van burgemeester en wethouders is op de genoemde programma’s een begrotingsoverschrijding op de lasten te constateren, echter werken deze niet door in het accountantsoordeel. Wij hebben de analyses van het college gevalideerd en kunnen ons hiermee verenigen. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze heeft zich in 2022 voor een totaalbedrag van € 286.000 voorgedaan. Deze werken op grond van uw financiële verordening niet door in ons oordeel.

312018008.23.176 - 19

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2022 van € 216.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.

In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2022 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2023 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2022 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage die gerapporteerd moeten worden

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2022 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij hebben deze tabel in bijlage 1 bij dit accountantsverslag opgenomen. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en het door de gemeenteraad vastgestelde controleprotocol met bijhorend normenkader). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn.

312018008.23.176 - 20

Wat ons overigens verder is opgevallen bij de controle, is dat het regelmatig voorkomt dat uw gemeente reeds langere tijd de beschikking heeft over ontvangen voorschotbedragen (niet alleen “SiSa-gelden”) maar dat daar soms geen of lage bestedingen tegenover staan. Wij adviseren u de tijdige besteding van deze gelden te monitoren om te voorkomen dat er een moment aankomt waarop u de niet bestede middelen moet gaan terugbetalen.

M&O-beleid inzake de Wet Inburgering 2021 niet formeel vastgesteld

Op 1 januari 2022 is het nieuwe inburgeringsstelsel ingegaan waarin de Wet Inburgering 2021 wordt uitgevoerd door uw gemeente. Van uw gemeente wordt verwacht dat, in aanvulling op het bestaande M&O-beleid, specifiek aandacht wordt besteed aan de Wet Inburgering 2021. Van de externe accountant wordt verwacht dat zij de opzet van het M&O-beleid van de gemeente inzake de Wet Inburgering controleert of het toereikend is. Binnen uw gemeente is geen afzonderlijk M&O-beleid aanwezig wat uitsluitend gericht is op de Wet inburgering 2021. Wel beschikt uw gemeente over een overkoepelend M&O-beleid en wordt in de “Verordening inburgering gemeente Hilversum 2022” aandacht besteed aan voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet inburgering 2021 en zijn bepalingen opgenomen hoe uw gemeente moet handelen in de gevallen dat daarvan afgeweken wordt. Op grond van onze controle zijn er geen bijzonderheden te melden.

312018008.23.176 - 21

4.

Interne beheersing

312018008.23.176 - 22

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij op 16 december 2022 een managementletter uitgebracht. De managementletter is op 15 februari 2023 met de Audit- en Rekeningcommissie besproken. Hieronder hebben wij een overzicht controle 2022 opgenomen van de adviezen die wij in de managementletter hebben opgenomen, waarbij wij tevens de status van opvolging hebben opgenomen voor de adviezen die bij de jaarrekeningcontrole opgevolgd zouden moeten zijn. In de managementletter is de volgende legenda bij de adviezen gehanteerd: Opvolging uiterlijk bij oplevering concept-jaarrekening 2022 Opvolging uiterlijk 31-12-2023 Opvolging in 2024 – 2025

Nr. 1

2

3

4

5 6

Advies Blijf investeren in de kwaliteit van de bedrijfsvoering, waarbij de 1e lijn (proceseigenaar) en 2e lijn (business control) zichtbaar meer eigenaarschap voor de interne beheersing (kwaliteit processen en interne controle) neemt en de 3e lijn (CCA) in een meer toetsende en adviserende rol komt. Maak een plan van aanpak om de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording in 2023 soepel in te kunnen voeren. Besteed daarbij aandacht aan de stellige uitspraken van de commissie BBV die zij in de Kadernota rechtmatigheid heeft gedaan. Stel het intern controleplan 2023 zo spoedig mogelijk op en bespreek dit met de accountant. Stel de verantwoordinggrens en rapporteringsgrens vast. Combineer dit zo mogelijk met het actualiseren van de verordeningen 212 en 213 GW. Blijf aandacht besteden aan de inschatting van frauderisico’s en de beheersing daarvan. Rond de actualisatie van de frauderisicoanalyse op korte termijn af. De huidige opzet biedt daarvoor een prima basis. Blijf sturen op de opvolging van adviezen uit interne en externe controle en zorg dat de onderliggende rapportage actueel en betrouwbaar is. Ook hier zien wij een belangrijke rol voor de 1e en 2e lijn. Geef opvolging aan bevindingen uit IT-controles en bepaal de impact op de te verrichten interne controlewerkzaamheden Uit de interne controle zijn bevindingen gebleken die opvolging voor de jaarrekening 2022 behoeven.

In hoofdlijnen heeft dit betrekking op de volgende processen en onderwerpen: Algemene uitkering; Belastingen en heffingen;

Prio

Opvolging

√

√

312018008.23.176 - 23

-

Specifieke uitkeringen / inkomende subsidies; Exploitatie gemeentelijk vastgoed; Parkeeropbrengsten; Bouwleges (Wabo); Leges burgerzaken; Personele kosten; Factuurverwerking; Inkoop en aanbesteding; Financieel beheer; en Uitkeringen (PW/Tozo).

10

Voor een meer inhoudelijke toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 3. Stel vast, door middel van “back-testing” dat de aannames en veronderstellingen die ten grondslag liggen aan uw beheerplannen voor groot onderhoud, nog valide zijn. Dit kan door van geplande werkzaamheden vast te stellen of deze ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of dat tegen de ingeschatte hoeveelheden en prijzen is gebeurd. Wanneer sprake is van afwijkingen, dient u de impact op de getroffen voorziening en meerjarendotatie te bepalen. Beoordeel de impact van de huidige economische ontwikkelingen op de waardering van uw grondexploitaties (Anna’s Hoeve en Stationsplein). Besteed daarbij (stationsplein) ook aandacht aan de reeds geactiveerde voorbereidingskosten onder de immateriële vaste activa. Beoordeel, op basis van de jaarrekening 2022 van de GEM Crailo en de geactualiseerde grondexploitatie per 1-1-2023 van de GEM Crailo de volwaardigheid van uw uitstaande vordering van € 16 miljoen. Gelet op het financieel belang geven wij u in overweging om een second opinion op de resultaatprognose uit te (laten) voeren en ook, in het kader van uw risicomanagement, een “worst-case-scenario” door te (laten) rekenen Rond de interne controle op de bestedingen in het kader van de energietoeslag begin 2023 af.

11

Onderzoek of sprake is ten aanzien van borg- en garantstellingen

12

Onderzoek of in de jaarrekening 2022 een voorziening verlofsparen opgenomen moet worden.

7

8

9

√

√ √

√ √ √

312018008.23.176 - 24

Rechtmatigheidsverantwoording wordt met ingang van 2023 ingevoerd

In de meicirculaire 2018 (en de daarna verschenen informatie en besluiten) heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna ministerie BZK) aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2023 het college een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Tot en met de jaarrekening 2022 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeente een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, de rechtmatigheid, verdwijnt vanaf de jaarrekening 2023. Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 109, juni 2022) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2023. Inmiddels is duidelijk dat dit ook het definitieve invoeringsjaar is. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. Vanaf het verslagjaar 2023 moet het college zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf Bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college worden gegeven.

In onze managementletter over het jaar 2022, maar ook in de managementletter 2021 en het accountantsverslag 2021, zijn wij ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪

Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgesteld.

▪

In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het college neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad. De gemeenteraad zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat deze afwijkingen door het college moeten worden vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering. Door deze laatste afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering te rapporteren, informeert het college de gemeenteraad over de kwaliteit van de interne beheersing en de uitkomsten daarvan. Meer hierover kunt u ook lezen in de Notitie Bedrijfsvoering van de commissie BBV.

▪

Een belangrijke wijziging met betrekking tot het normenkader is dat vanaf 2023, het normenkader expliciet door de gemeenteraad moet worden vastgesteld.

312018008.23.176 - 25

▪

De commissie BBV heeft inmiddels de herziene kadernota uitgebracht (hierna Kadernota rechtmatigheid 2023), waarin zij haar visie geeft over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. Het doel is uiteindelijk dat de gemeente zelfstandig de in de Kadernota rechtmatigheid 2023 benoemde rechtmatigheidscriteria (het begrotingscriterium, het M&O-criterium en het voorwaardencriterium) afdekt. In paragraaf 1.4 van de Kadernota rechtmatigheid 2023 is een tiental stellige uitspraken gedaan en zijn zeven aanbevelingen gedaan. Deze worden in de Kadernota rechtmatigheid 2023 verder uitgewerkt. Deze stellige uitspraken en aanbevelingen kunnen u helpen bij de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording binnen uw gemeente. Een aantal van deze stellige uitspraken en aanbevelingen willen wij graag (nogmaals) onder uw aandacht: o

o

De kadernota 2023 introduceert het begrip ‘onduidelijkheden’. Dit begrip geeft aan dat er situaties zijn waarin het ook voor het college niet duidelijk is of er rechtmatig gehandeld is. Deze moeten dan worden toegelicht en worden gewogen door het college. In de Kadernota wordt ook ingegaan op de toepassing van tolerantiegrenzen, afwijkingen en de weging hiervan. Deze begrippen zijn vooral van belang voor uw intern controleplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=0102d855-b1e3-42bc-b2ef-cb66ae823509