2a. Denkrichting uit de participatie
Tekst van het document
Bijlage 2a. Denkrichting uit de participatie Proces om tot de denkrichting te komen
De opbrengst uit de participatie is rijk en verwoord in vier rapporten: Inwoners aan het woord, een toevoeging aan Inwoners aan het woord, Organisaties aan het woord en het verslag van het stadsgesprek op 12 mei 2022. Deze opbrengst geven we om te beginnen rechtstreeks door aan de gemeenteraad: dit is wat Hilversum denkt over en vindt van de toekomst van Hilversum. Alle rapporten zijn opgenomen als bijlagen 1a t/m 1e. Alle inbreng is terug te vinden op www.hilversum2040.nl. Alle bijeenkomsten zijn geleid door onafhankelijke gespreksleiders en alle rapporten opgesteld door een onafhankelijk schrijfburo, dat door een redactieteam van inwoners en vertegenwoordigers van organisaties werd begeleid. De gemeenteraad heeft de ‘Omgevingsfoto’ met cijfers, trends en ontwikkelingen als input meegegeven aan de samenleving. Inwoners hebben in het najaar van 2021 op allerlei manieren inbreng geleverd over de identiteit, kwaliteiten en verbeterpunten van en voor Hilversum. Die opbrengst is in een rapport ‘Inwoners aan het woord’ opgenomen en - aangevuld met extra inbreng van ondervertegenwoordigde - aan de gemeenteraad ter kennisneming gebracht in maart 2022. De onderwerpen die inwoners hebben aangedragen zijn vervolgens in vier meer integrale gesprekken met Organisaties uit Hilversum besproken, met de vraag tot welke keuzes/dilemma's en mogelijke oplossingsrichtingen dit volgens hen leidt.
Dit is verwoord in het rapport Organisaties aan het woord. Een team van onafhankelijke deskundigen heeft daarna alle rapporten naast elkaar gelegd en drie vraagstukken geformuleerd waar inwoners en organisaties in het stadsgesprek nog meer richting zouden kunnen zoeken, omdat die uit de rapporten inwoners en organisaties nog niet bleek: 1. De prioriteiten in de openbare ruimte en de rol van de auto in die ruimte. Hoeveel plek is er voor de auto als er ook ruimte nodig is voor fietsen, lopen, spelen en groen? 2. Groei en kwaliteit, zowel in de stad als in het buitengebied. Hoe behoudt Hilversum die kwaliteit het beste en wat is de relatie tussen de stad en het buitengebied? 3. De betekenis van de buurt en de voorzieningen. Hoe werkt Hilversum aan sterke buurten? En moet elke buurt over eigen voorzieningen beschikken? Of moeten die (deels) centraal worden gebundeld in een gebied waar woningen, voorzieningen en levendigheid samenkomen? Als input voor het stadsgesprek zijn de dilemma's uit Organisaties aan het woord die met deze drie vraagstukken samenhangen eind april 2022 in een enquête onder het Burgerpanel uitgezet. 903 mensen hebben de enquête ingevuld. Die uitslag is – na toepassing van wegingsfactoren op ondervertegenwoordigde groepen, wijken en leeftijden – statistisch representatief en betrouwbaar. De uitslag van het burgerpanel is bijgevoegd als bijlage 2b.
Het valt op dat de inbreng van deelnemers aan het stadsgesprek en de resultaten van het burgerpanel goed op elkaar aansluiten. Dit is ook breder het beeld: we hadden verwacht dat er meer uiteenlopende ‘denkrichtingen’ in de participatie zouden ontstaan en sommige onderwerpen niet aan de orde zouden komen. Dat blijkt niet het geval: het gesprek leidt tot een redelijk eenduidige denkrichting (inwoners en organisaties zijn het over veel zaken eens en waar niet, geeft het stadsgesprek duidelijk richting) en er zijn weinig onderwerpen niet benoemd. De participatie onderschrijft de richting van de woonvisie, mobiliteitsvisie, transitievisie warmte en het duurzaamheidsbeleid, die door de raad zijn vastgesteld. Het sluit ook goed aan bij het Economisch Perspectief, dat voor de Omgevingsvisie als ‘bouwsteen’ beschikbaar was. Wel is op
hoofdlijnen bijsturing of intensivering en verdere uitwerking nodig in bijvoorbeeld thematische of gebiedsgerichte programma's, samen met de samenleving. Een open, politiek debat over de denkrichting die het college op basis van de participatie-opbrengst doet recht aan de inzet van alle Hilversummers en organisaties in het participatietraject. In het debat heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de denkrichting vast te stellen, of te amenderen. We onderscheiden in de denkichting drie onderdelen: 1. De identiteit en te koesteren waarden 2. De opgaven die de Omgevingsvisie van Hilversum extra kleur geven 3. 17 principes voor de toekomst. Naast een aantal hoofdprincipes zijn vanuit de verschillende thema’s principes geformuleerd. Ze vinden hun basis in het betreffende thema, maar zijn ook integraal door sterke relaties met andere thema’s. De principes vanuit de thema’s water en bodem en gezondheid zijn door het college aangescherpt omdat deze onderbelicht waren in de participatiegesprekken, maar desondanks opgaven betreffen die in de komende jaren zullen gaan spelen in de leefomgeving.
De denkrichting voor de ontwerp-Omgevingsvisie Identiteit en te koesteren waarden Hilversum wordt om veel redenen gewaardeerd. Voor inwoners springen drie waarden eruit: het groen in en om Hilversum, de karakteristieke architectuur van Dudok en het ‘dorpse’ karakter met tegelijk ‘stadse’ voorzieningen. Stad of dorp, daar zijn Hilversummers niet over uit. En dat is ook een deel van de identiteit. Het dorpse zit hem in zaken als kleinschaligheid – alles is dichtbij – en laagbouw in de wijken. Maar ook in de vriendelijke sfeer en in de betrokkenheid van inwoners en ondernemers. Buren groeten en helpen elkaar en dankzij een groot aantal vrijwilligers zijn allerlei activiteiten mogelijk. Het stedelijke zit hem vooral in goede voorzieningen: onderwijs, ziekenhuis, sport, winkels, uitgaan en cultuur naar ieders smaak. Wat ook duidelijk is, is dat Hilversum een woonén een werkgemeente is, waarbij kleine én toonaangevende bedrijven zoals op het Mediapark belangrijk zijn. En duidelijk is dat Hilversum als centrumgemeente voor Gooi en Vechtstreek geen eiland is. Hilversum is een gemeente met een grote diversiteit in bevolking en bebouwing. Die spanning maakt Hilversum een spannende gemeente. Opgaven Inwoners hebben in grote lijnen een vrij eensgezind beeld van de toekomst van Hilversum: groener, met behoud van het dorpse karakter en toch stadse voorzieningen naar ieders smaak.
Een goed evenwicht tussen rust en reuring. Afgestemd op de verschillende (woon)behoeften en met respect voor Dudok. Met een ruimtelijke opzet en met ruimte voor spelen, ontmoeten en groen. Een stad die goed bereikbaar is. Waar veel aandacht is voor gezondheid en duurzaamheid, en ingericht op het veranderende klimaat en waar verbinding in de buurt belangrijk is: bij elkaar betrokken zijn en kunnen meedoen. Een stad (of dorp) die het beste biedt van twee werelden, en met het liefst nog wat meer eigen identiteit. Inwoners en organisaties zien ook de ontwikkelingen. Het wordt drukker in de stad, op wegen en fietspaden. Het is moeilijk om een woning te vinden voor een start of een volgende stap in je wooncarrière. We vergrijzen als samenleving. De beroepsbevolking neemt af, waardoor het vinden van personeel lastiger wordt. Meer mensen wonen en werken verre van allemaal binnen Hilversum, met veel autoverkeer tot gevolg. Het winkelaanbod en de voorzieningen in de wijken staan onder druk, maar ook de inzet van vrijwilligers bij cultuur- en sportorganisaties. Verschillen binnen en
tussen wijken worden groter. Niet iedereen kan even makkelijk mee. En we moeten iets met het veranderende klimaat en de energietransitie. In Hilversum spelen alle opgaven die ook in andere gemeenten in meer of mindere mate aan de orde zijn. Kijkend naar de participatie zijn er vijf vraagstukken die de Omgevingsvisie Hilversums maken. Ze vragen om richting in de Omgevingsvisie: 1. Versterken van de groene kwaliteiten van de stad en het buitengebied. 2. Nieuwe prioriteiten stellen in de openbare ruimte en geleidelijke afwaardering van de rol van de auto. 3. De energie en klimaattransitie inpassen, bij voorkeur binnen de stad. 4. Bouwen aan sterke, inclusieve wijken met wonen, werken en voorzieningen, vanuit bestaande kwaliteiten en gemeenschappen. 5. Komen naar een voortdurend gesprek tussen gemeente, inwoners en organisaties over de toekomst. Principes voor de toekomst De eerste vier principes zijn omgangsvormen voor overheid en samenleving. De volgende dertien zijn ontwerpprincipes die in de ontwerp-Omgevingsvisie vertaald kunnen worden in tekst, kaarten en beelden. Vier omgangsvormen 1. De gemeente neemt regie op het collectief belang. Werk als overheid vanuit een integrale visie en durf regie te nemen op opgaven die het algemeen belang (collectief) aangaan, juist als het gaat over moeilijke keuzes. 2. We gebruiken de Omgevingsvisie actief.
De Omgevingsvisie heeft volgens de Omgevingswet een werking van 10 jaar. Grijp in die periode in de samenleving en in de raadzaal vaak en bewust terug op de Omgevingsvisie Hilversum als gezamenlijk perspectief op de toekomst. Gebruik de Omgevingsvisie daarbij als toetsingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Maar werk ook in het besef dat er in de toekomst nieuwe uitdagingen op ons pad komen, die we nu nog niet voorzien1. Leg keuzes goed uit en onderbouw ze duidelijk, zeker als toekomstige omstandigheden vragen om afwijking van de Omgevingsvisie. Dat goed doen geeft rust en vertrouwen. Bij zeer fundamentele en structurele veranderingen kunnen gemeenteraad en college besluiten de Omgevingsvisie tussentijds bij te stellen. 3. We blijven in gesprek. Gemeente, inwoners en organisaties blijven het gesprek over de toekomst van Hilversum voeren in wijken en buurten (van onderop) en op het niveau van de stad. 4. We geven initiatieven de ruimte. Maak procedures makkelijker en sneller, zodat inwoners en organisaties eerder zelf aan de slag kunnen. Vier bakens, die niet worden verzet 5. Dorp én stad. Hilversum is een regionale centrumgemeente in balans die het beste van twee werelden biedt: dorps karakter (voorzieningen dichtbij in de wijken) en stadse voorzieningen (cultuur, ziekenhuis, centrum, sport). Hilversum is een woon- én een werkgemeente. 6. Ontwikkelen binnen de bestaande stad.
We koesteren de natuur en het idee van de compacte tuinstad. Daarom vernieuwen en ontwikkelen we alleen binnen de bestaande stadsgrenzen en niet daarbuiten.
1 Zo zijn we sinds de wijkgesprekken in het najaar van 2021 van een corona-crisis in een niet voorziene opvang-
en energiecrisis beland, hebben we te maken met forse inflatie en morrelt het nieuwe kabinet aan de decentralisatie van de jeugdzorg en de woningmarkt.
7. Gematigde groei voor vitaliteit. Een zekere mate van groei is wenselijk met oog op een vitale toekomst van Hilversum. Door te ontwikkelen blijft de stad levendig en de wijken en buurten gezond. Het bevordert doorstroming op de woningmarkt en houdt voorzieningen in buurten levensvatbaar. Uit de participatie blijkt geen draagvlak voor een fors groeiscenario, opgelegd van bovenaf. Er is net zo weinig draagvlak voor een ‘stand-still’ scenario. Wat dan resteert is een scenario van gematigde groei. Dat past bij Hilversum. 8. Vernieuwen passend bij kwaliteiten. Vernieuwen en ontwikkelen doen we passend bij de kwaliteiten van de gebieden, in gesprek met inwoners en organisaties en op basis van onderzoek wat kan en nodig is. Dat betekent in principe ontwikkeling in alle wijken en werklocaties, maar wel in elk gebied op basis van de identiteit, wensen en opgaven. We doen niet alles overal tegelijkertijd, maar gefaseerd. De looptijd van de Omgevingsvisie beslaat immers 5 bestuursperiodes. Accenten op thema’s 9. Snelheid in de energietransitie. Hilversum zet maximaal in op een energietransitie waar inwoners en organisaties zich eigenaar van voelen. We willen in één generatie fossielvrij worden en concentreren ons daarbij op het bebouwde gebied, als eerste op zon-op-dak.
We denken in mogelijkheden, maar schromen als overheid niet om de regie te pakken: we moeten nu beginnen om niet te laat te zijn. We werken actief aan oplossingen die passen in beschermde stadsgezichten en in het besef dat zonnepanelen er ook weer af kunnen. We bouwen toekomstgericht: gebouwen moeten zoveel mogelijk aanpasbaar en klimaatadaptief zijn. 10. Natuur in en om de stad beschermen en versterken. We nemen maatregelen om de kwetsbare natuur om Hilversum heen te beschermen. Bijvoorbeeld door delen van het buitengebied (periodiek) rust te geven om te laten herstellen. Meer groen in de stad kan zorgen voor een lagere belasting van de natuurgebieden. We onderzoeken een bomennorm bij nieuwbouwplannen. Zowel binnen als buiten de stad vergroten we de biodiversiteit. 11. Water- en bodemkwaliteit op orde. We brengen de kwaliteit van water en bodem op orde. Dat is goed voor mens en natuur en voorkomt dat ruimtelijke ontwikkelingen stil komen te liggen als gevolg van het overschrijden van milieunormen, zoals de stikstofnormen en de kaderrichtlijn Water. 12. Functiemenging in diverse gebieden. Meng wonen, werken, voorzieningen en openbare ruimte in wijken en in bedrijfs/kantorenlocaties voor prettige plekken. Kies alleen waar passend voor hoogte of verdichting, om per saldo kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte toe te voegen/te kunnen bekostigen.
Bij OV-knooppunten is hoogte het best voorstelbaar. 13. Ruimte voor werk. Creëer meer ruimte voor werk op bestaande werklocaties en in wijken, voor het groot-, midden- en kleinbedrijf. Geef ruimte voor transitie naar een circulaire duurzame economie, inclusief onderwijs en innovatie. Bied passende woonruimte voor personeel in kritische sectoren en zet in op het aantrekken van hoger onderwijs. Investeer in een compact, compleet, levendig centrum dat ook voor de regio van betekenis is. 14. De mobiliteitstransitie doorzetten. We zetten de ingezette transitie van vervoermiddelbezit naar -gebruik door. Dit is een transitie van de lange adem. Fiets, OV en deelmobiliteit komen steeds centraler te staan: die krijgen letterlijk meer ruimte. De ruimte voor de auto wordt geleidelijk beperkter. We leggen geen nieuwe grootschalige infrastructuur voor de auto aan, maar kijken wel kritisch naar het verkeerscirculatieplan. We leggen waar nodig beperkingen op aan auto- en vrachtverkeer.
15. Iedereen kan meedoen. Vernieuwen en ontwikkelen doen we met oog op meer vitaliteit en leefbaarheid in alle wijken, doorstroming in de wijk (passend wonen voor ouderen, jongeren en middengroepen in kritische economische sectoren) en het rendabel of betaalbaar maken/houden van wijkvoorzieningen (winkels, ontmoetingsplekken, gezondheidszorg, sport, onderwijs etc). We versterken de diversiteit (bevolkingssamenstelling) en mengen functies waar het kan. Het organiseren van ontmoeting, inclusiviteit en het vergroten van kansengelijkheid staan centraal. 16. Gezonde leefomgeving. Bij alle ontwikkelingen zet Hilversum in op het realiseren van een zo gezond mogelijke leefomgeving. Dat is zowel gericht op het behalen van milieunormen als het realiseren van een woonomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. 17. Nieuwe prioriteiten in de openbare ruimte. We stellen nieuwe prioriteiten in de openbare ruimte, met oog op veiligheid, ontmoeting, gezondheid en klimaatadaptatie. Groen en water heeft eerste prioriteit: een robuust ecosysteem is de basis die op orde moet zijn. Ontmoetingsplaatsen (‘bumping places’, werden die in het stadsgesprek genoemd) staan op twee, gevolgd door ruimte voor fiets, voetganger en deelvervoer. Ruimte voor de auto is het sluitstuk. Breng parkeernormen naar beneden.