22. Raadsinformatiebrief 2025-16 inzake Wijziging voorrang statushouders
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1733096
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2025 - 16
Portefeuillehouder
J. Kalk
Datum
12 maart 2025
Informatie bij
Rozemarijn de Heer
Tel. nr.
(035) 629 2615
Onderwerp Zienswijze op wetsvoorstel schrappen voorrang statushouders in sociale huur
Kernboodschap Er een ligt wetsvoorstel op tafel om het verlenen van urgentie aan statushouders, wat wij nu conform de Huisvestingsverordening wel doen, te verbieden. Over het wetsvoorstel loopt t/m 16 maart een internet consultatie: Overheid.nl | Consultatie Wetsvoorstel nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders. Het college van B&W heeft ermee ingestemd om samen met de Regio Gooi en Vechtstreek een zienswijze op dit wetsvoorstel in te dienen. De strekking van de zienswijze is dat zolang wij als gemeenten een rol spelen in het huisvesten van statushouders wij zelf samen met onze lokale partners de manier willen bepalen hoe dat het beste te doen. De zienswijze luidt als volgt: “Reactie op wetsvoorstel namens gemeenten en woningcorporaties regio Gooi en Vechtstreek Gemeenten en woningcorporaties in de regio Gooi en Vechtstreek nemen de taakstelling van de rijksoverheid om statushouders te huisvesten serieus. Als vluchtelingen een vergunning krijgen om in Nederland te blijven, helpen wij hen als gemeenten en corporaties op weg. Nieuwe inwoners moeten zo snel mogelijk integreren in buurten en wijken en deelnemen aan onderwijs en werk. De manier hoe statushouders te huisvesten is onderwerp van het lokale democratische proces, waarbij de gemeenteraad de regels vastlegt in de huisvestingsverordening.
Met dit wetsvoorstel doorkruist de minister de lokale autonomie en dit democratisch proces. Zolang wij als gemeenten een rol spelen in het huisvesten van statushouders willen wij zelf en met onze lokale partners de manier bepalen hoe dat het best te doen.”
Aanleiding Minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is voornemens de Huisvestingswet te wijzigen door daarin op te nemen om het verlenen van urgentie aan statushouders, op grond van het enkele feit dat zij statushouders zijn, te verbieden. De Huisvestingswet geeft gemeenten nu de mogelijkheid urgentie voor statushouders in hun Huisvestingsverordening op te nemen. De gemeenten in onze regio maken gebruik van die mogelijkheid; zij huisvesten statushouders die aan hun gemeente zijn toegewezen met voorrang via ‘directe bemiddeling’. De statushouder krijgt daarmee op verzoek van de gemeente door een woningcorporatie een (passende) woning toegewezen. De zorg dat het huisvesten van deze doelgroep ten koste gaat van andere woningzoekenden is beperkt. Van alle 1
corporatiewoningen die landelijk beschikbaar komen, gaat 7% naar statushouders. Dat ligt in lijn met het gemiddelde in onze regio. In het nieuwe wetsvoorstel versterking van de regie op de volkshuisvesting worden verplichte urgentiecategorieën benoemd en de mogelijkheid aan gemeenten gegeven zelf aanvullende urgentie-categorieën in hun Huisvestingsverordening te benoemen. Met het voorliggende wetsvoorstel wordt hier een verboden urgentie-categorie aan toegevoegd. Met het verbod op urgentie vervalt ook de mogelijkheid van directe bemiddeling. Zoals aangekondigd in de nadere afspraken over de uitvoering van hoofdstuk 2 van het Hoofdlijnenakkoord werkt de regering aan een separaat wetsvoorstel voor het afschaffen van de gemeentelijke taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders. Samengevat werkt de regering aan een voorstel de wettelijke taakstellig voor gemeenten om statushouders te huisvesten af te schaffen, maar ligt nu het wetsvoorstel op tafel het verlenen van urgentie aan statushouders te verbieden. Over het wetsvoorstel loopt t/m 16 maart een internet consultatie: Overheid.nl | Consultatie Wetsvoorstel nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders Direct na aankondiging hebben 16 gemeenten uit de G40 al een reactie geplaatst (bijlage) Ook de VNG heeft al gewezen op uitvoeringsproblemen.
Consequenties In de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek. Hilversum 2024 staat opgenomen dat vergunninghouders onder de regionale urgentiecriteria vallen. Het zou aan de lokale politiek moeten blijven of voorrang voor statushouders wel of niet is gewenst. Met het verbieden van de voorrangsregel voor statushouders, verliezen gemeenten een belangrijk middel waarmee zij de wettelijke taak (taakstelling) redelijkerwijs kunnen uitvoeren. Door ons te verenigen en met meerdere partijen eenzelfde geluid te laten horen, komt dit krachtiger over.
Vervolgtraject Over het wetsvoorstel loopt t/m 16 maart een internet consultatie. Vóór 16 maart dient de Regio Gooi en Vechtstreek de gezamenlijk zienswijze in op het wetsvoorstel over het schrappen van voorrang statushouders bij sociale huur. De minister zal de reacties vervolgens bekijken en het voorstel eventueel aanpassen, waarna een definitief wetsvoorstel naar de Raad van State gaat voor advies. Daarna volgt een voorstel aan de Tweede Kamer. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n): 1. 2.
Wetsvoorstel wijziging Huisvestingswet inzake voorrang statushouders Reactie 16 gemeenten op wijziging voorrang statushouders
Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 11 maart 2025.
2
Onuitvoerbare taak De al eerder aangekondigde maatregel heeft volgens de gemeenten veel ongewenste gevolgen. Ze spreken van een onuitvoerbare taak. De doorstroom uit de opvang zal stagneren, wat leidt tot overvolle opvangcentra, met hoge kosten en meer behoefte aan inzet op straat. Dit vermindert de leefbaarheid en veiligheid en verhoogt de kosten voor maatschappelijke opvang. Ook heeft het nadelige effecten op de inburgering. Bovendien lost het de woningnood niet op.
Tekort aan sociale huurwoningen Een op de drie mensen in de opvang is nu al statushouder, stellen de initiatiefnemers. ‘De woningnood in onze steden wordt niet veroorzaakt door een teveel aan statushouders maar door een tekort aan sociale huurwoningen. De oplossing van dit probleem ligt dan ook daar: verplicht alle gemeenten om minimaal 30 procent van de nieuwbouw sociaal te bouwen. De schuld neerleggen bij mensen in een heel kwetsbare positie is onmenselijk.’
Voorstel met spoed intrekken Zonder stabiele huisvesting groeit bovendien de kans dat iemand langdurig afhankelijk wordt van sociale voorzieningen, wat nadelig is voor zowel de statushouders als de maatschappij. ‘Het is onbegrijpelijk dat het kabinet hierop aanstuurt en de negatieve effecten op het bordje van gemeenten gooit. Als gemeenten roepen wij daarom op om dit voorstel met spoed in te trekken.’ De afzenders zijn Amsterdam, Delft, Den Haag, Deventer, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Westerwolde, Sittard-Geleen, Tilburg, Utrecht en Venlo.
‘Verwarring en chaos’ ‘Dit is voor gemeenten onuitvoerbaar’, reageert de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Die vreest ‘verwarring en chaos’ en begrijpt niet wat het kabinet nu wil. De vereniging wijst erop dat minister Marjolein Faber (PVV, Asiel) voor het weekend nog aankondigde dat ze gemeenten 30.000 euro wil geven voor het huisvesten van statushouders. Nu komt Keijzer met een plan dat daar in de ogen van de VNG ‘tegengesteld’ aan is. De gemeenten vrezen negatieve gevolgen. ‘Als er geen huisvesting beschikbaar is voor statushouders, betekent dit dat er meer opvang nodig is, of dat mensen op straat belanden.’
Wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake het verbod op voorrang voor vergunninghouders (Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders)
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om de Huisvestingswet 2014 te wijzigen om de mogelijke verdringing van andere woningzoekenden door vergunninghouders te voorkomen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I Artikel 12, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014, komt te luiden: 4. Tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, behoren niet vergunninghouders op de grond dat ze vergunninghouder zijn.
Artikel II Indien het bij koninklijke boodschap van 6 maart 2024 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) (Kamerstukken 36 512) tot wet is of wordt verheven en artikel II, onderdeel F, onder 3, van die wet, eerder in werking is getreden of treedt dan artikel I van deze wet, wordt in artikel I van deze wet in de aanhef "vierde lid" vervangen door "vijfde lid" en wordt de aanduiding "4." vervangen door "5.".
Artikel III Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel IV Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel V Deze wet wordt aangehaald als: Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Mona Keijzer