20241127 Inspraakbijdrage Hilversum Omgevingsvisie Participatie
Tekst van het document
Hilversum, 27 november 2024
Commissie Bestuur en Economie van 27 november 2024 Ingezonden stuk tbv agendapunten 6 t/m8 Startnotitie Participatie
Geachte commissie, Namens de samenwerkende organisaties, welke in het kader van de omgevingsvisie 2040 verenigd zijn in HOP2040, richten wij ons tot u met een oproep met betrekking tot de ontwikkeling van een participatiebeleid en een participatieverordening, zoals aangegeven in de Startnotitie participatie. HOP2040 heeft haar basis in 40 bewonersorganisaties, die actief zijn in de eigen wijk en als geen ander weten wat er leeft. Maak gebruik van die ervaringsdeskundigheid! Vanuit die positie is bijvoorbeeld al krachtig bijgedragen aan de participatie in aanloop naar de totstandkoming van de omgevingsvisie 2040. Voor de opvolging van deze omgevingsvisie, middels gebiedsagenda's heeft HOP2040 zich ook bereid verklaard een samenwerkingsverband van bewonersverenigingen in stand te houden, zodat ook in de toekomst een gecoördineerde bijdrage aan participatie kan worden geleverd. In de nu voorliggende startnotitie participatie missen wij echter de positie van bewonersorganisaties. Wel zien wij enkele verwijzingen: Hoofdstuk 5 Aansluiten op wat er al is a. ........ Denk aan de ervaringen in het wijkgericht werken b. .........Daarbij horen onze adviesraden, adviescommissies, bewonersorganisaties, etc Onder dit punt 5b worden een aantal organisaties met name genoemd, die verdienstelijke activiteiten binnen Hilversum ontplooien.
Maar nergens in de nota worden de buurt- en bewonersorganisaties, met soms honderden betalende leden, specifiek en prominent genoemd. Dit zijn de organisaties die juist in sterke mate optreden als vertegenwoordigers van hun buurt of in samenwerking met elkaar voor geheel Hilversum, zoals bij de omgevingsvisie. Wij vinden het onbegrijpelijk, dat een reeds lang bestaande structuur in de Hilversumse samenleving, die beter dan
alle andere genoemde organisaties geëigend is om bewoners te doen participeren, zo opvallend wordt overgeslagen. De startnotitie geeft al aan, dat de handleiding "Betrek de buurt" komt te vervallen. Dit stuk geeft echter geen enkele richting aan wie ‘betrokkenen’ kunnen zijn en wie in ieder geval moeten worden uitgenodigd te participeren. De vorm van de participatie wordt zelfs volledig overgelaten aan de initiatiefnemer en is het participatieverslag oncontroleerbaar voor participanten. Het is daarmee te vrijblijvend: er is geen enkele richtlijn of regie en niets wordt gecontroleerd. Daarmee wordt participatie niet geborgd. In H 6 stelt u, dat u een participatieverordening juridisch bindend wilt maken. Maar dat zou dan óók voor de initiatiefnemers moeten gelden. Zorgelijk is ook de aantekening met betrekking tot BOPA’s: betekent dat dat er een omgevingsplan kan worden vastgesteld wat eenvoudig met een zg. Buitenplanse Omgevings Plan Activiteit omzeild kan worden? 1. In het Raadsvoorstel wordt in de inleiding gesteld dat inwoners kunnen meedenken, meewerken of meebeslissen. Dat refereert aan de participatieladder, die in 2008 tijdens de Participatieconferentie al als verouderd werd bestempeld.
Waarom wordt niet meer lering getrokken van meer recente ervaring? In 2019 startte de wijkwethouder 1221 een participatieproces, wat door de bewoners uit dat gebied nog steeds als ideaal wordt gezien: vanuit de wijk, van onderop en met àlle betrokken belanghebbenden. 2. Ook in het Raadsvoorstel: “Participatie kan ten onrechte worden gezien als het organiseren van overeenstemming”. In H3 van de Notitie herhaalt u iets dergelijks. Die uitspraak verbaast ons enigszins. Het resultaat van participatie is immers de participatieopbrengst, waaruit de grootste gemene deler de leidraad is. En nee, dan is niet iedereen tevreden, maar dat is democratie. De meeste stemmen gelden. Daarmee zou een resultante, zoals een Gebiedsagenda, wel degelijk als een afspraak gezien moeten kunnen worden. Anders verwordt het geheel tot een veel te vrijblijvend proces waarvan het resultaat naar de waan van de dag kan worden gewijzigd. Participatie verwordt dan tot een schijnvertoning. 3. In Januari 2025 bespreekt u de opbrengsten met de raadswerkgroep participatie. Het lijkt ons logisch en verstandig om daar dan óók bewoners cq HOP2040 bij te betrekken. 4. In H.4 van de notitie wil u inzetten op crowdsourcing en burgerloting. Daarbij bestaat het gevaar dat er over een wijk beslist wordt door bewoners die daar niet wonen en dus de belangen van die bewoners opzij worden gezet.
Dat verbreedt de toegang tot participatieprocessen niet: dat versmalt ze juist. Ik begrijp ook dat u wilt vermijden dat u steeds dezelfde gezichten en stemmen hoort die u altijd al hoort. Maar juist die mensen hebben niet alleen toegang tot wat er in hun wijk speelt, maar ook de meeste achtergrondkennis en ervaring. Die willen vermijden kan juist de inhoudelijke kant van de participatie te kort doen. Niet iedereen heeft de tijd en mogelijkheid om zich daar diepgaand in te duiken. 5. In H. 5 haalt u de ervaringen met participatie in de Woonagenda De Meent aan: de Gebiedsagenda 1221, de oorspronkelijke participatie pilot, blijft daarbij volledig buiten beeld. Dat is onterecht: wethouder Voorink, toen wijkwethouder 1221 en in 2018 starter van deze
participatie-pilot, zou u hierover meer kunnen vertellen. 6. U stelt dat voorafgaand aan het opstellen van het nieuwe beleid de handleiding “Betrek de Buurt” wordt geëvalueerd: mogen we aannemen dat daar ook bewoners bij worden betrokken? Daar gaat het uiteindelijk toch om? Wat de handleiding ‘Betrek de buurt’ ons in ieder geval heeft geleerd, is dat er voor een goed participatieproces meer structuur nodig is. De startnotitie geeft daarvoor wel al een aantal goede aanwijzingen. Wij pleiten er echter voor om nu al in de startnotitie expliciet de buurt- en bewonersorganisaties te benoemen als de partij, die bij voorrang en zonder uitzondering wordt betrokken in het participatieproces daar waar het gaat om ruimtelijke ordening, leefbaarheid wonen en in het algemeen alle zaken die raken aan het bewonersbelang en door de gemeente als participatie-waardig worden aangewezen. Het wordt tijd dat de gemeente gebruik gaat maken van de kracht van deze organisaties in plaats van ze stelselmatig in haar communicatie over te slaan. Wij blijven graag hierover met u in gesprek, Groetend,
Rob Heuser Martin Triebels Tjen Schifferstein Patrick Weening