CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

20. Raadsinformatiebrief 2025-89 inzake Beleidsregels Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026

GEMEENTERAAD 28 januari 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Stukken ten aanzien waarvan de voorzitter voorstelt deze voor kennisgeving aan te nemen6.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder

Zaak nr.

1910603

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

89-2025

Portefeuillehouder

B. Heller

Datum

19 december 2025

Informatie bij

Ruben Samuels

Tel. nr.

+31356291452

Onderwerp Beleidsregels Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026

Kernboodschap Geachte leden van de Raad, Het college informeert u hierbij over de door het college vastgestelde Beleidsregels Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026. Met deze wijziging wordt uitvoering gegeven aan de beleidsagenda Armoede en Schulden 2024-2030, in het bijzonder aan verbeterpunt 7, welke gericht is op het vereenvoudigen en automatisch uitbetalen van minimaregelingen.

Aanleiding Met ingang van 1 januari 2026 gaat de beleidsregel Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026 van kracht. Ten opzichte van de vorige beleidsregels worden de minimaregelingen Individuele Inkomenstoeslag, Activeringsregeling, Kindpakket en de regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten vereenvoudigd. Daarbij wordt het mogelijk om de Individuele Inkomenstoeslag, Activeringsregeling, Kindpakket en de regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten automatisch (ambtshalve) uit te betalen aan inwoners met een bijstandsuitkering die de betreffende regeling eerder hebben aangevraagd en toegekend hebben gekregen. Door het vereenvoudigen en het automatisch uitbetalen van de genoemde minimaregelingen versimpelt de gemeente het voor de inwoner om gebruik te maken van de gemeentelijke minimaregelingen door aanvraagprocedures te versimpelen. Wij vereenvoudigen bijvoorbeeld de regeling Kindpakket. Hierin verdwijnt de aanvraag voor de gemeentelijke bijdrage voor de fiets voor het kind ter hoogte van € 200, die één keer per vier jaar kon worden aangevraagd. Daarin de plaats verhogen wij het Kindpakket met € 50 per jaar. Kortom, een vereenvoudigde regeling met een hoger bedrag. Ook geeft de gemeente met het vereenvoudigen en het automatisch uitbetalen van meerdere minimaregelingen het signaal af dat wij uitgaan van vertrouwen in onze inwoners.

Ter illustratie betekent dit voor inwoners met een chronische ziekte of handicap dat de bewijslast verdwijnt voor het vaststellen van het te verlenen bedrag bij het aanvragen van de regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten. Voorheen moest de inwoner op basis van bijvoorbeeld bonnetjes van medicijnen aantoonbaar maken dat de inwoner aanvullende kosten maakte boven wat de ziektekostenverzekering dekt. Met het Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026 ontvangen alle aanvragers, die recht hebben 1

op de regeling en na de eerste toekenning, ieder jaar automatisch het maximum bedrag ter hoogte van € 500. Wij vertrouwen erop dat onze inwoners de € 500 besteden aan de zorgkosten, omdat zij een chronische ziekte of handicap hebben. Kortom, inwoners die gebruik maken van de regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten hoeven hun zorgkosten niet langer aantoonbaar te maken en ontvangen de bijdrage automatisch na de eerste toekenning. Kern van de wijziging zijn: •

• • •

Inwoners met een bijstandsuitkering die eerder gebruikmaakten van de Individuele Inkomenstoeslag en/of Activeringsregeling, krijgen deze regelingen vanaf 2026 automatisch uitgekeerd na de eerste aanvraag. Aanvullende voorwaarden binnen de minimaregelingen worden beperkt, met name de bewijslast. De gemeente gaat meer uit van vertrouwen. De digitale aanvraagprocedure wordt vereenvoudigd. De wijzigingen worden tevens toegepast op het Kindpakket en de regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten.

Met deze aanpassingen wordt beoogd het bereik van het minimabeleid te vergroten, de toegang te vereenvoudigen en inwoners meer bestaanszekerheid te bieden. Deze aanpak draagt bij aan een toegankelijker stelsel, waarbij wordt uitgegaan van vertrouwen in de inwoner en de oprechtheid van ingediende aanvragen. Hiermee neemt de gemeente een stap in de strijd tegen armoede en schulden.

Consequenties De aanpassing van de minimaregelingen Kindpakket, en Chronisch Zieken en Gehandicapten zorgt voor een extra last van ongeveer €35.000. Deze kosten kunnen worden gedekt binnen de bestaande begroting op taakveld 6.3. Indien het bereik toeneemt, bestaat de mogelijkheid dat het budget ontoereikend zal zijn. Indien dit zich voordoet zal de raad hier zoals gebruikelijk over geïnformeerd worden.

Vervolgtraject Met de vaststelling van de nieuwe Beleidsregels Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026, worden de beleidsregels gepubliceerd. Inwoners worden via diverse communicatiekanalen geïnformeerd. De wijzigingen worden tevens opgenomen in de nieuwe brochure minimabeleid die momenteel wordt opgesteld.

Het college vertrouwt erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

2

Bijlage(n): 1. Was-wordt lijst met aanpassingen Gemeentelijk Minimabeleid Hilversum 2026 t.o.v. 2023 versie 3. Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 9 december 2025.

3

BELEIDSREGELS GEMEENTELIJK MINIMABELEID HILVERSUM 2026 – XXXX – Concept VERSIE Geldend vanaf 1 januari 2026 t/m heden (ter vervanging van de Beleidsregels gemeentelijk minimabeleid Hilversum 2023 Versie 3)

Intitulé BELEIDSREGELS GEMEENTELIJK MINIMABELEID HILVERSUM 2026 Burgemeester en wethouders van Hilversum, Gelet op het voorstel “Beleidsregels gemeentelijk minimabeleid Hilversum 2026 – herziening” met kenmerk XXXX, gelet op de Participatiewet, in het bijzonder de artikelen in hoofdstuk 4, paragraaf 4.1, gelet op de van toepassing zijnde Verzamelverordening Inkomensvoorzieningen Hilversum, gelet op het beleidsplan “Doen wat nodig is zodat je mee kunt doen: Minimabeleid op maat”, gelet op de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder artikel 4:81, besluiten vast te stellen de navolgende BELEIDSREGELS GEMEENTELIJK MINIMABELEID HILVERSUM 2026 met inachtneming dat de Beleidsregels 2023 Versie 3 (en latere wijzigingen) per 1 januari 2026 worden ingetrokken.

Kader Met het minimabeleid geven we uitvoering aan de vastgestelde visie Sociaal Domein – ‘Wij zijn Hilversum’. Vanuit deze visie zetten we in op een samenleving waarin alle inwoners op hun eigen manier kunnen meedoen, het gevoel hebben erbij te horen en grip hebben op hun eigen leven. Met het minimabeleid zorgen we voor een voldoende en voorspelbaar inkomen voor inwoners met een laag inkomen. Zo dragen we bij aan de opgaven binnen het sociaal domein: Hilversummers hebben voldoende middelen van bestaan en doen mee in de samenleving. Hilversummers krijgen passende zorg en/of ondersteuning wanneer dat nodig is. Op deze manier versterken we de bestaanszekerheid van inwoners en bevorderen we hun actieve deelname aan de Hilversumse gemeenschap Door uitbreiding van gemeentelijke schuldhulpverlening met een uitgebreider productaanbod, wil de gemeente inwoners die gebruikmaken van minimaregelingen op duurzamere wijze ondersteunen, bijvoorbeeld via budgetcursussen en begeleiding bij het in balans brengen van inkomsten en vaste lasten. Omdat rondkomen met een minimuminkomen veel kennis van wet- en regelgeving, administratieve nauwkeurigheid en organisatorische vaardigheden vereist, vereenvoudigt en automatiseert de gemeente Hilversum de minimaregelingen waar mogelijk.

Met vaststelling van de beleidsagenda Armoede en schulden 2024 – 2030 wil de gemeente Hilversum armoede en schulden in Hilversum bestrijden. Hilversummers dienen voldoende middelen van bestaan te hebben en volwaardig te kunnen deelnemen in de samenleving. Hilversumse gezinnen ontvangen ondersteuning waar dat nodig is. Het minimabeleid is toe aan vernieuwing en aanpassing.

Met ingang van 1 januari 2026 gelden de volgende extra vereenvoudigingen en wijzigingen: • Voor minimaregelingen: vereenvoudigde voorwaarden, de aanvrager is vereist om verantwoording af te leggen over besteding, indien het college hiernaar vraagt en er een zwaarwegend belang is; tenzij periodiek toegekend. • Regelingen die dat toelaten worden na de eerste toekenning periodiek toegekend en automatisch uitbetaald aan bijstandsgerechtigden. • Afwijking van de vermogensgrens uit artikel 34 PW voor bijstandsgerechtigden (artikel 3) zoals nader gespecificeerd. • Aanpassing van de beleidsregels woonkostentoeslag conform de gewijzigde Wet op de Huur (huurwet). Gelet op de beoogde inwerkingtreding van de “Participatiewet in Balans” per 1 januari 2026, wordt in deze beleidsregels zoveel mogelijk rekening gehouden met de bijbehorende wetswijzigingen. Tegelijkertijd is het mogelijk dat bepaalde wijzigingen in de wetgeving en hun gevolgen voor de uitvoering, nog niet volledig zijn te overzien. Bovendien kunnen de verwijzingen naar artikelnummers in deze beleidsregels afwijken van de definitieve codering in de gewijzigde Participatiewet.

HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen Alle begrippen niet nader omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast wordt verstaan onder: • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; • PW: Participatiewet; c.q. Participatiewet in Balans • draagkrachtperiode jaar: een aaneengesloten periode van 12 of meer maanden, waarbij de financiële draagkracht aan het begin eenmalig wordt vastgesteld voor de gehele periode; • peildatum: de datum die door het college wordt gehanteerd om te toetsen of aanvrager recht op een regeling heeft; • inkomensgrens: het maximale inkomen waarbij het college veronderstelt dat er geen draagkracht uit inkomen is; • vermogensgrens: het maximale vermogen waarbij het college veronderstelt dat er geen draagkracht uit vermogen is; • periodieke verstrekking: een jaarlijks terugkerende verstrekking gedurende de periode dat de inwoner een bijstandsuitkering ontvangt; • periodieke toekenning: een jaarlijkse toekenning na de eerste aanvraag voor inwoners met een algemene bijstandsuitkering; • automatische uitbetaling: na de eerste toekenning jaarlijks automatische uitbetaling zonder nieuwe aanvraag.

• WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen • WAJONG: Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten • WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen • WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering • SVB: Sociale Verzekeringsbank • WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; • MSNP: Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen; • WSF2000: Wet studiefinanciering 2000;

•

WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel 2 Inkomen 1. Voor vaststelling van het inkomen geldt de aanvraagdatum als peildatum, tenzij anders vermeld. 2. Voor minimaregelingen uit Hoofdstuk 2 geldt een inkomensgrens van 130% van de toepasselijke bijstandsnorm (zoals in artikelen 20, 21, 22, 23 van de PW c.q. Participatiewet in Balans), tenzij anders vermeld. 3. Bij overschrijding van de inkomensgrens met meer dan € 60,- netto op jaarbasis bestaat geen recht op regelingen uit Hoofdstuk 2. 4. Voor individuele bijzondere bijstand uit Hoofdstuk 3 geldt eveneens een inkomensgrens van 130% van de toepasselijke bijstandsnorm, tenzij anders vermeld. 5. Bij bepaling van het inkomen wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm (artikel 22a PW c.q. Participatiewet in Balans). 6. Bij het vaststellen van het inkomen wordt uitgegaan van het netto-inkomen inclusief vakantiegeld. Indien alleen het netto-inkomen exclusief vakantiegeld bekend is, wordt dit verhoogd met 5%. 7. Bij wisselende inkomsten uit loondienst of onderneming kan het gemiddelde over de voorgaande 3 maanden worden gehanteerd; indien gunstiger voor de aanvrager kan dit worden uitgebreid naar 6 maanden. 8. Inkomsten van ten laste komende kinderen (artikel 31 lid 2 sub h PW c.q. Participatiewet in Balans) worden buiten beschouwing gelaten voor aanvragen Kindpakket (artikel 9). 9.

Ingeval van beslaglegging op het inkomen wordt uitgegaan van het inkomen na beslaglegging. 10. In geval van een schuldsaneringsregeling (WSNP of MSNP) wordt geacht geen draagkracht te bestaan bij de aanvrager. Bij het vaststellen van het inkomen bij zelfstandigen met een eenmansbedrijf, een enkelvoudige BV of VOF met niet meer dan 2 personen geldt het volgende. Om het inkomen te bepalen dienen de volgende bewijsstukken overgelegd te worden: a. aangifte inkomstenbelasting van het voorgaand jaar (van alle gezinsleden); b. banksaldi per 31 december van het voorgaand jaar (van alle gezinsleden); c. bij BV’s en VOF’s het contract m.b.t. winstdeling (vennootschapscontract). Niet nodig wanneer de vennoten alleen uit gezinsleden bestaan. 11. Voor berekening van het inkomen uit zelfstandige werkzaamheden wordt het bedrijfsresultaat (de winst uit onderneming) verminderd met een forfaitair percentage zoals genoemd in artikel 6, lid 2 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. a. Indien er (nog) geen jaarrekening beschikbaar is van het voorgaande kalenderjaar kan de jaarrekening van het jaar daarvoor gebruikt worden. b.

Indien er in het geheel nog geen jaarrekeningen zijn omdat de onderneming pas is opgericht, kan uitgegaan worden van de gemiddelde omzet van de voorgaande drie maanden na aftrek van gemaakte ondernemingskosten of van een inkomensverklaring van de belastingdienst van het voorgaande kalenderjaar. Dit bedrag kan dan vergeleken worden met het brutobedrag van de bijstandsuitkering zoals vermeld op de normenbrief van het lopende kalenderjaar. Artikel 3 Vermogen Voor recht op minimaregelingen uit Hoofdstuk 2 of individuele bijzondere bijstand uit Hoofdstuk 3 gelden in principe de vermogensgrenzen uit artikel 34 PW c.q. participatiewet in balans.

1. Vermogen dat is opgebouwd tijdens het ontvangen van een bijstandsuitkering wordt buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de vermogensgrens voor de minimaregelingen. Hiervan is de individuele bijzondere bijstand uitgesloten en is de vermogensgrens van artikel 34 PW c.q. participatiewet in balans wel van toepassing. 2. In afwijking van c.q. in aanvulling op artikel 34 PW worden de volgende vermogensbestanddelen buiten beschouwing gelaten: - Het vermogen in de door de aanvrager zelf bewoonde woonboot, camper of huis; - Een motorvoertuig waarvan het kenteken op naam staat van de aanvrager met een dagwaarde tot € 3.400,- (zoals vermeld op de site van de ANWB). Wanneer een motorvoertuig meer waard is, telt alleen het meerdere mee. Wanneer er meerdere voortuigen op naam staan, geldt de volledige dagwaarde vanaf het tweede voertuig mee voor het vermogen. Bij ondernemers kan hiervan afgeweken worden; - Het vermogen in de boedel bij een wettelijke of minnelijke schuldsaneringsregeling; - Schulden worden als negatief vermogen aangemerkt en in mindering gebracht op het positieve vermogen als ze aantoonbaar en opeisbaar zijn en er een feitelijke verplichting tot terugbetaling bestaat. Artikel 4 Aanvraag 1. Aanvragen dienen schriftelijk (via aangewezen formulier) of digitaal (via aangewezen ediensten) ingediend te worden. 2.

Bij bijzondere bijstand voor kosten zoals beschermingsbewind, eigen bijdrage advocaatkosten, griffierecht, legeskosten gehandicaptenparkeerkaart en urgentieverklaring kan de aanvraag tot drie maanden nadat de kosten zijn ontstaan, worden ingediend. 3. Binnen een vastgestelde draagkrachtperiode hoeft geen nieuwe toets op inkomen en vermogen plaats te vinden, tenzij gewijzigde omstandigheden daarom vragen. 4. Bij vervolgaanvragen buiten een draagkrachtperiode van een aanvrager die AOWgerechtigd is, hoeft geen nieuwe inkomens- en vermogenstoets plaats te vinden, tenzij daartoe aanleiding bestaat wegens een gewijzigde situatie. 5. In geval van gezamenlijke huishouding (conform artikel 3 PW) dient de aanvraag gezamenlijk te worden gedaan. 6. De aanvrager kan gebruik maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. 7. Bij regelingen die het toelaten wordt gewerkt met verklaringen; dit kan gelden voor de activeringsregeling, het kindpakket en de regeling verduurzaming. Artikel 5 Draagkracht bij aanvragen individuele bijzondere bijstand (Hoofdstuk 3) Voor aanvragen individuele bijzondere bijstand zoals beschreven in Hoofdstuk 3 geldt het volgende: 1. Individuele bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van draagkracht uit inkomen en vermogen. 2. Tenzij anders vermeld wordt draagkracht berekend voor een periode van een jaar. 3.

De ingangsdatum van de draagkrachtperiode is de eerste dag van de maand waarop de kosten betrekking hebben als deze tot drie maanden voor de aanvraagdatum ligt. In andere gevallen is de ingangsdatum van de draagkrachtperiode gelijk aan de eerste dag van de maand waarin de aanvraag gedaan is. 4. Draagkracht uit inkomen: a. Bij inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantiegeld is er géén draagkracht uit inkomen.

b. Bij inkomen boven 130% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantiegeld geldt het meerdere volledig als draagkracht en wordt dit in mindering gebracht op de toe te kennen bijstand. c. Uitzondering: voor bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering geldt een draagkrachtgrens van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Het meerdere wordt volledig als draagkracht aangemerkt en in mindering gebracht op de toe te kennen bijstand. 5. Draagkracht uit vermogen: Indien het in aanmerking te nemen vermogen hoger is dan de relevante vermogensgrens (artikel 3), wordt het meerdere volledig beschouwd als draagkracht en in mindering gebracht op de toe te kennen bijstand. Tenzij anders aangegeven. Artikel 6 Vorm van bijstand en verantwoording 1. In beginsel wordt bijzondere bijstand niet verstrekt. In bepaalde gevallen, zoals duurzame gebruiksgoederen, lening in de vorm van bijzondere bijstand, wordt uitgedeeld als renteloze lening conform artikel 48 lid 2 PW of artikel 51 PW. Duurzame gebruiksgoederen die worden verstrekt in natura kunnen om niet worden verstrekt. 2. Indien aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand op grond van deze beleidsregels is voldaan, volgt de uitbetaling van de bijstand. 3.

De inwoner dient verantwoording af te leggen over de besteding van het bedrag nadat de inwoner de bijstand toegekend heeft gekregen, indien het college hierom vraagt en een zwaarwegend belang heeft. Artikel 7 Automatische periodieke toekenning en uitbetaling 1. Op basis van een toekenning van een eerste aanvraag wordt de toegekende bijstand jaarlijks opnieuw verstrekt aan inwoners met een actieve algemene bijstandsuitkering. 2. Is er niet eerder toegekend, dan is een eerste aanvraag noodzakelijk voor een volledige beoordeling. 3. Op het moment dat de algemene bijstandsuitkering stopt, stopt ook de jaarlijkse uitbetaling van de regeling. 4. Dit artikel 7 ‘Automatische periodieke toekenning en uitbetaling’ is niet van toepassing op: a. hoofdstuk 2 artikel 11: regeling verduurzaming huishoudens, en b. op alle regelingen uit HOOFDSTUK 3 – INDIVIDUELE BIJZONDERE BIJSTAND.

HOOFDSTUK 2 – GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN Artikel 8 Individuele Inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is een vorm van aanvullende inkomensondersteuning op grond van artikel 36 PW c.q. participatiewet in Balans. Het toekennen is een discretionaire bevoegdheid. De participatiewet in balans maakt het mogelijk om de aanvraag ambtshalve toe te kennen. Artikel 8 PW c.q. participatiewet in Balans bepaalt de minimale vereisten voor de op te stellen verordening, namelijk:

1. 2.

3. 4.

o leeftijd tussen de 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd, o geen zicht heeft op inkomensverbetering, o er bestaat geen recht als in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag reeds een individuele inkomenstoeslag is toegekend. Hoogte: bepaald in de Verzamelverordening Inkomensvoorzieningen Hilversum. Aanvullende voorwaarden. a. De aanvrager had de afgelopen 36 maanden (referteperiode) voldaan aan de inkomensnorm uit artikel 2 lid 2. Indien de aanvrager niet gedurende die perioden woonachtig was in Nederland, bestaat geen recht. b. De aanvrager volgt geen opleiding volgens WTOS of opleiding of studie conform WSF2000. d. Er is geen recht indien in de 12 maanden voorafgaande aan aanvraag al een individuele inkomenstoeslag is toegekend. Frequentie: wordt eenmaal per 12 maanden verstrekt. Na de eerste toekenning kunnen bijstandsgerechtigden worden ingeschaald in jaarlijkse toekenning met automatische uitbetaling, zoals geregeld in artikel 7.

Artikel 9 Activeringsregeling De activeringsregeling is bedoeld om inwoners van 18 jaar of ouder te ondersteunen bij deelname aan maatschappelijke, sportieve en culturele activiteiten. 1. Hoogte: € 270,- per aanvrager per periode van 12 maanden die loopt van 1 juli tot en met 30 juni, 2. De inwoner maakt kosten voor een of meer van de onderstaande bestedingsdoelen: o Deelname culturele, educatieve, recreatieve en sportieve activiteiten, o Lidmaatschap bibliotheek of sportschool, o NS Dal Voordeel abonnement, ov-abonnement of tegoed, o Museumjaarkaart, o Kosten identiteitskaart of paspoort, o Kosten digitale middelen (smartphone, tablet, laptop, computer), o Kosten telefonie of internetabonnement. a) Indexatie: jaarlijks bij begrotingsvaststelling kan worden voorgesteld de bedragen te actualiseren (afronding op hele euro’s). Publicatie op gemeentelijke website. 3. Na de eerste toekenning kunnen bijstandsgerechtigden worden ingeschaald in jaarlijkse toekenning met automatische uitbetaling, zoals geregeld in artikel 7. Artikel 10 Kindpakket Het Kindpakket is een gemeentelijke minimaregeling om ouders met een laag inkomen in Hilversum te ondersteunen bij de kosten van maatschappelijke, sportieve en culturele activiteiten van hun kinderen.

De tegemoetkoming kan worden gebruikt voor: o sport, cultuur, educatie, schoolkosten of schoolreisjes; o kinderfiets, laptop of leerhulpmiddelen; o kleding, zwemlessen of verjaardagscadeaus; o baby-uitzet, luiers, of identiteitsdocumenten. Voorwaarden: 1. Doelgroep: Hilversumse ouders van 16 jaar of ouder met één of meer minderjarige kinderen (0-17 jaar) ingeschreven op hetzelfde adres of waarvoor kosten van verzorging of opvoeding worden gedragen, zoals bij co-ouderschap, met gezinsinkomen tot 130% van de bijstandsnorm.

1. Vorm van ondersteuning: jaarlijkse tegemoetkoming per kind, waar over de besteding van het bedrag de aanvrager verantwoording dient af te leggen, indien het college hierom vraagt wegens een zwaarwegend belang. 2. De tegemoetkoming geldt voor de periode 1 juli tot en met 30 juni. De bedragen zijn: Leeftijd kind op aanvraagdatum 0 t/m 3 jaar 4 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar

Bedrag per jaar € 240 € 390 € 750

3. Voor inwoners met een inkomen hoger dan 130%, maar die voldoen aan de voorwaarde van ten laste komende kinderen (art. 10 lid 2 sub a) én ondersteuning ontvangen op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, geldt dat alsnog recht op deelname aan het Kindpakket bestaat. 4. Daarnaast gelden de volgende extra voorzieningen: • Zwemcursus A diploma:  voor kinderen in groep 3 is kosteloos, na aanmelding via een intermediair van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.  voor kinderen in groep 6, 7, 8 via zwembad Optisport De Lieberg is kosteloos via de zwemvangnetregeling. Hiervoor is geen aanmelding door een intermediar vereist. • Langdurige structurele cultuureducatie: deelname is kosteloos na aanmelding via een intermediair van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. 5. Budgetvoorbehoud Vergoeding van kosten vindt plaats onder voorbehoud van het beschikbare budget dat jaarlijks wordt vastgesteld. 6. Na eerste toekenning kunnen bijstandsgerechtigden worden ingeschaald in jaarlijkse toekenning met automatische uitbetaling, zoals geregeld in artikel 7.

Artikel 11 Regeling verduurzaming huishoudens Het college kan aan inwoners met een inkomen tot 130 procent van de bijstandsnorm een vergoeding verstrekken voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen en om inwoners te ondersteunen bij het treffen van een energiebesparende maatregelen door het verstrekken van energiebesparende producten met als doel dat de vaste lasten dalen. 1. De vergoeding bedraagt ten hoogste € 500,- per gebruiksgoed. 2. Aanvullende voorwaarden: a. Er bestaat een noodzaak tot vervanging van genoemde gebruikersgoederen, b. Aanvrager heeft de voorgaande 10 jaar geen bijzondere bijstand ontvangen voor vervanging van het betreffende gebruiksgoed. Hiervan kan afgeweken worden indien er redenen zijn om voortijdig te vervangen. c. Bestedingsdoel is gelimiteerd tot de drie volgende onderdelen:  Wasmachine (met minimaal energielabel B);  Koelkast of koelvriescombinatie (met minimaal energielabel B);  Oven of fornuis of kookplaat (met minimaal energielabel B). d. Artikel 7 uit hoofdstuk 1 is niet van toepassing op artikel 11 uit hoofdstuk 2. Wat inhoudt dat de regeling verduurzaming huishoudsens is uitgesloten van de automatische uitbetaling of periodieke toekenning.

Artikel 12 Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten De tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten is een gemeentelijke minimaregeling voor inwoners met een laag inkomen en structureel hoge zorgkosten, die een gevolg zijn van een chronische aandoening of handicap. De tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten is bedoeld om deze kosten (gedeeltelijk) te compenseren. Het college gaat ervan uit dat een inwoner met een chronische ziekte of beperking extra kosten maakt die niet worden vergoed door de zorgverzekering. 1. Doelgroep: Tot de doelgroep behoren in ieder geval aanvragers die: a. een uitkering ontvangen op grond van de WIA, WAJONG, WAZ of WAO op basis van arbeidsongeschiktheid; b. een indicatie hebben voor een persoonsgebonden budget vanuit de Zorgverzekeringswet; c. een indicatie hebben vanuit de Wet langdurige zorg; d. in voorgaande jaren gebruik hebben gemaakt van deze regeling; of e. Ook aanvragers die met een medische verklaring van een onafhankelijke arts aantonen chronisch ziek te zijn of een beperking te hebben, worden tot de doelgroep gerekend. 2. Hoogte: Het standaard toekenningsbedrag is € 500,00. 3. Na eerste toekenning kunnen bijstandsgerechtigden worden ingeschaald in jaarlijkse toekenning met automatische uitbetaling, zoals geregeld in artikel 7.

Artikel 13 Collectieve zorgverzekering DSW De gemeente Hilversum biedt inwoners met een laag inkomen vanaf 1 januari 2020 de mogelijkheid deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering via DSW. De collectieve verzekering omvat twee aanvullende gemeentelijke pakketten, waarin ook tandartskosten vergoed worden: AV Standaard en AV Top voor minima. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit vergoeding van de extra kosten van de aanvullende verzekering en op grond van een overeenkomst met DSW zijn gesloten. De betaling van de bijdrage vindt rechtstreeks aan DSW plaats. Er is een acceptatieplicht. Aanvullende voorwaarden: a. De aanvrager is verzekeringsplichtig op grond van de Zorgverzekeringswet; b. De aanvrager is op het moment van aanvraag niet geregistreerd bij het CAK als wanbetaler; c. Er geldt geen vermogenstoets. d. De ingangsdatum van deelname is 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag, tenzij de aanvrager zich gedurende het lopende kalenderjaar vanuit het buitenland in Hilversum vestigt en/of via de Regeling Medische Zorg Asielzoekers instroomt. In dat geval geldt de ingangsdatum vanaf het moment van verzekeringsplicht op grond van de Zorgverzekeringswet. e. Deelname wordt jaarlijks automatisch verlengd zolang aanvrager aan de voorwaarden voldoet.

Bij een inkomen boven de geldende inkomensgrens behoudt de deelnemer recht op de collectieve verzekering tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar. f. De aanvrager is verplicht het college onverwijld te informeren over: g. Wijzigingen in inkomen of vermogen; h. Verhuizing buiten de gemeente;

i. Overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op deelname. j. Het college beëindigt de deelname indien deze onterecht plaatsvindt.

HOOFDSTUK 3 – INDIVIDUELE BIJZONDERE BIJSTAND Voor aanvragen om bijzondere bijstand die niet kunnen worden vergoed op grond van de gemeentelijke regelingen zoals genoemd in voorgaande artikelen, beoordeelt het college iedere aanvraag op basis van artikel 35 van de Participatiewet. Het college hanteert bij de beoordeling de volgende vier cumulatieve criteria, in de aangegeven volgorde: 1. Doen de kosten zich daadwerkelijk voor? 2. Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? 3. Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden? 4. Kunnen de kosten worden voldaan uit de aanwezige draagkracht? 5. Aanvullende voorwaarden: a. Bij criterium 3 geldt dat alleen kosten die voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden in aanmerking komen. Indien dit niet het geval is, bestaat er geen recht op bijzondere bijstand en wordt criterium 4 niet beoordeeld. b. Enkel het hebben van schulden vormt geen bijzondere omstandigheid en leidt derhalve niet tot recht op bijzondere bijstand. c. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand indien er een voorliggende voorziening beschikbaar is. d. Bij de beoordeling van aanvragen wordt gewerkt volgens de zogenoemde maatwerkdriehoek, waarbij naast wet- en regelgeving ook rekening wordt gehouden met eigen kracht van de aanvrager en het beoogde rendement van de ondersteuning. e.

Het college heeft de bevoegdheid om voor specifieke kosten nadere beleidsregels vast te stellen, zoals uitgewerkt in artikelen 15 tot en met 23. Artikel 13 Bijzondere bijstand voor de kosten van curatele, beschermingsbewind of mentorschap 1. Het college kan bijzondere bijstand toekennen voor kosten van een bewindvoerder indien: a. Volgens vaste jurisprudentie de kosten noodzakelijk zijn; en b. De kosten voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden. 2. Gemeenten hebben beleidsvrijheid uitsluitend ten aanzien van de draagkracht van de aanvrager. 3. De rechter toetst of de toewijzing van een bewindvoerder de meest passende oplossing is. 4. Vanaf 1 januari 2021 geldt het wettelijk adviesrecht van gemeenten met betrekking tot de noodzaak van (de voortzetting van) bewindvoering. 5. Indien mogelijk kan worden volstaan met minder vergaande maatregelen om de inwoner te ondersteunen bij schulden en financieel beheer. 6. Kosten van een bewindvoerder op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) komen niet in aanmerking voor vergoeding op basis van artikel 35 van de Participatiewet, omdat deze kosten uit de boedel van de schuldenaar dienen te worden voldaan. 7.

Hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de vergoeding zoals genoemd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (artikel 1:447 lid 1 BW), na aftrek van de aanwezige draagkracht van de aanvrager. 8. De aanvrager beschikt over een rechterlijke uitspraak tot onderbewindstelling;

9. De aanvrager werkt mee aan periodiek onderzoek naar de uit de bewindvoering voortvloeiende werkzaamheden. 10. Duur van de toekenning: a. Drie jaar voor inwoners met een lopende bijstandsuitkering of zonder financiële draagkracht (inkomen tot 110% bijstandsnorm); b. Eén jaar voor inwoners met financiële draagkracht (inkomen boven 110% bijstandsnorm). 11. Ingangsdatum: a. Gelijk aan de datum van de rechterlijke beschikking indien de aanvraag binnen drie maanden na deze datum is ingediend; b. Indien de aanvraag later wordt ingediend, geldt als ingangsdatum drie maanden vóór de datum van aanvraag. 12. De bijzondere bijstand wordt maandelijks en om niet uitgekeerd. 13. Het college kan, indien nodig, gebruikmaken van de mogelijkheid zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek sinds 1 januari 2014 om bij wijziging van omstandigheden opheffing van de bewindvoering te verzoeken. Artikel 15 Bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor kosten in verband met rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). Een toevoeging van een advocaat vindt slechts plaats indien de Raad voor de rechtsbijstand de procedure noodzakelijk acht. 1. Kostenvergoeding: a. De kosten van de advocaat (exclusief eigen bijdrage) worden vergoed op grond van de Wrb; b.

Griffiekosten en de eigen bijdrage Wrb komen eveneens voor bijzondere bijstand in aanmerking; c. Het Besluit proceskosten bestuursrecht geldt als een passende voorliggende voorziening voor gemaakte reiskosten naar bestuursrechtelijke zittingen. 2. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij het vaststellen van de draagkracht van de aanvrager. 3. Hoogte van de bijzondere bijstand: a. Gelijk aan de richtlijnen ingevolge de Wet op de rechtsbijstand; b. Na aftrek van de aanwezige draagkracht; c. Na aftrek van eventuele vergoedingen van de tegenpartij op rechterlijk bevel. 4. Indien de rechtsbijstand buiten het Juridisch Loket is toegekend en de korting op de eigen bijdrage niet van toepassing is, wordt deze korting in mindering gebracht op de bijzondere bijstand, tenzij de aanvrager door urgente omstandigheden niet tijdig een diagnosedocument bij het Juridisch Loket kon aanvragen. 5. Indien de aanvrager een juridische procedure startte op schriftelijk advies van de gemeente en door de rechtbank wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de tegenpartij, komen alle proceskosten in aanmerking voor bijzondere bijstand. Aanvullende voorwaarden: 6. Er is een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand verleend; 7. De aanvrager beschikt niet over een rechtsbijstandsverzekering. Het ontbreken van een verzekering is geen reden om bijzondere bijstand af te wijzen; 8.

De aanvraag is ingediend binnen drie maanden na datum van toevoeging door de Raad voor de rechtsbijstand;

9. De aanvrager meldt de uitspraak aan het college en restitueert de ontvangen bijstand indien de rechter de tegenpartij veroordeelt tot betaling van de proceskosten; 10. Bij het niet melden van de uitspraak of het niet restitueren van de ontvangen bijstand gaat het college over tot terugvordering van de verleende bijzondere bijstand. Artikel 15 Bijzondere bijstand voor urgentieverklaring Woningnet 1. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijk te betalen kosten voor de urgentieverklaring, na aftrek van de aanwezige draagkracht van de aanvrager. Aanvullende voorwaarden: 2. De aanvraag voor een urgentieverklaring moet zijn ingediend op schriftelijk advies van de gemeente of van een andere bevoegde instantie; 3. Indien de aanvraag op eigen verzoek van de aanvrager wordt gedaan, worden de kosten uitsluitend vergoed indien de urgentieverklaring daadwerkelijk wordt afgegeven. Artikel 16 Woonkostentoeslag bij een huurwoning De Wet op de huurtoeslag geldt als voorliggende voorziening. De aanvrager is verplicht om de aanspraak op huurtoeslag daadwerkelijk te gelde te maken. Bij afwezigheid van recht op huurtoeslag kan bijzondere bijstand worden toegekend voor de woonlasten. 1. Berekening van de hoogte van de bijstand: a.

Huur onder de huurtoeslag grens: De hoogte van de woonkostentoeslag wordt bepaald op basis van het bedrag dat maximaal aan huurtoeslag verstrekt kan worden bij het inkomen van de aanvrager (volgens een proefberekening op Belastingdienst/Toeslagen). b. Indien de huur boven de huurtoeslaggrens ligt, kan slechts woonkostentoeslag worden verstrekt voor het deel van de huur boven de geldende huurtoeslaggrens. Het meerdere komt voor vergoeding in aanmerking 2. Aanvullende voorwaarden: a. Woonkostentoeslag kan alleen worden toegekend indien: b. De hoge woonlasten het gevolg zijn van een plotselinge verandering in inkomen of leefsituatie. c. De situatie de aanvrager niet te verwijten is, gelet op de persoonlijke en financiële omstandigheden bij het aangaan van de huurovereenkomst. d. De aanvrager redelijkerwijs niet kon voorzien in de situatie en geen directe mogelijkheden heeft om te verhuizen naar goedkopere woonruimte. e. De aanvrager zich aantoonbaar inspant om passende en goedkopere woonruimte te vinden (o.a. inschrijving Woningnet, actief reageren, aanvragen urgentie). 3. Draagkracht: a. Bij een inkomen tot 130% van de relevante bijstandsnorm bestaat geen draagkracht; b. Bij een inkomen boven 130% van de relevante bijstandsnorm wordt het meerdere als draagkracht aangemerkt en in mindering gebracht op de toe te kennen bijstand. 4. Duur van de bijstand: a.

De woonkostentoeslag wordt verleend voor een periode van zes maanden; b. Verlenging is mogelijk in bijzondere gevallen. 5. Het college kan voorwaarden en aanvullende verplichtingen verbinden aan de toekenning van de woonkostentoeslag. Artikel 17 Woonkostentoeslag bij koopwoningen

1. Berekening van de woonlasten: a. Hypotheekrente van niet-consumptief krediet, exclusief aflossing, na aftrek van hypotheekrenteaftrek; b. Onroerendezaakbelasting (OZB) eigenaarsdeel; c. Opstalverzekering; d. Forfaitaire onderhoudskosten (vooroorlogse/naoorlogse woningen); e. Kosten van centrale verwarming, liftinstallaties en algemeen beheer bij flats. 2. Hoogte van de bijstand: a. Bij woonlasten die lager zijn dan of gelijk zijn aan de huurtoeslaggrens: de hoogte is gelijk aan het bedrag dat maximaal aan huurtoeslag verstrekt kan worden bij het inkomen van de aanvrager. b. Bij woonlasten die hoger zijn dan de huurtoeslaggrens: de woonkostentoeslag wordt berekend over het deel van de woonlasten boven de huurtoeslaggrens. Het meerdere komt voor vergoeding in aanmerking. 3. Aanvullende voorwaarden: a. De aanvrager heeft door een plotselinge wijziging van inkomen of leefsituatie hoge woonlasten; b. De situatie is niet verwijtbaar; c. De situatie was niet te voorzien; d. De aanvrager heeft geen alternatieve woonruimte beschikbaar; e. De aanvrager is ingeschreven bij Woningnet, reageert op lotingwoningen en vraagt urgentie aan indien verhuizing de situatie kan verbeteren; f. De aanvrager schakelt een makelaar in om de woning te verkopen indien verhuizing bijdraagt aan verbetering van de situatie. 4. Draagkracht: a.

Bij een inkomen tot 130% van de relevante bijstandsnorm bestaat geen draagkracht; b. Bij een inkomen boven 130% van de relevante bijstandsnorm wordt het meerdere als draagkracht aangemerkt en in mindering gebracht op de toe te kennen bijstand. 5. Duur van de bijstand: zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging in bijzondere gevallen. Aan de verlening van een woonkostentoeslag kunnen aanvullende verplichtingen verbonden worden. 6. Bijzondere vorm van bijstand: a. De bijstand kan in de vorm van een lening worden verstrekt indien de overwaarde van de koopwoning hoger is dan het vrijlatingsbedrag genoemd in artikel 34 lid 2 van de Participatiewet; b. De bijstand kan in leningvorm worden verstrekt indien het college van oordeel is dat er zicht is op inkomensverbetering. Artikel 18 Bijzondere bijstand in de vorm van een inrichtingskrediet 1. Het college kan bijzondere bijstand verstrekken in de vorm van een lening (inrichtingskrediet) aan: a. Statushouders; of b. Inwoners die onverwacht en noodgedwongen zijn verhuisd, zonder mogelijkheid tot het meenemen of reserveren van hun inboedel. 2. De verstrekking is bedoeld ter voorziening in de noodzakelijke inrichting van de woning. 3. De maximale hoogte van de lening wordt vastgesteld op basis van de inboedelnormen zoals gehanteerd door de Kredietbank Nederland, aangepast aan de leefsituatie van de aanvrager.

Aanvullende voorwaarden 4. De aanvrager is een statushouder, afkomstig uit een AZC, en heeft nog niet eerder gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot leenbijstand voor de inboedel; of 5. De aanvrager is door persoonlijke omstandigheden van ontwrichtende aard gedwongen en onvoorzien verhuisd. 6. Draagkracht a. Als draagkracht wordt aangemerkt het inkomen boven 130% van de relevante bijstandsnorm. b. De aanwezige draagkracht wordt in mindering gebracht op het te verlenen inrichtingskrediet. 7. Het inrichtingskrediet wordt verstrekt in de vorm van een lening. 8. De aanvrager is verplicht gedurende 36 maanden maandelijks af te lossen, rekening houdend met de aflossingscapaciteit zoals vastgesteld op basis van artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 9. Na 36 maanden vindt een evaluatie plaats. Omzetting van de lening naar om niet wordt toegestaan indien: a. De aanvrager gedurende de looptijd van 36 maanden heeft voldaan aan de betalingsverplichtingen conform de vastgestelde aflossingscapaciteit; en b. De aanvrager beschikt niet over draagkracht. Artikel 19 Bijzondere bijstand voor reiskosten 1. Vergoedingen voor reis- en verwervingskosten in het kader van arbeid of participatie binnen een re-integratietraject worden gefinancierd uit het Participatiebudget en vallen niet onder deze bijzondere bijstandsregeling. 2.

Voor overige noodzakelijke reiskosten kan bijzondere bijstand worden toegekend, mits deze kosten redelijkerwijs noodzakelijk zijn en niet uit een voorliggende voorziening kunnen worden voldaan. 3. De hoogte van de bijstand is gelijk aan de kosten van openbaar vervoer, tweede klasse, berekend op basis van het goedkoopste traject. 4. Bijstand voor reiskosten kan uitsluitend worden verstrekt in de volgende situaties: a. Schoolgaande kinderen. Voorwaarden: i. Het volgen van onderwijs buiten de woonplaats is noodzakelijk; ii. De afstand van de woning naar de onderwijsinstelling bedraagt ten minste 15 kilometer. b. Bezoek aan uit huis geplaatste kinderen. Voorwaarden: i. Bij het ontbreken van specifieke afspraken wordt een frequentie van tweemaal per maand als redelijk geacht. c. Regelmatige geneeskundige behandelingen. Voorwaarden: i. Er bestaat geen recht op vergoeding uit een voorliggende voorziening, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de zorgverzekering (zittend ziekenvervoer); ii. De behandeling is medisch noodzakelijk en gebaseerd op een indicatie; iii. De behandeling vindt plaats buiten de gemeentegrenzen van Hilversum. Aanvullende bepaling: 5. Het college behoudt zich het recht voor nadere regels vast te stellen ter uitvoering van deze regeling. Artikel 20 Legeskosten gehandicaptenparkeerkaart 1.

Voor de legeskosten van de gehandicaptenparkeerkaart kan bijzondere bijstand verstrekt worden.

Artikel 21 Hardheidsclausule 1. In bijzondere en/of onvoorziene gevallen is het college bevoegd af te wijken van het beleid zoals neergelegd in deze beleidsregels. Artikel 22 Inwerkingtreding a. Deze beleidsregels treden in werking per 1 januari 2026. b. De “Beleidsregels gemeentelijk minimabeleid Hilversum 2023 versie 3” worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2026: Hilversum, XX december 2025 de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Visueel overzicht (alleen écht gewijzigde onderdelen) Onderwerp

Huidige beleidsregels

Automatische periodieke toekenning & uitbetaling (nieuw artikel)

Bestond niet: jaarlijkse (her)aanvraag per regeling.

Toepassing automatische uitbetaling: welke regelingen

N.v.t. (geen automatische uitbetaling)

Vermogen opgebouwd tijdens bijstand

Activeringsregeling • Bedrag • Indexatie • Automatische uitbetaling

Vermogensregels volgden artikel 34 PW; géén expliciete vrijstelling voor vermogen opgebouwd tijdens bijstand (vermogen telde mee).

• • •

€ 250 per persoon per jaar (periode 1 juli–30 juni). Geen expliciete indexatiebepaling. bewijslast

Beleidsvoorstel Nieuw artikel 7: na eerste toekenning wordt de bijstand jaarlijks automatisch opnieuw toegekend en automatisch uitbetaald voor inwoners met een actieve algemene bijstandsuitkering; stopt zodra de bijstand stopt. (Niet van toepassing op regeling verduurzaming en alle artikelen H3). In de nieuwe regels worden meerdere minimaregelingen na eerste toekenning periodiek/automatisch toegekend (o.a. Individuele inkomenstoeslag, Activeringsregeling, Kindpakket, Tegemoetkoming chronisch zieken, Collectieve zorgverzekering) — uitzondering: regeling verduurzaming en alle H3artikelen. Nieuw: vermogen dat is opgebouwd tijdens het ontvangen van een bijstandsuitkering wordt buiten beschouwing gelaten bij bepaling van de vermogensgrens voor de minimaregelingen. Wél van toepassing blijft artikel 34 PW voor individuele bijzondere bijstand). (Artikel 3). • € 270 per persoon per jaar (periode 1 juli–30 juni) verhoogd door indexatie • Indexatie: jaarlijks kan bij begrotingsvaststelling voorstel tot actualisatie (afronding op hele euro’s); publicatie op website. • Na eerste toekenning mogelijkheid tot automatische jaarlijkse uitbetaling voor bijstandsgerechtigde • We gaan ervanuit dat het wordt gebruik waarvoor het gebruikt wordt, controle steekproeven

•

•

•

Kindpakket • Bedrag • Indexatie • Automatische uitbetaling

• • •

Per jaar (periode 1 juli– 30 juni): 0–3 jaar €150/190 4–11 jaar €275/350 12–17 jaar €575/700 Eens per 4 jaar 200,00 voor een fiets Geen expliciete indexatiebepaling. Bewijslast

• •

• •

•

Individuele inkomenstoeslag •

Automatische uitbetaling

Chronisch zieken en gehandicapten

•

• • • •

•

Na eerste toekenning mogelijkheid tot automatische jaarlijkse uitbetaling voor bijstandsgerechtigde

• •

Totaal 500,00 Kinderen geen recht wegens voorliggende andere voorzieningen (zie belastingdienst en PGB) We gaan ervanuit dat indien er sprake is van een chronische zieken dit inhoud dat je extra kosten maakt die de zorgverzekering niet vergoed. Medische indicatie afdoende/geen gemeentelijke medische keuring

Niet mogelijk

Maximaal 500 Kinderen tevens recht Bewijslast Medische keuring mogelijk

College kan wegens zwaarwegend belang stukken opvragen Per jaar (periode 1 juli–30 juni): verhoogd door indexatie 0–3 jaar €240 4–11 jaar €390 12–17 jaar €750 Bedragen tevens verhoogd met 50 euro wegens verwijdering van de fiets Na eerste toekenning mogelijkheid tot automatische jaarlijkse uitbetaling voor bijstandsgerechtigde Tevens expliciet: verantwoording op verzoek college; We gaan ervanuit dat het wordt gebruik waarvoor het gebruikt wordt, controle steekproeven College kan wegens zwaarwegend belang stukken opvragen

•

•

•

Werken met verklaringen (vereenvoudiging toetsing/bewijs)

Bewijslast via bewijsstukken

College kan wegens zwaarwegend belang stukken opvragen

Nieuw expliciet: “Bij regelingen die het toelaten wordt gewerkt met verklaringen; dit kan gelden voor activeringsregeling, kindpakket, IIT en regeling verduurzaming”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=da18c735-c501-4e76-b93c-b1dc259b4c1b