2. Brief van Regio Gooi en Vechtstreek inzake Kaderbrief Regio G&V 2025
Tekst van het document
Datum
21 december 2023
Kenmerk
DOC-23002346
Inlichtingen
Mw. S. von dem Borne
Telefoon
(06) 82 01 33 39
Onderwerp
Kaderbrief 2025
Gemeenteraden Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren Afschrift: college van Amsterdam
Geachte raadsleden, Graag informeren wij u over de financiële en beleidsmatige kaders voor de Regiobegroting 2025–2028. Deze kaderbrief is behandeld in het algemeen bestuur van 14 december 2023 en zenden wij ter kennisgeving aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Het college van de gemeente Amsterdam ontvangt een afschrift, omdat zij nog diensten (GAD en Visit Gooi en Vecht) afneemt van de Regio.
Procedure De Regiobegroting wordt ieder jaar opgesteld en wordt voorafgegaan door een kaderbrief, die daarmee meteen de start is van elke jaarcyclus planning & control. In de kaderbrief worden de raden van de deelnemende gemeenten geïnformeerd over de financiële trends en programmaontwikkelingen (de algemene financiële en beleidsmatige kaders) die van betekenis zijn voor de volgende begroting van de Regio. Deze financiële gevolgen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2025–2028. De ontwerpbegroting wordt in april 2024 aan de gemeenteraden van onze regiogemeenten voorgelegd via een zienswijzeprocedure, zodat de raden in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van de Regio. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bekijkt de Regio of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de Regiobegroting door het algemeen bestuur in september 2024 worden de afspraken, over wat de Regio wil bereiken, wat voor diensten er worden geleverd en wat het mag kosten, definitief gemaakt. Hieronder is de procedure voor de vaststelling van de Regiobegroting 2025–2028 opgenomen: Datum 10-april-2024 5-juli-2024 18-juli-2024
Orgaan Dagelijks bestuur Gemeenteraden Dagelijks bestuur
12-september-2024
Algemeen bestuur
Handeling Ontwerpbegroting vrijgeven voor zienswijze door de raden Zienswijze bekend maken bij het algemeen bestuur Bespreken ontvangen zienswijzen op P&C-producten en opgestelde reactie Vaststellen van de Regiobegroting 2025–2028
Met deze kaderbrief wordt formeel het proces van de Regiobegroting 2025–2028 ingezet. Alle in deze kaderbrief opgenomen ontwikkelingen c.q. voorstellen zijn in overleg met of met goedkeuring van de betrokken inhoudelijk portefeuillehouders opgesteld. Hiermee is er sprake van een bestuurlijk breed gedragen kaderbrief. Voor het dagelijks bestuur is dit een belangrijk uitgangspunt bij het verzenden van deze kaderbrief aan onze gemeenteraden in de regio. Het zijn deze kaders die richting geven aan het opstellen van de programmabegroting. Regio Gooi en Vechtstreek | Postbus 251, 1400 AG Bussum Burgemeester de Bordesstraat 80, 1404 GZ Bussum | T: (035) 692 64 44 | info@regiogv.nl KvK 32170415 | IBAN NL40 BNGH 0285 0321 94 | BIC BNGHNL2G | BTW NL 0019.37.194.B01
Samenvatting op hoofdlijnen GAD • Keuze tussen bron- of nascheiding PMD • Ontwikkelingen van invloed op Regiobegroting 2025-2028 • Huisvesting Binnen de GAD wordt binnen de driehoek ‘dienstverlening-kosten-duurzaamheid’ onderzocht welke afweging er dient te worden gemaakt rond bron- of nascheiding PMD. Deze afweging wordt in samenspraak met de gemeenteraden gemaakt. Het goed vertalen van de hogere verwerkingskosten, de afvalstoffenbelasting en de invoering van een CO2 heffing zijn ontwikkelingen die een rol spelen bij het opstellen van de Regiobegroting 2025--2028. Ook speelt een aantal opgaven rondom de huisvesting van de GAD die financiële gevolgen zullen hebben. Het vastgoed van de GAD is aan vernieuwing toe; de locaties aan de Hooftlaan in Bussum en Crailoo Hilversum voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. GGD • Versterking om op wettelijk basisniveau te komen De GGD staat aan de vooravond van het weer samengaan met Jeugd en Gezin, waardoor een robuustere en minder kwetsbare GGD ontstaat. Om te komen tot een toekomstbestendige GGD met een efficiënte en effectieve organisatie op het wettelijk basisniveau is een versterking nodig. Deze kan deels bekostigd worden vanuit aanvullende Rijksfinanciering en deels is een investeringsopgave van gemeenten noodzakelijk. Eind 2023 zijn de gemeenteraden hier inhoudelijk over geïnformeerd.
In deze kaderbief wordt deze investeringsopgave in een sterkere GGD financieel vertaald. Onderwijs & Werk • De ontwikkelingen rondom het Regionaal Werkcentrum Binnen het werkveld onderwijs en werk is het Rijk bezig met een aantal fundamentele beleidswijzigingen. Deze wijzigingen moeten leiden tot de komst van een Regionaal Werkcentrum in iedere arbeidsmarktregio. Op welke wijze deze uitvoeringsorganisatie precies wordt vormgegeven is nog niet geheel duidelijk. Ook loopt een aantal incidentele financieringsstromen af. Visit Gooi en Vechtstreek • Uitvoeren van professionele marketing • Versterking van de samenwerking op Toerisme, recreatie en cultuur Om een professionele marketing uit te voeren is bij Visit Gooi & Vecht een extra bijdrage nodig. Er is vanuit verschillende ontwikkelingen behoefte aan het versterken van de samenwerking op toerisme en recreatie en in het verlengde daarvan cultuur. De bestuurders van het PFHO Economie & Innovatie hebben hierover in 2023 een aantal keer gesproken en hebben geadviseerd de benodigde versterking op toerisme en recreatie in de eerstvolgende begroting te verwerken. Regio Gooi en Vechtstreek Concernbreed • Prijs-, loon- en pensioenontwikkelingen • Rente-inkomsten • Onderhoudsplan Regiokantoor Jaarlijks wordt in de kaderbrief aangegeven wat de verwachte ontwikkelingen zijn op het gebied van prijs-, loon- en pensioenontwikkelingen.
Ook de rentestanden zijn aan veranderingen onderhevig, die met zich meebrengen dat de Regio voornemens is rente-inkomsten voortkomend uit het Schatkistbankieren mee te nemen in de Regiobegroting 2025 (bij gelijkblijvende rentestanden). Het onderhoudsplan van het Regiokantoor aan de Burgemeester de Bordesstraat in Bussum is eveneens aan actualisatie toe.
Pagina 2
Voor al deze ontwikkelingen wordt, daar waar mogelijk, aangegeven wat het financiële effect hiervan is op de vastgestelde Regiobegroting 2024–2027 (zonder begrotingswijzigingen).
Opzet Regiobegroting 2025–2028 De huidige opzet vanuit de Regiobegroting 2024–2027 vormt de basis voor de begroting 2025–2028. Vanuit haar toezichthoudende rol heeft de provincie Noord-Holland haar reguliere analyse inzake de Regiobegroting 2024 en de jaarrekening 2022 afgerond. De bevindingen geven geen aanleiding tot nadere acties. Wel maakt zij een aantal opmerkingen. Bij de presentatie van de structurele begrotingssaldi was in voorgaande begroting al een verbeterslag zichtbaar. In aanvulling op de nieuwe presentatie zijn incidentele lasten en baten in deze begroting van een toelichting voorzien. De provincie vraagt deze toelichting te bundelen bij het overzicht inzake deze incidentele lasten en baten, als gevolg waarvan het zicht op het structurele en reële evenwicht verbetert. Ook zijn door de provincie vragen gesteld over het al dan niet verhogen van de algemene reserve: “Het weerstandsvermogen (ratio < 1) is op dit moment onvoldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de regeling niet in staat financiële gevolgen ervan op te vangen. Bij zowel de jaarrekening 2022 als de begroting 2024 voldoet de regeling voor wat betreft de weerstandsratio niet aan haar eigen norm.
In het voorstel bij de jaarrekening 2022 was er wel een voorstel om in te stemmen met een dotatie van € 725.975 aan de algemene reserve, zodat de ratio weerstandscapaciteit teruggebracht zou worden op de norm van 1,0. Dit voorstel is bij het besluit echter vervallen. Waarom hebben de deelnemende gemeenten het voorstel bij de jaarrekening 2022 niet aangenomen om in te stemmen met een dotatie van € 725.975 aan de algemene reserve, zodat de weerstandsratio teruggebracht zou worden op de norm van 1,0? En gaat de norm nu aangepast worden?” In reactie hierop heeft de Regio aangegeven dat bij de zienswijzeprocedure het verzoek is gekomen om de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing te actualiseren. Deze actualisatie wordt opgenomen in de jaarstukken 2023 en de begroting 2025–2028. Eind 2023 wordt ook een actualisatie verwacht van de notitie Overhead van de commissie BBV1. In deze notitie wordt gesproken over een wijziging van de presentatie van de overhead. De Regio is voornemens de voorgestelde stellige uitspraken van de commissie BBV te verwerken in de Regiobegroting 2025– 2028, wanneer de notitie op tijd wordt vastgesteld. De primaire overhead wordt dan niet meer apart inzichtelijk gemaakt vanaf 01-01-2025. Deze primaire overhead wordt verantwoord onder de personele lasten van het desbetreffende programma.
In de Regiobegroting 2025–2028 wordt het huidige programma Jeugd en Gezin opgenomen onder het programma GGD. Dit hangt samen met de samenvoeging van de twee eenheden. Ook worden de twee programma’s RBL en Werkgeversservicepunt onder een nieuw programma Onderwijs en Werk samengevoegd.
1 Commissie Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten
Pagina 3
Kaders GAD De GAD staat voor een tweetal belangrijke ontwikkelingen als het gaat om het uitvoeren van haar dienstverlening aan de inwoners in onze regio. Dienstverlening, kosten en duurzaamheid Er moet de komende periode een keuze worden gemaakt tussen bron- of nascheiding PMD. Dit in verband met aflopende contracten rond de verwerking van zowel het restafval als het PMD-afval. Het moment is daar om in samenspraak met de gemeenteraden een goede keuze voor de toekomst te maken. In de grondstoffenvisie, unaniem door alle gemeenteraden vastgesteld, is vastgelegd dat per afvalstroom keuzes worden afgewogen op basis van drie aspecten dienstverlening, kosten en duurzaamheid. Het gaat om het vinden van een goede verhouding tussen deze drie assen. De keuze voor bron- of nascheiding van het PMD wordt ook bekeken vanuit deze ‘driehoek’. In 2025 loopt ook de dienstverlening af voor de gemeente Weesp en kantelt het programma in de ondergrondse containers van een investeringsopgave richting een beheer- en vervangingsopgave. Dat betekent ook dat de opbouw van de kostensoorten (personeel, materiele en kapitaallasten) en de doorvertaling naar de hoogte van afvalstoffentarief onderdeel zijn van de financiële opgaves waarvoor de GAD staat. Het zo laag mogelijk houden van de (stijgingen) afvalstoffenheffing is hierbij altijd het uitgangspunt.
Accommodatievraagstukken De GAD staat voor een aantal opgaven rond de huisvesting van haar functies. In essentie gaat het om de ‘herhuisvesting c.q. ontwikkeling’ van de functies van een tweetal locaties, het overslagstation Crailoo in Hilversum en de locatie van de GAD aan de Hooftlaan in Bussum. Overslagstation Crailoo, Hilversum Het overslagstation op Crailoo in Hilversum dateert uit 1968 en is toe aan vervanging. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd voor de afvoer van restafval met de trein. Inmiddels ziet het afvallandschap er anders uit (26 afvalstromen) en wordt het afval niet meer met de trein naar de verwerkers afgevoerd, maar met vrachtwagens. Om deze logistieke redenen voldoet het pand niet meer. Daarnaast is de accommodatie sterk verouderd en niet energiezuinig. Hooftlaan, Bussum Ook de kantoorfuncties op de Hooftlaan zijn ‘verouderd’. Het scheidingstation voor grond- en afvalstoffen voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd waarbij de veiligheid van inwoners en medewerkers steeds moeilijker geborgd kan worden. Het is een te klein terrein om goed te dienen als een volwaardig scheidingsstation. Daarnaast is er binnen de gemeente Gooise Meren al langer een politiek bestuurlijke wens om over te gaan tot uitplaatsen van de GAD locatie aan de Hooftlaan.
Dit vanwege de vele binnenstedelijke verkeersbewegingen (vuilniswagens, vrachtverkeer en personenverkeer) op een daarvoor minder geschikte locatie binnen de gemeente Gooise Meren. Op dit moment werken de gemeenten en de GAD in gezamenlijkheid aan deze ‘schuifpuzzel’. In 2024 zal helder zijn welke puzzel er is gelegd en worden de financiële gevolgen beter in kaart gebracht. In alle gevallen is er sprake van een stevig investeringsprogramma. De verwachting is dat in 2025 gestart wordt met investeringen. De hoogte van deze investeringsopgave voor de beide locaties wordt op basis van de huidige berekeningen geschat op zo’n € 27 miljoen, exclusief de aankopen van de gronden. Deze investeringsopgave bestaat voor het grootste gedeelte uit investeringen in vastgoed, met jaarlijkse kapitaallasten tot gevolg. Het gaat hierbij om lange afschrijvingstermijnen, voor het leeuwendeel 40-jarige Pagina 4
kapitaallasten. De gemiddelde kapitaallasten komen op ongeveer € 1.150.000 (over een periode van 40 jaar). Op basis van de huidige berekeningen komt dit neer op een stijging van de afvalstoffenheffing tussen 5% en 7% (uitgaande van de huidige inschattingen en marktprijzen). Hiermee is de GAD klaar voor een langere periode, zeker omdat het vastgoed multifunctioneel wordt ingericht. Een nieuwe toekomstbestendige GGD De staat van de Nederlandse publieke gezondheidszorg is kwetsbaar en vraagt om aandacht. In het rapport ‘Op onze gezondheid’ (april 2023) werd deze door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) omschreven als “zwak, wankel en te kwetsbaar”. Dit terwijl juist de publieke gezondheidszorg een grote bijdrage kan leveren aan het betaalbaar en beschikbaar houden van de zorg. Het huidige zorgstelsel in Nederland is niet houdbaar. Vergrijzing, stijging van het aandeel inwoners met chronische ziekten en toename van de sociaal-economische verschillen vragen om aandacht. De focus verschuift van de inzet op ziekte en zorg naar preventie, gezondheid en gedrag. Overheden en zorgpartijen werken samen vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) aan deze nieuwe focus. Deze ontwikkeling vraagt om versterking van de publieke gezondheidszorg.
Door bezuinigingen zijn de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) in Nederland verzwakt en hebben zij inmiddels te weinig capaciteit om hun taken in preventie en infectiebestrijding goed te kunnen invullen. De corona-epidemie heeft laten zien hoe belangrijk deze taken zijn. Deze analyse geldt ook voor de GGD van de Regio Gooi en Vechtstreek. In de regio Gooi en Vechtstreek wordt de publieke gezondheidszorg uitgevoerd door de GGD en Jeugd en Gezin (JGZ), beide onderdeel van de Regio Gooi en Vechtstreek. Eind 2022 heeft het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek opdracht gegeven te onderzoeken wat nodig is voor een transitie naar een goed functionerende toekomstbestendige GGD en JGZ. Uitgangspunt hierbij is het (weer) laten samengaan van de GGD en JGZ en het behoud van een eigen GGD/JGZ voor onze inwoners en gemeenten op de schaal van regio Gooi en Vechtstreek. Naast het uitvoeren van een interne knelpuntenanalyse is opdracht gegeven aan bureau Lysias tot een externe toetsing van het wettelijk basisniveau in de taakstelling en advisering over een toekomstbestendige organisatieopzet van de GGD en de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Het rapport van Lysias levert een kritische analyse over de huidige opzet en capaciteit van het organisatiemodel van de GGD.
Er is structureel te weinig formatie en budget beschikbaar voor de uitvoering van de wettelijke taken en de uitvoering van de ambities van de gemeenten. De bevindingen van Lysias worden (h)erkend en sluiten grotendeels aan bij de eigen analyses of vormen hier een aanvulling op. Ingrijpen is noodzakelijk om een efficiënte en effectieve organisatie vorm te geven die voldoet aan de GGD- en de JGZ-normen voor kwaliteit, omvang van formatie en beschikbaarheid. Op basis van de analyses en het eindadvies is een vertaling gemaakt in middelen en formatie. Uitsluitend de minimaal benodigde formatie voor uitvoering van basistaken is meegenomen. Voor de ondersteunende diensten binnen de Regio wordt overhead doorbelast. Het totaal financieel effect van deze vertaling ten opzichte van de Regiobegroting 2023–2026 is € 2.199.9682, uitgaande van prijspeil 2023. Dit financiële effect wordt voor een deel opgevangen door extra (structurele) Rijksmiddelen voor de publieke gezondheid (pandemische paraatheid). Op basis van de laatste gegevens/circulaires is de huidige inschatting dat dit gaat om zo’n € 450.000 aan extra Rijksmiddelen. De definitieve bijdrage voor pandemische paraatheid wordt na de vorming van een nieuw kabinet door het Rijk vastgesteld. Uitgaande van deze veronderstellingen brengt de versterking van de GGD een structurele verhoging van de
2 In dit bedrag is ook een toename van kosten ter hoogte van € 150.000 op het toezicht Kinderopvang verwerkt. Wanneer de
begrotingswijziging behorend bij de Bestuursrapportage 2023 in december 2023 wordt aangenomen, valt dit bedrag lager uit omdat deze wijziging daarin is meegenomen Pagina 5
gemeentelijke bijdrage van ca. € 1.600.000 met zich mee, gebaseerd op het prijspeil 2023. Als de Rijksbijdrage lager wordt kan het gemeentelijk aandeel hoger uitvallen. De Regio stelt voor deze verhoging van de gemeentelijke bijdrage middels een ingroeimodel op te nemen in de Regiobegroting, waarbij in 2025 (en mogelijk ook 2026) gezocht wordt naar een andere financieringsbron3, zoals incidentele inkomsten of onttrekking uit een reserve. Deze gefaseerde invoering betreft de financiële kant - op inhoud wordt geen gefaseerde invoering doorgevoerd, zodat de GGD in staat is om haar wettelijke taken uit te voeren. De vertaling van deze cijfers vindt plaats bij het opstellen van de Regiobegroting 2025—2028 en is mede afhankelijk van de wijze waarop het Rijk haar financiering voor deze taken gaat organiseren.
Onderwijs en Werk in ontwikkeling Binnen het programma Onderwijs en Werk speelt een groot aantal ontwikkelingen. De belangrijkste wijzigingen worden door het Rijk ingezet. Er is echter nog niet op alle onderdelen helderheid. De belangrijke vraagstukken rond de organisatorische inrichting en de financiering zijn nog in ontwikkeling. Tegelijkertijd loopt in de Regio het budget van het arbeidsmarktprogramma Werken aan Werk eind 2024 af. Om ervoor te zorgen dat de lopende projecten niet beëindigd hoeven te worden (bijvoorbeeld Zorgstart) wordt nu ingezet op het doen van separate subsidieaanvragen, het opzetten van publiekprivate samenwerking, en het zoeken van alternatieve manieren van financiering. Dit alles in afwachting van een vastgesteld beleid vanuit het Rijk. De verwachting is dat het Rijk rond werk & participatie afstapt van de meer projectmatige aanpak en meer gaat inzetten op een meer structurelere werkwijze en financiering. Een deel daarvan gaat verlopen via de inrichting van regionale werkcentra in heel Nederland. Een Regionaal Werkcentrum (RWC) Vanuit de Rijksoverheid komen er wijzigingen aan in de uitvoering van de arbeidsmarktdienstverlening. In iedere arbeidsmarktregio komt een Regionaal Werkcentrum waar dienstverlening zoveel als mogelijk onder één dak wordt uitgevoerd.
Op dit moment zijn deze taken verdeeld over het UWV, de gemeenten en het regionale Werkgeversservicepunt (WSP). De beoogde ingangsdatum is verschoven van 1 januari 2025 naar 1 januari 2026. Hoeveel middelen daarvoor beschikbaar worden gesteld is nog niet bekend; verwachting is dat het niet meer wordt dan de huidige middelen voor de arbeidsmarktdienstverlening. Om een nieuwe geldstroom voor het RWC te financieren is een aantal wijzigingen te verwachten in de budgetten van het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT), het Leerwerkloket (LWL) en het Werkgeversservicepunt (WSP). Meer informatie hierover wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 bekend gemaakt. Op dit moment werkt de Werkgroep Herontwerp WSP aan een voorstel voor een nieuwe taakverdeling tussen het WSP en de gemeenten per 2025. Een nieuwe taakverdeling kan mogelijk gevolgen hebben voor het aantal fte dat binnen de Regio werkt, en voor de financiële bijdrage die gemeenten doen aan het WSP. Hoe groot de impact daarvan is, is nog niet duidelijk. Wanneer er functies verdwijnen bij het regionale WSP, moet nog wel rekening worden gehouden met frictiekosten. Van school naar duurzaam werk Begin oktober 2023 is de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’ gepubliceerd. De RMC-taak en de Aanpak Jeugdwerkloosheid wordt verankerd in één wet.
Het doel van deze wet is een doorlopende aanpak van school naar werk voor jongeren tot 27 jaar. De leeftijd van de jongeren zonder startkwalificatie waarop het Doorstroompunt (RMC) zich richt wordt verhoogd van 23 naar 27 jaar, een 3 Door de jaren heen is te zien dat een gedeelte van de lasten opgevangen wordt door incidentele middelen. Vooruitkijkend naar het
te verwachten resultaat 2023 is ook het vormen van een reserve “Financieel Ingroeimodel GGD” een mogelijkheid, waarmee de gemeentelijke bijdrage in 2025 en eventueel 2026 stapsgewijs naar een volledige structurele dekking kan groeien Pagina 6
uitbreiding van de primaire doelgroep van het Regionaal Bureau Leerlingzaken. De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 augustus 2025. Dit betekent dat de huidige convenantperiode van de Regionale aanpak Voortijdig schoolverlaten wordt verlengd tot 1 augustus 2025. Op dit moment is het nog niet duidelijk welke financiële consequenties dit voorstel heeft. De middelen voor het Doorstroompunt (RMC) en het regionaal programma worden samengevoegd en opnieuw verdeeld op basis van een nieuw verdeelmodel van het CBS. Werkkamer In de Regiobegroting is tot en met 2025 een budget opgenomen voor de Werkkamer. Het kabinet heeft destijds voor de opstart en inrichting van de Werkbedrijven, de huidige Werkkamer in Gooi en Vechtstreek, in iedere arbeidsmarktregio financiering ter beschikking gesteld. De financiering ten bedrage van €1.000.000 voor de arbeidsmarktregio Gooi en Vechtstreek is volgens afspraak door de leden per jaar verdeeld over de looptijd 2015 tot en met 2025. Het gremium wordt naar verwachting in het kader van de herstructurering van de arbeidsmarkt vervangen. Per 2026 zal naar verwachting vanuit het rijk budget beschikbaar komen voor de nieuwe governance structuur. SUWI In de septembercirculaire van 2023 is aangekondigd dat de SUWI middelen structureel worden uitgekeerd aan de centrumgemeente Hilversum.
Een gedeelte van de SUWI middelen wordt ingezet voor de programmaregie en beleidsvoorbereiding op het regionale programma Werk en Participatie en voor taken op het gebied van SROI (Social Return on Investments). Nu de SUWI middelen structureel zijn, wordt voorgesteld om de werkzaamheden op het gebied van programmaregie en beleidsvoorbereiding structureel te financieren vanuit de SUWI middelen. Deze structurele wijziging wordt meegenomen in de Regiobegroting 2025–2028. De uitvoering op het gebied van SROI (Social Return on Investments) wordt nog niet structureel gefinancierd. De invulling van deze taken is o.a. verbonden met de landelijke ontwikkeling van het Regionaal Werkcentrum. Daarom wordt over de structurele inzet van dit deel van de middelen pas besloten als invulling is gegeven aan het Regionaal Werkcentrum. Visit Gooi en Vecht op kracht Eind 2019 is de Stichting Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) opgegaan in de Regio-organisatie onder de noemer Visit Gooi & Vecht. Visit Gooi & Vecht werkt ook voor het stadsgebied Weesp en de gemeente Stichtse Vecht op basis van een dienstverleningsovereenkomst. Daarnaast betalen circa 90 partners (veelal ondernemers binnen toerisme) een kleine jaarlijkse bijdrage. Er is vanuit verschillende ontwikkelingen behoefte aan het versterken van de samenwerking op toerisme en recreatie en in het verlengde daarvan cultuur.
De bestuurders van het PFHO Economie & Innovatie hebben hierover in 2023 een aantal keer gesproken en hebben geadviseerd de benodigde versterking op toerisme en recreatie structureel in de eerstvolgende begroting te verwerken. Vanaf 2019 was een reserve beschikbaar die is meegekomen met de overgang vanuit RBT. Daarover is met het PFHO CERT afgesproken dat eerst de reserve zou worden uitgeput voordat een extra gemeentelijke bijdrage zou worden gevraagd. Dit gaf de mogelijkheid om in de eerste vier jaar een goed beeld te krijgen van de werkelijke inzet en kosten. 2023 was het laatste jaar waarin uit de reserve geput kan worden. De vaste kosten en personele kosten van Visit Gooi & Vecht zijn geborgd in de Regiobegroting. Er is echter nauwelijks uitvoeringsbudget beschikbaar voor marketing, zoals campagnes, adverteren, het organiseren van perstrips en contentcreatie (inzet van gastbloggers, influencers of het inhuren van fotografen voor actueel beeldmateriaal). De kosten voor de website en andere online platforms stijgen door inflatie maar ook door uitbreiding met modules die in deze tijd nodig zijn om een moderne en
Pagina 7
toegankelijke website in de lucht te houden. Bijstelling van de begroting is daarom nodig, waarbij er een goede balans moet zijn tussen ambitie, kosten en (economische) opbrengst. Om een professionele destinatiemarketing uit te voeren is feitelijk €131.000 per jaar extra nodig. Voorgesteld wordt €100.000 aan structurele middelen toe te voegen aan de Regiobegroting zodat de basis op orde is en voor de overige €31.000 uit te gaan van incidentele inkomsten. Bij het wegvallen van incidentele inkomsten moet dan dus de ambitie naar beneden worden bijgesteld. Dit is mogelijk op de onderdelen campagnes en innovatie omdat de inzet hierop jaarlijks wordt bepaald. Versterking samenwerking toerisme en recreatie Met ingang van 2022 is de beleidsmatige coördinatie en regiefunctie op toerisme en recreatie komen te vervallen. Het PFHO Economie & Innovatie heeft geconstateerd dat recente ontwikkelingen vragen om versterking van de regionale samenwerking op toerisme en recreatie. Bijvoorbeeld het PPLG (provinciaal plan landelijk gebied), Novex Groene Hart en ons profiel in de MRA bieden kansen voor extra financiering. De toenemende verstedelijking rondom onze regio leidt tot een grotere recreatiestroom die gemeenten gezamenlijk met de natuurbeheerders goed willen stroomlijnen. Daarbij is een combinatie mogelijk van inzet voor de regiogemeenten en inzet voor de MRA.
Om hier invulling aan te kunnen geven is een toevoeging van € 62.000 aan structurele middelen aan de Regiobegroting nodig. Versterking museale samenwerking De musea in Gooi en Vechtstreek werken samen op fondsenwerving, de digitale ontsluiting van de collecties en het gezamenlijk organiseren van evenementen zoals het Erfgoedfestival. De regioconservator coördineert deze activiteiten voor de musea. De kosten voor de regioconservator zijn deels opgenomen in de Regiobegroting en werden de afgelopen jaren deels gedekt vanuit subsidieinkomsten. Deze subsidies zijn niet structureel beschikbaar. Voor de structurele bekostiging van de regioconservator wordt €35.000 toegevoegd aan de Regiobegroting. De musea hebben ook een verzoek bij gemeenten gelegd voor structurele financiering van het erfgoedfestival en de collectiemedewerker maar deze kosten passen door hun aard niet in de Regiobegroting. Teneinde te voorkomen dat bovengenoemde versterking van het programma Visit Gooi en Vecht leidt tot een uitbreiding van de Regiobegroting heeft het algemeen bestuur de Regio verzocht te zoeken naar ruimte in haar begroting, om zo de stijging van de gemeentelijke bijdrage tot een minimum te beperken en wel aan deze voorstellen inzake Visit Gooi en Vecht invulling te geven.
Regio: Volgen van de afgesproken loon- en prijsontwikkelingen Prijzen Om de CPI4 voor 2025 te bepalen, is gebruik gemaakt van de septembercirculaire Gemeentefonds 2023. In deze circulaire wordt aangegeven dat het van belang is dat gemeenten rekening houden met loon- en prijsontwikkelingen, aangezien de reële groei van het gemeentefonds lager ligt dan de nominale groei. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met loon- en prijsontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel 5 (zie hieronder) bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het Centraal Plan Bureau (CPB) onderscheidt voor de overheidssector en zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Uit deze tabel blijkt dat het CPB een inflatie verwacht van 1,6%6 (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). De structurele financiële effecten 4
CPI – consumenten prijs index
5
Tabel 4.2.2 op pagina 30 van de Septembercirculaire Gemeentefonds 2023
6
Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2024 - 2027 (exclusief begrotingswijzigingen) heeft een inflatiecorrectie van 1% een stijging van € 235.000 van de materiele kosten tot gevolg Pagina 8
van deze stijging worden verwerkt in de concept Regiobegroting 2025–2028. Voor de helderheid: het gaat om die effecten die voortkomen uit contractbepalingen of andersoortige verplichtingen en daarmee een structureel karakter kennen.
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2023 en CEP 2022** (mutaties per jaar in %)
2023 2024 2025 2026 2027 2028***
Prijs bruto binnenlands product (pbbp)
6,2
3,3
2,8
2,7
2,5
2,5
Prijs nationale bestedingen (pnb)
6,1
3,4
2,5
2,4
2,3
2,3
Nationale consumentenprijsindex (cpi)
3,0
3,4
2,5
2,4
2,3
2,3
Loonvoet sector overheid
4,0
6,7
5,8
4,8
4,2
4,2
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers
3,5
6,3
5,4
4,5
3,9
3,9
Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)
4,8
3,0
1,9
1,9
1,9
1,9
Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
5,9
3,5
1,6
1,6
1,6
1,6
* toelichting/verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2024 is op basis van de MEV 2024, 2023 en 2025-2027 is op basis van de CEP 2023 *** cijfers 2027 zijn doorgetrokken naar 2028
Lonen De WSGO, de VNG en de vakbonden hebben overleg over de nieuwe gemeentelijke cao voor 2024. Een aantal voorstellen tot aanpassing in de cao geven werkgevers meer mogelijkheden om beter te kunnen omgaan met een krappe arbeidsmarkt: meer ruimte voor langere werkweken en extra beloning, betere toelagen voor roosterwerk, een langere opzegtermijn voor werknemers en makkelijker inzet van AOW’ers. Daarnaast wordt voorgesteld duidelijker kaders voor vitaliteitsbeleid op te nemen, waaronder aandacht voor werkdruk en bezetting. Ook het moderniseren van arbeidsvoorwaarden is onderwerp van gesprek: de actualisering van de oude ambtelijke werkloosheidsregelingen en het vergroten van de eenheid in functiewaardering (via HR21). De cao over 2024 is nog niet vastgesteld, als gevolg waarvan wij de ontwikkelingen uit de septembercirculaire Gemeentefonds 20237 aan houden voor het jaar 2025. De hierin opgenomen verwachte loonstijging bedraagt 5,4%8 ten opzichte van 2024. Mochten er in de nieuwe cao voor 2024 hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Indien ten tijde van het opstellen van de begroting 2025 de cao wel vastgesteld is, wordt de financiële vertaling hiervan verwerkt in deze begroting, waarbij mogelijk afgeweken zal worden van bovenvermelde uitgangspunten.
Pensioenen Op 1 januari 2028 moeten alle pensioenfondsen zijn overgestapt op het vernieuwde pensioenstelsel. ABP is voornemens om dit op 1 januari 2027 te doen. In de nieuwe pensioenwet blijft het doel dat werkgevers en werknemers samen pensioen opbouwen. Financiële risico's worden straks nog steeds met elkaar gedeeld. Werkgevers en werknemers betalen premie. Er is wel een aantal veranderingen in de pensioenpremie. Zo wordt de maandelijkse premie voor iedereen die pensioen opbouwt een vast 7
Zie bovenstaande tabel 4.2.2
8
Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2024 - 2027 (exclusief begrotingswijzigingen) heeft een looncorrectie van 1% een stijging van € 300.000 van de personele kosten tot gevolg. Hierbij is de wijziging a.g.v. loonindexaties 2023 nog niet meegenomen; deze is opgenomen in de bestuursrapportage 2023 en wordt structureel verwerkt middels begrotingswijziging 2023002 wanneer hiermee wordt ingestemd Pagina 9
percentage van het loon. Ook hangt de premie niet meer af van de leeftijd van de werknemer. Daarnaast wordt het aanvullend pensioen flexibeler, transparanter en persoonlijker. Het pensioen beweegt straks mee met de economie. De Regio houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten, om zo op tijd de wijzigingen door te kunnen rekenen en de gevolgen voor de Regio zo klein mogelijk te houden. Volgens de prognose daalt de premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen van 27,9% naar 27,0% in 2024. De premie voor het ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen blijft naar verwachting gemiddeld op 0,73%. NEA-index In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit maakt Panteia jaarlijks een overzicht van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. Het begrip taxivervoer omvat in dit verband alle vervoer met taxi's, inclusief het groepsvervoer. Panteia berekent de kostenontwikkelingsindex in absolute onafhankelijkheid. Het hanteren van de NEA-index is gebruikelijk in de vervoersbranche en is al bij de oprichting van Vervoer BV met gemeenten afgesproken. Voor 2024 is een indexatie toegepast van 5,42%. Dit betreft het gemiddelde van afgelopen vijf jaar. In de Regiobegroting 2025–2028 wordt in navolging hierop gewerkt met het gemiddelde van de jaren 2020 tot en met 2024, wat neerkomt op 5,66%9. In onderstaande tabel is de opbouw over de jaren in kaart gebracht.
Jaar 2024 2023 2022 2021 2020 2019
NEA-index NEA-index in PB2024-2027 in PB2025-2028 3,40% 13,70% 13,70% 3,50% 3,50% 1,00% 1,00% 6,70% 6,70% 2,20% gemiddeld gemiddeld 5,42% 5,66%
Centrumgemeente bijdragen De centrumgemeente bijdragen inzake vrouwenopvang, maatschappelijke opvang en beschermd wonen worden conform de decembercirculaire Gemeentefonds 2023 meerjarig aangepast in de Regiobegroting 2025–2028. De indexatiesystematiek in de huidige contracten is niet gekoppeld aan de indexatie van de centrumgemeentemiddelen. Dit kan betekenen dat de compensatie vanuit het Gemeentefonds ontoereikend is. Toekomstige wijzigingen inzake centrumgemeente bijdragen uit volgende circulaires worden middels begrotingswijzigingen opgenomen in de betreffende programmabegroting. Dit geldt ook voor andere centrumgemeente bijdragen, zoals vroegtijdig schoolverlaten (VSV), regionale meld coördinatie (RMC) en volwasseneneducatie. Regio: Rente-inkomsten Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de Wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het Rijk, om zo de staatsschuld te beperken. Gemeenschappelijke Regelingen 9
Ten opzichte van de vastgestelde Regiobegroting 2024 - 2027 (exclusief begrotingswijzigingen) heeft een correctie van de NEA index ter hoogte van 1% een stijging van € 78.000 van de materiele kosten tot gevolg Pagina 10
zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen ook onder de Wet financiering decentrale overheden. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet direct nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taak. De bij de schatkist gestalde middelen zijn rentedragend. De rekeningcourant positie bij de schatkist levert met de stijging van de rentetarieven op dit moment renteopbrengsten op die niet zijn begroot. De verwachte opbrengst voor geheel 2023 bedraagt op basis van de huidige prognoses € 500.000. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de rentestanden over de eerste drie kwartalen van 2023 opgenomen. Omdat de verwachting is dat de rentestanden zich zullen gaan stabiliseren in de aanloop naar 2025, is de Regio voornemens renteopbrengsten voorzichtigheidshalve te begroten ter hoogte van €250.000.
Regio: Actualisatie Meerjaren Onderhoudsplan Regiokantoor Eind 2017 heeft de Regio het kantoorgebouw aan de Burgemeester de Bordeslaan in Bussum verworven. In 2020 is het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) vervangen voor een duurzaam meerjaren onderhoudsplan (DMJOP) over een periode van 35 jaar. Hierin zijn verdere stappen opgenomen in het realiseren van het doel voor een meer milieubewuste en duurzame huisvesting. Vanaf 2025 is een verhoogde dotatie nodig om het noodzakelijke onderhoud aan het Regiokantoor in de toekomst te kunnen uitvoeren. De dotatie wordt verhoogd van € 270.000 naar € 305.000. Deze verhoging wordt veroorzaakt door het actualiseren van de normbedragen uit de oorspronkelijke MJOP naar de normbedragen voor 2023, rekening houdend met de gestegen prijzen voor materialen en arbeid. Voor vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze kaderbrief kunt u terecht bij onze concerncontroller mevrouw Von dem Borne, bereikbaar op (06) 82 01 33 39 of per mail s.vondemborne@regiogv.nl.
Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, de secretaris,
de voorzitter,
ir. M. van der Linden
dr. ir. G.M. van den Top
Pagina 11