17. Collegebrief inzake Maatregelen voorspelbaarheid en grip uitgaven jeugd
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS DUDOKPARK 1
Aan de gemeenteraad cc commissieleden
TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
8 april 2024 ZAAKNUMM ER 1406014 BEHA NDELD DOOR L. Terlouw TELEFOON (035) 629 2471 DATUM
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
Maatregelen voorspelbaarheid en grip uitgaven jeugd (T23/94) Geachte raadsleden, In de collegebrief van 8 november 2023 informeerden we u over de verwachte overschrijding van de begroting van ons jeugdbudget voor 2023 en de oorzaken van deze overschrijding. In de raadsvergadering van 8 november 2023 hebben we u toegezegd (T23/94) om u in het eerste kwartaal van dit jaar te informeren over de oorzaken van het gemelde tekort, of het tekort incidenteel of structureel is en welke maatregelen het college wil nemen om beter grip te krijgen op de tekorten in de jeugdzorg. De Jeugdwet is een zogenoemde open-einderegeling; gemeenten moeten de jeugdhulp inzetten en betalen die nodig is, ongeacht de in de begroting beschikbare budgetten. Een groot gedeelte (57%) van de jeugdhulp wordt ingezet door andere rechtsgeldige verwijzers dan gemeenten (met name gecertificeerde instellingen en huisartsen). Dit maakt dat gemeenten beperkte mogelijkheden hebben om te sturen op de jeugdkosten. Dit levert landelijk in vrijwel alle gemeenten tekorten op. Met de uitvoering van de door u vastgestelde Beleidsagenda Jeugd 2024-2030 werken we aan het versterken van de pedagogische basis om ondersteuning en hulp dicht bij het kind te organiseren. Zo proberen we geïndiceerde jeugdhulp te voorkomen, door vroegtijdig (preventief) te interveniëren en de verwijsstroom te optimaliseren.
We werden verrast door de overschrijding uit de begroting van ons jeugdbudget voor 2023, omdat we de impact van de kosten van niet-gecontracteerde zorg onvoldoende in beeld hadden. De belangrijkste oorzaken van de overschrijding waren zoals genoemd: • Verblijf en inzet niet-gecontracteerd aanbod Gecertificeerde instellingen maken meer gebruik van niet-gecontracteerd verblijf. • Begeleiding Niet-gecontracteerde verblijfsinstellingen stellen in veel gevallen als voorwaarde voor plaatsing, de inzet van (niet-gecontracteerde) intensieve individuele begeleiding, vanwege de complexiteit van de kinderen.
• Verzwaring doelgroep, verzwaring Persoons Gerichte Aanpak (PGA) We zien een toename en verzwaring van jongeren die crimineel en/of overlastgevend gedrag laten zien. Om recidive te voorkomen en een duurzame verandering in iemands levensloop te realiseren, krijgen deze jongeren in de PGA specialistische begeleiding. Dit is dure (gespecialiseerde) hulp, vaak in de vorm van niet-gecontracteerd aanbod of verblijf. • Woonplaatsbeginsel Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp en deze betaalt. Hilversum is een zogenaamde nadeel-gemeente omdat we meer kinderen met duurdere zorgtrajecten uit andere gemeenten hebben gekregen dan dat we hebben overgeplaatst naar andere gemeenten. Analyse tekort Stijging gebruik niet-gecontracteerd aanbod Uit nadere analyse blijkt dat de overschrijding van het jeugdbudget 2023 is veroorzaakt door meer gebruik van niet-gecontracteerd aanbod (Zie onder paragraaf ‘Maatregelen vergroten voorspelbaarheid en grip uitgaven jeugd’ maatregel 4 en 6). De kosten voor niet-gecontracteerd aanbod zijn in 2023 3,1 keer hoger dan in 2022 (in 2022 was dit €800.000 en in 2023: €2.500.000). Sinds 2021 is er sprake van een stijgende trend van zorg die niet is ingekocht via de regio.
Nietgecontracteerde zorg wordt ingezet omdat het een specifieke vorm van zorg betreft of omdat er te weinig capaciteit is bij de gecontracteerde aanbieders. Deze zorg wordt met name ingezet door gecertificeerde instellingen. Omdat we (regionaal) nog geen goede informatievoorziening hebben als het gaat om nietgecontracteerde zorg, werden we verrast door de hoogte van het bedrag. Stijging prijzen van jeugdzorgaanbieders Naast de stijging van gebruik van niet-gecontracteerd aanbod, zien we een stijging van de prijzen bij aanbieders. Deze prijsstijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de toegenomen intensiviteit per voorziening. Nader onderzoek laat zien dat dit niet komt omdat er meer kinderen jeugdhulp krijgen, maar dat de intensiteit per voorziening is toegenomen. Dit betekent dat jeugdzorgaanbieders meer complexiteit ervaren en daardoor vaker meer uren per kind nodig hebben voor een behandeling. Jeugdzorgaanbieders maken voorafgaand aan een behandeling een inschatting van het benodigde aantal uren. Naast de groei van het aantal uren per jeugdige wordt ook het verschil tussen de toezegde aantal uren en de gerealiseerde uren kleiner (de uitnutting neemt toe). Ook hierbij kunnen kleine wijzigingen leiden tot grote financiële effecten. De uitnutting van gecontracteerd aanbod is pas laat inzichtelijk en daardoor lastig te monitoren.
De kosten van deze zogenoemde ‘toegenomen intensiteit per voorziening’ lijken een structureel karakter te hebben. We komen hierop terug in bij de voorjaarsnota 2024. (Zie onder paragraaf ‘Maatregelen vergroten voorspelbaarheid en grip uitgaven jeugd’ maatregel 5). CAO-stijging Tot slot is duidelijk geworden dat in mindere mate ook cao-stijgingen ten grondslag liggen aan de prijsverhogingen bij aanbieders. De cao-prijsstijgingen zijn niet beïnvloedbaar en lijken een structureel karakter te hebben. Hier komen we eveneens op terug bij de voorjaarsnota 2024. Maatregelen vergroten voorspelbaarheid uitgaven jeugd Op basis van de eerdere bevindingen en de analyse komen we tot de volgende maatregelen om de voorspelbaarheid van de kosten van het jeugdbudget te vergroten: 1. Frequenter monitoren van uitgaven niet-gecontracteerde zorg Voor de gecontracteerde zorg is de voorspelbaarheid de afgelopen jaren sterk verbeterd. Omdat het huidige nadeel grotendeels wordt bepaald door niet-gecontracteerde zorg, zijn we deze uitgaven frequenter gaan monitoren en hebben onze interne werkwijze hierop aangepast. Helaas
blijven we hierin afhankelijk van informatie van externe partijen zoals de gecertificeerde instellingen. Onder maatregel 6 gaan we hier verder op in. 2. Administreren niet-gecontracteerde zorg Daarnaast werken we aan het administreren van de niet-gecontracteerde zorg. Er ligt een opdracht bij onze Regio om te administreren in de systemen van de regio (Digitaal Leefplein). Hierdoor worden meer analyses mogelijk en kunnen de prognoses op dezelfde wijze worden vormgegeven als gecontracteerde zorg, waardoor er betere voorspelbaarheid komt. 3. Voorspelmodel We ontwikkelen ons voorspelmodel verder door, zodat een voortschrijdend en actueel beeld ontstaat van de te verwachte uitgaven ingevolge de Jeugdwet. Indien nodig huren we daarvoor externe expertise in. Maatregelen vergroten voorspelbaarheid en grip uitgaven jeugd 4. Uitbreiding gecontracteerd aanbod De Regio breidt het gecontracteerde aanbod uit op de volgende jeugdhulp: • Verblijfplekken voor forensische jongeren van 16 tot 23 jaar. • Verblijfsplekken voor jongeren met lastig gedrag van 12 tot 18 jaar. • Uitbreiden van het aanbod dagbesteding en dagbehandeling voor jongeren. Hierdoor voorkomen we dat er moet worden uitgeweken naar niet-gecontracteerd aanbod. Voor deze jeugdhulp wordt namelijk vaak een niet-gecontracteerd aanbod ingezet omdat deze zorg niet is ingekocht in de regio voor de desbetreffende doelgroep.
Het aantal jongeren dat deze vormen van hulp nodig heeft is niet groot, maar gaat wel gepaard met hoge kosten. Daarnaast is dit een specifieke zorgvraag, waardoor slechts een beperkt aantal aanbieders deze zorg aanbiedt en hier ook hoge tarieven voor kunnen vragen. Door deze hulp op te nemen in het gecontracteerde aanbod hebben we beter zicht op kwaliteit van de voorziening, komt er tijdiger informatie beschikbaar en ontstaat meer voorspelbaarheid op financiën. 5. Versterking van de samenwerking met aanbieders • We versterken de samenwerking met aanbieders verder en gaan in gesprek over de toegenomen intensiteit per voorziening en de mate van uitnutting. We blijven echter afhankelijk van de inschatting van de jeugdzorgaanbieders voor het benodigde aantal uren en de uitnutting. 6. Versterking van de samenwerking met rechtsgeldige verwijzers en Veilig Thuis • We versterken de samenwerking met rechtsgeldige verwijzers en Veilig Thuis. Regelmatig vinden gesprekken plaats met de rechtsgeldige verwijzers als de gecertificeerde instellingen en de huisartsen in onze gemeente om de processen rondom de verwijsstroom te optimaliseren. Op deze manier proberen we de samenwerking tussen ons en deze partijen constant te versterken. De komende tijd zetten we in op: a.
De samenwerking met de gecertificeerde instellingen verder versterken zodat we de indicaties voor relatief dure verblijfsvoorzieningen kunnen beperken (zoals o.a. ook voor de PGA-doelgroep) en daar passende alternatieven voor kunnen vinden. Hiervoor zijn verdere samenwerkingsafspraken gemaakt. Gecertificeerde instellingen blijven een rechtsgeldige verwijzer. b. De samenwerking tussen Veilig Thuis versterken om te beperken dat er relatief dure hulp moet worden ingezet omdat casussen (in het weekend) escaleren. c. We breiden (o.b.v. beleidsagenda Jeugd 2024-2030) het aantal praktijkondersteuners Jeugd uit zodat elke huisarts gebruik kan maken van een praktijkondersteuner jeugd. Daarnaast sturen we op de doorontwikkeling van de werkwijze van de praktijkondersteuners Jeugd. Door onder andere de inzet van de praktijkondersteuners Jeugd maken we de beweging naar het versterken de pedagogische basis (zie ook
Beleidsagenda Jeugd 2024-2030), willen we geïndiceerde jeugdhulp voorkomen en de verwijsstroom optimaliseren. Huisartsen blijven uiteindelijk een rechtsgeldige verwijzer. 7. Verschuiving van geïndiceerde zorg naar ondersteuning in het gezin In het kader van het “Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming” zetten we in op een verschuiving van jeugdhulp gericht op de jeugdige naar inzet van ondersteuning gericht op de kern van de ondersteuningsvraag (denk bv. aan armoede of psychiatrische- of verslavingsproblematiek bij de ouder). De systematiek van de Jeugdwet maakt het voor gemeenten niet eenvoudig om grip te hebben op de uitgaven van jeugd. Toch zijn al onze inspanningen erop gericht om te doen wat binnen onze mogelijkheid ligt om de voorspelbaarheid en grip op de uitgaven jeugd te vergroten. Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top