13. Oplegnotitie Benen-Op-Tafel-sessie ARC d.d. 17 september 2025
Tekst van het document
Oplegnotitie BOT-sessie
Zaaknummer (optioneel)
n.v.t.
Steller
H.G. Quak-Steijn (Secretaris)
Aanleiding De Audit- en Rekeningcommissie (ARC) heeft in haar vergadering van 10 september jl. besloten de secretaris te verzoeken een oplegnotitie voor te bereiden ten behoeve van de ‘Benen-op-tafel’-sessie inzake de financiën (25 september a.s.). Deze sessie is door het college georganiseerd, maar de oplegnotitie wordt u aangeboden namens de ARC. Het college is bij de totstandkoming van deze notitie niet betrokken geweest.
Inleiding Met de motie Blok-van Rooden als vertrekpunt heeft de raad zichzelf in 2021 de opdracht gegeven scherp te sturen op de financiële positie van de gemeente. Sindsdien is duidelijk geworden dat dit vraagstuk niet alleen over kengetallen gaat, maar vooral over de balans tussen maatschappelijke ambities, financiële houdbaarheid en uitvoeringskracht. Het college heeft met het position paper en de daaropvolgende uitwerking richting gegeven, terwijl de ARC en de raad zelf nadrukkelijk hebben gezocht naar aanvullende context en handelingskaders. De BOT-sessie van 25 september vormt in dit traject een belangrijk ijkpunt. Het is geen technische exercitie, maar een moment van gezamenlijke reflectie: welke risico’s acht de raad aanvaardbaar, welke investeringen verdienen prioriteit, en hoe kan de uitvoeringskracht daarbij in het vizier blijven? De ARC reikt u met deze oplegnotitie een samenhangend overzicht en enkele aanvullende bouwstenen aan, zodat u als raad vanuit een gedeeld vertrekpunt het gesprek kunt voeren en richting kunt geven aan de verdere koers.
Van motie naar herijking van financieel beleid (juni 2021 t/m april 2024) Motie Blok De aanleiding voor de huidige discussie over de financiële strategie ligt in de motie Blok-van Rooden, aangenomen bij de Kadernota 2021. In die motie sprak de raad zijn zorg uit over de omvangrijke gebiedsontwikkelingen (zoals Stationsgebied, Arenapark en 1221) en de druk die deze zouden leggen op de financiële positie van de gemeente. De raad droeg het college op om het structurele financiële beleid zó in te richten dat Hilversum niet in de meest risicovolle categorie van de provinciale signaleringswaarden zou belanden (de zogenoemde categorie C). Daarbij werd het college gevraagd om bij toekomstige kadernota’s en begrotingen steeds
inzichtelijk te maken hoe dit beleid uitwerkt en welke maatregelen worden genomen om dergelijke risico’s te vermijden.
Vraag om herijking motie Blok In de jaren daarna rees de vraag of het hanteren van alle afzonderlijke kengetallen als sturingsmechanisme wel voldoende houvast bood. Bij de behandeling van de MPG 2024 in de commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten (18 april 2024) kwam de vraag expliciet op tafel of de motie Blok-van Rooden nog wel het juiste financiële uitgangspunt vormde. Verschillende fracties wezen op de knellende werking van de motie en op de spanning tussen de ambitieuze investeringsopgaven en de provinciale signaleringswaarden. In reactie hierop gaf de portefeuillehouder aan dat Hilversum inmiddels “zeer scherp aan de wind zeilt” en dat keuzes nodig zijn om de financiële koers houdbaar te houden. Daarbij deed hij het voorstel om een position paper op te stellen dat deze vraag zou onderzoeken en als basis kon dienen voor verdere gesproeksvoering met de ARC (en politieke afweging in de raad).
Vaststelling position paper en nieuwe financiële strategie (maart 2025) In maart 2025 stelde het college dit Position Paper Financiële Strategie vast. Daarmee koos het college voor een andere benadering: niet langer elk afzonderlijk kengetal centraal, maar één integrale indicator: de netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen), met een maximum van 130% over een periode van tien jaar. Volgens het college bood dit meer duidelijkheid en sloot het beter aan bij de investeringsopgaven die voorlagen: reguliere vervangings- en onderhoudsinvesteringen, omvangrijke gebiedsontwikkelingen en maatschappelijke voorzieningen zoals een sportcomplex. Tegelijkertijd werd onderkend dat de uitvoeringskracht van de organisatie begrensd is, waardoor plannen vaak later worden gerealiseerd dan gedacht. Als logisch vervolg stelde het college de raad voor om de motie Blok-van Rooden formeel in te trekken, omdat deze niet meer paste bij de nieuwe systematiek. De raad is hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief.
Technische verkenning in de Audit- en Rekeningcommissie (april 2025) De ARC besprak het position paper in april 2025. De centrale vraag was of dit nieuwe kader werkbaar is in de planning- en controlcyclus. De bespreking maakte duidelijk dat het college met deze aanpak wilde vereenvoudigen en inzichtelijker wilde sturen. Er waren ook zorgen o.a. over de onzekerheidsmarge van de prognoses en de beperking van de uitvoeringskracht op de verloop van investeringen. De ARC concludeerde dat de keuze voor een schuldquotum van 130% geen technische, maar een vooral politieke afweging is die gaat over risicobereidheid in relatie tot na te streven (politieke) ambities. Daarmee werd onderstreept dat het primaat over de financiële strategie bij de raad ligt. Dit was ook de reden dat de voorzitter van de ARC het position paper middels een commissievoorstel voor (politiek) debat had laten agenderen in de commissie.
Politieke behandeling in de commissie (april 2025) Een week later stond het commissievoorstel Position Paper op de agenda van de commissie Bestuur en Economie. Hier werd de discussie breder en meer politiek. Veel fracties waardeerden de poging om meer samenhang te brengen. Tevens bleek de commissie verdeeld te zijn in de weging van financiële risico’s tegenover investeringsambities. Wat breed gedeeld werd, was de behoefte aan handelingsperspectief: hoe kan de raad daadwerkelijk sturen, welke momenten zijn daarvoor beschikbaar, en hoe wordt helder welke projecten prioriteit hebben? In reactie hierop zegde wethouder Kalk toe een verdiepende sessie met de raad te organiseren, gericht op het gezamenlijk doornemen van de meerjarige financiële koers en de sturingsmogelijkheden voor de raad.
De jaarrekening en de roep om verdieping (juni 2025) Het vraagstuk keerde nadrukkelijk terug bij de behandeling van de jaarrekening 2024 en de Voorjaarsnota 2025. Hier lag de nadruk niet alleen op de schuldquote, maar ook op structurele onderbesteding, planningsoptimisme en de spanning tussen ambities en uitvoeringskracht. Tijdens de gezamenlijke commissievergadering van 4 juni spraken diverse fracties hierover hun zorgen uit. Kort daarna namen twee raadsleden en een commissielid (Remmers, Meddens en Van Nistelrooij) het initiatief tot een brief aan de raad (11 juni 2025). Zij vroegen om het BOT-overleg goed voor te bereiden met de juiste informatie. Hun verzoek was concreet: inzicht in oorzaken van planningsoptimisme, de resterende ruimte binnen het schuldquotum, prioritering van grote projecten en een analyse van de beschikbare capaciteit. De raad onderschreef de oproep: het gesprek over financiële strategie moest niet alleen over cijfers gaan, maar juist ook over uitvoerbaarheid en bestuurlijke keuzes. In de aanloop naar september overlegde wethouder Kalk tweemaal met deze raadsleden, aangevuld met raadslid Degives Más. Het resultaat is dat er gedeelde beelden zijn bij de invulling van de BOT-sessie.
Uitwerking door het college (juli 2025) In juli 2025 volgde het college met een uitwerking van de financiële strategie. Hierin werd de analyse verder aangescherpt: bij ongewijzigd beleid zou de schuldquote in 2034 oplopen tot circa 162%, dus ruim boven de grens van 130%. Het college schetste daarom verschillende bouwstenen: • Een integrale afweging van inhoud, financiën en capaciteit. • Een investeringsplafond, met onderscheid tussen noodzakelijke en wenselijke investeringen. • Een handelingskader voor realistischer investeringsplanning en koppeling aan uitvoeringskracht. • Periodieke monitoring om onderuitputting en het doorschuiven van kredieten te verminderen.
Daarnaast werden mogelijke maatregelen genoemd: fasering of schrappen van projecten, vergroten van inkomsten (bijvoorbeeld via OZB of parkeren) en het verhogen van de schuldnorm.
Naar de BOT-sessie in september 2025 In de BOT-sessie staan de volgende onderwerpen geagendeerd: 1. Toelichting actuele inzichten van de financiële indicator schuldquote, de notitie uitwerking financiële strategie (zie vorige paragraaf) en de huidige investeringsplannen; 2. Monitoren van de financiële positie en toekomstige mogelijke ‘draaiknoppen’; 3. Toelichting op de organisatieopbouw op hoofdlijnen als onderlegger voor het gesprek over realisatiekracht (de benchmark wordt eind dit jaar nog uitgevoerd). De BOT-sessie biedt de raad de gelegenheid om niet alleen over cijfers te praten, maar ook over de balans tussen ambitie en realiteit. Welke maatschappelijke doelen zijn nietonderhandelbaar? Hoeveel risico wil de raad nemen? En welke keuzes zijn uitvoerbaar met de beschikbare capaciteit? Het gesprek is daarmee geen technische exercitie, maar een strategisch moment waarbij vooruit wordt gekeken naar de opgave om richting te geven aan keuzes die financieel houdbaar én bestuurlijk uitvoerbaar zijn – en die passen bij de toekomst van Hilversum en de aanstaande fusie met Wijdemeren.
Workshop financiële houdbaarheid (zomer 2025) In aanvulling op de reguliere behandeling in ARC, commissie en raad heeft de Audit- en Rekeningcommissie in juni 2025 een verdiepende stap gezet. Op 20 juni organiseerde de ARC een workshop over financiële houdbaarheid, begeleid door extern bureau BMC. Doel hiervan was de raad extra context te bieden voor de discussie over de financiële strategie, los van de stukken en analyses die door het college zijn opgesteld. Het verslag van deze workshop sluit voor een belangrijk deel aan bij de uitwerking van het position paper die het college in juli 2025 aan de raad heeft aangeboden. Net als in die notitie wordt zichtbaar dat de schuldquote bij ongewijzigd beleid fors oploopt en dat keuzes over prioritering en risicobereidheid onvermijdelijk zijn. Tegelijkertijd bevat het workshoprapport enkele aanvullende inzichten. Zo zijn er drie scenario’s uitgewerkt (waarbij de schuldquote in 2034 uiteenloopt van 110% tot 197%), is berekend dat het huidige investeringsniveau circa €148 miljoen boven de 130%-norm ligt, en wordt benadrukt dat structureel sluitende meerjarenbegrotingen een remmende werking hebben op de schuldgroei. Daarnaast is in de workshop verkend welke signaalwaarden en indicatoren relevant kunnen zijn bij de beoordeling van de financiële toekomst, naast de schuldquote alleen.
Genoemd zijn onder meer solvabiliteit, weerstandsvermogen, rentedruk, kasgeldlimiet, kapitaallastennorm en de onbenutte belastingcapaciteit. Deze workshop en het bijbehorende verslag zijn geen vervanging van de college-informatie, maar kunnen de raad tijdens de BOT-sessie dienen als aanvullende context en achtergrond.
Daarmee wordt het gesprek verrijkt met bredere inzichten en worden verschillende invalshoeken zichtbaar die behulpzaam kunnen zijn bij de verdere gedachtevorming.