11. Collegebrief inzake Reactie op toezegging T25-51 inzake indexering bij subsidieverstrekking
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS
Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers
DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
10 juni 2025 ZAAKNUMM ER 1825448 BEHA NDELD DOOR Maartje Geertman / Lisette van Noort TELEFOON +316 2883 4825 / +316 4252 9302 DATUM
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
Reactie op toezegging T25-51 inzake indexering bij subsidieverstrekking Geachte raadsleden, Tijdens de gezamenlijke commissievergadering van 4 juni 2025 is bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 gesproken over de indexering van subsidies. Naar aanleiding hiervan heeft portefeuillehouder Van Voorden toegezegd dit onderwerp intern te bespreken. Via deze collegebrief informeert het college u graag nader over de stand van zaken. Subsidies vormen een belangrijk instrument voor het realiseren van gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Ze stimuleren maatschappelijke activiteiten die zonder financiële ondersteuning vanuit de gemeente niet of in mindere mate tot stand zouden komen. Om de effectiviteit en doelmatigheid van subsidies te waarborgen, is een transparante en controleerbare werkwijze essentieel. Het subsidiebeleid van de gemeente is vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021 (ASV), nader uitgewerkt in de Beleidsregel subsidieverstrekking Hilversum. In de Beleidsregel is onder meer opgenomen hoe wordt omgegaan met indexering van subsidies (hoofdstuk 6.2). Zo is bepaald dat de gemeente subsidies kan indexeren op basis van de consumentenprijsindex (CPI, peildatum maart). Uw raad neemt hierover een besluit bij de Voorjaarsnota. Voor het begrotingsjaar 2026 is uitgegaan van een indexatie van 2,8 procent.
In de Beleidsregel is tevens vastgelegd dat zowel de aanvrager als de gemeente verantwoordelijkheden hebben bij de toepassing van indexering. De aanvrager is verantwoordelijk voor het inzichtelijk maken van de verwachte kostenontwikkelingen van de activiteiten. Op basis van deze informatie beslist de gemeente of en in hoeverre de subsidieverlening wordt geïndexeerd. Hierbij geldt nadrukkelijk dat indexatie niet automatisch plaatsvindt; alleen als wordt aangetoond dat dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten wordt tot indexatie overgegaan. Gedurende de looptijd van de subsidie vindt afstemming plaats tussen de gemeente en de subsidieontvanger, onder meer om waar nodig bij te sturen. Deze werkwijze – waarbij uitgangspunten en verantwoordelijkheden helder zijn vastgelegd – zorgt voor transparantie en gelijke behandeling van subsidieaanvragen.
Tijdens de gezamenlijke commissievergadering heeft uw raad ingebracht dat zij een mogelijk risico op verschraling ziet wanneer voor sommige subsidiepartijen de CPI onvoldoende compenseert voor de caostijgingen. Zonder verdere ophoging van de subsidiebudgetten zou dit kunnen leiden tot een tekort in de begroting bij subsidiepartijen, waar de loonkosten een groot deel van de totale kosten uitmaken. Om deze tekorten op te vangen, kunnen organisaties interne maatregelen nemen, zoals inkrimping van personeel of uitvoering van minder activiteiten. Tegelijkertijd kan dit leiden tot de efficiëntere uitvoering van activiteiten, het genereren van meer eigen inkomsten (bijvoorbeeld sponsoring, bijdragen uit fondsen) en het stimuleren van nieuwe samenwerkingsvormen. Daarnaast kunnen – in afstemming met de gemeente – inhoudelijke aanpassingen gedaan worden in relatie tot de subsidiedoelen. Denk hierbij aan het verlagen van verwachtingen of output en scherper prioriteren op de kerntaken. Het is mogelijk om subsidiepartijen te compenseren voor het verschil tussen de CPI en de (gemiddelde) cao-stijging. Dit kan als uw raad hier extra middelen voor beschikbaar stelt om de subsidiebudgetten te verhogen.
Hierbij zijn twee scenario's denkbaar: • Alleen subsidiebudgetten ophogen van subsidiepartijen die voornamelijk afhankelijk zijn van betaalde arbeid, bijvoorbeeld op het gebied van cultuur, jeugd, en zorg en welzijn. Ophoging van deze subsidiebudgetten kost ruwweg € 600.000,-; • Alle subsidiebudgetten ophogen, dit kost ruwweg € 900.000,-. Het college is van oordeel dat de werkwijze rondom indexering, zoals vastgelegd in de Beleidsregel, een passend en toereikend middel is om subsidieontvangers in staat te stellen hun activiteiten voort te zetten om de gemeentelijke beleidsdoelstellingen te behalen. De Beleidsregel biedt voldoende ruimte om – in het geval uit een subsidieaanvraag blijkt dat een organisatie in de knel zou komen – tot een oplossing te kunnen komen. Een belangrijke factor hierbij is de mate waarin een organisatie in de knel komt. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar het aandeel van de totale personele lasten in verhouding tot de kosten voor de uit te voeren activiteiten. Organisaties worden op de Beleidsregel geattendeerd, onder meer via een verwijzing in subsidiebeschikkingen. Daarnaast is de Beleidsregel op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en online te raadplegen. Het college adviseert daarom de vastgestelde werkwijze te bestendigen om de transparante en gelijke behandeling van subsidieaanvragen te borgen.
We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen hiermee toezegging T25-51 als afgedaan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top