CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

1. RV Reactienota BP en BKP Buurtschap Crailo

GEMEENTERAAD 6 juli 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buurtschap Crailo (723173)63.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 7

Er is inderdaad sprake van een integraal plan waarbinnen de segmentverdeling van sociaal (33%), middelduur (27%) en duur (40%) over het gehele plangebied geldt. De exacte invulling van deze verdeling, dat wil zeggen waar de verschillende woningen daadwerkelijk worden gerealiseerd dient nog nader uitgewerkt te worden. Deze verdeling per gemeente vastleggen is niet mogelijk. Wel zal er sprake zijn van een segmentenverdeling waarin in alle drie de gebiedsdelen Op de Hei, Op Zuid en het Kazernekwartier sociaal, midden en duur worden gerealiseerd om te komen tot een gemengd woonmilieu. Dit zal echter niet precies kunnen volgens de voor het gehele gebied vastgestelde verdeling van de percentages sociaal, midden en duur. De verdeling zal daardoor per gemeente afwijken van de genoemde percentages.

Nee

Naar aanleiding van het voorgaande verzoeken wij u met inachtneming van onze zienswijze het ontwerp van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, namelijk door toe te voegen dat de segmentverdeling in sociaal, betaalbaar en duur voor uw gemeente afzonderlijk uitgaat van de verdeling: 33% sociaal, 27% middelduur en 40% duur. Zo wordt het voor elke inwoner mogelijk om een woning te vinden in dit prachtige gebied, ongeacht achtergrond en inkomensegment. Tevens worden de diverse segmenten ook meer met elkaar gemengd, wat voor meer integratie tussen de diverse doelgroepen zal zorgen.

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

80 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

L32/ a.

Realiteit genoemde plantensoorten rapport biodiversiteit

Indiener wijst er op dat in het rapport 'Biodiversiteit op Crailo' van 22 november 2019 in de tabel op pagina 4 en 5 van dit rapport plantensoorten worden genoemd die niet voorkomen in Noord-Holland, Utrecht en het Gooi, dan wel reeds lang geleden zijn uitgestorven in deze provincies, en niet dan wel zeer sporadisch onder uiterst fragiele omstandigheden elders in Nederland nog voorkomen. Indiener stelt dat de verwachting dat deze soorten in het Gooi en in Crailo nog kunnen gedijen een biologische en bestuurlijke fictie is. Indiener stelt dat Tauw dit weet of moet weten en de overheid misleid. Onder verwijzing naar bronnen waaruit het afwezig dan wel het verdwenen zijn zou blijken geeft indiener aan op welke soorten die op pagina 4 en 5 van het rapport zijn opgenomen, dit betrekking heeft. Indiener concludeert dat alle door Tauw genoemde soorten planten voor het Gooi (Crailo) verzinsels zijn.

Algemeen

Nee

Realiteit genoemde vogelsoorten rapport biodiversiteit

Ter zake van de door Tauw genoemde vogelsoorten voor natte heide zijn soorten als Graspieper en Veldleeuwerik in Crailo volgens indiener niet te verwachten. De toekomstige bevolkingsdruk is volgens indiener te groot, nog los van het feit dat dergelijke vochtige hei in Crailo niet te realiseren valt. Indiener verwijst hierbij naar de eerdere zienswijzen. Het zelfde geldt volgens indiener voor de op pg., 23/32 door Tauw genoemde bosvogelsoorten bosuil, havik, sperwer, bonte vliegenvanger, kuifmees, zwarte mees, en goudvink. Indiener stelt de volgende vragen: Is de nestboom van de Groene specht er nog, die in het rapport van Landschap Noord-Holland van november 2008 op pg. 6, figuur 2 ten zuidoosten van de manege wordt genoemd en ingetekend in figuur 2 (rapportnummer 200803? En waar is de Kleine watersalamander gebleven die in 2008 nog werd waargenomen in de vijver bij de Palmkazerne (foto op pg., 6 van de heer J. Harder (Landschap NoordHolland)? Indiener concludeert dat de rapporten van Tauw zijn toegesneden op de wensen van de GEM Crailo BV en dat deze tot facts-free politics leiden.

Vogelsoorten Net als voor de plantensoorten geldt ook voor de genoemde vogelsoorten dat deze een indicatie geven van kenmerkende soorten voor de natuurtypen vochtige heide en structuurrijke bos. Doel is niet om volledig te zijn en zekerheid te geven over de vestiging van de weergegeven soorten in het plangebied. Het plangebied kent inderdaad enige mate van verstoring, waardoor het niet waarschijnlijk is dat de meest verstoringsgevoelige vogelsoorten zich volledig in het plangebied zullen vestigen. Echter, het plangebied grenst direct aan het (rustige) natuurgebied van GNR. In dit natuurgebied zijn verspreidingsgegevens en waarnemingen bekend van alle in de brief genoemde soorten. Van een deel van de genoemde soorten zijn meerdere waarnemingen bekend in, of direct langs, de bebouwingen van Bussum, Hilversum en Laren (bron: NDFF). Het is zeker niet ondenkbaar dat het natuurlijk inrichten van het plangebied ervoor zorgt dat het plangebied ook gebruikt gaat worden of gebruikt blijft als deel van het leefgebied.

L32/ b.

In de zienswijze is aangegeven dat sprake zou zijn van bestuursrechtelijke misleiding door bureau TAUW, waar het gaat om de beschrijving van soorten bij beoogde natuur(doel)typen. In hoofdstuk 4 van de rapportage zijn ambities met betrekking tot biodiversiteit vertaald in de vorm van natuurtypen die gerealiseerd kunnen worden en die passen bij de typische natuur die in de regio voorkomt. De natuurtypen zijn op hoofdlijnen beschreven. Nergens is aangegeven dat de soorten die bij een natuurtype zijn genoemd een doel op zichzelf zijn of dat deze soorten ook daadwerkelijk zullen gaan voorkomen. Van misleiding, bewust of onbewust, is dan ook geen sprake.Vegetatie/plantensoortenIn paragraaf 4.3.3. is aangegeven dat zwak gebufferde vennen water(planten)vegetaties herbergen met soorten als waterlobelia, oeverkruid, ongelijkbladig fonteinkruid, pilvaren, moerashertshooi, veelstengelige waterbies en grote of kleine biesvaren. Deze beschrijving is in lijn met de algemene beschrijving van het natuurbeheertypen N06.05 Zwakgebufferd ven zoals ook in de tekst is aangegeven.

De beschrijvingen van natuurbeheertypen zijn onderdeel van de landelijk door overheden en terreinbeheerders gehanteerde Index natuur en landschap (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-enlandschap/).Zoals gezegd is het noemen van kenmerkende plantensoorten geen doel op zichzelf geweest, noch een aanwijzing van met zekerheid op de locatie te verwachten soorten. Opvallend is wel dat in de zienswijze wordt terug gegrepen op slechts enkele en zonder uitzondering zeer gedateerde gegevensbronnen, waardoor onterecht de indruk wordt gewekt dat de algemene landelijk beschrijving geheel niet van toepassing zou zijn op de potenties voor het natuurtype in het Gooi.Het klopt op zichzelf dat soorten als waterlobelia en de beide genoemde biesvarens binnen Nederland een zeer beperkte verspreiding hebben en de kans op spontane vestiging in het Gooi zeer klein is. Van soorten als moerashertshooi, veelstengelige waterbies en pilvaren zijn echter recente waarnemingen in het Gooi bekend, met name nabij Bussum en Blaricum (bron: NDFF). Oeverkruid en ongelijkbladig fonteinkruid zijn niet recent in de omgeving aangetroffen, maar van deze soorten is (net als de wel recent aangetroffen vensoorten) bekend dat deze positief kunnen reageren op natuurontwikkeling waarbij een geschikt groeimilieu wordt gecreëerd.

Er zijn tal van voorbeelden waar deze soorten na natuurontwikkeling verschenen, ook op ver van bestaande groeiplaatsen gelegen locaties. Bij sommige soorten kan een oude zaadbank aanwezig zijn, maar ook aanvoer van zaad of plantendelen door bijvoorbeeld watervogels speelt daarbij een rol. Wij concluderen derhalve dat de algemene beschrijving aansluit bij wat de rapportage beoogt, namelijk een goed en eerlijk beeld geven van de natuurpotenties in de vorm van geschikte natuurtypen. Nee

Gevlekte witsnuitlibel In de brief wordt aangegeven dat de gevlekte witsnuitlibel “wijselijk in een later rapport verdwenen” is. In het gerefereerde rapport wordt beschreven dat veenplassen binnen

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

81 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz

het plangebied reeds ontbreken waardoor de aanwezigheid van gevlekte witsnuitlibel uit te sluiten is. Dit neemt niet weg dat een vestiging in de toekomst mogelijk is.

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

82 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Kaart 1 bij zienswijze GM19/ L28/ H5k van het Goois Natuurreservaat

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

83 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Kaart 2 bij zienswijze GM19/ L28/ H5k van het Goois Natuurreservaat

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

84 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO

5

BEANTWOORDING REACTIE VOOROVERLEGPARTNERS

Op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ontvangen reacties van vooroverlegpartners ten aanzien van bestemminsplan Buurtschap Crailo. In onderstaande tabel zijn de van de vooroverlegpartners ontvangen opmerkingen/reacties opgenomen. Het eerste deel van het ‘Id’ in de eerste kolom correspondeert met de indieners zoals aangegeven in paragraaf 1.2.2., het laatste deel betreft een unieke letter per onderdeel uit de reactie zodat elk punt een unieke ‘id’ heeft. Indien een reactie door meerdere gemeenten is ontvangen dan is dit herkenbaar aan een samengesteld id. De door de drie gemeenten ontvangen reactie van de Provincie Noord-Holland heeft bijvoorbeeld het volgende ‘id’: “GM34/ L7/H6a”. In de laatste kolom ‘wijz’ is aangegeven of de reactie wel of geen aanleiding geeft tot wijziging van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

Id.

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz.

L4a.

Verkeer

Het bestemmingsplan maakt het onder meer mogelijk om ongeveer 600 woningen toe te voegen en een aantal hectaren bedrijvigheid. Een dergelijke ontwikkeling kent een verkeersaantrekkende werking. In de toelichting van het plan -en ook in het daaraan ten grondslag liggende onderzoek- is naar onze mening niet voldoende duidelijk wat de effecten zijn voor de bestaande infrastructuur. Het buurtschap zal voornamelijk ontsloten worden via het grondgebied van Blaricum. U geeft in het plan aan dat u gekozen heeft voor een duurzaam mobiliteitsconcept dat wij onderschrijven, maar dit geldt vooral voor het plangebied zelf. Het realiseren van de woningen en bedrijven levert ook buiten het plangebied meer verkeersbewegingen op en zal het bestaande wegennet extra belasten. Dit wordt ook zo beoordeeld in de planMER. Wij geven u mee in de toelichting van het plan wat uitgebreider in te gaan op de verkeersafwikkeling want wij begrepen dat u hiervoor al oplossingen heeft gevonden. En wij blijven hierover graag met u in gesprek.

Als bijlage 17 bij de toelichting is een onderzoek opgenomen naar de verschillende wijzen waarop het plangebied ontsloten kan worden. In het onderzoek is de huidige vormgeving van de aansluiting van Crailo op de openbare weg bij de A1 afgezet tegen een kruising met een verkeersregelinstallatie en een kruising uitgevoerd met rotonde. Uit het onderzoek blijkt (zie tabel 3.1 van dit onderzoek en de bijbehorende tabel 2.1) dat er bij handhaving van het bestaande voorrangskruispunt in de ochtendspits sprake is van afwikkelingsproblemen op de Amersfoortsestraatweg. Op deze tak van het kruispunt ontstaat een lange wachtrij, doordat het verkeer voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Crailoseweg. Er zijn onvoldoende hiaten om het verkeer af te wikkelen. Op de overige takken van de kruising is de afwikkeling wel goed. Met een verkeersregeling is het mogelijk om een betere balans tussen de verschillende takken te creëren. Uit de simulatieresultaten blijkt dat de verliestijden op alle kruispunttakken in beide spitsen goed (tot 30 seconden verliestijd per motorvoertuig) of redelijk (tot 45 seconden verliestijd per motorvoertuig) is. De verkeersafwikkeling van de Crailoseweg en de toe- en afrit A1 zijn bij een inrichting van het kruispunt met een verkeersregelinstallatie volgens het onderzoek goed (tot 30 seconden verliestijd per motorvoertuig).

Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat de afwikkelingsproblemen niet doorwerken op het wegennet dat van belang is voor de bereikbaarheid van de gemeente Blaricum.”

Ja

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De derde alinea van paragraaf 6.12 van de toelichting wordt vervangen door: “Het plangebied sluit aan op het huidige voorrangskruispunt, dat gelegen is buiten onderhavig plangebied. Het noordelijke deel van dit voorrangskruispunt, gelegen nabij het busstation wordt geregeld door een VRI (verkeersregelinstallatie). Langzaam verkeer kan beide kruispunten passeren via een vrijliggend fietspad. Bij realisatie van de planontwikkeling wordt extra mobiliteit gegenereerd. Hierdoor ontstaat met name op de aansluiting aan de zuidkant van de A1 een knelpunt op het gebied van bereikbaarheid en verkeersveiligheid dat zich concentreert rond de Amersfoortsestraatweg. Met een verkeersregelinstallatie is het mogelijk om een betere balans tussen de verschillende kruispunttakken te creëren (Bijlage 17 Dynamische simulatie van de drie ontsluitingsvarianten (Goudappel, 2019)). Deze simulatie toont dat de realisatie van een verkeersregelinstallatie de negatieve effecten van het door het plan gegenereerde extra verkeer voor een groot deel wegneemt. De verkeersafwikkeling van de Crailoseweg en de toe- en afrit A1 zijn bij een inrichting van het kruispunt met een verkeersregelinstallatie volgens het onderzoek goed (tot 30 seconden verliestijd per motorvoertuig).

Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat de afwikkelingsproblemen niet doorwerken op het wegennet dat van belang is voor de bereikbaarheid van de gemeente Blaricum.” L4b.

Onze referentie:

Parkeren

In het plan wordt vooral voor wat betreft het plangebied zelf verwezen naar het realiseren van weinig parkeerplaatsen en stimuleren van het gebruik van andere vervoersmogelijkheden. Wij zijn van mening dat dit een goede ambitie is en zijn benieuwd hoe dit uitpakt. We hebben in ons overleg al aangegeven dat dit een uitdaging zal worden en we hopen dat deze ambities ook waargemaakt kunnen worden. We vinden het een mooie ambitie en zijn benieuwd hoe dit straks uitpakt. Op onderdelen zal dit een uitdaging worden. We hopen dat het lukt om dit ook waar te maken. Mocht in de praktijk blijken dat dit niet lukt en er daardoor gevolgen zijn voor de parkeerdruk op het gebied rondom Tergooi dan gaan we graag hierover in gesprek, om daarvoor een oplossing te vinden.

- Datum: 12 april 2021

Ten aanzien van het parkeerbeleid is gekozen om de parkeernormen niet vast te leggen in het bestemmingsplan, maar deze in een beleidsregel op te nemen. Dit biedt de mogelijkheid de parkeersituatie in het buurtschap Crailo te evalueren en, indien noodzakelijk, aanvullende maatregelen te treffen. Dit kan onder andere door meer parkeergelegenheid in het entreegebied te realiseren. Op basis van de resultaten van het parkeerbeleid zijn de gemeenten uiteraard bereid in gesprek te gaan over eventuele Crailo-overstijgende gevolgen op het gebied van de parkeerdruk.

Nee

85 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id.

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz.

GM34/ L7/H6a.

Omgevingsverordening NH2020

Het ontwerpbestemmingsplan Buurtschap Crailo levert op zich geen strijd op met de in de Omgevingsverordening NH2020 geborgde provinciale belangen. Wel vragen wij om bij de vaststelling van het bestemmingsplan in de toelichting aandacht te besteden aan de regionale afstemming (artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020) en aan de regionale afspraken over de ontwikkeling van bedrijventerreinen (Plabeka), in het bijzonder de regionale afspraken in de MRA over de vastgestelde vraagraming.

De gemeenten en provincies in de Metropoolregio Amsterdam hebben zich verenigd in het Platform Bedrijventerreinen en Kantoorlocaties (Plabeka) om het aanbod van en de behoefte aan werklocaties met elkaar in balans te brengen en te houden. In opdracht van Plabeka is het rapport 'Ruimte voor Werken in de MRA van Morgen 2017 - 2030' opgesteld. Het rapport gaat in op maatschappelijke trends en ontwikkelingen die invloed hebben op de behoefte aan werklocaties en op het (geplande) aanbod en de vraag per deelregio. In het rapport wordt, mede onder invloed van schaalverkleining in het bedrijfsleven, digitalisering en verduurzaming, en ten opzichte van meer traditionele meer monofunctionele kantorenlocaties en bedrijventerreinen, een toenemende populariteit geconstateerd van meer gemengde multifunctionele gebieden: centrumgebieden, gemengde woon-werklocaties, knooppuntlocaties en zogeheten 'third places' als koffiegelegenheden en dergelijke. Getoetst dient te worden of beoogde ontwikkeling past binnen dit programma. In Gooi en Vechtstreek bevindt een bovengemiddeld hoog aandeel van de banen zich in informele milieus (70%). Daarbij zitten ook bedrijven die op hun huidige plek niet (meer) kunnen uitbreiden. Uit deelregionaal onderzoek – Actualisatie Visie Werklandschappen (2017) – blijkt dat een deel van die bedrijven willen verhuizen naar bedrijventerreinen in de regio.

In de vraagraming in Plabeka-kader is met een dergelijke vervangingsvraag nog geen rekening gehouden. De in de Plabeka-raming berekende uitbreidingsvraag voor Gooi en Vecht mag dan op 0 ha uitkomen, er is wel behoefte aan schuifruimte voor de hier bedoelde uitplaatsers. Volgens de Actualisatie Visie Werklocaties gaat het daarbij om 14 ha.

Ja

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

GM35/ L16/ H18a.

Bluswater en bereikbaarheid

GM35/ L16/ H18b.

Bluswater en bereikbaarheid

GM35/ L16/ H18c.

Bluswater en bereikbaarheid

Onze referentie:

M.b.t. de toelichting: ln figuur 2.2 van 'Crailo duurzaam bereikbaar van 29 oktober 2020 staat de infrastructuur van het plangebied beschreven. Het plangebied heeft voor autoverkeer slechts één ontsluiting. Dit heeft als gevolg dat indien er bij deze ontsluiting een incident plaatsvindt, dat het gehele plangebied afgesloten is. lndien er een opschaling van de hulpdiensten noodzakelijk is, dan gaat dit mogelijk voor problemen zorgen. Het advies is om ten minste nog één calamiteitenroute te realiseren die geschikt is voor voertuigen. M.b.t. de toelichting: Voor de beoordeling van de infrastructuur maakt de brandweer gebruik van de brancherichtlijn 'Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid'. Er kan o.b.v. figuur 2.2 niet beoordeeld worden of de infrastructuur voldoet aan deze richtlijn. De minimale wegbreedte moet 3,0 meter verhard zijn met een totale vrije ruimte van 3,5 meter en geschikt zijn voor voertuigen met een aslast van 10 ton en een totaal gewicht van 30 ton. De bochtstralen 5,5 en 10 meter. M.b.t. de toelichting: Voor de bluswatervoorziening is het uitgangspunt op dit moment dat er in de woonwijken minimaal 30 m3/uur noodzakelijk is en voor het bedrijventerrein en bij de 3 parkeerhubs minimaal 60 m3/uur. Tenslotte is er nog een extra voorziening van 90 m3/uur noodzakelijk als centrale bluswatervoorziening voor het geval er een escalatie plaatsvindt.

Het definitieve advies en de bepaling van de locaties kan in een later stadium met de brandweer bepaald gaan worden.

- Datum: 12 april 2021

Voorgaande tekst is aan paragraaf 4.1.4.4 “Behoefte aan bedrijventerrein” van de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten via het entreegebied. Het gebied kent daarmee één ontsluiting voor het autoverkeer. Voor een eventuele opschaling van de hulpdiensten is ook een route via de Koekoekslaan, de ingang van de huidige Kolonel Palmkazerne en Palmvogelweg beschikbaar, deze bestaande route wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer.

Ja

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De hiervoor opgenomen conclusie is toegevoegd aan de conclusie in paragraaf 6.4.1.1 van de toelichting en hoofdstuk 6 van het onderzoek externe veiligheid. In de uitwerking van het plan wordt op basis van de aangehaalde richtlijn uitgegaan van een minimale breedte van infrastructuur en vrije ruimte. Het bestemmingsplan maakt dit mogelijk en biedt hiertoe voldoende ruimte.

Dank voor het attenderen op dit vereiste. Het bestemmingsplan staat niet in de weg aan het realiseren van de benodigde voorzieningen over de exacte uitwerking gaan wij in een later stadium inderdaad graag met u in gesprek.

Nee

Nee

86 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id.

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz.

GM35/ L16/ H18d.

Energievoorziening

M.b.t. de toelichting: Binnen het plangebied gaan veel zonnepanelen gerealiseerd worden. Bij de 3 parkeerhubs zijn tevens EOS-sen voorzien. ln de toelichting en in de onderzoek van de externe veiligheid is onvoldoende aandacht besteed aan de risico's welke zo'n EOS met zich mee brengt. Er staat in hoofdstuk 7 .2 van de Circulaire met welke risico's er rekening gehouden moet worden voor o.a. omgevingsveiligheid. Dit zijn o.a. een minimale vrije ruimte rondom van 5 meter en de locatie keuze i.v.m. een brand en een toxisch scenario in bebouwd gebied. Bij de verantwoording van het groepsrisico is dit niet meegenomen. Het advies is om dit nog uit te werken ondanks dat niet alle informatie op dit moment beschikbaar is. Ook is het belangrijk om alvast rekening te houden met de capaciteit ven de EOS i.v.m. de maateregelen die mogelijk noodzakelijk zijn. De brandweer wil hier graag over meedenken. Binnen het plangebied wordt ook een onderstation gerealiseerd. Hier is onlangs al een reactie over gegeven welke ook relevant is voor dit bestemmingsplan.

Binnen het plangebied zijn 3 parkeerhubs voorzien waarbij mogelijk EOS-sen (Energie Opslag Systeem) zijn voorzien. De inzet van EOS-sen in het plangebied is overigens nog niet definitief bepaald. In hoofdstuk 7.2 van de Circulaire is aangegeven met welke risico's er rekening gehouden moet worden voor o.a. omgevingsveiligheid. Het bestemmingsplan biedt ruimte om in maatregelen te voorzien die de risico's inperken, zoals dat de hubs goed bereikbaar zijn voor de brandweer ingeval van calamiteiten en de hubs vrij gelegen zijn in het gebied. Indien gebruik wordt gemaakt van EOS-sen wordt graag gebruik gemaakt van de expertise van de brandweer.

Nee

GM35/ L16/ H18e.

Externe veiligheid

In paragraaf 6.4 Externe veiligheid van de toelichting worden alle risico's benoemd. Er staat ook beschreven dat het groepsrisico gaat afnemen. De risico's zijn benoemd maar het risico van de EOS moet nog beter uitgewerkt worden o.b.v. de Circulaire.

In het onderzoek externe veiligheid worden de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen beschouwd. De risico's van de hubs vallen buiten de scope van het onderzoek externe veiligheid. De risico's van de hubs moeten op een later moment worden beschouwd (wanneer duidelijk is of EOS-en worden toegepast en waar de hubs komen en hoe de hubs worden uitgevoerd).

Nee

GM35/ L16/ H18f.

Externe veiligheid

ln zowel de toelichting als in de externe veiligheidsrapportage staat dat er ter hoogte van het plangebied een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter is. Bij de conclusie staat niet vermeld of het plangebied deels binnen dit plangebied valt. lndien dit het geval is, dan zijn er mogelijk extra aanvullende maatregelen nodig.

Het PAG wordt beter toegelicht in het onderzoek externe veiligheid en een conclusie wat betreft het PAG wordt toegevoegd aan het onderzoek externe veiligheid. Conclusie is dat een klein deel van het gebied met de bestemming bedrijventerrein ligt binnen het PAG van wegvak N3. Tussen dit gebied en wegvak N3 staan echter geluidsschermen. Hierdoor kan een plas zich niet verspreiden van wegvak N3 naar dit gebied.

Ja

GM35/ L16/ H18g.

Externe veiligheid

GM35/ L16/ H18h.

Externe veiligheid

GM35/ L16/ H18i.

Externe veiligheid

GM35/ L16/ H18j.

Externe veiligheid

Onze referentie:

ln de toelichting staat bij paragraaf 6.4.1 dat er voor de verantwoording van het groepsrisico gekeken wordt naar een aantal aspecten zoals bronmaatregelen, zelfredzaamheid, hulpverlening, voldoende vluchtroutes en bluswater en bereikbaarheid. Deze zijn echter niet uitgewerkt, ook niet in de externe veiligheidsrapportage. Er staat wel een lijstje benoemd van (beperkt) kwetsbare objecten maar er is geen relatie gelegd met het plangebied en of deze ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Het is voor de brandweer niet duidelijk of er nog objecten gebouwd gaan worden voor minder zelfredzame personen. Bij paragraaf 6.4.1 wordt geen invulling gegeven over de verantwoording van het groepsrisico o.b.v. artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Er is alleen getoetst aan de PR 10-6 contour en de veiligheidszone van 5 meter en niet aan het invloedsgebied i.r.t. de letaliteit. De aardgasleiding W-533-03-KR is een leiding van 40 bar met een diameter van 8". Het invloedsgebied wat hier bij hoort is 70 meter en de 100% letaliteit grens ligt op 50 meter (bron: handboek buisleidingen in bestemmingsplannen). Het is niet bekend hoe diep de leiding ligt en of er bronmaatregelen aanwezig zijn. Het maatgevende scenario bij een (externe) beschadiging is een fakkelbrand. Hierdoor komt gas onder hoge druk vrij, dat vervolgens ontsteekt en een fakkelbrand vormt.

Bij een fakkelbrand is de warmtestraling maatgevend voor de afstandsbepaling. Het uitgangspunt voor vluchten is dat er van de risicobron af gevlucht kan worden naar een veilige locatie. Het plangebied heeft echter maar 1 ontsluitingsweg die zich aan de zijde van de risicobron A1 bevindt. Het deelgebied van het bedrijventerrein heeft slechts 1 ontsluiting over de hogedruk aardgasleiding. De vraag is of er voldoende vluchtmogelijkheden zijn bij een buisleiding incident. Voor de zelf- en samenredzaamheid is het belangrijk dat de bewoners bekend zijn met de aanwezige risico's binnen of direct naast het plangebied en hoe te handelen bij een incident. De mensen moeten namelijk in eerste instantie in staat zijn om zich zelf zoveel mogelijk in veiligheid te brengen totdat de nood- en hulpdiensten gearriveerd zijn. Hierbij zijn goede ontvluchtingsmogelijkheden van de risicobron af essentieel voor.

- Datum: 12 april 2021

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De hiervoor opgenomen conclusie is toegevoegd aan de conclusies in paragraaf 6.4.1.1 van de toelichting en nader toegelicht in het onderzoek externe veiligheid dat als bijlage 16 bij de toelichting opgenomen. N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Aan het onderzoek externe veiligheid wordt een beknopte verantwoording van het groepsrisico toegevoegd waarin wordt stilgestaan bij o.a. zelfredzaamheid en vluchtroutes (e.e.a. conform weten regelgeving). Dit is opgenomen in hoofdstuk 6 van het aangepaste onderzoek externe veiligheid dat als bijlage 16 bij de toelichting is opgenomen.

Ja

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Voor de leiding zijn risicoberekeningen uitgevoerd. De uitgangspunten en de resultaten hiervan worden toegevoegd het onderzoek externe veiligheid in paragraaf 6.2 van het onderzoek externe veiligheid dat als bijlage 16 bij de toelichting is opgenomen.

Ja

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Aan het onderzoek externe veiligheid is een beknopte verantwoording van het groepsrisico toegevoegd waarin wordt stilgestaan bij o.a. zelfredzaamheid en vluchtroutes (e.e.a. conform weten regelgeving). Dit is opgenomen in Hoofdstuk 6 van het aangepaste onderzoek externe veiligheid dat als bijlage 16 bij de toelichting is opgenomen. N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Aan het onderzoek externe veiligheid wordt een beknopte verantwoording van het groepsrisico toegevoegd waarin wordt stilgestaan bij o.a. zelfredzaamheid en vluchtroutes (e.e.a. conform weten regelgeving). Dit is opgenomen in hoofdstuk 6 van het aangepaste onderzoek externe veiligheid dat als bijlage 16 bij de toelichting is opgenomen.

Ja

Ja.

87 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id.

Onderwerp

Opmerking/reactie indiener

Reactie/antwoord namens bevoegd gezag

Wijz.

GM35/ L16/ H18k.

Externe veiligheid

Bij de reactie van de brandweer is aangegeven dat de reactie van 7 december over de verantwoording van het groepsrisico en het onderzoek naar externe veiligheid is bijgevoegd. De rapportage van Arcadis is ook van 7 december. Onderstaand deze reactie:

N.a.v. deze reactie wordt het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan In het onderzoek externe veiligheid is nader ingegaan op de risico’s van de buisleiding en de PAG. Het aangepaste onderzoek is opgenomen als bijlage 16 bij de toelichting. De reactie van de brandweer was hierin reeds verwerkt.

Ja

Er is voor gekozen om deze verplichting puur aan het bouwen te koppelen. Bij het inrichten van de openbare ruimte is het tevens de bedoeling om dit zodanig te doen dat dit de biodiversiteit ten goede komt. Omdat deze inrichting door de GEM Crailo wordt verzorgd zijn er geen verdergaande regelingen in het bestemmingsplan opgenomen.

Nee

Herontwikkeling Crailo (Arcadis 26-11-2020) 1. Bij de aanleiding van het onderzoek ontbreekt de hogedruk aardgasleiding die binnen het plangebied aanwezig is. Bij de uitwerking is deze wel meegenomen. 2. Bij de wet- en regelgeving wordt verwezen naar het spoor maar het betreft de snelweg A1. 3. Bij figuur 2. Is dit een voorbeeld of de situatie bij Crailo? 4. Ik mis bij paragraaf 2.4 informatie over de PAG-zone. Is deze aanwezig en ligt het plangebied er in. De conclusie ook toevoegen aan hoofdstuk 5. In de toelichting staat deze wel vermeld. 5. Ik mis bij paragraaf 2.5 het onderwerp ‘groepsrisico’. Figuur 6.4 uit de toelichting geeft de situatie beter weer dan het plaatje uit paragraaf 2.5 6. Bij paragraaf 3.2.2 staan de uitgangspunten voor de toekomstige bevolking. Voor het bedrijventerrein wordt uitgegaan van een ‘industriegebied met een gemiddelde personeelsdichtheid van 40 personen/hectare conform de HART. Dit betekent dat er op het bedrijventerrein maximaal 200 mensen kom te werken. Is dit een reëel uitgangspunt met de beoogde ontwikkelingen en toegestane activiteiten? 7. Bevindt de hogedruk aardgasleiding zich binnen het plangebied zoals weergegeven in figuur 7 of net buiten het plangebied van figuur x bij paragraaf 2.5? Dit heeft gevolgen voor de verantwoording van het groepsrisico. 8. Bij 4.2.2 staat dat het groepsrisico van 0.234 naar 0.110 gaat.

Ik vind dit een groot verschil als je er ook nog vanuit gaat dat je dichter bij de snelweg gaat bouwen.

H36a.

Onze referentie:

Natuurinclusief bouwen

Externe veiligheid uit de toelichting Crailo A1 1. Er wordt verwezen naar figuur 6.5 en waarschijnlijk moet dit 6.4 zijn. 2. Er wordt in de toelichting een conclusie getrokken over de verantwoording van het groepsrisico van de buisleiding terwijl deze niet is uitgewerkt in het onderzoek. 3. Er staat een heel rijtje benoemd van (beperkt) kwetsbare objecten. Er staat echter nergens beschreven voor welke doelgroepen de wooneenheden zijn. Binnen het plangebied kan je nog sturen op de zelfredzaamheid van mensen. 4. De bereikbaarheid is in de verantwoording ook niet uitgewerkt. Standaard is het uitgangspunt dat er van een risicobron af gevlucht moet kunnen worden. Het bedrijventerrein ligt bijvoorbeeld ingesloten tussen de natuur met ecoduct en een hogedruk aardgasleiding. De vraag is bijvoorbeeld of de gemeente mee zou willen werken aan een soort sociale werkplaats in zo’n gebied. Uit de beleidsregel Natuurinclusief bouwen en inrichten van Crailo blijkt dat de beleidstoepassing gekoppeld wordt aan de voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. De voorwaardelijke verplichting is alleen van toepassing bij het bouwen artikel 20 lid 6 sub a. Zou dit niet ook gekoppeld moeten worden aan het inrichten? Of is dat op andere manier al geregeld?

- Datum: 12 april 2021

88 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO

6

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Hieronder wordt ingegaan op de aanpassingen die ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan worden doorgevoerd op basis van de ambtshalve verbeteringen. Per onderdeel is aangegeven op welke wijze de ambtshalve wijzigingen doorwerken in het bestemmingsplan, toelichting, dan wel verbeelding.

Id A1

Onderwerp Algemeen

Omschrijving ambtshalve verbetering Op enkele plekken in de regels, toelichting en mer zijn tekstuele wijzigingen aangebracht, deze zijn niet individueel benoemd in dit overzicht.

Door te voeren wijziging in bestemmingsplan

A2

Archeologie

Geconstateerd is dat op de verbeeldingen van de bestemmingsplannen voor Buurtschap Crailo op basis van het bureauonderzoek mogelijk onverstoorde bodems met een dubbelbestemming voor Waarde-archeologie nog niet zijn aangeduid. Op basis van het vervolgonderzoek dient een aantal locaties nog te worden toegevoegd en een aantal andere locaties waar de bodem blijkens het booronderzoek reeds verstoord is, dient juist te worden verwijderd.

Op de verbeelding worden de locaties met de Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie zodanig aangepast dat deze goed overeenkomen met de conclusies uit het als bijlagen 24 en 26 bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen bureau- en vervolgonderzoek naar archeologische waarden.

A3

Geluid

Het ontwerp bestemmingsplan is niet ingericht op vestiging van bedrijven zoals genoemd in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Een expliciete opsomming van de betreffende bedrijfscategorieën staat in bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht. Door deze bedrijfscategorieën expliciet uit te sluiten wordt voorkomen dat deze bedrijven zich ter plaatse kunnen vestigen.

Aan artikel 3.4.1 lid h wordt onderstaande onderstreepte zinsnede toegevoegd

Aan het onderzoek externe veiligheid wordt een beschrijving toegevoegd waarin bij de overlap van de invloedsgebieden A1 en buisleiding wordt stilgestaan. Er wordt in kaart gebracht waar het bestemmingsplan het mogelijk maakt om objecten te realiseren binnen zowel het invloedsgebied van de leiding als het invloedsgebied van de snelweg. Ook wordt toegelicht of het om beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten gaat. Bij de omschrijving van de vigerende bestemmingsplannen in paragraaf 2.2 van de toelichting ontbreekt het provinciale inpassingsplan 'Hoogwaardig Openbaar Vervoer in het Gooi' dat in de uiterst zuidelijke punt van plangebied Crailo op een deel van de gemeente Hilversum en Laren van toepassing is. Dit zal alsnog aan de beschrijving worden toegevoegd.

In artikel 6.4a stond ‘voor de functies genoemd in artikel 6.1 onder a tot en met d met meer dan 800 m2 brutovloeroppervlak binnen het totale plangebied’; dit is aangepast naar a en d in plaats van a tot en met d

In het bestemmingsplan ontbreekt een borging tot het voorkomen dat er meer dan één wooneenheid wordt opgericht op de percelen waar vrijstaande woningen mogelijk zijn. Een degelijke borging wordt alsnog opgenomen

Aan artikel 10.2.1 b (van bestemming Groen-wonen) wordt het hierna onderstreepte onderdeel 5 toegevoegd.

A4

Externe veiligheid

A5

Beschrijving vigerende plannen

A6

Woningaantallen

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

3.4.1 h. het gebruik van gronden en bouwwerken t.b.v. activiteiten uit kolommen besluit m.e.r en bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht

Het op 10 april 2017 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgestelde provinciale inpassingsplan 'Hoogwaardig Openbaar Vervoer in het Gooi' zal in de beschrijving van de vigerende plannen in paragraaf 2.2 worden toegevoegd. Daarbij zal de volgende afbeelding met de aanduiding van dit plangebied worden opgenomen:

89 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Omschrijving ambtshalve verbetering

Door te voeren wijziging in bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ uitsluitend vrijstaande woningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de onderlinge afstand tussen vrijstaande woningen minimaal 8 meter bedraagt; 2. bouwwerken in geval van vrijstaande woningen ten minste 4 meter uit de erfgrens van het bouwperceel worden gebouwd en tenminste 4 meter uit de erfgrens van het bouwperceel grenzend aan openbaar toegankelijk gebied; 3. de oppervlakte van het hoofdgebouw beslaat maximaal 25% van de oppervlakte van het bouwperceel; 4. de 3e bouwlaag bedraagt maximaal 35% van de oppervlakte van het hoofdgebouw op de begane grond; 5. per bouwperceel maximaal één wooneenheid mag worden gerealiseerd.

A7

bouwhoogte/hoogteaccenten

Bij de 2 bestemmingen 'Wonen' liggend op grondgebied Hilversum tegen Gooise Meren (zie onderstaande afbeelding), ontbreekt een aanduiding voor de maximale bouwhoogte. Deze zal worden toegevoegd.

Op de verbeelding is aan de meest noordwestelijke bestemming ‘Wonen’ op de verbeelding van Hilversum grenzend aan Gooise Meren een maximale hoogteaanduiding toegevoegd van 13 meter. Aan de enigszins ten oosten daarvan gelegen bestemming ‘Wonen’ op het grondgebied van Hilversum is een maximale hoogteaanduiding van 10 meter op de verbeelding toegevoegd. Zie ook paragraaf 3.2. van de reactienota.

A8

Bestemmen bestaande gebouwtjes Kazernekwartier als Gemengd-2

Helemaal aan de noordzijde van het plangebied ten noorden van de paviljoens van het ensembe is een PEN-gebouwtje opgenomen dat in het ontwerpbestemmingsplan binnen de bestemming Groen-1 ligt. Hetzelfde geldt voor een tweetal gebouwtjes ten zuiden van de paviljoens die in gebruik zijn als fietsenstalling. Er is nu voor gekozen om deze gebouwtjes een ‘Gemengd-2’ bestemming te geven die qua formaat en vorm aansluit bij de contour van het aanwezige gebouw. De aangegeven hoogteaanduiding van 4 meter sluit aan bij de bouwhoogte van deze bestaande gebouwtjes.

Aan de gronden waarop een drietal rondom het ensemble gelegen kleine gebouwtjes zijn gelegen wordt een bestemming ‘Gemengd-2’ met aanduiding ‘wonen-uitgesloten’ gegeven in plaats van de Groen-1 bestemming uit het ontwerpbestemmingsplan. Er wordt een hoogteaanduiding van 4 meter opgenomen. Zie ook paragraaf 3.2 van de reactienota.

A9

Ontsluiting gebied

De vorm van de bestemming ‘Verkeer’ in het ontwerpbestemmingsplan sluit niet goed aan op de bestaande verkeersstructuur en biedt bijvoorbeeld onvoldoende ruimte tot het maken van opstelruimte voor een Verkeersregelinstallatie (zien onderstaande afbeelding). Door in de aanliggende bestemming ‘Gemengd – 3’ ‘wegen, wandel- en fietspaden, in- en uitritten’ niet als bijbehorende voorziening maar zelfstandig mogelijk te maken wordt dit opgelost.

In artikel 6.1 wordt lid h ‘wegen, wandel- en fietspaden, in- en uitritten’ omgenummerd naar lid g en direct in de opsomming onder lid f geplaatst. Lid g. wordt omgenummerd naar lid lid h.

A10

Correctie in planregels

In art. 7.2.3 lid a is de standaard bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 meter en vervolgens wordt in artikel 7.3.1 lid a een afwijkmogelijkheid tot ook 3 meter geboden.

Art. 7.2.3. lid a wordt gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, opgenomen wordt dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde 1 meter mag bedragen. Vervolgens is het met de ongewijzigde afwijkingsbepaling mogelijk om hier tot 3 meter van a te wijken.

A11

Correctie in planregels

In artikel 10.1lid b is opgenomen: “het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling natuur- en landschappelijke waarden”. In artikel 10.1lid c is opgenomen: “behoud van de landschappelijke openheid” Omdat deze landschappelijke openheid een landschappelijke waarde betreft zoals bedoeld in artikel 10.1 lid b is lid c dubbelop en kan deze komen te vervallen.

Artikel 10.1 lid c. komt te vervallen. Lid d. (energieopwekkende voorzieningen) wordt vernummerd en onder lid c. opgenomen.

A12

Correctie in planregels

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

In artikel. 10.7.3. wordt onder lid a een specifiek aantal werkzaamheden genoemd waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend, vereiste is steeds dat deze plaats moeten vinden in

In de toelichting wordt in paragraaf 7.3.3. onder het subkopje ‘Groen – Wonen’ de zin “Binnen de bestemming 'Groen – Wonen' wordt geborgd dat de woningbouw samengaat met het behoud van landschappelijke openheid.” Aangepast in: “Binnen de bestemming 'Groen – Wonen' wordt geborgd dat de woningbouw samengaat met het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling natuur- en landschappelijke waarden.” Lid a van artikel 10.7.3. uit het ontwerpbestemmingsplan komt te vervallen. Lid b. wordt omgenummerd naar lid a. en komt als volgt te luiden:

90 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Omschrijving ambtshalve verbetering het kader van het beheer van het openbaar groen. In artikel 8.4.3. is bij de bestemming ‘Groen-1’ een soortgelijke bepaling opgenomen, maar daar wordt het rijtje met werkzaamheden dat plaats moet vinden in het kader van het beheer van het openbaar groen niet genoemd. In verband met de consistentie met de bepaling in “Groen-1” komt lid a van artikel 10.7.3 te vervallen zodat er ook voor andere werkzaamheden buiten het kader van het beheer van openbaar groen een omgevingsvergunning mogelijk is.

Door te voeren wijziging in bestemmingsplan “geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarden zoals beschreven in artikel 10.1 lid b”.

Op grond van lid b. kan een omgevingsvergunning alleen worden verleend indien “geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarden zoals beschreven in lid 10.1”. Omdat onder 10.1 ook woningen en energieopwekkende voorzieningen worden genoemd, wordt de verwijzing gespecificeerd waardoor alleen naar “het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling natuur- en landschappelijke waarden” wordt verwezen. A13

Correctie in planregels

In artikel 20.6 is een voorwaardelijke verplichting Natuurinclusief bouwen en inrichten opgenomen,, terwijl het dit feitelijk wel een verplichting betreft maar geen ‘voorwaardelijke’ verplichting. Het woord ‘voorwaardelijk’ kom daarom in dit verband te vervallen. Door middel van lid c van artikel 20.6 is bepaald dat de maatregelen in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten uit het Realisatieplan natuurinclusief bouwen inrichten uiterlijk binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van de gebouwen moeten zijn gerealiseerd. Omdat een omgevingsvergunning voor het bouwen in principe een ‘aflopende’ vergunning is en is in principe 'uitgewerkt' als het bouwwerk voltooid is, is dit een loze bepaling. In plaats daarvan wordt de verplichting opgenomen om middels het Realisatieplan natuurinclusief bouwen en inrichten aan te tonen dat de maatregelen voor het natuurinclusief bouwen en inrichten binnen 2 jaar na de start van de bouw zijn gerealiseerd.

In de regels komt in het dikgedrukte kopje van artikel 20.6 het woord ‘Voorwaardelijke’ te vervallen, zodat het kopje luidt: “Verplichting Natuurinclusief bouwen en inrichten” In paragraaf 5.3.5.3 van de toelichting komt in de eerste regel van de tweede alinea het woordje ‘voorwaardelijke’ te vervallen. Hetzelfde geldt voor het woordje ‘voorwaardelijke’ in de eerste regel van de vierde alinea in paragraaf 6.11.1.1 onder het subkopje ‘Natuurinclusief bouwen en inrichten’. In de regels komt lid c. van artikel 20.6 te vervallen en wordt lid d vernummerd tot lid c. Lid b. van artikel 20.6 wordt gewijzigd en komt na aanvulling met het onderstaande onderstreepte gedeelte als volgt te luiden: “b. uit een Realisatieplan natuurinclusief bouwen en inrichten dient te blijken welke maatregelen in het kader van het gestelde onder sub a worden gerealiseerd, dat deze uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw zijn gerealiseerd en hoe deze duurzaam, ten minste 30 jaar, in stand worden gehouden en beheerd; in paragraaf 6.11.1.1 onder het subkopje ‘Natuurinclusief bouwen en inrichten’, wordt in de 4e alinea de verwijzing naar ‘art 20.6 sub d’ gewijzigd in een verwijzing naar ‘art. 20.6 sub c.’

A14

Correctie in planregels

A15

Beperken horeca 3

In het bestemmingsplan wordt met regelmaat het begrip ‘energieopwekkende voorzieningen’ gebruikt. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan wordt duidelijk dat het hierbij gaat om voorzieningen in het kader van het duurzame energieconcept voor Buurtschap Crailo zoals zonnepanelen. Omdat dit in de regels niet is gedefinieerd zijn in theorie bijvoorbeeld ook een dieselaggregaat of andere conventionele niet duurzame voorzieningen om energie op te wekken mogelijk. Om een realisatiemogelijkheid voor dit type voorzieningen te voorkomen, wordt een definitie toegevoegd voor ‘energieopwekkende voorzieningen’ In artikel 21.3 lid f wordt de volgende als strijdig gebruik betiteld: Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: ‘meer dan 1.000 m2 brutovloeroppervlak binnen het totale plangebied voor de functies horeca categorie 2;’

Aan artikel 1 wordt de volgende definitie van ‘energieopwekkende voorzieningen’ toegevoegd: “Voorzieningen ten behoeve van het op duurzame wijze opwekken van energie, waarbij geen fossiele brandstoffen verbruikt worden”

Aan artikel 21.3 lid f wordt het hierna onderstreepte gedeelte toegevoegd. ‘meer dan 1.000 m2 brutovloeroppervlak binnen het totale plangebied voor de functies horeca categorie 2 en horeca 3 gezamenlijk;’

Het bestemmingsplan maakt echter ook horeca categorie 3 mogelijk en daarvoor is onbedoeld nagelaten een dergelijke beperking op te nemen. A16

Correctie in de regels

De bestemming ‘Gemengd-2’ is bedoeld als een gemengde bestemming waarin de combinatie van detailhandel, bedrijven, wonen en maatschappelijke activiteiten wordt gecombineerd.

Aan artikel 5.1 bestemming ‘Gemengd-2’ wordt toegevoegd ‘maatschappelijk activiteiten’.

A17

Correctie in de regels

De totaal oppervlakte horeca in ‘Gemengd -2’ bedraagt maximaal 800 m2, dit is exclusief de oppervlakte van het hotel. Daarom wordt deze uitgezonderd. De maximale omvang van het hotel is gemaximeerd door het maximaal aantal hotelkamers, zijnde maximaal 30 kamers.

Aan artikel 5.4 wordt het volgende als lid d toegevoegd:

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

d. voor de functies genoemd in artikel 5.1 onder g (horeca-activiteiten uit ten hoogste categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten) met meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak en meer dan 800 m2 in totaal over alle horeca-activiteiten binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’, met uitzondering van de oppervlakten ten behoeve van hotel.

91 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO Id

Onderwerp

Omschrijving ambtshalve verbetering

Door te voeren wijziging in bestemmingsplan Aan artikel 21.1 ‘Algemeen’ wordt aan artikellid c het hierna onderstreepte gedeelte toegevoegd: c. het plangebied mag niet meer dan één hotel bevatten, het aantal hotelkamers bedraagt maximaal 30;

A18

Correctie in de regels

Binnen de bestemming ‘Gemengd-2’ was horeca categorie 3 niet in oppervlakte beperkt. Daarvoor gelden dezelfde oppervlakten als voor categorie 2. Dit wordt daarom expliciet toegevoegd.

Aan artikel 5.4 wordt het volgende als lid d toegevoegd: d. voor de functies genoemd in artikel 5.1 onder g (horeca-activiteiten uit ten hoogste categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten) met meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak en meer dan 800 m2 in totaal over alle horeca-activiteiten binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’, met uitzondering van de oppervlakten ten behoeve van hotel.

A19

A20

A21

Correctie in de regels

Correctie in de regels

Aanvulling op de toelichting

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

De bedrijven geschikt voor functiemenging, binnen de gemengde bestemmingen, worden ook de mogelijkheid geboden om ruimtes te verhuren voor vergaderingen en bijeenkomsten, hetgeen goed is voor efficiënt gebruik van de beschikbare volumes. Om hierover geen onduidelijkheid te hebben ten tijde van vergunningverlening wordt deze mogelijkheid opgenomen in de definitie van ‘bedrijven’.

Aan artikel 1.10 (definitie bedrijven) wordt het onderstaande onderstreepte gedeelte toegevoegd:

Aan de definitie van ‘maatschappelijke activiteiten’ wordt de term ‘sportactiviteiten’ toegevoegd. Binnen de functie maatschappelijke activiteiten wordt ook verstaan het uitoefenen van sport, dit wordt daarom expliciet in de definitie benoemd.

Aan artikel 1.43 (definitie maatschappelijke activiteiten) wordt het onderstaande onderstreepte gedeelte toegevoegd:

In paragraaf 4.1 van de toelichting is de ladder van duurzame ontwikkeling opgenomen en wordt ingegaan op de behoefte van woningbouw en bedrijven. Buurtschap Crailo maakt naast wonen en bedrijven ook (weliswaar in beperkte mate) ook detailhandel en horeca mogelijk. Dit is aan het eind van paragraaf 4.2 benoemd.

bedrijven een onderneming, instelling of bedrijfsverzamelgebouw gericht op het ambachtelijk of ontwerptechnisch produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen en het uitoefenen van dienstverlening in de creatieve sector en daaraan gerelateerde verhuur van vergaderfaciliteiten;

het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder begrepen: gezondheidszorg en/of, zorg- en welzijn en/of, jeugd/kinderopvang en/of, onderwijs en/of, religie en/of, bibliotheken en/of, openbare dienstverlening en/of, verenigingsleven en/of sportactiviteiten;” In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aan het eind van paragraaf 4.2. de volgende zin toegevoegd: “Naast wonen en bedrijven voorziet het bestemmingsplan ook in beperkte mate in detailhandel en in beperkte mate horeca. De functies detailhandel en horeca staan ten dienste aan het plangebied en zijn daarom beperkt in omvang.”

92 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO

7

AFSLUITING

In dit document is een reactie namens het bevoegd gezag opgenomen op alle ontvangen zienswijzen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte en MER voor Buurtschap Crailo. Hetzelfde is gedaan voor de inspraakreacties die ontvangen zijn naar aanleiding van het ontwerp beeldkwaliteitplan Buurtschap Crailo. Tot slot zijn ook die zaken aangegeven en toegelicht, waar er ambtshalve een aanleiding is tot het gewijzigd vaststellen ten opzichte van de ter visie gelegde ontwerpstukken. Geconcludeerd kan worden dat het betrekken van de zienswijzen en vooroverlegreacties aanleiding heeft gegeven tot het doorvoeren van diverse wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, waardoor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Buurtschap Crailo met MER gewijzigd wordt vastgesteld. Ook zijn diverse ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Voor het Beeldkwaliteitplan Buurtschap Crailo zijn de ontvangen inspraakreacties geen aanleiding tot wijziging, evenmin waren er ambtshalve wijzigingen gewenst. Het Beeldkwaliteitplan Buurtschap Crailo wordt daarom ongewijzigd ten opzichte van het ontwerp Beeldkwaliteitplan Buurtschap Crailo vastgesteld.

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

93 van 94

REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN MET MER EN BEELDKWALITEITPLAN BUURTSCHAP CRAILO

COLOFON REACTIENOTA BESTEMMINGSPLAN BUURTSCHAP CRAILO MET MER EN BEELDKWALITEITSPLAN BUURTSCHAP CRAILO

AUTEUR Simone Bos PROJECTNUMMER E07001.000111 ONZE REFERENTIE

DATUM 12 april 2021 STATUS Defintief

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie:

- Datum: 12 april 2021

94 van 94

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=9891fa1c-185a-40d9-ada0-788fbb3e7a43