1. Raadsinformatiebrief 2024-20 inzake Samenwerkingsovereenkomst met Liander en Afwegingskader
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1414156
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2024-20
Portefeuillehouder
B. Heller
Datum
27 maart 2024
Informatie bij
Remko den Besten
Tel. nr.
(035) 629 2844
Onderwerp Samenwerkingsovereenkomst met Liander en Afwegingskader
Kernboodschap Komende jaren worden door netbeheerder Liander grote aanpassingen gedaan aan het elektriciteitsnet. In Hilversum gaat het concreet om plaatsing van ongeveer 300 extra trafostations in de komende tien jaar. Veel van de trafostations zullen ingepast moeten worden in de openbare ruimte. Ter ondersteuning van een projectmatige, buurtgerichte plaatsing van de trafostations hebben Liander en de gemeente een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Het college van B&W heeft daarnaast een afwegingskader vastgesteld om te komen tot een goede ruimtelijke inpassing. Ook heeft het college van B&W invulling gegeven aan de motie M24-32, Beeldschone elektriciteitshuisjes.
Aanleiding De vraag naar elektriciteit neem steeds verder toe. Daarnaast wordt elektriciteit steeds vaker lokaal, via zonnepanelen, opgewekt. Consequentie is dat we, net als elders in Nederland, op piekmomenten aanlopen tegen de grenzen van het elektriciteitsnet. Een stabiel toekomstvast stroomnet is mede in het belang van de gemeente. Als we niets doen zal op een gegeven moment stroomuitval het gevolg zijn. Nu al ervaren bewoners dat op zomerse momenten zonnepanelen worden afgeschakeld omdat het elektriciteitsnet het niet aan kan. Ook komen bedrijven die een grootverbruik aansluiting aanvragen op een wachtlijst terecht. Komende jaren moet door netbeheerder Liander grote aanpassingen worden gedaan aan het elektriciteitsnet. Concreet betekent dit plaatsing van ongeveer 300 trafostations in Hilversum in de komende tien jaar. Liander heeft een wettelijke leveringsplicht en plaatst vergunningsvrij trafostations, maar heeft daar in de regel gemeentegrond voor nodig. Plaatsing van trafostations heeft, zeker vanwege het forse aantal, invloed op de leefomgeving. Tegelijkertijd neemt de druk op de openbare ruimte toe en is inpassing van deze trafostations daarmee geen eenvoudige opgave.
Dit geldt zowel bovengronds, waar verschillende functies om ruimte concurreren, als ondergronds, waar verschillende netwerken en infrastructuur in elkaar vervlochten moeten worden en vervolgens effectief beheerd.
Consequenties Samenwerkingsovereenkomst Om de geschetste opgave in goede banen te leiden hebben netbeheerder Liander en de gemeente een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Binnen deze samenwerking is Liander verantwoordelijk voor de techniek en de gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke inpassing, hierbij ondersteund door het afwegingskader dat hiervoor is opgesteld. 1
Afwegingskader In het afwegingskader heeft de gemeente de thema’s opgenomen die bij de locatiekeuze van trafostations een rol spelen. Deze thema’s volgen uit vastgestelde stukken, onder andere de Visie Openbare Ruimte, het Programma Groen en de Verordening Kabels en Leidingen. Het afwegingskader omvat een set aan thema’s dat bekeken, besproken en afgewogen wordt om tot een zorgvuldige locatiekeuze te komen. Het is geen kant en klare checklist, omdat de ene keer het ene thema en de andere keer het andere thema prevaleert. Om een handvat te hebben in de te maken afweging is een voorkeursprioritering beschreven. Echter blijven de technische eisen die Liander stelt sterk maatgevend. Uit alle afwegingen volgt één locatie. Daarom zal participatie in de locatiekeuze niet mogelijk zijn. Wat betreft het ontwerp en groeninpassing is wel participatie mogelijk, lees hierover in de volgende paragraaf.
Vervolgtraject Buurtaanpak De buurtaanpak start in april in de Hilversumse Meent waarna al snel het Zeeheldenkwartier en de Astronomische buurt volgen. In de eerste jaren gaat het in totaal om naar schatting gemiddeld 50 trafostations per jaar en ongeveer acht tot vijftien trafostations per buurt. Per brief worden de bewoners per buurt geïnformeerd over de nieuwe trafostation locaties. De direct omwonenden van de trafostations worden uitgenodigd voor een inloopavond. Soms gaat het om minder zichtbare plekken of locaties gelegen in een groenperk. Deze worden afgewerkt in kleur dennengroen met beplanting. Op andere meer zichtbare locaties is er een keuze te maken. Vanaf start van de communicatie in een buurt duurt het, in verband met levertijden van materieel, ongeveer één jaar voordat de trafostations daadwerkelijk geplaatst worden. Verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke inpassing We geven invulling aan het proces tot ruimtelijke inpassing op de volgende manier: A. Alle bewoners van Hilversum worden binnenkort geïnformeerd over de samenwerkingsovereenkomst met Liander en hoe de buurtaanpak voor plaatsing van trafostations uitgevoerd zal worden. B. Over de locatiekeuze hebben bewoners geen inspraak.
Dat heeft te maken met de technische eisen die Liander stelt aan locaties in combinatie met alle afwegingen rondom de ruimtelijke inpassing uit het afwegingskader waaruit één locatie volgt. C. Over alle te plaatsen trafostations in een buurt krijgen alle bewoners van de hele buurt een uitgebreide informatiebrief vanuit Liander. D. De direct omwonenden van trafostations krijgen een uitnodiging voor een inloopavond. E. Als een trafostation in de directe leefomgeving van bewoners wordt geplaatst (denk hierbij aan directe zichtlijnen van bewoners dan wel dichtbij woningen) dan hebben de direct omwonenden inspraak op de volgende vijf basisontwerpkeuzes: 1. Kleurafwerking kiezelgrijs (RAL-kleur 7032) 2. Kleurafwerking antraciet (RAL-kleur 7016) 3. Kleurafwerking dennengroen (RAL-kleur 6009) 4. Steenstrips in de kleur van in de directe omgeving gelegen bebouwing 5. Indien er voldoende ruimte voor is, kan groenafwerking gekozen worden (border met beplanting, geen hoge dichte heggen vanwege veiligheid). Een voorkeur uitspreken kan dan zowel tijdens de inloopavond als via een digitale enquête. In ongeveer 50% van de te plaatsen trafostation zal dit het geval zijn. Bovenstaande basiskeuzes worden vergoed door Liander, maar andere varianten komen voor rekening van de gemeente.
2
Motie Beeldschone elektriciteitshuisjes Wat betreft de motie M24-32, Beeldschone elektriciteitshuisjes, die tijdens de raadsvergadering van 6 maart 2024 is aangenomen, is de invulling daarvan als volgt: A. In enkele gevallen is een Dudoksteenstrip of kunst op het trafohuisje denkbaar, mocht daar vanuit de buurt initiatief en draagvlak voor zijn. 1. Een ander type steenstrip (Dudok formaat; kostenraming circa 5.000 euro per trafostation. 2. kunst op trafostations; kostenraming circa 7.500 euro per trafostation. B. Het bouwen van een soort omhulsel om een trafostation, wat leidt tot een bouwwerk, leidt tot dusdanig hoge kosten (circa 25.000 - 100.000 euro per trafostation) dat het college dat in de participatie niet als optie aan gaat bieden. C. De kosten en tijdintensiviteit van een ontwerpwedstrijd voor een Hilversums trafostation zijn dusdanig hoog, dat het college dit in de participatie niet als optie gaat aanbieden. Met deze uitleg beschouwen wij deze motie als afgedaan.
Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlagen: 1. Samenwerkingsovereenkomst gemeente Hilversum en Liander 2. Afwegingskader plaatsing trafostations Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 26 maart 2024.
3
Samenwerkingsovereenkomst gemeente Hilversum & Liander Ten behoeve van de ontwikkeling van het laagspannings- en middenspanningsnet en in het bijzonder plaatsing van nieuwe middenspanningsruimtes.
Ondergetekenden: "De gemeente Hilversum, hierna te noemen: de gemeente Ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door:" Wethouder Klimaat en Energie, Bart Heller; en Liander N.V., gevestigd aan de Utrechtseweg 68 te Arnhem, geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 08021677. Te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H. Baud in zijn hoedanigheid als Directeur Klant & Ontwerp, hierna te noemen: ‘Liander’. hierna gezamenlijk te noemen: Partijen Verklaren in gezamenlijkheid te werken aan de hieronder opgenomen doelen en resultaten middels de nader uit te werken processen, afspraken en inzet van middelen.
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De komende jaren moeten grote aanpassingen gedaan worden aan het laagspannings- en middenspanningsnet om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. We voorzien een ruime verdubbeling van het aantal middenspanningsruimtes (MSR) en een forse aanpassing van het elektriciteitsnet. De omvang van deze opgave is zodanig dat deze niet uitvoerbaar is wanneer deze locatie voor locatie wordt opgepakt. Daarmee is er aanleiding om de aanpak op grotere schaal aan te gaan en in samenspraak tussen netbeheerder en gemeente over te gaan tot projectmatige inpassing waarbij we buurt voor buurt aanpakken.
1.2 Achtergrond en noodzaak De verduurzaming en klimaatadaptatie van onze leefomgeving is in volle gang. We zien dat diverse oorzaken de kostprijs van fossiele brandstoffen en toenemende schaarste aan materialen inluiden. Om deze opgave aan te kunnen zijn belangrijke aanpassingen aan het energiesysteem aan de orde. Het is voor de gemeenten in het dekkingsgebied van Liander noodzakelijk een warmte - en energietransitie in te zetten, passend bij de toekomstvastheid van de openbare buitenruimte als geheel. Afhankelijk van de te maken keuzes, is de aanpassing van het elektriciteitsnet hier onderdeel van. We zien een grote toename van de vraag naar elektriciteit als antwoord op duurzaam verwarmen en elektrisch rijden. Daarnaast zien we een verandering op het elektriciteitsnet door decentrale opwekking en distributie van elektriciteit (zonnepanelen etc.). Het geheel maakt dat het laagspanningsnet niet overal op haar toekomst is voorbereid en, vaak op korte termijn, forse uitbreiding en soms zelfs een ruime verdubbeling behoeft. Parallel aan deze opgave is het duidelijk dat de inrichting van de openbare ruimte een steeds complexere opgave wordt. Vooral in gebieden met bestaande bebouwing en verstedelijking is het vinden van locaties voor nieuwe of groeiende functies steeds ingewikkelder.
Dit geldt zowel bovengronds, waar verschillende functies om ruimte concurreren, als ondergronds, waar verschillende netwerken en infrastructuur in elkaar vervlochten moeten worden en vervolgens effectief beheerd.
Liander N.V. te Arnhem is onderdeel van Alliander N.V.. KVK-nummer 08021677 Arnhem. BTW-nummer NL003049395B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Liander N.V..
Datum
26 maart 2024 Pagina
2 van 6
1.3 Kader waarbinnen de samenwerking ontstaat 1.3.1 Belangen en verantwoordelijkheden en bevoegdheden gemeente De gemeente Hilversum is de beheerder van de openbare ruimte en heeft de verantwoordelijkheid om voor haar grondgebied goed beheer uit te voeren. Binnen haar belang moeten de maatschappelijke opgaven ten aanzien van warmtetransitie, verduurzaming en klimaatadaptatie ruimtelijk worden ingepast. De gemeente is bevoegd via een vergunningensysteem voorwaarden te stellen aan ruimtelijke inpassing en civieltechnische werkzaamheden die in het openbaar gebied worden uitgevoerd. Daarnaast is de gemeente eigenaar/rentmeester van openbare gronden waarop functionaliteiten voor algemeen nut gesitueerd kunnen worden. Tevens is de gemeente verantwoordelijk voor het gemeentelijk rioleringssysteem.
1.3.2 Belangen en verantwoordelijkheden Liander Liander is de netbeheerder van het elektriciteits- en gasnetwerk in de gemeente Hilversum en heeft als taak dit net te onderhouden. Liander staat voor een energievoorziening die iedereen onder gelijke condities toegang geeft tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Op basis van de omgevingswet heeft Liander de bevoegdheid om vergunningsvrij een middenspanningsruimte te plaatsen. Voor de graafwerkzaamheden is instemming van de gemeente nodig op grond van de Leidingverordening Gemeente Hilversum 2024 d.d. 31 oktober 2023 met kenmerk 1355902.
2 Beoogde doelen overeenkomst 2.1 Doelen en opgave Liander ten aanzien van het Laagspannings- en Middenspanningsnet Liander stelt zich tot doel om in jaar 2040 haar netwerk toekomst vast te hebben. Binnen deze samenwerking heeft deze doelstelling alleen betrekking op de uitrol van het laagspannings netwerk (inclusief middenspanningsruimtes) voor de bestaande bebouwde omgeving. Het regelen van MSR-ruimtes op stuks niveau is niet voldoende om tijdig in de stroombehoefte van gemeentes te kunnen voorzien. Daarom gaan we intensiever, projectmatig samenwerken op basis van een buurtaanpak. Belangrijk daarbij is een procesversnelling te verkrijgen.
2.2 Doelen en opgave vanuit de gemeente De gemeente stelt zich tot doel om de samenwerking met Liander zo optimaal mogelijk vorm te geven ter ondersteuning van de doelstelling van Liander om in jaar 2040 of eerder de gemeente Hilversum voorzien te hebben van een toekomstvast elektriciteitsnet als ook een goede ruimtelijke inpassing van deze opgave. Daarnaast stelt de gemeente zich tot doel om een zo goed mogelijk de ruimtelijke inpassing van middenspanningsruimtes vorm te geven.
2.3 Gezamenlijk doel en opgave Liander en de gemeente hebben als doel om te komen tot een robuust elektriciteitsnet dat op een verantwoorde wijze ruimtelijk wordt ingepast. Door ondertekening geven partijen elkaar het vertrouwen in een goede samenwerking. Partijen streven ernaar om in het jaar 2024 de benodigde kaders verder uit te werken en vast te leggen in een nadere overeenkomst (NOK). Tevens zullen partijen de wijken en buurten op basis van prioritering verder uitwerken in buurtrealisatieplannen als onderdeel van de NOK. Liander zal de prioritering in eerste instantie maken op basis van de techniek. De gemeente Hilversum zal prioritering aanreiken op basis van gemeentelijke ontwikkelingen zoals woningbouwplannen, onderhoudsplannen in de openbare ruimte zoals de vervanging van rioleringen als ook de ontwikkelingen in de mogelijke scenario’s voor energiesystemen in de Hilversumse wijken en buurten. Binnen de buurtrealisatieplannen is het doel te komen tot locatiebepaling van de nieuwe middenspanningsruimtes, waarbij Liander met name de verantwoordelijkheid neemt vanuit de
Datum
26 maart 2024 Pagina
3 van 6
zorg voor techniek en de gemeente Hilversum verantwoordelijkheid neemt voor de ruimtelijke inpassing om locaties te bepalen.
2.4 Uitwerking van de opgave 2.4.1 Onzekerheden vermogensvraag Op het moment van ondertekenen van deze samenwerkingsovereenkomst is er nog slechts een beeld of hoofdlijnen van de warmteoplossingen en duurzaamheidsoplossingen in de wijken. Daardoor is slechts binnen marges aan te geven welke vermogensvraag buurten in het jaar 2050 zullen hebben. Om die reden wordt bij de berekeningen uitgegaan van een tussen Liander en de gemeente af te spreken scenario, voor zover beschikbaar gevoed door data en informatie over de meest waarschijnlijke toekomst. Hierin worden tevens de ontwikkelplannen meegenomen.
2.4.2 Doorvertaling naar het te realiseren Laagspanningsnet Op basis van het type woningen in een buurt en het gekozen scenario rondom de warmteoplossing, maakt Liander een inschatting van de te verwachten vermogensvraag. Deze schatting is gebaseerd op het verbruik ten behoeve van elektrisch koken, het opladen van elektrisch aangedreven voertuigen, de opwek van zonnepanelen & het verwarmen van de woningen. Indien er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot de warmteoplossing, dan zal worden uitgegaan van het zogenaamde 'All Electric Scenario' uitgangspunt waarbij het energienet wordt berekend op het verwarmen van woningen en panden middels elektriciteit (warmtepomp). Dit scenario heeft echter een grote impact op het benodigde elektrische netwerk en daarmee ruimtebeslag in de openbare buitenruimte.
2.5 Afspraken ten aanzien van het te bereiken resultaat Het te bereiken resultaat is: 1. Afspraken over de benodigde ruimte, inclusief inpassing en vormgeving van een toekomstvast elektriciteitsnet voor alle buurten in de gemeente Hilversum, waarin de bestaande belangen in aanmerking worden genomen en sprake is geweest van op maat afgestemde communicatie en informatie. In de buurten die reeds toekomstvast zijn, hoeft Liander vermoedelijk geen of zeer beperkte wijzigingen aan het laagspanningsnet te doen. 2. Een realisatieplanning voor de uitvoering van deze plannen zal op een nader te bepalen moment, in overeenstemming met de urgentie en met zorgvuldige overweging ten opzichte van andere realisatiebelangen (werk met werk maken) worden vastgesteld en ondertekend door de in 3.2.3 en 3.2.4. benoemde verantwoordelijken.
2.6 Urgentie en afspraken ten aanzien van de te behalen planning Partijen streven ernaar om in het jaar 2024 de benodigde kaders in een nadere overeenkomst vast te stellen. Tevens zullen partijen de buurten op basis van prioritering verder uitwerken in buurtrealisatieplannen. Liander heeft tevens aandacht voor het feit dat naast de opgave voor het elektriciteitsnet er ook een opgave ligt voor het saneren van broze gasleidingen.
3 Uitwerking van de samenwerking 3.1 Proces en de planning Het beoogde proces bevat op hoofdlijnen 1. Het uitwerken van inhoudelijke kaders ten aanzien van onderstaande thema's in een nadere overeenkomst (NOK): Toekomstvast net, de energiebehoefte buurt Locatiebepaling van middenspanningsruimtes Ruimtelijke inpassing en vormgeving van middenspanningsruimtes Samenhang met andere werkzaamheden en planningen Communicatie en participatie met bewoners en bedrijven
Datum
26 maart 2024 Pagina
4 van 6
-
Vergunningen en ontheffingen Financiën, grondzaken en beheer Prioritering en werkvolgorde bij realisatie
2.
Het uitrollen van deze kaders in buurtrealisatieplannen waarbij buurt voor buurt binnen de kaders een toekomstvast netwerk zal worden ontworpen.
3.
Het verankeren van de benodigde bovengrondse ruimte door middel van aankoop door Liander van de benodigde grond en het verkrijgen van benodigde vergunningen. De gemeente behoudt zich het recht voor om de juridische vorm van grondoverdracht in de toekomst te wijzigen naar een andere vormen dan verkoop.
4.
De uitrol van vastgelegde locaties naar een technisch netontwerp en realisatie met bijbehorende instemming van beide partijen. Het onder 3.2.2 genoemde team werkt deze processen uit tot deelprocessen en bijbehorende planningen.
3.2 Inzet mensen en middelen 3.2.1 Te betrekken afdelingen bij partijen Vanuit de gemeente wordt bij aanvang van de samenwerking voorzien dat de volgende teams van invloed zijn op de opgave: Projectgroep Energie Infrastructuur, bestaande uit vertegenwoordigers uit de volgende gemeentelijke teams: o Team Energietransitie o Team Communicatie o Team Beheer & Onderhoud o Team Voorbereiding & Uitvoering o Team Ruimtelijke kwaliteit De projectgroep Energie Infrastructuur regelt de afstemming binnen de gemeente. Vanuit Liander wordt voorzien dat de volgende afdelingen van invloed zijn op de opgave: Afdeling Klant & Ontwerp (K&O): relatiemanager publiek, gebiedsregisseur en omgevingsmanager en communicatieadviseur Afdeling Grootverbruik, Reconstructies & Netten (GVR&N): projectmanager Intake Afdeling Asset- & Productmanagement (APM) Afdeling Grond & Recht (G&R): juridisch medewerker Afdeling Planning & Projecten (P&P)
3.2.2 Aanspreekpunten beide partijen De projectleider Energie Infrastructuur van de gemeente en de omgevingsmanager van Liander stemmen de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst, de nadere overeenkomst en de buurtrealisatieplannen met elkaar af. Indien nodig worden collega's van partijen hierbij betrokken. De besluiten, vastgelegd in de Nadere overeenkomst en buurtrealisatieplannen, ten aanzien van de implementatie van een toekomstvast elektriciteitsnet worden door de aanspreekpunten voorbereid en door ondertekening door beide partijen van kracht.
3.2.3 Mandaat van het in te zetten gezamenlijke team zijde gemeente De besluiten ten aanzien van de implementatie van een toekomstvast elektriciteitsnet worden binnen de projectgroep voorbereid en door ondertekening door beide partijen van kracht. Aan de zijde van de gemeente Hilversum is instemming nodig van de Teammanager Beheer & Onderhoud.
Datum
26 maart 2024 Pagina
5 van 6
3.2.4 Mandaat van het in te zetten gezamenlijke team zijde Liander De besluiten ten aanzien van de implementatie van een toekomstvast elektriciteitsnet worden binnen het team voorbereid en door ondertekening door beide partijen van kracht. Aan de zijde van Liander is instemming van de directeur Klant & Ontwerp nodig.
3.2.5 Escalatie en Stuurgroep De besluiten ten aanzien van de implementatie van een toekomstvast elektriciteitsnet dienen genomen te worden op basis van consensus tussen de verantwoordelijken van partijen zoals genoemd onder 3.2.3. Partijen zullen trachten geschillen die ontstaan naar aanleiding van de samenwerking zoveel mogelijk in minnelijk overleg tot een oplossing te brengen. Indien de verantwoordelijken niet in consensus tot een besluit kunnen komen, dan worden deze voorgelegd aan een stuurgroep bestaande uit de onder 3.2.2 genoemde verantwoordelijken, aangevuld met de teammanager Beheer & Onderhoud vanuit de gemeente en de relatiemanager en gebiedsregisseur vanuit Liander.
3.2.6 Overlegvormen Partijen spreken af geen vaste vergaderfrequentie vast te stellen, maar per keer onderling te bepalen op welke termijn, over welke onderwerpen en in welke samenstelling het volgende overleg zal plaatsvinden.
3.3 Datagedreven samenwerking: omgang met in te zetten informatie Ten behoeve van de samenwerking is een veelheid aan data en informatie benodigd. Partijen besluiten dat alle relevante informatie ten aanzien van de opgave wederzijds worden ontsloten en spreken af het informatiemanagement hierop te gaan voeren. Per onderwerp zal nader worden bepaald welke informatie partijen met elkaar mogen delen. Partijen verbinden zich er aan overgedragen informatie vertrouwelijk te behandelen tenzij anders is aangegeven.
3.4 Risico's en kansen 3.4.1 Bekende bestuurlijke, proces en productmatige risico’s en kansen inclusief beheersing Op dit proces zijn vele risico's en kansen van toepassing die door het in 3.2.2 genoemde team zullen worden geïdentificeerd en beheerst. De grootste aandachtspunten zijn: Het vinden van geschikte locaties voor middenspanningsruimtes binnen de gestelde kaders Goede informatievoorziening om draagvlak te realiseren onder inwoners Geen mogelijke oplossing voor het elektriciteitsnet zonder grote consequenties voor de ruimtelijke inpassing en kwaliteit.
3.4.2 Benoemen beperkingen, onbekendheden in kennis Momenteel is nog veel onduidelijk over de uiteindelijke energieoplossingen (warmte, koude en elektra) en gebiedsontwikkelingen. Wanneer geen specifieke energieoplossing is gekozen voor de warmte-/koudebehoeften, zal worden uitgegaan van een all-electric oplossing. Indien vanuit de gemeente andere scenario’s concreter worden, zal Liander deze scenario’s doorrekenen en meenemen in het betreffende buurtrealisatieplan.
4. Uitwerking Communicatie en Informatie 4.1 Communicatie en participatie Afgesproken wordt dat alle communicatie ten aanzien van de warmtetransitie, energietransitie en klimaatadaptatie vanuit de gemeente wordt verzorgd. Afgesproken wordt dat alle communicatie ten aanzien van de implementatie van het toekomstvaste elektriciteitsnet in gezamenlijkheid uitgevoerd zal worden door de medewerkers communicatie van beide partijen waarbij de communicatie uitingen door de teamverantwoordelijken worden vastgesteld voorafgaand aan publicatie. Hierbij is goede afstemming tussen partijen noodzakelijk om de juiste kennis naar voren te krijgen.
Datum
26 maart 2024 Pagina
6 van 6
Alle communicatie uitingen rondom de buurtaanpak worden vooraf besproken met de in 3.2.2. genoemde personen.
4.2 Informatie en participatie In de gemeente Hilversum gaan we bewoners informeren omtrent de locatie, vormgeving en ruimtelijke inpassing van middenspanningsruimtes. Per buurt wordt door partijen bekeken welke locaties in aanmerking komen voor participatie door de direct omwonenden in de keuze voor het ontwerp en de groeninpassing. Per buurt wordt door partijen bekeken of de plannen qua grootte en impact meer nodig hebben.
5. Overeenkomst 5.1 Looptijd en beëindiging Deze samenwerkingsovereenkomst heeft een looptijd tot de benoemde resultaten onder paragraaf 2.5 zijn gehaald, waarbij jaarlijks door de stuurgroep wordt geëvalueerd en zo nodig wordt bijgestuurd op de inhoud.
5.2 Tussentijdse wijziging en onvoorzien Deze samenwerkingsovereenkomst heeft een bindend karakter. Partijen verbinden zich eraan de samenwerking te blijven zoeken binnen de gemaakte afspraken tot de doelen conform 2.1, 2.2 en 2.3 gehaald zijn.
Ondertekening: Aldus overeengekomen en ondertekend te Hilversum op 27 maart 2024. Gemeente Hilversum
Liander
Handtekening:
Handtekening:
_________________________
_________________________
Bart Heller Wethouder Klimaat & Energie
H. Baud Directeur Klant & Ontwerp
Afwegingskader plaatsing trafostations Maart 2024
Inleiding In het kader van de uitbreiding van het stroomnet door netbeheerder Liander, ondersteunt de gemeente de plaatsing van nieuwe trafostations door Liander. Liander heeft een wettelijke leveringsplicht en plaatst vergunningsvrij trafostations, maar heeft daar in de regel gemeentegrond voor nodig. Liander wil in goede samenwerking met de gemeente de ruimtelijke inpassing organiseren. Een stabiel toekomst vast stroomnet is in het belang van de gemeente als ook de zorg voor de openbare ruimte en daarmee de ruimtelijke inpassing van deze trafostations. Het heeft direct invloed op de leefomgeving van bewoners en bedrijven. Om onze rol in te kunnen vullen is dit gemeentelijke afwegingskader opgesteld. Op deze manier kunnen alle van belang zijnde facetten bij locatiebepaling en ruimtelijke inpassing goed worden afgewogen en besloten naast de technische afwegingen vanuit Liander. Afspraken over de samenwerking met Liander zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Hierin wordt de samenwerking via een buurtgerichte aanpak van uitbreiding van het stroomnet beschreven. De noodzaak van uitbreiding van het stroomnet staat soms op gespannen voet met de ruimtelijk inpassing van de traforuimtes. Immers gaat het grofweg gezien om een verdubbeling van het aantal trafostations, dat zijn ongeveer 300 trafostations.
Dit kan niet anders dan invloed hebben op het beeld en gebruik van een buurt. De plaatsing zal op sommige plekken ten koste gaan van groen en op andere ten koste van parkeerplaatsen. In dit document wordt met het begrip afwegingskader een set aan thema’s bedoeld die bekeken, besproken en afgewogen wordt om een keuze te kunnen maken voor een locatie van een trafostation. Het is geen kant en klare checklist die men even invult, omdat de ene keer het ene thema en de andere keer het andere thema prevaleert. Om een handvat te hebben in de te maken afweging is in het laatste hoofdstuk een voorkeursprioritering beschreven. Echter blijven de technische eisen die Liander stelt sterk maatgevend. Uit alle afwegingen, zowel de technische als de afwegingen rondom ruimtelijke inpassing, volgt één locatie. Daarom zal participatie in de locatiekeuze niet mogelijk zijn.
Visie Openbare Ruimte Dit afwegingskader sluit aan bij de Visie Openbare Ruimte die 31 januari 2024 is vastgesteld de raad. Hieronder volgen de belangrijkste punten die van invloed zijn op het proces van afwegen en prioriteren van thema’s binnen dit afwegingskader. Basisprincipes In hoofdstuk 3.4 Basisprincipes staat onder punt ‘Basisprincipe I’ benoemd “We respecteren bestaande kwaliteiten en kenmerken van de openbare ruimte”. Dat is een belangrijk uitgangspunt. Dit wordt toegelicht met: “De openbare ruimte in Hilversum is bedoeld en geschikt voor iedereen. Vanwege de in een bestaande stad nu eenmaal beperkte ruimte zullen we vaak keuzes moeten maken tussen verschillende belangen, doelen, functies, wensen en behoeften. Voor het stellen van de prioriteiten hanteren we onderstaande volgorde: “
1 van 17
Binnen dit afwegingskader gaat het om te plaatsen trafostations wat valt onder de stedelijke opgave Energie, Hilversum aardgasvrij en daarbinnen het uitbreiden van het stroomnet door Liander. De te plaatsen trafostations hebben invloed op de bestaande kwaliteiten en kenmerken van de openbare ruimte waarbij het dus van belang is dit goed af te wegen. Basisprincipes II We hanteren bij ontwerpopgaven de regel: “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan”. Met de toepassing van deze regel gaan we steeds op zoek naar een ontwerpoplossing die zo optimaal mogelijk bijdraagt aan het realiseren van onze doelen. Ook als dit meerkosten met zich meebrengt. De toepassing van deze regel is uiteraard gebonden aan spelregels. We houden ons aan wettelijke voorschriften en normen en tornen niet aan veiligheid. Deze ontwerpopgave geeft de pragmatische grondslag weer hoe uiteindelijk te komen tot definitieve locaties voor trafostations. Bij de uiteindelijke keuze voor een locatie van een trafostation zal niet op alle doelen 100% behaald kunnen worden, maar wel in zo optimaal mogelijke balans. Basisprincipes III & IV III - We zoeken samen met de grondeigenaren van woningen, bedrijven en overige private terreinen ruimte voor nieuwe voorzieningen. IV – Bij elke opgave waarbij we in de stad openbare ruimte (her)inrichten staat samenwerken centraal.
Vanuit gezamenlijk verantwoordelijkheid en in samenwerking, willen we zoeken in openbare ruimte en particuliere ruimte naar de inpassing van trafostations. Dit nemen we mee in dit afwegingskader.
De basisprincipes & afwegingskader plaatsing trafostations De bovenstaande basisprincipes zijn vertaald in een prioritering van de thema’s die besproken worden in dit afwegingskader. Belangrijk blijft dat locatiebepaling altijd maatwerk is en per locatie afgeweken kan worden van deze prioritering in het kader van “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan”.
Middenspanningsruimte (MSR) of trafostation Een trafostation is een ruimte van ongeveer 3,5 x 2 meter en 2 meter hoog. Zie hieronder een illustratie. De technische collega’s noemen dit een MiddenSpanningsRuime (afgekort MSR). Ze worden door bewoners vaak transformatorhuisje genoemd en worden verspreid in de woonwijken of op bedrijventerreinen geplaatst. Wij spreken vanaf hier over een trafostation. Technisch gezien is dit een technische ruimte waarin de middenspanning van 10KV tot 20KV wordt omgezet naar laagspanning van 230 volt voor individuele huizen. Zie ook: https://www.liander.nl/elektriciteitshuisjes
2 van 17
Afwegingen en richtlijnen Liander Liander maakt technische ontwerpen van het stroomnet van een buurt en rekent uit hoeveel en waar in het stroomnet trafostations bijgeplaatst moeten worden. De vrijheid van locatiebepaling is sterk beperkt door technische berekeningen, lengtes van kabels en het stroomnetwerk in zijn geheel. Opschuiven van een trafostation kan daarmee niet zomaar. In de basis van een ontwerp wordt uitgegaan van globaal een verdubbeling van het aantal trafostations, waarbij in de berekeningen rekening wordt gehouden met ontwikkelingen van factoren als energielabels van huizen, soorten warmtepompen en zonnepanelen en de ontwikkeling in elektrificatie van auto’s. Daarnaast wordt uitgegaan van all-electric in de totale energievoorziening van woningen. Dat is het maximale scenario, ondanks dat met de ontwikkelingen in de diverse soorten warmte-oplossingen, energieopslag of slimme energieoplossingen ter balancering van het net, mogelijk minder trafostations nodig zijn. Van 2024 – 2030 worden de belangrijkste knelpunten in het stroomnet opgepakt, gezien de totale opgave voor Liander, zal ook na 2030 nog verder gebouwd worden. Voor Hilversum gaat het in totaal om ongeveer 300 trafostations.
Hieronder een aantal technische richtlijnen die van invloed zijn op de locatie van een trafostation: • Richtlijnen voor minimale doorloopruimtes rondom het trafostation voor toegang en veiligheid. • Richtlijnen voor bereikbaarheid ter plekke van het trafostation voor vrachtauto's en hijskraan voor plaatsing en onderhoud. • Richtlijnen rondom ondergrondse kabeltracés, lengtes van kabels en plaatsing ten op zichten van andere trafostations. Denk aan 250-300 meter tot het volgende trafostation afhankelijk van de hoeveelheid aansluitingen in de betreffende buurt. • Richtlijnen rondom afstanden tot andere ondergrondse infrastructuur, zoals riolering, data en water. Zie ook voor achtergrondinformatie: https://www.liander.nl/elektriciteitshuisjes/hoe-kiezen-we-de-plek-voor-eenelektriciteitshuisje
Locatiebepaling Per potentiële locatie wordt een beeld gevormd van de belangrijkste kenmerken en meest relevante kwaliteiten van het betreffende gebied om te kunnen gebruiken in het afwegingskader. Aan de hand van onderstaande thema’s wordt afgewogen op welke locatie het trafostation het beste past. • Inpandige plaatsing in nieuwbouwontwikkelingen of reeds aanwezige panden • Locatie op particuliere of corporatiegrond • Zicht en nabijheid voor woningen (bewoners) en bedrijfspanden (ondernemers) • Stedenbouw (o.a. zichtlijnen) • Groenzones, parken, bomen en speeltuinen • Riool en ondergrondse profilering • Cultuurhistorie • Verkeer • Archeologie Hieronder wordt elk onderwerp ten behoeve van de locatiebepaling apart beschreven. Na deze onderwerpen volgen ontwerp, ruimtelijke inpassing en een prioriteringskader. 1.
Inpandige plaatsingen in nieuwbouwontwikkelingen of reeds aanwezige panden a. Voorafgaan aan plaatsing in de openbare ruimte wordt bekeken door de gemeente in samenwerking met Liander of ruimte aanwezig is voor inpandige (begane grond) plaatsing in nieuwbouw of in bestaande panden. b. In geval van nieuwbouw wordt in de tweede plaats bekeken of een locatie op dit terrein mogelijk is in samenspraak met de initiatiefnemer/ projectontwikkelaar. 3 van 17
2.
Locatie op particuliere of corporatiegrond Indien ter plekke de voorkeurslocatie op particuliere of corporatiegrond is, dan wordt contact opgenomen met de betreffende eigenaar om in samenspraak tot locatiebepaling te komen. a. Vanuit gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid zal in dialoog met de betreffende eigenaar het gesprek over plaatsing van een trafostation worden besproken. b. Juridisch en organisatorisch gezien is Liander de partij die initiatief neemt in het contact, omdat de benodigde grond voor een trafostation wordt overgedragen aan Liander. De gemeente ondersteunt hierin waar mogelijk.
3.
Zicht en nabijheid voor woningen (bewoners) en bedrijfspanden (ondernemers) a. Bij locatiebepaling wordt de impact bekeken op omliggende panden van zowel bewoners als ondernemers. Afstanden en directe zichtlijnen worden bekeken. b. Bij locatiebepaling wordt de impact bekeken op de functionele ruimte direct grenzend aan woningen of bedrijfspanden. Mogelijk kan bijvoorbeeld het wegvallen van een parkeerplek voorkomen worden. c. Plaatsing op een meer gemeenschappelijke plek met gemeenschappelijk nadeel en op meer afstand van woning(en) geniet de voorkeur boven plaatsing dichtbij één woning. Vrij vertaald ‘gedeelde smart is halve smart’. Zie voorbeeld hierna, waar ondanks verlies van een parkeerplaats toch de meer gemeenschappelijke plek wordt gekozen.
4.
Stedenbouw (o.a. zichtlijnen) • In een hoek en uit het zicht Een trafostation wordt zoveel mogelijk uit het zicht en in hoeken van ruimtes geplaatst en dus zo min mogelijk in zichtlijnen. In de basis is het uitgangspunt dat de trafostations uit de zichtlijn worden geplaatst en uit de eerste lijn van diverse wegen en paden. Zichtlijnen zijn lijnen die een onbelemmerd gezichtsveld definiëren in open ruimten of langs straten in een stad. Denk hierbij aan het zicht op het einde van een straat bij een tsplitsing of kruising. Een plaatsing kan ook storend zijn wanneer een trafostation wordt geplaatst in een open ruimte naast een druk (fiets)pad. Ligt de locatie in een zichtlijn of naast een druk pad dan is deze locatie in principe ongeschikt. Naast een druk pad is plaatsing alleen mogelijk wanneer een groene inpassing rondom het station wordt gerealiseerd.
4 van 17
De meest voorkomende stedenbouwkundige gebieden kunnen als volgt worden uiteengezet: •
Wegen o Trottoir Plaatsing van een trafostation op een trottoir is in beginsel geen optie. Echter er doen zich situaties voor waar plaatsing toch een mogelijkheid kan zijn. Denk hierbij aan locaties waar het trottoir doorloopt tot in een grote open (rest)hoek en vele malen breder is dan de minimale maat die dient te worden aangehouden (1.80 meter) > Bevindt de locatie zich op een trottoir dan is dit geen optie. Uitzondering kan een ruimte resthoek zijn bij een trottoir zoals aangegeven op bijgevoegde principeschets. Uitgangspunt is dat er altijd minimaal 1.80 meter trottoirruimte overblijft.
5 van 17
o
Parkeren Bij woonstraten en/of secundaire ontsluitingswegen is het (stedenbouwkundig) van belang dat de weg waaraan wordt geparkeerd en waar de zoeklocatie zich bevindt, geen directe ontsluiting is van de wijk of buurt. Daarnaast mag het trafostation geen belemmering zijn voor het gebruik van een straat, parkeerplaats of overige gerelateerde functies gekoppeld aan een parkeerterrein of parkeerhof. > Geen parkeerruimte benutten in het zicht bij binnenkomst van de wijk en geen belemmering voor de verkeersfunctie. >> Indien parkeerplaatsen gebruikt worden, zal de adviseur parkeren adviseren of de parkeerplaatsen elders gecompenseerd kunnen worden, dan wel kunnen vervallen.
6 van 17
o
Rijbaan o Hoofontsluitingsweg (primaire weg) waaronder lanen > Plaatsing van een trafostation is ongewenst naast hoofdontsluitingswegen.
o
Secundaire weg Bij secundaire wegen geldt in ieder geval dat het trafostation geen belemmering mag zijn voor het gebruik van de weg of gekoppelde functies. Het trafostation wordt bij voorkeur geplaatst in restgebieden/resthoeken en/of ruimten die uit het zicht zijn en waar het trafostation het minst 7 van 17
opvalt. Dit betekent eveneens dat de locatie zich niet bevindt nabij een straathoek of aan het begin of einde van de weg (een uitzondering kan zijn dat deze kan worden gekoppeld met andere functies en het een ruime hoek betreft waar het trafostation kan worden ingepast. Denk hierbij aan een parkeerhof, maar dus niet in bochtstralen of langsparkeervakken omdat deze vaak te smal zijn en hinder wordt ondervonden door slecht zicht en veiligheid in het geding komt) > Bij secundaire wegen plaatsing niet nabij straathoeken (begin of einde van de weg) of langsparkeervakken en zoveel als mogelijk uit het zicht. In bermen niet direct aan de weg maar met tussenruimte van minimaal 3 meter.
▪
Parallelweg Een parallelweg kan een secundaire weg betreffen. Het verschil zit met name in de nabijheid van overige wegen. Wanneer een zoeklocatie zich naast een parallelweg bevindt, maar eveneens aan de andere zijde ook langs bijvoorbeeld een primaire ontsluitingsweg is de locatie niet kansrijk. Als een parallelweg aanwezig is voor bijvoorbeeld het ontsluiten van woningen langs een primaire weg en er een locatie aanwezig is aan de andere zijde ter hoogte van de woningen waar een goed inpasbare ruimte aanwezig is, dan bestaat de mogelijkheid om een trafostation in te passen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de aanwezige woningen. > Bij parallelwegen niet tussen de parallelweg en primaire weg in maar aan de andere zijde plaatsen (zie illustratie bij hoofdontsluitingsweg).
o
Historische structuren Schaapsdriften en brinken zijn historische structuren die belangrijk zijn in de oriëntatie en beleving van Hilversum. De brinken zijn vaak driehoekige pleintjes met bomen op de plekken waar schaapsdriften zich splitsen. De schaapsdriften zijn de lange lijnen in het stedelijk weefsel die uiteindelijk allemaal in het centrum uitkomen. Schaapsdriften zijn tegenwoordig vaak voorzien van laanbeplanting. Zowel brinken als schaapsdriften zijn opgenomen in de stedenbouwkundige ontwerpen van de wijken waar ze gelegen zijn. Beide structuren zijn met de groei van de stad getransformeerd van landschappelijke structuren van waaruit het landschap was te overzien tot karakteristieke overzichtelijke groene ruimtes binnen het stedelijk weefsel. Plaatsing van trafostations is niet per definitie onmogelijk maar moet zorgvuldig gebeuren zonder dat de 8 van 17
ruimtelijke kwaliteit van openheid en overzicht verloren gaat. > Bij historische structuren overleg met stedenbouwkundige en indien nodig overleg met adviseur cultuurhistorie o
Fietspad Plaatsing op fietspaden is niet mogelijk in verband met de verkeersveiligheid. Plaatsing naast fietspaden is optioneel wanneer kan worden voldaan aan de opmerkingen voor wat betreft de diverse types wegen en bijbehorende functies (hoofdontsluitingsweg, secundaire weg, parallelweg, historische dorpslinten, trottoirs, parkeerplaatsen) > Geen plaatsing op fietspaden. Naast fietspaden optioneel wanneer wordt voldaan aan de eisen voor het type weg.
o
Kruispunt of rotonde Het plaatsen van trafostations op of in de nabijheid van rotondes, kruispunten (en VRI’s) is ongewenst i.v.m. de zichtbaarheid op deze locaties. Enkel wanneer naast kruispunten of rotondes een ruimte aanwezig is die geen belemmering is voor het verkeer in welke vorm dan ook en voldoet aan de overige uitgangspunten in dit document kan in overleg de locatie worden gezien als potentieel zoekgebied. Dit betreft gebieden die minimaal 5 meter verwijderd zijn van kruisingen of rotondes. > Plaatsing bij kruispunt of rotonde minimaal 5 meter uit de kruising of bochtstraal en toegang bij voorkeur niet vanuit de hoofdontsluiting maar via de achterzijde/parallelweg of inrit.
o
Middenbermen en verkeersgeleiders > Toevoegen van trafostations in middenbermen en verkeersgeleiders moet in principe voorkomen worden in verband met de beperkte ruimte, verkeersveiligheid, zichtbaarheid en bereikbaarheid voor onderhoud en storingen.
o
Woonerf Een woonerf is vaak te herkennen aan een straat zonder trottoirs met veelal verspringende wegen, verkeersremmende maatregelen en bijvoorbeeld toevoegingen op straat zoals bloembakken. Een ander belangrijk uitgangspunt is dat woonerven vaak groen ingericht zijn. De snelheid op een 9 van 17
woonerf is laag omdat het uitgangspunt van het woonerf een veilige en open ruimte is waar kinderen (maar ook volwassenen) veilig kunnen wandelen en spelen. De straten zijn vaak smal en de zichtbaarheid is belangrijk. In de doorgaande wegen en aan het begin en einde van het woonerf is een trafostation dan ook ongewenst alsmede bij verblijfsfuncties in het woonerf. Bij een woonerf moet een trafostation zoveel mogelijk worden ingepast aan de randen van het woonerf. Dit is in principe altijd maatwerk. > Bij een woonerf het trafostation niet in doorgaande wegen en entrees (begin en einde straat) oplossen. In de randen van de buurt moet worden gezocht naar mogelijkheden. o
Oevers en langs water Dit betreft voornamelijk gebieden rondom vijvers, de haven en overige kleine watergangen zoals sloten. > Plaatsing niet bij het talud in de nabijheid van watergangen. Bij nieuwbouwontwikkelingen vooraf rekening houden met het trafostation en deze inpassen.
o
Steeg of hof > Een steeg is in de meeste gevallen te smal om een trafostation te kunnen plaatsen. Dit is alleen mogelijk wanneer de steeg alleen fungeert als toegang naar het trafostation maar het trafostation an sich geplaatst is in bebouwing aan de randen van de steeg. > Een hof (parkeerhof) biedt mogelijkheden om een trafostation in te passen. De exacte locatie is per hof verschillend en wordt ruimtelijk afgewogen.
o
Stationsgebied & Sportpark > De stationsgebieden zijn in ontwikkeling en plaatsing van een trafostation moet zoveel mogelijk inpandig worden opgelost. Mogelijkheden moeten worden gezocht in de randen van het gebied nabij parkeeroplossingen voor bijvoorbeeld fietsen. Dit is maatwerk.
o
Bedrijventerreinen Bij bedrijventerreinen is plaatsing van een trafostation veelal minder storend. Bedrijvigheid bestaat in de meeste gevallen uit grote gebouwen en kavels. De openbare ruimte is relatief sober ingericht. > Plaatsing van een trafostation moet zoveel mogelijk worden gedaan weg van de entree van het bedrijventerrein, uit het zicht van de doorgaande wegen (daar waar het zicht van de doorgaande weg op uitkomt) en uit wadi’s en andere soorten wateropvang. Groenzones op bedrijventerreinen moeten zoveel mogelijk worden gekoesterd, met name wanneer deze onderdeel uitmaken van de hoofdstructuur.
o
Kunstwerken (bruggen/viaducten) > Plaatsing van trafostation op bruggen en viaducten is niet mogelijk. Onder viaducten of in de nabijheid van opgangen, zoals trappen zijn mogelijkheden. Dit zal altijd in overleg met de betrokken specialisten overwogen moeten worden i.v.m veiligheid, constructie en gebruik.
10 van 17
5.
Groenzones, parken, bomen en speeltuinen Binnen het Programma Groen 2040 en het Uitvoeringsprogramma Groen 2023-2026 staan belangrijke uitgangspunten die in de overwegingen bij het plaatsen van trafostations meegenomen dienen te worden. • Groenzones en parken o Groenzones en parken zijn schaars in dichtbebouwde buurten. Plaatsing van een trafostation kan hier dan ook alleen wanneer andere locaties geen mogelijkheden bieden. o Bij groenzones in de minder dichtbebouwde omgeving bestaat vaak een mogelijkheid om het trafostation op een goede manier in te passen. Hierbij moet rekening worden gehouden met het openhouden van zichtlijnen in bochten en zoveel mogelijk inpassen buiten de doorgaande lijnen (d.w.z. niet bij functionele ruimten, naast verkeerspaden of in de nabijheid van straathoeken). o Groenzones in de bebouwde kom zijn vaak functioneel en wisselend van maat. Een smalle groenzone (smaller dan 5 meter) is in de basis ongeschikt voor het plaatsen van een trafostation. De groenzone is belangrijk als verbinding in de wijk en het groen is veelal schaars. Vaak zijn deze groenzones gelegen naast woonstraten. Een trafostation inpassen in een groenzone met deze maat is in de meeste gevallen niet mogelijk. Een groenzone breder dan de 5 meter biedt mogelijkheden op het moment dat een groenzone geen directe functie heeft. Dit wil zeggen dat er geen belemmeringen zijn.
Denk aan de noodzaak om bankjes of paden te verplaatsen, er mag geen wadi aanwezig zijn en worden verlegd of een ander soort water infiltratie worden aangepast. Denk ook aan ecologische en cultuurhistorische functies. > Een trafostation plaatsen op een groenstrook smaller dan 5 meter is ongewenst. De ruimte is hier te krap. Groenstroken breder dan 5 meter zonder directe functie en met locaties buiten zichtassen van woningen zijn optioneel.
o
Parken Een park is ruimer van opzet dan een groenzone. Op het moment dat een trafostation moet worden geplaatst in een park en andere mogelijkheden zijn niet mogelijk, dan is het wenselijk een trafostation te plaatsen op een minimale afstand van 25 meter van de entree van het park. Een nieuwe plaatsing centraal in het park is ongewenst. Alleen de randen van het park bieden in dit geval een mogelijkheid. Als een trafo in een park wordt ingepast dient een trafo in de beleving ondergeschikt te zijn aan het park. Het dient zorgvuldig ingepast te worden waardoor deze ondergeschikt is en weinig opvalt. > Een trafostation in een groenzone of park wordt altijd ingepast met beplanting en verharding wordt geminimaliseerd. Het trafostation wordt voorzien van een donkergroene kleur. In sommige gevallen kan het voorkomen dat een opdruk in de vorm van een plattegrond van het park, de omgeving of een andere functionele toevoeging gewenst is.
11 van 17
o
Groenzones met beschermde status In de groenzones met een beschermde status zijn groenverbindingen aangewezen met een bijzondere status. Veelal betreft dit hoofdontsluitingswegen/invalswegen en parken maar in enkele gevallen ook wijkgroen. De groenverbindingen kunnen cultuurhistorisch waardevol zijn, onderdeel uitmaken van een laan of park of waarde hebben als ecologische verbindingszone. Het plaatsen van een trafostation bij een invalsweg/hoofdontsluitingsweg in de eerste lijn en/of een gebied dat bestempeld is als cultuurhistorisch waardevol groen is onwenselijk voor de plaatsing van trafostations. Voor overige gebieden in de nabijheid van een gebied met bijzondere status geldt maatwerk. De betreffende gebieden zijn aangegeven op de kaarten uit het Programma Groen (met name de kaarten 4,6 en 11) en zijn tevens afzonderlijk digitaal te raadplegen.
Voor alle gebieden die zijn gelegen buiten de aangewezen groenzones met een beschermde status zoals aangegeven op boven genoemde kaarten (en gedetailleerder benoemd in het ‘Bomenplan’) geldt het volgende: ▪ Bomen zijn zeer belangrijk in de bestaande groen infrastructuur. Ze zorgen voor biodiversiteit, klimaatbestendigheid van Hilversum en dragen bij aan de vitaliteit van Hilversummers. ▪ Trafostations worden bij voorkeur niet geplaatst binnen de kroonprojectie van aanwezige bomen. ▪ Wanneer de noodzaak aanwezig is om het trafostation in de kroonprojectie van een boom te plaatsen wordt gevraagd om een BEA (Bomen Effect Analyse) ▪ De trafostations worden niet geplaatst in wadi’s of andere infiltratievoorzieningen. ▪ De trafostations worden zoveel mogelijk groen ingepast middels beplanting en voorzien van zo min mogelijk verharding binnen groenruimtes. Speeltuinen Openbare speeltuinen zijn vaak gekoppeld aan groenzones of parken en maken hier een onderdeel van uit. In enkele gevallen is een speeltuin op zichzelf staand. In de basis zijn speeltuinen net als parken of groenzones niet geschikt voor het plaatsen van trafostations. Het trafostation levert niet direct een bijdrage aan de beleving van de speeltuin. Aan het trafostation mag niets bevestigd/verankerd worden.
Dit beperkt de mogelijkheden voor trafostations in speeltuinen omdat het geen bijdrage kan leveren aan de speeltuin als zijnde een onderdeel van de speeltoestellen. Speeltuinen hebben vaak een beperkte ruimte en bestaan net als groenzones en parken uit groene gebieden met aangewezen functies en plekken waar een padenstructuur doorheen loopt. Bovendien moet ieder speeltoestel rondom vrij blijven tot 2 meter i.v.m. vallen. Speeltuinen zijn vaak groen ingepast en bevinden zich centraal in wijken en o
•
12 van 17
buurten. Mogelijkheden voor plaatsing van trafostations bevindt zich vaak buiten het speelterrein en voornamelijk buiten de afrastering of het aangewezen gebied voor spelen. Om deze reden is een toevoeging van trafostations hier in beginsel ongewenst. > Wanneer een trafostation een bijdrage kan leveren aan de speeltuin als zijnde een onderdeel van de speeltuin en ruimtelijk gezien goed kan worden ingepast zonder dat veiligheidsaspecten en toezicht op speeltoestellen belemmerd wordt, dan kan mogelijk een trafostation worden geplaatst. Dit zal dan een locatie zijn waar meer eisen worden gesteld aan het trafostation ten behoeve van de inpassing.
6. Riool en ondergrondse profilering > Riool Locaties waar een riool aanwezig is zijn uitgesloten (Klic-melding of eigen systeem Liander). In de nabijheid van een riool is optioneel mits rekening wordt gehouden met de richtlijn voor het profiel van vrije ontgraving voor vervanging van het riool in de toekomst. Talud van 1:1 (45 graden). Deze ruimte vrijhouden. Voor een gedetailleerde omschrijving met diverse grondsoorten en aan te houden afstanden zie bijlage 1. Tevens mogen trafostations niet de toegankelijkheid van putdekels of andere onderhouds- en/of bedieningsruimtes belemmeren. > Elektra, data/telecom en water Bij elke locatiebepaling wordt bekeken wat er in de ondergrond ligt aan kabels en leidingen. Er zal altijd gezocht worden naar een locatie waar geen kabels en leidingen liggen. Mocht dit niet lukken, kan verplaatsing van kabels en leidingen (water, data en elektra) bekeken worden.
13 van 17
7.
Cultuurhistorie In het geval van beschermde stadsgezichten of beschermde objecten dient contact opgenomen te worden met de stedebouwkundige betrokken bij de projectgroep energie infrastructuur. Binnen Hilversum zijn diverse gebieden aanwezig met een speciale status. Denk hierbij aan een Rijksbeschermd stadsgezicht, gemeentelijk beschermd stadsbeeld en beschermde objecten (Rijksmonumenten, Gemeentelijke monumenten of aandachtspanden) Nabij monumenten In het beschermd stadsgezicht (of een soortgelijke aanduiding) en nabij monumenten wordt terughoudend omgegaan met het plaatsen van trafostations. Door de hoogte van circa 2.00 meter wordt een gebouw geplaatst dat een zichtbelemmering oplevert bij monumenten. Het monument moet prominent aanwezig blijven. Een trafo in het beeld moet zoveel mogelijk ondergeschikt blijven en ingepast in de omgeving. Stedenbouwkundig gezien kan een gebouw zoals een trafostation alleen worden geplaatst naast een weg en niet op hoekpunten of in bochtstralen.
Wanneer aan de zijkant of achterzijde van een monument een mogelijkheid is om dit op het terrein op te lossen zonder hiervoor onderdelen van het monument te schaden (waarbij gedacht kan worden aan een belangrijke tuinzone met historische padenstructuur of hekwerken etc.) dan kan in overleg met de clusters Cultureel Erfgoed en Stedenbouw worden bekeken of er mogelijkheden zijn aan de zijkant of achterzijde van het monument. > Binnen deze gebieden of in de nabijheid van een beschermd object moet te allen tijde advies worden ingewonnen bij de betrokken stedenbouwkundige voor wat betreft Cultuurhistorie en Stedenbouw. > Stedenbouwkundig gezien kan een gebouw zoals een trafostation alleen worden geplaatst naast een weg en niet op hoekpunten of in bochtstralen. Daarnaast wordt terughoudend omgegaan met plaatsing van een trafostation in de nabijheid van monumenten.
✓ ✓
Voorgaande betreft de gebieden en gebouwen zoals aangegeven op de overzichtskaart monumenten. Voor de meest actuele monumentenlijst raadpleeg de gemeentelijke website of bekijk de digitale kaart op KaartViewer - Menu)
14 van 17
8.
Verkeer Wanneer een trafostation wordt geplaatst in de verkeersbestemming gelden in ieder geval onderstaande punten: > Indien een openbaar parkeervak vervalt ten behoeve van het plaatsen van een trafostation, moet rekening worden gehouden met het eventueel ontstaan van parkeeroverlast. Hierdoor dient van de nabije omgeving (<300m loopafstand) de parkeerdruk geraadpleegd te worden. Indien de parkeerdruk in de omgeving hoger is dan 90% (of minder dan twee parkeerplaatsen beschikbaar zijn) in de nacht, is de kans op parkeeroverlast aanwezig en is compensatie van het vervallen parkeervak gewenst. > Trafostations worden bij voorkeur geplaatst uit het zicht van doorgaande ontsluitingswegen (dus niet in langsparkeervakken)
9.
Archeologie Vermijd zoveel mogelijk om trafostations te plaatsen in terreinen met een zeer hoge archeologische waarde. Kies bij voorkeur, indien mogelijk, voor vrijgegeven locaties of locaties met een lage archeologische waarde.
15 van 17
Ontwerp en groeninpassing Om trafostations zo goed mogelijk ruimtelijk in te passen biedt Liander een aantal mogelijkheden. Per locatie zal de gemeente bekijken wat het beste past. De volgende basisontwerpkeuzes zijn te maken en geven goede mogelijkheden om trafostations ruimtelijk aan te laten sluiten in de omgeving: • Kleurafwerking kiezelgrijs (RAL-kleur 7032) • Kleurafwerking antraciet (RAL-kleur 7016) • Kleurafwerking dennengroen (RAL-kleur 6009) • Steenstrips in de kleur van in de directe omgeving gelegen bebouwing • Indien er voldoende ruimte voor is, kan groenafwerking gekozen worden (border met beplanting, geen hoge dichte heggen vanwege veiligheid). Deze vijf ontwerp basiskeuzes worden voorgelegd aan de direct omwonenden van een specifiek aantal aangewezen trafostation locaties. Locaties op minder zichtbare plekken of locaties gelegen in een groenperk, waar in de basis de afwerking dennengroen met beplanting van toepassing is, worden niet voorgelegd. De specifieke locaties waar bewoners een ontwerpkeuze voorgelegd krijgen, zijn veelal gelegen in directe zichtlijnen van bewoners dan wel dichtbij woningen. Per brief worden de bewoners per buurt geïnformeerd over de nieuwe trafostation locaties. De direct omwonenden van de trafostations worden uitgenodigd voor een inloopavond.
Waar relevant krijgen de direct omwonenden dan de gelegenheid om een voorkeur uit te spreken voor één van de vijf ontwerp basiskeuzes. Dit kan op de inloopavond zelf of digitaal tot kort erna. In enkele gevallen is een Dudoksteenstrip of kunst op het trafohuisje denkbaar, mocht daar vanuit de buurt initiatief en draagvlak voor zijn.
Voorkeur prioriteringskader afwegingen locatiebepaling Het afwegingskader omvat een set aan thema’s dat bekeken, besproken en afgewogen wordt om tot een zorgvuldige locatiekeuze van trafostations te komen. Het is geen kant en klare checklist, omdat de ene keer het ene thema en de andere keer het andere thema prevaleert. Om een handvat te hebben in de te maken afweging is een voorkeursprioritering beschreven. Echter blijven de technische eisen die Liander stelt sterk maatgevend. Uit alle afwegingen, zowel de technische als de afwegingen rondom ruimtelijke inpassing, volgt één locatie. Daarom zal participatie in de locatiekeuze niet mogelijk zijn. Aanvullend hierop geeft de visie Openbare Ruimte richting door de volgende prioritering aan te geven: 1. Respecteren bestaande kwaliteiten en kenmerken (onderwerpen afwegingskader) 2. Inpassen stedelijke opgaven (plaatsing trafostations) Dit zou betekenen dat als het volgens het afwegingskader niet mogelijk is een trafostation te plaatsen in het doelgebied, gezocht moet worden rondom het doelgebied. Als dat geen soelaas biedt, zal anders gekeken moeten worden. De visie op Openbare Ruimte geeft dan ruimte om pragmatisch te handelen in het kader van “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan”.
Dat betekent dat minder prioriteit gegeven kan worden aan één van de thema’s in het afwegingskader om alsnog in overleg een locatie definitief te bepalen. Daarmee komt de eerste prioriteit te liggen bij het plaatsen van een trafostation als stedelijke opgave. Kortom het blijft maatwerk. Om richting te geven bij het prioriteren van de thema’s, ondanks het maatwerk per locatie, volgt hieronder een voorkeurs prioriteringskader: Prioriteit A: de stedelijke opgave zelf, het plaatsen van trafostations binnen de kaders van ruimtelijke kwaliteit van de stad. Prioriteit B: Voor de duiding van ruimtelijke kwaliteit hanteren we het volgende afwegingskader: 1. 2.
Niet in de openbare ruimte Plaatsing inpandig in nieuwbouw ontwikkelingen of reeds aanwezige panden Locatie op particuliere of corporatiegrond 16 van 17
Indien 1 en 2 geen resultaat hebben, dan zal de plaatsing in de openbare ruimte zijn en bekijken we onderstaande thema’s: Stedenbouwkundig: a. Stedenbouw (zichtlijnen, ruimtelijk) b. Cultuurhistorie c. Archeologie d. Groenzones, parken en speeltuinen Locatiespecifiek: e. Bomen f. Riool en ondergrondse profilering > riool en water g. Zicht en nabijheid voor woningen (bewoners) en bedrijfspanden (ondernemers) h. Riool en ondergrondse profilering > elektra & data i. Verkeer
17 van 17