CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Beantwoording technische vragen van D66 over Voorjaarsnota 2025 (Toegevoegd 4 juni 2025)

GEMEENTERAAD 11 juni 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Voorjaarsnota 2025 (1763559)1.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen voor de gezamenlijke commissie Jaarrekening 2024 en Voorjaarsnota 2025 van woensdag 4 juni 2025 agendapunt 5. Vragen van Aan wethouder Over

: D66 : F.G.J. Voorink, J.E.M.G. Göbbels, N.G.T. van Voorden : Voorjaarsnota 2025

D66 heeft technische vragen gesteld over agendapunt 5 van de commissie van woensdag 4 juni 2025. De vragen en de antwoorden daarop vindt u hieronder. Vraag 1. Tijdens de BVS van 28 mei is toegelicht dat het (juridisch) handig is als er voor elk gebied een eigen bestemmingsreserve wordt gemaakt omdat er verschillen kunnen zijn in tarieven, conform eerder vastgestelde nota kostenverhaal. Is het (juridisch) technisch wel mogelijk om met één reserve te werken? Denk bijvoorbeeld aan meerdere subkopjes of zijn er andere mogelijkheden om te voorkomen dat we een hele kerstboom optuigen aan bestemmingsreserves? Vraag 2. Op pagina 35 staat dat er vertraging is in de uitvoering van het IHP. Wat is de reden van deze vertraging en kunt u die uitsplitsen naar oorzaken binnen en buiten de invloedssfeer van de gemeente? Heeft u een overzicht van beheersmaatregelen die zijn en worden genomen? Vraag 3. Bij elke jaarrekening zien we dat de werkelijke kosten voor externe inhuur hoger is dan begroot (circa 20 miljoen in jaarrekening 2024 versus 3.6 in begroting 2024).

Is het financieel technisch mogelijk om bij de begroting 2026 de werkelijke verwachte externe inhuur te ramen? Waarbij vooraf per programma een uitsplitsing wordt gemaakt van verwachte inzet uit inhuurbudget, salarisbudget en/of materieel budget? Is om dit bij de begroting te krijgen een aanvulling op de voorjaarsnota nodig? met vriendelijke groet, Jos van Nistelrooij

Antwoord -penvoerders: Vraag 1. Radwa Abdelbaky 0641174814 Jeroen van Wieringen 0610051047, vraag 2. Sabine Verbeek 0618869814, vraag 3. Sigrid de Muinck Keizer 0618721784 en Martin Eijsbouts 0618869814 Beantwoording vraag 1: Op basis van de wettelijk kader is een bestemmingsreserve per gebied juridisch het meest transparant en sluit aan bij de eis van herleidbaarheid. De bestemmingsreserve ‘Sociale woningbouw’ dient in ieder geval als afzonderlijke bestemmingsreserve te blijven bestaan. De overige twee gebiedsreserves kunnen in principe worden samengevoegd. De Omgevingswet schrijft echter voor dat financiële bijdragen uitsluitend mogen worden besteed aan ontwikkelingen waarvoor deze bijdragen zijn verhaald en voorziet erin dat periodiek publiek verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de verhaalde financiële bijdragen. Om die reden is het, mede vanuit het oogpunt van financiële beheersing, wenselijk om te blijven werken met afzonderlijke bestemmingsreserves per gebied. Ook indien de raad besluit tot samenvoeging van twee reserves, dient in de financiële administratie onderscheid te worden gemaakt tussen de betreffende gebieden. Achtergrond besluitvorming Het college heeft de raad op 15 mei 2024 in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen over het concept ‘programma kostenverhaal’ uit te spreken (conform artikel 169, lid 4 Gemeentewet).

Parallel aan deze zogenaamde voorhangprocedure legt het college dit concept ter inzage voor inspraak. In de betreffende stukken is aangegeven dat het college voorstelt om bij de Voorjaarsnota drie bestemmingsreserves in te stellen. De raad heeft geen wensen en bedenkingen geuit. Het programma Kostenverhaal is vervolgens op 8 oktober 2024 vastgesteld door het college. De raad is hierover geïnformeerd via RIB 2024-69. Het college stelt voor, op basis van dit proces dat de inkomsten uit kostenverhaal – zoals opgenomen in de investeringslijsten – worden ingezet voor de investeringen die daar ook in genoemd staan. Dat is in lijn met artikel 13.16, 13.17 en 13.23 van de Omgevingswet. Daarom is in het voorstel opgenomen dat de bijdragen in drie aparte, nog op te richten reserves worden gestort. • Bestemmingsreserve Gebiedseigen kosten 1221-gebied; • Bestemmingsreserve Gebied overstijgende kosten geheel Hilversum; • Bestemmingsreserve Vereveningsfonds sociale huurwoningen. De inzet is dat particuliere plannen voldoende sociale huurwoningen realiseren en dus de gemeente geen afkoopbedragen ontvangt. De Wettelijke kader Volgens de Omgevingswet dient kostenverhaal ter dekking van gebiedsontwikkelingskosten, zoals infrastructuur, groen en milieumaatregelen (artikel 13.11 en artikel 13.23).

Deze middelen moeten binnen het ruimtelijk domein blijven en mogen niet worden gebruikt voor algemene gemeentelijke uitgaven (artikel 13.11 Omgevingswet). Gemeenten kunnen daarnaast afspraken maken over de financiële bijdrage van initiatiefnemers aan zogenaamde "bovenplanse voorzieningen". Dit zijn voorzieningen die niet strikt noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling zelf, maar die wel bijdragen aan de

ruimtelijke kwaliteit of de leefbaarheid van een gebied, zoals extra groen, infrastructuur of (culturele) voorzieningen. Op basis van de genoemde wettelijk kader is een bestemmingsreserve per gebied juridisch het meest transparant en sluit aan bij de eis van herleidbaarheid. Echter, het is juridischtechnisch mogelijk om met twee centrale reserves te werken. De bestemmingsreserve ‘Vereveningsfonds sociale huurwoningen’ zal daarbij afzonderlijk moeten worden geadministreerd. De samenvoeging van gebiedskosten is toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Er een administratieve onderverdeling is, wat betekent dat we in de boekhouding afzonderlijke rekeningen inrichten met dezelfde naam, maar elk met een uniek kenmerk. • De bijdragen en uitgaven per gebied duidelijk traceerbaar zijn. Daarom moeten we in de administratie verschillende rekeningen hanteren. • De gemeente dit expliciet motiveert in haar financiële verantwoording en beleidsstukken zoals de planning en control cyclus. Het inrichten van drie afzonderlijke reserves is daarom de meest transparante werkwijze. Beantwoording vraag 2: Over de voortgang van projecten uit het IHP bent u reeds geïnformeerd in de voortgangsrapportage 2024. Ook is toegezegd u in de zomer 2025 voorafgaand aan de begrotingsbehandeling een collegebrief te sturen over de voortgang van het IHP/OHP 2025.

Vooruitlopend op de voortgangsrapportage kunnen we het volgende delen: Vertraging in de voortgang van de projecten (buiten invloedssfeer van de gemeente) Het ontwikkelen van nieuwbouw en het renoveren van schoolgebouwen is geen sinecure. Afgelopen jaren hebben we te maken gehad met een bouwcrisis: enorme stijging van de bouwkosten en te korten aan personeel in de bouw. Hierdoor was er vaak weinig keus in aannemers. Op aanbestedingen kwamen soms maar 2 inschrijvers en in 1 geval zelfs 1. (Bloemrijk). De projectleiders van onderwijshuisvesting hadden hierdoor te maken met uitloop in bouwplanningen, extra kosten en de gevolgen voor tijdelijke huisvesting. Het aantal monumenten die momenteel een renovatieverzoek doen volgens afspraak in het IHP, levert ook veel uitdagingen op. Met behoud van de monumentale status een school volgens de nieuwe bouweisen en gezondheidseisen opleveren, kost vaak meer geld dan het regelen van goede ventilatie op een nieuwbouwschool bijvoorbeeld. Weliswaar zijn hiervoor extra regelingen, zoals de DUMAVA subsidie, maar daardoor zijn vergunningentrajecten niet standaard. Binnenstedelijk bouwen is een grote uitdaging, niet in de laatste plaats omdat het grote druk legt op de woonomgeving. Bouwplannen leiden daardoor eerder op verzet, dan wanneer je in een weiland bouwt.

Ook vormt de ondergrond in stedelijke gebieden een uitdaging: vaak blijkt pas bij uitvoering dat er vervuilde grond aanwezig is die moet worden afgevoerd. Ook het plaatsen van fundering is een uitdaging: in een woonwijk kun je geen heipalen slaan, maar dient de fundering geschroefd te worden. De eisen voor

welstand met name bij monumentale panden zijn ook vaak een reden waardoor projecten vertragen. Vertraging in de beleidsvorming (gedeeltelijk binnen invloedssfeer gemeente) Vanuit de gebiedsontwikkeling Sportpark/Arenapark, is de wens geuit om te onderzoeken of onderwijs op het Sportpark mogelijk is. Deze gebiedsontwikkeling raakt aan plannen voor een stationsverplaatsing en onderdoorgang, en heeft te maken met verschillende private eigenaren en veel partijen in het gebied. Vanuit onderwijshuisvesting is meegedacht over de verschillende scenario’s voor een school of meerdere scholen op het Sportpark. Voor veel van onze scholen is de realisatie van het Sportpark nog te ver weg. Huisvestingsopgaven kunnen hier vaak niet op wachten. De realiteit van snel kunnen inspelen op huisvestingsopgaven en het plannen voor de langere termijn, liggen ver uit elkaar. Beheersmaatregel: Deze zomer vindt een kavelstudie plaats naar de verschillende kavels binnen de gemeente die mogelijk geschikt zijn voor nieuwbouw voor onderwijshuisvesting. Dit onderzoek moet uitkomst bieden voor nieuwbouwvraagstukken en op de vragen vanuit de gebiedsontwikkeling Sportpark. Beantwoording vraag 3: In de financiële verordening (vastgesteld door de raad op 18 december 2024) zijn afspraken gemaakt over hoe de begroting wordt opgesteld.

De raad stelt de begroting vast en keurt daarmee de baten en lasten per programma goed (artikel 5 lid 1). In de paragraaf bedrijfsvoering worden de totale loonkosten (inclusief de kosten voor ingehuurd personeel) toegelicht (artikel 22 lid 2a). De gevraagde informatie is daarom geen onderdeel van de begroting. In de begroting wordt het budget voor uitvoeringscapaciteit geraamd. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen formatie en/of inhuur. Deze inschatting is vooraf niet te maken omdat de inzet van inhuur afhankelijk is van diverse factoren, zoals benodigde specialisme, ziekte, ontwikkelingen arbeidsmarkt, duur van de beoogde werkzaamheden etc. Daarnaast zal 2026 op dit vlak een bijzonder jaar zijn als gevolg van de ambtelijke fusie per 1 januari 2026 met de gemeente Wijdemeren en gemeente Hilversum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=bfc283e3-b461-438c-acc4-37b91ce534e3