CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte (2 discussienotitie)

commissie Ruimte 30 september 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: ORIËNTEREN: Transitievisie Warmte2.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transitievisie Warmte Hilvarenbeek: Discussienotitie 1. Inleiding Alle gemeenten moeten volgens het Klimaatakkoord eind 2021 een Transitievisie Warmte (hierna TVW) vaststellen. De TvW geeft een beeld van de potentiële warmtebronnen in een buurt en het beschrijft het tijdspad waarin buurten aardgasvrij kunnen worden. Een gemeente is verplicht aan te geven waar de eerste stappen naar aardgasvrij worden gezet en welke wijk of buurten vóór 2030 van het aardgas af gaan. Voor deze buurten wordt later een gedetailleerdere opgesteld, een Wijk Uitvoeringsplan (WUP). Het proces voor de TvW bestaat uit meerdere fases; 1. Verkenning en Uitgangspunten 2. Analyse 3. Het gesprek aangaan 4. Visievorming 5. Uitvoeringsvoorbereiding Bij alle fases zijn Stakeholders betrokken. Voor een deel zijn dat Stakeholders voor alle drie de GHO gemeenten samen, zoals Enexis, Leystromen, ZLTO en het Waterschap. Voor een deel zijn het lokale Stakeholders zoals onze energie coöperatie en Ondernemend Hilvarenbeek. In dit voorbereidende stadium van het proces zijn inwoners vertegenwoordigd door de Dorpscoöperaties. De eerste drie fases zijn afgerond. De Analyse van mogelijkheden voor aardgasvrije buurten is gemaakt op basis van data en meerdere criteria die vooraf met stakeholders zijn bepaald. Dit afwegingskader is onderverdeeld naar vier categorieën: Technisch, milieu, Economisch en Sociaal.

Per warmtealternatief wordt dan gekeken naar de (milieu)technische en economische mogelijkheden, maar ook naar de sociale aspecten van alle alternatieven. Voor het sociale deel zijn parallel hieraan gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van dorpscoöperaties en dorpsondersteuners. Enerzijds om te bepalen wanneer en hoe we inwoners het beste kunnen betrekken bij de Transitievisie Warmte. Anderzijds om te achterhalen hoe we draagvlak hiervoor kunnen creëren. Dit is namelijk onderdeel van de analyse. Vaststelling van de Transitievisie Warmte voor de gemeente Hilvarenbeek staat gepland voor de raadsvergadering van 9 december 2021. Vooruitlopend op de besluitvorming willen we de gemeenteraad meenemen in het proces voor de TvW en input ophalen voor verdere uitwerking. Dit is onderdeel van de visievorming. Deze discussienotitie is bedoeld ter ondersteuning van de oriënterende vergadering in de commissie Ruimte op 17 juni 2021. Doel van de discussie Eerst informeren we u kort over de vorderingen in het proces tot nu toe. Daarna voeren we een inhoudelijke discussie over de keuzes die te maken zijn. Op deze manier kunnen we ons een beeld vormen van de aandachtspunten en meningen die er bij de raad leven op dit onderwerp en dit meenemen bij de uitwerking van de TvW. We maken tijdens de vergadering ook gebruik van de Mentimeter.

Met enkele vragen brengen we de discussie op gang over welke richting we in de warmtevisie op gaan. De vragen gaan over; 1. Het ambitieniveau, 2. Met welke wijken we moeten starten, 3. Met welke warmte bronnen/technieken.

1

Per vraag geven we in rood de tegenargumenten weer. Afweging en positiebepaling binnen de stellingen is in een aantal gevallen een politieke keuze, in sommige gevallen is meer onderzoek nodig. Vervolgonderzoeken zijn ook een keuze, deze kunnen een plaats krijgen in het vervolgtraject. In deze notitie zijn hieronder de vragen opgenomen voor de discussie. Welke technieken en warmtebronnen het uiteindelijk gaan worden is nog niet duidelijk. Maar we kunnen al wel aangeven welke mogelijke technieken er zijn. Grofweg zijn er drie mogelijkheden: • All-electric: individuele (per woning), elektrische alternatieven. Dit zijn onder andere de elektrische warmtepomp (met de bodem of de buitenlucht als bron), elektrische cvketel, infraroodpanelen en de hybride warmtepomp. Deze laatste wordt vaak gezien als tussenoplossing op weg naar een volledig aardgasvrije gemeente en wordt nu vooral bij nieuw- of verbouw toegepast; • Collectieve warmtenetten: via een nieuw ondergronds buizennetwerk komt warm water de gebouwen in. De warmte komt van duurzame bronnen zoals restwarmte, zonthermie, aquathermie (TEO), asfaltthermie, biomassa (alleen als transitiebron) en/of bodemwarmte (waaronder geothermie); • Hernieuwbaar gas: door het bestaand gasnetwerk stroom een hernieuwbaar gas zoals o.a. groen gas of waterstof. Hernieuwbaar gas is voorlopig nog erg schaars.

2. Discussiepunten 1. Wat is de ambitie Focussen we op besparen of willen we, hoe dan ook, een wijk voor 2030 van het aardgas? De technieken om op een duurzame manier de woningen en bedrijven in Hilvarenbeek van warmte te voorzien, liggen vooralsnog niet voor het oprapen. Over pakweg 10 jaar zijn de technieken om op een duurzame manier huizen te verwarmen (én te koelen!) ongetwijfeld verder uitontwikkeld én betaalbaarder. In de REKS wordt uitgegaan van 20% energiebesparing voor 2030. Door de eerstkomende jaren vooral in te zetten op energiebesparing starten we enerzijds ambitieus met de route naar aardgasvrij en kopen we anderzijds tijd. De komende jaren luidt de strategie: volle kracht vooruit met maatregelen waar we geen spijt van zullen krijgen (‘no regretters’): isoleren, elektrisch koken en daken volleggen met zonnepanelen. Aan de andere kant kan eerst een buurt aardgasvrij maken juist een aanjager zijn voor de overige buurten. Nu niet van start gaan met aardgasvrije oplossingen vertraagt de warmtetransitie in onze gemeente. De ervaringen die we opdoen in de startwijken zijn goud waard in de overige wijken. Ook is het niet in alle gevallen mogelijk en wenselijk om alle huizen maximaal te isoleren. Denk bijvoorbeeld aan het hoge kostenplaatje bij de vervanging van het glas van oude, jaren ’30 woningen.

In andere gevallen kan het zo zijn dat het esthetisch niet wenselijk is (monumenten/beeldbepalende woningen) om gevels aan te pakken. Het is mogelijk dat er nieuwe, technologische oplossingen komen, waarbij het niet nodig is dat oude woningen ook goed geïsoleerd zijn.

2

2. Welke wijken hebben de voorkeur Starten we de warmtetransitie1 in de minder draagkrachtige wijken? Uitgangspunt is betaalbaarheid! Door inwoners in de minder kapitaalkrachtige wijken te ontzorgen pakken we tegelijkertijd de energie-armoede aan. Vaak zijn het wijken waar woningcorporaties veel bezit hebben. De samenwerking biedt kansen voor een efficiënte aanpak. Daarnaast zorgen we zo voor een koppeling van de warmtetransitie aan het welzijn van mensen in buurten. Van de gemeente vergt dit wel een grote investering in proces, organisatie en (financiële)ondersteuning. Onderzoek geeft aan dat de meeste fiscale en financiële maatregelen rond de energietransitie gebruikt worden door hogere inkomens. Door juist nu te focussen op de minder kapitaalkrachtige wijken doorbreek je dit. Aan de andere kant valt er ook iets voor te zeggen om juist in de buurten te starten waar de financiële draagkracht groter is. Vaak noemen we dat “laaghangend fruit”. Dit maakt ook dat de markt (isolatie- en installatiesector) zich kan ontwikkelen en kan komen tot beter betaalbare oplossingen voor lagere inkomens. De koplopers hebben een voorbeeldrol. Als we in de eerste wijken succesvol de aardgaskraan hebben dichtgedraaid, zal het voor andere wijken straks ook eenvoudiger zijn.

Moeten we de warmtetransitie juist starten in de jongste wijken? De makkelijkste stap naar aardgasvrij is waar de (relatief nieuwe) woningen het best geïsoleerd zijn en waar de warmteafgifte systemen (radiatoren, vloerverwarming) al kunnen werken met de aanvoer van lagere temperaturen. Tegen de laagste kosten is daarmee het snelst een wijk van het aardgas af te krijgen. In die wijken zal de bereidheid tot overstappen ook groter zijn omdat de maatregelen minder ingrijpend zijn. Met zo’n eerste aardgasvrije wijk als goede voorbeeld is de toon gezet en zal het in andere – minder goed geïsoleerde wijken – misschien ook lukken. Ook geven we de technologie de kans zich verder door te ontwikkelen. In Hilvarenbeek denken we dan aan nieuwbouwwijken in de kernen, die na 2000 zijn gebouwd. Aan de andere kant valt de meeste CO2-winst te boeken bij de oude, minst geïsoleerde wijken. En dat is waar we het uiteindelijk allemaal voor doen. Bovendien leren de overheid én de markt pas later hoe het zal gaan in de bouwkundig lastigere wijken. Is draagvlak essentieel voor de voor de keuze waar we starten? Ja, draagvlak is essentieel. De warmtetransitie leeft nog beperkt bij veel inwoners. De warmtetransitie gaat over woningen, het eigendom van bewoners. Daarnaast gaat het ook over bedrijven en hun gebouwen.

Daarom focussen we ons vooral op bestaande initiatieven, projecten en gebieden waar al enige vorm van draagvlak is, de koplopers. Denk bijvoorbeeld aan de SMILE-wijken of buurten met burgerinitiatieven. Aan de andere kant, ook al willen de inwoners nog zo graag, de techniek moet het mogelijk maken. Het is dus belangrijk om éérst te kijken waar technisch de beste kansen liggen. Als daar toevallig een goed initiatief gaande is, ontstaat er een koppelkans die mogelijk tot synergie leidt. In de basis is de techniek leidend, als het technisch niet haalbaar is om aardgasvrij te worden, hoef je er niet aan te beginnen. We moeten beseffen dat 100% draagvlak een mission impossible is. Draagvlak komt vanzelf als we de kansen in beeld brengen.

3

3. Voor welke technieken kiezen we Richten we ons op groengas, zoals in de REKS is gesteld? Is het realistisch om hoge verwachtingen te hebben van groengas als de bron van het gas, helemaal niet zo duurzaam is? Groengas afkomstig van rioolwater zuiver installaties (zoals de RWZI in Biest-Houtakker), GFT of bermmaaisel is namelijk duurzamer dan van mest uit de intensieve veehouderij. En hoeveel gas kan er überhaupt geproduceerd worden vanuit de regio? Groengas uit waterstof is de komende 10 jaar voor woningen nog niet beschikbaar. Het ligt voor de hand dat andere sectoren zoals de industrie of de vervoerssector hiervoor eerst aan bod komen. Daarvoor zijn de duurzame alternatieven immers nog schaarser. Aan de andere kant lijkt het toepassen van groengas zeer aantrekkelijk. Woningen hoeven niet of nauwelijks aangepast te worden, omdat het gas gewoon door dezelfde gasleidingen blijft stromen. Dit komt de betaalbaarheid voor de eindgebruikers/bewoners ten goede. Vanuit de REKS wordt verder onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor groen gas. In Esbeek maakt het bedrijf Clean Minerals met een mestvergister elektriciteit. Onderzoek is nodig om te zien of er potentie is voor groengas. Wachten we op Waterstof? Er zijn hoge verwachtingen op het gebied van waterstof. Anno 2021 wordt waterstof vooral gemaakt uit aardgas waarbij CO2 vrijkomt.

In de toekomst zal waterstof meer en meer CO2-arm of -neutraal worden geproduceerd door het afvangen van CO2 en productie met elektrolyse met hernieuwbare elektriciteit. Wat het mooie is aan deze toepassing: met beperkte aanpassingen in het gasnet en relatief weinig aanpassingen in de woningen, kun je deze blijven verwarmen. Je kunt in één keer een buurt aardgasvrij maken. De verwachting is echter dat warmte uit waterstof voor woningen nog enige tijd kan duren. Intussen kunnen we inzetten op isoleren en energie besparen. Aan de andere kant: Het is realistischer en economisch voordeliger om waterstof te reserveren voor de zware industrie. Dit omdat de warmtes bij de vervaardiging van waterstof oplopen tot 500 graden Celsius. Is het beter dit dan ook te gebruiken op plekken waar behoefte is aan die temperaturen. Het inzetten voor de woningbouw waar relatief lage temperaturen nodig zijn is verspilling van energie. Daarbij kost het veel elektriciteit om waterstof te maken en voorlopig hebben we hernieuwbare elektriciteit nog hard nodig om de elektriciteitsvoorziening te verduurzamen. Alles wijst erop dat de techniek tot 2030 in de gebouwde omgeving alleen nog in pilots wordt toegepast om ervaring op te doen. Stimuleren we individuele oplossingen? Individuele oplossing zijn op dit moment het meest beschikbaar en worden het vaakst toegepast.

Ook hebben ze als voordeel dat iedereen naar eigen vermogen en op zijn eigen geschikte moment kan overstappen (verbouwing of aankoop van woning). De woningeigenaar is niet afhankelijk van anderen of collectieve processen. Vooral in het buitengebied met veel vrijstaande woningen is dat een goed alternatief. Aan de andere kant zijn individuele oplossingen duurder en op de lange termijn minder duurzaam. Daarbij zien we in de provinciale verordening beperkingen om bodemboringen toe te passen. Lucht-warmtepompen kunnen bovendien in woonbuurten geluidshinder veroorzaken.

4

Moeten we ons ook richten op koelte in de warmtevisie? Het klimaat verandert. En dat merken we onder andere aan het toenemend aantal hittegolven. Afgelopen zomers passeerde het kwik met enige regelmaat de 35 gradengrens. En waar we onze huizen steeds beter beschermen tegen de winterse kou, daar komt de warmte in de zomer nog steeds makkelijk de woningen binnen. Zomercomfort is dus ook belangrijk. Dat kan bepalend zijn bij de keuze voor duurzame verwarmingstechnieken die de mogelijkheid bieden om te koelen. Zoals warmtenetten in combinatie met WKO (warmtekoude-opslag) en de warmtepompen. Aan de andere kant vraagt koelen veel energie en zal het inzetten op isolatie ook een verkoelend effect hebben. Door hierop in te zetten, neemt de vraag naar koelinstallaties binnen woningen af. Dat duurzame verwarmingstechnieken ook een koelfunctie hebben, is mooi meegenomen. Maar op dit moment is dat geen doel op zich.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10575109/1