Ontwerpbegroting 2027 OMWB (5 Bijlage 3 Advies P&C-panel april 2026)
Tekst van het document
Het P&C-panel van de OMWB geeft een onafhankelijk advies over P&C-gerelateerde voorstellen die door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. Het panel deelt deze voorstellen met vertegenwoordigers van de OMWB (zoals directeur bedrijfsvoering) voordat een advies wordt verspreid. De adviezen van het P&C-panel worden uitgebracht aan het Ambtelijk Overleg (de VTH-managers van de deelnemers) en aan de P&C-adviseurs van de deelnemers. De adviezen van het P&C-panel maken, via het Ambtelijk Overleg (als ambtelijk voorportaal voor het Algemeen Bestuur), onderdeel uit van de “brede” ambtelijke advisering aan het Algemeen Bestuur. Het staat deelnemers vrij om de uitgebrachte adviezen al dan niet op te volgen. De adviezen worden tevens verstrekt aan de genoemde ambtelijke functionarissen van de OMWB. Het P&C-panel bestaat uit financieel adviseurs van de gemeenten Tilburg, Heusden, Breda en de provincie Noord-Brabant. Vergaderdatum Algemeen Bestuur:
23 april & 9 september 2026
Datum uitgebracht advies:
14 april 2026
Het P&C-panel heeft zich gebogen over: 1. Ontwerpbegroting 2027 2. Jaarrekening 2025. Inclusief controlerapportages. 3. Dienstverleningshandvest Reflecties zijn aangegeven met een bolletje, adviezen met een pijltje. 1. Ontwerpbegroting 2027 Na de kaderbrief 2027 – waarin de uitgangspunten voor de ontwerpbegroting 2027 werden geschetst – ligt nu de ontwerpbegroting 2027 voor. Na de zienswijzeprocedure komt de begroting terug in het DB waarna het AB tenslotte de begroting vaststelt. Hier hoort ook een reactienota bij, waarbij de omgevingsdienst reageert op de binnengekomen zienswijzen op de ontwerpbegroting. De kaderbrief ging uit van een gemiddeld uurtarief van € 120,20 (+ 0,3% ten opzichte van het vastgestelde begrotingsuurtarief 2025), gebaseerd op gemiddeld 1.295 declarabele uren en een ziekteverzuimpercentage van 5%. Deze uitgangspunten en kengetallen zijn in de ontwerpbegroting 2027 in tact gebleven. Het uurtarief stijgt dus nauwelijks. De OMWB heeft eind 2025 een financiële analyse uitgevoerd. Die financiële analyse onderzocht de normatieve en daadwerkelijke kosten. De normatieve kosten zouden bij herrekening (op basis van meer actuele indexaties) uitkomen op € 120,25 in 2026. De werkelijke kosten bleken echter lager dan begroot; dit zit m.n. in de personele kosten, waarbij de indexatie hoger was dan de feitelijke kostenontwikkeling.
Hierdoor heeft het Algemeen Bestuur in december besloten het uurtarief bij te stellen naar een meer realistische € 115 in 2026. Dat komt in de kadernota tot uitdrukking in een ‘korting’ van € 5,25 op het uurtarief. Deze € 115 wordt geïndexeerd met loonstijging van 5,1% en 2,2% voor de prijsstijgingen (beide gebaseerd op de Macro Economische Verkenningen). Het werkaanbod is geraamd op 377.000 uren. Dat is lager dan begroot in 2026 (389.000) maar wel in lijn met wat de feitelijk gerealiseerde uren waren in 2025.
1
De gekwantificeerde risico’s komen uit op € 2.215.000. De voornaamste risico’s zitten in personele risico’s (arbeidsmarktproblematiek, bovenmatig verzuim, Wet DBA), cybercriminaliteit, de Omgevingswet en geopolitieke spanningen. Hiermee is de weerstandsratio vóór resultaatbestemming 1,4 (norm: minimaal 1,0). Dit betekent dat de financiële buffer voor incidentele tegenvallers ruim voldoende is. Reflecties & adviezen P&C-panel o
Wij constateren dat er een evenwichtige en robuuste begroting voorligt, waarin geen extra’s zijn opgenomen die in het uurtarief doorwerken. De stijging van de kosten is zeer beperkt en in lijn met wat in de kadernota 2027 was aangekondigd. Daarbij is de financiële positie van de OMWB ruim voldoende.
o
Tegelijkertijd is onze inschatting dat er waarschijnlijk nog ‘lucht’ in de begroting zit. Dit vloeit voort uit een hogere indexering gebaseerd op cijfers van het CPB ten opzichte van de CAO-stijging. Daarnaast denken wij dat de opleidingsnorm van 3% hoog is en naar onze verwachting niet realistisch. Op basis van nieuwe indexcijfers van het CPB in september zal de OMWB de begrote kosten voor personeel en materieel herrekenen en dat zal in de 1e begrotingswijziging 2027 worden meegenomen.
o
o
Punt van aandacht is de omvang van de deelnemersbijdragen voor individuele dienstverlening. Voor deelnemers zijn wijzigingen hierin die tot uitdrukking komen in de ontwerpbegroting is dit mogelijk niet altijd herkenbaar en verklaarbaar. Het is aan de OMWB en individuele deelnemers om hier in de opdrachtgeversrol desgewenst samen naar te kijken. o Het advies is om zoveel mogelijk aan te sluiten op de genoemde begrotingsbijdragen in de ontwerpbegroting. Het kán wel dat een deelnemer zelf een inschatting (of correctie) maakt van de verwachte bijdrage die de deelnemer zélf in de éigen begroting kan opnemen; dit vraagt echter voorzichtigheid en zorgvuldigheid. ➔ Wij vragen de OMWB kritisch te zijn c.q. te blijven m.b.t. de kostenramingen zoals deze zijn opgenomen in de ontwerpbegroting. ➔ Met inachtname van het bovenstaande, adviseren we positief op de voorliggende ontwerpbegroting 2027.
2
2. Jaarrekening 2025 De OMWB sluit 2025 als financieel gezonde organisatie, waarbij de accountant een goedkeurende verklaring over de jaarrekening verstrekt. De OMWB verwijst naar complexe externe omstandigheden zoals Omgevingswet, stikstof, Zeer Zorgwekkende Stoffen, intensivering toezicht en hoge werkdruk). Desondanks heeft de OMWB haar taken naar behoren uitgevoerd en er is sprake van financiële rust. Er is een positief financieel resultaat gerealiseerd van € 4.519.000. Met de 3e begrotingswijziging werd € 3.804.000 verwacht. Samengevat in onderstaande tabel:
Samengevat komt het erop neer dat ongeveer € 2 miljoen extra omzet komt door te hoge tarieven en € 0,6 miljoen aan overige inkomsten (subsidie, detachering, doorbelaste kosten). Aan de kostenkant was een voordeel van € 1,1 miljoen op personele kosten (o.a. lagere kostenstijging dan geïndexeerd), maar óók € 1 miljoen voordeel aan materiele kosten. Circa de helft daarvan komt door ICT en projecten. Er werd minder ingehuurd, er was minder van het innovatiebudget nodig en enkele projecten waren vertraagd (GIS/GEO en project Omgevingsdossiers). Daarnaast is een lagere onttrekking uit de reserve 'meetstations' nodig geweest. Het risicoprofiel bedraagt € 2.215.000. Hiermee is de weerstandsratio vóór resultaatbestemming 1,4 (norm: minimaal 1,0). Dit betekent dat de financiële buffer voor incidentele tegenvallers ruim voldoende is. Het aantal declarabele uren lag op 375.213 (in primitieve begroting: 381.000). De gemiddelde declarabiliteit was 1.314 uren (norm: 1.295). Het ziekteverzuim bedroeg 5,5% (norm: 5%). 3
Het voorstel is om het resultaat als volgt te bestemmen: 1. € 400.000 naar de algemene reserve; 2. € 181.000 overhevelingen naar 2026 voor het project omgevingsdossiers 3. € 3.938.000 (restant) uit te keren aan de deelnemers. De argumentatie: 1. Hiermee bedraagt de omvang van de algemene reserve op het maximaal afgesproken niveau van 8% van de totale lasten (excl. reservemutaties) in de jaarrekening en komt daarmee uit op € 3.494.000. 2. Dit is het benodigde restant van het bestemde projectbudget van € 200.000. De accountant concludeert dat de OMWB een betrouwbare, rechtmatige en kwalitatief goede jaarrekening heeft opgeleverd. Geconstateerd wordt dat de interne organisatie duidelijke stappen heeft gemaakt in de professionalisering. De accountant ziet geen risico's die om aanvullende financiële maatregelen vragen. Wel vraagt hij aandacht voor cybersecurity, Verbijzonderde Interne Controle, digitale processen en risicomanagement. Daar gaat de accountant volgend jaar een scherper naar kijken. Er is een rapport Interne Controle toegevoegd die de OMWB heeft opgesteld. De accountant kijkt hier ook naar. Hieruit blijkt dat de interne beheersing binnen de OMWB in 2025 op orde is: er zijn geen materiële fouten geconstateerd en de processen functioneren overwegend goed. De accountant bevestigt deze stabiele kwaliteitsontwikkeling.
Er zijn wel enkele verbeterpunten, zoals het aanscherpen van prestatielevering en inkoopprocessen, uniformere interne controles en versterking van IT-beveiliging. Deze punten hebben geen impact op de jaarrekening of rechtmatigheid. In een navolgende update zitten enkele maatregelen om de Verbijzonderde Interne Controle te versterken. Daarnaast is er rapportage Frauderisico, uitgevoerd door een extern bureau in opdracht van de OMWB. In 2025 zijn geen fraudegevallen of signalen van fraude vastgesteld. Het belangrijkste risico is samenspannen (het doorbreken van functiescheiding). Reflecties & adviezen P&C-panel Het resultaat is bijzonder positief, ook vergeleken met de gewijzigde begroting 2025. Enerzijds is dit prettig – het grootste deel wordt ook uitbetaald aan deelnemers. Anderzijds is er mogelijk ongemak; enerzijds gaat er geld terug en anderzijds moet er ook (beperkt) geld bij voor 2027. Dit vraag een goede uitleg naar gemeenteraden en staten (zie ook punt 1. Ontwerpbegroting 2027) en een blijvend kostenbewustzijn van de OMWB. o Wij concluderen: de risico's zijn beheersbaar, geen materiële impact, maar verdere professionalisering van interne controle en cybersecurity is nodig. o Wij zijn positief over de voorliggende stukken. ➔ Wij adviseren positief op het voorstel over de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025. o
4
3.
Dienstverleningshandvest
De OMWB heeft sinds de start in 2013 met alle deelnemers afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) gesloten. Deze afspraken zijn toe aan herziening, zowel inhoudelijk als qua juridische vorm. Andere omgevingsdiensten gebruiken uiteenlopende vormen, zoals algemene voorwaarden of een dienstverleningshandvest in combinatie met een overeenkomst, wat aanleiding is om ook bij de OMWB een andere aanpak te overwegen. De voorkeur gaat uit naar het werken met algemene voorwaarden in de vorm van een Dienstverleningshandvest (DVH). Daarnaast wordt per deelnemer een Uitvoeringsovereenkomst afgesloten waarin specifieke en praktische afspraken worden vastgelegd, zoals rapportage, wijzigingen en het jaarlijkse werkprogramma. Hierdoor wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke afspraken. Reflecties & adviezen P&C-panel Enkele specifieke zaken zijn aangescherpt zoals verrekeningen bij het afbouw van taken. Dit ligt volgens ons in de geest van wat de bedoeling is. o Over de keuze om bepaalde risico’s af te dekken via verzekering of weerstandsvermogen kan worden gediscussieerd. Gezien frequentie en impact is het voor ons voorstelbaar om hiervoor het weerstandsvermogen achter de hand te houden. ➔ Wij adviseren om keuzes voor mogelijke wijzingen duidelijk(er) in beeld te brengen met de voordelen, nadelen en mogelijke impact.
➔ Met inachtname van het bovenstaande, staan wij positief tegenover het voorliggende advies. o
5