CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2027 OMWB (4 Bijlage 2 Ontwerp Programmabegroting 2027)

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting 2027 OMWB.12.352 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programmabegroting 2027

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .....................................................................................................2 Algemeen.............................................................................................................4 Voorwoord .........................................................................................................4 Financiële kaders begroting 2027 .........................................................................5 Beleidsbegroting ...................................................................................................8 (Beleids-)ontwikkelingen .....................................................................................8 Vanuit beleid naar uitvoeringsprogramma ............................................................11 Bedrijfsvoering .................................................................................................12 Paragrafen .........................................................................................................16 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................16 Financiële kengetallen .......................................................................................20 Financiering .....................................................................................................21 Openbaarheid

..................................................................................................23 Financiële begroting .............................................................................................24 Inleiding ..........................................................................................................24 Financiële uitgangspunten ..................................................................................24 Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 ...................................................25 Toelichting op de begroting ...................................................................................31 Toelichting op de baten .....................................................................................31 Toelichting op de lasten .....................................................................................31 Declarabiliteit ...................................................................................................38 Tarief ontwikkeling............................................................................................39 Uiteenzetting financiële positie ..............................................................................40 Geprognosticeerde balans ..................................................................................40 (Vervangings-)investeringen 2027

......................................................................42

2

Afschrijvingstermijnen .......................................................................................42 Staat van reserves ............................................................................................43 Bijlagen .............................................................................................................45 Bijlage 1. Specificatie bijdrage per deelnemer .......................................................45 Bijlage 2. Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld .............................48 Bijlage 3. Lijst van veel gebruikte afkortingen en termen binnen de OMWB ...............49

3

Algemeen Voorwoord Hierbij wordt u de Begroting 2027 aangeboden van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). De geopolitieke spanningen wereldwijd blijven toenemen. Voor onze dienst betekent dat scenario-denken op ons taakgebied, om onze eigen weerbaarheid te vergroten, maar ook om stil te staan bij de kwetsbaarheden van de vitale industriële infrastructuur. De onzekerheden hebben consequenties voor het bedrijfsleven en hun investeringsvermogen, onder meer door hogere energieprijzen. Dat geldt dus ook voor investeringen in verduurzaming en klimaat. Met de komst van een nieuw (minderheids-)kabinet begin 2026 is de verwachting dat de klimaat-, energie-, en milieuonderwerpen weer op de landelijke politieke agenda staan. Keuzes en besluiten over de stikstofproblematiek, industriële uitstoot (maatwerk), de netcongestie, energiehubs (zoals Powerport) en PFAS/ ZZS aanpak liggen voor. Elk van deze onderwerpen hebben effect op het reilen en zeilen van de dienst. Naast ons werk voor onze 26 deelnemers op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en klachten vanuit de werkprogramma’s, neemt het advieswerk van de OMWB aan belang toe. Een belangrijk onderwerp is bijvoorbeeld onze advisering voor het ontwikkelen van de Omgevingsplannen.

Het is hierbij van belang dat alle deelnemers in ons gebied zo veel mogelijk eenzelfde structuur bij de opzet van het omgevingsplan hanteren en uniforme planregels voor de milieuthema’s gebruiken, om zo effectief én efficiënt samen te werken in onze regio. Twee inhoudelijke onderwerpen die in 2027 veel aandacht zullen vragen zijn de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de PFAS/ ZZS-aanpak. Voor de KRW is in de kaderbrief extra geld opgenomen om extra inzet te plegen op het reduceren van de indirecte lozingen van schadelijke stoffen (zoals PFAS en ZZS) in het oppervlaktewater. Voor onze medewerkers is een moderne werklocatie en een professionele ondersteuning van groot belang. De OMWB heeft zich de afgelopen periode intensief ingezet om tot een gedegen plan te komen om de huisvesting op orde te brengen. We verwachten medio 2027 dit project af te ronden. 2027 is het tweede jaar van onze Strategische Agenda (2026-2030). Met de vijf samenhangende opgaven (kennis, data, kwaliteit, communicatie en sturing/ leiderschap) is een structuur van innovatie en doorontwikkeling neergezet. Een goede data-opbouw en ontwikkelde digitale vaardigheden bij onze medewerkers, moeten de OMWB in staat stellen meer datagestuurd en zaakgericht te kunnen werken. Met name van het gebruik van GIS/ GEO (kaartlagen) in ons dagelijks werk hebben we hoge verwachtingen.

Ook voor onze deelnemers moet dit enorm helpen om meer inzicht te hebben in hun dossiers. Ondanks alle ambitie van de dienst blijft het ook zaak om zo efficiënt mogelijk met onze capaciteit om te gaan. Het motto blijft ‘Scherp aan de wind zeilen’. Genoeg dus om onze passie en energie in te steken, en gezamenlijk te werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving!

4

Alfred Arbouw Directeur OMWB

Financiële kaders begroting 2027 In deze paragraaf benoemen we de voornaamste kaders die de basis vormen voor de begroting 2027. Hiermee geven we u op gebundelde en compacte wijze een overzicht van belangrijkste uitgangspunten. Ten eerste gaan we in op het werkaanbod; vervolgens lichten we de declarabiliteitsnorm toe en berekenen we de benodigde personele capaciteit. Tenslotte bespreken we het gemiddelde, voorcalculatorische tarief 2027. Vanaf 'Financiële begroting' staan de verschillende onderdelen verder uitgewerkt en toegelicht. Werkaanbod De basis voor het werkaanbod 2027 wordt gevormd door: • • • •

de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2026; de MWB-norm 2027; beleidsontwikkelingen vanuit de kaderbrief 2027 en; de Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht.

In totaliteit bedraagt het werkaanbod circa 377.000 declarabele uren. In onderstaande tabel staat een overzicht van het geraamde aantal uren (afgerond op duizendtallen) per onderdeel van de baten. Totaal in euro's x € 1.000

Omgerekend naar uren

Programmadeel 1 (of hogere MWB norm)

29.260

243.424

Programmadeel 2

13.377

111.287

Programmadeel 3 (excl. SSIB)

2.051

17.061

Specifieke uitkeringen THE

672

5.594

5

Totaal baten (excl. Programmadeel 4: Buiten werkprogramma)

45.359

377.360

In het najaar 2026 stellen we de werkprogramma’s 2027 op samen met de deelnemers. Hierin maken we definitieve afspraken omtrent het werkaanbod. Declarabiliteitsnorm Voor de bepaling van de benodigde personele capaciteit om het werkaanbod van 377.000 uur uit te kunnen voeren, gebruikt de OMWB een declarabiliteitsnorm per fte. De declarabiliteitsnorm berekenen we door het aantal beschikbare uren per fte per jaar te verminderen met verlof en feestdagen, ziekteverzuim en niet-declarabele uren. Voor 2027 geldt een norm van 1.295 declarabele uren per fte. Bruto-netto-berekening

Totaal uren

Beschikbare uren

1.879

Verlof en feestdagen

284

Verzuim

94

Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV)

206

Totaal declarabele uren

1.295

De gerealiseerde declarabiliteit per fte bedraagt in 2025 1.310 uur en ligt daarmee hoger dan de norm (eveneens 1.295 uur). Voor eigen medewerkers betreft de declarabiliteit in 2025 1.286 uur per fte, voor inhuurkrachten 1.574 uur. De hogere declarabiliteit van inhuurkrachten houdt verband met fiscale wetgeving, waardoor inhuurkrachten louter direct productieve uren mogen declareren. Vanwege de Wet DBA/ VBAR heeft de dienst afscheid genomen van ZZP’ers. Het stuwende effect van deze inhuurkrachten voor de declarabiliteit komt daarmee te vervallen. Voorzichtigheidshalve handhaaft de dienst de declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte. Benodigde personele capaciteit Vanuit het werkaanbod (377.000 uur) bepalen we de benodigde personele capaciteit. Het werkaanbod realiseren we met inzet van eigen medewerkers en inhuurkrachten. In de begroting 2027 houden we rekening met een personele capaciteit van 362 fte medewerkers, waarvan 292 fte in het primaire proces. Het werkaanbod ligt hoger dan we met eigen medewerkers in het primair proces (285 fte) kunnen bewerkstelligen. Het verschil realiseren we met inzet van externe inhuur; dit betreft circa 7 fte. In onderstaande tabel staat een vergelijking van de capaciteit in fte, zoals opgenomen in de jaarrekening 2025, de eerste begrotingswijziging 2026 en deze begroting 2027. Primair proces

Jaarrekening 2025

1e begrotingswijziging 2026

Begroting 2027

6

Eigen medewerkers

258

292

285

Externe inhuur

28

10

7

Totaal

286

302

292

Tarief De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De facturatie (afrekening ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Het voorcalculatorische gemiddelde tarief voor 2027 stijgt met 4,52% ten opzichte van het tarief voor 2026. Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2027 is het tarief van € 115, zoals vastgesteld in de 1e begrotingswijziging 2026. We pasten het tarief aan met de indexaties voor 2027, volgens de septembercirculaire 2025 d.d. 16 september 2025 (loon- en prijspeil). Het gemiddelde, voorcalculatorische tarief voor 2027 bedraagt afgerond € 120,20 (gemiddeld tarief van de 1e begrotingswijziging 2026 bedraagt € 115). Omschrijving

Effect op tarief

Tarief 2026 Indexatie 2027 Tarief 2027

Bedrag per uur € 115,00

4,52%

€ 5,20 € 120,20

In de tabel in bijlage 1 is een specificatie van de deelnemersbijdragen opgenomen.

7

Beleidsbegroting (Beleids-)ontwikkelingen In dit hoofdstuk volgen de belangrijkste ontwikkelingen voor de OMWB. In de Strategische agenda 2026-2023 en Kaderbrief 2027 kwamen deze ontwikkelingen reeds aan de orde. In deze begroting vertalen we de beleidsmatige ontwikkelingen verder naar financiële consequenties voor de OMWB en de deelnemers. Net als voorgaande jaren, ligt in 2026 de focus van de OMWB op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en specialistische taken rondom externe veiligheid, bodem, licht, geluid, lucht, geur en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderende leefomgeving. De OMWB wil het effect van zijn inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk de taken voor zijn deelnemers uitvoeren. Strategische agenda 2026–2030 De strategische agenda van de OMWB heeft een looptijd van vier jaar (2026–2030) en is eind 2025 vastgesteld door het bestuur. In deze agenda zijn vijf samenhangende opgaven benoemd: kennismanagement, datagedreven werken, kwaliteitsmanagement, communicatie en sturing en leiderschap. Daarnaast bevat de agenda de (door)ontwikkeling van een aantal milieuthema’s uit de Nota Ruimte.

De strategische agenda richt zich zowel op het versterken van de OMWB als organisatie als op het toekomstbestendig uitvoeren van de VTHKA-taken voor gemeenten en provincie. Ontwikkelingen binnen milieuthema’s, wet- en regelgeving en maatschappelijke opgaven vragen om een robuuste uitvoeringsorganisatie met voldoende kennis, data en kwaliteit. De uitwerking van de strategische agenda wordt grotendeels gefinancierd uit het concernbudget en Programma 3 Collectieve taken (eventueel aangevuld met separate opdrachten per individuele gemeenten/ provincie). De strategische agenda is kaderstellend van aard. De concrete uitwerking van de opgaven kan echter leiden tot aanvullende of gewijzigde activiteiten op operationeel niveau. In onderstaande alinea’s highlighten we een aantal onderdelen uit de strategische agenda (Nota ruimte) en de kaderbrief 2027. Voor deze activiteiten geldt dat zij, waar nodig, onderwerp zijn van separate afspraken tussen OMWB en individuele gemeenten of provincie. De jaarlijkse kaderbrief vormt daarbij de schakel tussen strategie en uitvoering. Kaderbrief 2027: van strategie naar uitvoering Jaarlijks stelt de OMWB een kaderbrief op waarin nieuwe ontwikkelingen worden gesignaleerd met – waar mogelijk – een financiële inschatting als input voor de begroting. De focus ligt daarbij op de operationele uitvoering van de VTHKA-taken.

De kaderbrief maakt integraal onderdeel uit van de beleidscyclus en geeft concreet invulling aan de strategische agenda.

8

De kaderbrief 2027 bevat ontwikkelingen die in het licht van wetgeving, bestuurlijke prioriteiten en maatschappelijke opgaven relevant zijn voor gemeenten en provincie. Waar mogelijk zijn deze ontwikkelingen vertaald naar benodigde inzet en bijbehorende budgetten op operationeel niveau. Het is aan gemeenten en provincie om te bepalen of en hoe deze inzet binnen de eigen begroting wordt gefinancierd, hetzij door het beschikbaar stellen van extra middelen, hetzij door herschikking binnen het bestaande budget, mits dit past binnen de geldende MWB-normen. Onderstaand worden twee thema’s uitgelicht die in de kaderbrief 2027/ strategische agenda bijzondere aandacht vragen. 1. Kaderrichtlijn Water (KRW) - operationele impact voor gemeenten Uiterlijk eind 2027 moet worden voldaan aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor gemeenten betekent dit dat zij in vergunningverlening, toezicht en handhaving aantoonbaar moeten borgen dat besluiten bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit en dat geen verslechtering optreedt. In de praktijk vraagt dit om het KRW-proof maken van vergunningen, intensivering van risicogericht toezicht op indirecte lozingen bij bedrijven, uitbreiding van afvalwaterbemonstering en stevig handhavend optreden bij overtredingen.

Binnen de KRW-impuls Brabant 2025–2027 vervullen gemeenten een sleutelrol, waarbij de OMWB namens gemeenten en provincie is gemandateerd voor de VTH-taken rond indirecte lozingen. Deze inzet vraagt in 2027 om extra capaciteit en middelen. Zonder deze inspanning lopen gemeenten risico op juridische gevolgen, vertraging van projecten en toenemende uitvoeringsdruk. De KRWimpuls heeft de volgende impact voor de VTHKA uitvoering van de OMWB. • • •

Vergunningverlening: het “KRW-proof” maken van gemeentelijke vergunningen samen met de Brabantse waterschappen op basis van de in 2025/ 2026 ontwikkelde blauwdruk voor provinciale vergunningen. Toezicht: het verhogen van het aantal toezichtscontroles, met name op indirecte lozingen en het nemen van meer afvalwatermonsters (totaal: € 500.000,-) bij geselecteerde bedrijven. Handhaving: bij overtredingen rondom afvalwaterlozingen is stevig optreden noodzakelijk.

2. Milieuthema’s in het omgevingsplan – uitvoerbaarheid en kostenbeheersing Gemeenten werken tot uiterlijk 2032 aan hun omgevingsplan, waarin milieuregels een essentieel en uitvoeringsgevoelig onderdeel vormen. De huidige praktijk laat zien dat gemeenten deze regels ieder op eigen wijze ontwikkelen, met uiteenlopende tempo’s en aanpakken. Dit leidt op termijn tot hogere uitvoeringslasten, meer complexiteit en een structurele toename van de kosten voor VTH-taken. Om dit te voorkomen richt de OMWB zich in 2026 op het opleveren van een regionale, uniforme set milieuplanregels die als uitvoerbare basis kan dienen voor alle gemeenten. Binnen deze gezamenlijke koers kunnen gemeenten hun beleidsvrijheid behouden, terwijl de uitvoerbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van VTH-taken geborgd blijven. Vanaf 2027 gaat de OMWB in gesprek met de individuele gemeenten om samen te kijken naar het concretiseren van de set milieuregels op grond van specifieke problemen en ambities. Deze individuele uitwerking van de milieuthema’s per gemeenten vraagt om concrete afspraken over planning en in te zetten capaciteit van zowel OMWB als gemeenten. Op basis van deze elementen dient in de periode tot 2032 voldoende budget in het werkprogramma van de OMWB en eigen begroting opgenomen te worden.

9

Externe ontwikkelingen en mogelijke impact van het nieuwe kabinet Ten tijde van het opstellen van deze begroting treedt een nieuw kabinet aan. De concrete beleidskeuzes op het terrein van milieu, klimaat en leefomgeving zijn op dit moment nog niet volledig uitgekristalliseerd. De OMWB houdt er rekening mee dat kabinetsbesluiten in de komende periode directe gevolgen kunnen hebben voor de aard, omvang en prioritering van de VTHKA-taken die zij uitvoert voor gemeenten en provincie. Hieronder worden de belangrijkste beleidsdossiers benoemd waarvan de impact op operationeel niveau potentieel groot is. a. Stikstof en vergunningverlening De stikstofproblematiek blijft, ongeacht de exacte kabinetskoers, een bepalende factor voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen, met name in en rond de agrarische sector. Afhankelijk van de gekozen aanpak (bijvoorbeeld aanscherping, herijking of regionalisering van beleid) kan dit leiden tot een toename van vergunningvragen, actualisatie van bestaande vergunningen, extra toezicht en juridische ondersteuning. Ook bestaat het risico dat nieuwe of aangepaste regelgeving leidt tot vertraging in besluitvorming en een hogere uitvoeringsdruk bij gemeenten en OMWB. b.

Energietransitie en klimaatdoelen Indien het nieuwe kabinet vasthoudt aan of inzet op versnelde realisatie van Europese klimaat- en energiedoelen, kan dit leiden tot een uitbreiding van VTHKA-taken. Te denken valt aan vergunningverlening en toezicht bij energie-infrastructuur, duurzame opwek, netverzwaring, opslag en nieuwe energiedragers. Voor gemeenten betekent dit een toenemende complexiteit in de uitvoering, waarbij de OMWB extra specialistische kennis en capaciteit moet inzetten om kwaliteit en voortgang te borgen. c. Weerbare overheid en continuïteit van uitvoering De toenemende maatschappelijke en geopolitieke dreigingen maken dat de weerbaarheid van overheidsorganisaties nadrukkelijker op de agenda staat. Nieuwe wettelijke verplichtingen (Wwke) of rijkskaders kunnen vragen om aanvullende maatregelen op het gebied van informatiebeveiliging, continuïteitsplanning en crisisvoorbereiding. Dit kan doorwerken in de bedrijfsvoering van de OMWB en in de wijze waarop VTHKA-taken worden uitgevoerd, met mogelijke gevolgen voor capaciteit en kosten. d. Staalslakken en circulaire materialen Het tijdelijk beperken van het gebruik van staalslakken vanuit gezondheids- en milieu perspectief kan, afhankelijk van kabinetskeuzes, leiden tot nadere regelgeving of handhavingsopgaven. Niet uit te sluiten is dat hierbij ook aandacht ontstaat voor historische toepassingen.

Dit kan resulteren in extra toezicht, handhaving en advisering richting gemeenten, bijvoorbeeld bij hergebruik van materialen, bodembeheer en ruimtelijke ontwikkelingen. e. Breder milieubeleid en Europese verplichtingen Tot slot kan een wijziging in de nationale koers ten aanzien van milieu- en natuurbeleid leiden tot aanvullende verplichtingen vanuit Europa, vergelijkbaar met de KRW. Nieuwe of aangescherpte normen kunnen directe gevolgen hebben voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op gemeentelijk niveau. De OMWB volgt deze ontwikkelingen actief en vertaalt ze, waar nodig, tijdig naar de uitvoering.

10

Slot De hierboven geschetste ontwikkelingen onderstrepen het belang van een flexibele en robuuste uitvoeringsorganisatie. Hoewel concrete financiële effecten op dit moment nog lastig zijn te kwantificeren, is het aannemelijk dat KRW, milieu thema’s in het omgevingsplan en kabinetskeuzes kunnen leiden tot aanvullende VTHKA-taken of een verschuiving in prioriteiten. De OMWB blijft deze ontwikkelingen nauwgezet volgen en betrekt ze, waar relevant, bij toekomstige kaderbrieven en begrotingen. Indien nodig worden gemeenten en provincie tijdig geïnformeerd, zodat bestuurlijke keuzes en financiële afwegingen zorgvuldig kunnen worden gemaakt.

Vanuit beleid naar uitvoeringsprogramma Opbouw programma De programmabegroting bestaat uit vier programmadelen: • • • •

Programmadeel 1: vergunningverlening, toezicht, handhaving en klachten en niet-inrichting gebonden (NIG) taken Programmadeel 2: adviezen en projecten Programmadeel 3: collectieve taken Programmadeel 4: overige exploitatiekosten

De programmaonderdelen staan hieronder nader toegelicht. Programmadeel 1: vergunningverlening, toezicht en handhaving Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. Voor dit programmadeel vormt de herziene MWB-norm, samen met het herijkte GUK en het Level Playing Field (LPF) voor de nietinrichtinggebonden taken de basis. De kaders van de MWB-norm en de NIG-taken zijn leidend voor de uitvoering van de wettelijke basistaken. Programmadeel 2: adviezen en projecten In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het omgevingsrecht in. Deze zogenaamde verzoektaken omvatten de (milieu-)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Seveso, geluid, bodem, (afval-)water, lucht, asbest, communicatie, juridische zaken, bouwtaken, ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid, energie en omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag, zijn onderdeel van beleidsambities of bieden de opdrachtgever toegevoegde waarde en betreffen daarom niet-basistaken. In 2027 verwacht de OMWB, op basis van uitgevoerde werkprogramma’s van voorgaande jaren, verzoeken en vragen voor onderzoek en advies af te handelen op het terrein van: • • • • •

milieuadvisering voor RO; externe veiligheid; onderzoek en advies op het gebied van lucht, geluid, water, trillingen en licht; vergunningverlening en toezicht bij niet-basistaak bedrijven en nietinrichtingsgebonden taken; gegevensbeheer en ambtelijke ondersteuning.

11

Programmadeel 3: collectieve taken De deelnemers stellen jaarlijks het programma voor de collectieve taken vast, inclusief resultaatverplichtingen. Jaarlijks wordt samen met de klankbordgroep - bestaande uit vertegenwoordigers van deelnemers - het collectieve takenprogramma opgesteld en gemonitord. Het programma sluit aan bij de strategische agenda van de OMWB en wordt tevens gezien als de innovatiekalender van de OMWB. Deze innovatie wordt vanaf dit programma en in de toekomst in het collectieve takenprogramma geborgd, waarbij tevens wordt voldaan aan de eis uit het IBP om minimaal 1% van de omzet te gebruiken voor innovatie. Met de strategische agenda wordt invulling gegeven aan de missie en visie van de organisatie. Programmadeel 4: aanvullende opdrachten In programmadeel 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. Zowel de kosten van de levering als de incidentele kosten (kosten om te komen tot contractafspraken) en structurele kosten (kosten voor coördinatie en bedrijfsvoering) van de organisatie worden doorbelast.

Bedrijfsvoering Inleiding Deze paragraaf gaat in op de activiteiten van de afdeling bedrijfsvoering. Het reguliere werk van de afdeling bestaat uit het verzorgen van goede financiële processen, betrouwbare HRM-processen, een goed functionerende ICT-omgeving, een communicatieve organisatie en een degelijke facilitaire ondersteuning. Daarnaast beschikt de afdeling over adviseurs, die de organisatie adviseren op bedrijfsvoeringsthema’s. Control vormt een steeds belangrijkere rol. Een goed functionerende organisatie kan niet zonder ingebouwde checks and balances. De afdeling kent resumerend verschillende rollen: • • • • •

kaderstellend/ beleidsvormend; (business) control(-erend); faciliterend/ dienstverlenend; ontzorgend; adviserend.

De afdeling bedrijfsvoering kent een aantal budgetten (personeel, informatievoorziening, facilitaire kosten en overig), die we veelal voor het reguliere werk inzetten. De hoogte van de begroting is leidend voor de eventueel op te pakken activiteiten, tenzij deze een (extra) impuls vragen. De strategische agenda van de OMWB voor 2026 tot 2030 is vastgesteld. De inhoud van de opgaven sturing en leiderschap, communicatie, kennismanagement, kwaliteitsmanagement en datagedreven werken zullen bekend zijn. Binnen bedrijfsvoering wordt menskracht vrijgemaakt om ondersteuning te bieden aan het realiseren van de in de opgaven geformuleerde resultaten.

12

Voor 2027 zien we in de verbetering van het reguliere werk een aantal speerpunten die we graag willen benoemen. De wereld wordt dankzij digitalisering kleiner en kansrijker, maar ook complexer om te managen. We investeren al in AI en robotisering en dit zal in 2027 een vervolg krijgen. Tegelijkertijd vraagt het toegenomen dataverkeer om steeds verdergaande (beveiligings-)maatregelen. Compliance vormt een speerpunt. We investeerden in Informatiebeveiliging (het voldoen aan de BIO 2.0 en NIS/2). In 2027 moet het ISMS volledig staan, inclusief PDCA-cyclus. We staan verder uitgebreider stil bij drie onderwerpen die in 2027 spelen: de huisvesting, de financieringssystematiek en de informatievoorziening.

MWB-norm (implementatie) Financieringssystematiek Binnen de regio Midden- en West-Brabant hanteren we de MWB-norm. Dit is een robuuste norm voor de financiering van onze taken. In eerdere P&C-documenten en momenten is gesproken over de herziening van deze norm. Aanleiding voor deze herziening was het feit dat sinds de intrede van de omgevingswet en het GUK het werk en de werkwijzen lijken te gaan veranderen. En tegelijkertijd is er een landelijk financieringsmodel voor OD’s ontwikkeld, het zogenaamde voorkeursmodel. Dit landelijk voorkeursmodel bestaat uit een vijftal elementen: 1. Het opzetten van een apart begrotingsonderdeel bedrijfsvoering; 2. Het komen tot locatiegebonden financiering (in het kort, OD’s worden gefinancierd door een vast bedrag per locatie waar alle VTHKA kosten in verwerkt zijn); 3. Het opzetten van een programma Collectieve taken; 4. Het opzetten van een programma voor plustaken; 5. Het (duidelijk) definiëren van projecten. In dit model kennen de vijf elementen ieder een aparte financiering. Voor het begrotingsonderdeel bedrijfsvoering en de locatiegebonden financiering is het uitgangspunt dat afgerekend wordt op begroting, de overige onderdelen worden afgerekend op realisatie. Landelijk heeft een werkgroep de opdracht aangenomen om dit voor een aantal OD’s verder uit te werken, met behulp van een extern bureau.

Dit betekent dat deze OD’s begeleid gaan worden in het maken van een start voor de implementatie van de financieringssystematiek. Dit project gaat naar verwachting geheel 2026 en wellicht 2027 in beslag nemen. De complexiteit kan niet onderschat worden. Er is landelijk bij sommige OD’s nog steeds discussie over bijvoorbeeld basistaken. Er dient een uniformering van begrippen plaats te vinden. De wijze van financiering per OD is verschillend. Daarnaast verloopt diezelfde financiering via provinciën en gemeenten waardoor het IPO en de VNG belangrijke stakeholders zijn. En dan dienen ook uiteindelijk de afzonderlijke OD besturen akkoord te gaan. De OMWB heeft een aantal onderdelen zoals een vastgesteld GUK op orde. We moeten als organisatie wel constateren dat het locatiebestand nog van onvoldoende kwaliteit is, en dat voor diverse taakgebieden het werken met normen en kengetallen geen usance is.

13

Voor wat betreft het locatiebestand loopt er nu een groot verbetertraject. Dit traject loopt minimaal geheel 2026 door. Voor de overige onderdelen inclusief het begrotingsonderdeel bedrijfsvoering is nog geen plan van aanpak opgesteld, dit zal in de loop van 2026 worden opgepakt. Dit betekent concreet dat voor de begroting 2027 de MWB-norm nog steeds gebruikt gaat worden als basis voor de financiering. De systematiek blijft overeind, de onderliggende aantallen (zoals hoeveelheden bedrijven) kan wel wijzigen. Naar verwachting gaat we eind 2026, begin 2027 in overleg met deelnemers over de nieuwe systematiek.

Huisvesting De huidige werkplekomgeving (onder andere de huidige indeling in kantoortuinen) voldoet niet meer en leidt tot onvrede onder medewerkers. De ervaringen in de coronatijd leerden ons bovendien dat medewerkers vaker thuiswerken en digitale vergaderingen een vast onderdeel van het werk vormen. Zo ontstond de wens om (meer) hybride te kunnen werken in een moderne kantooromgeving waar (samen)werken beter gefaciliteerd wordt, en die zorgen voor ene aantrekkelijke werkomgeving voor (nieuwe) medewerkers. Medewerkers moeten het gevoel hebben ergens thuis te horen, in een omgeving die voor de komende jaren (technisch) op orde is. We willen binnen dit werkplekconcept duurzaamheid een centrale plek geven. De gemoeide investeringen kennen een budgetplafond van € 2.000.000; die met het vaststellen van de oorspronkelijke begroting 2025 door het Algemeen bestuur zijn goedgekeurd. Een nadere uitwerking van de benodigde investering vindt in 2026 plaats. Om deze investering rendabel te maken, staat nog steeds het plan om een contract met de verhuurder aan te gaan voor een periode van tien jaar. Beide partijen spraken hun intentie hiertoe uit. De uiteindelijke aanpassingen realiseren we in 2026 en 2027. Medio 2027 moet de verbouwing zijn afgerond.

Informatievoorziening Het belang van een kwalitatief hoogwaardige informatievoorziening neemt de laatste jaren sterk toe. De OMWB investeerde de afgelopen jaren volop in de modernisering van onze informatievoorziening. We beschikken op dit moment over een moderne, veilige, stabiele en flexibele werkplek. De snelle ontwikkeling van de technologie, in combinatie met de snel veranderende behoefte in de omgeving, maakt dat we niet stil kunnen zitten. Vanuit een stabiele basis ontwikkelen we onze informatievoorziening komende jaren stapsgewijs door. Het belangrijk dat we onze collega’s hierin goed meenemen. We investeren daarom naast de technologische randvoorwaarden ook actief in onze (digitale) vaardigheden. Landelijke ontwikkelingen - Programma Digitaal stelsel VTH In 2025 ging het Interbestuurlijke Programma (IBP) Pijler 3 (Informatievoorziening) over in het Programma digitaal stelsel VTH, onder regie van Inspectie Leefomgeving en Transport. Belangrijkste prioriteiten hierbij zijn het implementeren van het conceptueel informatiemodel VTH, het landelijk register milieubelastende activiteiten (rMBA), datakwaliteit toezicht en de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). Deze landelijke ontwikkelingen worden in 2027 stapsgewijs verder doorontwikkeld en geïmplementeerd. De OMWB volgt deze ontwikkelingen op de voet en vertaalt ze naar de eigen bedrijfsvoering.

Activiteiten voeren we grotendeels binnen bestaande capaciteit uit met ondersteuning vanuit ODNL en waar nodig aangevuld met landelijke subsidies. 14

RPA & AI Afgelopen jaren konden we administratieve en repeterende taken automatiseren door middel van Robot Process Automation (RPA). De opkomst van AI biedt ons kansen om aan de ‘handjes’ (robots) ook ‘denkkracht’ (AI) toe te voegen. Voor 2027 kiezen we een voorzichtige strategie. Enerzijds kijken we naar AI-toepassingen om dagelijkse werkzaamheden te vergemakkelijken (bijvoorbeeld CoPilot), anderzijds verkennen we AItoepassingen waarmee we onze VTHKA-taken in de toekomst efficiënter en effectiever uit kunnen voeren (bijvoorbeeld het inhoudelijk beoordelen van rapportages). In toenemende mate zoeken we de samenwerking met partners, en met name andere OD's. Opstarten aanbesteding VTH-applicatie RX Mission is de kernapplicatie voor de primaire taken van de OMWB. Deze applicatie ondersteunt alle VTH-zaaktypeprocessen en de archivering van alle documenten die gerelateerd zijn aan deze primaire taken. Daarnaast is het omgevingsdossier binnen RX Mission een belangrijke bron voor het in kaart brengen en houden van de inrichtingen en de MBA’s. Binnen de applicatie wordt belangrijke data vastgelegd die noodzakelijk zijn voor de interne bedrijfsvoering en externe regionale en landelijke verantwoording. Het contract met Roxit (leverancier van RX Mission) loopt per 1 januari 2029 af en kan niet meer verlengd worden. Dit betekent dat we een nieuwe Europese aanbesteding gaan opstarten.

De mogelijke uitkomst kan betekenen dat we overgaan naar een nieuwe applicatie en een dergelijke overgang heeft een enorme impact. Vandaar dat in 2027 tijdig wordt gestart met deze voorbereidingen.

15

Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat we in de begroting en jaarrekening paragrafen opnemen met vastgestelde beleidslijnen voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. 2. 3. 4.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering Openbaarheid

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheersing Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en Gemeenten (BBV) stelt het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor we geen specifieke maatregelen troffen, en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, wensen we een afdoende weerstandsvermogen voor de organisatie. De grootte van de weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico-inschatting, en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een voldoende weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen Het algemeen bestuur stelde eerder een model vast voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers. Dit model bepaalt dat de OMWB maximaal 8% van het (begrotings-/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening (exclusief reservemutaties) als weerstandsvermogen aanhoudt. Deze normering sluit aan bij de Financiële Verordening van de OMWB.

Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met kansen en bedreigingen, die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor moeten we een continu proces inrichten van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te vermijden, hiervoor verzekeringen af te sluiten, of deze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan we in het begrotingsjaar uitvoering geven. Geïdentificeerde risico’s In de 2e Bestuursrapportage 2025 identificeerden we de volgende risico’s:

16

Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

50%

190.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

600.000

50%

300.000

9. Bovenmatig verzuim

350.000

80%

280.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

40%

400.000

13. Cybercriminaliteit

1.000.000

60%

600.000

14. Wet DBA/ VBAR

1.100000

40%

440.000

Risico's

Totaal

5.030.000

2.510.000

Toelichting op de risico’s: 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat de taken in beginsel worden verricht door het eigen personeel. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt lukt het niet altijd om vacatures (tijdig) in te vullen. In sommige gevallen kiest de organisatie ervoor om specialistische kennis in te huren vanuit de meerwaarde die dit biedt. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel. Vanuit de fiscale kaders (zie ook risico 14) is de inzet van inhuurkrachten (i.c. ZZP'ers) enkel onder voorwaarden toegestaan. Dit leidde ertoe dat de OMWB in 2025 het inhuurbestand onder de loep nam en met name met ZZP'ers afspraken maakte over samenwerking via detacheringsconstructies of arbeidsovereenkomst. De inzet van inhuurkrachten verlaagde daarmee fors, waardoor we het maximale schadebedrag bijstellen naar € 250.000. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel alsmede het aangaan van samenwerkingsvormen met andere omgevingsdiensten en organisaties.

17

5. Transitie mens en systeem De eisen die gesteld worden aan onze organisatie en medewerkers blijven snel veranderen. Enerzijds op de inhoud van het werk, anderzijds betreft het (digitale) vaardigheden. De opleidingen besteden hier volop aandacht aan, zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. We verwachten dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, schatten we op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen, ondersteund door trainingen gericht op digitale vaardigheden en het programma datagedreven werken. 6. Problematiek Arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 merken we het volgende op: omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge, nieuwe collega's 'on the job' op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega's nog niet volledig declarabel. De begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst. Maatregelen: De afgelopen periode werkten we aan een inwerkprogramma.

Het programma had dusdanig effect dat de trainees eerder en meer declarabel zijn dan aanvankelijk ingeschat. Gezien de toenemende inzet van trainees wordt het maximale schadebedrag en kans van optreden gehandhaafd. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting 2025 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,0%. Het verzuim over 2025 bedraagt daarentegen 5,52% (2024: 6,22%). Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 300.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 240.000. Maatregelen: inzet van een passend verzuim- en re-integratiebeleid met daarvan afgeleid instrumentarium. Daarnaast worden medewerkers op tal van manieren gefaciliteerd en gemotiveerd om aan de slag te gaan met hun vitaliteit, waaronder een recent aangegane samenwerking met medehuurder PTI. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Op dit moment constateren we een diversiteit aan milieuregels in de omgevingsplannen van de deelnemers, op proces en inhoud.

Begin 2026 is een brief vanuit het Dagelijks Bestuur gestuurd aan alle deelnemers met een oproep tot harmonisatie. Gezien het huidige verschil in werkwijze en de daarmee mogelijke, samenhangende oplopende kosten, handhaven we de risico-inschatting.

18

13. Cybercriminaliteit Het risico dat vreemden inbreken op op systemen die de OMWB gebruikt blijft reëel, ondanks vele investeren rondom informatiebeveiliging, afspraken met ICT-leveranciers en bewustwordingscampagnes onder medewerkers. Met alle gevolgen van dien. De maximaal ingeschatte schade bedraagt € 1.000.000 aan omzetderving met een kans van optreden van 60%. 14. Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)/Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) De wet DBA geldt sinds 2016. Per 1 januari 2025 verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst, waardoor controle op schijnzelfstandigheid plaatsvindt. De OMWB voerde een risico-inventarisatie uit bij de aanwezige ZZP’ers en bracht het mogelijke financiële risico in kaart (circa € 1.100.000). Dit risico omvat slechts het fiscale aspect. Aanvullend kunnen ZZP’ers aanspraak maken op een dienstbetrekking met alle rechten, zoals die voor eigen medewerkers gelden. Zeker bij langjarige samenwerking kan dit een kostbare aangelegenheid worden. Een tweede voorbehoud op het (fiscale) risico betreft het niet volledig kunnen uitvoeren van het werkprogramma als gevolg van onderbezetting of door het ontbreken van specialistische kennis bij beëindiging van betreffende inhuurconstructies.

Maatregelen: in 2025 is actief en constructief (samen-)gewerkt aan het beëindigen van ZZP-constructies en waar mogelijk omzetting naar een dienstbetrekking, detacheringsconstructie danwel spoedige werving van vervangend, eigen personeel. Dit risico kan komen te vervallen. 15. Geopolitieke spanningen We leven momenteel in een roerige tijd met toenemende rivaliteit tussen grootmachten en groeiende onzekerheden over de wereldeconomie tegen de achtergrond van de niet aflatende klimaatverandering. De huidige geopolitieke spanningen raken Nederland alsmede (het werkgebied van) de OMWB direct via thema's als veiligheid, economie en energievoorziening; door verstoringen in handelsketens en (strategische) afhankelijkheid van onder andere technologie. Deze spanningen benadrukken het belang van regionale en sectorale samenwerking en weerbaarheid. De OMWB volgt de (inter-)nationale ontwikkelingen op de voet en onderzoekt bijvoorbeeld actief mogelijkheden om de strategische afhankelijkheid van grote techbedrijven te verminderen. Dit risico is bedoeld ter dekking van het niet of onvoldoende kunnen uitvoeren van werkzaamheden door bijvoorbeeld het niet beschikbaar zijn van systemen en apparatuur. Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s, is het eindbeeld voor de Begroting 2027 als volgt: Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

250.000

50%

125.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

Risico's

19

Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

6. Problematiek arbeidsmarkt

600.000

50%

300.000

9. Bovenmatig verzuim

300.000

80%

240.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

40%

400.000

13. Cybercriminaliteit

1.000.000

60%

600.000

0

0%

0

1.000.000

25%

250.000

Risico's

14. Wet DBA / VBAR 15. Geopolitieke spanningen Totaal

4.750..000

2.215.000

Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2025 € 3.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.215.000 is de weerstandsratio 1,40. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘ruim voldoende’. In de jaarrekening 2024 bedroeg de weerstandsratio 0,99 (‘matig’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,58 ('ruim voldoende'). Met de resultaatbestemming 2023 besloot het algemeen bestuur om in 3 jaar (2023 tot en met 2025) toe te groeien naar de norm van maximaal 8% volgens de Financiële verordening. Over 2023 is € 400.000 aan de Algemene reserve toegevoegd, met de resultaatbestemming 2024 is € 600.000 aan de Algemene reserve toegevoegd. Met de resultaatbestemming 2025 wordt conform afspraak aan het bestuur voorgesteld om € 400.000 aan de algemene reserve toe te voegen.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft een aantal verplichte financiële kengetallen voor. Deze geven inzicht in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen staan in onderstaande tabel. Financiële kengetallen

Jaarrekening 2025

Begroting 2026*

Begroting 2027

Netto schuldquote

-15,5%

-3,7%

-4,3%

Solvabiliteitsratio

57,6%

20,1%

22,0%

20

Financiële kengetallen Structurele exploitatieruimte

Jaarrekening 2025

Begroting 2026*

Begroting 2027

9,7%

0,0%

0,0%

* Betreft de 1e begrotingswijziging 2026. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten, baten en mutaties in reserves, ontstaat er een beeld van de mate waarin sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Ten opzichte van de jaarrekening 2025 vertonen de ratio’s een wisselend beeld; de overall conclusie is echter dat de balanspositie van de OMWB solide is.

Financiering In aansluiting op de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasury-functie ligt vast in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. 3. Minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido, respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

21

Onder risico’s verstaan we zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s als valutarisico’s. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen, zoals neergelegd in de Wet fido en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) in acht genomen'. Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisiconorm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm.

De huidige financieringspositie en -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer De OMWB sluit valutarisico’s uit. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet bedraagt € 3.879.000 voor de OMWB op basis van de Begroting 2027. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 11,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

22

Openbaarheid Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) ging in op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze voldoen we aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen voerden we in 2023 door in onze processen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om een aantal benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche met 5 onderdelen in werking.

Het actief bekend maken van wetten, algemeen verbindende voorschriften en overige besluiten van algemene strekking werd door de OMWB, voor zover van toepassing, al gedaan op de site Openbarebekendmakingen.nl (artikel 3.3. lid 1, onderdeel a en b Woo). Onderdeel drie betreft vergaderstukken van de Staten-Generaal en is dus voor de OMWB niet van toepassing. Aan de onderdelen 4 en 5 voldeed de OMWB door informatie over de organisatie, werkwijze en bereikbaarheidsgegevens bekend te maken via de eigen website en de Woo-index. (artikel 3.3. lid 1, onderdeel d en e Woo). Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.

23

Financiële begroting Inleiding De exploitatiebegroting bevat de verwachte baten en lasten voor het boekjaar 2027, inclusief meerjarenraming 2028-2030. Daarbij geldt de Kaderbrief 2027 als uitgangspunt. Aangezien de Begroting 2027 in dezelfde periode is opgesteld als de Jaarrekening 2025, houden we zoveel als mogelijk rekening met deze actuele kennis.

Financiële uitgangspunten Het Dagelijks bestuur stelde de uitgangspunten voor de Begroting 2027 vast d.d. 21 januari jl. en deelde ze met de deelnemers in de Kaderbrief 2027.

Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten: 1. de begroting 2027 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de in de kaderbrief 2027 genoemde beleidsontwikkelingen en de beleidsontwikkelingen opgenomen in de Beleidsbegroting; 2. de begroting 2027, inclusief meerjarenraming 2028-2030, is structureel financieel sluitend; 3. de Begroting 2027 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Financieel technische uitgangspunten De volgende financieel-technische uitgangspunten hanteren we in de begroting, inclusief meerjarenraming: Baten • • •

Voor 2027 verwachten we een werkaanbod van ca. 377.000 declarabele uren, vanuit de extrapolatie van de werkprogramma’s 2026 en de Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. Er geldt een kostendekkend, gemiddeld tarief, dat gelijk is voor deelnemers en niet-deelnemers. De MWB-norm vormt de basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten.

24

•

Vanaf de oprichting ontvangt de OMWB compensatie van PNB voor specifieke kosten voor milieumetingen. De maximale kosten en daarbij behorende tegemoetkoming bedragen € 610.000. In de loop van de tijd is geconstateerd dat de milieumetingen breder worden afgenomen dan alleen PNB; de toename is zowel zichtbaar bij gemeenten als niet-deelnemers. De OMWB acht het daardoor niet langer passend om de volledige kosten door te belasten aan de Provincie. In 2025 en 2026 is voor een oplossing gekozen waarbij kosten van de inzet van apparatuur worden doorbelast aan afnemers tegen een verbijzonderd tarief. Uit de tussentijdse evaluatie van deze werkwijze is gebleken dat beheerskosten te omvangrijk zijn. Vanaf 2027 is daarom besloten de kosten voor de inzet van meetapparatuur op te nemen in het integrale uurtarief. Dekking van de kosten in het reeds vastgestelde uurtarief uit de Kaderbrief 2027 (gemiddeld voorcalculatorisch € 120,20) is mogelijk door een beperkte, maar toereikende ruimte tussen de kostprijs en het uurtarief.

Lasten • • • • • •

• •

Conform de september-circulaire 2025 d.d. 16 september 2025 houden we rekening met een gemiddelde loonkostenstijging van 5,1% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2026. Conform de september-circulaire 2025 d.d. 16 september 2025 houden we rekening met een gemiddelde prijsstijging van 2,2% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2026. Het hiervoor onder 'Baten', beschreven werkaanbod vraagt benodigde personele capaciteit voor het primaire proces van circa 292 fte. De personele capaciteit voor het primaire proces bedraagt 285 fte. De ‘overbrugging’ naar 292 fte gebeurt met inhuur van derden. We houden rekening met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte. Voor een toelichting verwijzen we naar de paragraaf Declarabiliteit. Het BBV schrijft voor dat we kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk begroten en verantwoorden. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”; De personele capaciteit van bedrijfsvoering bedraagt 70 fte. 1 fte hiervan wordt een deel van het jaar extern ingevuld; Om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, houden we rekening met een post onvoorzien van € 150.000. Deze post staat ter beschikking van het Dagelijks Bestuur.

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Het overzicht van baten is als volgt: Baten Bedragen x € 1.000

Programmadeel 1: Vergunningverlen

Meerjarenraming

Realisa tie 2025

Begroting 2 026*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

27.676

26.695

29.260

30.371

31.60 4

32.88 8

25

Baten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisa tie 2025

Begroting 2 026*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

Programmadeel 2: Advies en Projecten

12.300

13.383

13.377

13.885

14.44 9

15.03 5

Programmadeel 3: Collectieve taken

2.385

2.352

2.487

2. 581

2.686

2.795

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

3.032

3.009

1.355

1.606

1.620

1.603

Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten

562

610

150

150

150

150

Specifieke uitkeringen Omgevingsdienst en

1.264

1.643

672

698

726

756

47.218

47.691

47.301

49.292

51.2 35

53.2 27

Diverse baten

153

-

50

52

54

56

Rentebaten

446

450

450

450

450

450

Detacheringsinko msten

89

-

75

78

81

84

689

450

575

580

585

590

47.907

48.141

47.876

49.872

51.8 20

53.8 18

ing, Toezicht en Handhaving

Subtotaal

Overige baten

Subtotaal

Totaal baten

26

Baten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisa tie 2025

Begroting 2 026*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

-

-

Onttrekkingen reserves

292

80

67

99

112

54

Totaal reserves

292

80

67

99

112

54

Totaal lasten

43.680

48.220

47.942

49.971

51.9 32

53.8 72

Gerealiseerd resultaat

4.519

-

-

-

-

-

Stortingen reserves

* Betreft de 1e begrotingswijziging 2026. Het overzicht van de lasten Primair proces is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisat ie 2025

Begroting 20 26*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

Lonen & salarissen

23.591

28.425

28.473

29.55 5

30.75 5

32.00 4

Reiskosten

462

389

481

500

520

541

Opleidingskosten

188

256

591

614

639

665

Overige personeelskoste n

119

115

111

116

120

125

Personeel niet in loondienst

3.868

1.053

1.263

1.311

1.364

1.419

Primair Proces Personele kosten

27

Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisat ie 2025

Begroting 20 26*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

28.227

30.238

30.920

32.09 5

33.39 8

34.75 4

Afschrijvingen

411

194

174

91

91

91

Totaal afschrijvingen

411

194

174

91

91

91

Totaal personele kosten Afschrijvingen

Huisvestiging en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten

82

91

391

406

422

439

Automatisering

37

53

17

17

18

19

Tractie

45

21

87

91

94

98

Algemeen beheer

60

197

78

81

84

87

224

362

573

594

618

644

Totaal Huisvestiging en organisatiekos ten

Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden Laboratoriumkos ten

1.310

1.827

1.355

1.406

1.464

1.523

Kosten SSIB

400

415

436

453

471

490

Milieumetingen

536

610

150

150

150

150

Totaal Kosten primaire werkzaamhede n verricht door derden

2.246

2.852

1.941

2.009

2.085

2.163

Totaal lasten Primair proces

31.109

33.646

33.608

34.78 9

36.19 2

37.65 2

* Betreft de 1e begrotingswijziging 2026. 28

Het overzicht van de laten Bedrijfsvoering is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming Realisa tie 2025

Begroting 20 26*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

6.651

7.462

7.761

8.056

8.383

8.723

Reiskosten

84

181

88

91

95

99

Opleidingskosten

407

817

509

528

550

572

Overige personeelskosten

622

856

837

869

904

941

Personeel niet in loondienst

446

125

98

102

106

111

Totaal personele kosten

8.210

9.441

9.293

9.64 6

10.0 38

10.4 46

Afschrijvingen

107

519

329

649

624

497

Totaal Afschrijvingen

107

519

329

649

624

497

Bedrijfsvoering Personele kosten Lonen & salarissen

Afschrijvingen

Huisvestiging en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten

1.195

1.372

1.307

1.356

1.412

1.469

Automatisering

2.220

2.431

2.571

2.669

2.777

2.890

Tractie

44

41

75

78

81

84

Algemeen beheer

787

615

605

628

653

680

Totaal Huisvesting en organisatiekoste n

4.246

4.459

4.558

4.73 1

4.92 3

5.12 3

Totaal lasten Bedrijfsvoering

12.563

14.419

14.180

15.0 26

15.5 85

16.0 65 29

Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming Realisa tie 2025

Begroting 20 26*

Begroti ng 2027

2028

2029

2030

Diverse lasten

6

-

-

-

-

-

Onvoorzien

-

150

150

150

150

150

Vennootschapsbela sting

2

5

5

5

5

5

Subtotaal

8

155

155

155

155

155

Totaal lasten overig

8

155

155

155

155

155

43.680

48.220

47.942

49.9 71

51.9 32

53.8 72

Overig

Totaal lasten

* Betreft de 1e begrotingswijziging 2026. Op grond van het BBV wordt inzicht verschaft in de structurele en incidentele baten en lasten voor de OMWB. In het volgende overzicht wordt dit weergegeven (bedragen x € 1.000):

2027

2028

2029

2030

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Structuree l

47.87 6

47.942

49.87 2

49.971

51.82 0

51.932

53.81 8

53.872

Incidentee l

-

-

-

-

-

-

-

-

30

Toelichting op de begroting In dit onderdeel geven we een toelichting op de belangrijkste verschillen tussen de 1e begrotingswijziging 2026 en de Begroting 2027, inzicht in de beschikbare declarabiliteit en de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2027.

Toelichting op de baten De baten van de OMWB bestaan voor het voornaamste deel uit bijdragen van onze deelnemers voor diensten en producten die zij afnemen. De baten baseren we in beginsel op de omvang van de vastgestelde werkprogramma’s 2026. In de baten houden we ook rekening met financiële implicaties van beleidsontwikkelingen uit de kaderbrief 2027 en de Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. In bijlage 1 staan de bijdragen voor 2027 en verder per deelnemer gespecificeerd. De MWB-norm vormt de basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten. Rentebaten De rentebaten staan in de begroting omdat we verwachten dat de baten, gedurende de planperiode, een structureel karakter krijgen. Detacheringsinkomsten De ervaring leert dat de OMWB jaarlijks medewerkers uitleent aan derden. Gezien het structurele karakter is, in tegenstelling tot eerdere jaren, besloten inkomsten in de begroting op te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17003055/1