M-01 16 HOI Werkt Landschapsinvestering
Tekst van het document
M-01 MOTIE PASSENDE LANDSCHAPSINVESTERING BIJ BOUWINITIATIEVEN IN LANDELIJK GEBIED gemeenteraad
De raad van de gemeente Hilvarenbeek, bijeen in vergadering op 3 juli 2024,
Raadsvergadering d.d. 3 juli 2024 Beslissing:
gelet op agendapunten 11, 12, 13, 15 en 16,
Bij stemmen met handopsteken met algemene stemmen aangenomen.
roept het college op:
De griffier,
1. Bij het toepassen van de Regeling voor kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals bedoeld in de Omgevingsverordening NoordBrabant, een passende landschapsinvestering als uitgangspunt te hanteren. 2. Hiertoe in de zogenoemde ‘LIR-berekeningen voor bestemmingswinst en kwaliteitsverbetering van het landschap’ niet alleen vergroting of verkleining van bestemmings- en aanduidingsvlakken te bezien maar ook de toe- of afname van het vloeroppervlak van toegestane gebouwen. 3. Wanneer het vloeroppervlak van toegestane gebouwen zich duidelijk anders ontwikkelt dan het oppervlak van de bestemmings- en aanduidingsvlakken, in de berekening, in afwijking van de huidige werkwijze, maatwerk toe te passen. 4. Bij dit maatwerk uit te gaan van bestemmingswinst of – verlies dat meer recht doet aan de feitelijke waardeontwikkeling van de grond. Fractie HOI Werkt Werner Hermans
Toelichting De provincie Noord Brabant verlangt dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Gemeenten in Hart van Brabant hebben werkafspraken over hoe zij dit samen objectief in praktijk brengen. Onderdeel van deze afspraken is de zogenoemde ‘LIR berekening voor bestemmingswinst en kwaliteitsverbetering van het landschap’. Onze 'Strategie Vitaal Beeks Buiten’ noemt deze ook. De praktijk leert dat deze methodiek werkbaar is en meestal tot weinig discussie leidt.
Anders is het, wanneer nieuwe bouwmogelijkheden op een perceel (voor bv. woningen of bedrijfsgebouwen) ‘uit de pas lopen’ met de vergroting of verkleining van bestemmingsvlakken (de gronden) waarop deze gebouwen mogelijk zijn. Dit is bv. het geval als de oppervlakte van een bestemmingsvlak gelijk blijft (of afneemt) en het toegestane vloeroppervlak van gebouwen toeneemt (vgl. agendapunt 16). De waarde van een perceel is nogal afhankelijk van het vloeroppervlak van de gebouwen die er zijn toegestaan. Met deze motie roepen we het college op om dit voortaan mee te nemen in de afspraken met initiatiefnemers. Zo laten we geen geld liggen dat we kunnen investeren in de kwaliteit van het landschap. En maken we een gelijk speelveld voor initiatiefnemers (vgl. agendapunten 11,12, 13 en 15, waar sprake is van netto sloop).