CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2025 (3 boekwerk jaarstukken 2025)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 2025.34.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2025 € 70,75

2024 € 69,20

Marktgelden mogen niet meer dan 100% kostendekkend zijn. Hieronder ziet u een overzicht van de kostendekkendheid. Marktgelden Hieronder ziet u de kostendekkendheid op realisatiebasis. Taakveld 3.3

Begroting 2025

Jaarrekening 2025

Lasten

5.500

5.671

BTW-component lasten

1.155

1.191

Totale lasten taakveld

6.655

6.862

Opbrengsten

3.500

5.094

Dekkingspercentage

53%

74%

Directe baten/lasten:

Rioolheffing De riool- en waterzorgheffing is een zogenoemde bestemmingsheffing. Hiermee betalen we onze watertaken. Zoals gebruikelijk indexeren we de tarieven met 2,25 %. In de door de raad op 4 juli 2024 vastgestelde SAFV is met knop 88 dekkingsmaatregel ‘Kostendekkendheid Rioolheffing verhogen’ besloten om € 90.000 aan kosten van onder andere straatreiniging voortaan toe te rekenen aan riolering. Hiermee stijgen de tarieven riool- en waterzorgheffing extra met € 5,58 %. We hanteren een kostendekkendheid van 100%. Tarieven

2024

2025

Eigenarenheffing: voor percelen zijnde woningen, per jaar € 122,57 voor percelen zijnde niet-woningen, per jaar € 209,54 voor percelen zijnde garageboxen, per jaar € 61,63 Gebruikersheffing: Voor percelen bij een hoeveelheid afgevoerd water tot en met 130 m3 € 35,40 van 131 m3 tot en met 250 m3 € 147,96 van 251 m3 tot en met 500 m3 € 333,00 van 501 m3 tot en met 1.500 m3 € 764,16 van 1.500 m3 tot en met 5.000 m3 € 1.528,20 bij 5.001 m3 en meer € 3.056,64 Tabel - Tarievenoverzicht riool- en waterzorgheffing 2025 ten opzichte van 2024

€ 113,67 € 194,32 € 57,15

€ 32,88 € 137,16 € 308,76 € 708,60 € 1.417,20 € 2.834,64

Begroting 2025

Realisatie 2025

Riool- en waterzorgheffing woningen

€ 1.372.000

€ 1.387.000

Riool- en waterzorgheffing Niet-woningen

€

€

327.000

330.000

Tabel – Realisatie riool- en waterzorgheffing ten opzichte van begroting

49

Hieronder ziet u de kostendekkendheidsberekening voor het product riolering. Kostendekkendheid Riolering Begroting Realisatie Verschil Voor- of Nadelig Lasten taakveld riolering 1799 1634 165 Voordelig Lasten taakveld inkomensregelingen 6 10 -3 Nadelig Lasten taakveld verkeer en vervoer 90 77 13 Voordelig Toe te rekenen BTW-lasten 155 168 -13 Nadelig Toe te rekenen Overhead 240 154 87 Voordelig Totaal lasten 2291 2042 248 Voordelig Baten exclusief rioolrecht -17 -44 26 Voordelig Opbrengsten rioolheffing -1699 -1716 17 Voordelig Resultaat 575 283 292 Voordelig Onttrekking aan voorziening riolering -575 -283 -292 Saldo 0 0 0 Tabel – Lasten en baten riolering 2025 ten opzichte van begroting 2025

Toelichting grotere verschillen tussen begroting en realisatie Lasten taakveld riolering Door beperkte ambtelijke capaciteit is de inzet op het gebied van riolering achtergebleven bij de raming. Dit leidde in 2025 tot minder uitvoering van werk. Onttrekking aan voorziening riolering De mutatie op de voorziening riolering is het resultaat van het saldo van de uitgaven en inkomsten. Dit sluit aan bij het vastgestelde beleidskader door de raad bij de vaststelling van het Riool en waterprogramma in 2022. Door het achterblijven van met name uitgaven in 2025, hoeven we ook minder aan de voorziening te onttrekken. In de paragraaf Kapitaalgoederen gaan we verder in op het product riolering. Afvalstoffenheffing We zamelen restafval en GFT-afval in via afzonderlijke containers. Een aantal (appartementen)complexen heeft een eigen inzamelsysteem met ondergrondse containers. Tarieven Afvalstoffenheffing (particuliere huishoudens) Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging Restafvalcontainer 120 liter Variabel tarief per lediging GFT-afval Tarief per inworp 60 liter zak in ondergrondse container

Tarief 2025

Tarief 2024

14,00 11,20 2,49 5,59

12,50 10,95 2,44 5,47

Tabel - Tarieven afvalstoffenheffing 2025 versus 2024 Begroting 2025

Realisatie 2025

Afvalstoffenheffing vast recht

€

1.141.000

€

1.170.000

Afvalstoffenheffing ledigingen

€

576.000

€

595.000

Tabel – Realisatie afvalstoffenheffing 2025 ten opzichte van begroting 2025

50

Hieronder ziet u de kostendekkendheidsberekening voor het product afval. Kostendekkendheid Afval Begroting Realisatie Verschil Voor- of Nadelig Lasten taakveld Afval 1703 1659 44 Voordelig Lasten taakveld inkomensregelingen 17 19 -2 Nadelig Lasten taakveld verkeer en vervoer 60 51 9 Voordelig Toe te rekenen BTW-lasten 180 254 -74 Nadelig Toe te rekenen Overhead 135 129 6 Voordelig Totaal lasten 2096 2112 -17 Nadelig Baten exclusief afvalstoffenheffing -368 -310 -58 Nadelig Opbrengsten afvalstoffenheffing -1717 -1765 48 Voordelig Resultaat 11 37 -26 Nadelig Onttrekking aan voorziening Afval -11 -37 26 Saldo 0 0 0 Tabel – Lasten en baten afval 2025 ten opzichte van begroting 2025

Toelichting grotere verschillen tussen begroting en realisatie Toe te rekenen BTW-lasten In de begroting 2025 rekenden we met een fictieve BTW-last, gelijk aan de stand van de vorige begroting. In werkelijkheid blijkt die substantieel hoger zijn. Waarom spreken we van een fictieve BTW-last? Sinds de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003 geldt dat we voor onder andere het product afval de BTW kunnen declareren uit het fonds. Het BTW-compensatiefonds toentertijd is gevormd door een verlaging van het gemeentefonds. In beginsel geldt dat het product afval (en ook riolering) niet meer dan kostendekkend mag zijn. Dus niet meer dan kostendekkend zou in dit geval betekenen, niet meer dan de kosten exclusief BTW. Omdat het gemeentefonds wel voor het deel van de BTW afval en riolering is gekort, zouden de gemeenten er per saldo netto op achteruitgaan. Om dat ongewenste neveneffect te elimineren is de gemeentewet aangepast in die zin dat de ‘fictieve’ BTW-last wel als kosten meegenomen mag worden voor de berekening van de kostendekkendheid. Baten exclusief afvalstoffenheffing We ontvingen voornamelijk minder vergoedingen van derden voor verschillende afvalstromen. Baten afvalstoffenheffing In werkelijkheid was er sprake van meer ledigingen dan ingeschat was.

Dit kwam doordat vooraf heel moeilijk in te schatten was wat het aantal ledigingen zou zijn na invoering van de nieuwe inzamelsystematiek per 1 april 2024. Onttrekking aan voorziening Afval De mutatie op de voorziening afval is het resultaat van het saldo van de uitgaven en inkomsten.

Bedragen x € 1.000 Werkelijke Stand voorziening 1-1-2025 Onttrekking nadelig saldo product afval Stand 31-12-2025

Realisatie 2025 105 -37 68

51

Leges De legesinkomsten bestaan onder andere uit inkomsten van burgerzaken voor bijvoorbeeld reisdocumenten, rijbewijzen en burgerlijke stand. Maar u kunt ook denken aan leges voor omgevingsvergunningen of voor APV activiteiten zoals evenementen. De tarieven voor de verschillende activiteiten en producten stelde de gemeenteraad vast op 9 november 2023.

Ontwikkeling totale belastingdruk In deze paragraaf vergelijken we de totale gemeentelijke lasten 2025 voor een gemiddeld gezin ten opzichte van 2024. Dit doen we voor zowel een eigenaar als voor een huurder van een woning. Bij een EIGENAAR van een woning Bedragen x € 1,Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Riool- en waterzorgheffing, o.b.v. 3 x 50 = 150 m3 Riool- en waterzorgheffing eigenaar OZB – eigenaar

2025

2024

Procentueel 2025 tov 2024

229,00 147,96

209,00 137,16

9,5 % stijging 7,9 % stijging

122,57 424,72

113,67 420,26

7,8 % stijging 1,1 % stijging

Totaal 924,25 880,09 Tabel - Belastingdruk eigenaar woning 2025 ten opzichte van 2024

5,0 % stijging

Bij een HUURDER van een woning Bedragen x € 1,Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Riool- en waterzorgheffing, o.b.v. 3 x 50 = 150 m3 Riool- en waterzorgheffing eigenaar OZB – eigenaar

2025

2024

229,00 147,96

209,00 137,16

nvt nvt

nvt Nvt

Procentueel 2025 tov 2024 9,5 % stijging 7,9 % stijging

Totaal 377,00 346,00 Tabel - Belastingdruk huurder woning 2025 ten opzichte van 2024

8,9 % stijging

Uitgangspunten Bij de bepaling van de belastingdruk zijn we uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging restafval Variabel tarief per lediging GFT-afval Totalen afgerond Tabel - Afvalstoffenheffing

Tarief 2025 14,00

Tarief 2024 12,50

Aantal ledigingen 2025 12 maanden

Aantal ledigingen 2024 12 maanden

Totaal 2025 168,00

Totaal 2024 150,00

11,20

10,95

4,32

4,32

48,38

47,30

2,49

2,44

5,09

5,09

12,67 229

12,41 209

52

Riool- en waterzorgheffing We hanteren een waterverbruik van 50 m³ per gezinslid als grondslag voor de berekening van de riool- en waterzorgheffing en gaan uit van een twee ouderhuishouden met één kind. Dit leidt tot een gemiddeld waterverbruik van 150 m³ per jaar. OZB – eigenaar De gemiddelde waarde per woning, op basis waarvan de belastingdruk is berekend, is als volgt: ▪ € 481.000,- in 2025 (bron: Waarderingskamer) ▪ € 468.000,- in 2024 (bron: Waarderingskamer)

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid We voeren een actief kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gerealiseerde kosten voor 2025 bedragen € 28.000 voor het kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en rioolheffing (exclusief uitvoeringskosten).

53

Paragraaf 2

2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In deze paragraaf leest u meer over ons risicoprofiel en hoe we dit opvangen met onze weerstandscapaciteit. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen om substantiële onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid. Het weerstandsvermogen is de mate waarin we de risico’s op kunnen vangen met onze weerstandscapaciteit. In de nota ‘risicomanagement & weerstandsvermogen’ beschrijven we hoe we risicomanagement toepassen als vast proces in onze bedrijfsvoering. In deze paragraaf beoordelen we ook onze financiële positie aan de hand van vijf kengetallen. Beoordelen risico’s Om te bepalen welke risico’s de meeste aandacht verdienen, kwantificeren we ze. Per risico, schatten we in - eventueel op basis van ervaringen - hoe waarschijnlijk het is dat het zich voordoet en hoe groot de financiële gevolgen zijn. Ontwikkelingen waarvan de kans 90% of meer is dat deze zich voordoen, nemen we niet mee omdat we dit niet als risico’s zien. We gebruiken de volgende scoringstabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)

Score 1 3 5

Financieel gevolg Gering (< 0,1% omzet = < € 45.000 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 45.000 - € 225.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 225.000)

Score 1 2 3

Omdat risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd voordoen, nemen we alle risico’s niet voor de volledige omvang mee. Aan de hand van de kans vermenigvuldigt met het gevolg van het risico berekenen we een score. Aan de hand van deze score voorzien we het risico van een ranking met impactcategorie. Afhankelijk van de impactcategorie nemen we een risico volledig, voor een deel of niet mee in de berekening van ons benodigd weerstandscapaciteit. Ranking Scores 10 en hoger Scores hoger dan 5, maar lager dan 10 Scores van 5 en lager

Impactcategorie Hoog risico Voor het risico dient 100% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Beperkt risico Voor een structureel risico dient 25% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Voor een incidenteel risico dient 50% weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Gering risico We achten het risico te dragen binnen de regulieren bedrijfsvoering

54

Opstellen risicoprofiel Het risicoprofiel bevat alle risico’s die we hebben geïnventariseerd in onze organisatie. We maken een onderscheid tussen de risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s voor de grondexploitaties. In deze paragraaf volstaan we met een samenvatting van de belangrijkste risico’s van de algemene dienst en de belangrijkste risico’s van de grondexploitaties zoals bekend op 1 januari 2026. Het gedetailleerd risicoprofiel vindt u in bijlage ‘risicokaart’. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Nr. 1. 2. 3. 4.

Onderwerp Structurele risico's algemene dienst Huisvesting statushouders Vergoeding Gemeentelijke Opvang Oekraïners Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) WMO-middelen ontoereikend BUIG-middelen ontoereikend Structurele gevolgen omgevingswet Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) Project Hart van Haghorst Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties Toenemende druk op gemeenten Algemene uitkering Stijgende ICT kosten, o.a. transitie naar Cloud en Dataficering Informatiewetten NL en Digital Decade 2030 EU Totaal structurele risico’s algemene dienst Incidentele risico's algemene dienst Onvoorzien uit reguliere bedrijfsvoering / Algemeen bedrijfsrisico Huur Nieuwe Erf Wachtgeldregeling wethouders Pensioenregeling wethouders Deelname Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf Niet voldoen aan privacywetgeving Totaal incidentele risico’s algemene dienst

Onderwerp Risico’s grondbedrijf Afzet gronden Prijsrisico/inflatie Geurcontour de Leeuwerik 3 Gemaakte kosten diverse IMVA-s Totaal risico’s grondbedrijf

Risico 400.000 100.000 200.000 150.000 43.750 0 48.000 50.000 94.000 119.000 150.000 12.500 0 1.367.250

510.000 0 51.000 88.000 215.000 0 864.000

Risico € 110.000 € 152.500 € 120.000 € 255.000 € 637.500

55

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat we het beleid moeten wijzigen. We onderscheiden een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit. We gaan hier nu verder op in. Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we op basis van de onbenutte belastingcapaciteit voor de onroerende zaakbelastingen. We berekenen de onbenutte belastingcapaciteit op twee wijzen. Enerzijds houden we rekening met de meest recente OZB-tarieven van het gemiddeld niveau in Nederland. We hanteren deze onbenutte belastingcapaciteit voor onze weerstandscapaciteit. Anderzijds laten we ook de OZB-opbrengst zien als we het OZB-tarief hanteren dat opgelegd wordt indien een gemeente een artikel 12 status aanvraagt. Het rijk stelt zo’n gemeente dan onder financiële curatele.

Bedragen x € 1.000 OZB opbrengst Hilvarenbeek 2025 OZB opbrengst landelijk gemiddeld 2025 1 OZB artikel 12 2

Ruimte ten opzichte van landelijk artikel 12 4.765 5.501 6.819

736 2.054

Onze beschikbare capaciteit - de ruimte die beschikbaar is wanneer we het gemiddeld landelijk tarief hanteren - bedraagt € 736.000. De onbenutte belastingcapaciteit, wanneer de tarieven gelijk zouden zijn aan de artikel 12 norm, bedraagt € 2.054.000. We houden bij de beschikbare structurele capaciteit rekening met de structurele resultaten die ná vaststelling najaarsnota 2025 in onze begroting 2026 zitten. Deze bedraagt voor 2026 € 195.000 (2027: € 476.000, 2028: -/- € 420.000, 2029: -/- € 419.000). Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij bij de omvang van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s - voor resultaatbestemming - mee. Incidentele weerstandscapaciteit (x € 1.000) Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie

4.387 3.035

Tabel - Stand van 31-12-2025

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven.

1 2

Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2025 Bron: meicirculaire 2025, tarieven 2025

56

Weerstandsvermogen (x € 1.000) Structureel Algemene Dienst Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie Ratio's Structureel Algemene Dienst (A / B) Algemene bedrijfsreserve (C / D) Algemene reserve grondexploitatie (E / F)

Beschikbaar A C E

931 4.387 3.035

Benodigd B D F

JR21 1,0 0,8 2,0

JR22 0,8 10,2 1,3

JR23 1,2 7,9 1,4

1.367 864 638 JR24 0,8 6,1 3,4

JR25 0,7 5,1 4,8

Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen We waarderen het weerstandsvermogen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6

Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 0,8 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Tussen de 1 en de 0,8 is extra voorzichtigheid geboden. Een score onder de 0,8 betekent dat we een onvoldoende scoren. Structureel Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij net niet aan deze norm. In de berekening is rekening gehouden met de structurele ruimte die nu in onze begroting voor jaarschijf 2026 zit. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio nog van 0,7 naar 1,6. In dat geval is de waardering ruim voldoende. Incidenteel Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst scoort uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie is ook uitstekend. Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 5,1. Dit wordt gewaardeerd als uitstekend.

Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen.

57

Normering Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen

Cat. A

Cat. B

Cat. C

Netto schuldquote

<0,9

0,9 - 1,3

>1,3

Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

<0,9 >0,5

0,9 - 1,3 0,2 - 0,5

>1,3 <0,2

>0

0

<0

Grondexploitatie

<0,2

0,2 - 0,35

>0,35

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden

<0,95

0,95 - 1,05

>1,05

Structurele exploitatieruimte

Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2021 – 2024 hebben we zoals in het overzicht aangegeven gebaseerd op de voorgaande jaarstukken. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen JR21 JR22 JR23 JR24 JR25 0,51 0,61 0,44 0,45 0,44 Netto schuldquote 0,46 0,55 0,37 0,37 0,35 Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 0,27 0,23 0,26 0,25 0,25 Solvabiliteitsratio 0,03 0,07 0,06 -0,01 -0,01 Structurele exploitatieruimte 0,10 0,16 0,06 0,07 0,06 Grondexploitatie 0,97 1,02 0,88 0,87 0,88 Belastingcapaciteit: Woonlasten Meerpersoonshuishouden Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote voor 2025 is 0,44.

De netto schuldquote waarderen we daarmee als goed. Als we naar onze begroting 2026 kijken zien we dat de netto schuldquote vanaf 2028 naar een niveau gaat waarbij voorzichtigheid is geboden. Dit heeft te maken met de externe financiering die nodig is voor investeringen zoals School Doelakkers en Hart van Haghorst. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie 58

in de waagschaal wordt gelegd. De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio boven de 0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. Voor 2025 bedraagt de waarde 0,25. Dit ligt in lijn met afgelopen jaren. Voor de volgende jaren, gebaseerd op onze begroting 2026 wordt een daling verwacht. In 2028 duikt de waarde naar een risicovol profiel. Net zoals bij de netto schuldquote heeft dit te maken met de investeringen in onder andere Hart van Haghorst en School Doelakkers. Ook zien we dat we vanaf 2028 minder middelen van het Rijk ontvangen waardoor we ook minder kunnen reserveren in onze algemene reserves. Structurele exploitatieruimte negatief Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten.

De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van -0,01 in 2025 voldoen wij aan niet deze norm. Ook in de begroting 2026 was zichtbaar dat het kengetal vanaf 2028 negatief wordt, waardoor er sprake is van een risico profiel. Net zoals bij de netto schuldquote heeft dit te maken met de investeringen in onder andere Hart van Haghorst en School Doelakkers. Ook zien we dat we vanaf 2028 minder middelen van het Rijk ontvangen waardoor we ook minder kunnen reserveren in onze algemene reserves. We kunnen de structurele exploitatieruimte verder vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer opbrengsten ontvangen of minder kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van 0,6 beperkt. We hebben een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen.

Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kenget al belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van alle gemeenten zijn € 1.052. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 924 in 2025. De berekening hiervan ziet in terug in de paragraaf Lokale Heffingen van deze jaarstukken. Het kengetal komt daardoor op 0,88. Daarmee is onze lokale lastendruk normaal en iets onder het landelijk gemiddelde. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie voor 2025 is kwetsbaar, voorzichtigheid is geboden. De netto schuldquote ligt met deze jaarrekening op een normaal niveau. Voor de solvabiliteitsratio is een lichte mate van voorzichtigheid geboden. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig worden afgewogen omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang. De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten 59

liggen iets onder het landelijk gemiddelde. Tot slot ligt de structurele exploitatieruimte onder de norm van de provincie. We hebben hier nog invloed op door het eigen beleid aan te passen. Bijvoorbeeld de lokale heffingen verhogen of versoberen op een beleidsterrein waardoor kosten dalen. Naar de toekomst toe blijft het noodzakelijk om voorzichtig om te gaan met onze financiële positie. De begroting 2026 laat zien dat we de komende jaren naar een risicovoller profiel toe bewegen als het gaat om onze schuldratio’s en onze structurele begrotingssaldi.

60

Paragraaf 3

2.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Deze paragraaf gaat in op hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Het gaat zowel om gemeentelijke wegen, riolering en gebouwen, als om groen, sportvelden en water. Het grootste deel van de werkzaamheden aan kapitaalgoederen vloeit voort uit onze verantwoordelijkheden als eigenaar en beheerder van de publieke ruimte en van een aantal eigendommen. We hebben een groot vermogen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud hiervan zijn medebepalend voor het voorzieningenniveau binnen onze gemeente. Ze bepalen uiteraard ook de hoogte van de lasten die dit met zich meebrengt. De paragraaf geeft inzicht in de beleidskaders voor instandhouding van kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Hierna lichten we de categorie gebouwen toe.

Onderhoud openbare ruimte Beleidskader openbaar groen In 2025 is het integraal groenbeleidsplan opgesteld waarin openbaar groen is meegenomen. Informatie en gegevens zijn geanalyseerd, uitgewerkt tot een concept beleidsvoorstel en de participatie met raad en belanghebbenden/geïnteresseerden is gedaan. De dagelijkse uitvoering van het onderhoud van de openbare ruimte wordt door de Diamant-groep uitgevoerd. Beleidskader bomen In 2025 is het integraal groenbeleidsplan opgesteld waarin naast het openbare groen ook de bomen zijn opgenomen. Informatie en gegevens zijn geanalyseerd, uitgewerkt tot een concept beleidsvoorstel en de participatie met raad en belanghebbenden/geïnteresseerden is gedaan. Daarnaast heeft in 2025 een Europese aanbesteding plaatsgevonden voor het onderhoud van de bomen. Uit deze aanbesteding is een (langlopend) contract opgesteld om het onderhoud van de bomen voor een langere tijd op de juiste wijze te onderhouden. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. Vanaf 2021 vervangen we alleen toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn. Daarnaast zijn in overleg met bewoners enkele speelplekken vernieuwd. Al onze speeltoestellen worden per jaar vier keer gecontroleerd waaronder één keuring door een extern deskundige.

De diverse noodzakelijke reparaties aan 8 speeltoestellen zijn uitgevoerd en verspreid over de gemeente zijn 3 speeltoestellen vervangen.

61

Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader openbaar groen en spelen We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2025 1.539.000

Realisatie 2025 1.477.000

Verschil 62.000

Voordeel/Nadeel Voordeel

6.000

3.000

3.000

Voordeel

Onderdeel van het opknappen van wegen met halfverharding was op enkele plaatsen de rug grond tussen bomen afschrapen en aan de binnenkant van de bomen weer verwerken. Hiermee wordt de berm weer wat breder, beschermen we de bomen en zorgt voor een betere waterafvoer. Deze kosten zijn verantwoord bij wegbeheer, terwijl een ook een directe relatie is met groenonderhoud. Hierdoor ontstaat hier een voordeel en bij wegbeheer een nadeel. Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden stemmen we jaarlijks af met de lokale sportverenigingen. Daarnaast voeren we groot onderhoud uit. In 2025 heeft groot onderhoud plaatsgevonden op Sportpark de Haan in de Haghorst. Dit doen we op basis van een raambestek. In maart 2024 is het nieuwe bestek van start gegaan. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

317.000 94.000

372.000 92.000

55.000 2.000

Voordeel/Nadeel Nadeel Voordeel

Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. In februari 2022 is het Riool- en Waterprogramma voor de periode 2022-2026 vastgesteld. Daarbij is een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven opgesteld voor de periode 2022 tot en met 2026. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader De ramingen, realisatie en toelichting verschillen riolering vindt u terug in de paragraaf Lokale Heffingen. Wegbeheer Beleidskader In februari 2022 heeft de raad het nieuw beleids- en wegenbeheerplan 2021-2025 scenario 2a vastgesteld. Daarbij wordt onderhoudsniveau C als ondergrens gehanteerd. In 2025 hebben we uitvoering gegeven aan dit beheer- en beleidsplan 2021-2025. 62

Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten; 2. Kapitaallasten rehabilitaties, zijnde rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen. De nieuwe investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Overzicht investeringen (meerjarig). 3. Jaarlijks groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 4. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijkse kosten voor groot onderhoud (stand van de voorziening per 31 december 2025 = € 419.000). Afgerond op € 1.000

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

1. Exploitatiekosten

352.000

422.000

70.000

Voordeel/Nadeel Nadeel

2. Kapitaallasten

128.000

99.000

29.000

Voordeel

3. Storting in voorziening wegen

430.000

430.000

0

-

4. Groot onderhoud tlv voorziening wegen

648.000

649.000

1.000

Nadeel

Onderdeel van het opknappen van wegen met halfverharding was op enkele plaatsen de rug grond tussen bomen afschrapen en aan de binnenkant van de bomen weer verwerken. Hiermee wordt de berm weer wat breder, beschermen we de bomen en zorgt voor een betere waterafvoer. Deze kosten zijn verantwoord bij wegbeheer, terwijl een ook een directe relatie is met groenonderhoud. Hierdoor ontstaat hier een nadeel en bij groenonderhoud een voordeel. Bij de kapitaallasten is een voordeel, doordat kredieten nog niet gereed zijn en er in 2024 kredieten met een voordelig saldo zijn afgesloten. Storting in voorziening wegen De (geïndexeerde) storting komt voort uit het door de raad vastgestelde beheerplan wegen. Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastgestelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen.

De investeringen vindt u terug in de bijlage ‘Lijst investeringen’. Afgerond op € 1.000

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

1. Exploitatiekosten

241.000

221.000

20.000

2. Kapitaallasten

54.000

54.000

0

Voordeel/Nadeel Voordeel

We hebben dit jaar het budget voor onderhoud niet geheel nodig gehad. 63

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader onderhoud gebouwen We voeren onderhoud uit aan onze gebouwen en dit doen we op basis van Duurzaam Meerjaren OnderhoudsProgrammas’s (DMJOP’S). De DMJOP’s geven inzicht in de kosten die we de komende tien jaar moeten maken om onze panden in goede bouwkundige en installatietechnische staat te behouden. Aan de hand van de DMJOP’s maken we jaarlijks een planning voor de uit te voeren werkzaamheden. Het gehele pakket van de DMJOP’s) is in 2023 voor de periode van 2023 - 2032 geactualiseerd en hierin worden verdere stappen gezet naar verduurzaming van het eigen vastgoed. We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voorziening. Bij vervangingsinvesteringen – zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie. Voorvloeiende financiële consequenties uit beleidskader Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen (werkelijke stand voorziening per 31-12-2025 € 1.868.000); 2. Kosten ten laste van de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; Afgerond op € 1.000

Begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

1. Storting in voorziening

277.000

277.000

0

Voordeel/Nadeel Voordeel

2. Kosten ten laste van de voorziening

480.000

339.000

141.000

Voordeel

Kosten ten laste van de voorziening laten een voordelig saldo zien van € 141.000 2025 laat een positief verschil zien tussen begroting en de werkelijk gemaakte kosten. In 2025 was er minder capaciteit beschikbaar voor gebouwenbeheer. Dit heeft zijn invloed gehad op het in procedure brengen van een aantal geplande werkzaamheden. Hierdoor lukte het ons niet om werken binnen het planjaar uitbesteed, gestart en uitgevoerd te krijgen. Werkzaamheden die betrekking hebben op het aspect veiligheid zijn uitgevoerd.

64

Paragraaf 4

2.4 Financieringsparagraaf

Inleiding We gaan in deze paragraaf in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. We beantwoorden de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte hebben voorzien en geven aan wat de wettelijke kaders zijn. Bij een overschot aan kasmiddelen zijn we verplicht deze aan te houden bij het rijk. Hierna evalueren we de schuldpositie van de gemeente. Doordat we financieren met externe middelen, hebben we te maken met rente. We gaan in op de korte en lange rente en analyseren het renteresultaat. Uitgaven en inkomsten staan centraal We stellen de gemeentelijke begroting op volgens de regels van het stelsel van baten en lasten. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op onze uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen – hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan – of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen. Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen.

Rentevisie en ontwikkelingen Inleiding De rentelasten zijn een belangrijke kostenpost voor de gemeente. Het renteverloop wordt sterk bepaald door economische ontwikkelingen. We beschrijven de ontwikkelingen in Nederland, op Europees vlak en wereldwijd. De Nederlandse economie in 2025 De Nederlandse economie staat er goed voor: Nederland is de 5e economie van de EU en de 18e economie van de wereld. De Nederlandse economie groeit naar verwachting door met 1,6% in 2025. Dit komt volgens het Centraal Planbureau (CPB) vooral door hogere consumptieve bestedingen van huishoudens en de overheid. In 2024 groeide de Nederlandse economie met ca. 1,1%. Daarbij is de uitgangspositie van Nederland goed: de werkloosheid en overheidsschuld zijn relatief laag. Het inkomen per hoofd van de bevolking in vergelijking met andere Europese landen hoog. Nederland profiteert als open economie van internationale en Europese samenwerking en handel. Tegelijkertijd is Nederland wél gevoelig voor internationale ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van wereldhandel. De economische vooruitzichten zijn daarom omgeven met extra onzekerheid door de actuele geopolitieke spanningen en handelsbelemmeringen. De BNG geeft aan dat in 2025 de inflatie geleidelijk is gedaald, maar blijft hoger dan in de rest van het eurogebied.

65

Europa – herstel van de economie De economie van de eurozone bevindt zich op een zeer geleidelijk pad naar herstel. De indicatoren voor het producentenvertrouwen zijn geleidelijk verbeterd, hoewel ze nog altijd op een laag niveau staan. De arbeidsmarkt blijft ook verrassend veerkrachtig met een nog altijd lage werkloosheid. De Duitse economie is nog niet uit het slop, aangezien de industriële productie zwak blijft. De Franse regeringscrisis weegt ook op de Franse en Europese vertrouwensindicatoren. De groei groeivooruitzichten van de ECB (Europese Centrale Bank) voor de eurozone zijn voorzien op ca. 1,4% in 2025. De inflatie in de eurozone steeg in september 2025 van 2,0% naar 2,2%. De stijging was, zoals verwacht, vooral toe te schrijven aan de energie-inflatie. De wereldeconomie - veerkrachtig In 2025 bleef de wereldeconomie veerkrachtig met een groei rond de 3%, ondanks groeivertragingen in westelijke economieën en structurele uitdagingen in landen als Duitsland (de-industrialisatie, hoge energieprijzen). De inflatie daalde geleidelijk, maar bleef hardnekkig, vooral in de dienstensector, wat centrale banken aanzette tot voorzichtige renteverlagingen. De financiële markten, gedreven door tech en AI-vooruitzichten en de start van renteverlagingen door de Fed (Federal Reserve System, centrale bank van de VS), presteerden sterk, ondanks geopolitieke spanningen.

Opkomende markten leverden een belangrijke bijdrage aan de groei, terwijl de VS de grootste economie bleef. Rente voor leningen met een korte looptijd De refirente - ook wel basisherfinancieringsrente genoemd - is de rente die banken moeten betalen aan de ECB (Europese Centrale Bank) als zij geld bij de ECB opnemen. Banken gebruiken deze faciliteit als ze liquiditeiten tekortkomen. De ECB verlaagde de refirente in 4 stappen gedurende 2025, van 3,15% in december 2024 naar 2,15% in juni 2025. De renteverlagingen waren bedoeld om de economische activiteit te stimuleren en het vertrouwen te versterken, omdat de inflatie van de jaren daarvoor onder controle was. De driemaands Euribor-rente, die leningen met een looptijd van drie maanden betreft, daalde eveneens van 2,92% eind 2024 naar 2,07% eind 2025. Rente voor leningen met een lange looptijd De lange rente voor leningen met een lange looptijd (10 jaar) daalde geleidelijk van 2,30% eind 2024 naar 2,58% in juni 2025, en weer geleidelijk oplopend naar 2,74% eind 2025. De hypotheekrente voor een 10-jaars hypotheek, met HNG garantie - lag eind 2025 tussen de 3,50% en 3,70%. Nederlandse banken zoals Rabobank, ING en ABN/AMRO boden eind 2025 een maximale rentevergoeding van ongeveer 1,40% voor spaarbedragen tot € 100.000.

Financieringsbehoefte Inleiding De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We organiseren deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu kort en lang te lenen binnen de kaders. Een tweetal kengetallen zegt iets over onze financieringsbehoefte: kasgeldlimiet en renterisiconorm. De betekenis en het verloop van beide kengetallen lichten we hieronder toe.

66

Kasgeldlimiet overschreden in 1e kwartaal 2025 De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto -vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de gemeente is dat percentage vastgesteld op 8,5%. Onze kasgeldlimiet voor 2025 was 8,5% van € 52,50 miljoen = € 4,46 miljoen. Gedurende het verslagjaar 2025 had de kasgeldlimiet het volgende verloop: Afwijking Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.)

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

1

Kortlopende geldleningen (vlottende passiva)

6,91

5,32

4,17

2,52

2

Kortlopende geldleningen (vlottende activa)

1,84

1,78

1,44

1,65

3

Overschot middelen

0,00

0,00

0,00

0,00

4

Tekort middelen

5,07

3,54

2,73

0,87

5

Kasgeldlimiet (7 x 8/ 100)

4,46

4,46

4,46

4,46

6a

Ruimte onder kasgeldlimiet

0,00

0,92

1,73

3,59

6n

Overschrijding van kasgeldlimiet

0,61

0,00

0,00

0,00

Bepaling Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.)

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

Begrotingstotaal, afgerond op 1 mln. Percentage regeling

52,50 8,5%

52,50 8,5%

52,50 8,5%

52,50 8,5%

7 8

Toelichting op de tabel Vanaf het vierde kwartaal 2024 en in geheel 2025 was er sprake van liquiditeitstekorten. Het 1e kwartaal 2025 was er sprake van een (lichte) overschrijding van de kasgeldlimiet. In de rest van het jaar 2025, valt uit de tabel te lezen, is er ruimte onder de kasgeldlimiet. We voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Als gevolg van deze norm kan een rentestijging op de kapitaalmarkt slechts gedeeltelijk doorwerken in de te betalen rentelasten over de vaste schuld. Als we de berekening toepassen op de begroting 2025 leidt dit tot een renterisiconorm van 20% van € 52,5 miljoen (totaal van de lasten op de begroting) = € 10,5 miljoen. Het renterisico op de vaste schuld mag deze norm niet overschrijden. Het verloop van de renterisiconorm staat in onderstaand overzicht weergegeven: Bedragen x € 1 mln. 1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

Begroting 2025 0,00

Rekening 2025 0,00

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0,00

0,00

1

Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0,00

0,00

2

Aflossingen

1,39

1,19

3

Renterisico op vaste schuld (1+2)

1,39

1,19

4a

Begrotingstotaal

52,5

52,5

67

4b

Percentage regeling

20

20

4

Renterisiconorm (4a x 4b/ 100)

10,50

10,50

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4>3)

9,11

9,31

5b

Overschrijding renterisiconorm (3>4)

0,00

0,00

In onze gemeente is het totaal van de renteherziening en de aflossingen lager dan de renterisiconorm; we voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm. Omslagrente in de Begroting 1,00% én de Rekening 1,00% Inleiding De rentekosten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van de renteomslag. Deze renteomslag is afhankelijk van onze huidige financiering en de rentepercentages die we op dit moment betalen voor onze geldleningen. Hoe berekenen we het rente omslagpercentage? Uitgangspunt is het bedrag van de externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten. Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente wordt vervolgens bepaald door het saldo van de rentelasten en rentebaten te verminderen met de rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend, rente van projectfinancieringen (bijvoorbeeld het nieuwe zwembad/sportcomplex) en rentebaten van door verstrekte leningen (geldleningen aan woonstichting Leystromen). Bij het saldo wat resteert wordt de rente over de voorziening Pensioenen wethouders bijgeteld. Het restant wordt door middel van een rente omslagpercentage aan de verschillende taakvelden toegerekend. In de Begroting hebben we gerekend met een omslagpercentage van 1,00%.

De - verplichte - herberekening met de werkelijke lasten en baten van 2025 leidt niet tot een aanpassing van het rente omslagpercentage (op grond van de geldende regels). Oorzaken van de lagere rentelasten In vergelijking met de begroting wijken de toe te rekenen rentelasten af door het volgende: - De begrote rentelasten voor het opnemen van gelden tot de kasgeldlimiet waren in werkelijkheid te laag. Door een tekort aan liquide middelen hebben we vaker kasgeldleningen moeten afsluiten en daardoor hogere rentelasten. - De hogere rentebaten ten opzichte van de begroting zijn het gevolg van opgelegde wettelijke rente verbonden aan het uitvaardigen van een dwanginvordering. - In de Rekening is eveneens gerekend met een omslagpercentage van 1,00%. Naar de Exploitatie werden minder rentelasten, door de achterblijvende investeringen, doorberekend wat leidt tot een voordeel. Binnen het taakveld Rente leidt de lagere doorbelasting tot nadeel voor hetzelfde bedrag. Bijgaand het rekenschema Rentekosten. De bepalingen en richtlijnen van de notitie Rente 2023 van de commissie BBV traden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2025. Bij toepassing van de notitie Rente 2023, beveelt de commissie aan om de effecten van de notitie toe te lichten in de jaarverslaggeving, door gebruik te maken van het hieronder opgenomen renteschema.

68

De vaste financiering in 2025 De vaste financiering bestaat uit de volgende posten: -

1 langlopende geldlening, verstrekt aan woonstichting Leystromen. Deze geldlening is verstrekt uit eigen middelen en heeft een restwaarde van € 0,9 miljoen. We hebben zes opgenomen geldleningen die zijn aangewend voor onze eigen financiering. De restschuld van deze vaste geldleningen bedroeg eind 2025 € 19,6 miljoen. De twee grootste geldleningen hebben een rentepercentage van respectievelijk 1,11% en 0,98%. We hebben in 2017 een vaste geldlening (110465) afgesloten van € 7 miljoen, tegen 1,66%, als objectfinanciering voor de realisatie van het zwembad/sportaccommodatie De Roodloop. De restschuld is € 5,9 miljoen eind 2025. Vanwege de aanhoudende liquiditeitstekorten en het hoge investeringsniveau in de komende jaren hebben we besloten om een financieringsstrategie te bepalen. In 3 tranches gaan we de komende jaren voorzien in onze liquiditeitsbehoefte. In december 2025 is de eerste vaste geldlening (118481) afgesloten voor het bedrag van € 6 miljoen, tegen 3,54%.

69

Langlopende leningen Op 1 december hebben we een lange geldlening (30 jaar) afgesloten voor een bedrag van € 6 miljoen (1e tranche) tegen een rentepercentage van 3,54%. Stand van zaken overige leningen en borgstellingen De gemeente staat borg voor woonstichting Leystromen via zogenoemde achtervangovereenkomsten gesloten met Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om nieuwe financieringen mogelijk te maken in het werkgebied van de woonstichting. De nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst is op 1 augustus 2021 in werking getreden en geldt voor alle nieuwe geborgde geldleningen van woningcorporaties werkzaam in onze gemeente. Hierbij geldt voor nieuwe geborgde geldleningen een verdeling op basis van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed van onze gemeente in het werkgebied van woonstichting Leystromen. Voor geborgde geldleningen onder de oude achtervangovereenkomsten wordt onze achtervangpositie nog steeds bepaald op basis van individueel geborgde geldleningen. Voor geldleningen die geborgd worden onder de nieuwe achtervangovereenkomst wordt de achtervangpositie bepaald op basis van de nieuwe grondslag. Zie verder de tabel opgenomen in de toelichting op de balans, buiten de balans opgenomen waarborgen en garantstellingen. De gemeente staat borg voor een geldlening welke in 2002 is opgenomen door KOM Onroerend Goed BV.

Begin 2022 zijn alle rechten en plichten zijn overgenomen door Stichting Mikz Kinderopvang. De gemeente Hilvarenbeek staat borg voor een lening met pro resto hoofdsom van € 625.000. In 2033 vindt de laatste aflossing op deze lening plaats. In 2001 heeft Sport- en Partycentrum Hercules een bankgarantie afgesloten met de bank als waarborg voor de financiële verplichtingen naar de gemeente. Met de beëindiging van de exploitatie heeft de gemeente, in december 2025, decharge verleend zodat er géén aanspraak meer gedaan kan worden.

70

Schuldpositie (Wet Hof) Sinds 2013 geldt de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Houdbare gemeentefinanciën betekent dat de gemeente - ook bij economisch zwaar weer - genoeg geld overhoudt om aan haar verplichtingen te blijven voldoen, waarbij de noodzakelijke publieke voorzieningen niet in de knel komen. Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op het toekomstig inkomen van de gemeente. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor rente en aflossingen worden vastgelegd. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.

71

Paragraaf 5

2.5 Bedrijfsvoering

In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de financiële besturing en beheersing, personeel en informatiemanagement.

Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing P&C-cyclus Om de gemeenteraad in staat te stellen de kaderstellende en controlerende rol in te vullen, leveren we jaarlijks begrotings- en verantwoordingsdocumenten op, zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. Bij de voorjaarsnota 2025 hebben we nadrukkelijk de samenleving betrokken bij de keuzes voor de voorjaarsnota 2025. Dit vanuit het in juni 2024 door de gemeenteraad gekozen scenario ‘Samenwerkend Hilvarenbeek’. De uitkomsten van de participatie bestond uit adviezen van het inwonerspanel, de reacties van direct betrokkenen en de resultaten van de vragenlijst. Het document “Adviezen inwonerspanel en reactie direct betrokkenen” en “Het PON Telos rapportage” was aan de voorjaarnota 2025 toegevoegd. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf verslagjaar 2023 legt het college door middel van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening verantwoording af over het rechtmatig handelen aan de raad. Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 1.109.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 1.142.000.

Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 623.000 acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken. Deze zien toe op de lastenoverschrijvingen ten opzichte van de begroting. Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: ▪ Begrotingscriterium; ▪ Voorwaardencriterium; ▪ Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

72

Uit hoofde van transparantie wordt onderstaand een toelichting gegeven op deze criteria. ▪

Het begrotingscriterium

Financiële beheershandelingen die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s. In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Onderdeel van de rechtmatigheidsonderbouwing is het vaststellen of er sprake is van dit soort over,- of onderschrijdingen en of ze passen binnen het gemeentelijk beleid en adequaat zijn toegelicht in de jaarrekening. Als de afwijkingen adequaat zijn toegelicht en de jaarrekening wordt vastgesteld door de gemeenteraad, zijn deze conform het vastgestelde controleprotocol op 26 februari 2026, alsnog rechtmatig. Binnen de jaarrekening zijn de over,- en onderschrijdingen ten aanzien van de begroting adequaat toegelicht. ▪

Het voorwaardencriterium

Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de gemeente voldoen aan de voorwaarden, zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. In het normenkader zijn de interne en externe regels opgenomen, die het college in de controle van het voorwaardencriterium moet betrekken. Ten aanzien van het voorwaardencriterium constateren wij enkele onrechtmatigheden rondom de naleving van de (Europese) aanbestedingsregels met een totale waarde van € 366.000. De geconstateerde onrechtmatigheden ten aanzien van inkopen zien toe op het volgende: − Inkoop van dienstverlening inzake beveiliging opvang: € 106.000; − Inkoop van dienstverlening inzake inhuurkrachten: € 99.000; − Inkoop van dienstverlening inzake verzekering: € 85.000; − Inkoop van dienstverlening inzake schoonmaak: € 76.000. De inkoop van de beveiliging, inhuur en verzekering zijn in 2025 en/of begin 2026 opnieuw aanbesteed waardoor deze bestedingen in aankomende jaren niet meer onrechtmatig zullen zijn. De inkoop van de schoonmaakdiensten zal gedurende 2026 opnieuw worden aanbesteed. In 2026 zullen onderstaande verbetermaatregelen m.b.t. het aanbestedingsproces worden doorgevoerd: • • •

Onrechtmatige aanwezige contracten, waar van toepassing, alsnog Europees uitzetten zodat de onrechtmatigheid niet doorloopt. Invoer van een contractenmodule waarmee de contractwaarden, contractperioden en bestedingen gemonitord kunnen worden. Hiermee wordt bewerkstelligt dat contracten tijdig (opnieuw) worden aanbesteed; Hanteren van een strategieformulier. Voordat nieuwe contracten worden aangegaan met een contractwaarde > € 30.000 voor levering en diensten en > € 50.000 voor werken dient er een strategieformulier te worden ingevuld en te worden voorgelegd aan het inkoopbureau. Hiermee wordt gewaarborgd dat de juiste aanbestedingsvorm gehanteerd wordt.

73

Het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium Het is aan de gemeente om effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik te voorkomen. De gemeente beziet in eerste plaats welke eisen de wet- en regelgeving stelt ten aanzien van M&O, wat daarin is geregeld omtrent de handhaving en hoe zich dat heeft vertaald naar de opzet van de interne organisatie. Om dit te bewerkstellingen is een mix van maatregelen nodig. Een mogelijk uitgangspunt hiervoor is het opstellen van een gemeentelijke nota c.q. beleid ten aanzien van M&O. Binnen de gemeente is een dergelijke overkoepelende nota rondom het M&O-beleid aanwezig en op 13 maart 2025 door de Raad vastgesteld. De basis voor het naleven van het M&O-beleid ligt binnen de gemeente in belangrijke mate bij de uitkomsten van de intern uitgevoerde controles en evaluaties. Het hebben van een overkoepelend M&O-beleid is niet verplicht, maar het versterkt wel de onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording. In 2025 hebben we geen onrechtmatigheden geconstateerd rondom het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium. Fiscaal beleid en beheersing Op 1 oktober 2025 is het dHT-convenant (doorontwikkeling Horizontaal Toezicht) beëindigd. Ondanks het beëindigen van het convenant blijft de basis werken vanuit transparantie, begrip en vertrouwen.

De gemeente behoudt haar klantcoördinator en daarmee haar vaste aanspreekpunt bij de Belastingdienst voor vooroverleg en vragen. In 2025 hebben een aantal fiscale onderwerpen de aandacht gevraagd: • De hervatting door de Belastingdienst van de actieve handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA). Dit gaat over de zorgvuldige beoordeling van de samenwerkingen met zzp’ers op schijnzelfstandigheid. • Het Besluit tijdelijk onderdak hotels en andere accommodaties (HAR regeling) waarin is vastgelegd dat de BTW die drukt op de kosten niet in aanmerking komt voor een bijdrage uit het BTWcompensatiefonds. • De correctie van de doorschuif-BTW van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Hart van Brabant (GR RHvB) over voorgaande jaren. • De invoering in de loop van 2025 van een car tracking systeem waardoor de verplichte – fiscale kilometer registratie gereden met dienstauto’s op digitale wijze wordt vastgelegd. De gemeente heeft in 2025 - wederom - de nodige zorg besteed aan het zorgvuldig en volledig opstellen van aangiften en het tijdig indienen bij de Belastingdienst. Organisatieontwikkeling In 2025 werkten we verder aan onze organisatieontwikkeling “Samen Krachtig Vooruit”, zodat we blijvend kunnen leren en groeien, aan onze missie werken, de juiste mensen in huis halen en houden, en inspelen op ontwikkelingen. Informatie hierover is gedeeld in RIB 2025-99.

Uitvoeren Actieprogramma Samen Krachtig Vooruit 2024-2027 Samenwerken met onze samenleving en met andere gemeenten en partijen kan alleen als we zelf stevig in onze schoenen staan. Ons programma organisatieontwikkeling zette ook in 2025 in op continu ontwikkelen, eigenaarschap tonen, leefwereld van de klant centraal zetten en planmatig werken. Concrete resultaten zijn te zien in de raadsinformatiebrief 2025-99. In 2025 waren dit onder andere cultuurontwikkeling naar aanleiding van het patronen onderzoek binnen de afdeling ruimte, de effecten van de experimenten democratische vernieuwing op de gemeentelijke organisatie en richtte we de werkplek van de toekomst in. 74

Vasthouden en doorzetten cultuurontwikkeling Een belangrijk onderdeel van het werken aan de lerende organisatie is cultuurontwikkeling. In 2025 werkte we aan het werken volgens de leidende principes in plaats van de vastgelegde patronen. Dat deden we door training, coaching en ontwikkeling tijdens het dagelijks werk. Versterken strategische slagkracht In 2025 investeerde we in de strategische slagkracht door een strategie traject van het managementteam. Hierin staat focus en keuze maken centraal. Dit is de basis voor strategisch werken in de organisatie en de ontwikkeling van strategisch adviseurs. Personeel en formatie Om goede dienstverlening te kunnen leveren hebben we voldoende gekwalificeerd personeel nodig. De uit elkaar groeiende balans tussen opgaven en bezetting trokken een sterke wissel op personeel en bemensing van de organisatie. Door de vergrijzing van ons personeelsbestand en de krapte op de arbeidsmarkt komt de bedrijfscontinuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening verder onder druk te staan. De schaarste op de arbeidsmarkt heeft een langdurig karakter aangezien de beroepsbevolking daalt. Voor 2025 formuleerden we in de begroting ambities op het gebied van: ‘wervingsstrategie’ en ‘Vitaliteit’. Wervingsstrategie Eind 2024 startten we met het opstellen van een nieuwe wervingsstrategie. Het doel is om vacatures blijvend goed in te kunnen vullen.

Hierbij verhelderen we de kracht, charme en potentie van gemeente Hilvarenbeek als werkgever. Ook actualiseren we ons werkgeversimago via arbeidsmarktpropositie. Hierdoor verwachten we vacatures soepel, duurzaam en effectief te kunnen invullen, ondanks de krappe arbeidsmarkt. Een neveneffect zou kunnen zijn dat we het aandeel inhuur op (tijdelijk niet bezette) vaste formatieplekken naar gewenste proporties terugbrengen. Naast het werven is het behouden van geschikt personeel uiteraard ook belangrijk. We staken energie in het behouden en ontwikkelen van personeel en het verbeteren van de omstandigheden waardoor werkdruk wordt gevoeld. Zo werd het opleidingsbudget beter benut, en voerden verbeteracties uit in organisatiesturing, ontstonden er drie nieuwe teamleidersrollen waardoor er meer medewerkers onder de directe aandacht van een leidinggevende vallen en evalueerden en verbeterden we ons resultaat- en ontwikkelgesprek. Vitaliteit In 2025 zijn we verder aan de slag gegaan met de uitvoering van ons vitaliteitsbeleidsplan. We organiseerden ook in 2025 weer in GHO-verband de Week van de Vitaliteit, hebben elke werkplek onderzocht en advies gekregen over de werkhouding en werkplek-instelling. Ook hebben we in 2025 weer summer schools georganiseerd, een leuke een laagdrempelige manier om te leren van collega's.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17161748/1