Eindrapport RMB Jeugdhulp fase 3 (1 raadsvoorstel)
Tekst van het document
Zaaknummer: 1065436
gemeente Hilvarenbeek
Voorstel van de Rekenkamer in Midden-Brabant (RMB) aan de raad In de vergadering van Behandeld in college op Behandeld in commissie(s) Agendapunt Beleidsveld Onderwerp
: 8 juli 2026 : n.v.t. : Samenleving van 18 en 25 juni 2026 : 17 : Samenleving : Aanbevelingen rekenkamer onderzoek jeugdzorg derde fase
Voorstel a. de doorontwikkeling richting Stevige Lokale Teams (SLT’s) te ondersteunen door: 1.
In te stemmen met het standpunt van B&W dat externe audits bij de SLT’s in de huidige fase geen meerwaarde toevoegen, en daarmee af te wijken van de aanbeveling van de RMB (aanbeveling 1 in het rapport).
2. B&W te verzoeken de in het SamenZorgTeam geborgde functiescheiding tussen het indiceren en beoordelen enerzijds en het verlenen van begeleiding en regie anderzijds structureel te bestendigen bij de doorontwikkeling van SLT’s binnen de context van de Hervormingsagenda Jeugd (2023) en het Convenant Stevige Lokale Teams (2026), en de raad hierover te informeren (aanbeveling 2 in het rapport). 3. B&W te verzoeken regionale samenwerking bij de doorontwikkeling van de SLT’s te borgen en de duurzame inzet van professionals boven tijdelijke inhuur te stellen (aanbeveling 7 in het rapport). b. de rol van de gemeenteraad te versterken door: 4. B&W te verzoeken de bestuurlijke uitgangspunten normalisering en selectiviteit uit 2021 te handhaven dan wel te herformuleren als: het bevorderen van eigen kracht en het benutten van algemene voorzieningen alvorens een beroep te doen op niet-vrij toegankelijke jeugdhulp (aanbeveling 3 in het rapport). 5. B&W te verzoeken jaarlijkse bijeenkomsten tussen gemeenteraad en vertegenwoordigers van de gemeentelijke toegang en het voorliggend veld in te voeren dan wel structureel voort te zetten (aanbeveling 6 in het rapport). c. de informatievoorziening aan de gemeenteraad te verbeteren door: 6. B&W te verzoeken de gemeenteraad te informeren over het effect van de verleende jeugdhulp (aanbeveling 4 in het rapport). 7.
B&W te verzoeken de gemeenteraad jaarlijks een overzicht te geven van de ontwikkeling van de vraag naar en de feitelijk verleende jeugdhulp, en daarbij aan te geven hoe normalisering en selectiviteit doorwerken in de verwijzingen (aanbeveling 5 in het rapport).
1
Raad van 8 juli 2026, nr. 17
Inleiding De Rekenkamer Midden-Brabant heeft in het rapport “Normaal en selectief?” onderzoek gedaan naar de uitvoeringspraktijk van de jeugdhulp in Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Loon op Zand. Dit is fase 3 van een meerjarig onderzoek dat in 2021 van start ging naar aanleiding van sterk stijgende jeugdhulpkosten in de regio Hart van Brabant. Om de kostenstijging van jeugdhulp te keren stelden de gemeenteraden in 2021 bestuurlijke uitgangspunten vast, waaronder normalisering en selectief gebruik als leidende principes bij de zorgtoewijzing. In fase 1 (rapport juli 2022) onderzocht de RMB hoe deze uitgangspunten waren vertaald in de inkoopstrategie van de regio. In fase 2 (rapport juni 2023) stond de vraag centraal of op basis van de afgesloten contracten geconcludeerd kon worden dat er zicht was op het realiseren van de zes bestuurlijke uitgangspunten. De RMB wees daarin op kansen – zoals de gemeentelijke toegang als cruciale poortwachter – maar ook op risico’s, waaronder het gevaar dat de toegang er niet in zou slagen alleen naar hoog-specialistische hulp te verwijzen als dat werkelijk nodig is. Juist dit risico – onvoldoende selectiviteit bij de indicatiestelling – was voor de RMB de aanleiding om fase 3 te richten op de werkwijze van de gemeentelijke toegang.
De toegang is immers de poortwachter die in de praktijk bepaalt of normalisering en selectiviteit daadwerkelijk worden toegepast. Dit werd benadrukt door de kwestie Crossroads, waarbij tijdens de start van het fase 3-onderzoek aanzienlijke budgettaire overschrijdingen bij de hoog-specialistische jeugdhulp (S1) aan het licht kwamen. De kernvraag van fase 3 was daarmee: op welke wijze spelen normalisering en selectief gebruik een rol bij het proces rond de indicatiestelling? Het onderzoek richtte zich op de vraag op welke wijze normalisering en selectief gebruik een rol spelen bij het proces rond de indicatiestelling. De RMB heeft dit kwalitatieve onderzoek laten uitvoeren door Het PON & Telos. Op basis van de bevindingen doet de RMB zeven aanbevelingen, gericht aan het college van B&W en – voor een deel – aan de gemeenteraad zelf. Na het veldwerk van fase 3 (eind 2024-begin 2026) en de behandeling van dit raadsvoorstel zijn op landelijk niveau enkele ontwikkelingen verankerd die voor de beoordeling van de aanbevelingen relevant zijn. Op 23 maart 2026 is er een door de VNG opgesteld Convenant Stevige Lokale Teams ondertekend door gemeenten, rijk en uitvoeringspartners in de jeugdzorg.
Dit convenant gaat, net als de Hervormingsagenda Jeugd (2023) ervan uit dat in alle gemeenten stevige lokale teams (SLT’s) worden ingericht die zelf laagdrempelig hulp en ondersteuning verlenen, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Daarbij wordt uitgegaan van de kernwaarden dichtbij, integraal en met mandaat. De RMB stelt vast dat de aanbevelingen uit fase 3 zich tot deze landelijke beweging verhouden als complementair en niet als strijdig: ook de RMB-aanbevelingen leggen de nadruk op eigen kracht, op het versterken van het netwerk rondom inwoners en op het selectief inzetten van specialistische jeugdhulp. Tegelijk vraagt de uitvoering een zorgvuldige inpassing, zeker waar de RMB pleit voor een duidelijke borging van de objectiviteit van de indicatiestelling. In het nawoord bij de bestuurlijke reacties heeft de RMB de aanbevelingen heringedeeld naar drie thema’s. Het eerste thema betreft de doorontwikkeling richting Stevige Lokale Teams (SLT’s). Het thema betreft aanbevelingen 1 (externe audit), 2 (functiescheiding) en 7 (regionale samenwerking) uit het RMB-eindrapport. Deze aanbevelingen kwamen voort uit het RMB-onderzoek naar de werkwijze van de professionals. Zij benadrukten bijvoorbeeld de noodzaak van functiescheiding.
Het tweede thema betreft de verbetering van de rol van de raad: aanbevelingen 3 en 6 uit het eindrapport.
2
Raad van 8 juli 2026, nr. 17
Het derde thema wordt gevormd door de aanbevelingen 4 en 5 uit het eindrapport. Zij betreffen de informatievoorziening aan de raad en waren bijvangst van het onderzoek naar de werkwijze van de toegang; de definitieve evaluatie vindt plaats in fase 4 van het meerjarig onderzoek van de RMB. De raad kan nu al aan B&W vragen hoe de opvolging is vormgegeven. Argumenten A. Besluiten om de doorontwikkeling richting Stevige Lokale Teams (SLT’s) te ondersteunen 1. Externe audits bij SLT’s De raad kan B&W opdragen externe audits in te voeren (zoals de RMB in haar rapport aanbeveelt en hieronder nader toelicht), dan wel instemmen met het standpunt van B&W (zie bestuurlijke reactie van B&W in rapport). Een expliciete keuze uit deze varianten versterkt de democratische controle door de gemeenteraad op de uitvoeringskwaliteit. Externe audits kunnen ook als visitaties worden ingevoerd. Visitaties zijn bij verschillende organisaties gebruikelijk. Tijdens zo’n visitatie kunnen externe experts een kritisch oordeel vormen over de werkwijze en de resultaten van de organisatie. Daarmee zijn visitaties een instrument om organisaties scherp te houden. De gemeenten verschillen van opvatting over externe audits bij de lokale teams. Dongen overweegt deze in de doorontwikkeling van het SLT.
Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand zien geen meerwaarde vanwege interne kwaliteitscontrole via het 4-ogenprincipe en multidisciplinaire teams. De RMB beveelt aan dat elke raad hierover een standpunt inneemt, rekening houdend met de lokale context en organisatievorm van de toegang. B&W van Hilvarenbeek heeft in zijn bestuurlijke reactie aangegeven dat externe audits voor het SamenZorgTeam in de huidige fase geen meerwaarde toevoegen. Het team werkt multidisciplinair en bespreekt gezinnen wekelijks gezamenlijk, en beschikt over een procesregisseur, een adviseur mentale gezondheid en een kwaliteitsmedewerker die niet direct bij de gezinnen betrokken zijn. Deze interne kwaliteitsborging is naar het oordeel van het college toereikend. De voorgestelde besluittekst sluit aan bij het standpunt van B&W van Hilvarenbeek. De raad behoudt vanzelfsprekend de bevoegdheid om B&W alsnog op te dragen externe audits in te voeren, mocht zij daar aanleiding voor zien. 2. Functiescheiding in werkwijze SLT’s Alle vier gemeenten hebben functiescheiding geïmplementeerd: de professional die een indicatie beoordeelt is een andere dan de professional die de hulp verleent. De RMB acht het waardevol dat de raad dit principe als ordenend beginsel bevestigt. Daarmee geeft de raad een duidelijk signaal over het belang van onafhankelijke besluitvorming bij de indicatiestelling.
De bestuurlijke reactie van B&W op de RMB-aanbeveling “Besluit over functiescheiding binnen de (stevige) lokale teams” was, dat de aanbeveling reeds wordt uitgevoerd. B&W gaf als toelichting: “In het SamenZorgTeam werken verschillende professionals, o.a. professionals die beschikkingen afgeven (consulenten van de gemeente) als professionals die begeleiding bieden en regie voeren (O3 partners: MEE, Farent, Contour de Twern). De drie partners leiden toe naar passende hulpverlening maar de gemeente is verantwoordelijk voor het afgeven van de beschikkingen. Ook als begeleiding van de O3 partners niet (meer) toereikend is en er specialistische zorg nodig is dan blijven deze professionals betrokken bij het gezin. De RMB benadrukt in dit raadsvoorstel dat de hier bedoelde functiescheiding geen extra rolafbakening of bureaucratisering vraagt, maar de objectiviteit van de indicatiestelling moet borgen op het moment dat beoordeling en hulpverlening binnen hetzelfde team zijn belegd. Het besluit bevestigt daarmee een bestaande werkwijze en richt zich op het bestendigen daarvan in de verdere doorontwikkeling binnen de context van de Hervormingsagenda Jeugd (2023) en het Convenant Stevige Lokale Teams (2026). 3
Raad van 8 juli 2026, nr. 17
3. Regionale samenwerking en duurzame inzet SLT’s Alle gemeenten werken (sub)regionaal samen bij de doorontwikkeling van de Stevige Lokale Teams en streven naar duurzame inzet van professionals boven tijdelijke inhuur. De RMB acht het wenselijk dat de raad dit beleid bevestigt, gelet op de kwetsbaarheid die tijdelijke inhuur meebrengt voor de continuïteit en kennisopbouw in de uitvoering. B. Besluiten om de rol van de gemeenteraad te versterken 4. Bestuurlijke uitgangspunten normalisering en selectiviteit De gemeenteraden hebben in 2021 de begrippen normalisering en selectiviteit als bestuurlijke uitgangspunten vastgesteld. De praktijk laat zien dat gemeenten deze begrippen verschillend interpreteren of andere terminologie gebruiken. Het college van Hilvarenbeek heeft in zijn bestuurlijke reactie aangegeven de uitgangspunten uit 2021 te onderschrijven, maar er tegelijk op gewezen dat normaliseren in het sociaal domein een professionele grondhouding is die om maatwerk vraagt en zich slecht laat vangen in een afgebakende, uniform toepasbare begripsdefinitie. Dit standpunt sluit aan bij de gedachte van de Hervormingsagenda Jeugd en het Convenant Stevige Lokale Teams: werken vanuit de leefwereld van inwoners en aansluiten bij wat in een specifieke context als ‘normaal’ geldt.
De kerngedachte van normalisering – het bevorderen van eigen kracht, het benutten van het sociaal netwerk en algemene voorzieningen alvorens een beroep te doen op niet-vrij toegankelijke jeugdhulp – blijft daarmee onverkort relevant, ook als de raad ervoor kiest geen sluitende definitie vast te stellen. De RMB stelt zich op het standpunt dat de raad zich uitspreekt voor handhaving van de uitgangspunten uit 2021, met dien verstande dat deze in de uitvoering worden vertaald als hiervoor omschreven. 5. Jaarlijks gesprek raad en uitvoering Alle gemeenten organiseren al bijeenkomsten tussen de gemeenteraad en vertegenwoordigers van de gemeentelijke toegang en het voorliggend veld. De RMB adviseert dit structureel vast te leggen, zodat de afstand tussen beleidswereld en uitvoeringspraktijk verkleind wordt en de raad zijn kaderstellende rol beter kan vervullen. C. Besluiten om de informatievoorziening aan de gemeenteraad te verbeteren Aanbevelingen 4 en 5 (in het eindrapport) gaan over de kwaliteit en kwantiteit van de informatie die het college de raad verstrekt over de verleende jeugdhulp. Drie van de vier colleges melden deze aanbevelingen al op te volgen. Dongen signaleert dat adequaat inzicht in de effectiviteit van jeugdhulptrajecten landelijk en lokaal nog ontbreekt.
De RMB schuift de volledige evaluatie door naar fase 4, maar acht het wenselijk dat de raad B&W nu al vraagt te bevestigen hoe en met welke frequentie deze informatie wordt aangeleverd.
Kanttekeningen -
Samenwerking De aanbevelingen zijn gericht aan alle vier de RMB-gemeenten: Goirle, Dongen, Hilvarenbeek en Loon op Zand. De RMB heeft de bevindingen en de bestuurlijke reacties voor alle gemeenten tegelijk gepubliceerd. Aanbeveling 7 betreft expliciet subregionale samenwerking in het kader van de regio Hart van Brabant. B&W wordt verzocht de gemeenteraad te informeren over de stand van zaken van deze samenwerking.
4
Raad van 8 juli 2026, nr. 17
Financiën De uitvoering van de aanbevelingen heeft geen directe financiële consequenties voor de gemeente Hilvarenbeek. De aanbevelingen betreffen aanpassingen in werkwijze, besluitvorming en informatievoorziening die binnen de bestaande budgetten van het sociaal domein kunnen worden gerealiseerd. Eventuele kosten van externe audits (aanbeveling 1) worden nader in beeld gebracht als de raad besluit deze in te voeren.
Communicatie Het rapport “Normaal en selectief?” en dit raadsvoorstel worden door de RMB openbaar gepubliceerd op de RMB-website. De griffie draagt zorg voor de agendering en toezending aan de raad. B&W informeert de betrokken uitvoeringspartners (gemeentelijke toegang, SLT’s, voorliggend veld) over de besluitvorming van de raad.
Uitvoering De RMB is voornemens fase 4 van het meerjarig jeugdhulponderzoek naar verwachting in 2026 te starten. Fase 4 richt zich op monitoring en verantwoording: hoe monitoren gemeenten de ontwikkeling van de verwijzingen naar en de effectiviteit van verleende jeugdhulp, en hoe verantwoorden colleges zich hierover richting de raad. De evaluatie van aanbevelingen 4 en 5 maakt deel uit van fase 4. B&W wordt verzocht de raad jaarlijks te informeren over de voortgang van de opvolging van de in dit raadsvoorstel genoemde aanbevelingen.
De rekenkamer in Midden-Brabant,
Kees van Daal
Kees van Rietschoten
Voorzitter
secretaris
Advies raadscommissie Dit voorstel is op 25 juni 2026 behandeld in de commissie Samenleving. De fracties achten het voorstel rijp voor besluitvorming en een hamerstuk met dien verstande dat in het voorstel onder b punt 4 gekozen is voor handhaving van de bestuurlijke uitgangspunten en niet voor het herformuleren hiervan. De griffier, Maarten Janus Presidium De wijze waarop dit voorstel op de voorlopige agenda van de raadsvergadering van 8 juli 2026 is, gehoord het advies van de commissie Samenleving, besproken in de vergadering van het presidium van 8 juli 2026. Het presidium constateert dat de commissie Samenleving dit voorstel als hamerstuk acht mits in beslispunt b punt 4 wordt gekozen voor handhaving. De tekst van dit beslispunt is “B&W te verzoeken de bestuurlijke uitgangspunten normalisering en selectiviteit uit 2021 te handhaven dan wel te herformuleren als: het bevorderen van eigen kracht en het benutten van algemene 5
Raad van 8 juli 2026, nr. 17
voorzieningen alvorens een beroep te doen op niet-vrij toegankelijke jeugdhulp (aanbeveling 3 in het rapport).” Indien het als hamerstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt geplaatst dan wordt de tekst van dit beslispunt niet aangepast en wordt er geen keuze gemaakt tussen handhaving of herformuleren van de bestuurlijke uitgangspunten, terwijl in de vergadering van de commissie Samenleving hebben juist alle fracties aangegeven dat wordt gekozen voor handhaving. Ook het college onderschrijf dit in die commissievergadering. Om die keuze tot uitdrukking te laten komen in het raadsbesluit is het daarom nodig om de raad ook zodanig te laten besluiten. Dat vergt een aanpassing van de tekst van beslispunt b onder 4 in die zin dat wordt gekozen voor handhaving van de bestuurlijke uitgangspunten. Aanpassing hiervan kan enerzijds via een eindvoorstel van de rekenkamer, waarmee het voorstel als hamerstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering kan worden geplaatst, anderzijds via een amendement. In dit geval is het nodig om het voorstel als bespreekstuk op de voorlopige agenda te plaatsen. Het presidium heeft besloten om dit voorstel als bespreekstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering van 8 juli te plaatsen tenzij de rekenkamer een eindvoorstel aanbiedt. De griffier, Maarten Janus
Bijlagen (digitaal in raadsinformatiesysteem) 1. Rapport “Normaal en selectief? Een kwalitatief onderzoek naar de werkwijze van de toegang tot jeugdhulp” van de RMB, inclusief bestuurlijke reacties en nawoord RMB (27 februari 2026). 2. Nota van bevindingen.
6