CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

bp Mierbeek-Noord (11 Bijlage 10A - Toelichting - bijlage 8 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling)

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan “Mierbeek-Noord4.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek Datum: Aan: Van: Project: Projectnr.: Betreft:

12 juni 2025 Gemeente Hilvarenbeek Ordito BV De Mierbeek-Noord 21075 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Aanleiding Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit in het kader van de besluitvorming omtrent de bestemmingsplanherziening. Deze aanmeldnotitie betreft het verzoek tot het nemen van een besluit door de gemeente Hilvarenbeek (bevoegd gezag) om al dan niet een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende notitie is opgesteld om gemotiveerd een beslissing te nemen. Het bevoegd gezag dient binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Daarnaast geldt vanwege een uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024 (de ‘Rendacuitspraak’) dat het toepassen van intern salderen in een stikstofberekening gezien dient te worden als mitigerende maatregel. Vanuit wetgeving en jurisprudentie dient bij het toepassen van mitigerende maatregelen een plan of een project Passend Beoordeeld te worden en is een natuurvergunning benodigd op het moment dat er op projectniveau intern gesaldeerd wordt.

Op planniveau geldt ingevolge artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming (thans opgenomen in artikel 16.53c Ow) bij toepassing van intern salderen dat er een Passende Beoordeling opgesteld dient te worden. In de Wet milieubeheer (Wm) is in artikel 7.2a lid 1 bepaald dat een plan-m.e.r. opgemaakt moet worden als er bij een plan een Passende Beoordeling is opgesteld; artikel 7.2a lid 2 is bepaald dat bij AMvB hier uitzonderingen op gemaakt kunnen worden. Dit laatste is uitgewerkt in artikel 3, eerste lid sub a van het Besluit milieueffectrapportage: er kan volstaan worden met een zogenoemde plan-m.e.r.-beoordeling indien: 1. 2. 3.

voor dat plan een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is; de omvang van het gebied in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein is, en; het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat de vaststelling of wijziging van dat plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.

In onderhavig geval is de gemeente bevoegd gezag en is geconstateerd dat er geen aanzienlijke milieueffecten zijn (zoals verantwoord in deze aanmeldingsnotitie). Het plan heeft een oppervlak van ca. 4 ha. Het gemeentelijk grondgebied heeft een oppervlak van ca. 96,51 km² (9.651 ha). Het plan betreft daarmee 0,04%. Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat aan voorwaarde 2 (een in verhouding klein plangebied) wordt voldaan als het plan 1% of minder van het gemeentelijk grondgebied bedraagt. Hier wordt ruim aan voldaan. Derhalve kan geconcludeerd worden dat voor onderhavig plan een plan-m.e.r.-beoordeling kan volstaan. De inhoud en vorm van een plan-m.e.r.-beoordeling zijn gelijk aan de inhoud van een projectme.r.-beoordeling. Onderhavig aanmeldnotitie geeft dan ook een integrale beschouwing van mogelijke gevolgen voor het milieu bezien vanuit zowel plan-m.e.r.- als project-m.e.r.-perspectief.

Ontwikkeling De aanleiding voor dit bestemmingsplan is de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek inclusief groenstrook in Esbeek met ruim 4 hectare. Op het nieuwe deel De MierbeekNoord zal ruimte zijn voor maximaal 7 bedrijven, wiens eigenaren hun oorsprong hebben binnen de gemeente. De ontwikkeling betreft een oppervlakte van 2,7 hectaren aan bedrijfspercelen. De overige gronden zijn bestemd voor een groenstrook. De gemeente houdt de regie in de aanlegfase en bij de toekomstige duurzame ontwikkeling van het bedrijventerrein. Daarbij werkt de gemeente toelatingseisen uit, waarbij zuinig ruimtegebruik leidend is. De nieuwe bedrijven dienen aan te sluiten bij het bestaande parkmanagement. Met het voornemen wordt nadrukkelijk ingezet op ontwikkelen voor lokale ondernemers. Het bedrijventerrein wordt duurzaam ingericht en overlast voor omwonenden wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Verbeelding bestemmingsplan project Miierbeek-Noord

Kader – Besluit milieueffectrapportage Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r.-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan, dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r.-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarde uit kolom 2 wordt overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht.

Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die – ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden – aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden Drempelwaarde lijst D Het gaat in dit geval om de uitbreiding van een reeds bestaand bedrijventerrein. Het uitbreiden van een bedrijventerrein valt onder activiteit D.11.3 in bijlage II van het Besluit m.e.r. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit met D.11.3. in bijlage II van het Besluit, vermeld: •

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.

Het planvoornemen ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Het plan voorziet in de ontwikkeling van 2,4 hectaren aan bedrijfspercelen op voormalige agrarische gronden. De voorgenomen activiteit blijft ruimschoot onder de drempel van een 75 hectare, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk;

Pagina 2 van 11

-

Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: Kenmerken van het project: Omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen; Plaats van het project: Bestaand grondgebruik, relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden, gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang; Kenmerken van het potentiële effect: Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), grensoverschrijdende karakter van het effect, waarschijnlijkheid van het effect en duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect Toetsing Kenmerken van het project Het plan betreft de uitbreiding van het reeds bestaande bedrijventerrein De Mierbeek op de locatie ten noorden van de Notelstraat.

De uitbreiding wordt mogelijk gemaakt door de landbouwpercelen te ontwikkelen naar bedrijfspercelen die onder milieucategorie 3.1 en 3.2 vallen. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van circa 4 hectare, waarbij in totaal plaats is voor maximaal 7 bedrijven en een groenstrook. Elke bedrijfskavel krijgt een maximale grootte van 5.000 m2 en een minimale grootte van 1.500 m2, waarbij de gemeente Hilvarenbeek nadrukkelijk inzet op de ontwikkeling voor ondernemers wiens eigenaren hun oorsprong hebben binnen de gemeente. Deze maximale terreingrootte wordt geborgd via het bestemmingsplan. Verder wordt tevens een landschappelijk ingepaste bufferzone gerealiseerd. Deze ontwikkeling kent geen cumulatie met andere projecten. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van de natuurlijke hulpbronnen in het plangebied. Naast het regulier afval van de bedrijven zal geen sprake zijn van andere afvalstoffen. Plaats van het project Het plangebied ligt aan de noordzijde van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek. Dit bedrijventerrein ligt ten noordoosten van de kern Esbeek in de gemeente Hilvarenbeek. De locatie ten behoeve van het bedrijventerrein is aangewezen als stedelijk gebied in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

Pagina 3 van 11

Ligging gehele plangebied

Het bestaande grondgebruik van de locatie bestaat momenteel voornamelijk uit (ongebruikte) agrarische gronden. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de N269. Aan de zuidzijde door het bestaande bedrijventerrein Mierbeek. Aan de westzijde loopt de Esbeekseweg. Aan de noordzijde liggen agrarische gronden. Doordat het plangebied nu uit (ongebruikte) agrarische gronden bestaat heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en op het opnamevermogen van het natuurlijke milieu in de omgeving van het plangebied. Binnen en rondom het plangebied zijn geen bijzondere landschappelijk of cultuurhistorische waarden aanwezig die door de ontwikkeling kunnen worden aangetast. De cultuurhistorische, archeologische en ecologische waarden worden nader besproken in de paragraaf “kenmerken van het potentiële effect”. Kenmerken van het potentiële effect Het project betreft het realiseren van een ontwikkeling van beperkte omvang. Voor de waarschijnlijkheid van de milieueffecten wordt hierna ingegaan op de verschillende milieuen omgevingsaspecten. Verontreiniging en hinder De ontwikkeling van een kleinschalig bedrijventerrein in aansluiting op het bestaande Pagina 4 van 11

bedrijventerrein Mierbeek veroorzaakt geen significante verontreiniging en hinder. Er wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden tot aan omliggende gevoelige functies. Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. Het project betreft de ontwikkeling van een kleinschalig bedrijventerrein voor bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2. De volgende type bedrijven, met een risico op ongevallen, zijn specifiek uitgesloten in de planregels van het bestemmingsplan: a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); c. bedrijven met vervaardiging van chemische producten (SBI-code 20) en met een geuremissie groter dan 100 meter; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG). Hierdoor heeft het project geen significant hoger risico op ongevallen. Geluid Met het planvoornemen wordt de uitbreiding van een reeds bestaand bedrijventerrein mogelijk gemaakt, wat geen geluidsgevoelige bestemming is. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Wel kan de bedrijvigheid geluidsoverlast veroorzaken voor de omliggende gevoelige bestemmingen (zoals woningen) in de omgeving. Ruimtelijke ordening Het plan voldoet aan de richtafstanden uit de VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering” ten opzichte van de omliggende geluidhinderlijke bestemmingen.

Een akoestisch onderzoek om de ruimtelijke inpassing te bepalen is niet nodig. De conclusie is dat wordt voldaan aan de geluidsnormen. Bodem Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (d.d. 14 oktober 2021) conform de NEN 5740. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling/bestemmingsplanwijziging tot bedrijventerrein. Aanbevelingen en opmerkingen Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Ecologie Uit de uitgevoerde Quickscan natuurwetgeving blijkt het volgende:

Pagina 5 van 11

Natura 2000 De plannen zullen naar verwachting geen direct effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Het is wel mogelijk dat de komst van bedrijven zal leiden tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het is daarom nodig te laten bepalen of dat het geval is. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb. Verderop in deze paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect stikstof. Natuurnetwerk Brabant De bouw en het gebruik van de bedrijfskavels en de landschappelijke ingerichte bufferzone hebben naar verwachting geen negatieve effecten op het NNB. Er zijn op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.

Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In het plangebied komen tijdens het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen de vegetaties buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Vleermuizen De laanbomen aan de Esbeekseweg fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Omdat er geen bomen worden gekapt, is er geen aantasting van een vaste vliegroute of foerageergebied. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen of rood licht.

Stikstof Voor het planvoornemen is een Passende Beoordeling opgesteld, waarin de mogelijke effecten door stikstofdepositie zijn onderzocht. Hiertoe zijn de verwachte (tijdelijke) bouwfase en de (permanante) gebruiksfase in beeld gebracht en zijn hiermee gepaard gaande emissies in AERIUS Calculator doorberekend naar mogelijke deposities. Door een vergelijking te maken met de referentiesituatie (agrarisch grondgebruik) blijkt dat er geen sprake is van een netto toename van stikstofdeposities. Negatieve effecten als gevolg van stikstof op Natura 2000-gebieden kunnen dan ook worden uitgesloten. Omdat intern salderen is toegepast (i.c. het vergelijken van de beoogde Pagina 6 van 11

situatie met de referentiesituatie) is een Passende Beoordeling vereist voor het bestemmingsplan. Mocht ten behoeve van de realisatie van één of meer projecten binnen de uitvoering van het bestemmingsplan intern salderen worden toegepast, dan dient daartoe een natuurvergunning aangevraagd te worden. Archeologie en cultuurhistorie Voor het plangebied is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0 - 45 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Zodoende wordt voor een deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Voor de delen waar een vervolgonderzoek noodzakelijk is, blijft de archeologische dubbelbestemming behouden. Als de gestelde grenzen binnen de dubbelbestemming worden overschreden, dient alvorens een nader onderzoek te worden uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied zijn geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle objecten of structuren aanwezig. Water Bij de waterparagraaf is uitgegaan van een worstcase-secenario waarbij het parkeerterrein geheel verhard wordt. De nieuwe oppervlakte aan verharding in het plangebied bedraagt maximaal ca. 24.000 m2.

Wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 10.000 m 2 is de Beleidsregel van toepassing. De Beleidsregel is van toepassing in die gevallen waarin een vergunning vereist is. Voor het bepalen van de vergunningsvoorschriften en het uiteindelijk kunnen verkrijgen van een vergunning is een waterhuishoudkundig plan nodig. Met het voornemen wordt een landschappelijk ingerichte bufferzone gecreëerd, waarbinnen ruimte wordt vrijgehouden voor een waterpartij. Hierbinnen wordt een wadi gerealiseerd met een stuw die tot aan het toekomstige maaiveld ligt. De buffer krijgt een doorlaat voor het leeglopen, waardoor kan worden voldaan aan de bergingscapaciteit. Met de realisatie van de buffer wordt een koppeling gemaakt met de watergang nabij de N269, waar ook een buffer lift. Dit is een robuuste retentievoorziening van de provincie met een relatief grote buffercapaciteit. Om voldoende watercompensatie te waarborgen, wordt een compensatie van 60 mm vastgelegd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Het plangebied bevindt zich verder niet in een beschermingszone van een waterkering of een watergang. Externe veiligheid Het plangebied is gelegen binnen de risicokaart van Noord-Brabant. Op de kaart zijn geen risico’s aangeven in de directe omgeving van het plangebied. Op een afstand van ca.

20 meter ten zuiden van het plangebied ligt een risicovolle inrichting. Het gaat om de Notelstraat 51 (Clean Minerals Bio Energy BV), waarbij afvalverwerking wordt gezien als de hoofdactiviteit van de inrichting. Voor het planvoornemen is een “notitie externe veiligheid” opgesteld (Aviv, 256193, 28 april 2025). Uit deze notitie komt de volgende conclusie:

Pagina 7 van 11

N269 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering. Groepsrisico Het groepsrisico is en blijft kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Clean Minerals Bio Energy B.V Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de PR 10-6 contour van de Bevi-inrichting. Omdat de uitbreiding een beperkt kwetsbaar object is, is de PR 10-6 een richtwaarde waarbinnen een beperkt kwetsbaar object gerealiseerd kan worden. Ook worden de huidige activiteiten binnen 10 jaar beëindigd, waardoor de PR 10-6 contouren verdwijnen. Om deze redenen kan volgens ons de uitbreiding verantwoord worden. Externe veiligheid is geen belemmering voor het realiseren van het plan. Luchtkwaliteit Het planvoornemen zal leiden in een toename in het aantal voertuigbewegingen, waardoor de luchtkwaliteit beïnvloedt kan worden.

Voor de planontwikkeling is een onderzoek naar luchtkwaliteit uitgevoerd, waaruit blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is geen nader onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Geur Vaste afstanden veehouderij De minimale afstand tussen een geurgevoelig object en omliggende agrarische bedrijven dient minimaal 100 meter te bedragen aangezien het plangebied grotendeels binnen de bebouwde kom ligt. De dichtstbij gelegen rundveehouderij (niet-zijnde intensieve veehouderij) bevindt zich aan de Esbeekseweg 13, aangezien de bedrijfsactiviteiten aan de Esbeekseweg 17 zijn beëindigd. De afstand tussen het bouwvlak in het plangebied en het bouwvlak van bovengenoemde veehouderij bedraagt circa 180 meter, waarmee voldaan wordt aan de minimum afstand van 100 meter. Achtergrondbelasting Uit de kaart achtergrondbelasting van de ODZOB blijkt dat de achtergrondbelasting tussen de 3 en 7 ouE/m³ ligt. Dit betekent een ‘goed leefklimaat’. Hiermee wordt tevens aan het gemeentelijk geurbeleid voldaan. Het project zelf levert geen significante geurhinder op voor de omgeving. Pagina 8 van 11

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor de bereikbaarheid en een goede afwikkeling van het (eventuele) extra verkeer over de bestaande wegen. Kader hiervoor is CROW publicatie 381, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Het plangebied bestaat (in de bestaande situatie) grotendeels uit onbebouwde agrarische gronden. In de toekomstige situatie worden zes bedrijven gerealiseerd langs de noordzijde van de Notelstraat (tevens de toekomstige ontsluitingsweg). Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt de opgave van de uitbreiding van het bedrijventerrein met de kengetallen van CROW publicatie 381 vergeleken. De verkeersgeneratie wordt gebaseerd op basis van het werkmilieu van het bedrijventerrein en de netto-oppervlakte hiervan. Als werkmilieu kunnen een tweetal categorieën worden onderscheiden: • Gemengd terrein: terrein met een hindercategorie 1,2,3 of 4 bestemd voor reguliere bedrijvigheid en niet behorend tot ‘hoogwaardig bedrijvenpark’ of ‘distributiepark’. Gemengde terreinen kennen een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid, voornamelijk bestaande uit lichte moderne industrie en overige (‘modale’) industrie. • Distributiepark: terrein voor transport-, distributie-, en groothandelsbedrijven.

Het gaat met name om bedrijven die activiteiten ontplooien op het vlak van spoorwegen, wegvervoer en binnenvaart De netto-oppervlakte van het bedrijventerrein wordt in dit geval gebaseerd op de grootte van het bouwvlak. Hierbinnen worden namelijk de verkeersaantrekkende bedrijven gerealiseerd. Het gemiddeld aantal motorvoertuigen per netto ha bedrijventerrein per weekdagetmaal, naar werkmilieutype en vervoerwijze is in onderstaande tabel weergegeven. Type werkmilieu I Gemengd terrein II Distributieterrein

Personenauto 128 135

Vrachtauto 30 35

Totaal 158 170

Voor de berekening wordt uitgegaan van het type gemengd terrein, aangezien de ontwikkeling uitsluitend bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toestaat. Hierdoor bestaat het bedrijventerrein voornamelijk uit lichte moderne industrie en overige (‘modale’) industrie. Ten behoeve van de berekening dient de netto oppervlakte van het bedrijventerrein te worden bepaald. De netto oppervlakte van de uitbreiding, oftewel de grootte van het bouwvlak, bedraagt circa 22.900 m2 (oftewel 2,29 ha). Op basis van 2,29 ha netto terrein bedraagt het aantal voortuigbewegingen (afgerond) per weekdagetmaal: •

Personenauto’s (2,29 ha x 128):

294 mvt/etmaal

•

Vrachtauto’s: (2,29 ha x 30):

69 mvt/etmaal

•

Totaal:

363 mvt/etmaal Pagina 9 van 11

De Notelstraat biedt aan de noordzijde voldoende ruimte voor het aanleggen van in- en uitritten. Hierdoor hoeft er geen nieuwe weg aangelegd te worden met betrekking tot de ontwikkeling. De bestaande infrastructuur (Notelstraat) is geschikt om een dergelijke toename op te vangen. Parkeren Het parkeerbeleid voor de gemeente Hilvarenbeek is gebaseerd op het Parkeerbeleidsplan 20152020 gemeente Hilvarenbeek. In de bestaande situatie zijn geen parkeerplaatsen aanwezig. De parkeerbehoefte zal per bedrijf verschillend zijn. Parkeren is uitsluitend toegestaan op eigen terrein (voor zowel het personeel als bezoekers). Elk bedrijf zal zelf moeten voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. Zodoende dient op eigen terrein voldoende ruimte vrijgehouden te worden. In de bestemmingsregels is een algemene regel opgenomen waarin voldaan dient te worden aan de parkeernorm volgens het gemeentelijke parkeerbeleid. De van toepassing zijnde parkeernormen zijn als volgt: Werkgelegenheid Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods,opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw

Buitengebied Min Max 2,1 2,6

Aandeel bezoekers 5%

Per 100 m2 bvo

0,8

1,3

5%

100 m2 bvo

1,7

2,2

-

100 m2 bvo

Het project leidt niet tot significante negatieve effecten op het gebied van verkeer en parkeren. Lichthinder Het project leidt niet tot significante negatieve effecten op het gebied van lichthinder.

Conclusie & advies In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht verkregen in de milieugevolgen van het project. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie en de kenmerken van de effecten, kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld om te beslissen af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 10 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16141727/1