CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

bp Mierbeek-Noord (11 Bijlage 10A - Toelichting - bijlage 7 Stikstof passende beoordeling)

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan “Mierbeek-Noord10.414 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Passende Beoordeling Mierbeek-Noord Inzicht in mogelijke effecten door stikstof

Colofon [Titel] Titel: Opdrachtgever:

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord Reyrink groep

Auteur(s): Versie: Kenmerk: Datum:

Lize van Dongen & Ruud Broekman D1.3 MINB/2025/LDssar/13 15 oktober 2025

Hambakenwetering 5, Toren B Etage 4, 5231 DD ’s-Hertogenbosch Tel 073 744 0182 | info@ditisdeessentie.nl | wwww.ditisdeessentie.nl

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 2 van 58

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding ......................................................................................................................................... 4

1.2

Doel van dit document ...................................................................................................................... 4

1.3

Toetsingskader.................................................................................................................................. 5

1.3.1

Habitatrichtlijn en vogelrichtlijn .......................................................................................................... 5

1.3.2

Wet natuurbescherming / omgevingswet .......................................................................................... 5

1.3.3

Stikstof: welke effecten toetsen? ....................................................................................................... 6

1.3.4

Oplossingsrichtingen ......................................................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer ......................................................................................................................................... 7

2

Voortoets ......................................................................................................................................... 8

2.1

Mogelijke effecten op Natura 2000.................................................................................................... 8

2.2

Beschouwing verzuring en vermesting door stikstofdepositie ........................................................... 8

2.2.1

bouwfase ........................................................................................................................................... 9

2.2.2

gebruiksfase ...................................................................................................................................... 9

2.3

Conclusie voortoets......................................................................................................................... 10

3

Passende beoordeling .................................................................................................................. 11

3.1

Inzet intern salderen........................................................................................................................ 11

3.2

Cumulatie ........................................................................................................................................ 13

3.3

Additionaliteit ................................................................................................................................... 13

3.4

Conclusie ........................................................................................................................................ 13

Bijlage 1.

Uitgangspunten AERIUS bouwfase en gebruiksfase ................................................................. 14

Bijlage 2.

AERIUS-berekening bouwfase ..................................................................................................... 16

Bijlage 3.

AERIUS-berekening gebruiksfase ............................................................................................... 27

Bijlage 4.

Emissieberekening referentiesituatie .......................................................................................... 35

Bijlage 5.

AERIUS-berekening bouwfase incl. intern salderen (referentiesituatie) .................................. 37

Bijlage 6.

AERIUS-berekening gebruiksfase incl. intern salderen (referentiesituatie) ............................ 49

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 3 van 58

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In de gemeente Hilvarenbeek wordt een uitbreiding beoogd van het bedrijventerrein De Mierbeek. De uitbreiding wordt mogelijk gemaakt door de landbouwpercelen ten noorden van de Notelstraat te ontwikkelen naar bedrijfspercelen. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van ruim 4 hectare, waarvan 2,7 ha bestemd voor bedrijven. Hier kunnen zich maximaal 7 bedrijven vestigen. Als gevolg van de realisatie van het nieuwe bedrijventerrein en het gebruik hiervan zullen stikstof emissies plaats vinden. Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. Middels instandhoudingsdoelstellingen is dit vastgelegd. In de Wet natuurberscherming (Wnb, thans opgenomen in de Omgevingswet, Ow) is de bescherming van deze gebieden geregeld. Het project dient daarom getoetst te worden op de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden.

figuur 1.

Uitbreiding bedrijventerrein

Voor het realiseren van dit project dient de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkelingen in beeld te worden gebracht. Dit is gedaan door de uitstoot te berekenen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase. Middels het programma AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie berekend in de realisatiefase en de gebruiksfase. Op basis van de resultaten van de berekening en eventuele maatregelen kan worden bepaald of de ontwikkelingen effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.

1.2

Doel van dit document

Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. In de Wet natuurbescherming (verder Wnb) was tot 1 januari 2024 de bescherming van deze gebieden geregeld. Per 1 januari 2024 is dit beschermingsregime overgegaan in de Ow. In het kader van de besluitvorming over en vergunningverlening voor een initiatief dient getoetst te worden op de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen; dit heet externe werking. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project significante gevolgen kan hebben op een Natura 2000-gebied (art. 2.7 Wnb / art. 5.1 sub e Ow). Als significante gevolgen niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten in een voortoets, moet er een Passende beoordeling worden opgesteld (art 2.8 Wnb / art. 16.53c Ow). Voor plannen (zoals vaststelling van een bestemmingsplan) dient op planniveau getoetst te worden in een voortoets of in een Passende Beoordeling hoe omgegaan wordt met mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden.

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 4 van 58

In dit document wordt eerst in een voortoets onderzocht of er mogelijk significant negatieve effecten op Natura2000 gebieden kunnen optreden. Uit deze voortoets blijkt dat niet zonder meer geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van mogelijke significante negatieve effecten en dat mitigerende maatregelen ingezet dienen te worden. Daarom is vervolgens in een Passende Beoordeling nader ingegaan op deze mogelijke effecten.

1.3

Toetsingskader

1.3.1

HABITATRICHTLIJN EN VOGELRICHTLIJN

De Habitatrichtlijn wordt algemeen beschouwd als de richtlijn waarin de bepalingen van de Conventie van Bern uit 1982 in het Europese Unierecht zijn omgezet. De richtlijn heeft zowel gebieds- als soortbescherming tot doel. De Habitatrichtlijn is gericht op de realisatie van een coherent Europees ecologisch gebiedennetwerk, het zogenoemde Natura 2000-netwerk. Hiervoor dienen de EU-landen in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aan te wijzen, soms in combinatie met Vogelrichtlijngebieden. Als speciale beschermingszones worden gebieden aangewezen met natuurlijke vegetaties (habitats) genoemd in de Habitatrichtlijn en/of de leefgebieden van soorten die zijn genoemd. De aanwijzing van gebieden als speciale beschermingszone heeft een aantal gevolgen. Zo dienen de EU-landen maatregelen te treffen zodat de natuurlijke vegetaties (habitats) en/of de leefgebieden van de te beschermen soorten behouden blijven of zich verder kunnen ontwikkelen. In artikel 6 van de Habitatrichtlijn is dit uitgewerkt. De Vogelrichtlijn verplicht de lidstaten van de Europese Unie de instandhouding te garanderen van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Europese verdrag van toepassing is.

Artikel 4 van de Vogelrichtlijn bevat, net als de Habitatrichtlijn, de verplichting tot het aanwijzen van zogenaamde speciale beschermingszones. Deze worden ‘Vogelrichtlijngebieden’ genoemd. Vogelrichtlijngebieden zijn vervolgens, vaak samen met Habitatrichtlijngebieden, ingevoegd in het Natura 2000-netwerk. Binnen en nabij de aangewezen gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden: Natura 2000-gebieden) kunnen plannen of projecten die ‘significante gevolgen’ hebben alleen worden toegestaan indien ze een dwingende reden van groot openbaar belang vertegenwoordigen en indien is aangetoond dat er voor het plan of project geen alternatief is. Bovendien moeten compenserende maatregelen worden getroffen om de samenhang van het Natura 2000-netwerk te waarborgen.

1.3.2

WET NATUURBESCHERMING / OMGEVINGSWET

In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen, dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus vanuit de Habitat- en/of Vogelrichtlijn. In Nederland is deze beschermingsstatus vertaald in de Wnb (thans opgenomen in de Ow). Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie en overbelast door een teveel aan stikstofneerslag. Een bestuursorgaan stelt een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend vast indien de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Voor projecten is op deze basis een vergunningplicht in de Wnb/Ow opgenomen. Daarom dient voor nieuwe of gewijzigde plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Een project kan worden gerealiseerd als de stikstofdepositie door dat project op geen enkel relevant en voor stikstofdepositie gevoelig hexagoon toeneemt. Dit moet verplicht worden berekend met de meest recente versie van AERIUS Calculator. Als uit deze berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr optreedt op enig stikstofgevoelig (naderend) overbelast habitat binnen de relevante Natura 2000-gebieden dan kan worden geconcludeerd dat het project per definitie geen significante negatieve effecten door stikstof heeft.

Is er wel sprake van netto toename van meer dan 0,00 mol/ha/jaar dan kunnen negatieve effecten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. In een ecologische voortoets kan dan worden onderzocht of op voorhand vaststaat dat deze deposities met zekerheid niet zullen leiden tot significante negatieve effecten. Is deze conclusie op voorhand niet te trekken, dan kan middels een passende beoordeling onderzocht worden of effecten daadwerkelijk op gaan treden als gevolg van het plan en of deze de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten. Bij een passende beoordeling geldt er voor projecten een vergunningplicht in het kader van de Ow.

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 5 van 58

Bij (wijziging van) plannen en projecten dient in basis in een voortoets het zelfstandige projecteffect beschouwd te worden: welke emissies komen als gevolg van de realisatie en/of exploitatie van het initiatief vrij en leiden deze emissies tot deposities in nabijgelegen Natura 2000-gebieden die mogelijk significante negatieve effecten tot gevolg kunnen hebben? Bij een beoordeling kunnen de stikstofeffecten worden beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie (intern salderen). De referentiesituatie bij plannen is de feitelijke bestaande planologische legale situatie ten tijde van vaststelling van het plan. Wanneer bijvoorbeeld het verdwijnen van agrarische gronden in het plangebied het rechtstreekse, onlosmakelijke (positieve) gevolg is van de realisatie van een bedrijvensterrein, dan mag hier in de berekening rekening mee worden gehouden (interne saldering). Bij projecten bestaat de referentiesituatie uit een natuurvergunning of (bij ontbreken daarvan) uit de vergunde en feitelijk gerealiseerde situatie voorafgaand aan de aanwijzing van een Natura 2000-gebied. Ook bestaat de mogelijkheid van extern salderen: het beëindigen van stikstofemitterende activiteiten elders ten behoeve van saldering met de emissies vanuit een plan en project, zodat op alle relevante hexagonen per saldo sprake is van geen stikstoftoename.

Voor intern salderen en extern salderen geldt bij een project een natuurvergunningplicht (voor een Natura 2000-activiteit) en bijbehorende verplichting tot het maken van een passende beoordeling. Bij een plan (zoals een bestemmingsplan) dient dan ook een passende beoordeling opgesteld te worden maar is er geen vergunningplicht.

1.3.3

STIKSTOF: WELKE EFFECTEN TOETSEN?

In een toetsing (voortoets en/of passende beoordeling) dienen alle mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het initiatief in beeld te worden gebracht. In geval van effecten als gevolg van stikstofdepositie betekent dit, dat alle stikstofemissies en daaruit volgende stikstofdeposities vanuit een project in beeld gebracht dienen te worden. Er kan hierbij onderscheid gemaakt worden tussen de (veelal permanente) gebruiksfase en tijdelijke fases zoals de bouwfase: • In de gebruiksfase (exploitatiefase) is het project operationeel / ‘in bedrijf’. De gebruiksfase is meestal permanent: er is vooraf geen concrete einddatum bekend. • In de bouwfase (realisatiefase) wordt het project gerealiseerd: de kavel wordt bouwgereed gemaakt, gebouwen worden gerealiseerd en de buitenruimte wordt ingericht. De bouwfase is altijd tijdelijk; de realisatie vindt plaats gedurende enkele weken, maanden of hooguit jaren.

1.3.4

OPLOSSINGSRICHTINGEN

In deze paragraaf is een beknopte algemene toelichting gegeven over de oplossingsrichtingen die betrokken kunnen worden wanneer significante gevolgen door stikstofdepositie op stikstofgevoelig habitat of leefgebied in Natura 2000-gebied optreden. Ecologisch beoordelen Middels een ecologische beoordeling (diepgaander dan een eenvoudige beoordeling met bestaande informatie in een Voortoets) kan worden onderbouwd of significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Mitigeren Effecten van plannen of projecten kunnen verminderd worden door het treffen van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen om de negatieve effecten van de stikstofdepositie op stikstofgevoelig habitat of leefgebied in Natura 2000-gebied te verminderen of te voorkomen. Dit kunnen emissiebeperkende of effectgerichte maatregelen zijn. Gezien meerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) gelden strikte voorwaarden waar deze maatregelen aan moeten voldoen. Op hoofdlijnen betekent dit dat een maatregel bewezen effectief moet zijn en het gunstige effect van de maatregel moet optreden voordat het plan of project, in welk kader de maatregel wordt genomen, tot stikstofdepositie leidt. Tevens moet worden aangetoond dat de voorgestelde maatregel niet noodzakelijk is voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.

Indien deze wel noodzakelijk is voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen, kan de maatregel niet worden ingezet als mitigerende maatregel, maar wordt het aangemerkt als een noodzakelijke herstelmaatregel (instandhoudingsmaatregel of passende maatregel). Intern en extern salderen zijn maatregelen die gezien kunnen worden als mitigerende maatregel.

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 6 van 58

Intern salderen is het verminderen van uitstoot van bestaande activiteiten binnen een reeds verleende natuurvergunning of andere toestemming binnen dezelfde inrichting of op dezelfde locatie. Hierbij wordt de reeds vergunde activiteit met de daarbij behorende stikstofemissie gebruikt voor het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Er kan intern gesaldeerd worden binnen de eigen vergunning, in dat geval wordt de uitstoot van reeds stikstof emitterende activiteiten verminderd, om ruimte te creëren binnen de verleende vergunning om nieuwe activiteiten te realiseren. Uiteindelijk neemt de stikstofdepositie niet toe. Intern salderen kan ook op dezelfde locatie. Dit kan indien op dezelfde locatie als waar het nieuwe project is voorzien een andere stikstofemitterende activiteit verdwijnt als gevolg van de realisatie. Het verdwijnen van de reeds bestaande stikstofemitterende activiteit, onder voorwaarden, mag worden meegenomen in de beoordeling van de uitstoot van het nieuwe project. Extern salderen is het verminderen of wegnemen van de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelig habitat of leefgebied in een Natura 2000-gebied als gevolg van een nieuwe activiteit door in directe samenhang daarmee een andere stikstofemitterende activiteit geheel of gedeeltelijk te stoppen. Dit is een oplossing die buiten het project of de locatie plaatsvindt.

De (geheel of gedeeltelijk) stoppende activiteit is de saldogever. Het project of de activiteit, ten behoeve waarvan dit plaatsvindt, is de saldonemer. Voor een toepassen van extern salderen is een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd. ADC-toets Indien significante gevolgen van een project of activiteit op stikstofgevoelig habitat of leefgebied in Natura 2000gebied niet kan worden uitgesloten middels intern salderen, extern salderen en/of (mitigeren waaronder intern/extern/bronverlaging), moet instemming worden geweigerd of kan een plan niet worden vastgesteld, tenzij een ADC-toets (succesvol) wordt doorlopen. In dat geval is onderzoek nodig naar: • A: zijn er Alternatieven die hetzelfde doel verwezenlijken maar minder negatieve effecten op Natura 2000-natuurwaarden hebben? • B: zijn er met het project Dwingende redenen van groot openbaar belang gemoeid? • C: zijn de significante negatieve effecten te Compenseren? Indien onderbouwd wordt dat er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van dwingende reden(en) van groot openbaar belang en effecten kunnen worden gecompenseerd, kan de toestemming voor de activiteit of het plan worden verleend.

In de systematiek van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn is de ADC-toets de laatste stap die doorlopen kan worden nadat uit de passende beoordeling naar voren is gekomen dat significante gevolgen niet (volledig) kunnen worden uitgesloten. De ADC-toets is gebaseerd op artikel 6, vierde lid van de Habitatrichtlijn.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 de Voortoets van het project opgenomen. In hoofdstuk 3 is vervolgens de nadere (en benodigde) Passende Beoordeling opgenomen.

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 7 van 58

2

Voortoets

2.1

Mogelijke effecten op Natura 2000

De bouw- en gebruiksfase leidt in de huidige en toekomstige situatie mogelijk tot (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Effecten kunnen op meerdere aspecten plaats vinden, zoals oppervlakteverlies, verandering van kenmerken van habitats en leefgebieden of verstoring van soorten. Omdat het project niet in of direct naast Natura 2000-gebieden is gelegen is een negatief effect van storingsfactoren door uitvoering van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied uitgesloten. Een negatief effect van stikstof door uitvoering van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis hiervan niet uitgesloten worden (verzuring en vermesting). Daarom is in de navolgende paragraaf een beschouwing van eventuele stikstofdepositie opgenomen.

2.2

Beschouwing verzuring en vermesting door stikstofdepositie

Zoals in het vorige hoofdstuk aangegeven, kunnen plannen of projecten verschillende typen van effecten hebben op Natura 2000-gebieden. In onderhavig geval gaat het om de realisatie van 4 ha bedrijventerrein. In de nabijheid zijn enkele Natura 2000-gebieden gelegen. De projectlocatie bevindt zich op ca. 1,3 km van “Kempenland-West”, ca. 8 km van “De Regte Heide & Riels Laag” en ca. 8,5 kilometer van ‘Kampina & oisterwijkse Vennen’’. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied in relatie tot deze Natura 2000-gebieden weergegeven.

figuur 2.

Projectlocatie (rode ster) ten opzicht van dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 8 van 58

Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2024. In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. In de volgende paragrafen zijn de uitgangspunten ten aanzien van de berekening beschreven en zijn de emissies berekend die als input dienen voor de stikstofdepositieberekening in AERIUS Calculator 2024.

2.2.1

BOUWFASE

Om een worstcasescenario te creëren is er vanuit gegaan dat de volledige bouw in een jaar plaats vindt. Er zijn vier aspecten hierin meegenomen; verkeersbewegingen, stationair draaien, koude start en mobiele werktuigen. Bij verkeersbewegingen geldt dat het verkeer dient meegenomen te worden tot aan het heersend verkeersbeeld, een toevoeging van < 5%. Het heersend verkeersbeeld op de N269 is 4.078.875 mvt/jr, het bouwverkeer (3.510 mvt/jr) gaat hiermee ruim op in het heersend verkeersbeeld (toevoeging van 0,9%). Omdat het (middel)zwaar verkeer vooral laden en lossen bevat is er voor alle (middel)zware voertuigen rekening gehouden met 10 minuten stationair draaien. Voor koude start is rekening gehouden met al het licht verkeer en de helft van al het (middel)zwaar verkeer. Dit is gedaan omdat een koude start plaats vindt als een voertuig langer dan 2 uur geparkeerd staat, en dit niet bij al het middel(zwaar) verkeer het geval is. Tot slot zijn de mobiele werktuigen ingevoerd die worden gebruikt tijdens de bouw van het bedrijventerrein. In bijlage 1 is de raming hiervan weergeven. De raming is gemaakt op basis van onze kentallen en expertise vanuit vergelijkbare bouwprojecten, waarbij vanuit ontwikkelaars en aannemers ramingen zijn opgesteld voor de realisatie van bedrijventerreinen.

De kanttekening hierbij is dat voor de berekening van de bouwfase is uitgegaan van mobiele werktuigen van minimaal STAGE klasse IV met toepassing van AdBlue (6% van het brandstofverbruik). De aannemer dient derhalve bij de werkzaamheden rekening te houden met de inzet van materieel van STAGE klasse IV of hoger en het gebruik van AdBlue. De totale stikstofemissie in het maatgevende jaar bedraagt 235,9 kg NOx en 5,8 kg NH3 waarbij alle bouwgerelateerde activiteiten in één jaar zijn opgenomen. Bijlage 2 bevat de AERIUS berekening voor het maatgevende jaar van de bouwfase. De bouwfase is voor het jaar 2026 berekend.

2.2.2

GEBRUIKSFASE

De bedrijfsgebouwen worden gasloos gerealiseerd, dus de emissies uit de gebruiksfase bestaan uit verkeersgeneratie, stationair draaien en koude start. De verkeersgeneratie is gebaseerd op de kentallen voor gemend bedrijventerrein1. Dit is 128 mvt/etmaal licht verkeer, 12,3 mvt/etmaal middelzwaar verkeer en 17,7 mvt/etmaal zwaar verkeer per hectare. Het netto bedrijventerrein bedraagt 2,29 ha. De totale verkeersgeneratie is hiermee: • 293,1 mvt/etmaal licht verkeer’’ • 28,2 mvt/etmaal middelzwaar verkeer • 40,5 mvt/etmaal zwaar verkeer. Er is rekening gehouden met een koude start voor alle lichte voertuigen en de helft van al het (middel)zwaar verkeer. Dit komt omdat een koude start pas na 2 uur stilstaan plaatsvindt en niet al het (middel)zwaar verkeer 2 uur geparkeerd staat. Voor stationair draaien is uitgegaan voor 5 minuten voor alle (middel)zware voertuigen. Dit is een gebruikelijk gemiddelde voor bedrijven als het totale wagenpark wordt onderzocht.

NOx NH3

Middelzwaar verkeer 23,94 kg 0,31 kg

Zwaar verkeer 43,40 kg 0,60 kg

Totaal 67,35 kg 0,91 kg

In Bijlage 1 zijn de bovengenoemde uitgangspunten voor de gebruiksfase opgenomen. De totale emissie van stikstof uit de gebruiksfase bedraagt 304,3 kg NOx en 7,2 kg NH3 (zie bijgevoegde AERIUS berekening in Bijlage 3). De gebruiksfase is voor het jaar 2026 berekend.

1

CROW 744 ‘Parkeercijfers 2024’

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 9 van 58

2.3

Conclusie voortoets

Er zijn twee berekening uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2024; één voor de bouwfase (bijlage 2) en één voor de gebruiksfase (bijlage 3). Zowel de realisatiefase als de gebruiksfase leiden tot beperkte deposities in het Natura-2000 gebieden “Kempenland-West” en “Kampina & Oisterwijkse Vennen”: • Voor de realisatiefase gaat het om een gekarteerd oppervlak met toename van op 124,24 hectare binnen Kempenland-West waarbinnen de maximale depositie 0,04 mol/ha/jaar bedraagt. In Kampina & Oisterwijkse Vennen is een depositietoename van maximaal 0,01 mol/ha/jr berekend op 12,35 ha; • Voor de gebruiksfase gaat hierbij om een gekarteerd oppervlak met toename van 168,09 hectare waarbinnen de maximale stikstof depositie 0,07 mol/ha/jaar bedraagt binnen Kempeland-West en 67,60 ha met een toename van maximaal 0,01 mol/ha/jr binnen Kampina & Oisterwijkse Vennen. Tevens wordt in zowel de realisatiefase als in de gebruiksfase een maximale depositie berekend op het meest dichtbij gelegen punt van het Belgische Natura 2000-gebied Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout. Dit rekenpunt is op 5 km afstand gelegen. Om deze reden zijn de realisatie en gebruiksfase verder beschouwd in een Passende Beoordeling (hoofdstuk 3) waarbij nader invulling is gegeven aan mitigerende maatregelen.

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 10 van 58

3

Passende beoordeling

Een project kan worden gerealiseerd als de stikstofdepositie door dat project op geen enkel relevant en voor stikstofdepositie gevoelig hexagoon toeneemt. Dit moet verplicht worden berekend met de meest recente versie van AERIUS Calculator. Als uit deze berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr optreedt op enig stikstofgevoelig (naderend) overbelast habitat binnen de relevante Natura 2000-gebieden dan kan worden geconcludeerd dat het project per definitie geen significante negatieve effecten door stikstof heeft. Is er wel sprake van netto toename van meer dan 0,00 mol/ha/jaar dan kunnen negatieve effecten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Is deze conclusie op voorhand niet te trekken, dan kan middels een passende beoordeling onderzocht worden of effecten daadwerkelijk op gaan treden als gevolg van het plan en of deze de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten.. Omdat uit de Voortoets blijkt dat mogelijke significant negatieve effecten als gevolg van een toename aan stikstofdepositie op een nabijgelegen Natura 2000-gebied - in de gebruiksfase - op voorhand niet kan worden uitgesloten, is het project op het gebied van stikstof Passend Beoordeeld. In de passende beoordeling is rekening gehouden met de inzet van mitigerende maatregelen (in de vorm van intern salderen).

In dit hoofdstuk is hier nader inzicht in gegeven.

3.1

Inzet intern salderen

Door de ontwikkeling van bedrijventerrein stopt het agrarisch in gebruik nemen van het desbetreffende perceel. Hiermee komen de stikstofemissies van het huidige agrarische verbruik te vervallen. Deze emissies en de deposities die deze veroorzaken kunnen worden meegenomen in een verschilberekening mits het agrarische gebruik ook aanwezig was op het moment van de vaststelling van Natura 2000-gebieden die depositie ontvangen van het plan en het planologisch is toegestaan. In onderstaande figuur is aangegeven welk agrarisch perceel is meegenomen bij de berekening van de referentiesituatie.

figuur 3.

De locatie en bestemming van het huidige landbouwperceel (geel gearceerd vlak).

Referentie Agrarisch gebruik is toegestaan conform vigerend bestemmingsplan en zodoende wordt het perceel ook momenteel als agrarisch gebruikt. In figuur 3 is de liggen en bestemming weergeven. Berekening van de ammoniakemissie Het gebruik van de grond als landbouwgrond betekent dat de gronden bemest worden. Dit geeft ammoniakemissie. De omvang van deze emissie hangt af van de hoeveelheid mest, het soort mest en de bemestingsmethode. De hoeveelheid mest hangt af van het gewas dat wordt geteeld en van de grondsoort. Op basis van boerenbunder.nl2 kan gesteld worden dat grasland als representatief gewas gebruikt kan worden voor het bepalen van de

2

https://boerenbunder.nl/

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 11 van 58

hoeveelheid toegediende bemesting. Bij elke gewassoort hoort een stikstofgebruiksnorm. De categorie ‘Grasland’ kent op zand een maximaal toegestane mestgift (stikstofgebruiksnorm) van 320 kg N/ha/jaar3. Omdat het perceel ligt binnen de aanduiding ‘nutriënten-verontreinigd gebied’ dient een 20% lagere norm aangehouden te worden; dit komt uit op 256 kg N per ha per jaar Op basis van deze stikstofgebruiksnorm is de jaarlijkse ammoniakemissie van de landbouwpercelen berekend. Deze jaarlijkse ammoniakemissie is opgenomen als referentiesituatie in de AERIUS Calculator 2024. Figuur 3 geeft de ligging van het agrarische perceel dat is meegenomen bij de berekening van de ammoniakemissie in de referentiesituatie weer, waarvan het agrarische gebruik stopt door de ontwikkeling van het plan. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 4 hectare. Gebruiksnorm dierlijke mest Naast de gewas specifieke stikstofgebruiksnormen geldt er een algemene norm van maximaal 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare. Berekening hoeveelheid kunstmest In veel gevallen is de hoeveelheid dierlijke mest begrensd door de gebruiksnorm dierlijke mest (170 kg/ha/jr) maar laat de stikstofgebruiksnorm wel toe dat er nog stikstof uit andere mestbronnen wordt toegediend.

Bijvoorbeeld bij grasland met volledig maaien geldt in dit geval (inclusief 20% afslag vanwege een NV-gebied) een stikstofgebruiksnorm van 256 kg werkzame stikstof per hectare per jaar. De werkingscoëfficiënt van dierlijke mest is in dit geval vastgesteld op 60%, waardoor voor iedere kg toegevoegde dierlijke mest rekening gehouden mag worden met 0,6 kg werkzame stikstof4. Dit betekent dat er 256 kg – 102 kg (170 kg * 60%) = 154 kg per ha per jaar aan stikstof met kunstmest toegevoegd mag worden. TAN-excretie De TAN is de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof. Hiervoor zijn geen specifieke gegevens voor het perceel bekend maar wel landelijke waarden, zoals te vinden in WOt-technical report 2035. Voor de TAN variëren de waarden van 56 % tot 63 % voor melkvee, van 48 % tot 63 % voor vleesvee, en van 64% tot 72% voor varkens. Er is daarom gekozen voor een TAN-percentage van 60%. Emissiefactor De emissiefactor geeft aan hoeveel ammoniak in de lucht terecht komt. Dit hangt af van de methode van bemesten. Wanneer mest in de grond wordt geïnjecteerd, geeft dit een lagere emissie dan wanneer de mest op de grond wordt aangebracht. Voor grasland geldt een emissiefactor van 17% voor in sleufjes in de grond en voor strookjes op de grond en 68% voor bovengronds bemesten.

In 2019 vond in Nederland 84% van de bemesting op grasland plaats via sleufjes in de grond, 15% via strookjes op de grond en 2% via bovengronds bemesten6. De gewogen gemiddelde emissiefactor komt hiermee uit op 17%. Voor kunstmest zijn verschillende emissiefactoren afhankelijk van het soort kunstmest dat wordt gebruikt. Hier is gekozen voor de gemiddelde emissiefactor van 3,3%7. In Bijlage 4 is de ammoniakemissie van het agrarische grondgebruik berekend uitgaande van de stikstofgebruiksnorm voor grasland. Het agrarische gebruik veroorzaakt een emissie van 108,18 kg NH3 per jaar. Dit is de hoeveelheid ammoniakemissie die op basis van het planologische regime toegestaan is.

3

Zie RVO Mestbeleid 2025 tabel 2 ‘stikstof landbouwgrond’. Zie RVO mestbeleid 2024 Tabellen, tabel 9 (werkzame stikstof landbouwgrond). 5 van Bruggen, C., Bannink, A., Groenestein, C. M., Huijsmans, J. F. M., Lagerwerf, L. A., Luesink, H. H., ... & Van der Zee, T. (2021). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019 (No. 203). Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/582076 6 van Bruggen, C., Bannink, A., Groenestein, C. M., Huijsmans, J. F. M., Lagerwerf, L. A., Luesink, H. H., ... & Van der Zee, T. (2021). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019 (No. 203). Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/582076 7 C. van Bruggen, P. Bikker, C.M. Groenestein, B.J. de Haan, M.W. Hoogeveen, J.F.M. Huijsmans S.M. van der Sluis en G.L. Velthof (2011). Ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest in 2011. https://edepot.wur.nl/259020 4

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 12 van 58

3.2

Cumulatie

Bij een beoordeling van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden wordt per project of plan onderzocht of er sprake kan zijn van significante aantasting van de natuurlijke waarden en kwaliteiten, bezien vanuit de instandhoudingsdoelstellingen voor relevante Natura 2000-gebieden: leidt het plan of project tot significante negatieve effecten? Daarnaast dient ook cumulatie in ogenschouw genomen te worden, waarbij niet alleen de effecten van het specifieke plan of project onderzocht worden, maar ook of effecten samen met andere plannen of projecten kan leiden tot significante negatieve effecten. Zo kan het zijn dat een plan of project zelfstandig niet leidt tot significante negatieve effecten, maar wél in cumulatie met andere ontwikkelingen. In onderhavig geval speelt cumulatie geen rol. Door de inzet van mitigerende maatregelen wordt er per saldo voor gezorgd dat er géén negatieve effecten plaatsvinden: er vindt per saldo geen toename van stikstofdepositie plaats. Er is dus niet alleen geen sprake van een significant negatief effect, maar er is per definitie helemaal geen sprake van een negatief effect. Derhalve behoeft ook niet beschouwd te worden wat het planeffect is in cumulatie met andere plannen of projecten.

3.3

Additionaliteit

Het toepassen van intern salderen is een mitigerende maatregel. In de uitspraak van 18 december 2024 heeft de Raad van State aangegeven dat daarom voor intern salderen ook de additionaliteitstoets uitgevoerd moet worden. Deze houdt in dat onderbouwd moet worden dat de mitigerende maatregel inzetbaar is voor het plan, omdat deze niet noodzakelijk is voor ‘de natuur’ als instandhoudings- of passende maatregel. In dit geval kan gesteld worden dat het beëindigen van het agrarisch grondgebruik slechts een beperkt effect heeft op omliggende Natura 2000-gebieden: de deposities voortkomende uit het agrarisch grondgebruik zijn beperkt in maximale depositiedruk en in oppervlakte. Vanuit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof heeft de provincie diverse maatregelen in gang gezet om generiek én gebiedsspecifiek te komen tot een structurele verlaging van de stikstofdepositiedruk. Onderdeel hiervan vormt de uitkoop van piekbelasters: bedrijven die individueel leiden tot een significant aandeel in de stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied. Met deze maatregelen worden grote stappen gezet in de verlaging van de stikstofdepositie, ook in Kempenland-West en Kampina & Oisterwijkse Vennen. Deze stappen hebben een vele malen groter effect dan onderhavige mitigerende maatregel.

Vanuit additionaliteit kan daarom niet gesteld worden dat de mitigerende maatregel noodzakelijk is voor het behalen van instandhoudingsdoelstellingen (i.c. als instandhoudingsmaatregel) of het tegengaan van verdere verslechtering (i.c. als passende maatregel).

3.4

Conclusie

Met de inzet van intern salderen is er opnieuw een verschilberekening gemaakt tussen de referentie situatie en de beoogde situaties (realisatie en gebruik). Uit beide berekeningen komt dat de beoogde fases, zowel realisatie als gebruik, per saldo niet leiden tot depositie op natura 2000-gebieden (zie Bijlage 5 voor de bouwfase met intern salderen en Bijlage 6 voor de gebruiksfase met intern salderen). Met de inzet van de mitigerende maatregel ‘intern salderen’ kan dan ook geconcludeerd worden dat er met zekerheid geen sprake is van significante negatieve effecten op de (instandhoudingsdoelstellingen van) de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 13 van 58

Bijlage 1.

Uitgangspunten AERIUS bouwfase en gebruiksfase

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 14 van 58

Mierbeek Noord Uitgangspunten AERIUS berekeningen Opdrachtgever: Kenmerk:

Reyrink groep MINB/2025/Rbubf/13

D1.3

Versie:

Datum: Opgesteld door:

15 oktober 2025 Ruud Broekman

I.PROJECTGEGEVENS A

Gegevens plangebied Oppervlakte kavel Rekenjaar bouwfase

27.000 m² 2026

2,7 ha

II.BOUWFASE A

B

inzet mobiele werktuigen Heistelling Bulldozer Wiellaadschop Graafmachine Hijskranen Betonwagens Hoogwerkers Aggregaat Asfaltfreesmachine Vrachtwagens (laden/ontladen) Asfalteermachine Walsen Trilplaten / stampers

per ha a.

raming brandstofverbruik Heistelling Bulldozer Wiellaadschop Graafmachine Hijskranen Betonwagens Hoogwerkers Aggregaat Asfaltfreesmachine Vrachtwagens (laden/ontladen) Asfalteermachine Walsen Trilplaten / stampers

25 u. 25 u. 75 u. 75 u. 120 u. 120 u. 500 u. 100 u. 10 u. 100 u. 15 u. 15 u. 15 u.

vermogen 170 kW 300 kW 130 kW 105 kW 75 kW 250 kW 15 kW 20 kW 250 kW 100 kW 100 kW 56 kW 4 kW

STAGE klasse STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV STAGE-IV

ureninzet 68 u. 68 u. 203 u. 203 u. 324 u. 324 u. 1.350 u. 270 u. 27 u. 270 u. 41 u. 41 u. 41 u.

maatg. periode 68 u. 68 u. 203 u. 203 u. 324 u. 324 u. 1.350 u. 270 u. 27 u. 270 u. 41 u. 41 u. 41 u.

belasting 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35%

vermogensklasse 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW < 56 kW < 56 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 56-75 kW < 56 kW

SCR ja ja ja ja ja ja nee nee ja ja ja ja nee

brandstof b. 1.142 l. 1.988 l. 2.646 l. 2.158 l. 2.517 l. 7.980 l. 2.777 l. 676 l. 665 l. 2.748 l. 412 l. 240 l. 44 l.

Adblue c. 69 l. 119 l. 159 l. 130 l. 151 l. 479 l. 0 l. 0 l. 40 l. 165 l. 25 l. 14 l. 0 l.

25.993 l.

1.350 l.

koude start 878 st. 101 st. 338 st.

stationair 0 st. 203 st. 675 st.

1.316 st.

878 st.

emissie NOx 0,00 kg/jaar 1,98 kg/jaar 8,33 kg/jaar

emissie NH3 0,00 kg/jaar 0,02 kg/jaar 0,10 kg/jaar

10,31 kg/jaar

0,13 kg/jaar

Totaal C

bouwverkeer Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer Totaal

D

a.

a.

per ha 650 mvt/jr 150 mvt/jr 500 mvt/jr

totaal 1.755 mvt/jr 405 mvt/jr 1.350 mvt/jr

1.300 mvt/jr

3.510 mvt/jr

stationair draaien Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer

duur 10 min 10 min 10 min

emissiefactor NOx 4,46 g/uur 58,53 g/uur 74,06 g/uur

maatg. periode 1.755 mvt/jr 405 mvt/jr 1.350 mvt/jr 3.510 mvt/jr d.

emissiefactor NH3 0,17 g/uur 0,72 g/uur 0,90 g/uur

d.

Totaal III.GEBRUIKSFASE A

Verkeersgeneratie Netto uitgeefbaar:

oppervlak 22.900 m²

verkeersgeneratie op basis van hectare 'distributieterrein' A: CROW publicatie 744 kencijfer 'distributieterrein' per ha: A: verkeersgeneratie Mierbeek Noord

licht 128,0 mvt/etm 293,1 mvt/etm

midden 12,3 mvt/etm 28,2 mvt/etm

zwaar 17,7 mvt/etm 40,5 mvt/etm

B: uitgangspunten koude start B: aantallen koude start per etmaal

100% 146,6 st.

50% 07,0 st.

50% 10,1 st.

C: stationair draaien uitgangspunt 1 C: stationair draaien uitgangspunt 2 C: stationair draaien aantal per jaar C: stationair draaien NOX emissie C: stationair draaien NH3 emissie

0% 0 min 0 st. 0,0 kg/jr 0,0 kg/jr

100% 5 min 5.140 st. 23,94 kg/jr 0,31 kg/jr

100% 5 min 7.397 st. 43,40 kg/jr 0,60 kg/jr

totaal 158 mvt/etm 362 mvt/etm

67,35 kg/jr 0,91 kg/jr

VOETNOTEN a. b.

Raming inzet mobiele werktuigen o.b.v. expert judgement en ervaringen uit logistieke projecten. Brandstofverbruik is niet exact bekend en daardoor berekend op basis van de draaiuren, vermogen, belasting en STAGE-klasse. Hierbij is gebruik gemaakt van de uitgangspunten uit TNO rapport 2021 R12305. Dit conform paragraaf 8.1 van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025.

c.

AdBlue is geraamd op een aandeel van 6% van en bovenop het brandstofverbruik bij STAGE IV en STAGE V en 3% bij STAGE IIIB.

d.

Emissiefactoren conform bijlage 1 van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025.

© de essentie bv Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend

Pagina 1 van 1

Bijlage 2.

AERIUS-berekening bouwfase

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 16 van 58

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.

-

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon

De essentie

Inrichtingslocatie

Notelstraat, / Esbeek

Activiteit Omschrijving

Mierbeek Noord

Toelichting

Realisatiefase

Berekening AERIUS kenmerk

RePKafBryXFY oktober

Datum berekening

Rekencon

guratie

Totale emissie

OwN

,

₃

Rekenjaar

Emissie NH

,

Mierbeek Noord - Realisatie - Beoogd

Resultaten Mierbeek Noord - Realisatie - Beoogd

Hoogste bijdrage

,

mol/ha/j

Gekarteerd oppervlak met toename (ha)

,

ha

Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

,

ha

Grootste toename

Grootste afname

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

:

-rekengrid incl. eigen rekenpunten

,

kg /j

Hexagon

ₓ

Emissie NO

,

kg /j

Gebied

Kempenland-West

mol/ha/j -

2/10

Projectberekening

Mierbeek Noord - Realisatie (Beoogd), rekenjaar

Emissiebronnen

₃

Emissie NH

ₓ

Emissie NO

Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen

,

kg /j

,

kg /j

Verkeer | Koude start: overig | Koude start

,

kg /j

,

kg /j

Anders... | Stationair draaien

,

kg /j

,

kg /j

Verkeersnetwerk

,

kg /j

,

kg /j

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

3/10

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.

km © OSM & Kadaster

Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

4/10

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura

gebieden situatie "Mierbeek Noord -

Realisatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

N/ha/jr)

Totaal

,

Per gebied

.

,

,

West (

,

-

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

N/ha/jr)

Kempenland-

,

,

.

,

,

,

,

-

,

.

,

,

,

,

-

)

Kampina & Oisterwijkse Vennen (

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

)

5/10

Projectberekening

Per eigen

Naam

Coördinaat

rekenpunt

Projectbijdrage (mol

N/ha/jr)

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (

X:

km)

Y:

Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (

km)

X:

,

-

Y: Ronde Put (

km)

X:

-

Y: Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen

X:

en heiden (

Y:

km)

Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met

X:

valleigronden langs de Heerlese Loop (

Y:

km)

Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (

km)

X:

-

-

-

Y:

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

6/10

Projectberekening

Mierbeek Noord - Realisatie, Rekenjaar

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

7/10

Projectberekening

Mobiele werktuigen

ₓ ₃

Naam

Mobiele werktuigen

NO

,

kg /j

Locatie

X:

,

NH

,

kg /j

Y:

,

Oppervlakte

,

Naam/Stageklasse

ha

Brandstof-

Draaiuren

Uittreedhoogte/Warmteinhoud

Spreiding /Temporele

Stof

Emissie

variatie

verbruik/AdBlue

verbruik

.

Heistelling Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

l/j

,

m

,

, MW

kW, diesel,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

Industrie

SCR: ja .

Bulldozer Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

l/j

,

m

,

, MW

kW, diesel,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

SCR: ja .

Wiellaadschop Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

m

,

l/j

,

, MW

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

kW, diesel,

SCR: ja .

Graafmachine Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

m

,

l/j

,

, MW

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

kW, diesel,

SCR: ja .

Hijskranen Stage-IV, -

-

l/j

u/j

l/j

,

,

m

,

, MW

kW, diesel,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

SCR: ja .

Betonwagens Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

m

,

l/j

,

, MW

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

kW, diesel,

SCR: ja .

Hoogwerkers Stage-IV, <=

-

,

l/j

.

u/j

l/j

,

m

,

, MW

kW, diesel,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

,

₃

NH

kg /j ,

g /j

Industrie

SCR: nee l/j

Aggregaat Stage-IV, <=

-

,

u/j

,

m

,

l/j

, MW

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

,

₃

NH

kg /j ,

g /j

Industrie

kW, diesel,

SCR: nee l/j

Asfaltfreesmachine Stage-IV, -

-

u/j

,

m

,

l/j

,

, MW

ₓ

NO

m

Standaard Pro

el

₃

NH

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

Industrie

kW, diesel,

SCR: ja .

Vrachtwagens

Stage-IV, -

-

l/j

u/j

l/j

(laden/ontladen)

,

m

,

, MW

,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

kW, diesel,

SCR: ja l/j

Asfalteermachine Stage-IV, -

-

,

u/j

l/j

,

m

,

, MW

kW, diesel,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

,

₃

NH

kg /j ,

g /j

Industrie

SCR: ja l/j

Walsen Stage-IV, -

-

kW, diesel,

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

,

l/j

u/j

, ,

m

, MW

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

,

kg /j ,

g /j

Industrie

8/10

Projectberekening

Naam/Stageklasse

Draaiuren

Brandstof-

Uittreedhoogte/Warmteinhoud

Spreiding /Temporele

Stof

Emissie

variatie

verbruik/AdBlue

verbruik

SCR: ja Trilplaten / stampers Stage-IV, <=

-

l/j

u/j

,

l/j

,

m

,

, MW

ₓ

m

NO

Standaard Pro

kW, diesel,

el

₃

NH

,

kg /j

,

kg /j

Industrie

SCR: nee

Verkeer | Rijdend verkeer

Naam

Verkeer

Locatie

X:

, ,

Lengte

Y:

,

m

Wegtype

Binnen bebouwde kom (stagnerend)

Rijrichting

Beide richtingen

ₓ

,

kg /j

₂

,

kg /j

₃

,

kg /j

Links Rechts

NO

Type scherm

-

-

NO

Hoogte

-

-

NH

Afstand tot de weg

-

-

Tunnelfactor

Normaal

Type hoogteligging

m

Weghoogte t.o.v. maaiveld

Verkeer

Maximum snelheid

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

.

, ,

/jaar

In

le

,

%

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

/jaar

,

%

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

.

,

,

%

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

,

/jaar

,

%

/jaar

Verkeer | Koude start: overig

ₓ ₃

Naam

Koude start

NO

,

kg /j

Locatie

X:

NH

,

kg /j

,

Y: Oppervlakte

,

, ha

Type voertuig

Koude starts

Licht verkeer

,

Middelzwaar vrachtverkeer

,

/jaar

Zwaar vrachtverkeer

,

/jaar

Busverkeer

,

/jaar

/jaar

Anders...

Naam

Stationair draaien

Uittreedhoogte

,

Locatie

X:

,

Warmteinhoud

,

,

Spreiding

,

Y: Oppervlakte

,

ₓ ₃

m MW

NO

,

kg /j

NH

,

kg /j

m

ha

Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie

Continue Emissie

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

.

.

_

_db

f

b

9/10

Projectberekening

Database versie

.

.

_db

f

b_calculator_nl_stable

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie:

https://link.aerius.nl/website

RePKafBryXFY (15 oktober 2025)

10/10

Bijlage 3.

AERIUS-berekening gebruiksfase

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 27 van 58

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.

-

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon

De essentie

Inrichtingslocatie

Notelstraat, / Esbeek

Activiteit Omschrijving

Mierbeek Noord

Toelichting

Gebruiksfase

Berekening AERIUS kenmerk

Rjgt

Rekencon

guratie

Totale emissie

as

EJHF

oktober

Datum berekening

OwN

,

₃

Rekenjaar

Emissie NH

,

Mierbeek Noord - Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten Mierbeek Noord - Gebruiksfase - Beoogd

Hoogste bijdrage

,

mol/ha/j

Gekarteerd oppervlak met toename (ha)

,

ha

Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

,

ha

Grootste toename

Grootste afname

Rjgt4as3EJHF (15 oktober 2025)

:

-rekengrid incl. eigen rekenpunten

,

kg /j

Hexagon

ₓ

Emissie NO

,

kg /j

Gebied

Kempenland-West

mol/ha/j -

2/7

Projectberekening

Mierbeek Noord - Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar

Emissiebronnen

₃

Emissie NH

ₓ

Emissie NO

Verkeer | Koude start: overig | Koude start

,

kg /j

,

kg /j

Anders... | Stationair draaien

,

kg /j

,

kg /j

Verkeersnetwerk

,

kg /j

,

kg /j

Rjgt4as3EJHF (15 oktober 2025)

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.

km © OSM & Kadaster

Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).

Rjgt4as3EJHF (15 oktober 2025)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura

gebieden situatie "Mierbeek Noord -

Gebruiksfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

N/ha/jr)

Totaal

,

Per gebied

.

,

,

West (

,

-

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

N/ha/jr)

Kempenland-

,

,

.

,

,

,

,

-

,

.

,

,

,

,

-

)

Kampina & Oisterwijkse Vennen (

Rjgt4as3EJHF (15 oktober 2025)

)

5/7

Projectberekening

Per eigen

Naam

Coördinaat

rekenpunt

Projectbijdrage (mol

N/ha/jr)

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (

X:

km)

Y:

Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (

km)

X:

,

-

Y: Ronde Put (

km)

X:

-

Y: Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen

X:

en heiden (

Y:

km)

Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met

X:

valleigronden langs de Heerlese Loop (

Y:

km)

Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (

km)

X:

-

-

-

Y:

Rjgt4as3EJHF (15 oktober 2025)

6/7

Projectberekening

Mierbeek Noord - Gebruiksfase , Rekenjaar

Verkeer | Koude start: overig

ₓ ₃

Naam

Koude start

NO

,

kg /j

Locatie

X:

,

NH

,

kg /j

Y:

,

Oppervlakte

,

ha

Type voertuig

Koude starts

Licht verkeer

,

Middelzwaar vrachtverkeer

,

Zwaar vrachtverkeer

/etmaal

/etmaal ,

Busverkeer

,

/etmaal /etmaal

Verkeer | Rijdend verkeer

Naam

Ontsluiting

Locatie

X:

, ,

Lengte

Y:

,

m

Wegtype

Binnen bebouwde kom (normaal)

Rijrichting

Beide richtingen

ₓ

,

kg /j

₂

,

kg /j

₃

,

kg /j

Links Rechts

NO

Type scherm

-

-

NO

Hoogte

-

-

NH

Afstand tot de weg

-

-

Tunnelfactor

Normaal

Type hoogteligging

m

Weghoogte t.o.v. maaiveld

Verkeer

Maximum snelheid

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

,

/etmaal

In

le

,

% %

Middelzwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

,

/etmaal

,

Zwaar vrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

,

/etmaal

,

%

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

,

%

,

/etmaal

Anders...

Naam

Stationair draaien

Uittreedhoogte

,

Locatie

X:

,

Warmteinhoud

,

,

Spreiding

,

Y: Oppervlakte

,

ₓ ₃

m MW

NO

,

kg /j

NH

,

kg /j

m

ha

Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie

Continue Emissie

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie

.

.

_

Database versie

.

.

_db

_db f

f

b

b_calculator_nl_stable

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie:

https://link.aerius.nl/website

Rjgt4as3EJHF (15 oktober 2025)

7/7

Bijlage 4.

Emissieberekening referentiesituatie

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 35 van 58

Mierbeek Noord Uitgangspunten AERIUS berekening bemesting Opdrachtgever: Kenmerk:

Reyrink groep MINB/2025/Rbubf/13

Versie:

D1.3

Datum: Opgesteld door:

15 oktober 2025 Ruud Broekman

UITGANGSPUNTEN EMISSIEBEREKENING A 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11

Berekening emissies o.b.v. toegestane mestgift per ha landbouwperceel Maximale mestgift1 incl. 20% lagere norm door NV-gebied Maximale norm dierlijke mest (geen derogatie) Werkingscoëfficiënt van dierlijke mest (drijfmest van graasdieren) 2 Werkzame stikstof uit dierlijke mest (02 * 03) Mestgift middels kunstmest (01 - 04) Emissiefactor (N) dierlijke mest3 Emissiefactor (NH3) kunstmest4 TAN-factor dierlijke mest5 NH3 <=> N verhouding (17/14) Emissie NH3 uit dierlijke mest (02 * 06 * 08 * 09) Emissie NH3 uit kunstmest (05 * 07 * 09)

256 kg N / ha / jr 170 kg N / ha / jr 60,0% 102 kg N / ha / jr 154 kg N / ha / jr 17,0% 3,3% 60,0% 1,2143 21,06 kg / ha / jr 6,17 kg / ha / jr

Emissie NH3 totaal (10 + 11)

27,23 kg / ha / jr

B 12 13 14

Berekening mestgift Oppervlak landbouwpercelen Emissie NH3 uit dierlijke mest Emissie NH3 uit kunstmest

3,97 ha 83,66 kg / jr 24,52 kg / jr

1.

Mestgift op basis van teelt Grasland met volledig maaien, grondsoort klei. Zie RVO Mestbeleid 2024 Tabellen, tabel 2: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-12/Tabel-2-Stikstof-landbouwgrond-2024.pdf Zie RVO mestbeleid 2024 Tabellen, tabel 9 (werkzame stikstof landbouwgrond): https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-12/Tabel-9-Werkzame-stikstof-landbouwgrond-2024.pdf Voor grasland geldt een emissiefactor van 17% voor in sleufjes in de grond en voor strookjes op de grond en 68% voor bovengronds bemesten. In 2021 vond in Nederland 80% van de bemesting op grasland plaats via sleufjes in de grond, 18% via strookjes op de grond en 2% via bovengronds bemesten. De gewogen gemiddelde emissiefactor komt hiermee uit op 17%; 2% bovengronds bemesting is hierin niet meegenomen omdat dit niet meer is toegestaan. Zie Van Bruggen, C., et al (2023). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2021, WOT report No. 242.

2. 3.

4.

5.

https://edepot.wur.nl/629673 Gemiddelde NH3 emissie vanuit kunstmest o.b.v. emissiefactoren (tabel 3.1) en implementatiegraad van kunstmest (tabel B19.1) in Van Bruggen, C., A. et al (2023). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2021, WOT report No. 242). https://edepot.wur.nl/629673 De TAN is de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof. Hiervoor zijn geen specifieke gegevens voor het perceel bekend maar wel landelijke waarden, zoals te vinden in WOttechnical report 242. Zie Van Bruggen, C. et al (2023). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2021, WOT report No. 242). Voor de TAN variëren de waarden van 56 % tot 63 % voor melkvee, van 48 % tot 63 % voor vleesvee, en van 64% tot 72% voor varkens. Er is daarom gekozen voor eengemiddeld TAN-percentage van 60%. https://edepot.wur.nl/629673

© de essentie bv Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend

Pagina 1 van 1

Bijlage 5.

AERIUS-berekening bouwfase incl. intern salderen (referentiesituatie)

Passende Beoordeling bestemmingsplan Mierbeek-Noord - D1.3

Pagina 37 van 58

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.

-

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon

De essentie

Inrichtingslocatie

Notelstraat, / Esbeek

Activiteit Omschrijving

Mierbeek Noord

Toelichting

Realisatiefase incl intern salderen

Berekening AERIUS kenmerk

RNTH

Rekencon

guratie

Totale emissie

asDM

qi

oktober

Datum berekening

OwN

,

:

-rekengrid incl. eigen rekenpunten

₃

Rekenjaar

Emissie NH

,

Mierbeek Noord - Referentie - Referentie

,

Mierbeek Noord - Realisatie - Beoogd

Resultaten

Hoogste bijdrage

kg /j

kg /j

Hexagon

ₓ

Emissie NO

,

kg /j

Gebied

Mierbeek Noord - Referentie - Referentie

,

mol/ha/j

Kempenland-West

Mierbeek Noord - Realisatie - Beoogd

,

mol/ha/j

Kempenland-West

Gekarteerd oppervlak met toename (ha)

,

ha

Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

,

ha -

Grootste toename

Grootste afname

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

,

mol/ha/j

2/11

Projectberekening

Mierbeek Noord - Realisatie (Beoogd), rekenjaar

Emissiebronnen

₃

Emissie NH

ₓ

Emissie NO

Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen

,

kg /j

,

kg /j

Verkeer | Koude start: overig | Koude start

,

kg /j

,

kg /j

Anders... | Stationair draaien

,

kg /j

,

kg /j

Verkeersnetwerk

,

kg /j

,

kg /j

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

3/11

Projectberekening

Mierbeek Noord - Referentie (Referentie), rekenjaar

Emissiebronnen Landbouw | Landbouwgrond | Bron

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

₃

Emissie NH

,

kg /j

ₓ

Emissie NO

-

4/11

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.

km © OSM & Kadaster

Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

5/11

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura

gebieden situatie "Mierbeek Noord -

Realisatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

N/ha/jr)

Totaal

,

Per gebied

.

,

,

,

,

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha

Grootste

Met afname (ha

Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

N/ha/jr)

Kampina &

-

,

.

,

,

-

,

,

,

.

,

,

-

,

,

Oisterwijkse Vennen (

)

KempenlandWest (

)

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

6/11

Projectberekening

Per eigen

Naam

Coördinaat

rekenpunt

Projectbijdrage (mol

N/ha/jr)

Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (

km)

X:

-

Y: Ronde Put (

km)

X:

-

Y: Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen

X:

en heiden (

Y:

km)

Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met

X:

valleigronden langs de Heerlese Loop (

Y:

km)

Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (

km)

X:

-

-

-

Y:

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (

X:

km)

Y:

-

,

7/11

Projectberekening

Mierbeek Noord - Realisatie, Rekenjaar

RNTH1asDM4qi (15 oktober 2025)

8/11

Projectberekening

Mobiele werktuigen

ₓ ₃

Naam

Mobiele werktuigen

NO

,

kg /j

Locatie

X:

,

NH

,

kg /j

Y:

,

Oppervlakte

,

Naam/Stageklasse

ha

Brandstof-

Draaiuren

Uittreedhoogte/Warmteinhoud

Spreiding /Temporele

Stof

Emissie

variatie

verbruik/AdBlue

verbruik

.

Heistelling Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

l/j

,

m

,

, MW

kW, diesel,

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

,

kg /j

Industrie

SCR: ja .

Bulldozer Stage-IV, -

-

l/j

,

u/j

m

,

l/j

,

, MW

ₓ

m

Standaard Pro

NO el

₃

NH

Industrie

kW, diesel,

SCR: ja .

Wiellaadschop Stage-IV, -

-

l/j

u/j

,

m

,

l/j

,

, MW

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16141741/1