bp Diessenseweg 99 (3 toelichting bijlage 7 Verkennend bodem- en asbestonderzoek)
Tekst van het document
Rapport:
VERKENNEND BODEM- EN VERKENNEND EN NADER ASBSTONDERZOEK Diessenseweg 99 Hilvarenbeek
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf Gebr. Van Gisbergen BV Postbus 106 5540 AC Reusel
Rapportnummer:
2001220
Rapportdatum: Status:
8 september 2020 Definitief
Auteur:
ing. T. Heesakkers-Kivits
Kwaliteitscontrole:
ing. W.J.H. van den Heuvel
Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38, 5688ZG Oirschot KvK. nr.: 17131641
Versie: 2
Tel. 0499-578520 Website: www.lankelma-zuid.nl E-mail: info@lankelma-zuid.nl
IBAN: NL98ABNA0590577670 BIC ABNANL2A BTW: NL 8105.11.654.B.01
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ...............................................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................1 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Locatiegegevens ......................................................................................................................3 2.2 Historische informatie ...............................................................................................................3 2.3 Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater .....................................................4 2.4 Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek ......................................................4 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................5 2.6 Resumé
....................................................................................................................................5 3 Hypothese en Onderzoeksstrategie ..............................................................................................6 3.1 Hypothese ................................................................................................................................6 3.2 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................6 4 Verkennend bodemonderzoek .......................................................................................................7 4.1 Veldwerkzaamheden ................................................................................................................7 4.2 Grond ........................................................................................................................................7 4.3 Grondwater ...............................................................................................................................8 4.4 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 ...........................................................8 5 Verkennend asbest in bodemonderzoek ......................................................................................9 5.1 Veldwerkzaamheden
................................................................................................................9 5.2 Asbest .......................................................................................................................................9 5.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden .....................................................9 5.2.2 Visuele inspectie grove fractie ..........................................................................................9 5.3 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocol 2018 ........................................................................... 10 6 Nader asbest in bodemonderzoek ............................................................................................. 11 6.1 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................. 11 6.2 Asbest .................................................................................................................................... 11 6.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden .................................................. 11 6.2.2 Visuele inspectie grove fractie ....................................................................................... 11 6.3 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocol 2018 ...........................................................................
12 7 Analyses en resultaten ................................................................................................................ 13 7.1 Samenstelling en analyseparameters ................................................................................... 13 7.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 13 7.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb)............................................ 13 7.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ...................................... 13 7.2.3 Asbest in grond .............................................................................................................. 14 7.2.4 Asbest in bouwstoffen ................................................................................................... 14 7.3 Tijdelijk handelingskader PFAS ............................................................................................. 14 7.3.1 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau............... 15 7.3.2 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem boven grondwaterniveau...........................................................................................................................
15 7.4 Verkennend bodemonderzoek .............................................................................................. 15 7.4.1 Grond ............................................................................................................................. 15 7.4.2 Grondwater .................................................................................................................... 16 7.5 Verkennend asbest in bodemonderzoek ............................................................................... 17 7.5.1 Asbest ............................................................................................................................ 17 7.6 Nader asbest in bodemonderzoek ........................................................................................ 17 8 Conclusie en aanbeveling ........................................................................................................... 18 8.1 Verkennend bodemonderzoek .............................................................................................. 18 8.2 Verkennend en nader asbest in bodemonderzoek ............................................................... 18 8.3 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 19
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsingstabellen Bijlage 6: Fotorapportage Bijlage 7: Toetsing asbest
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
1 Inleiding 1.1
Opdrachtvorming
In opdracht van Bouwbedrijf Gebr. Van Gisbergen BV heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodem- en een verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Diessenseweg 99 te Hilvarenbeek. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740/A1, NEN5707/C2 en NEN5897. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000.
Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. De werkzaamheden uitgevoerd conform de NEN 5897 (wanneer sprake is meer dan 50% bodemvreemde bijmengingen), zijn niet onder procescertificaat uitgevoerd. Dit als gevolg van het feit dat deze werkzaamheden in geen protocol zijn opgenomen. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2
Doelstelling
De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd: historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is; bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie; op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; bepalen of de bodem wel dan niet verdacht is voor asbest. 1.3
Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage
De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen: 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; 2002: “Het nemen van grondwatermonsters”; 2018: “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”.
1
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek” en de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”. Evenals de NEN5707/C2: 2017 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in de bodem en partijen grond” en de NEN5897: 2015 “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3), de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 4), het verkennend asbest in bodemonderzoek, (hoofdstuk 5), het nader asbest in bodemonderzoek (hoofdstuk 6) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 8).
2
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: terreininspectie; het archief van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.; archiefonderzoek door een ambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek; informatie opdrachtgever; TNO (Regis); website www.topotijdreis.nl; website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. Aanleiding en aspecten van het vooronderzoek De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’, uit de NEN5725. 2.1
Locatiegegevens
Algemeen De onderzochte locatie is gelegen aan de Diessenseweg 99 te Hilvarenbeek. Kadastraal is de locatie bekend onder kadastrale gemeente Hilvarenbeek, sectie E, nr. 4154. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn x = 138,2 en y = 388,4. Het oppervlak van de onderzoekslocatie bedraagt maximaal 3.000 m². Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was onderhavige onderzoekslocatie deels bebouwd met een bowling- en partycentrum en deels verhard met klinkers. In bijlage 2 is voornoemde situatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Onderhavige locatie is oostelijk gelegen ten opzichte van het centrum van Hilvarenbeek. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is een terreininspectie uitgevoerd voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. Foto’s van de locatie zijn in bijlage 6 toegevoegd. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Er zijn tijdens de terreininspectie geen bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 2.2
Historische informatie
Gebruik locatie: heden en verleden Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat er eind 19e eeuw sprake was van een gebied met een agrarische bestemming. Deze bestemming is vanaf begin 20ste eeuw aan verandering onderhevig naar bebouwd gebied. Onderhavige bebouwing wordt sinds 1988 op het kaartmateriaal weergegeven. De locatie grenst aan de zuidzijde aan de beklinkerde weg ‘Diessenseweg’. De overige zijden grenzen aan grondgebonden woningen met tuin. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn, geen gegevens bekend van activiteiten die de bodem mogelijk negatief hebben kunnen beïnvloeden. Er is niets bekend over een (voormalige) ondergrondse c.q. bovengrondse brandstoftank.
3
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘Overige gebieden’. Binnen deze zone kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Asbestverdachte activiteiten Op de onderzoekslocatie hebben, voor zover ons bekend, in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben geproduceerd of verwerkt. Tevens is niets bekend over stortingen, dempingen of ophogingen met asbesthoudende materialen en/of –buizen in de grond evenals asbestbewerking ter plaatse. Ook is niets bekend over calamiteiten waarbij asbesthoudende materialen zijn vrij kunnen komen. Voor zover bekend is op de locatie geen bebouwing aanwezig (geweest) waarin asbesthoudende bouwmaterialen zijn verwerkt, dan wel is de bebouwing in het verleden niet gerenoveerd met toepassing van asbesthoudende producten met een reële kans dat asbestresten op of in de bodem terecht is gekomen, bijvoorbeeld door bewerking, beschadiging of door verwering van asbesthoudende materialen. 2.3
Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater
Het onderhavige onderzoeksgebied is gelegen binnen een gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart (Bodemkwaliteitskaart gemeenten Hilvarenbeek en Oisterwijk, Oranjewoud, projectnr. 257947/258579, oktober 2013) is opgesteld. Volgens de kaart kan de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie als zijnde de achtergrondwaarde worden beschouwd. 2.4
Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek
Bij de gemeente Hilvarenbeek zijn gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Er zijn geen gegevens bekend met betrekking tot onderhavige onderzoekslocatie. Hieronder volgt een samenvatting van de onderzoeken met betrekking tot de directe omgeving: Bukkumweg 20 te Hilvarenbeek. Evaluatierapport Grondsanering Bukkumweg 20 e.o. te Hilvarenbeek, Oranjewoud, proj.nr. 244448, d.d. 21 oktober 2012. In het verleden zijn onderstaande bodemonderzoeken verricht. tabel 2.1 Geohydrologische bodemopbouw* Rapporttype
Auteur
Rapportnummer
Datum
Nulsituatieonderzoek
Tukkers
HER/96/2033/620329
11-10-1996
Nader onderzoek
Tukkers
HER/96/220/620426DK
03-12-1996
Nader onderzoek
Tukkers
HER/97/1352/720055
22-04-1997
Saneringsplan
V&S
30.174
07-05-1997
Monitoringsrapportage
Tukkers
2216050
05-09-2002
Aanvullend rapport
Oranjewoud
244448
27-07-2012
Aanvullend rapport
Oranjewoud
244448
02-08-2012
De verontreinigingssituatie is geactualiseerd en vastgelegd tijdens voornoemd aanvullend bodemonderzoek dat op de saneringslocatie is uitgevoerd door Oranjewoud. De grond ter plaatse van de Bukkumweg 20 en omgeving is plaatselijk licht tot sterk verontreinigd met minerale olie. Op de locatie is sprake van twee gevallen van bodemverontreiniging met minerale olie. De verontreinigingssituatie van geval 2 is hieronder verder beschreven. 4
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
De verontreiniging minerale olie van geval 2 begon zintuiglijk direct onder de klinkerverharding en vond zich op basis van zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten in de bovenste meter van de bodem. Het hoofdbestanddeel van het oliemengsel bestaat uit C12-C16, wat duidt op diesel. Op basis van de ouderdomsbepaling is de verontreiniging circa 19 jaar oud. Het grondwater is niet verontreinigd met minerale olie en derhalve is er geen sprake van een mobiele verontreinigingssituatie. Voorafgaand aan de renovatie van het riool zijn de gevallen 1 (bodemverontreiniging ontstaan voor 1987, BUS-tijdelijke uitplaatsing) en 2 (bodemverontreiniging ontstaan na 1987, Plan van Aanpak (Oranjewoud, proj.nr. 244448, juli 2012)) gecombineerd gesaneerd. De sterk verontreinigde grond is onder natuurlijk talud ontgraven en afgevoerd naar een erkend verwerker. Na afloop van de sanering is gebiedseigen grond, indien mogelijk herschikt. Het overige gedeelte van de ontgraving is aangevuld met zand van elders. Binnen geval 2 is 101 m3 grond ontgraven en afgevoerd. Voor de aanvulling van de ontgraving is in totaal 90 m3 zand aangevoerd. De uitgevoerde grondsanering en daarmee bereikte saneringsresultaat (volledige verwijdering van de verontreiniging tot achtergrondwaarde) voldoet aan de saneringsdoelstelling met bijbehorende uitgangspunten zoals vermeld in het goedgekeurde plan van aanpak. 2.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.2. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.2 Geohydrologische bodemopbouw*
*
Diepte [m-mv]
Formatienaam
Lithologie
0–3
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
3 – 22
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)
Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6
Resumé
Uit het vooronderzoek kan ons inziens worden geconcludeerd dat de bodem / grond ter plaatse van de locatie, ten gevolgen van het (voormalige) gebruik van de bodem en/of (voormalige) activiteiten op de locatie, als verdacht voor het voorkomen van bodemverontreiniging beschouwd kan worden.
5
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
3 Hypothese en Onderzoeksstrategie 3.1
Hypothese
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie ten aanzien van de grond en het grondwater als een ‘heterogeen diffuus verontreinigd gebied’ gekwalificeerd. Er kan namelijk niet worden uitgesloten dat de onderzoekslocatie verontreinigd is. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie, met betrekking tot de parameter asbest als ‘verdachte’ locatie gekwalificeerd. 3.2
Onderzoeksstrategie
Grond en grondwater Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie is de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN5740/A1 ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL, tabel 9.1). Asbest Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsteringsen analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN5707 ‘Diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging’ (tabel 7). In tabel 3.1 en tabel 3.2 zijn overzichten opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.1 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden bodemonderzoek Oppervlak (m2) Gehele locatie (max. 3.000 m2)
Veldwerk 0,5 m-mv 11
2 m-mv1 2
Analyses bovengrond 2
peilbuis2 1
ondergrond 1
grondwater 1
1
Handboring tot minimaal 0,5 m- freatische grondwaterstand of 1 m-mv, maximaal tot 2,5 meter. Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag.
2
Indien een grondwaterspiegel wordt aangetroffen dieper dan 5 m-mv behoeft geen peilbuis te worden geplaatst.
3
Standaard NEN5740 pakket voor grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), organische parameters (PAK (som 10), minerale olie, PCB (som 7)), lutum en organische stof. Als gevolg van waarnemingen in het veld kan het noodzakelijk zijn een extra mengmonster samen te stellen om een voldoende representatief beeld van de locatie te krijgen. Aanvullende werkzaamheden worden alleen na toestemming van de opdrachtgever uitgevoerd.
4
Standaard NEN 5740 pakket voor grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, minerale olie, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, Som1,2-dichlooretheen, 1,1-dichlooretheaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, Somdichloorpropaan, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen, bromoform.
tabel 3.2 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden verkennend asbest in bodemonderzoek Oppervlak (m2) Gehele locatie (max. 3.000 m2) *
Veldwerk 0,5 m-mv* 10
2 m-mv -
Analyses grondmengmonsters 3 x NEN5898
puinmengmonster 1 x NEN5898
plaatmateriaal 2 x NEN5896
Uitgangspunt is dat de gaten handmatig kunnen worden gegraven.
Naar aanleiding van de eerste resultaten is in overleg met de opdrachtgever besloten nader onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van asbest.
6
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
4 Verkennend bodemonderzoek 4.1
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.2
Grond
Het plaatsen van de boringen en de peilbuis is door de erkend veldwerker de heer C.B. Renders uitgevoerd op 25 mei 2020. Op instructie en onder controle van voornoemde erkend persoon zijn (veld)werkzaamheden uitgevoerd door de veldwerker in opleiding de heer J. Schoonhoven. De erkend veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring B05, B06, B09, B11, B12 en B13 B04* B10 B14 B08 B07 B02 en B03 B01
Diepte [m-mv] 0,5 0,7 0,75 1,0 1,1 1,5 2,0 4,0
Filterdiepte [m-mv] 3,0 – 4,0
* boring gestaakt
De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 4,0 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Afwisselend wordt sterk zandig leem aangetroffen. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en peilbuis is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Het aanwezige beton ter plaatse van de boringen B02, B05, B12 en B13 is met behulp van een kernboor doorboord. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.2 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen. tabel 4.2 Waargenomen afwijkingen Boring
Diepte in [m-mv]
Afwijking
B01 B04 B07
0,15 - 0,5 0,08 - 0,5 0,2 - 0,5 0,5 - 1,0 0,3 - 0,6 0,3 - 0,75 0,3 - 0,5
zwak baksteenhoudend sterk glashoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend sterk baksteenhoudend, brokken beton sporen baksteen zwak baksteenhoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend zwak baksteenhoudend sporen puin
B08 B10 B14
7
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
4.3
Grondwater
De peilbuis is, na inachtneming van de geldende rustperiode van minimaal een week, door de erkende veldwerker de heer T.J.H. van der Staak bemonsterd op d.d. 2 juni 2020. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van protocol 2002. In tabel 4.3 zijn de gegevens hiervan weergegeven: tabel 4.3 Peilbuisgegevens Peilbuisnummer B01 Datum bemonstering 2 juni 2020 Diepte grondwaterspiegel [m-mv] 2,4 Filterstelling [m-mv] 3,0 – 4,0 Toestroming goed Beluchting niet belucht Zuurgraad [pH] 5,3 401 Elektrische geleidbaarheid [Ec, S/cm] Troebelheid (NTU) 20,3* Waargenomen afwijkingen geen Drijflaag geen *De troebelheid van het grondwater uit de peilbuis kan hoog worden genoemd. De in de NEN5744 gehanteerde waarde voor troebelheid van 10 NTU kan indicatief worden genoemd. Deze is gebaseerd op standaard factoren die zich in de natuur voordoen. Hogere troebelheden duiden op het feit dat onnatuurlijk hoge krachten op de bodemdeeltjes rond (de omstorting van) het peilfilter zijn of worden uitgeoefend. Aangezien de peilbuis recentelijk is geplaatst en het feit dat de bodemopbouw uit fijn zand bestaat (lees: fijne fracties) is het gemeten verhoogde NTU gehalte niet vreemd te noemen. In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes.
4.4
Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002. Opgemerkt wordt dat de troebelheid niet op de onderzoekslocatie is gemeten maar ten kantore van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. te Oirschot. Het grondwatermonster wordt pas dan genomen, wanneer conform de NEN5744 en het protocol 2002 is voldaan aan de overige gestelde eisen. Het meten van de troebelheid vindt als laatste handeling plaats, voorafgaande aan de daadwerkelijke monstername van het grondwater. Deze laatste stap wordt door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. dus omgedraaid. Hetgeen verder niet van invloed kan zijn op de daadwerkelijk gemeten waarde. Derhalve wordt dit niet als een kritieke afwijking beschouwd.
8
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
5 Verkennend asbest in bodemonderzoek 5.1
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform protocol 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 5.2
Asbest
Veiligheid De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingrisico’s aan schadelijke stoffen. Voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat het bodemvochtgehalte meer dan 10% betrof. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Derhalve zijn naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM: veiligheidsschoenen en handschoenen) geen aanvullende maatregelen getroffen c.q. PBM en gebruikt. 5.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden zijn door de erkende veldwerker de heer C.B. Renders uitgevoerd op 25 mei 2020. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van het protocol 2018. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zou kunnen voor een mogelijke bodemverontreiniging.
De inspectie efficiëntie bedraagt minder dan 25% (lees: nagenoeg de gehele locatie verhard en bebouwd), op basis van de uitgevoerde visuele inspectie van het maaiveld. De weersomstandigheden kunnen als volgt worden omschreven: regenval minder dan 10 mm; geen hagel en/of sneeuwval; tussen zonsop- en -ondergang; geen mist (zicht > 50 meter). 5.2.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de opgestelde onderzoeksstrategie is een tiental inspectiegaten gegraven (ABG01, ABG03, ABG04, ABG06 t/m ABG11 en ABG14). Voor de uiteindelijke situering van inspectiegaten, verwijzen wij naar bijlage 2 van dit schrijven. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergegeven. In bijlage 6 zijn relevante foto’s toegevoegd. De uitkomende bodemmaterialen zijn naast het inspectiegat uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen. Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm). In de uitkomende grond van ABG04 en ABG08 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eveneens zijn asbestverdachte materialen aangetroffen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen zijnde puinresten zie tabel 5.1. tabel 5.1 Waargenomen afwijkingen. Boring
Diepte [m-mv]
Afwijking
ABG01 ABG04 ABG07 ABG08 ABG10 ABG14
0,15 - 0,5 0,08 - 0,5 0,2 - 0,5 0,3 - 0,6 0,3 - 0,6 0,3 - 0,5
zwak baksteenhoudend zwak asbestverdacht materiaal houdend (1 stuks, 17 gram), sterk glashoudend sterk baksteenhoudend, brokken beton zwak asbestverdacht materiaal houdend (2 stuks, 43 gram), zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen puin
9
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Van de fijne fractie zijn vervolgens een viertal (meng)monsters samengesteld op basis van samenstelling van grond. De aangetroffen asbestverdachte materialen per gat zijn in het veld gewogen en ter analyse op asbest aangeboden bij SYNLAB. Het asbestmateriaal is aldaar conform de NEN5896 onderzocht. Naar aanleiding van de eerste resultaten is in overleg met de opdrachtgever besloten nader onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van asbest. 5.3
Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocol 2018
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocol 2018.
10
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
6 Nader asbest in bodemonderzoek 6.1
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform protocol 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). Volgens NEN5707 dient nader onderzoek uitgevoerd te worden middels het graven van inspectiesleuven. Voor onderhavige onderzoekslocatie zijn aanvullend asbestinspectiegaten gegraven. ‘In uitzonderingsgevallen, voor kleinschalige locaties waar het praktisch niet mogelijk/gewenst is om proefsleuven te graven met behulp van een graafmachine, kan worden volstaan met het handmatig maken van inspectiegaten van minimaal 30 x 30 cm in de verdachte bodemlaag. Als standaard geldt dat voor één proefsleuf (lengte 2 m) minimaal twee gaten moeten worden gegraven’. 6.2
Asbest
Veiligheid De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingrisico’s aan schadelijke stoffen. Voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat het bodemvochtgehalte meer dan 10% betrof. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Derhalve zijn naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM: veiligheidsschoenen en handschoenen) geen aanvullende maatregelen getroffen c.q. PBM en gebruikt. 6.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden zijn door de erkend veldwerker de heer D. Vervoort uitgevoerd op 20 augustus 2020. Aanvullende werkzaamheden zijn door de erkend veldwerker de heer T.J.H. van der Staak uitgevoerd op 3 september 2020. De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van het protocol 2018. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zou kunnen voor een mogelijke bodemverontreiniging.
De inspectie efficiëntie bedraagt minder dan 25% (lees: nagenoeg de gehele locatie bebouwd en verhard), op basis van de uitgevoerde visuele inspectie van het maaiveld. De weersomstandigheden kunnen als volgt worden omschreven: regenval minder dan 10 mm; geen hagel en/of sneeuwval; tussen zonsop- en -ondergang; geen mist (zicht > 50 meter). 6.2.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de opgestelde onderzoeksstrategie is een 7-tal inspectiegaten gegraven (ABG01 t/m ABG107). Daarnaast zijn een drietal boringen verricht tot 1,2 m-mv. Voor de uiteindelijke situering van de inspectiegaten en boringen, verwijzen wij naar bijlage 2 van dit schrijven. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergegeven. De uitkomende bodemmaterialen zijn naast het inspectiegat uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen. Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm).
11
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Hierbij zijn asbestverdachte materialen aangetroffen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen. In tabel 6.1 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen. tabel 6.1 Waargenomen afwijkingen Boring ABG101 ABG103 ABG104 ABG105 ABG106 ABG107 B101 B102 B103
Diepte [m-mv] 0,3 - 0,6 0,3 - 0,6 0,3 - 0,6 0,4 - 0,7 0,4 - 0,6 0,6 - 0,61 0,4 - 0,6 0,6 - 0,61 0,4 - 0,65 0,65 - 0,7 0,4 - 0,65 0,65 - 0,7 0,4 - 0,65 0,65 - 0,7
Afwijkingen zwak baksteenhoudend sporen puin zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend gestaakt tegels en hele bakstenen zwak puinhoudend gestaakt tegels en hele bakstenen brokken beton, zwak metselpuinhoudend volledig beton brokken beton, zwak metselpuinhoudend volledig beton brokken beton, zwak metselpuinhoudend volledig beton
Van de fijne fractie zijn vervolgens, gefaseerd, in totaal een zestal mengmonsters samengesteld op basis van samenstelling van grond. 6.3
Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocol 2018
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocol 2018
12
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
7 Analyses en resultaten 7.1
Samenstelling en analyseparameters
De grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn in het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. in Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. Het aantal samengestelde en/of analytisch onderzochte grond(meng)monsters en/of grondwatermonsters is in overeenstemming met de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 3. Voor het asbest in grondonderzoek geldt dat er nader onderzoek heeft plaatsgevonden. In onderstaande tabel 7.2, tabel 7.4 en tabel 7.5 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende monsters (grond en asbest) zijn samengesteld (o.a. zintuiglijke waarnemingen en diepte geanalyseerde bodemlaag). Tevens zijn in tabel 7.3 de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en weergegeven in bijlage 5. 7.2
Toetsingscriteria
Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (de zogenaamde generieke referentiewaarden). 7.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb) De gehalten en concentraties van de milieuschadelijke stoffen in respectievelijk de grond- dan wel grondwatermonsters worden gerelateerd aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering (Per 1 juli 2013), die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij de referentiewaarden wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde generieke ofwel landelijke achtergrondwaarden (in geval van grond), streefwaarden (in geval van grondwater) en de interventiewaarden (zowel grond als grondwater): achtergrondwaarde (grond) of S-waarde (grondwater) ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex
=
waarde voor een schone, multifunctionele bodem
=
interventiewaarde of I-waarde
=
Waarde waarbij men een aanvullend/nader onderzoek in overweging dient te nemen ((achtergrond- of streefwaarde + interventiewaarde) / 2) interventiewaarde voor sanering(sonderzoek)
De referentiewaarden voor grond zijn mede afhankelijk gesteld van het gehalte lutum (fractie <2m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk (verkennend) bodemonderzoek de gemeten waarden moeten worden omgerekend als zijnde “standaard bodem” (10% organische stof en 25% lutum). De omgerekende waarden worden vervolgens getoetst aan de vigerende referentiewaarden. Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd: licht verhoogd gehalte: gehalte tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde (grondwater) en de ½ (AW+I) waarde; matig verhoogd gehalte: gehalte tussen de ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex en gelijk interventiewaarde; sterk verhoogd gehalte: gehalte groter dan de interventiewaarde. 7.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Bij het op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) toepassen van een partij grond, volgens het generieke toetsingskader, spelen de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem een belangrijke rol. In verband met hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als zijnde landbodem, zijn de in de grond(meng)monsters gemeten gehalten indicatief getoetst aan de waarden afkomstig uit de Regeling bodemkwaliteit (Bijlage B, tabellen 1 en 2). Dit is geschied met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice).
13
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd: achtergrondwaarden: grond die vrij toepasbaar is bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit; wonen: grond kan worden toepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten ‘wonen’ en ‘industrie’; industrie: grond kan worden toegepast bij bodemfunctie en bodemkwaliteit ‘industrie’; niet toepasbaar: grond kan niet elders worden toegepast en dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. 7.2.3 Asbest in grond De resultaten van het asbestonderzoek ‘grond’ zijn getoetst aan interventiewaarde opgenomen in bijlage B (grond en baggerspecie) van de Regeling bodemkwaliteit. Deze is van toepassing wanneer men de grond wil hergebruiken. In deze bijlage is opgenomen dat een concentratie van 100 mg/kgds wordt gehanteerd. Dit op basis van de gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). In de NEN5707 (2017) is opgenomen dat indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde (afkomstig uit de Circulaire bodemsanering), het statistisch aannemelijk is dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. 7.2.4 Asbest in bouwstoffen De resultaten van het asbestonderzoek ‘fundatiematerialen’ zijn getoetst aan de samenstellingswaarden opgenomen in bijlage A (bouwstoffen) van de Regeling bodemkwaliteit. Deze is van toepassing wanneer men de fundatiematerialen wil hergebruiken. In deze bijlage is opgenomen dat een concentratie van 100 mg/kgds wordt gehanteerd. Dit op basis van de gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). In de NEN5897 (2015) is opgenomen dat indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de maximale samenstellingswaarden, het statistisch aannemelijk is dat ook in een nader onderzoekstraject de maximale samenstellingswaarden niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de maximale samenstellingswaarden is een nader onderzoek asbest verplicht. 7.3
Tijdelijk handelingskader PFAS
In het Tijdelijk handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen opgenomen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn in onderstaande tabel 7.1 opgenomen. Voor andere toepassingen wordt verwezen naar het Tijdelijk handelingskader PFAS. tabel 7.1 Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau1 (in µg/kg d.s.) – categorie 4.1 uit tabel 12 Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur
PFOS
PFOA
GenX
Overige PFAS
0,9
0,8
0,8
0,8
landbouw/natuur, bij hogere achtergrond-waarde dan 0,1 wonen
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 7,0 7,0
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0
industrie
3,0
7,0
3,0
3,0
1 Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. 2 Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
14
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
7.3.1 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau Voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur moet in beginsel worden uitgegaan van de bepalingsgrens van 0,8 μg/kg d.s. Omdat de achtergrondwaarde die voor PFAS in Nederland wordt aangetroffen, op dit moment nog niet bekend is, wordt overeenkomstig het voorzorgbeginsel de bepalingsgrens als voorlopige achtergrondwaarde gehanteerd. Als op de plaats waar de grond of baggerspecie wordt toegepast echter een hogere achtergrondwaarde wordt gemeten, kan de gemeten achtergrondwaarde voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur als toepassingsnorm worden gehanteerd, omdat in dat geval wordt voldaan aan het uitgangspunt stand-still. Als de gemeten achtergrondwaarde boven de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse wonen ligt, moeten de voor die bodemfunctieklasse vastgestelde toepassingsnormen worden gehanteerd. Wat betreft de dubbele toets die bij het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem volgens het Besluit bodemkwaliteit moet worden uitgevoerd, wordt opgemerkt dat het bepalen voor PFAS van de kwaliteit van de bodem waarop PFAS-houdende grond of baggerspecie wordt toegepast (de ontvangende bodem), alleen noodzakelijk is voor landbodems die zijn ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur en/of de bodemfunctieklasse landbouw/natuur.
Als de landbodem reeds is ingedeeld in de bodemkwaliteitsklassen wonen en industrie levert het vaststellen van de bodemkwaliteit geen informatie op die relevant is om PFAS-houdende grond of baggerspecie te mogen toepassen. De indeling van de bodem in de klasse wonen of industrie kan door aanvullend onderzoek naar PFAS in de ontvangende bodem namelijk niet veranderen. Hierdoor moet bij de dubbele toets het gehalte aan PFAS in toe te passen grond of baggerspecie daar altijd aan de norm voor wonen voldoen. Om te bepalen of aan deze eis wordt voldaan kan dan worden volstaan met het meten van het gehalte aan PFAS in de grond of baggerspecie. 7.3.2 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem boven grondwaterniveau Voor PFAS-houdende grond en baggerspecie kunnen nog geen toepassingsnormen worden vastgesteld die uitgaan van optredende emissies. Daarnaast gelden voor grootschalige toepassen de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie.
In lijn met de regeling die in het Besluit bodemkwaliteit voor grootschalig toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem is getroffen, gelden voor PFAS-houdende grond en baggerspecie bij grootschalig toepassen de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie, ook als de bodem is ingedeeld in de klasse landbouw/natuur, dit laatste in afwijking van de toepassingsnormen voor categorie 4.1 (toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau). 7.4
Verkennend bodemonderzoek
7.4.1 Grond In tabel 7.2 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. tabel 7.2 Resultaten grondonderzoek Monsternr. MM1 MM2 MM3 MM4
AW WO IND NT Bbk
Samenstelling (m-mv) B01 (0,15 - 0,50) B03 (0,30 - 0,50) B10 (0,30 - 0,60) B14 (0,30 - 0,50) B02 (0,21 - 0,71) B05 (0,18 - 0,50) B06 (0,15 - 0,50) B08 (0,08 - 0,30) B01 (1,40 - 1,90) B02 (0,71 - 1,21) B02 (1,21 - 1,70) B03 (1,00 - 1,50) B01 (0,15 - 0,50) B03 (0,05 - 0,30) B04 (0,08 - 0,50) B06 (0,15 - 0,50) B08 (0,08 - 0,30) B09 (0,08 - 0,50) B10 (0,08 - 0,30) B11 (0,08 - 0,50) B14 (0,08 - 0,30)
Bodemsamenstelling/bijm engingen matig fijn siltig zand, humeus, baksteen en puin matig fijn siltig zand matig fijn siltig zand matig fijn siltig zand, humeus, baksteen, glas
Verklaring gebruikte afkortingen: voldoet aan bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde 2000 voldoet aan bodemkwaliteitsklasse wonen voldoet aan bodemkwaliteitsklasse industrie voldoet aan bodemkwaliteitsklasse niet toepasbaar indicatief getoetst aan Besluit bodemkwaliteit
* ** *** -
15
Analyseparameters NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond PFAS
Parameters >AW -
Toets (Wbb) -
Bbk
Cadmium
*
IND
-
-
AW
-
-
AW
AW
Verklaring van de tekens: groter dan AW en kleiner of gelijk aan de bodemindex groter dan bodemindex (0,5), kleiner of gelijk interventiewaarde groter dan interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. AW dan wel detectiegrens
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
7.4.2 Grondwater In tabel 7.3 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende streefwaarden overschrijden. tabel 7.3 Resultaten grondwateronderzoek Monsternr.
Analyse
Parameters >SW
Toets (Wbb)
B01
NEN5740 grondwater
Cadmium Zink Naftaleen
* * *
Verklaring van de tekens: * groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde ** groter dan ½ (SW+I) waarde en kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. streefwaarde dan wel detectiegrens
16
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
7.5
Verkennend asbest in bodemonderzoek
7.5.1 Asbest In tabel 7.4 is een overzicht weergegeven van de totale gehalten aan asbest. In de tabel zijn per traject alleen de gemiddelde totaal gewogen gehalten opgenomen per (deel)locatie (lees: wanneer sprake is van een verkennend asbestonderzoek), wanneer is voldaan aan de homogeniteitstoets. Het berekende totale gewogen gehalte is een sommatie van de grove fractie (indien aangetoond tijdens de visuele inspectie van de gaten) en de concentratie van de fijne fractie (analytisch gemeten in het laboratorium). De asbestconcentratieberekening is opgenomen in bijlage 7. tabel 7.4 Resultaten verkennend bodemonderzoek asbest Monsternr. ABG04-1 (grond) ABG07-1 (puin) ABG08-1 (grond) ASBMM02 (grond)
Samenstelling en bodemlaag [cm-mv] ABG04 (8 – 50) ABG07 (20 – 50) ABG08 (30-60) ABG01 en ABG10 (30-60)
Gewogen asbestconcentratie [mg/kg.ds]
Toets
Grove fractie 24,5 n.a. 939,5 n.a.
+ --
Fijne fractie 2,43 21,2 27 <1,0
Totaal 26,9 21,2 966,5 <1,0
Verklaring van de tekens: + +/--
7.6
concentratie overschrijdt samenstellingswaarde (=interventiewaarde) concentratie gelegen tussen de detectiegrens en de samenstellingswaarde (=interventiewaarde) concentratie lager dan de detectiegrens concentratie overschrijdt niet de helft van de grenswaarde
Nader asbest in bodemonderzoek
Voor onderhavige onderzoekslocatie zijn aanvullend asbestinspectiegaten gegraven. ‘In uitzonderingsgevallen, voor kleinschalige locaties waar het praktisch niet mogelijk/gewenst is om proefsleuven te graven met behulp van een graafmachine, kan worden volstaan met het handmatig maken van inspectiegaten van minimaal 30 x 30 cm in de verdachte bodemlaag. Als standaard geldt dat voor één proefsleuf (lengte 2 m) minimaal twee gaten moeten worden gegraven’. In tabel 7.5 is een overzicht weergegeven van de totale gehalten aan asbest. In de tabel zijn per traject alleen de gemiddelde totaal gewogen gehalten opgenomen per (deel)locatie (lees: wanneer sprake is van een verkennend asbestonderzoek), wanneer is voldaan aan de homogeniteitstoets. Het berekende totale gewogen gehalte is een sommatie van de grove fractie (indien aangetoond tijdens de visuele inspectie van de sleuven/gaten) en de concentratie van de fijne fractie (analytisch gemeten in het laboratorium). De asbestconcentratieberekening is opgenomen in bijlage 7 van dit schrijven. tabel 7.5 Resultaten nader bodemonderzoek asbest Monsternr. ABG101 ABG102 ABG103 ABG104 ABG105 ASBMM101
Samenstelling en bodemlaag [cm-mv] ABG101 (0,3 – 0,6) ABG102 (0,3 – 0,6) ABG103 (0,3 – 0,6) ABG104 (0,3 – 0,6) ABG105 (0,4 – 0,7) B101 t/m B103 (0,7 – 120)
Gewogen asbestconcentratie [mg/kg.ds] Grove fractie n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
Fijne fractie <2 <2 117,1844 <2 37,0155 <2
Toets Totaal <2 <2 117,1844 <2 37,0155 <2
Verklaring van de tekens: + +/--
concentratie overschrijdt interventie (=grenswaarde) concentratie overschrijdt de ½ van de grenswaarde (=interventiewaarde) concentratie lager dan de detectiegrens concentratie overschrijdt niet de helft van de grenswaarde
17
--+ ---
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
8 Conclusie en aanbeveling In opdracht van Bouwbedrijf Gebr. Van Gisbergen BV heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodem en een verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Diessenseweg 99 te Hilvarenbeek. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Daarnaast is door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). 8.1
Verkennend bodemonderzoek
Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 4,0 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Afwisselend wordt sterk zandig leem aangetroffen. In de uitkomende grond zijn lokaal bijmengingen (baksteen, glas, puin en beton) aangetroffen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In de uitkomende grond van boring B04/ABG04 (bodemlaag van 0,08 – 0,5 m-mv) en B06/ABG08 (bodemlaag van 0,3 – 0,6 m-mv) is asbestverdacht materiaal waargenomen. In de overige uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijk verontreiniging. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Het aanwezige beton ter plaatse van de boringen B02, B05, B12 en B13 is met behulp van een kernboor doorboord. Grond In het grondmengmonster MM2 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met cadmium aangetoond. Deze concentratie overschrijdt de achtergrondwaarden, doch overschrijdt de interventiewaarde niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse industrie beschouwd worden.
In de grondmengmonsters MM1 (bovengrond, baksteen en puin) en MM3 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlagen indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. In het grondmengmonster MM4 is geen verhoogd PFAS-gehalte aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 is analytisch een licht verhoogd gehalte aan cadmium, zink en naftaleen aangetoond. Deze gehalten overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden. Toetsing hypothese De hypothese ‘heterogeen diffuus verdacht’ dient op basis van de resultaten, licht verhoogde gehalten in grond en grondwater, formeel gezien te worden aanvaard. 8.2
Verkennend en nader asbest in bodemonderzoek
Algemeen In de uitkomende grond zijn lokaal bijmengingen (baksteen, glas, puin en beton) aangetroffen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In de uitkomende grond van boring B04/ABG04 (bodemlaag van 0,08 – 0,5 m-mv) en B06/ABG08 (bodemlaag van 0,3 – 0,6 m-mv) is asbestverdacht materiaal waargenomen. In de overige uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijk verontreiniging. Tijdens het graven van de asbestinspectiegaten zijn in de uitkomende grond van de gaten ABG101 en ABG103 t/m ABG107 bijmengingen met baksteen en puin aangetroffen. In de uitkomende grond van de boringen B101 t/m B103 zijn brokken beton aangetroffen een zwakke bijmenging met metselpuin. 18
verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek, Diessenseweg 99 Hilvarenbeek rapport: 2001220 versie 2, 8 september 2020
Verkennend asbest in bodemonderzoek Uit de analyseresultaten van ABG07 (puin) blijkt dat een gehalte aan asbest is vastgesteld dat de ½ van de samenstellingswaarde (grens voor nader onderzoek) niet overschrijdt. Uit de analyseresultaten van ABG04 en ABG01/ABG10 blijkt dat een gehalte aan asbest is vastgesteld dat de ½ van de interventiewaarde (grens voor nader onderzoek) niet overschrijdt. Ter plaatse van ABG08 (0,3 – 0,6 m-mv zwak baksteenhoudend) is een totaal gewogen concentratie asbest vastgesteld van 966,5 mg/kg ds. Dit gehalte overschrijdt de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. Nader asbest in bodemonderzoek Uit de resultaten van het nader asbest in bodemonderzoek blijkt dat in de uitkomende grond ter plaatse van ABG103 (0,3 – 0,6 m-mv, sporen puin) een gewogen asbestconcentratie is vastgesteld van 117,18 mg/kg ds. Dit gehalte overschrijdt de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. In de uitkomende grond van ABG105 (0,4 – 0,7 m-mv, zwak puinhoudend) is een gewogen asbestconcentratie vastgesteld van 37,02 mg/kg ds. Uit de overige resultaten blijkt dat ter plaatse van de asbestinspectiegaten ABG101, ABG102 en ABG104 een gewogen asbestconcentratie is vastgesteld lager dan de detectielimiet. 8.3
Resumé en aanbeveling
Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve belemmeringen c.q. beperkingen voor de geplande ontwikkelingen op deze locatie. Ter plaatse van ABG08 en ABG103 is sprake van een verontreiniging met asbest. Ons inziens in de verontreiniging voldoende afgeperkt. De verontreiniging met asbest kan in verband worden gebracht met de aanwezige bodemvreemde bijmengingen met baksteen, puin en beton en wordt geschat op circa 25 m2. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek is de bovengrond indicatief maximaal als zijnde klasse industrie bestempeld. De ondergrond is indicatief als zijnde klasse AW2000 bestempeld; de mogelijkheid tot het voorkomen van meerdere (punt)verontreinigingen met asbest als gevolg van de aanwezigheid van baksteen, puin en beton in de bodem; het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.