BOPA Oekraïneopvang de Broeksie (5 Bijlage 3 BOPA onderbouwing)
Tekst van het document
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit Huisvesten ontheemden aan de Groenstraat 11 a/b, 5085 ED Esbeek
Datum:
Februari 2026
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Colofon
Projectlocatie:
Groenstraat 11a/b, 5085 ED Esbeek
Datum:
27-2-2026
Opgesteld door:
Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711ET Someren T. 0493 745 015 Heijtmorgen 10 5375AN Reek T. 0486 450 160 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl
Kenmerk:
DdB/06146.BA017/
Pagina 2 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................5 1. Aanleiding en omschrijving project ...................................................................6 1.1.
Aanleiding ....................................................................................................... 6
1.2.
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) .................... 6
2. Huidige en toekomstige situatie .......................................................................7 2.1.
Huidige situatie – ruimtelijk en functioneel ......................................................... 7
2.2.
Toekomstige situatie ........................................................................................ 8
2.2.1. 2.2.2. 2.3.
Functionele ontwikkeling en programma ..................................................... 8 Ruimtelijke uitstraling ............................................................................... 8
Toetsing aan het omgevingsplan ....................................................................... 8
3. Participatie ......................................................................................................10 3.1.
Bindend advies .............................................................................................. 10
3.2.
Participatie omgeving ..................................................................................... 10
4. Visie en beleid op locatie .................................................................................11 4.1.
Rijksbeleid .................................................................................................... 11
4.1.1. 4.1.2. 4.1.3. 4.2.
Provinciaal beleid ........................................................................................... 12
4.2.1. 4.2.2. 4.3.
Nationale omgevingsvisie (NOVI) ............................................................. 11 Besluit kwaliteit leefomgeving .................................................................. 11 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 11 Omgevingsvisie Noord-Brabant ................................................................ 12 Omgevingsverordening Noord-Brabant ..................................................... 13
Gemeentelijk beleid ....................................................................................... 16
4.3.1. 4.3.2.
Omgevingsvisie ...................................................................................... 17 Strategische kadernotitie huisvesting ontheemden gemeente Hilvarenbeek . 17
5. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu .......................................................19 5.1.
M.e.r.-beoordeling ......................................................................................... 19
5.2.
Duurzaamheid en klimaatadaptatie.................................................................. 19
5.3.
Gezondheid ................................................................................................... 20
5.3.1. 5.3.2.
Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden ................................. 20 Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid.......................... 21
5.4.
Spuitzones .................................................................................................... 21
5.5.
Weging van waterbelang ................................................................................ 22
5.5.1. 5.5.2. 5.5.3. 5.6.
Waterrelevant beleid ............................................................................... 22 Bestaande waterhuishoudkundige situatie................................................. 24 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ................................................... 25
Verkeersgeneratie, - afwikkeling & parkeren .................................................... 25
5.6.1. 5.6.2.
Verkeer.................................................................................................. 25 Parkeren ................................................................................................ 26 Pagina 3 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
5.7.
Natuur .......................................................................................................... 26
5.7.1. 5.7.2.
Gebiedsbescherming ............................................................................... 26 Soortenbescherming ............................................................................... 27
5.8.
Activiteiten en milieuzonering ......................................................................... 27
5.9.
Geur ............................................................................................................. 28
5.9.1. 5.9.2. 5.10.
Belemmering bedrijvigheid ...................................................................... 28 Woon- en leefklimaat .............................................................................. 29
Luchtkwaliteit ................................................................................................ 29
5.10.1.
Toetsing normen luchtkwaliteit ................................................................ 30
5.11.
Geluid ........................................................................................................... 30
5.12.
Omgevingsveiligheid ...................................................................................... 31
5.12.1. 5.13.
Toetsing aan beleid ................................................................................ 32
Archeologie, cultuurhistorie en landschap ........................................................ 32
5.13.1. 5.13.2.
Archeologie ............................................................................................ 33 Cultuurhistorie en landschap .................................................................... 33
5.14.
Bodem .......................................................................................................... 33
5.15.
Technische infrastructuur ............................................................................... 34
5.15.1. 5.15.2. 5.15.3. 5.16.
Ondergrondse leidingen .......................................................................... 34 Hoogspanningslijnen ............................................................................... 34 Radarverstoringsgebied ........................................................................... 34
Trillingen....................................................................................................... 34
6. Economische uitvoerbaarheid .........................................................................36 7. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ...........................................37 8. Voorstel voor op te nemen voorschriften ........................................................38 9. Bijlagen ...........................................................................................................39
Pagina 4 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Samenvatting Deze ruimtelijke onderbouwing betreft de aanvraag voor het verlengen van een tijdelijke omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de huisvesting van Oekraïense ontheemden aan de Groenstraat 11b te Esbeek. De huisvesting vindt plaats in 9 bestaande, inpandige woonunits binnen de voormalige manege en blijft ongewijzigd ten opzichte van de reeds vergunde situatie. De aanvraag ziet uitsluitend op voortzetting van dit tijdelijke gebruik voor een periode van maximaal 1 jaar, zonder uitbreiding van bebouwing of wijziging van de ruimtelijke uitstraling. In deze ruimtelijke onderbouwing is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding van de omgevingsplanactiviteit is beschreven. Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt de functionele ontwikkeling, ruimtelijke uitstraling en inpassing van de toekomstige situatie beschreven. Hierbij is de ontwikkeling ook getoetst aan het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt participatie behandeld. In hoofdstuk 4 wordt het geldende beleid uiteengezet waarbij gemotiveerd wordt op welke wijze de ontwikkeling past binnen de geldende kaders en visie/doelen voor het gebied.
In hoofdstuk 5 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. Hiermee wordt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties getoetst. Hoofdstuk 6 bevat de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling waarna in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de planologische afweging van het initiatief. De BOPA bevat geen voorstel voor planopname gezien de activiteit slechts voor een periode van 1 jaar wordt vast gelegd, wel is in hoofdstuk 8 een voorstel opgenomen voor op te nemen voorschriften bij het besluit op de BOPA.
Pagina 5 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
1. Aanleiding en omschrijving project In dit hoofdstuk komen de inleiding, de aanleiding voor het opstellen van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit en de procedure aan bod. 1.1. Aanleiding Onderhavige onderbouwing behoort bij de aanvraag voor het verlengen van het tijdelijke gebruik van bestaande woonruimten ten behoeve van de huisvesting van Oekraïense ontheemden aan de Groenstraat 11b te Esbeek. De huisvesting vindt plaats in voormalige bedrijfsruimten onder de kap van de manege, die reeds zijn vergund en in gebruik zijn voor tijdelijke bewoning. Met voorliggende aanvraag wordt beoogd deze bestaande situatie voort te zetten, nu de eerder verleende vergunning afloopt terwijl de maatschappelijke noodzaak voor opvang onverminderd aanwezig blijft. Daarbij is van belang dat de Europese Unie de werking van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) heeft verlengd tot en met 4 maart 2027, waarmee de behoefte aan passende tijdelijke huisvesting voortduurt. In de huidige situatie zijn 9 zelfstandige woonunits aanwezig. De ruimtelijke indeling, omvang en situering van de huisvesting blijven ongewijzigd. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, nummer 1369. De locatie is gelegen aan de Groenstraat en wordt aan de oostelijke zijde door deze weg begrensd.
De Groenstraat betreft een lokale doorgaande weg die onder meer ontsluiting biedt aan verkeer dat zich vanuit de kern Esbeek in zuidoostelijke richting begeeft en vice versa. Verder dient opgemerkt te worden dat de Groenstraat eveneens ter ontsluiting dient richting de nabijgelegen N269 die in noordelijke richting een afslag kent. De tijdelijke huisvesting past niet rechtstreeks binnen de geldende planregels van het (tijdelijk) omgevingsplan. Om die reden is voor voortzetting van het gebruik een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vereist. 1.2. Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Voor het gewenste initiatief wordt een Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd voor een aflopende activiteit met een termijn van 1 jaar op basis van artikel 5.36 Ow. Deze termijn is gelijk aan de termijn van de RTB. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl.
Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt doorgaans de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken (artikel 16.64 Omgevingswet). Het besluit op deze aanvraag wordt door het bevoegd gezag bekend gemaakt. Nadat het besluit bekend is gemaakt kan er gedurende 6 weken bezwaar of beroep op het besluit worden ingediend bij de Rechtbank. Daarna volgt eventueel nog de mogelijkheid om hoger beroep aan te tekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het besluit na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk.
Pagina 6 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
2. Huidige en toekomstige situatie In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de projectlocatie. Ook wordt in dit hoofdstuk de strijdigheid bediscussieerd. 2.1. Huidige situatie – ruimtelijk en functioneel De locatie aan de Groenstraat 11a/b, 5085 ED te Esbeek, staat kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, nummers 1368 en 1369 en is gelegen in de bebouwingsconcentratie rondom de Groenstraat vanaf de kern van Esbeek. De Groenstraat loopt onder de N269 door en betreedt Esbeek. Hemelsbreed ligt de locatie hierbij op circa 400 meter van Esbeek. In de omgeving van de locatie zijn voornamelijk landbouwgronden en een aantal woningen aanwezig en zijn kleine bosschages waarneembaar. In Afbeelding 1 is de locatie in de omgeving weergegeven. De bebouwing aan de Groenstraat bestaat voornamelijk uit woonfuncties en enkele (agrarische) bedrijven, waarbij deze bebouwing ruim uiteen staat. De locatie ligt hierbij in het deel van de bebouwingsconcentratie dat aan beide zijden om de weg is geclusterd. Er zijn veel ontwikkelingen gaande in de Groenstraat en omgeving, bijvoorbeeld aan de Groenstraat 32 (woningbouwontwikkeling) en 36/27a (wonen in combinatie met bedrijf).
Er vindt als het ware een transformatie plaats van (voormalige) agrarische bedrijven naar een andere bestemming zoals een woonbestemming of een bedrijfsbestemming. Hiermee wijzigt de Groenstraat en omgeving langzaam van een straat met veel (intensieve) agrarische bedrijvigheid naar een straat met andere functies zoals wonen, bedrijven (niet agrarisch), recreatie (B&B) etc. Deze wijziging is passend voor gebieden die gelegen zijn in een bebouwingsconcentratie want dit is juist de reden waarom ze als zodanig zijn aangemerkt.
Afbeelding 1: Locatie in omgeving. Huidige situatie op locatie in uitsnede, gedeelte met woonunits gearceerd
Op de locatie aan de Groenstraat 11b is bebouwing ten behoeve van een manege met 34 stallen, grote binnenbak en kantine aanwezig. Naast de manegefunctie is op de locatie sprake van een tijdelijk toegestane woonfunctie ten behoeve van de huisvesting van Oekraïense ontheemden. Deze huisvesting is vergund middels een tijdelijke omgevingsvergunning en is thans feitelijk in gebruik. De onderhavige aanvraag ziet uitsluitend op het verlengen van dit bestaande gebruik.
Pagina 7 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit 2.2. Toekomstige situatie In de beoogde situatie wenst aanvrager om het gebruik van de reeds tot woonunits omgebouwde bedrijfsruimten te verlengen ten behoeve van de huisvesting van ontheemden, voor een maximale periode van 1 jaar.
2.2.1. Functionele ontwikkeling en programma
In de beoogde situatie wordt het reeds vergunde tijdelijke gebruik van een deel van het bestaande bedrijfsgebouw voortgezet ten behoeve van de huisvesting van Oekraïense ontheemden. De huisvesting vindt plaats binnen de bestaande bebouwing van de manege, onder de bestaande kap, zonder uitbreiding van het bouwvolume of wijziging van de uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw. Binnen het bestaande bouwwerk zijn 9 zelfstandige woonunits gerealiseerd. Iedere woonunit heeft een gemiddeld oppervlakte van circa 30 m2 en beschikt over eigen sanitaire voorzieningen en kookgelegenheid. De gezamenlijke voorzieningen, waaronder verkeersruimten en gemeenschappelijke ruimten, bevinden zich eveneens binnen het bestaande gebouw. Er worden geen aanvullende bouwkundige ingrepen uitgevoerd ten opzichte van de reeds vergunde situatie. Het betreft tijdelijke opvang van personen die onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen. De bewoners verblijven hier voor een tijdelijke periode en voeren een regulier woongebruik uit, vergelijkbaar met kleinschalige kamergewijze verhuur of short-stay huisvesting. Er vinden in dit kader geen bedrijfsmatige activiteiten plaats anders dan het faciliteren van het verblijf.
2.2.2. Ruimtelijke uitstraling
De tijdelijke huisvesting vindt volledig inpandig plaats binnen de bestaande bebouwing van de manege. Er worden geen bouwkundige uitbreidingen gerealiseerd en de uiterlijke verschijningsvorm van het pand blijft ongewijzigd. Evenmin worden nieuwe buitenruimten of voorzieningen aangelegd ten behoeve van collectief gebruik; het bestaande erf blijft ongewijzigd in gebruik. De ruimtelijke uitstraling van het gebruik is beperkt en vergelijkbaar met een kleinschalige woonfunctie. De aanwezigheid van 9 woonunits leidt hoofdzakelijk tot personenautoverkeer en fietsverkeer van en naar de locatie. Gelet op de beperkte schaal en het feit dat het gebruik plaatsvindt binnen een bestaand gebouw in een bebouwingsconcentratie, is de verkeersaantrekkende werking gering en passend binnen de bestaande infrastructuur. Hiermee blijft de huisvesting onderdeel van het bestaande ruimtelijke samenstel van bebouwing, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. 2.3. Toetsing aan het omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen en de bruidsschat. Hierna wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Voor de locatie is de verbeelding vervat in het omgevingsplan ‘Buitengebied’, d.d. 13-3-2014, van de gemeente Hilvarenbeek.
De regels zijn vervat in het omgevingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’, d.d. 24-01-2024. De locatie heeft de volgende functiegebieden en aanduidingen, zie Afbeelding 2: Sport Waarde – Archeologie 1 Specifieke vorm van Sport – 7 (manege) Overige zone – Groenblauwe mantel Overige zone – bebouwingsconcentratie In het parapluplan ‘Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ heeft de locatie ook de gebiedsaanduiding ‘Overige zone – historische dorpsstructuur’ gekregen. Verder zijn het parapluplan ‘Parkeren Hilvarenbeek 2018’ en ‘huisvesting arbeidsmigratie’ actief. Binnen de toebedeelde functies is het huisvesten van ontheemden niet rechtstreeks toegestaan. Voor de beoordeling van de aanvraag is daarom bezien of de tijdelijke huisvesting, gelet op de ligging, de omvang van de locatie, de bereikbaarheid, het woon- en leefklimaat, de relatie met de omgeving en de parkeergelegenheid, ruimtelijk aanvaardbaar is. Tevens is een omgevingsdialoog gevoerd; hierop wordt in het navolgende hoofdstuk nader ingegaan.
Pagina 8 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Afbeelding 2: Uitsnede omgevingsplan, locatie aangegeven met getekend gebied
De planlocatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie aan het lint van de Groenstraat, waar overwegend burgerwoningen aanwezig zijn. De ruimtelijke context kenmerkt zich daarmee als een woonlint in het buitengebied, waarbij wonen de dominante functie vormt. De huisvesting vindt volledig inpandig plaats binnen bestaande bebouwing en leidt niet tot uitbreiding van het bouwvolume of het ruimtebeslag. Met 9 zelfstandige woonunits is sprake van een kleinschalige voorziening, passend binnen het bestaande bebouwingsbeeld en de schaal van de omgeving. De locatie is goed ontsloten via de Groenstraat. De verkeersaantrekkende werking is beperkt en vergelijkbaar met regulier wonen. Op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijk parkeerbeleid, waardoor geen onevenredige druk op de openbare ruimte ontstaat. Daarnaast is van belang dat de huisvesting plaatsvindt binnen een bestaand gebouw, zonder uitbreiding van de bebouwing of intensivering van het ruimtegebruik op het erf. De ruimtelijke uitstraling blijft daardoor beperkt en vergelijkbaar met een reguliere woonfunctie. Het woon- en leefklimaat in de omgeving wordt bepaald door aspecten als geluid, geur, luchtkwaliteit, externe veiligheid en andere relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Deze aspecten worden in hoofdstuk 5 van deze onderbouwing afzonderlijk en integraal beoordeeld.
Uit die beoordeling volgt dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Gelet op de situering, schaal en aard van het gebruik kan worden geconcludeerd dat de tijdelijke huisvesting ruimtelijk aanvaardbaar is en dat de omgeving voldoende draagkracht heeft voor deze ontwikkeling. Omdat de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk is en tijdelijk van aard is, wordt een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een aflopende activiteit met een termijn van 1 jaar, op basis van artikel 5.36 Ow, aangevraagd.
Pagina 9 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
3. Participatie Voorafgaand aan het indienen van onderhavige ruimtelijke onderbouwing is overleg gevoerd met de gemeente Hilvarenbeek. Onderhavig initiatief is in eerste instantie beknopt beschreven waarna de gemeente een positief standpunt heeft ingenomen op onderhavige ontwikkeling. Het participatietraject is vervolgens verder behandeld met meerdere belanghebbenden. 3.1. Bindend advies In het kader van voorliggende aanvraag is beoordeeld of sprake is van een geval waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist. Om te beoordelen of er voor een aanvraag een bindend advies benodigd is, wordt gekeken naar bijlage A bij de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges Hilvarenbeek 2026’. De tijdelijke huisvesting van ontheemden is niet expliciet opgenomen in de lijst met gevallen waarvoor bindend advies geldt. Wel zijn gevallen opgenomen waarbij een functiewijziging naar wonen plaatsvindt of waarbij een groot maatschappelijk belang betrokken is. In beide gevallen is er sprake van een bindend advies en is participatie verplicht. Met onderhavige aanvraag wordt gedurende een tijdelijke periode een woonfunctie toegestaan waarbij sprake is van permanent verblijf (hoofdverblijf) van de bewoners.
Gelet op de aard van het gebruik en het maatschappelijke belang van de opvang kan deze aanvraag daarmee worden aangemerkt als vergelijkbaar met de genoemde gevallen, zodat sprake is van een bindend advies en verplichte participatie. 3.2. Participatie omgeving In de Omgevingswet is opgenomen dat participatie een belangrijk onderdeel is van projecten in de fysieke woon- en leefomgeving. De gemeente Hilvarenbeek vindt het belangrijk dat inwoners optimaal betrokken worden bij plannen en projecten. Het is namelijk de taak van de gemeente om bij initiatieven te beoordelen hoe de omgeving is betrokken. Door participatie wordt ervoor gezorgd dat alle belangen, meningen, kennis en creativiteit direct op tafel komen. Door bezwaren, maar juist ook goede ideeën met elkaar te bespreken, kan het initiatief beter worden gemaakt en is er meer kans op betrokkenheid. Zoals aangegeven is voor onderhavige ontwikkeling participatie verplicht. De gemeente Hilvarenbeek heeft een stappenplan opgezet in het kader van participatie. Conform dit plan bestaat participatie uit 6 stappen: 1. Het idee zelf bedenken 2. Het bepalen van wie er betrokken dient te worden 3. Het bepalen van hoe mensen betrokken worden 4. Het uitvoeren van de participatie 5. Participatieverslag maken 6.
Indienen van het verslag bij de vergunningsaanvraag Voorliggende aanvraag bestaat uit het verlengen van de huisvesting van ontheemde Oekraïners in de reeds gerealiseerde woonunits in het voorste deel van de manege. In het kader van deze aanvraag is er een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden, een participatieverslag hiervan is bijgevoegd in Bijlage 1. Op 4 februari 2026 is met de directe omwonenden een inwonersbijeenkomst gehouden over de verlenging van de opvanglocatie tot 4 maart 2027. Daarbij waren 22 inwoners aanwezig, naast vertegenwoordigers van de gemeente, de locatiemanager en de eigenaren. De belangrijkste aandachtspunten uit de dialoog betroffen de communicatie en informatievoorziening, ervaren overlast in de vorm van geluid, BBQ-rook, privacy en het gebruik van het erf, en de wens om meer persoonlijk contact en kennismaking met de bewoners te organiseren. Daarnaast zijn vragen gesteld over integratie, begeleiding van bewoners en de toekomstige invulling van de locatie na afloop van de huidige opvangtermijn. Uit het participatieverslag volgt tegelijkertijd dat meerdere aanwezigen aangaven weinig tot geen overlast van de opvanglocatie te ervaren en waardering uitspraken voor de wijze waarop de locatie is opgeknapt en beheerd.
Pagina 10 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
4. Visie en beleid op locatie In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het initiatief toegelicht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Het initiatief wordt getoetst aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. 4.1. Rijksbeleid
4.1.1. Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn, gelet op diens aard en omvang, geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van de Nationale Omgevingsvisie zijn er geen bepalingen opgenomen in de onderhavige onderbouwing.
4.1.2. Besluit kwaliteit leefomgeving
Het Bkl stelt, onder andere, de instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) aan gemeenten voor het opstellen van omgevingsplannen. De instructieregels gaan over: 1. waarborgen van de veiligheid; 2. beschermen van de waterbelangen; 3. beschermen van de gezondheid en van het milieu; 4. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; 5. behoud van ruimte voor toekomstige functies; 6. behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; 7. bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Door rekening te houden met deze regels kan worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie. De inhoudelijke uitwerking van deze aspecten komt verderop in deze motivering aan bod.
4.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking
In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 5.129g, Bkl. Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. Pagina 11 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit Het eerste lid van artikel 5.129g is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: ‘ontwikkeling of uitbreiding van een
bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’
De beoogde tijdelijke huisvesting van Oekraïense ontheemden kan niet bestempeld worden als een woningbouwontwikkeling, maar betreft mogelijk een andere stedelijke voorziening conform vorenstaande opsomming. Relevante jurisprudentie, waaronder de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1075) laat zien dat indien ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bebouwing wordt toegestaan en een plan enkel voorziet in een planologische functiewijziging, in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit is enkel anders indien het een functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In voornoemde uitspraak is ook opgenomen dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dat deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Binnen bestaande bebouwing wordt tijdelijk de huisvesting van Oekraïense ontheemden toegestaan. Nu de beoogde ontwikkeling volledig binnen bestaande bebouwing ter plaatse van een bestaand bouwperceel aan de orde is, gaat een en ander niet gepaard met nieuw ruimtebeslag.
Gelet hierop is enkel sprake van een planologische functiewijziging zonder een uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bebouwing. Dit maakt dat een en ander niet als een stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd, waardoor een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. Te meer nu enkel sprake is van een tijdelijke situatie. Geconcludeerd wordt dan ook dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op deze ontwikkeling. 4.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
4.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter
presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit
doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Pagina 12 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Met onderhavig initiatief wordt binnen bestaande bebouwing tijdelijk de huisvesting van Oekraïense ontheemden toegestaan. Gezien de beoogde ontwikkeling volledig binnen bestaande bebouwing ter plaatse van een bestaand bouwperceel aan de orde is, gaat een en ander niet gepaard met nieuw ruimtebeslag. Daarnaast word leegstand en verrommeling voorkomen, waardoor de beoogde ontwikkeling een bijdrage levert aan het behoud van de omgevingskwaliteit. Ook doet een en ander geen afbreuk doet aan de heersende omgevingskarakteristiek en het heersende straatbeeld aangezien het initiatief binnen bestaande bebouwing plaats vindt. Bovendien wordt met de beoogde ontwikkeling tegemoet gekomen aan de vraag naar opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden. Met de beoogde tijdelijke huisvesting wordt een bijdrage geleverd aan de enorme maatschappelijke en humanitaire opgave om Oekraïense ontheemden op te vangen.
Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de doelen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant en in het bijzonder bijdraagt aan het behoud en de borging van de provinciale omgevingskwaliteit.
4.2.2. Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Omgevingsverordening (Ov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2. van de verordening. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de projectlocatie ligt. In dit geval ligt de projectlocatie in de werkingsgebieden ‘Aardkundige waarden’, ‘Groenblauwe waarden’, ‘Beperkingen grootschalige logistiek’ en ‘Landelijk gebied’, zie Afbeelding 3.
Afbeelding 3: Uitsnede Ov met relevante werkingsgebieden.
Voor de beoogde tijdelijke activiteit zal getoetst worden aan de voorwaarden die van toepassing zijn uit de relevante werkingsgebieden. De relevante artikelen zijn opgenomen in 5.43 Aardkundige waarden, 5.46 Groenblauwe waarden en 5.12 ontwikkelingsrichting. Pagina 13 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit De projectlocatie is aan de achterzijde van het terrein gelegen aan het werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant (NNB). De concrete ambities voor het NNB staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant. Aangezien de locatie dicht bij een NNB-gebied is gelegen wordt later in deze paragraaf getoetst aan artikel 5.31 met betrekking tot de externe werking op het NNB. Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Ov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Ov nader uitgewerkt in de artikel 5.8 t/m 5.10. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 5.11). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) Conform artikel 5.8 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel.
Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 5.129g, onder 2 van het Bkl (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Met het planvoornemen wordt binnen bestaande bebouwing tijdelijk de huisvesting van Oekraïense ontheemden voortgezet. Het gebruik vindt plaats binnen een bestaand bouwperceel en binnen het reeds gerealiseerde bouwvolume; er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en geen extra verharding aangelegd. Daarmee wordt uitsluitend gebruikgemaakt van bestaand ruimtebeslag. De locatie is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie in een bebouwingslint en beschikt over een bestaande ontsluitingsstructuur. Van splitsing van het bouwperceel of uitbreiding van het ruimtebeslag is geen sprake. Gelet hierop is de ontwikkeling in overeenstemming met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: de ondergrond de netwerklaag de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld.
De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke onderbouwing. Meerwaardecreatie (artikel 5.10) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Het initiatief levert meerwaarde op doordat binnen bestaand bouwvolume wordt voorzien in tijdelijke huisvesting voor Oekraïense ontheemden, waarmee wordt bijgedragen aan een actuele maatschappelijke opgave. Hiermee wordt op efficiënte wijze gebruikgemaakt van reeds aanwezige bebouwing, zonder Pagina 14 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit uitbreiding van het ruimtebeslag of aantasting van het buitengebied. Sociaal-maatschappelijk wordt meerwaarde gecreëerd door het bieden van veilige en stabiele woonruimte aan personen die onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen. De opvang vindt plaats op een locatie in een bebouwingsconcentratie, waardoor integratie in de lokale gemeenschap mogelijk is zonder dat sprake is van grootschalige clustering. Ruimtelijk en ecologisch ontstaat meerwaarde doordat geen nieuwe verharding of bebouwing wordt toegevoegd en geen extra druk op het landschap of het bodem- en watersysteem ontstaat. Het gebruik blijft beperkt tot bestaande bebouwing en infrastructuur, waarmee zorgvuldig wordt omgegaan met de beschikbare ruimte. Gelet op het tijdelijke karakter en het gebruik van bestaand ruimtebeslag kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen in evenwicht bijdraagt aan sociale, ruimtelijke en duurzame belangen en daarmee voldoet aan het principe van meerwaardecreatie. Kwaliteitsverbetering (artikel 5.11) Een omgevingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a.
bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het omgevingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek is het document Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant van toepassing. Voorliggende aanvraag betreft een tijdelijke en aflopende activiteit binnen een bestaand bouwperceel, zonder uitbreiding van bebouwing of verharding en zonder blijvende wijziging van het landschappelijk eindbeeld. Daarmee is geen sprake van een structurele landschappelijke ingreep door bebouwing. Gezien voorliggende aanvraag een tijdelijke aanvraag betreft, binnen bestaande bebouwing en zonder inbreuk op het landschap, wordt gesteld dat er geen sprake is van een verplichting tot kwaliteitsverbetering of landschappelijke inpassing. Ontwikkelingsrichting (artikel 5.12)
Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2, en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. Welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b. Welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. Op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap; en d. Op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.
De locatie is gelegen in het buitengebied van Hilvarenbeek, binnen een bebouwingsconcentratie aan het lint van de Groenstraat. De directe omgeving wordt in hoofdzaak gekenmerkt door burgerwoningen, waarbij het agrarisch gebruik in de loop der jaren grotendeels is beëindigd en vervangen door woonfuncties. De feitelijke ontwikkelingsrichting van dit deel van het buitengebied kan daarmee worden gekarakteriseerd als een bestaand woonlint met een overwegend woonkarakter. De aangevraagde verlenging van de tijdelijke huisvesting vindt volledig inpandig plaats binnen bestaand bouwvolume. Er wordt geen nieuwe bebouwing toegevoegd, het bouwperceel wordt niet uitgebreid en het ruimtebeslag blijft ongewijzigd. De functie is qua aard en uitstraling vergelijkbaar met regulier wonen en leidt niet tot een functieverzwaring van het gebied. Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande ruimtelijke structuur en wordt geen nieuwe, gebiedsvreemde ontwikkeling geïntroduceerd. De verlenging van het tijdelijke gebruik is derhalve in overeenstemming met de ontwikkelingsrichting van het gebied zoals bedoeld in artikel 5.12 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Externe werking Natuur Netwerk Brabant (artikel 5.31) Een ontwikkeling die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, bepaalt dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. De dichtstbijzijnde NNB ligt aansluitend aan de projectlocatie en bevat ook een ecologische verbindingszone. Onderhavige activiteit vindt plaats in bestaande bebouwing Pagina 15 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en is tijdelijk van aard waardoor overige aspecten (verstoring door licht, geluid, verdroging etc.) geen invloed hebben op of leiden tot merkbare veranderingen binnen NNB. De beoogde ontwikkeling zal de ecologische waarden en kenmerken in het NNB niet aantasten. Aangezien de ecologische waarden niet worden aangetast, zullen er ook geen negatieve effecten gecompenseerd worden met de beoogde ontwikkeling.
Artikel 5.43 Aardkundige waarden Een omgevingsplan ter plaatse van Aardkundige waarden : a. is mede gericht op het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken zoals beschreven in de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart;
De aardkundige waarden die op de locatie aanwezig zijn hebben te maken met Peelrandbreukenstelsel. Doordat er op de locatie voor een tijdelijke periode gebruik wordt gemaakt van de bestaande bebouwing voor het huisvesten van ontheemde Oekraïners, zal er met zekerheid geen afbreuk worden gedaan aan deze waarden, zij zullen behouden blijven.
b. stelt regels ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden bij bodemverstorende activiteiten; en
Met de beoogde ontwikkeling zullen er geen bodembedreigende of -verstorende activiteiten plaatsvinden, het gaat enkel om het tijdelijke gebruik van bestaande bebouwing voor het huisvesten van ontheemde Oekraïners.
c. houdt bij de toedeling van functies en activiteiten rekening met de aanwezige aardkundige waarden en kenmerken en betrekt daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken.
Het versterken van de aanwezige aardkundige waarden, Peelrandbreukenstelsel, bestaat voornamelijk uit het niet beperken van het zicht op het reliëf dat is ontstaan. Gezien er met de beoogde ontwikkeling geen bouwactiviteiten plaatsvinden, er is enkel sprake van een aanvullend tijdelijk gebruik, zal er onverminderd rekening gehouden worden met de aanwezige waarden. Groenblauwe waarden (Artikel 5.46) In artikel 5.46 van de Ov is opgenomen dat een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden:
a. strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken , biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; b. bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en d. bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.
Het initiatief betreft een tijdelijke, aflopende gebruiksactiviteit in bestaande bebouwing binnen een bestaand bouwperceel. Er vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats en er wordt geen bebouwing opgericht of extra verharding aangelegd. Daarmee blijven het bodem- en watersysteem en het hydrologisch functioneren ongewijzigd. De aanwezige groenblauwe kenmerken, waaronder de groenstrook met bomenrij en de B-watergang aan de Koekovenseweg, blijven behouden. Bescherming van de waarden wordt geborgd doordat de BOPA uitsluitend ziet op tijdelijk gebruik van bestaande bebouwing. Concluderend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling integraal aansluit bij en bijdraagt aan de doelstellingen zoals verwoord in artikel 5.46 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Conclusie In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de beoogde ontwikkeling. Waar nodig worden voorwaarden opgenomen in het besluit. 4.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien’ en de Strategische kadernotitie huisvesting ontheemden. Pagina 16 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
4.3.1. Omgevingsvisie
Door de gemeente Hilvarenbeek is op 18 november 2025 de Omgevingsvisie ‘Samen gezond groeien!’ vastgesteld, hierin wordt ingezet op het behouden en versterken van de kwaliteit van de leefomgeving, met oog voor balans tussen ruimtelijke kwaliteit, sociale samenhang en maatschappelijke opgaven. Daarbij wordt zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt gehanteerd en wordt ingezet op het benutten van bestaande bebouwing en structuren voordat nieuwe ruimte wordt aangesproken. Tevens onderkent de visie dat maatschappelijke opgaven – waaronder huisvesting van bijzondere doelgroepen – een plek moeten krijgen binnen de bestaande ruimtelijke structuur, mits deze passen binnen de draagkracht van de omgeving. De voorliggende aanvraag betreft het verlengen van het tijdelijke gebruik van bestaande woonunits binnen de manege aan de Groenstraat 11b ten behoeve van de huisvesting van Oekraïense ontheemden. De huisvesting vindt volledig plaats binnen bestaand bouwvolume en leidt niet tot uitbreiding van bebouwing, verharding of functieverzwaring van het perceel. Daarmee wordt invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en het benutten van bestaande bebouwing. De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie aan het lint van de Groenstraat, waar wonen reeds een dominante functie vormt.
De tijdelijke huisvesting heeft qua aard en uitstraling een woonkarakter en is met 9 zelfstandige woonunits kleinschalig van opzet. De ruimtelijke impact blijft beperkt en vergelijkbaar met regulier wonen. Het woonen leefklimaat van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast, mede doordat de verkeersgeneratie beperkt is en parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan bij de maatschappelijke component van de Omgevingsvisie, waarin wordt ingezet op een inclusieve gemeenschap en het nemen van verantwoordelijkheid in bredere maatschappelijke opgaven. De opvang van ontheemden betreft een actuele maatschappelijke opgave waarbij gemeenten een rol vervullen. Door deze opvang te faciliteren binnen bestaand vastgoed wordt een zorgvuldige balans gevonden tussen ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Gelet op het tijdelijke karakter, het ontbreken van fysieke uitbreiding, de inpassing binnen de bestaande ruimtelijke structuur en de beperkte ruimtelijke effecten kan worden geconcludeerd dat de verlenging van de tijdelijke huisvesting in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Hilvarenbeek en leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie.
4.3.2. Strategische kadernotitie huisvesting ontheemden gemeente Hilvarenbeek
De gemeente Hilvarenbeek heeft de Strategische kadernotitie huisvesting ontheemden vastgesteld als richtinggevend document voor de opvang en huisvesting van asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden. In deze notitie wordt uiteengezet dat landelijk sprake is van een opvangcrisis en dat gemeenten worden geconfronteerd met wettelijke taakstellingen (asielzoekers en statushouders) en regionale afspraken. De gemeente spreekt in de kadernotitie de ambitie uit om verantwoordelijkheid te nemen voor een goede, rechtvaardige en integrale aanpak van de huisvestingsopgave. Voor Oekraïense ontheemden geldt geen wettelijke taakstelling, maar wel een regionale verdeelafspraak. De gemeente Hilvarenbeek biedt momenteel opvang aan Oekraïners en heeft aangegeven de bestaande opvangsituatie vooralsnog te handhaven, in afwachting van nadere landelijke regelgeving over de duur en vorm van tijdelijke bescherming. Daarbij geldt als uitgangspunt dat opvang humaan en zorgvuldig plaatsvindt, met aandacht voor draagvlak en communicatie richting de omgeving. De kadernotitie bevat daarnaast randvoorwaarden voor huisvesting. Tijdelijke opvang mag, indien noodzakelijk, ook in het buitengebied plaatsvinden.
Voor tijdelijke huisvesting worden grootschaligere accommodaties acceptabel geacht, waarbij locaties bij voorkeur in of aan de rand van een kern liggen, maar op voorhand geen locaties worden uitgesloten. Locaties worden beoordeeld aan de hand van ruimtelijke en milieukundige criteria, waaronder de mogelijkheden binnen het omgevingsplan, infrastructuur, milieueisen en de relatie met de omgeving. De voorliggende aanvraag betreft het verlengen van het tijdelijke gebruik van bestaande woonunits binnen de manege aan de Groenstraat 11b ten behoeve van de huisvesting van Oekraïense ontheemden. De huisvesting vindt volledig plaats binnen bestaand bouwvolume; er worden geen uitbreidingen of nieuwe bouwvolumes gerealiseerd. De ruimtelijke uitstraling blijft ongewijzigd en het gebruik is qua aard en schaal (9 zelfstandige woonunits) kleinschalig en vergelijkbaar met regulier wonen. Met de verlenging wordt voortgebouwd op een reeds vergunde en functionerende opvanglocatie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke ambitie om verantwoordelijkheid te nemen voor de opvang van ontheemden, zonder Pagina 17 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit dat nieuwe locaties hoeven te worden ontwikkeld. Tevens wordt bijgedragen aan de regionale opvangopgave voor Oekraïners, zoals in de kadernotitie benoemd. Daarnaast is van belang dat de bewoners van de woonunits vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze status geeft Oekraïense ontheemden tijdelijk recht op verblijf, opvang, medische zorg, onderwijs voor minderjarigen en toegang tot arbeid in Nederland. De RTB is thans verlengd tot en met 4 maart 2027, waarmee de noodzaak en legitimiteit van tijdelijke opvanglocaties ook voor de komende periode bestuurlijk en juridisch is bevestigd. De voorliggende aanvraag sluit hier rechtstreeks op aan, doordat met de verlenging van de tijdelijke huisvesting wordt voorzien in passende opvang voor personen die rechtmatig onder dit beschermingsregime in Nederland verblijven. Daarmee ondersteunt de aanvraag niet alleen de gemeentelijke opvangopgave, maar ook de uitvoering van het landelijke en Europese beschermingskader voor Oekraïense ontheemden. Gelet op het tijdelijke karakter, de beperkte schaal, de situering binnen bestaande bebouwing en de voortzetting van een reeds bestaande opvangfunctie kan worden geconcludeerd dat de aanvraag in overeenstemming is met de uitgangspunten en randvoorwaarden uit de Strategische kadernotitie huisvesting ontheemden.
De verlenging past binnen het gemeentelijk beleid en draagt bij aan een zorgvuldige en toekomstbestendige invulling van de opvangopgave.
Pagina 18 van 40
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
5. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Op grond van het bepaalde in het Bkl dient te worden aangetoond of met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten wordt in dit hoofdstuk beschreven of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.1. M.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over projecten. Het gaat hierbij enkel om projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) moet worden beoordeeld of het aangevraagde project valt onder een project als bedoeld in artikel 16.43 van de Omgevingswet en bijlage V van het Omgevingsbesluit.
In artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke projecten aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben waarvoor een milieueffectrapport verplicht is, en mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden. De lijst van betreffende projecten en de daarbij horende drempelwaarden zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een project is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.-(beoordelings-)plichtig besluit indien het project is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Indien de waarden in kolom 2 van de Bijlage V van het Omgevingsbesluit worden overschreden geldt er een mer-plicht en dient er een milieueffectrapport te worden opgesteld. Indien sprake is van een geval als omschreven in kolom 3 geldt er een m.e.r.-beoordelingsplicht. De beoogde ontwikkeling wordt niet genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit wordt enkel gesproken over de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject respectievelijk een geheel industrieterrein. Het planinitiatief betreft in hoofdzaak het tijdelijk huisvesten van Oekraïense ontheemden in de bestaande bebouwing. Gelet hierop gaat de beoogde ontwikkeling niet gepaard met woningtoevoeging of anderszins.
Derhalve wordt de beoogde ontwikkeling niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject of de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein in de zin van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Gelet hierop geldt zowel geen mer-plicht conform artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet en geen mer-beoordelingsplicht conform artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Er is dus geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. 5.2. Duurzaamheid en klimaatadaptatie De verlenging van de tijdelijke huisvesting van Oekraïense ontheemden aan de Groenstraat 11b past binnen het gemeentelijk uitgangspunt van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. De huisvesting vindt volledig plaats binnen bestaande bebouwing, zonder uitbreiding van het bouwvolume of toevoeging van verhard oppervlak. Hiermee wordt geen extra ruimtebeslag gelegd op het buitengebied en wordt optimaal gebruikgemaakt van reeds aanwezige gebouwen.