CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bopa Goirlesedijk 4B (9 Landschapsanalyse)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bopa Goirlesedijk 4b.5.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stedenbouwkundige & landschappelijke onderbouwing buitenplaats Kraanbraken

Goirlesedijk 4b - Hilvarenbeek

Colofon

Gemeente:

Hilvarenbeek

Projectlocatie:

Goirlesedijk 4b, Hilvarenbeek

Datum:

30-03-2026

Opgesteld door:

Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl

Projectnummer:

00151.003 / FvH / EH /BR

Datum: 30 maart 2026 Versie: 6 Status: Definitief

2

1.1

Voorgeschiedenis

De familie Van Gestel, hierna initiatiefnemer, heeft eind 2020 gebruik gemaakt van de subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Destijds is hier een positief principebesluit op gegeven voor de herbestemming van de intensieve veehouderij naar recreatie, met als doel om een kleinschalig vakantiepark met 40 guesthouses van het luxe segment te ontwikkelen. Eind 2023 is het aantal guesthouses in overleg met de omgeving, provincie en gemeente teruggebracht naar 25. Dit aantal past volgens de diverse partijen beter in de omgeving. Het college van de gemeente Hilvarenbeek heeft daaropvolgend besloten medewerking te verlenen aan dit plan. Hierop volgend zijn door andere partijen vragen gesteld over het volgende: -

De locatie is gelegen in een kleinschalig landschap. Is de beoogde situatie passend binnen dit landschap? Op welke wijze wordt rekening gehouden met het open/gesloten landschap?

Om hierop antwoord te geven is er een stedenbouwkundige- en landschappelijke (Orbis) analyse opgesteld. Aan deze analyse ligt een inventarisatie en beleidsverantwoording ten grondslag.

3

Bestaande situatie Afbeelding 1 geeft de bestaande ligging van de bebouwing weer. De voormalige bedrijfsbebouwing van de intensieve veehouderij zijn gesaneerd. Deze zijn te zien op afbeelding 2-4. Momenteel zijn er nog een bedrijfswoning (1) en schuur (2) aanwezig. In de omgeving zijn voornamelijk agrarische gronden, woonfuncties en natuurgebieden gelegen.

Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied

Afbeelding 2: Voormalige bedrijfslocatie (westzijde)

4

Afbeelding 3: Streetview (zuidzijde)

Afbeelding 4: Voormalige bedrijfslocatie

Zoals te zien op bovenstaande afbeeldingen bestond de voormalige bedrijfslocatie uit verschillende stallen, schuren en silo’s. Deze zijn gesaneerd en bieden daarmee ruimte voor een nieuwe invulling. Beoogde situatie Initiatiefnemer is voornemens op de voormalige bedrijfslocatie een buitenplaats met guesthouses te realiseren. Deze worden gesitueerd binnen een breed uitgevoerde landschappelijke inpassing. Vanwege de ligging tussen een bosrijke en landelijke omgeving is de beoogde invulling passend binnen de omgeving. Daarnaast is de Beekse Bergen op korte afstand.

Afbeelding 5: Beoogd stedenbouwkundig plan Alle overtollige agrarische bedrijfsbebouwing is gesaneerd. Dit betreffen de stallen en de bijbehorende agrarische voorzieningen met een totale oppervlakte van 6.670 m². Enkel de bedrijfswoning (nr. 2) en de loods (nr. 4) zullen behouden blijven. De loods zal in gebruik worden genomen voor opslag van materiaal ten behoeve van onderhoud van de buitenplaats met guesthouses. Naast de loods zal verharding worden gerealiseerd als logistieke ruimte voor

5

werkzaamheden op de buitenplaats. Deze verharding zal worden voorzien van keerwanden, wat noodzakelijk is voor afvalcontainers, opslag van groenafval en opslag van lege flessen ten behoeve van de buitenplaats. Door de beëindiging van de intensieve veehouderij zullen de geur-, ammoniak- en fijnstofemissies afnemen en zal het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen aanzienlijk verbeteren. Het voornemen is om circa 25 guesthouses in het luxere segment te realiseren op de buitenplaats. De intentie is om guesthouses voor verschillende doelgroepen te realiseren. Er zal derhalve een verscheidenheid aan kleinere en grotere guesthouses gerealiseerd worden. Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk en omgeving Het gebied kent verschillende landschapstypen. Ten oosten van het plangebied, tussen de Goirlesedijk, Groot Westerwijksestraat, provinciale weg/Tilburgseweg en Grote Voort bevindt zich een oud akkercomplex dat zich uitstrekt tot de kom van Biest-Houtakker en zich van oudsher kenmerkt door openheid. De provinciale weg en parallel daaraan de Tilburgseweg hebben dit complex in tweeën gedeeld en vormen een harde grens in het landschap. Ten westen ligt het jong ontginningslandschap, gekenmerkt door grootschalige open percelen met rechte wegen en lange bomenrijen langs de wegen. Zoals later uit de landschapsanalyse blijkt het plangebied daar tussenin te liggen.

Het plangebied is met de rode cirkel aangegeven in onderstaande afbeelding. Het gebied kan getypeerd worden als een ‘gemengd agrarisch gebied’. Het grondgebruik is veelal nog agrarisch, maar het aantal actieve agrarische bedrijven neemt af. Binnen het gebied komen we daarnaast functies tegen als ‘wonen’, ‘horeca’, ‘recreatie’ en enkele niet-agrarische bedrijven. Dit gebied vormt de overgang van het primair agrarische gebied naar de zones met meer gemengde gebruiksfuncties. De grotere agrarische bedrijven liggen niet binnen het gemengd agrarische gebied, maar er tegenaan. Functiewijziging is mogelijk, maar daarbij moet er rekening gehouden worden met de agrarische bedrijven in de omgeving. Een eenduidige ontwikkelrichting is niet te geven. Gezien het gemengde karakter van het gebied en de ligging van een hoofdontsluiting via de Goirlesedijk zijn meerdere opties denkbaar, ook met meer verkeersbewegingen en bezoekers. Mits qua omvang en inpassing afgestemd op de omgeving en omgevingskwaliteiten. Daarnaast biedt dit gebied langs de Goirlesedijk met name meer kansen voor recreatief verblijf door de strategische ligging ten opzichte van zowel het dorp Hilvarenbeek, de natuurgebieden als het recreatieve cluster rondom de Beekse Bergen.

Afbeelding 6: Uitsnede ‘Ontwikkelingsrichting Goirlesedijk, plangebied rood omcirkeld.

6

Toeristisch-recreatieve beleidslijn en afwegingskader gemeente Hilvarenbeek Het gebiedsgericht werken wordt bepaald door de gebiedsindelingskaart. Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding is het plangebied gelegen in de gebieden ‘kansrijk voor recreatieve initiatieven’. Om initiatieven mogelijk te maken in de vrijetijdssector binnen de gemeente Hilvarenbeek heeft de gemeente 5 criteria opgesteld. Dit zijn geen harde criteria, maar zijn wel van belang om te kijken of een initiatief passend is binnen de gemeente. De criteria luiden als volgt: 1. Versterken en verbreden van huidige aanbod De beoogde ontwikkeling maakt een buitenplaats mogelijk waarbij de overtollige bebouwing reeds is gesloopt. Het voornemen is om 25 guesthouses mogelijk te maken uit het luxere segment. De guesthouses zullen voor verschillende doelgroepen worden gerealiseerd, denk hierbij aan een verscheidenheid van kleinere en grotere huisjes. In de omgeving is het vakantiepark ‘Beekse Bergen’ gelegen en één minicamping. Een buitenplaats verbreedt daarom het aanbod van recreatie in de directe omgeving. De beoogde buitenplaats met de ruime landschappelijke inpassing onderscheidt zich van de ‘Beekse Bergen’ door zijn luxe en groene indeling. Daarnaast is tevens het luxe segment onderscheidend ten opzichte van de minicamping.

De beoogde ontwikkeling leidt gezien het bovenstaande tot een verbreding en versterking van het huidige aanbod. 2. Toekomstbestendig aanbod creëren Met het realiseren van de buitenplaats wordt tevens rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. Om bij te dragen aan het aspect duurzaamheid is het voornemen om zonnepanelen te realiseren in de beoogde situatie. Deze zonnepanelen zullen in elk geval worden gerealiseerd op de bestaande, te behouden loods. Daarnaast zullen er tevens panelen komen op het nieuw te realiseren gebouw ten behoeve van de receptie, ondergeschikte horeca en de activiteiten gebonden winkel. Er is tevens een mogelijkheid om de parkeerplaats van de buitenplaats te overkappen en deze overkapping te voorzien van zonnepanelen. De guesthouses zijn niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen, omdat het dan niet mogelijk is om één centrale plek voor de energieopslag te realiseren. Het opslaan van de zonne-energie is noodzakelijk om ook energie te kunnen gebruiken als de zon niet schijnt en om elektriciteit te hebben op locaties waar geen aansluiting ligt. Het realiseren van één centrale energieopslagvoorziening is efficiënter en goedkoper. Naar waarschijnlijkheid zal de energieopslagvoorziening gerealiseerd worden in de nabije omgeving van de bestaande loods en de beoogde overkappingen waarop de zonnepanelen geplaatst worden.

Op basis van de uitgangspunten van de beoogde ontwikkeling zal sprake zijn van een structureel rendabele onderneming, die over voldoende cash flow zal beschikken om te kunnen blijven voldoen aan de wensen en eisen van de doelgroep. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een toekomstbestendige buitenplaats. 3. Versterken landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten In onderhavige notitie wordt uitgebreid beschreven dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het plangebied. 4. Leefbaarheid en leefomgeving In de beoogde situatie is sprake van een ontwikkeling ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing. De beoogde ontwikkeling maakt door de omschakeling een nieuwe economische drager in het buitengebied mogelijk. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en leefomgeving van het gebied. Door de beoogde ontwikkeling te realiseren is er geen sprake van een leegstaand perceel en illegale activiteiten zijn derhalve niet aan de orde ter plaatse van het plangebied. De beoogde ontwikkeling is daarnaast gelegen langs verschillende fiets-, paarden- en wandelroutes. Direct vanuit de buitenplaats is het derhalve direct mogelijk om de natuur te ontdekken.

De bezoekers van de guesthouses zullen het gebruik van de recreatieve voorzieningen versterken en omgekeerd zullen de recreanten van de fiets-, paarden- en wandelroutes kunnen overnachten in een natuurlijke en rustige omgeving nabij de natuur. Het realiseren van verblijfsrecreatie is dus uitermate geschikt op deze locatie, omdat de locatie aansluit op het recreatieve netwerk. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft er reeds al sloop plaatsgevonden van de voormalige, overtollige agrarische bebouwing en voorzieningen. Deze sloop heeft plaatsgevonden ten behoeve van de saneringsregeling waar aan initiatiefnemer heeft

7

deelgenomen. De totale bebouwde oppervlakte zal in de beoogde situatie afnemen ten opzichte van de voormalige situatie. De recreatiebestemming zal tevens zorgvuldig landschappelijk worden ingepast in de omgeving. Het type recreatiebedrijf is passend binnen de omgeving van het plangebied. Door de aanplant van veel groene landschapselementen en door de ruime opzet van de guesthouses past de buitenplaats binnen de natuurrijke, landelijke omgeving met een gemengde functie structuur. Kortom draagt de ontwikkeling bij aan de leefbaarheid van het gebied en de omgevingskwaliteit. 5. Gebiedsgericht werken In onderstaande afbeelding is te zien dat het plangebied is gelegen in het gebied ‘Kansrijk voor recreatieve initiatieven’.

Afbeelding 7: Uitsnede Toeristische-recreatieve beleidslijn en afwegingskader Hilvarenbeek In het gebied ‘Kansrijk voor recreatieve initiatieven’ is de gemeente meedenkend en staan zij in principe positief tegenover nieuwe initiatieven. Er dient wel te worden voldaan aan enkele voorwaarden. Er dient onder andere invulling te worden gegeven aan de uitgangspunten zoals reeds benoemd. Uit het bovenstaande blijkt dat er kan worden voldaan aan de uitgangspunten zoals beschreven in de beleidslijn. Er dient daarnaast sprake te zijn van een aanvaardbare toename van verkeer. Een buitenplaats is niet opgenomen in de CROW, er zal derhalve worst-case rekening gehouden worden met een bungalowpark. Conform de CROW-normen heeft een bungalowpark een verkeersgeneratie van 2,6 2,8 verkeersbewegingen per bungalow per dag. Dat komt in totaal voor de beoogde situatie neer op maximaal 70 verkeersbewegingen per dag. Er zullen in de beoogde situatie voornamelijk personenvervoersmiddelen van en naar de locatie bewegen. Het aantal lichte verkeersbewegingen van en naar de locatie zullen derhalve naar verwachting toenemen. De zware verkeersbewegingen van en naar de intensieve veehouderij zullen komen te vervallen. Het plangebied is gelegen aan de Goirlesedijk. Een verharde weg tussen de bebouwde kom van Goirle en Hilvarenbeek, die voornamelijk wordt gebruikt door bestemmings- en sluipverkeer.

De ontsluitingsroutes beschikken over voldoende capaciteit om verkeersbewegingen met voornamelijk lichte motorvoertuigen af te wikkelen. De doorstroming van de verkeersbewegingen van en naar de locatie zal niet belemmerd worden doordat de toename in lichte verkeersbewegingen gepaard gaat met de afname in zware verkeersbewegingen. Er dient tevens rekening gehouden te worden met de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit heeft enerzijds betrekking op de landschappelijke kwaliteiten en anderzijds op de gebruiksmogelijkheden van de omliggende functies. De invloed op de landschappelijke kwaliteiten worden uitgebreid beschreven in onderhavige notitie. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling een bijdrage levert aan de landschappelijke kwaliteiten.

8

Daarnaast mogen de gebruiksmogelijkheden van de omliggende functies niet worden belemmerd. Om de gebruiksmogelijkheden nader te bepalen wordt aangesloten bij de ‘activiteiten en milieuzonering’ en bij de geldende Wet- en regelgeving. Om te bepalen of de omliggende functies worden belemmerd wordt gekeken welke functies er nabij de locatie zijn gelegen. De dichtstbijzijnde functies van derden ten opzichte van de locatie aan de Goirlesedijk 4b te Hilvarenbeek zijn de volgende functies: • Groot Westerwijksestraat 11: Agrarische functie> Akkerbouwbedrijf met functieaanduiding paardenhouderij • Goirlesedijk 6: Woonfunctie > Burgerwoning Voor een paardenhouderij is het aspect geur het belangrijkste aspect. In het kader van het aspect geur wordt er gekeken naar de geldende Wet- en regelgeving. Op grond van de Wet is en blijft de vrijkomende agrarische bedrijfswoning een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een veehouderij, of die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij. Op grond van de Wet moet de afstand tussen het dichtstbijzijnde dierenverblijf behorende tot een veehouderij en de gevel van zo’n object, wanneer gelegen binnen de bebouwde komt, ten minste 100 meter bedragen. Buiten de bebouwde kom is deze afstand minimaal 50 meter. Hetzelfde geldt voor de beoogde recreatieve verblijfseenheden.

De planlocatie ligt buiten de bebouwde kom, dus er geldt een minimale afstandseis van 50 meter. Het bouwvlak van de Groot Westerwijksestraat 11 is gelegen op een afstand van circa 85 meter van het beoogde bouwvlak van de buitenplaats. Er is derhalve ten allen tijde voldoende afstand tussen het dierenverblijf en de beoogde recreatieve verblijfseenheden. Voor een akkerbouwbedrijf is het aspect geluid een belangrijk aspect. Er zullen naar en van de locatie aan de Groot Westerwijksestraat 11 namelijk zware vervoersbewegingen plaatsvinden. Voor geluid uitstralende activiteiten geldt dat er een milieuzonering is van 50 meter. Er wordt gesteld indien op deze grens een maximum van 50 dB is, dan is daar buiten sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gekeken naar vergunningen van vergelijkbare bedrijven is het niet aannemelijk dat het akkerbouwbedrijf een dergelijke geluid uitstraling heeft dat de hiervoor genoemde zonering zal worden overschreden. Aangezien de afstand tussen het bouwvlak van het akkerbouwbedrijf en het beoogde bouwvlak circa 85 meter bedraagt, zal de geluidsnorm niet worden overtreden ter plaatse van het beoogde bouwvlak. De ontwikkeling aan de Goirlesedijk 4b wordt daarom gerealiseerd in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en zal het bedrijf aan de Groot Westerwijksestraat 11 ook niet belemmeren.

De ontwikkeling ter plaatse van de Goirlesedijk 4b te Hilvarenbeek betreft het realiseren van een buitenplaats met guesthouses. Het aspect geluid kan hierbij ook een belangrijk aspect zijn. De opslag plaats en het gebouw ten behoeve van de ondergeschikte horeca, campingwinkel en receptie zouden geluid uit kunnen stralen naar de omgeving. Deze geluid uitstraling zal echter zeer beperkt zijn. Er kan vanuit worden gegaan dat de uitstraling van geluid niet meer zal bedragen dan de eerder genoemde zonering van 50 dB op 50 meter afstand. Daarbij valt op te merken dat de opslag loods en het andere bedrijfsgebouw op respectievelijk 110 meter en 205 meter afstand van het dichtstbijzijnde bouwvlak (zijnde de locatie aan de Groot Westerwijksestraat 11) zijn gelegen. De omliggende functies zullen daarom geen geluidsoverlast van de beoogde ontwikkeling ervaren. De omliggende functies zullen gezien het voorgaande niet worden belemmert in de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden. De herontwikkeling van het plangebied is daarnaast passend in de omgeving zoals reeds eerder vermeld onder het vorige kopje. Kortom, de beoogde ontwikkeling past binnen de Toeristisch-recreatieve beleidslijn en afwegingskader van de gemeente Hilvarenbeek.

9

1.2

Ontstaan landschap

Het plangebied ligt op de hoge Brabantse zandgronden, op de flank van een hoger gebied ten westen. Hier zijn ook nog landduinen te vinden. Het gebied ligt op een dekzandrug. De eerste nederzettingen zijn ontstaan op rand van de hoger gelegen gebieden dichtbij de beekdalen. Ten zuiden van het gebied zijn twee dalvormige laagtes te zien van beekjes. Het gehucht Voort is langs deze beek (‘Voort’) is een ander woord voor beek) ontstaan als lintbebouwing. Ten noorden van deze boerderijen werden de akkers gesitueerd. Ook iets noordelijker ontstond de lintbebouwing van Westerwijk en zo ontstond een kenmerkende ‘kransakker-bebouwing’ waarbij de bebouwing als een krans rondom een groot open akkercomplex ligt. Op afbeelding 9 is dit goed te zien. Rondom de twee gehuchten zijn de hoge zwarte enkeerdgronden ontstaan, die kenmerkend zijn voor oude open akkercomplexen. Door eeuwenlange bemesting uit de potstal zijn deze akkers vruchtbaar geworden, terwijl de verder weggegelegen hogere zandgronden juist verschraald zijn tot heidegebieden. Hier zijn veldpodzolgronden ontstaan. Het plangebied ligt ook op een veldpodzolgrond.

Afbeelding 8: Geomorfologische kaart

Afbeelding. 9 Bodemkaart en historische kaart 1900

Op de kaart van 1900 (afb 10) is dit verschil in ondergrond en grondgebruik heel goed te zien in het landschap. De heide kenmerkt zich door de openheid, hoogteverschillen met stuifduintjes en vennen en enkele rechte wegen hierdoorheen die beplant werden voor de beschutting. De Goirlesedijk en de Groot Westerwijksestraat zijn hier reeds terug te zien op deze kaart. De open akker was ook heel open met enkele houtsingels langs de aangrenzende wegen en de erven. Hier is goed te zien dat het plangebied op de overgang van open akkercomplex naar open heidegebied ligt. Juist op deze overgang zijn bossen aangelegd. Dit zijn de eerste heideontginningen waar de heide werd omgevormd tot bos. Ook het plangebied is aangeplant met bos en daardoor erg verdicht. Na 1900 is men de heide verder gaan bebossen voor de houtproductie. Het open heidegebied veranderde naar een gesloten bos. Terwijl de beboste randen, waarin ook het plangebied lag, juist weer werden ontgonnen. Vanaf 1940 (afb 11) is te zien dat het grootste gedeelte bos aan de randen van de open akker is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor de jonge ontginningen. Door de toepassing van kunstmest werd het mogelijk om de schralen heide en bosgronden te ontginnen voor de landbouw. Kenmerkend zijn de grote kavels met lange rechte wegen met bomenrijen erlangs. Enkele bosblokken bleven behouden.

Vanuit deze ontwikkelingen bezien is het duidelijk te zien dat het plangebied tot dit jong ontginningenlandschap hoort, met zijn rechte verkaveling en rechte wegen.

10

Afbeelding 10: Topografische kaart 1900

Afbeelding 11: Topografische kaart 1940

De intensieve landbouw ontwikkelt zich in de decennia die volgen en ook steeds meer grootschalige bebouwing komt verspreid in het jonge ontginningen landschap. In 1970 is het oude akkercomplex nog relatief duidelijk aanwezig, door de openheid. In de beekdalen in het zuiden is het landschap veel kleinschaliger met houtsingels. In 1997 is een groot deel van de percelen door de ruilverkaveling samengevoegd en zijn veel landschapselementen zoals bomenrijen (stippellijntjes op de kaart van afbeelding 10) tussen de percelen verdwenen. Ook is duidelijk te zien dat de verbreding van de provinciale weg het open akkercomplex heeft doorsneden mede versterkt door de wegbeplanting. In de tussentijd zijn er in het jong ontginningslandschap meer verspreidde woningen bijgebouwd. Deze woningen horen veelal bij de bedrijven die zich hier vestigen. De bebouwing langs de oude akker is meer als lintbebouwing verder gegroeid. De kenmerkende verschillen tussen het oude akkercomplex en het jong ontginningenlandschap worden steeds minder zichtbaar.

Afbeelding 12: Topografische kaart 1970

Afbeelding 13: Topografische kaart 1997

Op afbeelding 13 is te zien dat het perceel pas na 1997 voor het eerst bebouwd wordt. Er vestigt zich een veehouderij met een stal en bedrijfswoning. Dit wordt in de loop der jaren verder uitgebreid (zie afbeelding 14). De massa van de gebouwen zorgt voor een meer gesloten landschap, de bebouwing ligt erg in zicht. Dit wordt ingepast door de bomenrijen en diverse bosschages in de omgeving. Door de vele bebouwing op een kleine ruimte en het gebrek aan erfbeplanting is de ruimte erg versteend.

11

Afbeelding 14. Topografische kaart 2009

Afbeelding 15: Topografische kaart 2019

In 2009 en 2019 zijn een aantal boomgaarden of kwekerijen te zien op de open akker. Daarnaast zijn de kavels qua vorm en maat overal even groot. Het onderscheid tussen de oude akker en de jonge ontginningen is hierdoor niet herkenbaar meer. Karakteristiek is wel dat het akkercomplex is nagenoeg onbebouwd gebleven. De agrarische bebouwing is overal grootschaliger geworden in het buitengebied en de verstedelijking vanuit de kern van Hilvarenbeek komt ook steeds noordelijker. Ten oosten van het plangebied heeft de oude akker nog wel een open karakter. In de Cultuurhistorische waardenkaart Herz 2025, van de provincie het oude akkercomplex opgenomen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Waardevol zijn o.a.” het open akkercomplex met grondgebonden agrarisch en het contrast tussen open akkers en (meer) gesloten randen met bebouwing”. De deels onverharde zandwegen en flankerende bomenrijen zijn hier de fysieke structuren van die beschermd dienen te worden. De oude bossingel langs het zandpad vormt de grens van het oude akkercomplex. Het jong ontginningslandschap wordt gekenmerkt door de rechte wegen met bomenrijen langs het plangebied en enkele bosblokken in open agrarisch gebied. Het plangebied vormt als rand van de open akker een meer besloten overgangszone naar het jong ontginningslandschap.

Conclusie cultuurhistorisch landschap Het plangebied ligt historisch gezien op de overgang van een oud akkercomplex naar heide, wat later jong ontginningslandschap werd. Deze landschappen kenmerken zich beide door de openheid. Maar deze overgang kenmerkte zich juist door een relatieve beslotenheid. Het behoud van landschappelijke openheid vanuit cultuurhistorische redenen is in het plangebied daarom niet vanzelfsprekend. De landschapswaarden die hier van belang zijn om mee te nemen in de inrichting van het plangebied zijn: - Behouden en versterking van de bestaande groenstructuren langs de oude wegen . - Het plangebied vormt de rand van een oud akkercomplex en kan hier met een bosrijke inrichting kwaliteit toevoegen aan deze rand als groene wand. - Vanuit het jonge ontginningenlandschap is een besloten plangebied ook passend als het gebruikt maakt van karakteristieke patronen als bomenrijen en rechte lijnen.

12

1.3

Huidige landschapswaarden

Groenstructuren De omgeving rondom het plangebied kenmerkt zich door vier verschillende groenstructuren, deze zijn weergegeven op afbeelding 16.

Afbeelding 16: groenstructuren

Bomenrijen en bossingels Langs de wegen rondom het plangebied zijn diverse bomenrijen en bossingels te vinden, voornamelijk bestaande uit zomereiken en in mindere mate berken. De bomen zijn op lijn aangebracht aan één of beide zijden van de weg. Bossingels zijn breder en onregelmatiger ingeplant met bomen en bieden ook ruimte voor onderbegroeiing waardoor het minder transparant is.

Afbeelding 17: Bossingel langs zandpad

Afbeelding:18: Bossingel vanaf westen en bomenrij Goirlesedijk

Solitaire bomen In de directe omgeving staan enkele solitaire bomen. Deze bevinden zich voornamelijk op de perceelsgrenzen van de landbouwgronden/weilanden.

13

Bosschages Ten westen van het plangebied liggen twee grote bosschages van ongeveer 1,2 en 3,8 hectare. De bosschages bestaan uit diverse soorten bomen en oeverbegroeiing. Aan de randen zijn dit vooral heesters en ruigtesoorten zoals braam. Dicht begroeid erf Enkele woonerven zijn zeer dichtbegroeid. De vegetatie bestaat vooral uit bomen, heesters en kruidachtige vegetatie in combinatie met gecultiveerde vaste planten.

Afbeelding 19: Bosschages en dicht begroeide erven

14

Massa en ruimte Voor de sloop van de gebouwen zien we een duidelijke massa- en ruimteverdeling langs de Goirlesedijk. De gesloten massa bestaat vooral uit bebouwing, enkele bosschages, de bomenrijen en de dicht begroeide woonerven. De open ruimtes bestaan vooral uit de weilanden en landbouwgronden die achter deze groene zone liggen. De massa is op afbeelding 20 in het paars te zien en loopt als een vlek door het gebied. Het plangebied wordt omsloten door bomenrijen, waardoor er een kleine kamer ontstaat. De bebouwing maakt het plangebied duidelijk voller. Het plangebied zo vanuit dit perspectief bebouwingsmassa vervangen door groene massa, waardoor de kwaliteit van het beeld vergroot wordt.

Afbeelding 20: Massa-ruimte

Afbeelding 21: Massa met verre doorzichten richting open ontginningsgebied

15

Afbeelding 22: Doorzicht naar open oude akkercomplex

Conclusie huidige landschapswaarden Door de aanwezige groenstructuren en grootschalige bebouwing ligt het plangebied in een gesloten landschap, omringd door openheid. Dit contrast is beleefbaar door enkele zichtlijnen vanuit een besloten gebied richting een open lanschap open te houden. Het gesloten landschap wordt voor een deel bepaald door stenige massa, waardoor het landschapsbeeld verstoord wordt. Huidige landschapswaarden die meegenomen worden in de landschapsinrichting van het plangebied: - Landschapeplijek inpassing zorgt voor contrast tussen open akker en groene besloten rand - zichtlijn vanuit beslotenheid naar omringende open landschap - groene inpassing van gebouwen is belangrijk

16

1.4

Ecologische waarde

Op 11 december 2020 heeft Brabant Eco een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Deze quickscan is uitgevoerd voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden. Uit het onderzoek blijkt dat de ecologische waarde in het plangebied op dit moment niet hoog is. De omgeving is versteend en open (grasland). Er is nauwelijks beplanting op het perceel aanwezig buiten het ingezaaide Engelse raaigras. Rondom de bebouwing ligt vooral verharding. De biodiversiteit op het plangebied is daardoor erg laag. In de quickscan worden daarom dus ook geen beschermde flora en fauna aangetroffen. Het is wel aannemelijk dat de omgeving foerageergebied is voor vogels en vleermuizen. Dit komt door de aanwezige bomenrijen rondom het gebied. NatuurnetwerkNederland (NNN) De meest westelijke bosschage is onderdeel van de NNN (zie afbeelding 23). Deze bosschages zijn een aantrekkelijke omgeving voor planten en dieren. Het netwerk zorgt voor de versterking en het behoud van populaties planten en dieren. De ontwikkeling aan de Goirlesedijk kan deze ecologische waarden versterken.

Afbeelding 23: NNN

17

1.5

Landschappelijke inpassing

Afbeelding 24: Inrichtingsschets beoogde situatie

In de beoogde situatie (zie afbeelding 24) is gekozen voor een organische en natuurlijke vormgeving. Het perceel wordt t.o.v. de oude situatie enorm vergroend. De guesthouses en parkeerplaatsen zijn zo gesitueerd dat ze deels aan het zicht ontnomen worden vanuit het omliggende landschap. Door deze plaatsing worden hofjes gecreëerd met een groene achterzijde en een halfopen landelijke sfeer aan de binnenzijde. De landschappelijke inpassing bestaat de groeninrichting van het terrein aan de randen maar ook binnenin. Het totaal behelst in grote lijnen een groen bosrijk gebied, waarin recreatiewoningen gebouwd worden in een natuurlijke sfeer, die door de beplanting aan het landschapsbeeld worden onttrokken. Het sluit hiermee aan bij de landschappelijke waarden van de beboste randen op de grens van het jong ontginningslandschap en de oude akker. Het accentueert hiermee ook de openheid van het aangrenzende open akkercomplex ten noordoosten van het plangebied. Hierbinnen zijn wel enkele doorzichten, zodat de rand van het oude akkercomplex herkenbaar is. Bossingel De groeninrichting bestaat aan de oostzijde uit een dichte bossingel aangrenzend aan het zandpad, zodat de bestaande bomen langs het zandpad versterkt worden en een dichtere groene rand vormt van de open akker. Deze bomen kunnen tot volwassen hoogte uitgroeien en geven een bosrijke sfeer.

Ook zitten er heesters in de samenstelling. Deze kunnen gefaseerd worden afgezet zodat ze een dichtere bossage vormen end e recreatiehuisjes uit het zicht houden. Ook aan de noordoostelijke punt wordt deze bossingel rondom de dierweide geplaatst om een robuuste afscherming te vormen van het park aan deze zijde. Op de zuidelijke punt komt de bossingels samen met de bomenrij. Hier buigt de Goirlesedijk ook af naar rechts. Hier wordt een doorzicht gemaakt onder de bomen door naar de open akker door solitaire

18

bomen te planten. Op deze plek wordt de oude structuur van het zandpad versterkt en het contrast met het open landschap beleefbaar gemaakt vanaf de weg, voordat deze naar rechts afbuigt. Hakhoutsingel De huisjes zijn rondom hofjes gesitueerd en worden afgeschermd door hakhoutsingels. Dit zijn brede plantstroken met inheemse boom- en heestersoorten die regelmatig (1x per 6-12 jaar) gefaseerd worden teruggezet, zodat ze weer uitlopen tot een dicht bos. Ook kan hiermee de hoogte gereguleerd kan worden op een landschappelijke manier. Hierdoor ontstaat een landschappelijke sfeer met een belangrijke ecologische waarde. Hiermee worden de recreatiehuisjes en de loods ook ingepast voor het beeld van buitenaf. Bomenrijen Aan de westzijde aan de Goirlesedijk wordt de bomenrij die langs deze weg staat doorgetrokken op het terrein. Dit past goed bij de rechtlijnige structuren in het jong ontginningslandschap. Gekozen is voor een regelmatige afwisseling van zomereik en linde. Deze afwisseling is belangrijk omdat deze meer diversiteit geeft aan het landschap en zorgt dat bv de eikenprocessierups geremd wordt. Aan de noordzijde wordt ook een bomenrij voorgesteld van haagbeuk en fladderiep. Deze soorten bieden ook meer diversiteit in het landschap. Rondom de woning worden ook 2 bomenrijen van lindes voorzien zodat de woning en het nieuwe gebouw worden ingepast.

Solitaire bomen Naast deze bomenrijen is het gehele park nog voorzien van solitaire inheems landschapsbomen om de natuurlijke sfeer te vertewerk en fijn plekjes voorde recreanten te creëren. Ook worden enkele hoogstamfruitbomen en notenbomen aangeplant om een boerderijsfeer te creëren end e belevingswaarde van het park te vergroten voor de bezoekers. Knip- en scheerhagen Aan de voorzijde worden de bomenrijen deel voorzien van knip- en scheerhaag van beuk. Hiermee wordt de bestaande beukenhaag voortgezet. Deze soort pas goed bij de boerderijsfeer. Ook vormt de beukenhaag een afscherming tussen speelplek en parkeerplaats voor de veiligheid maar ook voor de inpassing van de auto’s. Kruidenrijk grasland Aan de noordelijke zijde ligt een sloot. Deze wordt voorzien van een onderhoudsstrook van 3m waarin geen bomen staan en ook wordt deze ingezaaid met kruidenrijk grasmengsel. Deze vormen een waardevolle toevoeging aan de biodiversiteit omdat hier veel insecten kunnen eten en eitje afzetten. Door een inheems meerjarig mengsel in te zaaien en het extensief te maaien en afvoeren zal uiteindelijk een natuurlijke zone ontstaan. Ook aan de zuidelijke punt wordt een kruidenrijk grasland gerealiseerd om het doorzicht te realiseren. Hier wordt een mantel-zoom vegetatie nagestreefd. Zie hiervoor de volgende paragraaf. Deze afwisseling geeft ook een ecologische waarde.

19

1.6

Ecologische waarde nieuwe situatie

Om de ecologische potentie van het gebied zo veel mogelijk te benutten volgt in deze paragaaf een nadere uitwerking van de beplanting. De grootste ecologische waarde wordt bereikt door veel variatie met geleidelijke overgangen aan te brengen. Een strook mantel- en zoomvegetatie (zie afbeelding 29) is hierbij van grote waarde. Wanneer deze zoom op het zuiden is gericht dringt de zon tot diep in de vegetatie. Hierdoor kunnen onder andere vogels, amfibieën en zoogdieren opwarmen in de veilige beschutting van de beplanting. De vegetatie bestaat dan uit een kern, mantel, zoom en kruidenvegetatie. Daar waar niet voldoende ruimte is voor de volledige opbouw kan ervoor gekozen worden om de verschillende onderdelen smaller, deels of juist niet aan te brengen. Met name in de zuidpunt is ruimte om dit toe te passen, maar pleksgewijs is het ook waardevol om het toe te passen bij de hakhoutsingels rondom de huisjes.

Afbeelding 29: een gezonde mantel- en zoomvegetatie zorgt voor een natuurlijke overgang van open naar gesloten

Kern Stevige rijen grote bomen en kleine bosjes in het plangebied bieden schuil- en rustgelegenheid voor diverse vogelsoorten en dienen als migratieroute voor vleermuizen. Een variatie in verschillende soorten inheemse bomen en hoge heesters zorgt voor een hoge ecologische waarde. Volwassen bomen hebben daarnaast een groot positief klimatologisch effect. Ze zorgen ervoor dat de gasten ook tijdens hete zomermaanden comfortabel op de buitenplaats kunnen recreëren. Mantel In deze ondoorzichtige rand komen de hoge struiken tot de onderkant van de boomkronen uit de kern. De ondoordringbaarheid maakt dit natuurdoeltype geschikt voor beschutting en nestgelegenheid voor vogels. De afwisseling aan bloeitijd en vruchtdracht biedt jaarrond voedsel aan insecten en vogels. Zoom Deze zone bestaat uit hoge kruiden, braam en in beperkte mate solitaire struiken. De ruigte zorgt voor schuilgelegenheid voor kleine zoogdieren en vogels en zorgt daarnaast voor voedsel voor insecten en vogels. De ruigte ontstaat door extensief beheer langs de randen van het perceel. kruidenvegetatie Deze laagblijvende begroeiing van grasachtige planten en kleinbloemige kruiden levert een belangrijke bedrage in de lokale nectarvoorziening voor insecten. De kruidenvegetatie kan worden ingezaaid. Voorbeeldsoorten op relatief voedselrijke, zandige gronden zijn:

20

Overige voordelen Het plan zorgt voor een positieve werking op de luchtkwaliteit. De voormalige veehouderij vervuilde de lucht, terwijl de nieuwe vegetatie juist een zuiverende werking heeft. Doordat de locatie dichtbegroeid wordt heeft het ook meer effect dan als dat het landbouwgrond of weiland zou blijven. Nadat op deze locatie historisch gezien de bossen zijn verdwenen is er een ven ontstaan (zie afbeelding 11). Deze brengen wij terug in de vorm van een poel. Deze creëert een geschikte leefomgeving voor amfibieën, libellen. Daarnaast zorgt een poel voor verkoeling. Mogelijk is er een combinatie te maken met het opvangen van regenwater van de guesthouses. Hierdoor wordt het watersysteem minder belast en wordt verdroging tegengegaan.

21

1.7

Referentiebeelden guesthouses

Afbeelding 25: referentiebeelden

De beoogde guesthouses worden opgezet met een natuurlijke uitstraling waarbij afwisseling ontstaat in vorm maar met gebruik van dezelfde kleuren en materialen. Daarnaast is het mogelijk om deze duurzaam op te zetten door sedumdaken, hergebruik van hemelwater e.o. zonnepanelen.

22

1.8

Conclusie

Het inrichtingsplan past uitstekend in het bestaande landschap en biedt kansen om de landschappelijke en ecologische waarde ter plaatse sterk te verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Alle genoemde landschapswaarden blijven behouden en/of worden versterkt: - De ligging in het jong ontginningslandschap wordt versterkt door het beeld van een dicht bosblok en regelmatige bomenrijen. - De ligging aan de rand van een oud akkercomplex wordt versterkt doordat de bosrijke inrichting een groene wand, wat het open gebied aantrekkelijker maakt dan een wand van grootschalige bedrijfsgebouwen. - De waardevolle groenstructuren langs de oude wegen blijven herkenbaar doordat de bosrijke inrichting anders van opbouw is dan deze groenstructuren. Dat wil zeggen halfopen met een mantelzoomvegetatie en organisch van vorm in tegenstelling tot de rechte groenstructuren. - Enkele zichtlijnen vanuit de beslotenheid naar het open omringende landschap worden versterkt door het versterken van het contrast tussen open en besloten waardoor de zichtlijn sterk richting de openheid wordt gestuurd . - De bedrijfsgebouwen worden vervangen door een groene inrichting met kleinschalige vakantiewoningen in een groene inrichting waardoor het gehele gebied landschappelijk en ecologsiche gezien wordt verbeterd en aantrekkelijker wordt.

Er worden ecologische waarden toegevoegd en versterkt: - De lange hoge groenstructuren die door vleermuizen gebruikt kunnen worden voor navigatie blijven behouden. - Het gehele plangebied wordt natuurlijk ingericht met een inheems bos met een mantelzoomvegetatie. Hierdoor ontstaat een kleinschalig mozaiek van besloten bos met open plekjes waar de te verwachten biodiversiteit hoog zal zijn. - De inheemse flora en fauna die zich hier zal gaan ontwikkelen is juist ook voor de recreatieve waarde van groot belang en zullen daarom beschermd worden. Uit het bovenstaande kunnen de volgende antwoorden gegeven worden op de vraagstelling aan het begin van het rapport: -

De locatie is gelegen in een kleinschalig landschap. Is de beoogde situatie passend binnen dit landschap? De locatie ligt op de overgang van twee cultuurhistorische landschapstypen waardoor het in de loop der tijd een wisselend landschapsbeeld heeft gehad. Het valt niet te typeren als kleinschalig landschap, maar eerder als verdicht landschap met enkele robuuste maar grootschalige groenstructuren en enkele open uitzichten. De ingreep sluit hier qua inrichting helemaal op aan. De beoogde situatie is hiermee passend in het landschap en versterkt deze juist ten opzichte van de uitgangssituatie.

-

Op welke wijze wordt rekening gehouden met het open/gesloten landschap? In de analyse wordt aangetoond dat de landschappelijke openheid van het gebied op deze plek geen cultuurhistorische waarde is, omdat deze steeds varieerde in de loop der jaren. Een groene inrichting versterkt echter wel de openheid van het aanliggende oude akkercomplex waardoor in het plangebied juist meer beslotenheid gewenst is.

23

De huidige landschapskarakteristiek is juist een besloten gebied met enkele doorzichten binnenin het besloten gebied. Ook vanuit deze redenatie zou een meer besloten bosrijke inrichting gewenst zijn, maar wel met behoud van enkele doorzichten. Dus de waarden van het open en gesloten landschap zijn onderzocht en optimaal ingezet om versterkt te worden.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17165276/2