Bindend advies Bopa Goirlesedijk 4B (8 aantekeningen inspreken) - geanonimiseerd
Tekst van het document
Toonders I Wijgergans Advocaten
Spreekaantekeninqen commissievergadering 18 juni 2026
Partijen: 1.
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
/
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
2. De raad van de gemeente Hilvarenbeek, de raad;
Aangaande: Het voorstel om een positief bindend advies af te geven over de wenselijkheid voor een aangevraagde omgevingsvergunning aan de Goirlesedijk 4B te Hilvarenbeek, ten behoeve van het omschakelen van een agrarische functie naar een recreatieve functie.
I.
Inleiding
1.1
Vandaag ligt het voorstel aan uw raad voor om een bindend advies te geven met betrekking tot de ontwikkeling van een recreatieve functie van meer dan 100 m2 op het perceel Goirlesedijk 4B te Hilvarenbeek. Uw raad is om een bindend advies gevraagd op de ingekomen aanvraag vooreen Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA).
1.2
Bij het verlenen van een BOPA geldt de verplichting om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL). Dit betekent dat een omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Cliënten zijn van mening dat dit aspect in het onderhavige geval onvoldoende is onderzocht en gemotiveerd. In dat kader wensen cliënten uw raad op het volgende te wijzen.
II.
Onvoldoende onderzoek verricht, waardoor geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gegarandeerd
2.1
Cliënten hebben kennisgenomen van het voorstel dat ter beoordeling aan uw raad voorligt. In randnummer 2.1 wordt verwezen naar de haalbaarheidstoets, waarbij wordt aangegeven dat uw raad een oordeel dient te vormen over de wenselijkheid van het initiatief. Cliënten zijn van mening dat de wenselijkheid van het initiatief mede afhankelijk is van de vraag of de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is en omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Daarbij is van belang dat de beoogde recreatieve functie past binnen het overwegend agrarische karakter van het gebied. Dergelijke onderzoeken hebben tot op heden niet, althans onvoldoende, plaatsgevonden.
2.2
Zo is er geen locatiespecifiek spuitzone-onderzoek verricht. Een dergelijk onderzoek is noodzakelijk, nu de beoogde recreatiewoningen op een aanzienlijk kortere afstand van Pagina 1 van 2
Toonders I Wijgergans Advocaten
aangrenzende agrarische percelen zijn voorzien dan de in de rechtspraak in beginsel gehanteerde richtafstand van 50 meter. Vaststaat dat tot op heden geen locatiespecifiek spuitzone-onderzoek naar de gevolgen van gewasbeschermingsmiddelen en de daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s heeft plaatsgevonden. 2.3
Het feit dat de recreatiewoningen steeds maartijdelijk door verschillende personen in gebruik worden genomen, ontslaat het bevoegd gezag niet van de verplichting om in casu een locatiespecifiek spuitzone-onderzoek te verrichten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft namelijk bepaald (ECLI:NL:RVS:2018:865) dat recreatiewoningen gevoelige objecten zijn. Er moet dus rekening worden gehouden met het risico op gezondheidsschade voorde gebruikers van de recreatiewoningen.
2.4
In casu wordt de locatie aan alle zijden omringd door agrarische percelen. Anders dan in de ‘Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ wordt gesteld, is daarbij niet het feitelijke gebruik van deze percelen doorslaggevend, maar de planologische mogelijkheden die ter plaatse zijn toegestaan. Bij de beoordeling dient daarom te worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden, waaronder het telen van gewassen waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, ongeacht het huidige gebruik van de gronden (ECLI:NL:RVS:2025:4407).
2.5
Nu het voorgenomen initiatief is beoogd binnen de 50 meter zone, geldt dat er hoge eisen worden gesteld aan de onderbouwing van een kleinere afstand. Deze onderbouwing ontbreekt echter in deze zaak. Het is alleen mogelijk die afstand te verkleinen als daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek (ECLI:NL:RVS:2016:855). Dit onderzoek moet aantonen dat de volksgezondheid en het milieu voldoende beschermd blijven (ECLI:NL:RVS:2022:3303 en ECLI:NL:RVS:2024:1973). Nu bij de verlening van een BOPA moet worden voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, had beoordeeld moeten worden of voldoende afstand wordt aangehouden tussen de omliggende agrarische bedrijvigheid en de beoogde recreatieve functie. Nu een dergelijke beoordeling ontbreekt, is onvoldoende onderbouwd dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd.
2.6
Verder is ten onrechte geen geur- en geluidonderzoek verricht. Hoewel een recreatiewoning in beginsel niet als geluidgevoelig object wordt aangemerkt, dient wel te worden beoordeeld of ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (ECLI:NL:RVS:2019:1431). Nu een dergelijke beoordeling ontbreekt, biedt de onderbouwing onvoldoende grond voor de conclusie dat de aspecten geur en geluid geen belemmering vormen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
III.
Conclusie
3.1
Gelet op het voorgaande zijn cliënten van mening dat op basis van de huidige motivering niet kan worden geconcludeerd dat het initiatief wenselijk is. Op meerdere punten ontbreekt nader onderzoek, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de verplichting te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zolang niet is aangetoond dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd, bestaat onvoldoende grond om medewerking aan het initiatief te verlenen. Cliënten verzoeken uw raad dan ook een negatief advies uitte brengen. Pagina 2 van 2