Bestemmingsplan Vroonacker IV (9p Bijlage 15 bij toelichting Inschatting GWB nieuwe woonwijk Hilvarenbeek)
Tekst van het document
Inschatting over het gebruik van gewas– beschermingsmiddelen rondom nieuwe woonwijk Hilvarenbeek Rapport Alice Blok, Peter Leendertse, Anne Hage
CLM-1219 Maatschappij
Onderzoeken
Dit is een rapportage van CLM Onderzoek en Advies December, 2024 CLM-publicatienummer: 1219 Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek Auteurs: Alice Blok, Peter Leendertse, Anne Hage Foto omslag: Luchtfoto met ruimte voor bebouwing (Freepik.com)
CLM Onderzoek en Advies Gutenbergweg 1 4104 BA Culemborg Postbus 62 4100 AB Culemborg www.clm.nl 0345 470 700
Inschatting over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rondom nieuwe woonwijk Hilvarenbeek
INHOUD
1.
Inleiding
4
2.
Werkwijze
5
2.1 Inzicht in het perceelgebruik 2.2 Inzicht in de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen
5 5
3.
overzicht teelten
7
3.1 Overzicht teelten 3.2 Inschatting teelten
7 7
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Perceel 4 Perceel 5 en 6 Perceel 7 en 9 Perceel 8
9 9 9 9
4. Toepassing van middelen
10
4.1 Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in gewassen veehouderij
10
4.1.1 4.1.2
Gewasbeschermingsmiddelen grasland Gewasbeschermingsmiddelen snijmais
4.2 Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in gewassen akkerbouw 4.2.1 4.2.2 4.2.3
5.
Gewasbeschermingsmiddelen aardappelen Gewasbeschermingsmiddelen suikerbieten Gewasbeschermingsmiddelen uien
Verdieping van percelen 1-3
10 10
11 11 12 12
13
6. Discussie
16
6.1 Conclusies
16
6.1.1 6.1.2
Inschatting teelten Inschatting toepassing gewasbeschermingsmiddelen
16 16
6.2 Aanbevelingen
17
Referenties
18
3
1. INLEIDING
De gemeente Hilvarenbeek realiseert momenteel een nieuwe woonwijk aan de buitenrand van de bebouwde kom, nabij enkele landbouwpercelen. De gemeente heeft als plicht een veilige woonomgeving te garanderen en wil daarom zeker weten dat er op de nabijgelegen percelen geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Deze rapportage is bedoeld om het bestemmingsplan te onderbouwen, door inzicht te bieden in de kans dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en daarmee eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen bij bewoners te voorkomen. De gemeente Hilvarenbeek heeft CLM gevraagd om een inschatting te maken van de kans op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de percelen rondom de nieuwe woonwijk ter onderbouwing van hun bestemmingsplan. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en vooral de hoeveelheid ervan is afhankelijk van het gewas dat geteeld wordt en de ziekten en plagen die in het gewas voorkomen. Om een inschatting te kunnen maken van de kans op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, is het dan ook van belang om de teelten en de teeltwisseling inzichtelijk te maken. Aan de hand van de aanwezige teelten kan de kans dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en in welke hoeveelheid worden ingeschat. In deze rapportage maken we inzichtelijk welke teelten er hebben plaatsgevonden op de nabijgelegen percelen in de periode 2014-2024.
Daarnaast maken we een inschatting van de kans dat er gewasbeschermingsmiddelen op de betreffende percelen worden gebruikt. Voor verschillende omliggende percelen is de gemeente al in gesprek met de betreffende eigenaren, om te verkennen of het mogelijk is deze percelen te beheren zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn er een drietal kleine percelen, die momenteel niet agrarisch beheerd worden. Voor deze percelen maken we een aparte inschatting van de kans dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
4
2. WERKWIJZE
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de data worden verzameld en geanalyseerd. Het betreft het verzamelen van de perceelinformatie en de inschatting van het gemiddelde gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per teelt.
2.1
Inzicht in het perceelgebruik
Voor een inschatting van de teelten die de afgelopen tien jaar op de percelen hebben gestaan, maken we gebruik van Boer & Bunder1. Dit is een applicatie die alle landbouwgrond in Nederland weergeeft, inclusief aanvullende informatie. Boeren zijn verplicht jaarlijks een opgave van al hun percelen in te dienen bij de overheid. De open data hiervan worden weergegeven in de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP), bestaande uit de locatie van de landbouwpercelen met daaraan gekoppeld het geteelde gewas. Boer & Bunder gebruikt deze open data voor het inzichtelijk maken van de teelten. Percelen die niet in de BRP staan -en dus evenmin in Boer & Bunder- worden niet voor agrarische doeleinden gebruikt.
2.2 Inzicht in de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt vaak weergegeven in kilogrammen werkzame stof2 en in milieubelastingpunten3. Het aantal kilogrammen werkzame stof geeft inzicht in de hoeveelheid toegepaste gewasbeschermingsmiddelen. Milieubelastingpunten geven een indicatie van het milieurisico van de gewasbeschermingsmiddelen.
https://boerenbunder.nl Werkzame stof: een gewasbeschermingsmiddel bevat één of meer werkzame stoffen. Dit zijn de actieve delen in het middel die zorgen voor het gewenste effect. 3 Milieubelastingpunten: punten die worden toegekend aan elk gewasbeschermingsmiddel en hun risico voor het milieu via de CLM-milieumeetlat. De hoeveelheid punten geeft aan hoe groot het risico is. De punten worden toegekend voor waterleven (in de sloot), bodemleven en grondwater. 1
2
5
Voor deze rapportage is de vraag een inschatting te geven van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de nabije omgeving van de nieuwe woonwijk. Daarom richten wij ons hier op de hoeveelheid werkzame stof. Binnen de gewasbeschermingsmiddelen onderscheiden we de toepassing van herbiciden (tegen onkruiden), insecticiden (tegen plaaginsecten) en fungiciden (tegen ziekten, zoals schimmels). Dit zijn de voornaamste categorieën die toegepast worden. We maken gebruik van de beschikbare BedrijvenInformatieNet (BIN)gegevens via Agrimatie. BIN werkt met toewijzing van middelen naar gewassen op basis van facturen van gewasbeschermingsmiddelen4. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft ook cijfers over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, maar die zijn verkregen op basis van een enquête waarvan de resultaten een onderschatting vormen. Ook dateren de meest recente CBS-cijfers uit 2020. Die cijfers zijn minder nauwkeurig en minder recent. In een eerdere studie (Leendertse et al. 2024) is het gebruik in BIN vergeleken met het gebruik in het stimuleringsprogramma Schoon Water voor Brabant. CLM is projectleider van dit programma dat zich richt op het verminderen van emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar grond- en oppervlaktewater. In het Schoon Water programma vindt ook registratie van gebruik plaats.
Als check op de BIN gegevens geven we bij de resultaten aan hoe BIN en Schoon Water zich tot elkaar verhouden.
Aandachtspunt bij de BIN-gegevens is dat de telers vaak al een aantal jaren registreren als deelnemer aan het BIN boekhoudnet en ook jaarlijks overzichten ontvangen. Op basis van dit inzicht besteden sommige deelnemers mogelijk meer aandacht aan vermindering van gebruik. Het gemiddelde gebruik van alle telers in Brabant kan daarom hoger liggen.
4
6
3. OVERZICHT TEELTEN
Welke gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet -en hoeveel- is afhankelijk van de teelt. Daarom is het belangrijk om te weten welke gewassen er geteeld worden rondom de nieuwe woonwijk. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de teelten op de betreffende percelen vanaf 2014.
3.1
Overzicht teelten
Figuur 3.1 laat zien welke gewassen er in 2024 rondom de nieuwe woonwijk geteeld werden. In 2024 waren dit consumptieaardappelen, snijmais en grasland. Tabel 3.1 geeft aanvullende informatie over de percelen, over de periode van 2014 tot en met 2024. Naast de al genoemde gewassen in 2024 zijn in deze periode ook nog suikerbieten en zaaiuien geteeld. Percelen 1, 2 en 3 staan wel op de kaart, maar zijn niet zichtbaar in de tabel. Dat komt omdat de perceelinformatie niet beschikbaar is in het BRP en daarmee ook niet op Boer & Bunder. In H5 staat verdere informatie over deze percelen weergegeven. Dit betekent dat deze percelen niet voor agrarische doeleinden worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor perceel 6 in de periode 2021-2023. Over deze periode is geen informatie beschikbaar, wat betekent dat in deze jaren op dit perceel geen gewas werd geteeld.
3.2 Inschatting teelten Afhankelijk van de gewasrotatie op de desbetreffende percelen (zie tabel 3.1) kan een inschatting worden gemaakt welke teelten er de komende jaren zullen staan. Dit wordt hieronder per perceel kort toegelicht.
7
Figuur 3.1 Overzicht van de percelen -inclusief gewassen- in 2024, nabij de toekomstige woonwijk. Bron: Boer&Bunder.
Tabel 3.1
Overzicht van de gewashistorie per perceel in 2014-2024. Bron: Boer&Bunder
Jaar 2024
Perceel 4 Grasland
Perceel 5 Aardappelen
Perceel 6 Aardappelen
Perceel 7 Grasland
Perceel 8 Maïs
Perceel 9 Maïs
2023
Grasland
Maïs
-
Grasland
Aardappelen
Maïs
2022
Grasland
Maïs
-
Grasland
Maïs
Maïs
2021
Grasland
Aardappelen
-
Grasland
Maïs
Maïs
2020
Grasland
Maïs
Maïs
Grasland
Maïs
Maïs
2019
Bieten
Bieten
Maïs
Grasland
Maïs
Maïs
2018
Grasland
Maïs
Maïs
Grasland
Maïs
Maïs
2017
Maïs
Aardappelen
Aardappelen
Grasland
Aardappelen
Maïs
2016
Uien
Uien
Uien
Grasland
Maïs
Maïs
2015
Maïs
Maïs
Maïs
Grasland
Maïs
Maïs
2014
Maïs
Maïs
Maïs
Grasland
Maïs
Maïs
8
3.2.1 Perceel 4 Op perceel 4 hebben tot en met 2019 verschillende gewassen gestaan, met overwegend mais. De afgelopen vijf jaar (2020-2024) stond er gras. Naar verwachting zal dit de komende jaren zo blijven. 3.2.2 Perceel 5 en 6 Op perceel 6 heeft tussen 2021 en 2023 geen gewas met agrarische bestemming gestaan. In de voorgaande jaren was de gewasrotatie redelijk gelijk aan perceel 5. Bovendien liggen de percelen naast elkaar (zie figuur 3.1). In voorgaande jaren werden er eenmalig zaaiuien (perceel 5 én 6) en suikerbieten (enkel perceel 5) geteeld. Naar verwachting zal een vergelijkbare vruchtwisseling plaatsvinden als voor perceel 6. Voornamelijk mais en eens per drie jaar aardappelen5. 3.2.3 Perceel 7 en 9 Op perceel 9 staat al sinds 2014 mais, dit zal naar verwachting niet veranderen. Hetzelfde geldt voor perceel 7. Op perceel 7 staat blijvend grasland, dit zal naar verwachting ook niet veranderen. 3.2.4 Perceel 8 Op perceel 8 staat overwegend mais, met consumptieaardappelen als belangrijk gewas. Aardappelteelt is alleen eens in de drie jaar toegestaan op hetzelfde perceel, omdat de kans op bodemziekten te groot is bij een kortere rotatie. De verwachting voor de komende jaren is vergelijkbaar met de voorgaande jaren: Nog minimaal twee jaar mais en daarna aardappelen.
Voor akkerbouwers zijn aardappelen bedrfijfseconomisch gezien een belangrijk Aardappelen mogen echter slechts één keer per drie jaar op hetzelfde perceel worden geteeld vanwege het risico op bodemziekten.
5
9
4. TOEPASSING VAN MIDDELEN
Voor de aanwezige teelten rondom de nieuwe woonwijk is het van belang dat er een inschatting wordt gemaakt van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van en een toelichting op het gemiddelde gebruik per teelt.
4.1
Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in gewassen veehouderij
In de basis worden gewasbeschermingsmiddelen in alle teelten toegepast. In biologische geteelde gewassen worden geen (chemische) gewasbeschermingsmiddelen toegepast. In gewassen die worden geteeld voor (melk)vee (gras en mais) worden relatief weinig gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Overzichtstabel 4.1 geeft dit ook weer. Tabel 4.1 laat voor Nederland per teelt de gemiddelde hoeveelheid werkzame stof per hectare zien. 4.1.1 Gewasbeschermingsmiddelen grasland In 2022 is het aantal kilogrammen werkzame stof dat is toegepast in grasland gemiddeld 0,14 kg/ha (Binternet, 2024). In Schoon Water voor Brabant (t/m 2020) zien we een nog lager verbruik (Leendertse et al. 2024). Tabel 4.1 laat zien dat, in vergelijking met akkerbouwgewassen, dit lage hoeveelheden zijn. Dit komt omdat in grasland het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend plaatsvindt om onkruid te bestrijden (met herbiciden). De toepassing van herbiciden gebeurt bovendien regelmatig pleksgewijs. Dat houdt in dat er enkel gespoten wordt op de plekken waar onkruid aanwezig is. Grote delen van het grasland blijven dan onbespoten. 4.1.2 Gewasbeschermingsmiddelen snijmais In 2022 is het aantal kilogrammen werkzame stof dat is toegepast in snijmais gemiddeld 0,83 kg/ha (Binternet, 2024). In Schoon Water voor Brabant (t/m 2020) zien we een nog lager verbruik (Leendertse et al. 2024).
Tabel 4.1 laat zien dat, in vergelijking met akkerbouwgewassen, dit lage hoeveelheden zijn.
10
Dit komt doordat in snijmais het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend plaatsvindt om onkruid te bestrijden (met herbiciden).
Tabel 4.1
2022 2021 2020 2019 2018 2017
Overzicht van de gemiddelde hoeveelheid werkzame stof (kg/ha) dat toegepast wordt per teelt. Blauw: <1 kg/ha. Oranje: tussen 1-2 kg/ha. Rood: >2 kg/ha. Bron: Binterest (www.agrimatie.nl)
Grasland 0,14 0,21 0,22 0,29 0,27 0,30
Snijmais 0,83 0,95 0,89 0,91 1,10 1,16
Aardappelen 10,12 13,56 14,38 13,6 14,47 15,48
Suikerbieten 5,78 5,31 5,2 5,86 5,21 5,17
Uien 7,53 13,5 14,53 15,56 14,2 17,33
4.2 Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in gewassen akkerbouw In de basis worden gewasbeschermingsmiddelen in alle gangbare teelten toegepast. Akkerbouwgewassen zijn over het algemeen ‘intensieve teelten’. Oftewel, teelten waarin relatief veel gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Overzichtstabel 4.1 geeft dit ook weer. Uitzondering vormen de biologische teelten. In deze teelten zijn chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. In de biologische teelten vindt soms toepassing plaats van biologische middelen. Merendeel van deze middelen hebben een laag risico voor mens en milieu. 4.2.1 Gewasbeschermingsmiddelen aardappelen De aardappelteelt in de percelen rondom de nieuwe woonwijk betreft de teelt van consumptieaardappelen. In de teelt van consumptieaardappelen worden (evenals in de teelt van zetmeelaardappelen) minder gewasbeschermings-middelen gebruikt dan in de pootaardappelteelt. Van de intensieve teelten is aardappel een gewas waarbij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen aan de hoge kant ligt. In 2022 is het aantal kilogrammen werkzame stof dat is toegepast in consumptieaardappelen gemiddeld 10,12 kg/ha (Binternet, 2024). Vanuit de registraties in Schoon Water voor Brabant (Leendertse et al. 2024) zien we een iets lager verbruik. De werkzame stoffen betreft voornamelijk fungiciden, herbiciden en overige middelen.
In kleinere hoeveelheden worden ook insecticiden en nematiciden gebruikt. De hoeveelheid varieert per jaar,
11
afhankelijk van de plaag- en ziektedruk. In 2024 was een hoge ziektedruk en de verwachting is dat het gebruik in dit jaar sterk verhoogd zal blijken. 4.2.2 Gewasbeschermingsmiddelen suikerbieten In 2022 is het aantal kilogrammen werkzame stof dat is toegepast in suikerbieten gemiddeld 5,78 kg/ha (Binternet, 2024). Dit zijn voornamelijk fungiciden en herbiciden. Vanuit Schoon Water voor Brabant zien we een stijging in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de suikerbietenteelt. Dit komt met name doordat er vaker gespoten wordt tegen schimmels. Wat betreft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is de suikerbietenteelt de afgelopen jaren intensiever geworden vanwege de toename van schimmels. 4.2.3 Gewasbeschermingsmiddelen uien In 2022 is het aantal kilogrammen werkzame stof dat is toegepast in zaaiuien gemiddeld 7,35 kg/ha (Binternet, 2024). Dit is een sterke daling ten opzichte van voorgaande jaren en zit voornamelijk in een verbod op het fungicide met de werkzame stof ‘mancozeb’. De gebruikte gewasbeschermingsmiddelen in de zaaiuien zijn voornamelijk fungiciden, herbiciden en overige middelen. In kleinere hoeveelheden worden ook insecticiden en nematiciden gebruikt.
12
5. VERDIEPING VAN PERCELEN 1-3
Dit hoofdstuk beschrijft een specifieke inschatting voor de kans op gebruik van middelen op de percelen 1-3 (zie figuur 5.1). Dit zijn kleine percelen die niet agrarisch worden beheerd. Deze inschatting is ter onderbouwing van het bestemmingsplan, door inzicht te bieden in de kans op gewasbeschermingsmiddelengebruik en daarmee eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen bij bewoners.
Percelen 1-3 staan niet in de BRP en dus ook niet in Boer & Bunder. De BRP bestaat uit de locatie van landbouwpercelen in Nederland, inclusief het geteelde gewas. De gebruikers van landbouwpercelen moeten jaarlijks de gewaspercelen intekenen en daarbij ook de informatie over het geteelde gewas noteren.6 Boer & Bunder gebruikt deze informatie. Omdat genoemde percelen niet vermeld staan in de BRP -noch in Boer & Bunder- betekent dit dat ze niet officieel voor agrarisch gebruik zijn opgegeven (in ieder geval sinds 2005). Op deze percelen mogen dan ook geen professionele gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast.
Figuur 5.1 Overzicht van percelen 1-3 en de nabij (toekomstige) woonwijk.
Daarnaast is vanuit de Raad van State aangegeven (onder andere in een uitspraak in 2015), dat een spuitvrijezone van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid als uitgangspunt kan gelden, waardoor het op
https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/b812a145-b4fe-43318dc6-d914327a87ff 6
13
kleine percelen (zoals percelen 1-3) niet aannemelijk is om gewasbeschermingsmiddelen toe te passen. Met behulp van Google Street View hebben wij ook nog opnamen gemaakt van de drie percelen (zie figuur 5.2). Deze opnamen laten, voornamelijk op perceel 1 en 3, natuurgrasland zien.
Figuur 5.2 Percelen 1-3 van boven naar beneden. Bron: Google Street View, sep. 2023
14
Perceel 2 is net gemaaid, waardoor het type grasland lastig waar te nemen is. Natuurgrasland bevat verschillende soorten grassen en kruiden, wat veelal ook duidt op nauwelijks tot geen toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Dit mag ook niet, gezien de percelen niet in de BRP zijn meegenomen. De opnamen bieden een aanvullende onderbouwing dat de percelen niet agrarisch beheerd worden.
15
6. DISCUSSIE
Dit hoofdstuk geeft de conclusies en aanbevelingen ten aanzien van de kans dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt rondom de nieuwe woonwijk. Deze conclusies kunnen worden gebruikt in de onderbouwing van het bestemmingsplan, door inzicht te bieden in de kans op gewasbeschermingsmiddelengebruik en daarmee eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen bij bewoners.
6.1
Conclusies
Hieronder volgen de conclusies met betrekking tot de verwachtte teeltrotatie en de kans op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor de percelen nabij de nieuwe woonwijk. 6.1.1 Inschatting teelten Naar verwachting zal er de komende jaren op de percelen nabij de nieuwe woonwijk overwegend snijmais en grasland geteeld worden. Tussendoor zal dat waarschijnlijk worden afgewisseld met consumptieaardappelen. Er bestaat altijd een mogelijkheid dat er ook zaaiuien en suikerbieten (of andere gewassen) worden geteeld. Gezien de gewasrotatie van de afgelopen tien jaar op de betreffende percelen wordt de kans daarop klein geacht. 6.1.2 Inschatting toepassing gewasbeschermingsmiddelen Percelen 1-3 zijn niet geregistreerd als landbouwpercelen in de BRP. Het kaartje met de percelen is weergegeven in hoofdstuk 3 (figuur 3.1) en in hoofdstuk 5 (figuur 5.1). Op deze percelen mogen dan ook geen professionele gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Voor de overige percelen is de kans groot dat wel gewasbeschermings0middelen worden gebruikt. Het kaartje met de percelen is weergegeven in hoofdstuk 3 (figuur 3.1). De akkerbouwgewassen -waaronder aardappelen, suikerbieten en uien- zijn intensieve teelten waarin over het algemeen relatief veel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
16
In grasland en snijmais ligt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelenlager, maar worden wel middelen (herbiciden) toegepast.
6.2 Aanbevelingen Om het telen van gewassen zonder gewasbeschermingsmiddelen te realiseren op de percelen nabij de woonwijk, is het meest logisch om de gewassen biologisch7 te verbouwen volgens het SKAL-keurmerk. Indien dit niet is te realiseren, dan gaat de voorkeur uit naar het verbouwen van gewassen die relatief eenvoudig zonder gewasbeschermingsmiddelen geteeld kunnen worden, zoals gras en mais. Grasland en snijmais kunnen zonder gewasbeschermingsmiddelen worden geteeld door onkruid te voorkomen door goed graslandbeheer en door mechanische onkruidbestrijding. Dit is goed mogelijk in deze teelten, maar vergt wel een aanpassing in de bedrijfsvoering. Mechanische onkruidbestrijding is namelijk arbeidsintensiever en kan dus -afhankelijk van de onkruiddruk- meer werk voor de ondernemer opleveren. Ook is een succesvolle uitvoering van mechanische onkruidbestrijding weersafhankelijk. Bij te natte omstandigheden kan dit lastig zijn. Voor de akkerbouwgewassen -aardappelen, suikerbieten en uien- is het (momenteel nog) niet haalbaar om gangbaar (niet biologisch) zonder gewasbeschermingsmiddelen een goede teelt en opbrengst te behalen.
Biologische teelt volgens het SKAL keurmerk betekent dat het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en van kunstmest niet is toegestaan.
7
17
REFERENTIES Afdeling bestuursrechtspraak RvS. 17 mei 2015. ECLI:NL:RvS: 2015: 1698 Blok, A. R., Folkersma, M. Hogendoorn, C. Rougoor, J. van Vliet, P.C. Leendertse, en N. Krassenberg (2021) Schoon Water voor Brabant-rapportage over 2020-. CLM rapport, publicatienummer 1085. CLM, Culemborg. Leendertse, P.C., E. Vermeulen, R. Folkersma, H. Bosland, J. Jager, B. Smit, V. Boer en R. Hoijtink (2024) Milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen in Noord-Brabant. CLM rapport, publicatienummer 1091. CLM, Culemborg.
18
CLM Onderzoek en Advies Postadres Postbus 62 4100 AB Culemborg Bezoekadres Gutenbergweg 1 4104 BA Culemborg T 0345 470 700 www.clm.nl
Laat het goede groeien.