CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Vroonacker IV (9k bijlage 10 bij toelichting Quickscan natuurwetgeving)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Vroonacker IV7.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Natuurwetgeving Vroonackers IV te Diessen

Quickscan Natuurwetgeving Vroonackers IV te Diessen

Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM22580 : Definitief (versie 1) : 16 mei 2023

Opdrachtgever

: Ordito B.V. Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze

Opgesteld door

: R. Rijnders BSc | ir. J.P.M Hovens

Gecontroleerd door

: ing. J.M.G. Reuver

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

AM21605

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WET- en REGELGEVING ....................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden .............................................................................................................................................5

2.3

Natuurnetwerk Nederland..........................................................................................................................................................................5

2.4

Beschermde planten en dieren ................................................................................................................................................................6

3.

WERKWIJZE ...........................................................................................................................................................................................................8 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ........................................................................................................................8

3.2

Werkwijze quickscan ....................................................................................................................................................................................8

4.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ............................................................................................................................................................ 10 4.1

Beschrijving plangebied .......................................................................................................................................................................... 10

4.2

Natura 2000-gebieden ............................................................................................................................................................................. 11

4.3

Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................................................................................... 11

4.4

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 12

5.

MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN ....................................................................................................... 17 5.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 17

5.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 17

5.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 17

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 20 6.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 20

6.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 20

6.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 20

LITERATUUR ..................................................................................................................................................................................................................... 23

Bijlage: 1

Toelichting per beschermingsregime

AM21605

Pagina | 3

1. INLEIDING In opdracht van Ordito B.V. heeft Aeres Milieu B.V. in samenwerking met Faunaconsult B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Westerwijk ong. en Deusonelaan ong. te Diessen

Gemeente

: Hilvarenbeek

Kadastrale registratie

: Hilvarenbeek, sectie P, nummers 701 (ged.), 705, 706, 769, 771, 772, 773 (ged.) 777, 1218 (ged.), 2798, 2799 (ged.), 2960 (ged.), 2990, 2991, 2992 en; Diessen, sectie C, nummers 5319, 5320, 6062 en 6063.

Oppervlakte

: circa 77000 m2

Huidige bestemming

: Agrarisch

Toekomstige bestemming

: Wonen en agrarisch

Voor nieuwbouwproject Vroonackers IV vindt in het plangebied nieuwbouw plaats van ongeveer 140 woningen. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

Doel en status van dit document Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

AM21605

Pagina | 4

2. WET- en REGELGEVING 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Floraen faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Verder verandert er voor Natura 2000-gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000-gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000-gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: AM21605

Pagina | 5

•

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

•

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

•

landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

•

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

•

alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime):

-

Vogels

alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken;

-

Internationaal beschermde soorten

alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb);

AM21605

Pagina | 6

-

Overige beschermde soorten

soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.

AM21605

Pagina | 7

3. WERKWIJZE 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

Een bijgebouw bij Deusonelaan 13 en een tweetal houten schuren worden gesloopt. De vegetatie in het plangebied wordt waar nodig verwijderd. Hiertoe worden ook enkele bomen gekapt. De rechtlijnige watergangen aan de noordzijde van Westerwijk 4 worden omgevormd tot een meanderende watergang. In het plangebied worden vervolgens ongeveer 140 woningen gerealiseerd met bijbehorende tuinen. Verder wordt er nieuwe verharding en openbaar groen aangelegd. Zie figuur 3.1 voor een schets van de voorgestane situatie.

Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie.

3.2

Werkwijze quickscan

Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 18 april 2023 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied en de omgeving ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied een geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. De te slopen gebouwen zijn onderzocht met behulp van een ladder, boomcamera en zaklamp. De sloten zijn bemonsterd met een steeknet van 70cm breed. AM21605

Pagina | 8

Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

AM21605

Pagina | 9

4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN 4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op pagina 2) ligt aan de westelijke rand van Diessen. De omgeving ten noorden, westen en zuiden van het plangebied is overwegend ingericht met weilanden/akkers en enkele bedrijven. Ten oosten van het plangebied bevinden zich woningen. Het plangebied zelf bestaat hoofdzakelijk uit akkers/weilanden. Verder bevindt zich in het plangebied een bijgebouw bij Deusonelaan 13 en een tweetal houten schuurtjes. Enkele gebouwen die behoorden bij de veehouderij aan Westerwijk 4 zijn reeds gesloopt. Hiervoor is in 2020 een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd (van Zeeland & van Sleeuwen, 2020).

Figuur 4.1. Het plangebied (rood omlijnd) met het bijgebouw bij Deusonelaan 13 (geel omcirkeld), twee houten schuurtjes (blauw omcirkeld), de gebouwen bij de veehouderij aan Westerwijk 4 die reeds zijn gesloopt (wit omlijnd), de steenuilennestkast (groen omcirkeld), de boom met holtes (roze omcirkeld) en de locatie van de mogelijke buizerdnesten (wit omcirkeld).

AM21605

Pagina | 10

4.2

Natura 2000-gebieden

In tabel 4.2. is een overzicht weergegeven van de Nederlandse (NL) en Belgische (BE) Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van de natura 2000 gebieden binnen een afstand van 10 km van het plangebied.

Natura 2000 gebieden Kempenland-West (NL)

Afstand tot plangebied (km) 0,8

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (BE)

6,3

Kampina & Oisterwijkse Vennen (NL)

8,1

Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (BE)

9,0

Regte Heide & Riels Laag (NL)

9,2

Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden (rood en blauw gearceerd). Bron: Natura 2000 Network Viewer.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Op zo’n 435 meter ten westen van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN); zie figuur 4.3). Het betreft hier een grasland, met het beheertype ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. Overige NNB delen liggen op grotere afstand van het plangebied.

AM21605

Pagina | 11

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNB (gekleurde delen). Bron: Provincie Noord-Brabant.

4.4

Beschermde planten en dieren

Zoogdieren en vogels Het bijgebouw bij Deusonelaan 13 bevat een pannendak met dakbeschot. De kopgevels zijn afgestreken met specie. Gierzwaluwen hebben hier geen toegang tot de ruimte onder de pannen. Tijdens het veldbezoek is er onder de onderste rijen dakpannen gezocht naar vogelnesten en deze waren afwezig. Huismussennesten zijn dus afwezig. Huismussen zijn ook niet tijdens het veldbezoek waargenomen of gehoord. Vogelschroot en dakgoten zijn afwezig. Vleermuizen kunnen daardoor via de onderzijde van het dak onder de pannen kruipen (zie figuur 4.4.1). Ook is er voldoende ruimte aanwezig tussen de specie en de gevelpannen, zodat vleermuizen onder het dak kunnen kruipen en mogelijk de spouw kunnen bereiken (zie figuur 4.4.3). De twee houten schuurtjes zijn geheel enkelwandig. Vogelnesten of vleermuisverblijven zijn hier afwezig. Steenmarteruitwerpselen zijn nergens in het plangebied waargenomen.

AM21605

Pagina | 12

Figuur 4.4.1. Vogelschroot is afwezig waardoor vleermuizen onder de pannen kunnen kruipen.

Figuur 4.4.3. Tussen de specie en gevelpannen is ruimte aanwezig waardoor vleermuizen de ruimte onder de dakpannen kunnen bereiken en mogelijk ook de spouw.

Tijdens het veldbezoek werden de koolmees, zwartkop, houtduif, tjiftjaf, vink, witte kwikstaart, putter, merel, fitis, spreeuw, zwarte kraai, heggenmus, kneu, appelvink en graspieper waargenomen. De bomen en overige vegetaties in het plangebied bevatten echter geen (roof)vogelnesten of eekhoornnesten. Wel bevindt zich in een boom direct ten zuiden van het bijgebouw bij Deusonelaan 13 een steenuilennestkast (zie figuur 4.4.4). AM21605

Pagina | 13

De bewoonster van Deusonelaan 13 liet weten dat er 2 jaar geleden succesvol in is gebroed door de steenuil maar dat ze niet weet of de kast ook dit jaar bewoond is. Daarnaast liet ze weten regelmatig steenuilen te horen in de omgeving. Het is daardoor aannemelijk dat het plangebied fungeert als foerageergebied voor de steenuil. Omdat het veldbezoek plaatsvond in de periode dat broedende steenuilen doorgaans op eieren zitten (op dat moment zijn ze zeer makkelijk te verstoren) is de steenuilennestkast niet geïnspecteerd. Het is dus mogelijk dat de nestkast door steenuilen als nest wordt gebruikt. In het bosje ten zuiden van het plangebied bevinden zich twee grote vogelnesten (qua grootte te oordelen betreft het hier mogelijk buizerd). Het bosje was tijdens het veldbezoek niet toegankelijk. Hierdoor was nadere inspectie niet mogelijk. Het is dus mogelijk dat er één of twee buizerdnesten aanwezig zijn (zie figuur 4.1). Het is daarnaast uiteraard mogelijk dat er tijdens het broedseizoen algemene vogelsoorten als de merel of graspieper in de opgaande vegetaties of de graslanden/akkers gaan broeden. De bomen in het plangebied bevatten geen holtes waardoor het voorkomen van boom-bewonende vleermuissoorten en in het plangebied is uitgesloten. Net buiten het plangebied bevindt zich wel een boom met holtes (zie figuren 4.1 en 4.4.5).

Deze bevonden zich te hoog in de boom om te inspecteren. Mogelijk fungeert de boom als vleermuizenverblijf; de boom blijft echter behouden. Hoog opgaande, lijnvormige vegetaties die kunnen dienen als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen zijn afwezig. Dassenburchten, -wissels, snuitputjes etc. zijn afwezig. Voor kleine marterachtigen, zoals de wezel, is het plangebied ongeschikt vanwege onvoldoende beschutting. Algemene zoogdieren als de veldmuis en bosmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen.

Figuur 4.4.4. De steenuilennestkast in een boom bij Deusonelaan 13.

AM21605

Pagina | 14

Figuur 4.4.5. Een boom met holtes net buiten het plangebied.

Amfibieën, reptielen en overige diersoorten Water is aanwezig in het plangebied in de vorm van een sloot. Tijdens de steeknetinventarisatie zijn geen amfibieën eiersnoeren of vissen waargenomen. Daardoor, en vanwege de aanwezige biotoop in het plangebied, zijn strenger beschermde amfibieënsoorten niet in het plangebied te verwachten. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. Reptielen zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen en de aanwezige biotopen zijn ook niet geschikt als habitat voor dergelijke soorten. In het plangebied zijn geen geschikte opwarmplaatsen aanwezig, zoals stenen, muurtjes of woelplekken van hoefdieren. Daarnaast is de vegetatie in het plangebied soortenarm en zijn er vrijwel geen nectarplanten en luwte aanwezig. Waardplanten voor beschermde (nacht)vlinders zijn niet aangetroffen en de rugstreeppad is de laatste 20 jaren niet in de kilometerhokken in en rond het plangebied waargenomen. Reptielen, vlinders en andere soortgroepen, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn daarom niet te verwachten in het plangebied.

Planten In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als zomereik, esdoorn, berk, gewone vlier, hulst, akkerdistel, smalle weegbree, klimop, kleine maagdenpalm, blauw druifje, echte kamille, gewone reigersbek, winterpostelein, kleefkruid, vogelmuur, paardenbloem, witte klaver, ridderzuring, grote brandnetel, paarse dovennetel, speenkruid en bosanemoon. Tabel 4.4 geeft een overzicht van de beschermde soorten die (mogelijk) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben.

AM21605

Pagina | 15

Nederlandse en wetenschappelijke naam

Vogels

Steenuil (Athene noctua)

X*

Buizerd (Buteo buteo)

X*

Algemene grond-broedende en in opgaande

X

Internationaal

Overige beschermde

beschermde soorten

soorten

vegetaties-broedende vogels Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

X

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

X

Bosmuis (Apodemus sylvaticus)

X

Huisspitsmuis (Crocidura russula)

X

Veldmuis (Microtus arvalis)

X

Rugstreeppad (Bufo calamita)**

X

Bruine kikker (Rana temporaria)

X

Gewone pad (Bufo bufo)

X

Tabel 4.4. (potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven. * = nesten van deze soort zijn jaarrond beschermd. ** = Deze soort is nu niet in het plangebied aanwezig, maar zou zich er in de bouwfase kunnen vestigen.

AM21605

Pagina | 16

5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Kempenland-West’ ligt op een afstand van 0,8 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemd Natura 2000gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw en het gebruik van de woningen zullen leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de korte afstand tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied en de grote omvang van de nieuwbouw is er mogelijk een significant effect door stikstofdepositie op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).

5.2

Natuurnetwerk Brabant

Het plangebied ligt op 435 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Vanwege de afstand tussen het NNB en het plangebied verwachten wij dat de plannen geen effect op het NNB zullen hebben.

5.3

Beschermde planten en dieren

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: •

In het plangebied bevindt zich een steenuilennestkast met een mogelijk steenuilennest. Het plangebied fungeert daarnaast mogelijk als foerageergebied voor de steenuil. Als de nestkast tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kan het leiden tot vernietiging van vogelnesten en sterfte van eieren en/of jonge vogels. Buiten het broedseizoen leidt dit mogelijk tot verlies van een nestlocatie. Ook verdwijnt er door de nieuwbouw foerageergebied van de steenuil.

•

In het bosje ten zuiden van het plangebied bevinden zich twee grote vogelnesten, mogelijk van buizerd. Deze bevinden zich nu op zo’n 80 meter van menselijke activiteit. De nieuwbouw zal op zo’n 100 meter van de nesten worden gerealiseerd. Door deze afstand is er geen sprake van een noemenswaardige verstoring. Daarnaast wordt er een smal en onverhard wandelpad nabij de nesten aangelegd. Het is onwaarschijnlijk dat de aanleg en het gebruik van dit paadje zal leiden tot noemenswaardige verstoring. Wel verdwijnt er door de nieuwbouw mogelijk foerageergebied van de buizerd.

•

In de opgaande vegetatie en graslanden/akkers in het plangebied bevinden zich in het broedseizoen mogelijk (beschermde) vogelnesten. Als de vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang zijn achtergelaten en eieren kunnen te lang niet zijn bebroed) of gedood. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels.

AM21605

Pagina | 17

•

Het bijgebouw bij Deusonelaan 13 bevat mogelijk zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijven van verschillende soorten vleermuizen. Door het gebouw te slopen, verdwijnen mogelijk vaste voortplantings- of rustplaatsen. Eventueel aanwezige vleermuizen kunnen bij de sloop worden gestoord, verwond en/of gedood.

•

Net buiten het plangebied bevindt zich een boom met holtes die vleermuisverblijven van verschillende soorten vleermuizen kan bevatten. Deze boom blijft behouden maar indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de boom wordt gericht, kan dit een verstoring van vleermuizen opleveren.

•

Bij werkzaamheden in het plangebied (zoals bouwrijp maken) kunnen vaste voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.

•

Rugstreeppadden komen waarschijnlijk niet in het plangebied voor. De soort is toch in deze quickscan meegenomen, omdat het mogelijk is dat deze zich alsnog vestigt. Indien dat gebeurt en er ontstaan in de aanlegfase plasjes, dan kan de rugstreeppad daarin vervolgens eisnoeren afzetten. Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- of rustplaatsen van deze soort worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.

In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.

AM21605

Pagina | 18

Soort

Beschermingsregime Wnb

Steenuil en buizerd

Art. 3.1

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.10

lid 1

lid 2

lid 1

lid 2

lid 3

lid 4

lid 1

X

X

Vogels met jaarrond

X

bescherm nest Rugstreeppad

Internationaal beschermde

X

soorten Algemene grond-broedende en in

Vogels

opgaande vegetaties broedende

X

X

vogels Vleermuizen

Internationaal beschermde soorten

Algemeen voorkomende

X

Overige soorten

grondgebonden zoogdieren en

X

amfibieën Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A -soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos -, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

AM21605

Pagina | 19

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1

Natura 2000

De plannen kunnen naar onze mening leiden tot een negatief effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie. Hierom is het nodig de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb.

6.2

Natuurnetwerk Brabant

De bouw en het gebruik van de woningen en de toenemende verkeersbewegingen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Steenuil In het plangebied bevindt zich een steenuilennestkast die mogelijk door steenuilen wordt gebruikt als nest. Daarnaast worden delen van het plangebied door de soort hoogstwaarschijnlijk als foerageergebied gebruikt. Door de nieuwbouw gaat de nestlocatie verloren en wordt er mogelijk foerageergebied van de steenuil vernietigd. Steenuilen, hun nesten, roestplaatsen en leefgebied zijn in Noord-Brabant jaarrond beschermd. Wanneer het plangebied bebouwd wordt, dient er daarom een ontheffing op de Wnb ten aanzien van de steenuil te worden aangevraagd. Om die te kunnen krijgen, moet middels aanvullend onderzoek aannemelijk worden gemaakt dat de lokale staat van instandhouding van de steenuil niet in het geding is. Daarnaast dient middels een mitigatie- en compensatieplan en een aangepaste werkwijze worden gewaarborgd dat de functionaliteit van het leefgebied voor de soort is gewaarborgd. Buizerd Nabij het plangebied bevindt zich mogelijk een buizerdnest. Nesten van buizerd zijn jaarrond beschermd. Aanvullend onderzoek dient aan te tonen of er sprake is van een buizerdnest. Indien blijkt dat dit het geval is, dient er een ontheffing ten aanzien van de buizerd te worden aangevraagd. Er dient middels een mitigatie- en compensatieplan en een aangepaste werkwijze worden gewaarborgd dat de functionaliteit van het leefgebied voor de soort is gewaarborgd.

Algemeen voorkomende vogels In de opgaande vegetaties en de graslanden/akkers komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van de vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield.

AM21605

Pagina | 20

Vleermuizen: verblijven Het bijgebouw bij Deusonelaan 13 bevat mogelijk zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijven van verschillende soorten vleermuizen. Het slopen van dit gebouw kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2021) te worden onderzocht. Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 5 onderzoeksronden nodig: - 3 ronden (2 avonden en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de kraamtijd 15 mei – 15 juli (waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee avonden en tussen één avond en de ochtend); - 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de paartijd (15 augustus – 1 oktober, waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken). Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient er een ontheffing op de Wnb te worden aangevraagd. Ook dient de functionaliteit van het plangebied te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden gedood) en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden.

Om vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten tegen nabijgelegen gebouwen op te hangen. Gewone dwergvleermuizen hebben bijvoorbeeld de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn (BIJ12, 2017b). Het is daarom beter om voor zekerheid te gaan en alvast 4 vleermuiskasten op te hangen van types als VK WS 02 en VK MP 05 (te bestellen bij vivarapro.nl), Beaumaris maxi (te bestellen bij vivara.nl) of VMT1, VMT1a, VMTH1 (te bestellen bij unitura.nl). Dit dient te gebeuren aan niet te slopen panden binnen een straal van 200 meter van het plangebied (BIJ12, 2017b), onder begeleiding van een deskundige. Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de sloopwerkzaamheden zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden (in verband met de gewenningsperiode) in de meeste gevallen voorkomen. Vleermuizen: verstoring Net buiten het plangebied bevindt zich een boom met holtes die vleermuisverblijven van verschillende soorten vleermuizen kan bevatten.

Deze boom blijft behouden maar om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze boom alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

AM21605

Pagina | 21

Rugstreeppad Rugstreeppadden zijn internationaal beschermd en in het plangebied bevinden zich waarschijnlijk geen rugstreeppadden. Door het bouwrijp maken van het terrein, wordt dit echter geschikt voor deze pionierssoort. Door te voorkomen dat er in de bouwfase plasjes op het terrein ontstaan, wordt voorkomen dat er rugstreeppadden komen om eisnoeren af te zetten. Hiermee wordt voorkomen dat er tijdens de werkzaamheden overtredingen ten aanzien van deze soort worden begaan.

AM21605

Pagina | 22

LITERATUUR •

BIJ12. 2017a. Kennisdocument Steenuil Athene Noctua. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12. 2017b. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

•

Provinciale staten van Noord-Brabant. 2016. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Noord-Brabant/600901/CVDR600901_1.html

•

Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org

•

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl.

•

Zoogdiervereniging, 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. www.zoogdiervereniging.nl/eenvleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting

•

Van Zeeland, A. & Van Sleeuwen, L.F.A. 2020. Quickscan Soortenbescherming Westerwijk 4 te Diessen. In opdracht van Bergs Advies B.V. Agrifirm NWE BV, Oss.

AM21605

Pagina | 23

BIJLAGE 1. TOELICHTING PER BESCHERMINGSREGIME Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden:

•

het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb)

•

het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)

•

het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb)

•

het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb)

•

het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb)

•

het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb)

•

het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling.

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan. Dit betekent dat er:

•

geen andere bevredigende oplossing mag bestaan;

•

de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en;

AM21605

Pagina | 24

•

de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: -

het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

-

het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

-

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

-

ter bescherming van flora of fauna;

-

voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of

-

om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Internationaal beschermde soorten Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis.

Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn:

•

het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb)

•

het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb)

•

het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb)

•

het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb)

•

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb)

•

het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien:

•

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

•

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

•

de ontheffing of vrijstelling nodig is: -

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

AM21605

Pagina | 25

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Overige beschermde soorten Dit aanvullende beschermingsregime vloeit niet voort uit Europese wet- of regelgeving en beschermt alleen de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen.

Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden.

Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien:

•

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

•

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

•

de ontheffing of vrijstelling nodig is:

AM21605

Pagina | 26

-

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): -

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

-

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

-

ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of;

-

ten behoeve van het algemeen belang.

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016) Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art. 3.5 lid 1

Art. 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende

Het is verboden soorten in hun natuurlijke

Het is verboden soorten opzettelijk te

vogels opzettelijk te doden of te vangen

verspreidingsgebied opzettelijk te doden of

doden of te vangen

te vangen Art 3.1 lid 2

AM21605

Art.3.5 lid 4

Art. 3.10 lid 1b Pagina | 27

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden de voortplantingsplaatsen

Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels te

of rustplaatsen van dieren te beschadigen

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van

vernielen of te beschadigen, of nesten van

of te vernielen

dieren opzettelijk te beschadigen of te

vogels weg te nemen

vernielen.

Art. 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

Het is verboden eieren te rapen en deze

Het is verboden eieren van dieren in de

onder zich te hebben

natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk te

Het is verboden dieren opzettelijk te

storen, tenzij de storing niet van

verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

AM21605

Pagina | 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16514779/1