Bestemmingsplan Vroonacker IV (9f bijlage 5 bij toelichting Verkennend bodem- en asbestonderzoek)
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vroonackers IV te Diessen
Verkennend bodem- en asbest in bodemonderzoek Vroonackers IV te Diessen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM22580 : Definitief (versie 1) : 11 mei 2023
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opgesteld door Paraaf
: BEd L. Koomen :
Gecontroleerd door Paraaf
: M. Vrolix, bc :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl 2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740, NEN 5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
AM22580
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................6 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................6
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................6
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................7
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................8
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie ...................................................................................................................................................... 12
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 13
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 13
2.8
Bodemkwaliteitskaart Midden- & West-Brabant............................................................................................................................ 14
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 14
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 15 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 15
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 Locatie 1 ........................................................................................................................................ 15
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 Locatie 2 ........................................................................................................................................ 16
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 17 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 17
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 17
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 18
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 20 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 20
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) locatie 2 ..................................................................................................................... 20
5.3
Grondmengmonsters NEN 5740 pakket locatie 1 .......................................................................................................................... 21
5.4
Grondwatermonsters locatie 1 .............................................................................................................................................................. 22
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 24
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 25
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekeningen onderzoekslocaties met boorpunten en asbestinspectiegaten Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Omgevingsrapportage Vroonackers IV Diessen
AM22580
Pagina | 3
1.
INLEIDING
In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek (locatie 1) en verkennend asbest in bodemonderzoek (locatie 2) uitgevoerd aan de: Adres locatie 1
: Vroonackers IV, Diessen
Adres locatie 2
: Westerwijk 4, Diessen
Gemeente
: Hilvarenbeek
Kadastrale registratie locatie 1
: Diessen, sectie C, nrs. 6062, 6063, 5319, 5320, 5557 (ged.) en Hilvarenbeek, sectie P, nr. 705 (ged.), 706 (ged.), 769 (ged.) 771, 772, 773 (ged.), 777 (ged.), 2798 (ged.), 2799 (ged.), 2990, 2991 en 2992 (ged.)
Kadastrale registratie locatie 2
: Hilvarenbeek, sectie P, nr. 701 (ged.)
Oppervlakte locatie 1
: circa 4,9 ha
Oppervlakte locatie 2
: 5.200 m²
Huidig gebruik van de locatie 1
: agrarisch bouwland en tuin
Huidig gebruik van de locatie 2
: braakliggend
Toekomstig gebruik
: wonen
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend onderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op de percelen.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locaties ten behoeve van woningbouw (Afbeelding 1). Ter plaatse van locatie 1 vindt een bestemmingsplanwijziging naar wonen plaats en ter plaatse van locatie 2 is asbesthoudend bouwmateriaal toegepast geweest welke recent gesaneerd is.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven.
AM22580
Pagina | 4
Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in maart en april 2023. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Locatie 1
Locatie 2
Afbeelding 1: Impressie van de toekomstige situatie voor de twee locaties (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).
AM22580
Pagina | 5
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.8 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
het dinoloket;
•
gemeente Hilvarenbeek;
•
omgevingsdienst Midden- en West-Brabant;
•
provincie Noord-Brabant;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
Locatie 1 en 2 liggen direct ten westen van de bebouwde kom van Diessen. De ligging van de locaties is weergegeven in Afbeelding 2. Locatie 1 is kadastraal bekend als Diessen, sectie C, nrs. 6062, 6063, 5319, 5320, 5557 (ged.) en Hilvarenbeek, sectie P, nr. 705 (ged.), 706 (ged.), 769 (ged.) 771, 772, 773 (ged.), 777 (ged.), 2798 (ged.), 2799 (ged.), 2990, 2991 en 2992 (ged.). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 139.721 / Y = 387.213. Locatie 2 is kadastraal bekend als Hilvarenbeek, sectie P, nr. 701 (ged.). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 139.721 / Y = 387.213. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van locatie 1 met rood en locatie 2 met geel weergegeven. Ter plaatse van locatie 1 wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van locatie 2 wordt een verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd.
AM22580
Pagina | 6
Locatie 1
Locatie 2
Afbeelding 2: Begrenzing onderzoekslocaties (bron luchtfoto: PDOK-viewer)
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de locatie 1 tot aan het einde van de jaren negentig altijd onbebouwd is geweest. Op de kaarten uit 1980 en 1988 is duidelijk de toename van de bebouwing oostelijk van de locatie zichtbaar. Op de kaart uit 1999 is voor het eerst enige bebouwing zichtbaar noordoostelijk op de locatie. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen dateert deze bebouwing uit 1995. Op de kaart uit 2014 is noordoostelijk van het plangebied de aanleg van de wijk Vroonacker 3 zichtbaar. Op locatie 2 is op de kaart uit 1970 voor het eerst bebouwing waar te nemen. De woning aan de Westerwijk 4 (zuidoostelijk van locatie 2) is zichtbaar op de kaart uit 1940. De stallen op locatie 2 zijn recentelijk gesloopt, zie luchtfoto’s uit 2021 en 2022.
AM22580
Pagina | 7
1940
1970
1980
1988
1999
2014
Luchtfoto 2021, locatie 2 Luchtfoto 2022, locatie 2 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten en luchtfoto’s (bron kaarten en luchtfoto’s: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 21 december 2022 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Hilvarenbeek.
AM22580
Pagina | 8
Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Via de website van de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is bodeminformatie gedownload van de locaties en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 9. Uit de rapportage blijkt dat ter plaatse of in de directe omgeving van de locaties diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. De relevante informatie is hieronder uitgewerkt. Binnen het plangebied en in de directe omgeving van de locaties zijn de in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Verkennend
Gelegen ten noordoosten van locatie 1
bodemonderzoek
Aanleiding voor het onderzoek was de aanvraag voor de bouwvergunning voor de betreffende locatie.
Vroonacker te Diessen,
Zintuiglijk werden in de bovengrond zeer plaatselijk puin bijmengingen aangetroffen.
Tritium Advies,
Uit de analyseresultaten bleek dat zowel de boven- als ondergrond licht verontreinigd was met kobalt. Het
kenmerk: 0805/032/RS,
grondwater bleek plaatselijk sterk verontreinigd te zijn met nikkel, matig verontreinigd met kobalt en licht
d.d.: 30-07-2008
verontreinigd met diverse zware metalen, naftaleen en vinylchloride. De sterke en matige verontreinigingen met zware metalen in het grondwater werden veelvuldig aangetroffen in de regio. Derhalve werden de sterke verontreinigingen geweten aan een regionaal verhoogde achtergrondwaarde. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de locatie en de afgifte van de bouwvergunning.
Verkennend bodem- en
Gelegen ten noordoosten van de locatie 1
asbestonderzoek
Aanleiding vormt een bestemmingswijziging en de uitvoering van het nieuwbouwplan ter plaatse.
‘Plangebied Vroonacker’
Deellocatie A:
Diessen, Tritium Advies,
Uit de analyseresultaten blijkt dat zowel de bovengrond als de ondergrond niet verontreinigd is met de
kenmerk: 1709/060/CJ-
onderzochte stoffen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium, kobalt, koper, kwik, nikkel,
01,
zink en naftaleen. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet
d.d.: 24-10-2017
noodzakelijk wordt geacht. Deellocatie B: Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond niet verontreinigd is met de onderzochte stoffen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium, kwik, nikkel, zink, xylenen en naftaleen. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Asbest: Aangezien in geen van de onderzochte mengmonsters asbest is aangetoond, dient de hypothese dat de locatie verdacht is op de aanwezigheid van asbest te worden verworpen. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde lichte verontreinigingen met kobalt in de boven- en ondergrond uit het verkennend onderzoek (2008) zijn in onderhavig onderzoek niet aangetoond. Tevens zijn de aangetoonde verontreinigingen in het grondwater niet overeenkomstig met het voorgaand onderzoek (2008) waar een sterke verontreiniging met nikkel en een matige verontreiniging met kobalt is aangetoond. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het voorgenomen gebruik van de locatie en vormen ons inziens derhalve geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen.
AM22580
Pagina | 9
Kenmerk
Bijzonderheden
Asbestinventarisatie
Gelegen ter plaatse van locatie 2.
rapport Westerwijk 4 te
De aanleiding van het onderzoek is sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen aan de Westerwijk 4 te Diessen.
Diessen, AMK Oirschot,
Tijdens de inventarisatie zijn de volgende asbesthoudende en asbestverdachte toepassingen waargenomen:
kenmerk:2021-156V1,
Bron
Omschrijving
Ruimte
Risico-klasse
Afmeting
d.d.: 10-08-2021
B1
golfplaten met vormstukken
Op het dak van loods/stal 2
2 buitensanering
157 m2
B3
golfplaten met vormstukken
Op het dak van stal 3
2A buitensanering
230 m2
B5
golfplaten met vormstukken
Op het dak van stal 4 met aanbouw
2 buitensanering
352 m2
B6
golfplaten met vormstukken
Op het dak van stal 5
2 buitensanering
1018 m2
Verkennend bodem- en
Deels uitgevoerd ter plaatse van locatie 1.
asbestonderzoek ‘Perceel
Aanleiding voor de uitvoering van de onderzoeken vormt de voorgenomen aankoop van het perceel door de
nabij Westerwijk’
gemeente.
Diessen, Bodex Milieu,
Bovengrond: Ter plaatse van het grasland is de locatie licht verhoogd met koper. Ter plaatse van het
kenmerk:
(voormalige) pad is de grond licht verhoogd met PCB.
BM.0921307/VBO/cbu.01,
Ondergrond: Geen verhogingen aangetoond
d.d.: 06-10-2021
Grondwater: licht verhoogd met barium, zink en cadmium Asbest Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het (voormalige) pad aan de oostzijde van het perceel sprake is van een sterke bijmenging met puin waarin plaatselijk sprake is van een sterk verhoogd asbestgehalte. De in het onderhavige bodemonderzoek aangetoonde achtergrond- en streefwaardeoverschrijdingen zijn dermate licht dat deze wat betreft de volksgezondheid en de functionaliteit van de bodem geen gevolgen zal hebben. Het instellen van vervolgmaatregelen naar deze verontreinigingen wordt niet noodzakelijk geacht. Het aangetroffen sterk verhoogde gehalte asbest in inspectiegat G07 (115 mg/kg.ds) geeft wel aanleiding om een aanvullend onderzoek naar asbest uit te voeren. Het aanvullend onderzoek heeft hier als doel om te bezien of er inderdaad sprake is van een sterke verhoging met asbest in de bodem (deze conclusie kan namelijk op basis van één verhoogd inspectiegat niet gemaakt worden), en wat de ruimtelijke omvang van een eventuele verontreiniging is. Het nader onderzoek dient middels het graven van sleuven (met behulp van een minigraver) te worden uitgevoerd.
AM22580
Pagina | 10
Kenmerk
Bijzonderheden
Verkennend
Afbeelding 3: situatietekening met boorpunten (bron tekening: Bodex Milieu) Uitgevoerd ter plaatse van locatie 1
bodemonderzoek
Aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen grondtransactie.
‘Plangebied Vroonacker’
Zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen
Diessen, Bodex Milieu,
Bovengrond: licht verhoogd met koper.
kenmerk: 2200472,
Ondergrond: geen verhogingen aangetoond.
d.d.: 05-04-2022
Grondwater: licht verhoogd met koper. De in het onderhavige bodemonderzoek aangetoonde achtergrond- en streefwaardeoverschrijdingen zijn dermate licht dat deze wat betreft de volksgezondheid en de functionaliteit van de bodem geen gevolgen zal hebben. Het instellen van vervolgmaatregelen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
AM22580
Pagina | 11
Kenmerk
Bijzonderheden
Afbeelding 4: situatietekening met boorpunten (bron tekening: Bodex Milieu) Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Noord-Brabant blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 3,8
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
3,8 – 21,3
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
21,3 – 31,3
Formatie van Stramproy
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
31,3 – 39,0
Formatie van Stramproy
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B51C0185)
AM22580
Pagina | 12
Het maaiveld ter plaatse van beide locaties bevindt zich op een hoogte van circa 17,5 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 16,2 meter +NAP of circa 1,3 meter -maaiveld. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 29 en 30 maart 2023 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3. Locatie 1: De locatie bestaat noordoostelijk uit grasland en tuinen met hierop een drietal schuren. De meest noordelijke schuur heeft asbestverdachte dakbedekking met een intacte gootconstructie (foto 4). De twee overige schuren hebben geen asbestverdachte dakbedekking. Verder is de locatie in gebruik als agrarisch bouwland. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door agrarisch bouwland, aan de oostzijde door woningen met tuin aan de Deusonelaan, aan de zuid- en westzijde door agrarisch bouwland.
Locatie 2 De locatie betreft een grotendeels braakliggend terrein. De inrit op de locatie is verhard met betonklinkers. Zuidelijk bevindt er zich een kleine hooischuur met een stalen dak. Noordelijk op de locatie is er gebroken puin (afkomstig van de gesloopte stallen) opgeslagen.
Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de west- en noordzijde begrensd door een weiland, aan de oostzijde door agrarisch bouwland en een woning aan de Westerwijk 4, aan de zuidzijde door de straat Westerwijk.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de locatie 2 in het verleden bebouwing heeft gestaan met asbestverdachte dakbedekking. Noordelijk op locatie 1 staat een schuurtje met asbestverdachte dakbedekking met intacte gootconstructie. De gootconstructie is visueel aangesloten op een afvoer.
AM22580
Pagina | 13
2.8
Bodemkwaliteitskaart Midden- & West-Brabant
Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat voor de onderzoekslocaties de ontgravingsklasse ‘Achtergrondwaarde’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart hebben de locaties de functieklasse ‘landbouw’. Voor het project Vroonackers IV Diessen is door de gemeente Hilvarenbeek een historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (OO) uitgevoerd door Den Ouden Bodac (220124_H22053_VOB_01). Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er feitelijke indicaties gevonden voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied. Tussen 3 en 27 oktober 1944 is het onderzoeksgebied betrokken geweest bij meerdere Duitse beschietingen toen de noordelijke helft van de gemeente Diessen nog niet was bevrijd. Op basis van naoorlogse ruimingen van Duitse geschutmunitie in de, huidige, gemeente Hilvarenbeek worden de volgende munitieartikelen verwacht in de bodem van het onderzoeksgebied: Verschoten Duitse geschutmunitie met kalibers variërend tussen de 7,5 cm en 15,5 cm. Derhalve is het hele onderzoeksgebied aangeduid als ‘verdacht’ op de (mogelijke) aanwezigheid van OO. Zie hiervoor de OOBodembelastingkaart in Bijlage 1 van dit rapport. Voor de volledige horizontale- en verticale afbakening zie paragraaf 6 Conclusie en advies.
Ter plaatse van het verdachte onderzoeksgebied adviseren wij de opdrachtgever om het opsporingsproces voort te zetten. Hieruit volgt de conclusie dat het onderzoeksgebied verdacht is op de mogelijk aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de locatie 1 als “onverdacht” beschouwd. Wel dient rekening gehouden te worden met regionaal verhoogde achtergrondwaarden van zware metalen in het grondwater. Behoudens het asbestverdachte bijgebouwtje met gootconstructie ter plaatse van locatie 1 is de onderzoekslocatie als onverdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem beschouwd. Ter plaatse van locatie 2 is vanwege het historisch gebruik en de toepassing van asbestmaterialen in het verleden de locatie als ‘verdacht’ te beschouwen op asbest. Gezien het voormalig agrarisch gebruik is de lokale bodem en grondwater van locatie 2 als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging (specifiek zware metalen).
AM22580
Pagina | 14
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. Locatie 2 is op verzoek van de opdrachtgever niet onderzocht volgens de onderzoeksnorm NEN 5740.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 Locatie 1
Vanuit de opdrachtgever is aangegeven om alleen het toekomstige bestemming Wonen te onderzoeken. Het bodemonderzoek ter plaatse van locatie 1 is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV-GR’ (grootschalig onverdacht) uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV-GR' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
4,9 ha
21
4
6
4
3
6
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
AM22580
Pagina | 15
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voo r de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 Locatie 2
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. Oppervlakte locatie 2
5.200 m
2
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
15
15
3
3
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest locatie 2
AM22580
Pagina | 16
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht. Door de kans op Ontplofbare oorlogsresten is het veldwerk begeleid door een explosievendeskundige. De boorpunten zijn voorafgaand aan de uitvoering door hem vrijgegeven en waar nodig eventueel verplaatst.
4.2
Grondbemonstering
Op 29 en 30 maart 2023 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste boringen (locatie 1) en asbestinspectiegaten (locatie 2). De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Locatie 1: Agrarisch bouwland De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn zes boringen afgewerkt met een peilbuis (zie tabel 4.2). Deze zijn geplaatst, ter plaatse van boorpunten A03, A08, A16, A22. A24 en A29 . De bovenkant van de peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In het opgeboorde bodemmateriaal van locatie 1 zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen.
AM22580
Pagina | 17
Locatie 2: Westerwijk 4 Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en licht bewolkt weer. De asbestverdachte deellocatie bestaat bijna volledig uit een braakliggend terrein met minder dan 25% vegetatie. Plaatselijk is water op het perceel aanwezig net als een restant gemalen bouwpuin van de uitgevoerde sloop ter plaatse. De inspectie efficiëntie van het terrein is vanwege de aanwezige plassen op het maaiveld ingeschat op 30-40%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verdeeld over de locatie zijn in totaal 18 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten B01 t/m B18). Door de uitgevoerde sloop op het perceel is geen druipzone gehanteerd maar is de toplaag van 50 cm dikte als verdachte bodemlaag beschouwd. In asbestinspectiegaten B04, B06 en B16 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 0,5 meter in de onverdachte bodem. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld vier mengmonsters samengesteld.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn een week na plaatsing op 5 april 2023 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis A03
Filterdiepte (m-mv.) 2,10 - 3,10
Grondwaterstand (m-mv.) 1,50
pH (-)
Ec (µS/cm)
5,3
1650
Troebelheid (NTU) 565
A08
1,80 - 2,80
1,20
5,7
278
367
A16
1,60 - 2,60
1,10
5,8
341
288
A22
1,00 - 2,00
0,70
6,3
551
128
A24
1,55 - 2,55
1,05
6,3
338
126
A29
2,05 - 3,05
1,10
6,8
356
121
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken, met uitzondering van de Ec waarde in het grondwater van peilbuis A03, niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. Voor deze hoge Ec waarde is geen directe verklaring te geven.
AM22580
Pagina | 18
In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
AM22580
Pagina | 19
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) locatie 2
Visueel is in de grove fractie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn in het veld grondmengmonsters samengesteld van minimaal 10 kg. De mengmonsters zijn genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. Mengmonster
Inspectie gat
Traject (m-mv.)
ABM1
B16
0,15 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
B18
0,15 – 0,50
Sporen baksteen en asfalt (1%)
Nee
B04
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B10
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B12
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B14
0,00 – 0,50
Sporen baksteen, sporen beton (1%)
Nee
B15
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B06
0,00 – 0,50
Sporen baksteen, sporen beton (1-5%)
Nee
B07
0,00 – 0,50
Sporen baksteen, sporen beton (1%)
Nee
B09
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B11
0,00 – 0,50
Sporen baksteen, sporen beton (1%)
Nee
B13
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B01
0,00 – 0,50
Sporen keramiek (1%)
Nee
B02
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B03
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B05
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
B17
0,00 – 0,50
Sporen baksteen (1%)
Nee
ABM2
ABM3
ABM4
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
Geselecteerd voor analyse Nee
Ja
Ja
Ja
Tabel 5.1: Overzicht samenstelling en voor analyse geselecteerde grond(meng)monsters fijne fractie
In de grove fractie van de uitkomende bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume). Zie bijlage 6 voor het analyserapport.
AM22580
Pagina | 20
Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
Berekende asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
ABM2
Sporen baksteen en beton
n.a.
n.a.
< 0,5
0,0
< 0,5
ABM3
Sporen baksteen en beton
n.a.
n.a.
< 0,6
0,0
< 0,6
ABM4
Sporen baksteen
n.a.
n.a.
< 0,6
0,0
< 0,6
Tabel 5.2: Analyseresultaat grondmengmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
In de onderzochte grondmengmonsters ABM2, ABM3 en ABM4 zijn geen verhoogde asbestconcentraties aangetoond.
5.3
Grondmengmonsters NEN 5740 locatie 1
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters A05 (0,00 - 0,50) A06 (0,00 - 0,50)
Analysepakket Standaardpakket grond incl. Lutum en organische stof
A07 (0,00 - 0,50) A08 (0,00 - 0,50) A09 (0,00 - 0,50) A10 (0,00 - 0,50) A15 (0,00 - 0,50) A17 (0,00 - 0,50) A18 (0,00 - 0,50) MM2
0,00 - 0,50
A19 (0,00 - 0,50) A21 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS
A22 (0,00 - 0,50) A23 (0,00 - 0,50) A24 (0,00 - 0,50) A25 (0,00 - 0,50) A26 (0,00 - 0,50) A28 (0,00 - 0,50) A29 (0,00 - 0,50) A30 (0,00 - 0,50) MM3
0,00 - 0,50
A03 (0,00 - 0,50) A04 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS
A11 (0,00 - 0,50) A14 (0,00 - 0,50) A16 (0,00 - 0,50) MM4
0,00 - 0,50
A01 (0,00 - 0,50) A02 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS
A12 (0,00 - 0,50) A13 (0,00 - 0,50) MM5
0,90 - 2,00
A03 (0,90 - 1,40) A12 (1,50 - 2,00)
Standaardpakket grond incl. LUOS
A16 (1,00 - 1,50) MM6
0,70 - 2,00
A05 (0,75 - 1,00)A08 (0,70 - 1,10)
Standaardpakket grond incl. LUOS
A17 (1,60 - 2,00) MM7
0,50 - 1,50
A22 (1,00 - 1,50) A24 (1,00 - 1,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS
A26 (1,00 - 1,50) A29 (0,50 - 1,00) Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket
AM22580
Pagina | 21
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster
Zintuiglijke waarnemingen
MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Verhoogde component Koper
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 41 *
MM2
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
-
-
-
MM3
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Koper
51,5
*
MM4
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Koper
43,9
*
MM5
0,90 - 2,00
Geen bijzonderheden / bijmengingen
-
-
-
MM6
0,70 - 2,00
Geen bijzonderheden / bijmengingen
-
-
-
MM7
0,50 - 1,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
-
-
-
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat bovengrondmengmonsters MM1, MM3 en MM4 licht verhoogd zijn met koper. In het overige grondmengmonster van de bovengrond (MM2) en de ondergrond (MM5, MM6 en MM7) zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten.
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
5.4
Grondwatermonsters NEN 5740 locatie 1
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
AM22580
Pagina | 22
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.
Peilbuis A03
Filtertraject [m-mv] 2,10 - 3,10
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
1,50
Barium
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 570 **
Cadmium
2,1
*
Nikkel
33
*
Zink
300
*
Naftaleen
0,027
*
A08
1,80 - 2,80
1,20
-
-
-
A16
1,60 - 2,60
1,10
Barium
71
*
Cadmium
1,3
*
Naftaleen
0,045
*
Barium
96
*
Zink
76
*
Koper
27
*
Naftaleen
0,021
*
Barium
74
*
Naftaleen
0,02
*
A22
1,00 - 2,00
0,70
A24
1,55 - 2,55
1,05
A29
2,05 - 3,05
1,10
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis A03 licht verhoogd is met cadmium, nikkel, zink, naftaleen en matig verhoogd met barium. Het grondwater uit peilbuis A16 is licht verhoogd met barium, cadmium en naftaleen. Het grondwater uit peilbuis A22 is licht verhoogd met barium en zink. In peilbuis A24 is een lichte verhoging met koper en naftaleen aangetoond en in peilbuis A29 zijn lichte verhogingen met barium en naftaleen aangetoond. In peilbuis A08 zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarde aangetoond.
De verhoogde gehalten met barium, cadmium, koper, nikkel en zink worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan metalen. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak van natuurlijke oorsprong en fluctueren met de tijd. De lichte verhogingen met naftaleen zijn op basis van het vooronderzoek en de zintuigelijke bevindingen tijdens de veldwerkzaamheden niet te verklaren. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan naftaleen.
AM22580
Pagina | 23
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Verkennend bodemonderzoek locatie 1 Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. In de bovengrond zijn lichte verhogingen met koper aangetoond. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is, rekening houdend met het aantreffen van grondwaterverontreinigingen met zware metalen ten gevolge van de regionale grondwaterproblematiek. Het uitvoeren van een aanvullend of nader grondwateronderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak van natuurlijke oorsprong en kunnen sterk fluctueren met de tijd. Verkennend asbest in bodem locatie 2 Voor asbest in de bodem wordt de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie 2 verdacht is niet bevestigd. Bij het verkennend onderzoek zijn ter plaatse van de gesloopte panden geen verhoogde gehalten aan asbest in de bodem aangetroffen.
AM22580
Pagina | 24
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locaties zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Het bodemonderzoek heeft plaats gevonden op twee locaties. Op locatie 1 (Vroonackers IV) is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van locatie 2 (Westerwijk 4) is een verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd. Locatie 1: Verkennend bodemonderzoek In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond grotendeels licht verhoogd is met koper. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met barium, cadmium, koper, nikkel, zink of naftaleen. Ter plaatse van peilbuis A03 is het grondwater matig verhoogd met barium. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak natuurlijke oorsprong en kunnen sterk fluctueren met de tijd. Behoudens het asbestverdachte bijgebouwtje met gootconstructie ter plaatse van locatie 1 is de onderzoekslocatie als onverdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem beschouwd. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw).
Locatie 2: Asbest onderzoek Bij het uitkomende bodemmateriaal zijn in de grove fractie geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de geanalyseerde mengmonsters van de fijne fractie zijn geen verhoogde concentraties aan asbest aangetoond. De locatie kan als onverdacht worden beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem.
De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader asbest in bodemonderzoek. De onderzochte bodem ter plaatse van locatie 2 is als onverdacht op het voorkomen van asbest te beschouwen.
Gezien het voormalig agrarisch gebruik is de lokale bodem en grondwater van locatie 2 als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging (specifiek zware metalen). Zover ons bekend is ter plaatse van locatie 2 geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
AM22580
Pagina | 25
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM22580
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM22580 (1)
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Diessen C 6063
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 21 december 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM22580 (1) - 2
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Hilvarenbeek P 701
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 21 december 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM22580 (1) - 3
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2300
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Hilvarenbeek P 2799
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 21 december 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM22580
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Hilvarenbeek P 701
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 21 december 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM22580
AM22580 locatie A
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM22580 locatie A
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM22580 locatie A
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM22580 locatie A
Foto 19
Foto 20
AM22580 locatie B
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM22580 locatie B
Foto 7
Foto 8
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekeningen onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten
AM22580
Locatie 1 VBO Foto's Boorpunten boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
Boorpuntenkaart (A3) AM22580 Diessen Vroonackers IV Schaal
N v1.0_2-5-2023_LK
Legenda
Legenda Locatie 2 asbest Foto's Asbestinspectiegaten asbestinspectiegat
Asbestgatenkaart (A4) AM22580 Diessen Vroomackers IV Schaal
N
boring tot 2,0 m-mv Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
v1.0_2-5-2023_LK
boring tot 1,0 m-mv
AM22580
Asbestinspectiegat 1
Asbestinspectiegat 2
Asbestinspectiegat 3
Asbestinspectiegat 4
Asbestinspectiegat 5
Asbestinspectiegat 6
AM22580
Asbestinspectiegat 7
Asbestinspectiegat 8
Asbestinspectiegat 9
Asbestinspectiegat 10
Asbestinspectiegat 11
Asbestinspectiegat 12
AM22580
Asbestinspectiegat 13
Asbestinspectiegat 14
Asbestinspectiegat 15
Asbestinspectiegat 16
Asbestinspectiegat 17
Asbestinspectiegat 18
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten
AM22580
getekend volgens NEN 5104
Boring:
A01 0
0
Boring: gras
50
50
Boring:
0
50
50
Boring: gras
50
A04 0
0
Zand zeer fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A03
0
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A02
weiland Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50 2 90
Zand zeer fijn zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
100 3 140 150
150 4 200
210
Zand zeer fijn zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor Leem sterk zandig, sterk roesthoudend, oranjegrijs, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
250
300
310
Boring:
A05 0
0
Boring: akker
50
50 2
75
3 100
100
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A06 Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
akker
50
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4 150 5 200
200
Projectnaam: Vroonackers Diessen Projectcode: AM22580
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
A07 0
0
Boring: akker
50
50
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A08 gras Zand zeer fijn zwak siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50 2
70
Zand matig fijn matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
3 100
110
Leem sterk zandig, sterk roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
4 150
160
Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
5 200
200
Zand matig fijn zwak siltig, oranjegrijs, Zuigerboor handmatig 250 280
Boring:
A09 0
0
Boring: akker
50
50
Boring:
0
Boring:
50
A12 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
50
weiland
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A11
0
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A10
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Zand matig fijn matig siltig zwak humeus, sporen roest, grijsbruin, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, sporen grind, geelbeige, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
A13 0
0
50
A14 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
Boring: gras
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
weiland
50
Projectnaam: Vroonackers Diessen Projectcode: AM22580
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
A15 0
0
Boring: weiland
50
50
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A16 gras Zand zeer fijn zwak siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, oranjebeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
4 200
200
230
250
Boring:
A17 0
0
Boring: akker
50
Zand zeer fijn zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
A18 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
260
Zand zeer fijn sterk siltig, zwak roesthoudend, oranjegrijs, Zuigerboor handmatig
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand matig fijn matig siltig matig humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2 100
100 3
130
4
150
160
5 200
200
Boring:
Zand matig fijn matig siltig zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig, sporen roest, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor Zand matig grof zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
A19 0
0
Boring: akker
50
50
Boring:
0
50
Boring:
50
A22 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
50
akker
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2 100
100
Zand matig fijn zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, neutraal oranjegrijs, Zuigerboor handmatig
4 200
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A21
0
0
0
Zand zeer fijn zwak siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
A20
200
Projectnaam: Vroonackers Diessen Projectcode: AM22580
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
A23 0
0
Boring: akker
50
50
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A24 akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2 100
100
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn sterk siltig, sporen roest, laagjes leem, neutraal oranjegrijs, Zuigerboor handmatig
4 200
250
Boring:
A25 0
0
Boring: akker
50
A26 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
255
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand matig fijn matig siltig zwak humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2 100
100
Zand matig fijn matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
A27 0
0
50
A28 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
Boring: akker
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
akker
50
Projectnaam: Vroonackers Diessen Projectcode: AM22580
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
A29 0
0
Boring: weiland
50
50
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
A30 Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
akker
50
Zand matig fijn matig siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
3 150 4 200
210
Leem zwak zandig, sporen roest, neutraalgrijs, Edelmanboor 250 270
Zand matig fijn zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
300
305
Boring:
A31 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
akker
50
Projectnaam: Vroonackers Diessen Projectcode: AM22580
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104