Bestemmingsplan Vroonacker IV (1 raadsvoorstel)
Tekst van het document
gemeente Hilvarenbeek
Zaaknummer: 1018127
Voorstel aan de raad In de vergadering van Behandeld in college op Behandeld in commissie(s) Agendapunt Beleidsveld Onderwerp
: 29 januari 2026 : 18 november 2025 : 8 en 15 januari 2026 : 12 : Ruimte : Raadsvoorstel vaststelling grondexploitatie, exploitatieplan, stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen
Voorstel 1. Het “Stedenbouwkundig plan Vroonacker IV, Diessen (2025-10-02)” vast te stellen; 2. Het “Beeldkwaliteitsplan Vroonacker, Diessen (2025-09-23)” vast te stellen en deze toe te voegen aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; 3. In te stemmen met de “Nota van beantwoording zienswijzen” en “Nota van ambtshalve wijzigingen” bij het “bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen”; 4. Het “bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen” bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-ON01 met bijbehorende bestanden gewijzigd vast te stellen; 5. De afgeleide analoge verbeelding van het onder 4 genoemde bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 6. De gronden van de locatie “Vroonacker IV” te activeren door de Bouwgrond in exploitatie (BIE-grex) vast te stellen en hiermee het kostenverhaal te regelen voor de gemeentelijke gronden; 7. Het “Exploitatieplan Vroonacker IV” vast te stellen waarmee het kostenverhaal bij partijen met wie geen anterieure overeenkomst is gesloten is verzekerd. Inleiding De aanleiding voor het woningbouwplan “Vroonacker IV, Diessen” is de wens om ten westen van de kern Diessen de woonwijk Vroonacker IV te realiseren. Vroonacker wordt gezien als e en logische plek voor een uitbreiding die al lange tijd op het netvlies staat.
Volgens het eerdere raadskader (besluit van 2 februari 2023, zaaknummer 1000583) bestaat de volledige ontwikkeling onder meer uit 20% sociale huur en 20% sociale koop en zijn hoge eisen gesteld aan duurzaamheid, groene inpassing en de kwaliteit van de openbare ruimte. Ter plaatse zijn aan de randen van het plangebied woningbouwontwikkelingen op erven voorzien, met daartussen meer aaneengesloten woningen en veel groen in de vorm van een uitgebreide landschappelijke inpassing. De wijk zal bestaan uit een gevarieerd woningaanbod, met zowel vrijstaande woningen, tweekappers en rijtjeswoningen, geschikt voor starters, senioren en 1
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
doorstromers. Momenteel zijn de percelen grotendeels in gebruik ten behoeve van agrarisch grondgebruik met ter plaatse van Westerwijk 4 (zuidelijke perceel) in het bestemmingsplan de planologische mogelijkheid voor een intensieve veehouderij. Ten opzichte van het stedenbouwkundige plan dat samen met het ontwerp bestemmingsplan ter visie is gelegd zijn enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Het aantal woningen is toegenomen van circa 158 naar (maximaal) 195 passend binnen de eerder vastgestelde stedenbouwkundige kaders. Daarnaast is de verbeelding aangepast en is in het bestemmingsplan een verbod opgenomen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen tot een afstand van 50 m tot de woningen en tuinen (spuitvrije zone), zodat een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners geborgd is.
Afbeelding 1: Locatie plangebied Vroonacker IV ten opzichte van Diessen.
Afbeelding 2: Uitsneden erven – de wijk – landschappelijke zone
Het stedenbouwkundige plan en het beeldkwaliteitsplan zijn aangepast. In de Nota van beantwoording zienswijzen en Nota van ambtshalve wijzigingen zijn de belangrijkste wijzigingen nader toegelicht. De ontwikkelende partijen hebben een aanzienlijk grondbezit van het plangebied in handen. Met hen is de afgelopen jaren onderhandeld over de voorwaarden voor deze ontwikkeling en is verkend of zij een grondexploitatie willen gaan voeren. Uiteindelijk hebben zij in juni 2025 gemeld dat zij geen grondexploitatie wensen te gaan voeren. Dit proces heeft mede tot vertraging geleid. Op basis van het nieuwe bouwprogramma is door gemeente een 2
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
grondexploitatie en is een exploitatieplan uitgewerkt. Het exploitatieplan kan worden gebruikt om het kosten verhaal af te spreken met de grondeigenaren met wie nog geen anterieure overeenkomsten zijn vastgesteld. Om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk. Het bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologische kader om de ontwikkeling mogelijk te maken. Omdat het ontwerpbestemmingsplan nog vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, kan de procedure van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in dezelfde vorm afgemaakt worden. Voor de agrarische gronden waarvoor een spuitvrije zone wordt opgelegd kan (afhankelijk van het historische landgebruik) overgangsrecht gelden waardoor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voorlopig nog mogelijk blijft. Om voor alle nieuwe bewoners een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen zal het bestemmingsplan (nog voordat de woningen gebouwd zijn) worden opgenomen in een wijziging van het omgevingsplan waarbij het overgangsrecht niet wordt overgenomen. Agrarische grondeigenaren die worden benadeeld kunnen gebruik maken van planschade en/of nadeelcompensatie regelingen.
Argumenten – stedenbouwkundig plan 1.1 We realiseren extra woningen Ten opzichte van het concept stedenbouwkundige plan dat met het ontwerp bestemmingsplan ter visie is gelegd realiseren we extra woningen binnen de programmatische kaders die de gemeenteraad eerder heeft vastgesteld. Er is niet alleen veel behoefte aan deze extra woningen, het was ook nodig om het plan financieel te optimaliseren.
Argumenten – beeldkwaliteitsplan 2.1 Het beeldkwaliteitsplan moet als toetsingskader worden gebruikt Om sturing te geven aan de beeldkwaliteit van het plan Vroonacker IV hanteert de gemeente een beeldkwaliteitsplan. Bouwinitiatieven van alle initiatiefnemers in het plangebied worden getoetst aan dit beeldkwaliteitsplan met als streven dat de bouwplannen op elkaar zijn afgestemd en dat er een gebied ontstaat met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Gestreefd wordt naar een divers woongebied dat een samenhangend beeld vormt en bestaat uit herkenbare ruimtelijke eenheden. Hierin spelen zowel de stedenbouwkundige ordening, als de inrichting van openbare ruimte en de architectuur van de bebouwing een rol. Het Beeldkwaliteitsplan Vroonacker IV, Diessen dat als bijlage onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan moet apart door de gemeenteraad worden vastgesteld om het als toetsingskader voor het plangebied te kunnen gebruiken bij de toekomstige aanvragen omgevingsvergunningen voor het bouwen van de woningen. In afbeelding 4 is een uitsnede van het beeldkwaliteitsplan te zien waarop de verschillende deelgebieden staan weergegeven. De deelgebieden bestaan uit ‘reguliere bebouwing’ (rood), ‘erfbebouwing’ (groen) en ‘patiobebouwing’ (oranje). Het deelgebied met de reguliere bebouwing vormt een nieuwe rand voor Diessen.
Door de organische vorm van de hoofdinfrastructuur sluit dit aan op de bestaande wijk ten oosten van het nieuwe deel. De patio’s bestaan uit een basis van 1 laag met een lage kap. De erven verschillen in beeld van de andere bebouwing omdat hier het gevoel van “samen wonen” overheerst. De woningen zijn zoveel mogelijk georiënteerd op het erf.
3
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
De adviescommissie gemeente Hilvarenbeek van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (‘Welstand’) heeft ingestemd met het Beeldkwaliteitsplan.
Afbeelding 3: Deelgebieden bebouwing
Argumenten – inspraak en wijzigingen 3.1 Er zijn zienswijzen ingediend en (ambtshalve) wijzigingen doorgevoerd Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 23 november 2023 tot en met 3 januari 2024, conform de Wro, voor 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er tien zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn beantwoord in de “Nota van beantwoording zienswijzen”. Deze tabel maakt onderdeel uit van het definitieve bestemmingsplan. De inhoud van de zienswijzen is betrokken bij de besluitvorming. De zienswijzen geven aanleiding tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, maar vormen geen bezwaar voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Zo is mede naar aanleiding van een zienswijze maar ook naar de laatste inzichten ten aanzien van gezondheid en jurisprudentie een spuitvrije zone opgenomen waarmee is geborgd dat er 50 meter afstand aangehouden moet worden tussen een gevoelige bestemming, zoals wonen, en eventuele spuitactiviteiten. Ook zijn diverse milieuonderzoeken geactualiseerd op basis van het verhoogde woningaantal en adviezen van de Omgevingsdienst. Ook is het stedenbouwkundig plan aangepast. Mede om het plan financieel haalbaar te krijgen zijn extra woningen toegevoegd, geheel binnen de eerder vastgestelde raadskaders.
In de “Nota van ambtshalve wijzigingen” zijn de ambtshalve wijzigingen opgenomen.
4
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
Argumenten – bestemmingsplan 4.1 De gemeenteraad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meerdere bestemmingsplannen vast. 4.2 De ontwikkeling past binnen het beleid van de gemeente In de gemeente Hilvarenbeek kunnen enkel de inbreidingslocaties niet voorzien in de behoefte voor nieuwe woningen. Er wordt daarom ingezet op een kwalitatieve afronding van de dorpsranden, zoals Vroonacker IV. Het woningbouwprogramma voorziet in een brede mix van betaalbare woningen, waaronder sociale huur en betaalbare koop, waarmee invulling wordt gegeven aan het gemeentelijke woonbeleid en de afspraken uit de regionale Woondeal. Er is ruimte voor starters, doorstromers en senioren. Voor wat betreft de gemeentelijke ambitie om Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) woningen en om geclusterde woonvormen te realiseren zijn in het Stedenbouwkundig plan kansrijke locaties aangeduid. We gaan onderzoeken of geclusterde woonvormen voor senioren mogelijk zijn als onderdeel van de regionale opgave. Dit dient nog te worden uitgewerkt waarna afspraken met bouwende partijen en afnemers nog dienen te worden vastgelegd.
Daarnaast sluit de stedenbouwkundige opzet aan bij de bestaande dorpsstructuur van Diessen en wordt met landschappelijke inpassing een zorgvuldige overgang naar het buitengebied geborgd. Ook wordt het plan uitgevoerd in lijn met het gemeentelijk waterbeleid. Zo is in het ontwerp ruimte gereserveerd voor waterberging via wadi’s, waarmee wordt bijgedragen aan een robuust en klimaatbestendig watersysteem. Een eerdere (nog niet gerealiseerde) waterberging opgave voor de kern Diessen wordt in dit plan meegenomen. Daarnaast speelt duurzaamheid een belangrijke rol. Zo worden de woningen gasloos gebouwd en wordt de openbare ruimte natuurinclusief en biodivers ingericht met inheemse soorten. Ten slotte is er sprake van een economisch haalbaar en maatschappelijk gedragen plan, mede dankzij de omgevingsdialoog . Daarmee past het plan binnen het gemeentelijke beleid. 4.3 De ontwikkeling past binnen het beleid van de provincie Het plan past binnen het provinciale beleid omdat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik door het benutten van de voormalige agrarische locatie Westerwijk 4 en door de logische afronding van de dorpskern Diessen. Het woningbouwprogramma sluit aan bij de regionale afspraken en richt zich op betaalbaarheid en differentiatie.
Bovendien draagt het plan bij aan de provinciale ambities op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie, door waterberging, natuurinclusieve inrichting en klimaatbestendig bouwen te integreren. Aan de randen van het plan wordt geïnvesteerd in een passende landschappelijke inpassing. Daarmee past het plan binnen de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening. Daarnaast heeft de provincie onlangs ingestemd met de huidige stukken van het bestemmingsplan. 4.4 Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieu hygiënisch oogpunt en qua gezondheid (o.a. spuitzones) belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de beoogde ontwikkeling. De milieukwaliteit vormt dan ook een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dat kader zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd, waaronder een bodemonderzoek, onderzoek flora & fauna, akoestisch onderzoek en een geuronderzoek. Ook zijn de effecten van de omliggende agrarische percelen ingeschat. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat er geen belemmering is voor de realisatie van Vroonacker IV en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat onder de voorwaarde dat er spuitvrije zones worden gerealiseerd. Dit is beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. In
5
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
sommige gevallen is echter nog een nader onderzoek nodig. Dit is beschreven in de kanttekeningen. 4.5 Het verkeersonderzoek toont aan dat de huidige omgeving de toename aan verkeersbewegingen kan verwerken Naast de in argument 2.4 genoemde onderzoeken zijn door Antea Group meerdere verkeersonderzoeken uitgevoerd om de betreffende verkeersafwikkeling rondom Vroonacker IV in beeld te brengen. Het verkeersonderzoek geeft antwoord op de vraag hoe de nieuwe woonwijk het beste kan worden ontsloten. Om antwoord te geven op deze vraag, zijn vier ontsluitingsvarianten doorgerekend met het BBMA-verkeersmodel. Ook is de verkeersafwikkeling op een aantal bepalende kruispunten in de directe omgeving van het plangebied beoordeeld en is gekeken naar de maatregelen die nodig zijn voor een veilige verkeersafwikkeling. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Op basis van de resultaten is bepaald dat de wijk op twee punten wordt ontsloten: via de Schorseneer en de Meiraap (noordzijde) en de Deusonelaan (oostzijde). Uitgangspunt is dat alle nieuwe wegen binnen Vroonacker IV worden ingericht als erftoegangsweg (30 km/u). Dit betekent dat kruispunten gelijkwaardig worden uitgevoerd, bij voorkeur met een verhoogd plateau in een afwijkende kleur. Dit type inrichting hoort bij woonstraten.
Daarnaast is het consistent, omdat de omliggende wegen binnen de bebouwde kom van Diessen ook een snelheidsregime van 30 km/u kennen en op een vergelijkbare wijze zijn ingericht. De nieuwe woningen aan het erf van Westerwijk 4 worden op de Westerwijk aangesloten. 4.6 Er vindt kwaliteitsverbetering plaats op basis van een Landschappelijk inpassingsplan De landschappelijke inpassing voor Vroonacker IV is opgenomen in het Stedenbouwkundige plan en bestaat uit de aanplant van bomen, een houtwal rondom de erven, diverse solitaire struiken/heesters, gemengde hagen rondom parkeren en erfafscheidingen, een bloemrijk grasmengsel en elzensingels ter plaatse van de greppels en verlagingen. Aan de randen van het plangebied worden meerdere Wadi’s en wordt een wandelpad gerealiseerd. Aan de zuidzijde van het plangebied (en ten noorden van het erf van Westerwijk 4) wordt extra grond aangekocht van een van de ontwikkelende partijen waardoor er onder meer een landschappelijke verbinding met een wandelpad ontstaat met de Deusonelaan. Ten minste 1% van de waarde van de gronduitgiftes (circa € 194.000) dient te worden geïnvesteerd in een goede landschappelijke inpassing van het plan conform de Werkafspraken Hart van Brabant. Hiervoor komen alleen maatregelen in aanmerking aan de randen van het plan, de kosten zijn berekend op basis van de richtlijnen van de Stila regeling.
De berekende kosten voor de realisatie van de landschappelijke kwaliteitsverbetering bedragen voor Vroonacker IV (€ 74.000 (de werkelijke kosten zijn hoger). Dat is te weinig om aan deze 1% norm te kunnen voldoen. Daarom wordt in afstemming met de provincie Noord-Brabant een aanvullend bedrag van € 119.000 geïnvesteerd in de landschappelijke inpassing buiten dit plangebied. In overleg wordt hiervoor een goede bestemming gezocht, mogelijk het beoogde landschapspark ten noorden van Slibbroek noord. Het bleek niet mogelijk om meer groen aan de randen van het plan te realiseren wegens de daar geplande Wadi’s. Daarnaast wordt binnen het plan nog voor een veel groter budget aan stedelijk groen aangelegd. De landschappelijke inpassing en bijbehorende investering worden juridisch-planologisch gewaarborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels.
6
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
Afbeelding 4: Stedenbouwkundig plan met landschappelijk inpassingsplan.
4.7 Het plan is inhoudelijk getoetst en akkoord bevonden Het plan is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de provincie Noord -Brabant, het Waterschap en de Veiligheidsregio. Ook heeft afstemming plaatsgevonden over het woningbouwprogramma van Vroonacker IV tijdens het regionaal bestuurlijk overleg. Opmerkingen op basis van deze instanties zijn aangepast in de stukken van het bestemmingsplan. Daarnaast is in het bestemmingsplan gekeken naar alle relevante milieuaspecten. De uitwerking hiervan is door de OWMB getoetst, waarna relevante zaken zijn verwerkt. Argumenten – verbeelding bestemmingsplan 5.1 De analoge verbeelding moet formeel worden vastgesteld Voor alle belanghebbenden is het van belang dat ook visueel duidelijk is hoe de verbeelding eruitziet. Daarom wordt een analoge uitdraai van de verbeelding uit die dataset door de raad vastgesteld. Argumenten – grondexploitatie 6.1 Uw raad is het bevoegd orgaan om een bouwgrond in exploitatie (BIE) te activeren door middel van een raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Het startpunt van bouwgrond in exploitatie (BIE) is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting.
Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie bij onderhanden werk (bouwgronden in exploitatie) op de balans. 7
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
De gemeentelijke grondexploitatie (BIE) is naast het exploitatieplan ook de basis voor het kostenverhaal voor de gronden die in het bezit zijn van gemeente. De gemeente verhaalt de door haar gemaakte kosten binnen het grondexploitatiecomplex deels middels gronduitgifte. Op basis van het financieel raamwerk “Vroonacker IV” opgenomen in de bijlage 9, wordt er geen verlies voorziening getroffen, aangezien de geraamde opbrengsten per heden de geraamde kosten in het grondexploitatiecomplex overstijgen. Ook de minimale rendementseis van 2,50% wordt gehaald met een stand van zaken per heden ter hoogte van circa 5,4% winst (circa € 0,86 miljoen, netto contante waarde 2025). Argumenten – exploitatieplan 7.1 Het vaststellen van het Exploitatieplan is wettelijk verplicht wanneer het kostenverhaal met alle betrokken partijen niet anderszins is verzekerd door middel van anterieure overeenkomsten. Met meerdere marktpartijen en grondeigenaren zijn nog geen anterieure overeenkomsten gesloten waardoor met deze partijen nog geen afspraken zijn vastgelegd over het kostenverhaal. Dit maakt dat de gemeente Hilvarenbeek bij de vaststelling van het bestemmingsplan Vroonacker IV ook wettelijk verplicht is haar kostenverhaal te borgen door middel van het vaststellen van het Exploitatieplan Vroonacker IV.
Het vaststellen van het Exploitatieplan borgt het kostenverhaal van grondeigenaren, wanneer deze besluiten zelf te realiseren in het plangebied. Kanttekeningen – inspraak 3.1 Er kan beroep worden ingediend Na vaststelling en publicatie van dit bestemmingsplan geldt er een beroepstermijn van 6 weken. Zoals bij elk bestemmingsplan kan ook in onderhavig geval beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook als iemand geen zienswijze heeft ingebracht tegen het bestemmingsplan kan een beroep worden ingediend.
Kanttekeningen – bestemmingsplan 4.1 We wegen de economische belangen af van agrariërs, de behoefte aan nieuwe woningen en het belang van een goede gezondheid van de bewoners. Dit leidt tot het aanbrengen van een spuitvrije zone van 50 meter. De gemeenteraad staat voor de opgave om zowel een woningbouwopgave als het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan spelen meerdere belangen een rol die niet altijd eenvoudig te verenigen zijn. Enerzijds willen agrariërs hun gronden kunnen blijven gebruiken voor teelt, inclusief het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Anderzijds is er de acute maatschappelijke behoefte aan nieuwe woningen, die op deze locatie deels wordt ingevuld. Ten slotte is er het belang van de toekomstige bewoners, die recht hebben op een gezonde en veilige leefomgeving. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat bij nieuwe gevoelige functies, zoals wonen, een spuitvrije zone van 50 meter noodzakelijk is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen borgen. Het toestaan van woningbouw zonder een spuitvrije zone leidt tot gezondheidsrisico’s en een juridisch kwetsbaar plan. Alleen met zwaarwegend locatie specifiek onderzoek kan van deze afstand worden afgeweken.
Zulke onderzoeken over verkleining van de spuitvrije zones bieden in de praktijk bij een beroepsgang echter onvoldoende zekerheid en zijn door de GGD bij een vergelijkbaar project sterk afgeraden. Het opnemen van een spuitvrije zone van 50 meter biedt een duidelijke en uitvoerbare oplossing die zowel de gezondheid van toekomstige bewoners beschermt als rekening houdt met de positie van agrariërs. Zij behouden de mogelijkheid hun gronden agrarisch te gebruiken, inclusief alternatieve teeltmethoden zonder chemische middelen.
8
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
Voorgesteld wordt om in dit geval de woningbouwopgave en de volksgezondheid zwaarder te wegen dan het blijvend mogen toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen nabij nieuwe woningen. Wij verwijzen hiervoor naar bijgaande “Afwegingsnotitie woningbouw en gewasbeschermingsmiddelen”. Een spuitvrije zone van 50 meter vormt daarmee een proportionele maatregel die bijdraagt aan een zorgvuldige en redelijke afweging van de betrokken belangen. Tot slot heeft de gemeenteraad in de recent vastgestelde Omgevingsvisie vastgelegd dat bij nieuwe ontwikkelingen altijd een spuitvrije zone van 50 meter wordt aangehouden ten opzichte van gevoelige functies. Deze keuze sluit aan bij de ambitie om ‘Samen gezond te groeien’ en waarborgt dat toekomstige plannen in lijn zijn met deze norm. De voorgestelde maatregel geeft hieraan concreet uitvoering. 4.2 De spuitvrije zone in het bestemmingsplan beëindigt bestaande legale spuitactiviteiten niet Voor agrariërs geldt dat bestaand legaal gebruik onder het overgangsrecht mag worden voortgezet. Dit betekent dat het bestaande gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet onmiddellijk wordt beëindigd. De gemeente heeft hiervoor in beeld gebracht welke agrarische kavels tot op heden daadwerkelijk bedrijfsmatig agrarisch zijn gebruikt met gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (onderzoek CLM, bijlage bij bestemmingsplan).
Alleen voor die kavels waar recent nog is gespoten geldt het overgangsrecht. De spuitactiviteiten op deze kavels vallen namelijk onder het bestaand legaal gebruik. Dit overgangsrecht is verplicht in een procedure onder de Wet ruimtelijke ordening, maar niet onder de Omgevingswet. Daarom zal het overgangsrecht op termijn door een wijziging van het Omgevingsplan worden beëindigd. Hiervoor ontvangt uw raad op een later moment een separaat voorstel. Het voornemen is om het definitieve spuitverbod in elk geval te laten ingaan voordat de omgevingsvergunningen bouwen worden aangevraagd. Ook wordt met de omliggende eigenaren gesproken om overeenstemming te bereiken over het spuitverbod. 4.3 Er dient in sommige gevallen nog nader onderzoek plaats te vinden Voor enkele onderwerpen is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor nog uit te voeren nader onderzoek. Het nader onderzoek naar archeologie, niet gesprongen explosieven en bodemkwaliteit zal na het groeiseizoen van de landbouw worden uitgevoerd. Ook dient een plan te worden uitgewerkt naar de compensatie van het foerageergebied van een bedreigde diersoort. Dit onderzoek dient te zijn afgerond en getoetst voordat de bouwvergunningen kunnen worden verleend.
Voor stikstof is aangetoond dat met gebruikmaking van interne saldering er tijdens en na de realisatie van het plan minder stikstof uitstoot zal optreden in vergelijking met de situatie daarvoor. Dit is uitgewerkt in een ‘passende beoordeling’. Voordat de bouwvergunningen kunnen worden verleend dient de provincie NoordBrabant eerst nog wel een natuurvergunning af te geven hierop. Tevens wordt een voorbehoud gemaakt omdat niet goed valt te voorspellen hoe het beleid ten aanzien van stikstof zich in de toekomst zal ontwikkelen. 4.4 De beoogde woningen worden binnen 2 kilometer ten opzichte van een geitenhouderij gerealiseerd Uit onderzoek blijkt dat bewoners binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij een verhoogde kans hebben op een longontsteking. Binnen deze straal bevindt zich momenteel de geitenhouderij aan de Hoekje 9, welke gelegen is op een afstand van circa 1.300 tot 1.700 meter van het plangebied. De GGD adviseert daarom om terughoudend te zijn met het realiseren van woningen. Daarbij geeft de GGD aan dat het risico op een longontsteking het grootst is binnen 500 meter.
In paragraaf 5.10 (gezondheidsaspecten) van de toelichting van het bestemmingplan wordt de afweging gemaakt dat de voordelen van de woningbouwontwikkeling, mede in het licht van het grote maatschappelijke belang en de beperkte gezondheidsrisico’s, zwaarder wegen dan de afstand die wordt geadviseerd vanuit het voorzorgsprincipe. 9
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
Kanttekeningen - grondexploitatie 6.1 We werken de opgave van CPO woningen en geclusterde woningen nader uit De ambities om Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) woningen en om geclusterde woonvormen te realiseren werken we nader uit. Hierover dienen bij de gronduitgiftes danwel bouwclaims nog afspraken met bouwende partijen te worden gemaakt. Woningbouwcorporatie Leystromen is de beoogde marktpartij om alle sociale huurwoningen af te nemen. Zij heeft recent de wens uitgesproken om meer dan de beoogde 40 sociale huurwoningen af te willen nemen en ook betaalbare huurwoningen uit het plan te willen afnemen waarin momenteel nog niet is voorzien. We werken deze programmatische wensen nader uit en onderzoeken wat het effect zal zijn op het resultaat van de grondexploitatie. Afspraken hierover dienen te worden uitgewerkt en vastgelegd in uitgifte overeenkomsten van de grond. 6.2 Nog niet alle grond is aangekocht en met meerdere partijen zijn nog geen afspraken vastgelegd over gronduitgiftes (bouwclaims) en kostenverhaal De gemeente is al jaren in gesprek met grondeigenaren om gronden te verwerven, dit is tot op heden slechts gedeeltelijk gelukt. Om dit gebied te kunnen ontwikkelen wil gemeente bouwclaim overeenkomsten gaan sluiten met ontwikkelende partijen.
Vanwege de opgelopen vertraging, het nieuwe grondbeleid, en de gewijzigde (gestegen) grondprijzen zijn recent nieuwe taxaties uitgevoerd. De gemeentelijke (plan)kosten zijn ook toegenomen. Op basis daarvan dienen we de bouwclaimovereenkomsten alsnog vast te stellen waarin ook het kostenverhaal wordt meegenomen. Voor de door gemeente nog te verwerven gronden dient ook het kostenverhaal nog te worden geregeld, hiervoor kan (na vaststelling) het exploitatieplan worden ingezet. Indien we ook na de vaststelling van het bestemmingsplan en het exploitatieplan er niet in slagen om definitieve overeenkomsten te sluiten met partijen (verwerving van gronden, kostenverhaal en bouwclaims) kan het gebied niet tot ontwikkeling worden gebracht. Doordat het maatschappelijk belang van deze ontwikkeling groot is kunnen we dan besluiten om op basis van de nota Grondbeleid de vervolgstap onteigening in te zetten om de gronden te verwerven om de uitvoering van het plan zeker te stellen. 6.3 het plan kent (financiële) risico’s De belangrijkste risico’s van de grondexploitatie worden als volgt samengevat: • We verkrijgen geen overeenstemming met professionele partijen (ontwikkelaars) over de voorwaarden van grondverwerving en bouwclaims. Dit leidt tot vertraging. • Verslechtering van de marktomstandigheden bij de gronduitgiftes door bijvoorbeeld geopolitieke onrust en/of recessie risico’s.
Dit kan leiden tot lagere grondopbrengsten. • Hogere onvoorziene onderzoekskosten van bijvoorbeeld nog uit te voeren archeologisch onderzoek en werkzaamheden m.b.t. ontplofbare oorlogsresten wat leidt tot hogere kosten. • Onvoorziene stijging van de kosten van bouw- en woonrijp maken door hoge inflatie of het risico van een tegenvallende aanbesteding. • Tussentijdse aanpassingen van het bouwprogramma met meer sociale huur of midden huurwoningen wat leidt tot lagere grondopbrengsten. • Vertraging door beroep tegen het bestemmingsplan en/of omgevingsplan dat kan leiden tot aanzienlijke vertraging en procedure bij de Raad van state. Financiën Het verhalen van kosten met betrekking tot de procedure is geregeld in de gemeentelijke grondexploitatie (BIE). De gemeente verhaalt de door haar gemaakte kosten binnen het grondexploitatiecomplex middels gronduitgifte en exploitatiebijdragen. Voor die gro ndeigenaren 10
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
waarmee geen afspraken zijn gemaakt is het kostenverhaal verzekerd door middel van het Exploitatieplan die zelfrealisators een verplichte Exploitatiebijdrage oplegt wanneer deze een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit aanvragen. Communicatie De “Nota van beantwoording zienswijzen” wordt voorafgaande aan de vaststelling door de gemeenteraad aan de indieners van de zienswijzen verstuurd. Ook is er op 8 december 2025 een inloopbijeenkomst georganiseerd voor de omgeving. Na de vaststelling van het bestemmingsplan wordt het genomen besluit gepubliceerd in de Staatscourant en in de Hilverbode. Daarnaast wordt het bestemmingsplan op de viewer van het Omgevingsloket geplaatst.
Uitvoering Na de vaststelling door de gemeenteraad wordt het bestemmingsplan voor de duur van zes weken ter inzage gelegd voor beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadat het plan onherroepelijk is geworden, de resterende onderzoeken zijn uitgevoerd en getoetst en alle afspraken met grondeigenaren definitief zijn vastgelegd zal gemeente de grond gefaseerd bouwrijp maken en (gefaseerd) uitgeven aan de ontwikkelende partijen. Naar verwachting kan fase 1 (woningen aansluitend aan de kern Diessen) het eerste worden gebouwd. De planning is dat er (rekening houdend met de behandeling van mogelijke beroepschriften bij de Raad van State in 2026 en een deel van 2027) op zijn vroegst kan worden gestart met het bouwrijp maken van de grond in 2027. Aansluitend vinden de gronduitgiftes plaats waarna gestart zal worden met bouwen. Burgemeester en Wethouders van Hilvarenbeek, secretaris, Frank Jansen
burgemeester, Evert Weys
Advies raadscommissie Dit voorstel is op 8 en 15 januari 2026 behandeld in de commissie Ruimte. Alles fracties zijn van mening dat het voorstel rijp voor besluitvorming is. De fracties van CDA en VVD geven aan dat het voor het een hamerstuk kan zijn. De fractie van HOI Werkt heeft aan dat het dit voorstel als bespreekstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering zou willen plaatsen, dit vanwege de omvang van het plan en om nog enkele opmerkingen te kunnen maken. De commissie adviseert het presidium om dit voorstel als bespreekstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering van 29 januari 2026 te plaatsen. De griffier, Maarten Janus Eindvoorstel Het college handhaaft het voorstel zoals genoemd in de paragraaf “Voorstel”. Burgemeester en Wethouders van Hilvarenbeek, secretaris, Frank Jansen
burgemeester, Maarten Houben 11
Raad van 29 januari 2026, nr. 12
Bijlage (digitaal in raadsinformatiesysteem) 1. Concept raadsbesluit; 2. Stedenbouwkundig plan Vroonacker IV Diessen (2025-10-02); 3. Beeldkwaliteitsplan Vroonacker Diessen (2025-09-23); 4. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Vroonacker IV Diessen; 5. Nota van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen; 6. Verslag Omgevingsdialoog; 7. Afwegingsnotitie woningbouw en gewasbeschermingsmiddelen; 8. Definitief bestemmingsplan “Vroonacker IV, Diessen”, bestaande uit: - Toelichting; - Bijlagen bij de toelichting; - Regels; - Bijlagen bij de regels; - Verbeelding; 9. Grondexploitatie Vroonacker IV (2025-12-08, GEHEIM); 10. Exploitatieplan Vroonacker IV (2025-12-08).
12