Bestemmingsplan Klein Westerwijksestraat 19 (5l Bijlage XII toelichting GGD advies)
Tekst van het document
A
G/G/D
Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Gemeente Hilvarenbeek 5.1.2.e
Postbus 3
5080 AA Hilvarenbeek
Kenmerk:
WBGMV-573577165-48780
Datum:
2 april 2025
Behandeld door:
5.1.2.e
E-mail:
5.1.2.e
Onderwerp:
Advies BP Klein Westerwijksestraat 19 Biest Houtakker
Geachte 5.1.2.e
Op 10 maart jl. heeft u team Gezondheid, Milieu & Veiligheid van de 3 GGD'en in Brabant (GMV) benaderd met de vraag een advies uit te brengen over een bestemmingsplan voor de herontwikkeling van een gesaneerde varkenshouderij tot een belevingslandschap met recreatieverblijven. Door een aantal omliggende agrarische bedrijven zijn zienswijzen ingediend omdat de vrees bestaat dat zij in hun bedrijfsvoering worden aangetast. Op basis van het Stappenplan Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 wordt advisering door de GGD noodzakelijk geacht. Voor het opstellen van het advies is gebruik gemaakt van: Bestemmingsplan "Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker", gemeente Hilvarenbeek, Reland, 14 februari 2025. Inclusief bijbehorende regels
Situatieschets Op de planlocatie werd een varkenshouderij geëxploiteerd, deze is inmiddels gesloopt. De initiatiefnemer wil op deze locatie nu een plattelandsonderneming gaan houden die betrekking heeft op verblijfsrecreatie, georganiseerde dagrecreatie (workshops), het telen en be- en verwerking van fruit, groenten, noten en kruiden en het exploiteren van een wijngaard. In het landschap zijn 5 landschapskamers opgenomen, met elk zijn eigen karakter en thema waar in totaal 25 recreatiewoningen kunnen staan. Er liggen geen hoogspanningslijnen in de directe nabijheid van de planlocatie. Wel liggen er enkele veehouderijen binnen een straal van 250 meter van de planlocatie waardoor een locatiespecifieke beoordeling is uitgevoerd. Daarnaast liggen er binnen 50 meter van de planlocatie akkerbouw gebieden. Hieronder vindt u de belangrijkste conclusies en adviezen. In de bijlage vindt u een onderbouwing van de conclusies en adviezen. Daar waar mogelijk is gebruik gemaakt van gezondheidskundige advieswaarden (zie bijlage)
Conclusie Wij concluderen dat:
Gezondheid Milieu en Veiligheid Postbus 3024 5003 DA Tilburg
(088) 368 78 00 milieu@ggdgmv.nl www.ggdleefomgeving.nl
Er enkele veehouderijen binnen 250 meter van de planlocatie gelegen zijn. Deze afstand wordt in principe door de GGD als minimumafstand aangehouden tot een gevoelige bestemming omdat er sprake kan zijn van een verhoogde blootstelling aan fijnstof/ endotoxine/ geur vanuit de veehouderijen. Recreatiewoningen zijn, tenzij ze langdurig bewoond mogen worden, naar mening van de GGD in principe geen geurgevoelige bestemmingen. Recreatiewoningen zijn wel gevoelige bestemmingen wat betreft endotoxinen/ luchtkwaliteit. Vandaar dat een locatie specifieke beoordeling is uitgevoerd voor dit initiatief. De afstand van de dichtstbijzijnde geitenhouderij (Kanaaldijk 4) tot het plangebied bedraagt circa 0,35 kilometer. Daarnaast zijn er geitenhouderijen op een afstand van circa 1,8 en 1,9 kilometer gelegen. Op de planlocatie worden recreatiewoningen gebouwd waar dezelfde groep mensen maximaal 6 weken mogen verblijven. In het VGO onderzoek is enkel onderzoek gedaan naar het risico op het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden en niet bij mensen die kortdurender in de omgeving van een geitenhouderij wonen. Het effect op de gezondheid bij een kortdurender verblijf kan derhalve niet beoordeeld worden. Het advies is in elk geval recreanten hierop te wijzen. Geur: In de beoogde situatie worden op de planlocatie geen varkens meer gehouden.
Dit heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat van de bestaande omliggende woningen. In de directe omgeving zijn nog wel veehouderijen gelegen die een effect kunnen hebben op de te bouwen recreatiewoningen. Uit de kaart achtergrondgeurbelasting van de ODZOB blijkt dat er plaatse van het plangebied een achtergrondgeurbelasting heerst van 7-13 OU. Recreatiewoningen worden door de GGD in principe niet als een geurgevoelig object beschouwd, behalve wanneer het mogelijk is om in dergelijke woningen langdurig te verbleven. In de toelichting op het initiatief wordt aangegeven dat de initiatiefnemers hebben ingestemd om het gebruik van de recreatiewoningen in te perken en een verblijfsduur aan te merken voor een zelfde groep mensen van maximaal 6 weken aaneengesloten per jaar. Zou een langdurig verblijf toch mogelijk zijn, dan adviseert de GGD de geurbelasting te toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarden voor woningen in het buitengebied, zijnde een voorgrondgeurbelasting van 5 OU en een achtergrondgeurbelasting van maximaal 10 OU. Endotoxinen: Door het stoppen met de varkenshouderij vindt er geen emissie meer plaats vanuit dit bedrijf naar de omgeving. Dit is vanuit gezondheid bezien positief voor de omwonenden. In de directe nabijheid van de te bouwen recreatiewoningen zijn 2 varkenshouderijen gelegen.
De te bouwen recreatiewoningen liggen niet binnen de endotoxine richtafstand van deze bedrijven, waardoor er geen sprake is van het verhoogd risico op gezondheidsklachten ten gevolge van de blootstelling aan endotoxinen afkomstig uit deze individuele varkenshouderijen. De concentratie PM 10 ligt in 2025 volgens berekening op 15,7 ug/m3 en de concentratie PM 2,5 op 9,05 ug/m3. Dit betekent dat met name voor PM2,5 niet voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarden, zoals op veel plekken in Nederland. Uit de kaart van de Atlas leefomgeving blijkt dat de geluidsbelasting op de planlocatie tussen de 51 en 55 dB ligt. Dit betekent dat de geluidsbelasting boven de gezondheidskundige advieswaarde voor woningen in zijn algemeenheid ligt, hetgeen kan leiden tot hinder. Daarnaast is gekeken naar de geluidsbelasting tijdens de nachtelijke uren. Ook hiervoor geldt dat ter plaatse van de planlocatie de gezondheidskundige advieswaarde wordt overschreden. Dit betekent dat er sprake kan zijn van slaapverstoring. In de uitleg bij de kaarten van de Atlas leefomgeving wordt aangegeven dat de kaarten niet geschikt zijn voor bijvoorbeeld het toetsen van de geluidbelasting op de gevel aan normen. De kaarten geven wel een indicatie.
Het advies is om in elk geval bij de bouw van de recreatiewoningen rekening te houden met de geluidsbelasting en bijvoorbeeld de slaapvertrekken/ buitenruimten aan de geluidsluwe zijde te positioneren. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er geen noodzaak is voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek, met uitzondering van asbest. De GGD wijst erop dat zij strengere normen
2
hanteert voor lood. Dit omdat blootstelling aan lood met name bij kinderen kan leiden tot gezondheidseffecten (verlies van IQ punten). Het advies is om de aangetroffen concentraties in de bodem te toetsen aan deze gezondheidskundige advieswaarden op die plaatsen waar een moestuin wordt gehouden dan wel waar kinderen kunnen spelen. Binnen 50 meter van de planlocatie liggen gronden voor akkerbouw. Boomteelt wordt niet toegepast binnen deze afstand. Bij het telen van gewassen/fruit wordt er regelmatig gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Deze kunnen mogelijk een effect hebben op de gezondheid van omwonenden. In tegenstelling tot hetgeen in het rapport "Toelichting Klein Westerwijksestraat 19 Biest Houtakker" staat adviseert de GGD uit voorzorg om tenminste 50 meter afstand te houden tussen landbouwgrond waarop bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast en gevoelige bestemmingen (bestaande woningen en de te bouwen recreatiewoningen). De afstanden kunnen ingevuld worden met teeltvrije zones of spuitvrije zones die een (extra) veiligheidsmarge bieden. Er is geen goede onderbouwing dat dat door het gebruik van hagen/ bomen deze afstand verkleind kan worden. Als u nog vragen heeft over de conclusies of adviezen, kunt u contact met ons opnemen via telefoonnummer 088 639 28 08 of via milieu@ggdgmv.nl.
Met vriendelijke groet, 5.1.2.e
5.1.2.e
Adviseur milieu en gezondheid
3
Bijlage 1
Onderbouwing advies
Hieronder vindt u de onderbouwing van de in de brief beschreven conclusies.
Gezondheidskundige advieswaarden De GGD vindt dat het voldoen aan de milieuwetgeving niet automatisch betekent dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Bij het vaststellen van wettelijke grenswaarden worden namelijk ook andere aspecten dan enkel gezondheid, zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid, meegewogen. Daardoor kunnen ook beneden wettelijke normen al gezondheidseffecten optreden en is dus beneden deze waarden gezondheidswinst te behalen. Vandaar dat de GGD ter bescherming van de volksgezondheid bij haar advisering gebruik maakt van gezondheidskundige advieswaarden, waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Afstanden Veehouderijen hebben impact op hun fysieke omgeving. Uit onder andere het VGO-onderzoek is bekend dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld worden aan verhoogde concentraties geur, fijn stof, endotoxinen en biologische agentia. Deze blootstelling kan tot hinder en gezondheidsklachten leiden. De uitkomsten van het RIVM onderzoek Veehouderij en Gezondheid (VGO)1- 2, 3 en het endotoxinen-onderzoek4 benadrukken het belang om gezondheid mee te wegen bij ontwikkelingen van intensieve veehouderijen. Uit onderzoek blijkt dat hoe dichterbij een veehouderij ligt bij woningen, hoe hogere blootstelling aan stofdeeltjes, endotoxinen en micro-organismen leidend tot een toename van gezondheidsrisico's.
In het algemeen adviseert de GGD geen gevoelige bestemmingen binnen een straal van 250 meter van een veehouderij te bouwen. Voor omwonenden van een geitenhouderij geldt dat zij een verhoogd risico op longontsteking hebben wanneer zij binnen een straal van 2 km van een dergelijk bedrijf wonen. Het risico is het grootst binnen 500 meter van een geitenhouderij. Uit het meest recente VGO onderzoek blijkt dat bacteriën afkomstig uit mest/ vloer potstal mogelijk een oorzaak kunnen zijn voor het verhoogd voorkomen van longontsteking, maar dat nog geen gerichte maatregelen genomen kunnen worden.
Resultaat en conclusie: Er zijn enkele veehouderijen in de directe omgeving gelegen. Zo staat op een afstand van 220 meter een varkenshouderij (Klein Westerwijksestraat 17) en op 130 meter een rundveehouderij. Dit betekent dat er binnen 250 meter van de planlocatie veehouderijen staan. Deze afstand wordt in principe door de GGD als minimumafstand aangehouden tot een gevoelige bestemming. Recreatiewoningen zijn naar mening van de GGD in principe geen geur gevoelige bestemmingen maar wel gevoelige bestemmingen wat betreft endotoxinen/ luchtkwaliteit. Vandaar dat een locatie specifieke beoordeling is uitgevoerd voor dit initiatief. De afstand van de dichtstbijzijnde geitenhouderij (Kanaaldijk 4) tot het plangebied bedraagt circa 0,35 kilometer. Daarnaast is er een geitenhouderij op een afstand van circa 1,8 en 1,9 kilometer gelegen. Op de planlocatie worden recreatiewoningen gebouwd waar dezelfde groep mensen
1 Veehouderijen en gezondheid omwonenden (VGO), Maassen K, et al, 2016 Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies). Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen, Hagenaars T, Hoeksma P, de Roda Husman AM, Swart A, Wouters, 2017 3 Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III - Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014 - 2016, IJzermans CJ, Smit LAM, Heederik DJJ en Hagenaars TJ, 2018 4 Emissies van endotoxinen uit de veehouderij, Ogink, N, et al. 2016 2
4
maximaal 6 weken mogen verblijven. In het VGO onderzoek is enkel onderzoek gedaan naar het risico op het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden en niet bij mensen die kortdurender in de omgeving van een geitenhouderij wonen. Daarom kan geen uitspraak gedaan worden in hoeverre de mensen die kortdurend in de buurt van een geitenhouderij verblijven een verhoogd risico op longontsteking lopen. Het advies is in elk geval recreanten hierop te wijzen.
Emissies: - In de beoogde ontwikkeling vindt er een afname plaats van emissies van geur, fijnstof en ammoniak omdat de varkenshouderij ophoudt te bestaan. Dit heeft een positief effect op het woonen leefklimaat van de bestaande omliggende woningen. Geur Geur kan leiden tot (ernstige) hinder en daarmee samenhangend klachten als misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, en slaapproblemen. Door de GGD wordt voor de achtergrondgeurbelasting een gezondheidskundige advieswaarde gehanteerd, gebaseerd op het onderzoek van Geelen et al en van Aalsburg et al5 (2023) Voor de voorgrondgeurbelasting wordt door de GGD aangesloten bij de waarden uit bijlage 6-7 van de handreiking Wgv voor een niet-concentratie gebied omdat deze, in tegenstelling tot de wettelijke normen, op wetenschappelijke inzichten in de blootstelling-responsrelatie zijn gebaseerd. In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) wordt een onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en nietconcentratiegebieden. De GGD vindt dat er onvoldoende onderbouwing is voor het onderscheid tussen concentratiegebied en niet-concentratiegebied. Bij woonfuncties in het buitengebied hanteert de GGD als maximaal percentage geurgehinderden 20%. Voor woningen in een woonkern wordt uitgegaan van maximaal 12% geurgehinderden.
Uitgaande van deze percentages, horen hierbij de volgende waarden: % geurgehinderden
Geurbelasting
Voorgrond
Achtergrond
20% (buitengebied)
5 OU/m
10 OU/m3
12% (woonkern)
2 0U/m3:
5 OU/m3
,3
Bij bedrijven met dieren zonder (wettelijke) emissiefactor wordt door de GGD de VNG richtlijn aangehouden. Dit betekent een afstand van minstens 100 meter vanaf de rand van een bedrijf tot de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming.
Resultaten en conclusie: In de beoogde situatie worden op de planlocatie geen varkens meer gehouden. Dit heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat.
5
5
Geurbelasting en qeurhinder van veehouderijen
In de directe omgeving zijn nog wel veehouderijen gelegen die een effect kunnen hebben op de te bouwen recreatiewoningen. Uit de kaart achtergrondgeurbelasting van de ODZOB blijkt dat er plaatse van het plangebied (blauwe stip op de kaart) een achtergrondgeurbelasting heerst van 7-13 OU. In het rapport Toelichting Klein Westerwijksestraat 19 Biest Houtakker wordt geconcludeerd dat voor het overgrote deel van het plangebied een geurnorm van 7 OU geldt en voor een klein deel (westelijk deel) 10 OU. Recreatiewoningen worden door de GGD in principe niet gezien als een geurgevoelig object, behalve wanneer het mogelijk is om in dergelijke woningen in de praktijk langdurig te verbleven. In de toelichting wordt aangegeven dat de initiatiefnemers hebben ingestemd om het gebruik van de recreatiewoningen in te perken en een verblijfsduur aan te merken voor een zelfde groep mensen (maximaal 6 weken aaneengesloten per jaar). Zou een langdurig verblijf toch mogelijk zijn, dan zou de GGD adviseren de geurbelasting te toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarden voor woningen in het buitengebied, zijnde een voorgrondgeurbelasting van 5 OU en een achtergrondgeurbelasting van maximaal 10 OU.
Endotoxine blootstelling, gezondheidskundige advieswaarde Endotoxinen zijn een betere parameter dan fijnstof voor de beoordeling van blootstelling afkomstig van veehouderijen. Endotoxinen kunnen via inademing acute luchtwegklachten en chronische effecten op de luchtwegen (niet allergische astma en COPD) veroorzaken. Op basis van de handreiking endotoxine, opgesteld door het Ondersteuningsteam, is aan de hand van de fijnstofemissie vanuit stallen van varkens en pluimveebedrijven de afstand te berekenen waarbinnen naar verwachting de gezondheidskundige advieswaarde van endotoxine (30 EU/m3) wordt overschreden.
Resultaten en conclusie: Door het stoppen met de varkenshouderij vindt er geen emissie meer plaats vanuit dit bedrijf naar de omgeving. Dit is positief. Wel kunnen de bewoners van de recreatie woningen worden blootgesteld aan endotoxinen afkomstig van de omringende veehouderijen. Op dit moment is het enkel nog mogelijk de endotoxine richtafstand voor varkenshouderijen en pluimveebedrijven te berekenen. In de directe nabijheid zijn 2 varkenshouderijen gelegen. De te bouwen recreatiewoningen liggen niet binnen de endotoxine richtafstand, waardoor er geen sprake is van het verhoogd risico op gezondheidsklachten ten gevolge van de blootstelling aan endotoxinen afkomstig uit deze individuele varkenshouderijen.
Luchtkwaliteit: fijnstof (PM 10): Blootstelling aan fijnstof (PM2,5-PM10) kan leiden tot luchtwegklachten, acute klachten van ogen, neus en bovenste luchtwegen, verminderde longfunctie en aandoeningen van hart en bloedvaten. De wettelijke norm voor PM10 ligt momenteel op 31,2 pg/m3 (maximaal 40 pg/m3, met maximaal 35 overschrijdings-dagen met een belasting van 50 pg/m3 per jaar). Ook onder deze norm worden
6
gezondheidseffecten gevonden. De gezondheidskundige advieswaarden voor fijnstof zijn per september 2021 door de WHO aangescherpt tot 5 pg/m3 voor PM2,5 en 15 pg/m3 voor PM10. Resultaten en conclusie: - De concentratie PM 10 ligt in 2025 volgens de aangeleverde informatie op 15,7 ug/m3 en de concentratie PM 2,5 op 9,05 ug/m3. Dit betekent dat met name voor PM2,5 niet voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarden, zoals op veel plekken in Nederland. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat er sprake is van een toename van 82,5 verkeersbewegingen per dag. Deze wijziging wordt beoordeeld als niet in betekenende mate.
Geluid: Gezondheidskundige advieswaarden Blootstelling aan geluid kan een scala aan nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. De geluidsbelasting wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van geluidcontouren. De GGD gaat in haar beoordeling van de geluidssituatie uit van de volgende gezondheidskundige advieswaarden voor geluidniveaus: o Maximaal geluidniveau van 50 dB1 Lden op de hoogst belaste gevel voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven, ter bescherming van de gezondheid. Maximaal 40 dB Lnight op de hoogst belaste gevel voor de bronnen wegverkeer, railverkeer o en bedrijven gedurende de nacht om slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen niet afdoende zijn om onder de genoemde waarde o te komen, wordt geadviseerd te kijken naar het niveau binnen: maximale binnenwaarde 33 dB Lden. Hierbij wordt opgemerkt dat ondanks de aanwezigheid van (geforceerde) ventilatie mensen vaak de ramen openhouden. Dit reduceert natuurlijk sterk het effect van de aanwezige isolatie. Belangrijk is hier rekening mee te houden. Bovendien onderschrijft dit het belang van het zoeken naar bronmaatregelen (bijvoorbeeld type wegdek, snelheid, geluidsschermen).
Opmerkingen: o De GGD houdt in haar advisering geen rekening met juridisch gecorrigeerde geluidniveaus (aftrek) toe omdat er onzekerheden zijn over de toekomstige effecten op de geluidsbelasting door verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluidreducerende maatregelen aan de motorvoertuigen.
Resultaten en conclusie: Uit de kaart van de Atlas leefomgeving blijkt dat de geluidsbelasting op de planlocatie tussen de 51 en 55 dB ligt. Dit betekent dat de geluidsbelasting boven de gezondheidskundige advieswaarde voor woningen ligt, hetgeen kan leiden tot hinder. Daarnaast is gekeken naar de geluidsbelasting
7
tijdens de nachtelijke uren. Ook hiervoor geldt dat ter plaatse van de planlocatie (blauwe, open rondje in figuur) de gezondheidskundige advieswaarde wordt overschreden. Dit betekent dat er sprake kan zijn van slaapverstoring. In de uitleg bij de kaarten van de Atlas leefomgeving wordt aangegeven dat de kaarten niet geschikt zijn voor bijvoorbeeld het toetsen van de geluidbelasting op de gevel aan normen. De kaarten geven wel een indicatie. Het advies is om in elk geval bij de bouw van de recreatiewoningen rekening te houden met de geluidsbelasting en bijvoorbeeld de slaapvertrekken en de buitenruimte aan de geluidsluwe zijde te positioneren. Gekozen kaarten
X
€
Alle kwten dichtklappen
• Alle kaarten aanuit
Q
Gelud van wegverkeer s nachts
Transparantie: 2O«
nachtelkk geluld wegverkeer (night)
•46 ■ 50 de
■si ' ss dB •56 60 dB
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM 2022
( Uitleg bij kaart
H Kaart verwijderen
Kaartlaag downloaden
Achtergrondkaarten
Bodem: De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Daarom heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de toelichting wordt de conclusie van dit onderzoek beschreven. Hieruit blijkt dat de aangetoonde gehalten PAK, koper en zink zo laag zijn dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk is. Ook de aangetroffen gehalten minerale olie, barium, nikkel en cadmium in het grondwater waren zo laag dat er geen nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht door het onderzoeksbureau. Wel is door het bureau een asbestonderzoek geadviseerd ter plaatse van de oprit. De GGD wijst erop dat zij Gezondheidskundig Gezondheidskundig Gezondheidskundig strengere normen hanteert voldoende matige onvoldoende Type locatie bodemkwaliteit voor bodemkwaliteit voor bodemkwaliteit voor voor lood. Dit omdat lood lood lood blootstelling aan lood met Grote moestuin (>circa name bij kinderen kan leiden < 60 mg/kg 60 - 260 mg/kg > 260 mg/kg 200 m2) tot gezondheidseffecten Wonen met tuin (kleine (verlies van IQ punten).
< 90 mg/kg 90 - 370 mg/kg > 370 mg/kg moestuin) Het advies is om de Plaatsen waar kinderen aangetroffen concentraties in <100 mg/kg 100 - 390 mg/kg > 390 mg/kg spelen de bodem te toetsen aan deze minder dan 1 IQIQ-puntenverlies door meer dan 3 IQgezondheidskundige 1 -3 IQ-puntenverlies puntverlies bodemlood puntenverlies advieswaarden op die plaatsen waar een moestuin wordt gehouden dan wel waar kinderen kunnen spelen.
Spuitzones Binnen 50 meter van de planlocatie liggen gronden voor akkerbouw. Boomteelt wordt niet toegepast binnen deze afstand. Gesteld wordt in het rapport "Toelichting Klein Westerwijksestraat 19 Biest Houtakker" dat hierdoor de kans op drift zeer klein is. Binnen de planlocatie wordt ook fruit/ kruiden etc verbouwd.
8
Bij het telen van gewassen/fruit wordt er regelmatig gebruik gemaakt van gewasbeschermings middelen. Deze kunnen mogelijk een effect hebben op de gezondheid van omwonenden. In tegenstelling tot hetgeen in het rapport "Toelichting Klein Westerwijksestraat 19 Biest Houtakker" staat adviseert de GGD uit voorzorg om tenminste 50 meter afstand te houden tussen landbouwgrond waarop bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast en gevoelige bestemmingen (inclusief de recreatiewoningen). De afstanden kunnen ingevuld worden met teeltvrije zones of spuitvrije zones die een (extra) veiligheidsmarge bieden. Er is geen goede onderbouwing dat dat door het gebruik van hagen/ bomen deze afstand verkleind kan worden.
9