CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Klein Westerwijksestraat 19 (5f Bijlage VI toelichting QuickScan Flora en Fauna)

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Klein Westerwijksestraat 19.12.095 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden

ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Klein WESTERWIJKSESTRAAT 19 Biest-Houtakker Rapportnummer: 2020BE-0758

ë■

In opdracht van:

Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Colofon

Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2020BE-0759

Opdrachtgever

Contactpersoon 5.1.2.e

5.1.2.e

Locatie Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker Opleverdatum 17 juli 2020

Uitvoerder

Overname, verveelvoudiging of

openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron

Dit rapport is met de grootste zorg

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor

eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit

onderzoek door toepassing van

adviezen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 1

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Inhoudsopgave

1.

Inleiding en onderzoek

,4

2.

Beleidskader

.5

Wet natuurbescherming 3.

Plangebiedsbeschrijving

,8

Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling

4.

Praktijk ecologische quickscan

11

Bureaustudie

Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.

Beschermde natuurwaarden

17

Flora Zoogdieren

Vogels Amfibieën, vissen en reptielen

Overige soorten 6.

Resultaten en advies

.23

7.

Lijst van bronnen

.25

8.

Bijlagen

.26

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 2

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Samenvatting

Opdrachtgever heeft het bedrijf aan de Klein Westerwijksestraat 19 te Biest-Houtakker bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zullen de aanwezige varkensstallen worden gesloopt en zal het huidige bestemmingsplan worden omgezet. De aanwezige woonboerderij met garage zal blijven staan. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Voor de sloopvergunning heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden.

In opdracht heeft Brabant Eco een onderzoek naar natuurwaarden uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, de zogenaamde ecologische quick scan. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina

3

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

I 1. INLEIDING EN ONDERZOEK l.lAanleiding m heeft zich bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voorde warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Hierdoor zal het varkensbedrijf aan de Klein Westerwijksestraat 19 te Biest-Houtakker volledig worden gesaneerd. De bestaande bedrijfsgebouwen, bestaande uit drie varkensstallen, worden gesloopt. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende bestemmingsplan met agrarische bestemming. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voorde planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en in de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1,3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco enm o verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco. o Brabant Eco werkt volgens de door brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus opgestelde o gedragscode.

1.5 Betrouwbaarheid Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Brabant Eco accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Brabant Eco uitgevoerde onderzoek neemt.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 4

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

I

2. BELEIDSKADER aTa 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.

2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waarde natuurvoorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan meteen ontheffing van de provincie.

2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeftvoor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 5

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naarde gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naarde gevolgen voorde instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplichten het dierenwelzijn.

2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen

om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden ofte brengen dat met name

beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden ofte herstellen'.

De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden.

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle

inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o o

Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van

vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2);

o

Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);

o

Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);

o

Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of

producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie.

In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhoudingte behouden ofte herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voorzover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hierom de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 6

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Beschermingsregime soorten

Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid ia

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten opzettelijk te

natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art3.5lid4

Art 3.10 lid tb

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden de voortplantingsplaat-

Het is verboden de vaste voortplanting-

rustplaatsen en eieren van vogels te

sen of rustplaatsen van dieren te

vermelen ofte beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

beschadigen of te vernielen

splaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Het is verboden eieren van dieren in de

vernielen Niet van toepassing

natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van

Het is verboden dieren opzettelijk te

Niet van toepassing

verstoren

wezenlijke invloed is op de staat van

instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun

natuurlijke verspreidingsgebied

Art 3.10 lid ic Het is verboden plantensoorten in hun

natuurlijke verspreidingsgebied

opzettelijk te plukken en te verzamelen,

opzettelijk te plukken en te verzamelen,

af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 7

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

I gIT• hka3

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

i

ahd

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Klein Westerwijksestraat 19 te Biest-Houtakker in de gemeente Hilvarenbeek. Deze gemeente telt 15.300 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 97 km2. Hilvarenbeek bestaat naast Hilvarenbeek uit de dorpskernen Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Esbeek en Haghorst. Het dorp Biest-Houtakker heeft 1.000 inwoners en maakt deel uit van de gemeente Hilvarenbeek in de provincie Noord-Brabant. Biest-Houtakker ligt ten zuidoosten van Tilburg aan het Wilhelminakanaal. De Klein Westerwijksestraat is gelegen tussen de provinciale weg (N269) en de Biestsestraat welke komend uit Biest-Houtakker nabij het Wilhelminakanaal overgaat in de Heuvelstraat, de verbinding richting Moergestel. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische percelen, intensieve veehouderijen met bouw- en weilanden, burgerwoningen en horeca met forellenvijvers. Ten zuidoosten van het plangebied ligt Biest-Houtakker, ten zuiden Hilvarenbeek en ten noordwesten ligt safaripark Beekse Bergen. De bebouwde kom van Biest-Houtakker ligt op 100 meter ten zuidoosten van het plangebied. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 6 hectare, bestaat vooral uit bouwland en is gedeeltelijk bebouwd met drie varkensstallen en een bedrijfswoning met vrijstaande garage. In totaal is ongeveer 2.000 m2 bebouwd als varkensstal.

Het erf naar, rond en tussen de gebouwen is verhard met betonklinkers en ongeveer 1.500 m2. Het onderzoekgebied komt overeen met de grenzen van het plangebied en de directe omgeving hiervan.

Heuve

N269

4 ■

2

8

eekse Bergen • "N d

4

2

48

...... . terwijksestraat 19

4 J235

?

J

{Westerwijk

j

\* 2 %

ëd N269

Afbeelding: satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is oranje omcirkeld, bron google maps

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 8

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

4,

,

1 Afbeelding: met globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, te slopen bedrijfsgebouwen in rood en blijvende bedrijfswoning met bijgebouw in geel. Bron: google maps.

Natura 2000

DeRel Noordhoek Trouwlaan

De Blaak

Het Laar

Koningshoeven

Moergestel

Groenewoud

Katsbogten Riel

Goirle

Spoordonk

© Biest-Houtakker Breehees

Haghorst ileuwkerk

Hilvarenbeek

Diessen N395

Oostelbeers Middelbeers

Esbeek

1 Afbeelding: atlasleefomgeving Natura 2.000 gebieden, plangebied met blauwe pijl aangegeven

In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000 gebieden. Op 2.3 kilometer afstand ten zuidoosten bevind zich een uitloper van het Natura-2000 gebied Kempenland-West wat zich verder ten zuiden van het plangebied bevind. Op 7,2 kilometer ten westen bevindt zich Regte Heide & Riels laag en 3,5 kilometer noordelijk Kampina & Oisterwijkse vennen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 9

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

NatuurNetwerkNederland Vinkenberg

852 leuvelstraat

Zelt

Aëfan piëm

6*3 ikadorp

Broekzijde

K • \ 2172 21

ongo

Q

Westerwijk Biest-Houtakker

\ \

C

7

Dj

Kle

$

__

)

pen Opslag

Haghorst,

5—E

*

bk

4

HHvarPnhPPk

Afbeelding: kaartbank Brabant Natuur Netwerk Nederland gebieden

Haghorst

Direct aan het plangebied, op 75 meter van de bebouwing naar het westen bevind zich een NNB gebied met

als beheertype vochtig bos met productie, het herinneringsbos “de Westerik”. Op 430 meter richting het noordoosten bevind zich het Wilhelminakanaal wat onderdeel is van de ecologische verbindingszone met bestaande natuur. Op 1.200 meter naar het zuiden loopt het Spruytenstroompje, een natte natuurparel

welke in oostelijke richting overgaat in het Moergestels broek.

De directe omgeving valt onder agrarisch beheertype.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de intensieve varkenshouderij die op deze locatie gevestigd is, volledig te saneren. Dit houdt in dat de varkensstallen gesloopt zullen worden, (circa 2.000 m2 gebouwen en 1.500 m2 verharding). De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen.

Met het ontmantelen van de intensieve veehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de

bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een

verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof.

0

I

ik

1

LI_L

3

'■

1

I

lil__ -

J

fbeelding: situatieschets metin groen de niet te slopen bebouwing en in Töö^^êslöpënvarKensstallen Bron: Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5.1.2.e

Pagina

10

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

I.

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee vaak de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet o Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op hetvoorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichtingANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS).

Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 11

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Flora Naast de woonboerderij met tuin bestaat het plangebied uit drie varkensstallen. Het erf naar en rond de stallen is geheel verhard en omringd door bouwland. Ten oosten van de stallen is een erfbeplanting aangelegd met diverse bomen en struiken zoals hazelaar, esdoorn en berk en vooral eiken bomen. Ook langs de perceelsgrens staan diverse bomen en struiken. Ten zuidwesten, direct grenzend aan het plangebied, op 75 meter van de bebouwing, ligt het herinneringsbos “de Westerik”. De directe omgeving bestaat vooral uit sterk bemeste agrarische percelen. Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Klein Westerwijksestraat 19, Referentie: BE758, d.d. 3 juli 2020) komt binnen een straal van één kilometer geen beschermde soorten flora voor, (zie bijlage 1) Van 1 tot 5 kilometer afstand van het plangebied zou volgens de NDFF Drijvende waterweegbree, Dennenorchis en Kruipend moerasscherm voor kunnen komen. Drijvende waterweegbree en Kruipend moerasscherm staan op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeer zeldzaam en zeersterk afgenomen en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Dennenorchis is zeldzaam en niet bedreigd. Drijvende waterweegbree is een plant van helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen.

Ze groeit op zonnige plaatsen in stilstaand of zwak stromend, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur tot licht basisch, zwak stromend tot stilstaand water met een bodem van meestal niet of maar weinig humeus zand. Dennenorchis staat op beschaduwde, droge tot iets vochtige, voedsel- en stikstofarme, meestal zure, goed doorluchtezand- en lemige grond, wortelt in de bovenste humuslaagvan verteerd (naalden)strooisel en vereist een hoge luchtvochtigheid. Kruipend moerasscherm verlangt zonnige, open plekken op natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure veen- of kleibodems, die ’s winters ondiep overstroomd worden. Dit soort biotoop komt nietvoor binnen het plangebied. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied.

Fauna Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van steenuil, kerkuil, buizerd en sperwer. De buizerd en sperwer zouden leefgebied kunnen vinden in de omgeving en bossen ten westen van het plangebied. Volgens bronnenonderzoek komen naast huismus en gierzwaluw ook de roek,grote gele kwikstaart, egel, rosse woelmuis en ooievaar voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometervan het plangebied, (bijlage 1). Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen deze afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten.

Soortgroep Flora Vogels zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen

Mogelijke aanwezigheid Nee_________________ Ja___________________ Ja___________________ Nee_________________ Nee_________________ Nee_________________ Nee

Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 12

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

4.2 Veldonderzoek Op vrijdag 10 juli 2020 in de middag heeft ecoloog het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens hetveldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv, holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht. Op het moment van veldbezoekzijn de varkensstallen volledig in gebruikten behoeve van de intensieve varkenshouderij en is de bedrijfswoning bewoond.

Totale plangebied Het totale plangebied is ongeveer 6 hectare groot en bestaat voor ruim 5 hectare uit bouwland, en voor 0,5 hectare uit weiland.. Op het moment van bezoek is het bouwland in gebruik voor de teelt van mais. Daarnaast is er de bedrijfswoning met tuin en garage en zijn er de drie varkensstallen. De ruimte naaren tussen de stallen is grotendeels verhard met betonklinkers. In de directe omgeving liggen vooral intensief te gebruiken weilanden, agrarische bedrijven, burgerbebouwing en horeca met forellenvijvers.

Woonhuis met tuin Het woonhuis met vogelvriendelijke tuin aan de Klein Westerwijksestraat 19 blijft behouden zoals deze nu is. Ook de garage die gebouwd is voor de eerste varkensstal zal blijven. Verder zullen de tuinen, beplanting en kleinvee wei blijven met struiken, gazon en gras, laurier, lindebomen, ligusterhagen, hazelaar, berk en pruimen- noten- en eikenbomen. Het woonhuis bestaat uit een rode baksteen met spouwmuur en een betonnen pannendak. Voor het woonhuis staan drie lindebomen. Onder de zijgevelpannen zouden zich eventueel vleermuizen kunnen huisvesten. Ook aan de westelijke zijgevel van hout zou dit kunnen. >0

5

iV

Kl

Afbeelding: impressie woonboerderij met tuin

Gezien vanaf oostelijk Klein Westerwijksestraat

De garage bestaat ook uit rode baksteen met een spouwmuur en een witte kalkzand aan de binnenzijde. Het dak is van golfplaten en geïsoleerd. Er zijn geen open voegen naarde spouwmuur. Het gebouw is erg gesloten voor verblijfplaatsen van beschermde diersoorten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 13

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Afbeelding: westelijke zijgevel woonboerderij

Afbeelding: Te behouden bijbouw

Bedrijfsgebouwen De varkensstallen zijn uitbreidend gebouwd in 1969, (stal 1) 1987, (stal2) en 1994 (stal 3) en bestaan deels uit een asbesthoudend golfplaten dak en deels uit sandwichpanelen dak. De muren zijn van rode baksteen met een spouwmuur, afgedekt met een muurplaat en aan de binnenzijde kalkzandsteen. Er bevinden zich geen openingen in de muren.De golfplaten van stal 1 en 2 zijn bespoten met isolatiemateriaal en het sandwich dak van stal 3 is ook direct isolerend. De voor- en achtergevels zijn deels gemetseld met rode bakstenen en deels van geïsoleerde damwand. (stal 3). Ook deze zijn volledig dichten zonder stootvoegen. Alle kieren en mogelijke openingen in muren of dakranden zijn volledig afgesloten door middel van vogelschroot. De bedrijfsgebouwen hebben dienst gedaan in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. Om de biosecurity van het bedrijf te waarborgen zijn alle stallen rondom voorzien van vogelschroot en zijn alle luchtinlaten ook afgeschermd voor dieren. De met ventilatoren aangezogen lucht wordt door middel van onderdruk via de luchtinlaat aan de zijkanten van destallen onder het dak door naar binnen gehaald. Hierdoor wordt de lucht afhankelijk van het seizoen vooraf gekoeld dan wel opgewarmd.

Op het moment van veldbezoek waren de stallen volledig bezet met varkens.

he

ï

Afbeelding: stal 2

H

L

A

Afbeelding: stal 3 met vooraan stal 1

«

Afbeelding: tussen stallen in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Afbeelding: oostelijk langs stal 3

Pagina | 14

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

De bedrijfsgebouwen zijn zowel aan de buitenzijde als ook aan de binnenzijde onderzocht op het voorkomen van diersoorten. De gebouwen zijn uitvoerig bekeken op het voorkomen van nestlocaties van vogels. Hiervan werden mede door het hermetisch afgesloten zijn van het bedrijf geen aanwijzingen gevonden. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen. Soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Hierbij is vooral gekeken naarde aanwezigheid van nesten, meststrepen op muren, eventuele kieren onder dakplaten of zijwanden. Verborgen tussenruimtes ontbreken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Sporen van aanwezigheid zoals invliegopeningen, uitwerpselen, dode dieren of afgebeten vleugels etc. die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van gebouw bewonende vleermuizen ontbreken volledig.

—

P

Afbeelding: luchtinlaat onder golfplaten door.

Afbeelding: afgesloten luchtinlaat

A. . #

1!!!

-

Afbeelding: dam wand dak

Afbeelding: achterzijde stal 2

m He

«

Afbeelding: afgesloten varkensstallen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 15

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

»l

-

1

Afbeelding: 4x stallen binnenzijde

2 )

4.3 Praktijktoetsing Op basis van de gegevens van de literatuurstudie en hetveldonderzoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten zijn van de voorgenomen ingrepen op potentieel aanwezige beschermde soorten. Dit in relatie tot de geplande ontwikkelingen. Er is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uitte sluiten of dat nog een aanvullend onderzoek nodig is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 16

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

I3V 5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN adeam

Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten.

Persoortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Flora Het volledige plangebied is bebouwd, bestraat of wordt gebruikt als bouwland, op het moment van veldinventarisatie voorde teelt van mais. Ook de directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Er zijn tijdens hetveldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem tussen de betonklinkers en gaten in de erfverharding werden aangetroffen zoals paarse dovenetel, herderstasje, vogelmuur en paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.

5.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten Naar verwachting zullen geen algemeen beschermde zoogdiersoorten in het plangebied verblijven. In de bekende verspreidingvan soorten ten opzichte van het plangebied (zie bijlage I) worden een aantal soorten genoemd die mogelijk kunnen voorkomen in en om het plangebied. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de bouwlocatie in het planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voorde aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van vrijgestelde soorten aangetroffen. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes). Volgens de waarnemingen van de NDFF komen binnen een straal van 1 kilometer geen en kunnen binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 17

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

grijze grootoorvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bosvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, tweekleurige vleermuis en de ruige dwergvleermuis. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naarfoerageergebieden. Het is niet uitgesloten dat de bossen in de nabijheid van het plangebied of het Wilhelminakanaal fungeren als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Ook het flora en fauna rijke safaripark de Beekse Bergen bevindt zich binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied. Met de beoogde herontwikkeling blijven alle groenstructuren behouden. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee blijven. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben.

Alle bomen blijven sowieso behouden. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn typische gebouwbewonende soorten. Beide soorten gebruiken ruimten onder daken, in de spouwmuur en achter gevelbekleding als kraam-, zomer-, paar-, en overwinteringslocatie (Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). De woonboerderij heeft zodanige dakpannen en een houten gevelwand en is hiermee op de planlocatie het meest geschikt. In de te slopen afgesloten varkensstallen zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak met afgedichte ruimtes voorzien van isolatiepanelen of geheel dichtgespoten met purschuim aan de onderzijde. De te verversen lucht wordt in de stallen door ventilatoren aangezogen via de plafonds en daarna (ter opwarming of afkoeling) de afdelingen in. De afvoer loopt volledig via de biologische luchtwasser. Hierdoor ontstaat voor vleermuizen te veel tocht. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken.

Er is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Er is dus geen nader onderzoek of ontheffing nodig voor deze soortgroep. Foeragerende algemene soorten vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting. Bestaande lijnvormige groenstructuren op en nabij het plangebied, worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties in de te slopen gebouwen geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen.

Marterachtigen De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens hetveldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de steenmarter. De varkensstallen zijn ontoegankelijk en in de overige gebouwen zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van de steenmarter. Kleine marterachtigen zoals de bunzingzijn in de provincie Noord-Brabantvanaf 1 oktober 2017 beschermd. Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 18

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voorde bunzing is water in de nabijheid van belang. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen ontbreken geheel. De aanwezigheid van de bunzing verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de bunzing en andere kleine marterachtigen.

Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. De zorgplicht is echter wel altijd van kracht.

5.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen, maarvoor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uitte voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten dooreen ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: vink, koolmees, huismus, houtduif, kwikstaart, merel en kauw.

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, behoudens de huismus zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometervermelden de NDFF gegevens enkele vogels voor met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluw, huismus en enkele roofvogels.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning, en komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen De steenuil geeft de voorkeur aan een landschap met weilanden, knotwilgen, fruitbomen en oude schuurtjes. In bloemrijk weiland kan hij veel muizen en wormen vinden. Knotwilgen, fruitbomen en schuurtjes hebben dikwijls plaatsen die geschikt zijn om te nestelen. Hagen en houtwallen bieden veel schuilgelegenheid. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 19

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

De kerkuil gebruikt boomholten, ruïnes, schuren en bijgebouwen als rust- en nestruimte. Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of ruiveren onder mogelijke roestplekken. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Er zijn tijdens hetveldbezoek huismussen gezien. De nesten zijn niet opgemerkt maarde huismussen zouden nesten kunnen hebben onder de boeiboord van de garage. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belangvoorde Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van de huismus bevat een combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkers aanwezig zijn. Beschutting is zeer belangrijk voor de huismus ter bescherming, maar ook om vanuit te foerageren. Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv. Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos).

De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de stallen. Het woonhuis met tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Ook de garage waarin de nesten aanwezig zouden kunnen zijn wordt niet afgebroken. Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie buizerd en sperwer voor. Iets verderop zijn meerdere roofvogelsoorten waargenomen volgens NDFF. Alle genoemde roofvogelsoorten kunnen leefgebied vinden in de bossen ten noorden en westen van het plangebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht.

Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplekzelf, maar meerde schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen, (bijv, ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig.

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest­ en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Ooievaar Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 20

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Roek Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, boomrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar.

Grote gele kwikstaart In het voorjaar en 's zomers zijn ze te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water, 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Volgens deverspreidingsgegevens van NDFF zouden genoemde drie vogelsoorten binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied voor kunnen komen. Geen van de biotopen komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden.

Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Het voorkomen van nesten van huismussen kan voor wat betreft het bijgebouw niet uitgesloten worden. Met de sloop van de varkensstallen worden deze nesten niet verwijderd, het gebouw blijft staan. Hierdoor gaan er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming niet overtreden. Een vervolgonderzoek of ontheffingsaanvraag zijn niet noodzakelijk. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Voorde meeste vogels met jaarrond beschermde nesten ontbreekt geschikt broedhabitat en jachtgebied. Alle opgaand groen in het plangebied blijft gehandhaafd en in het nieuwe plan zullen groenstructuren worden toegevoegd. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoort worden door de werkzaamheden. Mogelijk dat ook deinde directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen ofte broeden. Door desloop van de bedrijfsgebouwen zal de kwaliteit van deze vegetatie niet verloren gaan en wordt het habitat van de vogels niet aangetast. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.4 Amfibieën, vissen, reptielen, vlinder en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemeen amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Vooral ook door het in de buurt aanwezig zijn van de visvijvers. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichtingof ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voorde aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 21

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

Vlinderen libellen In het plangebied zullen enkele algemene vlindersoorten voorkomen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders.

Overige soorten Overige beschermde soorten insecten, zoals verschillende kevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.

Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

5.5 Gebiedsbescherming Alle Natura 2000 gebieden liggen op minimaal 2,3 kilometer afstand van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Brabant (NNB) gebied is op 100 meter ten westen van de te slopen bebouwing. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gelet Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uitte sluiten. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk. In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNB-gebied. De bestemmingswijziging van agrarisch naar bedrijven zal niet leiden tot aantastingvan wezenlijke kenmerken of waarden van de omliggende NNB-gebieden. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uitte sluiten.

Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 22

Ecologische quickscan Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker

IK

6. RESULTATEN EN ADVIES Resultaten en advies Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie

6.1 Weersomstandigheden De weersomstandigheden waren zonnig, bewolkt met iets motregen en een noordwestenwind met windkracht 2 bij het veldonderzoek op vrijdag 10 juli in de middag. De gemiddelde temperatuur lag rond de 16 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder zomerse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn.

6.2 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen uilen, huismus en gierzwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De biotopen blijven behouden.

6.3 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie Klein Westerwijksestraat 19 een zekere landschappelijke waarde heeft die met duurzame zorg gewaarborgd kan worden. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren, waarvoor verbeteringen zullen ontstaan. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De aangetroffen en potentieel voorkomende soorten zijn merendeels algemene cultuur volgende soorten, juridisch vallend onder het lichte beschermingsregime van de Wet natuurbescherming.

6.4 Bevindingen o o o o o

Varkensstallen worden gesloopt. Intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. Erfverhardingzal grotendeels verdwijnen. Woonboerderij met garage blijven staan. Erfbeplanting met bomen blijft staan.

6.5 Advies en aanbevelingen o

o

o

Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna zo goed als zeker worden uitgesloten. Mede hierdoor en aan de hand van de geplande functieverandering van het plangebied; het slopen van de varkensstallen, waardoor de intensieve varkenshouderij volledig verdwijnt, wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Vooralle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfsplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16624452/1