Bestemmingsplan Klein Westerwijksestraat 19 (5d Bijlage IV toelichting Vormvrije mer)
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 19 BiestHoutakker’ Gemeente Hilvarenbeek
1
Colofon Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker’ Rapportnummer: 2020.0744 Datum: 10 februari 2023 Projectlocaties Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker Opdrachtnemer Reland Bezoekadres: Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen Correspondentieadres: Postbus 186 5830 AD Boxmeer www.reland.nl
© februari 2023 Reland
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reland. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Reland verwerpt elke aansprakelijkheid voor een ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor deze wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan worden veranderd zonder voorafgaande kennisgeving.
INHOUD HOOFSTUK 1 Inleiding ........................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 4
1.2
Beoogde ontwikkelingen .......................................................................................................... 4
2
HOOFSTUK 2 Besluit milieueffectrapportage ......................................................................................... 5 2.1
Algemeen ................................................................................................................................. 5
2.2
Activiteit en drempelwaarden .................................................................................................. 5
2.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling ................................................................................................... 6
HOOFSTUK 3 Effecten op het milieu ...................................................................................................... 7 3.1
Inleiding ................................................................................................................................... 7
3.2
Kenmerken van het project ...................................................................................................... 8
3.3
Plaats van het project .............................................................................................................. 9
3.4
Kenmerken van het potentiële effect ..................................................................................... 11
HOOFSTUK 4 Conclusie ....................................................................................................................... 13 Bijlagen: 1 2 3
Ruimtelijke onderbouwing inclusief uitgevoerde onderzoeken Klein Westerwijksestraat 19 BiestHoutakker AERIUS-berekening Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker Rapport stiktofdepositie
3
HOOFSTUK 1.1
1 Inleiding
Aanleiding Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage.
1.2
Beoogde ontwikkelingen In het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek bevindt zich de locatie Klein Westerwijksestraat 19 te Biest-Houtakker. Onderhavig plan ziet op het slopen, saneren en opheffen van de varkenshouderij ter plaatse en het omvormen naar een plattelandsonderneming die betrekking heeft op verblijfsrecreatie, georganiseerde dagrecreatie(workshops), het telen en be- en verwerking van fruit, groenten, noten en kruiden en het exploiteren van een wijngaard. De recreatieve functie bestaat uit een ‘boerenerf 2.0’ met centraal de huidige woning, een multifunctioneel gebouw en een moes-/kruiden-pluktuin. In deze centrale functie heen worden 5 plekken, in de vorm van bladbladeren gerealiseerd. Op elk van deze bladbladeren wordt de mogelijkheid geboden om 5 recreatiewoningen te realiseren, dit zijn in totaal 25 recreatiewoningen.
4
HOOFSTUK 2.1
2 Besluit milieueffectrapportage
Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r.-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffect rapport verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend bestemmingsplan die de activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r.-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die, ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden, aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling.
2.2
Activiteit en drempelwaarden Onderstaand wordt voor het initiatief aan de Klein Westerwijksestraat 19 Biest Houtakker beoordeeld of dat de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel C en D van het Besluit milieueffectrapportage worden overschreden. Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker Op deze locatie worden 25 recreatiewoningen gerealiseerd. Op grond van categorie D 11.2 geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor onder andere de aanleg of wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling wanneer er 12 of meer woningen worden gebouwd.1 De realisatie van 25 recreatiewoningen betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. Deze ontwikkeling komt niet voor in lijst C of D, waardoor geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Ook is de ontwikkeling hierdoor niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Op grond van categorie D 10 geldt een m.e.r.- beoordelingsplicht voor onder andere de aanleg van een vakantiedorp buiten de stedelijke zone. Er is sprake van een vakantiedorp buiten de stedelijke zone indien er meer dan 250.000 bezoekers per jaar zijn, de locatie een oppervlakte van 25 hectare of meer heeft, er meer dan 100
1 ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953.
5
ligplaatsen zijn en een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied ligt. De recreatiewoningen hebben jaarlijks minder dan 250.000 bezoekers en heeft minder dan 100 ligplaatsen. De oppervlakte van het dynamisch landschap bedraagt 7 hectare. Hierdoor is er geen sprake van de aanleg van een vakantiedorp buiten de stedelijke zone. Deze ontwikkeling komt niet voor in lijst C of D, waardoor geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Op grond van categorie D 9 geldt een m.e.r.- beoordelingsplicht voor onder andere een landinrichtingsproject. Dit zijn veranderingen in de inrichting van een gebied om de landbouw, recreatiemogelijkheden, natuur en bereikbaarheid te verbeteren. Er is sprake van een langinrichtingsproject indien de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie, of landbouw of een vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. Dit is niet het geval aangezien het oppervlak maar 7 hectare bedraagt. Hierdoor betreft de ontwikkeling geen landinrichtingsproject. Deze ontwikkeling komt niet voor in lijst C of D, waardoor geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Ook is de ontwikkeling hierdoor niet m.e.r.beoordelingsplichtig.
2.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een informele m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Het betreft de volgende drie algemene criteria met elk hun sub criteria: - kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; - plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; - kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
6
HOOFSTUK 3.1
3 Effecten op het milieu
Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het betreft de volgende drie algemene criteria met elk hun sub criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. 1. Kenmerken van het project Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën 2. Plaats van het object Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitaten Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
7
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de ruimtelijke onderbouwing inclusief uitgevoerde onderzoeken van de initiatieven die als bijlage bij deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling zijn gevoegd. In navolgende paragrafen vindt de beoordeling/toets plaats aan de (sub)criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
3.2
Kenmerken van het project
Criteria
Toets
Kenmerk en de omvang van het project (in relatie tot drempelwaarden D lijst Besluit m.e.r.)
In het Besluit m.e.r. is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een projectactiviteit nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Dergelijke projectactiviteiten zijn genoemd in de bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D-lijst). Aanvullend op het voorgaande is op 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Daarin is een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Die geldt nu voor iedere activiteit die is opgenomen op de Dlijst, ongeacht of de activiteit onder of boven de drempelwaarde van de D-lijst valt. Onderstaand is een samenvatting van het kenmerk en de omvang van het project weergegeven. Voor de uitgebreide uitwerking hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 1 en 2. Het bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker’ voorziet in de volgende ontwikkeling: 1. Beëindiging agrarische bedrijvigheid en omvormen naar een plattegrondsonderneming die betrekking heeft op verblijfsrecreatie, georganiseerde dagrecreatie (workshops), het telen en be- en verwerking van fruit, groenten, noten en kruiden en het exploiteren van een wijngaard 2. Realisatie 25 recreatiewoningen
De ontwikkelingen 1 en 2 betreffen ontwikkelingen die relatief kleinschalig van aard zijn en waarbij de omvang van de activiteiten ver onder de drempelwaarden in kolom van de C- of D-lijst uit de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn gelegen. Tevens is in het kader van deze
8
de cumulatie met andere projecten het gebruik van natuurlijke hulpbronnen de productie van afvalstoffen verontreiniging en hinder
risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën
3.3
ontwikkelingen (onder 1 en 2) een ruimtelijke onderbouwing opgesteld waarin alle relevante milieutechnische aspecten aan de orde zijn gekomen. Uit deze ruimtelijke onderbouwingen, welke als separate bijlagen aan het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zijn toegevoegd, blijkt dat de ontwikkelingen geen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Mogelijke cumulatie met andere projecten in de omgeving van het plangebied zijn er niet. n.v.t. Er worden binnen het plangebied van de ontwikkelingen geen afvalstoffen geproduceerd. Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden van bebouwing binnen het plangebied van de afzonderlijke initiatieven is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en trillingen. Het bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van een dergelijke realisatie zal zich moeten houden aan de algemene wet- en regelgeving en de geldende milieuwetgeving. In de paragraaf ‘externe veiligheid’ van de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden risico en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen.
Plaats van het project
Criteria
Toets
het bestaande grondgebruik
De locatie waar de ontwikkelingen plaatsvinden liggen verspreid in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek (zie hiertoe figuur 1). n.v.t.
de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Hieronder wordt per thema ingegaan op mogelijke aanwezige waarden in het plangebied Cultuurhistorie en archeologie Binnen het plangebied is geen dubbelbestemming opgenomen die eventuele aanwezige archeologische waarden beschermen. De ontwikkeling is derhalve uitgezonderd van archeologisch onderzoek. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant zijn geen cultuurhistorische elementen of bebouwing weergegeven op of nabij het plangebied. Daarnaast zijn er geen monumenten binnen het plangebied aanwezig. Bij het ontwerp van de plattelandsonderbneming (de dragende groenstructuur) is het bestaande landschap en de historie daarvan als uitgangspunt en inspriratie gebruikt.
9
Bodem In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient bij functiewijziging aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijzing. Omdat met de voorgestane ontwikkeling langer dan twee uur kan worden verbleven op deze plek, is in het kader van het aspect bodem, sprake van een gevoelige bestemming. In dat kader is er een bodemonderzoek op de locatie uitgevoerd. Uit de resultaten van dit bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de sterke bijmenging met puin in de bovengrond onder de oprit (boring 109) kan duiden op een mogelijke relatie met asbest. Deze veldwaarneming geeft aanleiding tot het verrichten van verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de oprit. De overige resultaten van het verkennend bodemonderzoek vormen geen aanleiding voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. Geluid Uit de paragraaf ‘geluid’ van de ruimtelijke onderbouwing(en uitgevoerde onderzoeken) van het initiatief van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect ‘wegverkeerslawaai’ en ‘industrielawaai’. Ter plaatse van geluidgevoelige objecten heerst een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Luchtkwaliteit In de huidige situatie is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat met betrekking tot de kwaliteit van de lucht. De achtergrondwaarden nu en in de toekomst zijn en blijven ruim beneden de norm. De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate, waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is. Geur In de ontwikkeling vind er een wijziging plaats waardoor er geurgevoelige objecten ontstaan. In de paragraaf ‘geur’ van de ruimtelijke onderbouwing van deze initiatieven van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is geconcludeerd dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst met betrekking tot het aspect ‘geur’. Tevens kan bij de voormalig bedrijfswoning voldaan worden aan de vaste afstanden tot omliggende geurgevoelige objecten zoals genoemde in de Wet geurhinder veehouderij (Wgv) en de geurverordening van de gemeente Hilvarenbeek. Ten aanzien van het aspect geur zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Water
10
In de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief is een waterparagraaf opgenomen waaruit blijkt dat vanuit het oogpunt van een duurzaam waterbeheer het initiatief doorgang kan vinden. In de ontwikkelingen waar de plannen voorzien in een toename van het verhard oppervlak, worden maatregelen genomen waardoor het water op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd kan worden. Het project is daarmee hydrologisch neutraal. Ecologie Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Stikstof Binnen de gemeente Hilvarenbeek is het Natura-2000 gebied ‘Kempenland-West’ gelegen. Tevens is net over de Belgische grens het Natura-2000 gebied ‘Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout gelegen. In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen zijn AERIUS -berekeningen uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie op geen van de Natura 2000-gebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jaar.
Daarmee kunnen significant negatieve effecten ter plaatse van Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstofdepositie worden uitgesloten. Er is geen sprake van meldings- of vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. In de bijlagen van de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zijn de AERIUS -berekeningen toegevoegd. Verkeer De ontwikkelingen hebben een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de planlocatie tot gevolg. Ingeval van toename is deze slechts beperkt waardoor de huidige infrastructuur deze toename goed kan verwerken is aanpassing niet aan de orde. Voor wat betreft het aantal benodigde parkeerplaatsen kan op het initiatief voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein realiseren. Het aspect ‘verkeer’ vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
3.4 Criteria
Kenmerken van het potentiële effect Toets
Figuur 1. Ligging initiatieven gemeente Reusel-De Mierden. Figuur 2inLigging plangebied
11
het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) het grensoverschrijdende karakter van het effect de waarschijnlijkheid van het effect de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Gezien de ligging in het buitengebied is er sprake van een gebied met een lage bevolkingsdichtheid Gezien de ligging van het project is dit niet van toepassing. Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake. Er is sprake van een wijziging van bestaande activiteiten. De effecten zijn blijvend. Deze effecten zijn niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
12
HOOFSTUK
4 Conclusie
In het kader van deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkelingen die meelopen in het Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 19 Biest-Houtakker’. Het project is relatief kleinschalig en heeft geen kenmerken die potentieel een risico op grote milieueffecten in zich hebben. De toetsing aan de selectiecriteria uit de bijlage III van de Europese m.e.r. richtlijn 2011/92/EU maakt duidelijk dat er geen sprake is van de bijzondere omstandigheden die het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk maken. Gelet op het vorenstaande wordt op basis van deze aanmeldnotitie voorgesteld om te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
13