Bestemmingsplan Esbeekseweg 15-17 (9f bijlage 6 Aanmeldingsnotitie)
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling Esbeekseweg 15 en 17 te Esbeek Gemeente Hilvarenbeek
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling Esbeekseweg 15 en 17 te Esbeek Gemeente Hilvarenbeek
Rapportnummer:
P05001
Datum:
April 2025
Projectteam BRO:
TSc
BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.3 Leeswijzer
2 2 2 3
2. ACTIVITEIT 2.1 Beschrijving van de activiteit 2.2 Locatie activiteit
4 4 5
3. EFFECTEN OP HET MILIEU 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Plaats van het project 3.3 Kenmerk van het potentiële effect
6 7 8 10
4. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
11
Inhoudsopgave
1
1.
INLEIDING
1.1 Inleiding Het voornemen bestaat om 5 Ruimte-voor-Ruimte woningen te realiseren op de in eigen eigendom verkerende kavels aan de Esbeekseweg 15 en Esbeekseweg 17. De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing (schuren en stallen) bij nummer 17 zullen daarbij worden gesloopt. Hierdoor ontstaat er ruimte om een woonerf te creëren waarin verschillende Ruimte-voor-Ruimte woningen een plek kunnen vinden. De achtertuin van de woning op nummer 15 wordt hierbij gesplitst. De twee percelen vormen hierbij het nieuwe woonerf, waarbij de bestaande twee woningen aan de Esbeekseweg met bijbehorende bijgebouwen behouden blijven. Op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de transformatie naar woningbouw niet mogelijk. Om het plan mogelijk te maken is daarom een partiële herziening van het bestemmingsplan nodig. Onderhavig document geeft invulling aan de aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling behorende bij dit bestemmingsplan.
1.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Het Besluit m.e.r. geeft in Bijlage C aan in welke categorieën van gevallen en in het kader van welke besluiten een m.e.r.-plicht geldt. In bijlage D zijn de categorieën van gevallen en de besluiten opgesomd in het kader waarvan in ieder geval een m.e.r.-beoordeling dient te worden opgesteld. Daarnaast moet het bevoegd gezag ook bij (relatief) kleinschalige bouw- en ontwikkelingsprojecten, waarbij de in Bijlage D genoemde drempelwaarden niet worden overschreden, beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden: dan is het opstellen van een MER nodig. Analyse Het planvoornemen maakt geen activiteiten mogelijk, die zijn opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Daarom is er geen sprake van een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat.
De activiteiten zijn wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden (zie tabel op de volgende pagina).
Hoofdstuk 1
2
D.11.2
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding
In gevallen waarin de activiteit be-
De vaststelling van het plan,
van een stedelijk ontwikkelings-
trekking heeft op:
bedoeld in artikel 3.6, eerste
project, met inbegrip van de bouw
1: een oppervlakte van 100 hectare
lid, onderdelen a en b, van
van winkelcentra of parkeerterrei-
of meer,
de Wet ruimtelijke ordening -
nen.
2. een aaneengesloten gebied en
-> het bestemmingsplan
2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Het programma bedraagt de realisatie van 5 woningen. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van de woningen valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2): de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van het gebied met het beoogde programma ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Daarom is enkel een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht aan de orde. Dit betekent dat voordat het plan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld, e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente.
De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
1.3 Leeswijzer De hoofdstukken 2 en 3 vormen de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 4 vormt de vormvrije m.e.r.beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden; b. de kenmerken van de activiteit; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben; d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
Hoofdstuk 1
3
2.
ACTIVITEIT
2.1 Beschrijving van de activiteit De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing (schuren en stallen) bij nummer 17 zullen worden gesloopt (ruim 2.500 m2 bebouwing). Het perceel van de woning aan de Esbeekseweg 15 zal daarnaast ook worden gesplitst. Hierdoor ontstaat er ruimte om een woonerf te creëren waarin verschillende Ruimte-voor-Ruimte woningen een plek kunnen vinden. In de nieuwe situatie wordt een gemeenschappelijk erf aangelegd, deels verscholen achter de hoofdwoning (Esbeekseweg 15) die direct aan de Esbeekseweg ligt. Een rustig plekje in een landelijke omgeving met een introvert karakter. Direct achter de nieuwe woonpercelen begint het (half)open landschap dat ten zuidoosten van Hilvarenbeek ligt. In de opzet van het erf zijn doorzichten naar het landschap opgenomen, waardoor de relatie met het gebied behouden blijft. Esbeekseweg 17 De huidige woning op Esbeekseweg 17 zal behouden blijven. Daarnaast zullen aan de noordzijde van deze woning vier Ruimte-voor-Ruimte woningen gerealiseerd worden in twee verschillende bouwmassa’s. Hierbij is sprake van één vrijstaande woning en een bouwmassa met drie kleinere woningen. De tuin van de huidige woning zal middels een haag afgescheiden worden van de tuinen van de nieuwe woningen.
Esbeekseweg 15 Het achterste gedeelte van het kavel aan de Esbeekseweg 15 (kadastraal bekend als Hilvarenbeek P 1784) zal bij het plan betrokken worden. Hier zullen 2 Ruimte-voor-Ruimte woningen gerealiseerd worden in de vorm van een tweekapper. De nieuwe woningen bestaan uit twee langgevelvolumes en een vrijstaande woning. Deze worden in lijn met de massa en vorm van nr. 15 uitgevoerd in één bouwlaag en kap. De nieuwbouw zal in materialisatie aansluiten bij de hoofdwoning (nr.15), zodat er een eenduidige uitstraling op het erf ontstaat. Er zal daarnaast aangesloten worden bij de bouwregels zoals geldend binnen de woonbestemmingen elders in het buitengebied van Hilvarenbeek. Zo zullen bij de woningen de maximale goothoogte van 6 meter, de maximale bouwhoogte van 10 meter en de maximale inhoud van 750 m3 per woning niet worden overschreden. De huidige inrit zal worden verplaatst naar het zuiden, direct langs het bestaande bijgebouw van nr. 15. Dit bijgebouw kan behouden blijven. Op deze manier komt het bestaande woonperceel aan het nieuwe erf te liggen. Ook wordt hierdoor het oorspronkelijke pad wat tussen de Esbeekseweg 15 en 17 heeft gelopen hersteld/geaccentueerd. De sloot zal deels worden overkluisd, maar blijft dienstdoen als afwateringsvoorziening. Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein.
Hoofdstuk 2
4
2.2 Locatie activiteit Ligging locatie Het plangebied is gelegen op het adres Esbeekseweg 15 en 17 in Esbeek, gemeente Hilvarenbeek Het planlocatie staat kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummer 1784 en 2832 en 11.646 m2. Huidig gebruik Het plangebied is gelegen op het adres Esbeekseweg 15 en 17 in Esbeek, gemeente Hilvarenbeek. De Esbeekseweg is één van karakteristieke bebouwingslinten in het buitengebied. Het plangebied wordt aan de zuid- en oostzijde begrensd door een agrarisch terrein dat in de toekomst wordt omgevormd ten behoeve van de uitbreiding van het industrieterrein De Mierbeek-Noord. Ten westen (aan de overzijde van de Esbeekseweg) bevinden zich bosschages en zijn enkele percelen ingericht ten behoeve van een kampeerplaats. Het perceel aan de Esbeekseweg 15 is volledig ingericht als tuin met een woonhuis georiënteerd op de Esbeekseweg. Een sterke groene omkadering zorgt voor de erfafscheiding met het naastgelegen perceel van de Esbeekseweg 17. Hier is de agrarische bedrijfsvoering sterk aanwezig. Op deze locatie zijn enkele stallen en loodsen gelegen. Met deze ontwikkeling zullen de bestaande opstallen worden gesloopt, waarbij er ruimte vrij komt voor Ruimte-voor-Ruimte woningen en groen.
Hoofdstuk 2
5
3.
EFFECTEN OP HET MILIEU
In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project
Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Waarschijnlijkheid van het effect
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
Hoofdstuk 3
6
3.1 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het perceel heeft een oppervlak van 11.646 m2. In totaal worden 5 woningen gebouwd.
Cumulatie met andere pro-
Nee.
jecten Gebruik van natuurlijke hulp-
N.v.t. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbron-
bronnen
nen.
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied van Hilvarenbeek. Op dit moment kent het plangebied ook een agrarische bestemming. Wel zijn er nu ook al 2 woningen aanwezig. Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van sloop- en bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Gelet op de omvang van het project, alsmede de op de locatie beschikbare ruimte, is onevenredige en langdurige hinder ten gevolge van deze werkzaamheden niet aan de orde.
Verkeer: Op basis van de CROW kengetallen is de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige functies in beeld gebracht. De rekenformules van het CROW gaan uit van een minimum en maximum en hebben een behoorlijke bandbreedte. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is er, worst-case, uitgegaan van de maximale normen. Daarnaast maakt het CROW onderscheid in de gebieden ‘centrum’, ‘schil centrum’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Het plangebied is gelegen in het buitengebied. Het plangebied is gelegen binnen de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ met de ligging binnen buitengebied. Voor het woningtype wordt uitgegaan van de functie ‘koop, huis, vrijstaand’ voor de vrijstaande woning en ‘koop, huis, twee-onder-een-kap’ voor de twee-onder een kap woningen. Voor het koophuis vrijstaand geldt een verkeersgeneratie van 8,2 mvt/etmaal. Voor een koop, huis, twee-onder-een-kap’ geldt een verkeersbewegingen per etmaal per woning van 7,8 mvt/etmaal. De twee tweekappers zorgen dus voor 31,2 verkeersbewegingen per etmaal. Op basis van de normen zal het nieuwbouwplan circa 40 motorvoertuigen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag. Het aantal verkeersbewegingen door onderhavig project zal niet dusdanig toenemen dat dit tot problemen leidt op de aanliggende wegen, omdat het toekomstige aantal verkeersbewegingen ook op zichzelf beschouwd beperkt is.
Het verkeer kan bovendien op een logische en verkeersveilige wijze worden ontsloten via de Esbeekseweg.
Luchtkwaliteit: Het voorziene project is een project als bedoeld in de lijst met categorieën van gevallen die is opgenomen in Bijlage 3a van de Regeling NIBM. Er wordt middels onderhavig bestemmingsplan namelijk niet voorzien in meer dan 1500 woningen per woningbouwlocatie, als genoemd in Bijlage 3a van de Regeling NIBM. Dat houdt in dat het project in kwestie niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Om die reden is het niet noodzakelijk om ten behoeve van vaststelling van het bestemmingsplan eerst te bepalen of voldaan wordt aan de gestelde norm voor de toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 3%. Zorgvuldigheidshalve is de NIBM-tool ingevuld. Geconcludeerd wordt dat het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.
Hoofdstuk 3
7
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Milieuzonering: In de huidige situatie heeft het projectgebied de bestemmingen Wonen en Agrarisch. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 6 nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woningen. Woningen zijn niet milieubelastend. Het plan heeft daarom geen negatieve invloed op het woon en leefklimaat bij omliggende milieugevoelige functies.
Stikstof: Het plangebied is niet gelegen binnen Natura 2000-gebieden. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Vanwege de realisatie van woningen zijn eventuele effecten vanwege stikstof niet uit te sluiten. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het gaat hierbij om zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Het onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol / ha / jaar bij omliggende Natura 2000gebieden bij zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.
Risico van ongevallen
Er is geen sprake van een nieuwe risicobron en externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied zoals hiervoor reeds is geconcludeerd.
3.2 Plaats van het project Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
In de huidige situatie wordt het perceel gebruikt voor een vrijstaande woning. Het plangebied kent ook al een woonbestemming (met tuinbestemming).
Relatieve rijkdom aan kwaliteit
N.v.t.
en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:
gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)
Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kempenland-West”, bevindt zich op circa 1,4 kilometer afstand ten zuidwesten van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Uit het stikstofonderzoek blijkt daarnaast dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol/ha/jaar vanwege de woningen. NNB Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB
Hoofdstuk 3
8
Plaats van het project Criteria
Toets ligt ongeveer 580 meter ten oosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overige gevoelige gebieden Hiervan is geen sprake.
gebieden waarin bij com-
Hiervan is geen sprake.
munautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
gebieden met een hoge
Niet aan de orde.
bevolkingsdichtheid
landschappen van histo-
Cultuurhistorie: Er rust geen dubbelbestemming cultuurhistorie op het plangebied. Wel is
risch, cultureel of archeo-
het plangebied volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant
logisch belang
gelegen in een cultuurhistorisch landschap. Voor het cultuurhistorische landschap waar het gebied deel uitmaakt, wordt vanuit de provinciale cultuurhistorische waardenkaart de volgende ontwikkelingsstrategie aanbevolen:
Het behoud en beter beleefbaar maken van sporen van deels verdwenen hoeves, buurtschappen en akkercomplexen.
Het versterken van het contrast tussen oude ontginningen met akkers enerzijds en voormalige woeste gronden anderzijds.
Het versterken van het natte karakter van beekdalen en (voormalige) vennen.
Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door de vergroting van de beleving door het plaatsen van informatieborden, herstellen van historische (wandel)routes.
Met voorgenomen plan doet geen afbreuk aan waarden en kenmerken van de omgeving. Met het landschappelijke inpassingsplan wordt omgevingskwaliteit behouden en versterkt. Door de sloop van de stallen worden de open landschapskwaliteiten versterkt en door de toevoeging van groenvoorzieningen. Binnen de grenzen van het plangebied zijn verder geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. De ontwikkelingen van het plangebied doen geen afbreuk aan omliggende cultuurhistorisch en geografisch waardevolle lijnen, omdat de omliggende wegenstructuren niet veranderen. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op de cultuurhistorie in de omgeving.
Archeologie: Archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw bestaat uit een AC-profiel. De top van bodem is ter plaatse van deze boringen niet meer in oorspronkelijke vorm aanwezig. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is scherp en diepgaand verstoord of verrommeld. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau
Hoofdstuk 3
9
Plaats van het project Criteria
Toets voor de periode jagers-verzamelaars niet meer intact is. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw wordt de kans op het aantreffen van eventueel aanwezige archeologische resten klein geacht en wordt de verwachting voor alle periode bijgesteld van (middel)hoog naar laag. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Nee
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Nee
Watergebied van internationale beteke-
Nee
nis Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS). Er is
(voormalige EHS)
geen sprake van negatieve effecten op het NNN.
Landschappelijk waardevol gebied
Zie kopje cultuurhistorie.
Waterwinlocaties. waterwingebieden,
Nee
en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument
Nee
Belvedere-gebied
Nee
3.3 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische
De (potentiële) effecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn zeer beperkt van
zone en grootte van de getroffen bevol-
omvang en treden niet tot hooguit lokaal op. Effecten op het woon- en leefklimaat in
king)
de omgeving, op gevoelige gebieden en natuurgebieden zijn niet aan de orde.
Grensoverschrijdende karakter van het
Er zijn geen grensoverschrijdende effecten aan de orde.
effect Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid
Er is een tijdelijk effect gedurende de sloop- en aanlegfase mogelijk. Tijdens de
van het effect
sloop- en aanlegfase zijn enige effecten merkbaar zoals bouwverkeer en -geluid. Deze effecten zijn zoals aangegeven tijdelijk en relatief beperkt en lokaal van aard. De effecten van de uiteindelijke bebouwing en bewoning zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande, zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
Hoofdstuk 3
10
4.
VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan Esbeekseweg 15 en 17 te Esbeek geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Hoofdstuk 4
11
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 4
1