CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Beverakkers V (Toelichting)

commissie Ruimte 9 april 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Beverakkers V.32.907 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan "Beverakkers V, Biest Houtakker" Gemeente Hilvarenbeek

datum projectnummer

16 maart 2026 210798

Bestemmingsplan “Beverakkers V, Biest Houtakker”

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl

Gemeente Hilvarenbeek Toelichting

project projectnummer

versie fase

Bestemmingsplan Beverakkers V 210798

5.0 Vastgesteld

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 2 2 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Landschappelijk inpassingsplan Parkeren & verkeer

4 4 4 6 9 10

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 13 18 32

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Geurhinder en veehouderijen Spuitzones Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

41 41 41 42 46 49 52 54 56 60 64 66 69 70 70

5 5.1 5.2 5.3

Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels

73 73 73 73

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

76 76 76 76

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Omgevingsdialoog Zienswijzen

Bijlagen 1. Stedenbouwkundig plan 2. Ontwikkelingsrichting Beverakkers V 3. Verkeersonderzoek 4. Berekening kwaliteitsverbetering 5. Beeldkwaliteitplan 6. Verkennend bodemonderzoek 7. Programma van Eisen archeologisch proefsleuvenonderzoek 8. Archeologisch proefsleuvenonderzoek 9. Programma van Eisen archeologische opgraving 10. Onderzoek stikstofdepositie 11. Kwalitatieve ecologische toets 12. Quickscan flora & fauna 13. Akoestisch onderzoek beregeningspomp 14. Onderzoek geurhinder en veehouderij 15. Notitie volksgezondheid in relatie tot veehouderijen 16. Notitie gewasbeschermingsmiddelen 17. Afwegingsnotitie volksgezondheid en gewasbescherming 18. Standaard verantwoording groepsrisico 19. Onderzoek luchtkwaliteit 20. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 21. Nota van zienswijze 22. Nota van zienswijze verzoek herbegrenzing 23. Nota van ambtshalve wijzigingen

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

77 77 77 79

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Aanleiding In Biest-Houtakker, gelegen in de gemeente Hilvarenbeek, is de uitbreidingswijk Beverakkers in ontwikkeling. Het betreft een kleinschalige woonwijk die gefaseerd ontwikkeld wordt. Het voornemen bestaat om in navolging op fase 4 nu ook “Beverakkers V” tot ontwikkeling te brengen. In dit nieuwe woongebied is plaats voor maximaal 70 woningen. Het onderhavige bestemmingsplan biedt hiervoor het juridisch-planologische kader.

Uitsnede topografische kaart omgeving Biest-Houtakker. Met de gele ster is globaal de locatie van het plangebied geduid. Bron: Topotijdreis.nl, 2021.

De ontwikkeling van fase 5 van de Beverakkers dient op basis van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant plaats te vinden binnen een werkingsgebied dat is aangeduid is als ‘Verstedelijking afweegbaar’. Het plangebied ligt grotendeels binnen dit werkingsgebied. Binnen de huidige begrenzing van dit werkingsgebied is echter ook een ondergrondse persleiding gesitueerd. In het gebied tussen de Beverstraat en de ondergrondse leiding is in principe woningbouw mogelijk. Echter, de ligging van de leiding vormt een dusdanige belemmering voor het stedenbouwkundig plan dat een herbegrenzing van de zone ‘verstedelijking afweegbaar’ de voorkeur heeft. Gezien de woningbehoefte en het feit dat deze locatie een van de weinige plekken in Biest-Houtakker is waar uitbreiding voorstelbaar is, bestaat het voornemen de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ zodanig van vorm te wijzigen dat het gebied ten westen van de huidige begrenzing hier ook deel van gaat uitmaken. Ten behoeve van deze herbegrenzing is een ontwikkelingsrichting opgesteld, opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Middels een zorgvuldige afweging is hierin gemotiveerd waar en op welke wijze een ruimtelijke ontwikkeling mag plaatsvinden, rekening houdend met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en waarden. Doel De beoogde woningbouwontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan.

Derhalve dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Met dit bestemmingsplan wordt

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 1/79

tevens de formele procedure voor de grenswijziging van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ doorlopen. 1.2 Begrenzing plangebied Het plangebied voor dit bestemmingsplan is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Biest-Houtakker. Het gebied sluit direct aan op Beverakkers IV en is gelegen tussen de Beverstraat aan de zuidzijde en De Eekhof aan de noordwestzijde. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, perceelnummer 2196 (deels). De ligging en begrenzing is op navolgende afbeelding nader aangeduid.

Satellietfoto ter hoogte van de zuidwestelijke dorpsrand van Biest-Houtakker met het plangebied rood omkaderd. Bron: Cyclomedia, 2021.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Het vigerende ruimtelijke regime betreft het bestemmingsplan “Beverakkers IV” van de gemeente Hilvarenbeek, zoals vastgesteld d.d. 3 maart 2011. Op basis van dit bestemmingsplan kennen de gronden binnen het plangebied hoofdzakelijk de bestemming ‘Agrarisch’ met daarbij de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Ter plaatse van de halfverharde paden in het plangebied is de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ opgenomen. Ter plaatse van de ondergrondse leiding is een figuur met ‘hartlijn leiding – water’ opgenomen en de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’. Daarnaast zijn het paraplubestemmingsplan “Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018” en het “Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek” in werking. Het “Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018”, vastgesteld op 8 november 2018, voorziet uitsluitend in een andere verankering van de toetsing aan het geldende Parkeerbeleidsplan en wijzigt inhoudelijk niets aan het parkeerbeleid, de parkeernormen, de parkeertijden en de parkeertarieven. Het “Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek”, vastgesteld op 29 december 2021 doelt op het beschermen van diverse cultuurhistorische waarden die zichtbaar zijn op de ‘Cultuurhistoriekaart’. Dit paraplubestemmingsplan kent met betrekking tot onderhavig plangebied geen relevante bepalingen.

Op het aspect ‘cultuurhistorie’ wordt bovendien nader ingegaan in paragraaf 4.4.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 2/79

Uitsnede bestemmingsplan Ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

“Beverakkers

IV”

met

het

plangebied

rood

omkaderd.

Bron:

Beoordeling De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf en infiltratie, alsmede voor paden, groen en water(lopen), water en waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen, overige bijbehorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen, alsmede voor speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gronden waaraan een archeologische dubbelbestemming is toegekend zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. De gronden met dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een strook ten behoeve van een (hoofd)waterleiding met een belemmerde strook ter breedte van 3 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding. Het vigerende bestemmingsplan staat gezien de toegekende bestemmingen de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied niet toe.

Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken dient derhalve een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling strijdig is met het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 3/79

2

Planbeschrijving

2.1 Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op landschappelijke inpassing, parkeren en verkeer. 2.2 Beschrijving huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Biest-Houtakker, thans onbebouwd en in gebruik als agrarisch land. Het plangebied heeft een open karakter en kent een unieke situering op de overgang tussen drie landschapszones: • Het beekdallandschap van de Roodloop en Spruitenstroompje ten zuiden van het plangebied. Dit landschap kenmerkt zich door smalle natte percelen, omgeven door houtwallen en korte zichtlijnen; • Het open akkerlandschap centraal in het gebied, dat zich kenmerkt door zijn openheid, slingerende zandwegen/karresporen en her en der een solitaire boom; • Het wat nattere landschap ten noorden van het plangebied, waar kleinere percelen zijn, vele historische houtwallen, slootjes en daardoor een halfopen landschap vormt. Landschappelijk gezien is het dorp Biest-Houtakker gelegen op de hogere gronden ten noorden van het beekdal.

Tussen het beekdal en het hogere landschap met akkers en bossen is een scherpe grens zichtbaar, waar het plangebied deels direct aan gelegen is. De Beverstraat vormt voor het grootste gedeelte een soort dijkje dat de overgang tussen de landschapstypes kenmerkt. Het historische landschap is nog altijd zeer duidelijk herkenbaar en vormt een belangrijk aanknopingspunt voor verdere stedelijke en landschappelijke ontwikkelingen. Navolgend is een aantal foto’s opgenomen om een impressie te geven van het plangebied.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 4/79

Binnen het plangebied is een persleiding gelegen van het Waterschap de Dommel. Binnen een belemmerende strook ter breedte van 3 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding mogen geen gebouwen worden opgericht, geen ontgrondingen of verhogingen worden verricht en geen bomen of diepwortelende struiken worden geplant. De leiding is gelegen in het zuiden van het plangebied.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 5/79

2.3 Beoogde situatie plangebied Op basis van het navolgende stedenbouwkundig plan (bijlage 1 toelichting) voor Beverakkers V bestaat het voornemen binnen het plangebied 68 woningen te realiseren. Het gaat hierbij om een mix aan woningtypologieën die verspreid over het plangebied gesitueerd zijn en daarmee de dorpse identiteit versterken. De volgende woningtypen zijn beoogd: 40 rijwoningen, 8 benedenbovenwoningen, 16 twee-onder-één kapwoningen en 4 vrijstaande woningen. Met het plan is sprake van een gedifferentieerd woningbouwprogramma bestaande uit diverse woningtypen in diverse prijsklassen, waaronder aanbod in de sociale sector en betaalbare woningen. In paragraaf 3.4 wordt nader ingegaan het gemeentelijk woonbeleid. Met onderhavig bestemmingsplan wordt planologisch echter de mogelijkheid geboden maximaal 70 woningen binnen het plangebied te realiseren. In onderhavig bestemmingsplan wordt flexibiliteit aangebracht in de toegestane woningbouwtypologie om adequaat in te kunnen spelen op de toekomstige specifieke vraag naar woningen. Hierdoor kan worden gebouwd naar de op dat moment daadwerkelijke behoefte. Ten opzichte van het voorliggende stedenbouwkundig plan bestaat zo optioneel de mogelijkheid 4 rijwoningen om te vormen tot 6 benedenbovenwoningen en daarmee op maximaal 70 woningen uit te komen.

Ten behoeve van deze mogelijkheid is op de verbeelding van het bestemmingsplan een aanduiding opgenomen waar deze gestapelde woningen gerealiseerd kunnen worden.

Stedenbouwkundig plan Beverakkers V. Bron: Aveco de Bondt, januari 2026.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 6/79

In de beoogde situatie wordt voortgeborduurd op het plan Beverakkers IV, ter afronding van de uitbreidingswijk Beverakkers. Op bovenstaande afbeelding is een uitsnede van het stedenbouwkundig verkavelingsplan opgenomen. Het hart van het plan wordt gevormd door een centrale groene ruimte van waaruit andere groene ruimtes en zichtlijnen richting het buitengebied lopen. De woningen centraal in het plangebied zijn georiënteerd op de interne groene spie. De zuidzijde wordt begrensd door een mix van rijwoningen, twee-onder-één kapwoningen en vrijstaande woningen. De westzijde wordt begrensd door een bestaande houtwal waarvan het ontbrekende deel weer (gedeeltelijk) hersteld wordt. Net als aan de zuidzijde wordt ook aan deze zijde de nieuwe dorpsrand op informele en kleinschalige wijze vormgegeven. De woningen zijn hier georiënteerd op twee erven en speels ten opzichte van elkaar gesitueerd. Vanuit De Eekhof zijn er verschillende doorzichten richting buitengebied. Er is sprake van een doorgaande verkeersstructuur die aantakt op de bestaande infrastructuur (De Eekhof) en samenkomt bij de centrale groen ruimte. Het plan biedt ruimte aan een mix van grondgebonden woningen (inclusief starterswoningen) om zo in de woningbehoefte te kunnen voorzien.

Het plangebied wordt - net als andere akkers in de omgeving - gekenmerkt door een bolle ligging met een ‘natuurlijke’ afwatering naar de randen van het plangebied. Ten behoeve van de ontwikkeling zullen delen van het plangebied enigszins verhoogd worden. Daarbij zullen maatregelen genomen worden om te voorkomen dat er meer water gaat afstromen naar aangrenzende gebieden. De aanleg van het rioolsysteem met berging en infiltratie van hemelwater zal daarnaast eerder zorgen voor een afname, dan een toename van afstromend water naar de directe omgeving.

Herbegrenzing ‘Verstedelijking afweegbaar’. Bron: Aveco de Bondt, 2023.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 7/79

Onderdeel van de beoogde ontwikkeling vormt de herbegrenzing van de zone ‘Verstedelijking afweegbaar’. De ontwikkeling van fase 5 van de Beverakkers dient op basis van provinciale regelgeving in beginsel plaats te vinden binnen een gebied dat in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant aangeduid is als ‘Verstedelijking afweegbaar’. Dit gebied ligt ten zuiden van fase 4, globaal tussen de wegen De Eekhof en Beverstraat. Binnen dit gebied, het gedeelte direct ten noorden van de Beverstraat, is een ondergrondse persleiding gesitueerd. Hierdoor ontstaat er tussen de Beverstraat en de ondergrondse persleiding een restgebied dat minder geschikt is voor de ontwikkeling van woningbouw. Daarnaast is, gezien de ligging van dit gebied direct ten noorden van de cultuurhistorische waardevolle Beverstraat en op de grens tussen akkerland, beekdal en dorp, een landschappelijk vormgegeven overgang meer passend dan de ontwikkeling van woningbouw. Gezien de woningbouwbehoefte en het feit dat dit een van de weinige plekken in de kern Biest-Houtakker is waar uitbreiding voorstelbaar is, is het de wens de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ zodanig van vorm te wijzigen dat het gebied ten westen van de locatie hier deel van gaat uitmaken.

De aanwijzing van de gronden tussen de Beverstraat en de ondergrondse persleiding als ‘Verstedelijking afweegbaar’ kan daarbij komen te vervallen. De omvang van de gebieden waartussen de uitwisseling gaat plaatsvinden is nagenoeg even groot, zoals nader aangeduid op voorafgaande afbeelding. In paars is hierop het te vervallen ‘Verstedelijking afweegbaar’ aangeduid (8.148 m 2) en in blauw is het gewenste toe te voegen gebied aangeduid (8.009 m2). De omvang blijft met een afname van circa 140 m2 derhalve nagenoeg gelijk. Ten behoeve van deze herbegrenzing is een ontwikkelingsrichting opgesteld, opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Middels een zorgvuldige afweging is hierin nader gemotiveerd waar en op welke wijze een ruimtelijke ontwikkeling mag plaatsvinden, rekening houdend met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en waarden. De herbegrensde zone ‘Verstedelijking afweegbaar’ voegt zich naar de landschappelijke structuren van het gebied en biedt de mogelijkheid om tussen nieuwe dorpsrand en de Beverstraat een landschapspark te realiseren als overgang naar het buitengebied. Het landschappelijk inpassingsplan is nader beschreven in paragraaf 2.4. Het parkeren vindt zowel plaats op eigen terrein als binnen de openbare ruimte, zoals verantwoord in paragraaf 2.5.

Vogelvluchtperspectief akkercomplex Biest-Westwijk. Bron: Street Smart, oktober 2025.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 8/79

2.4

Landschappelijk inpassingsplan

De ontwikkeling Beverakkers V sluit met de noordoostzijde aan op de bestaande kern van Hilvarenbeek en de zuiden westzijde van het plan worden landschappelijk ingepast. Aan de westzijde ligt Akkercomplex Biest-Westwijk. Dit is een landschapselement wat in de historie vaak werd omsloten door houtwallen of singels. Ter plaatse van het plangebied is dit nog goed terug te zien, zie de afbeelding op pagina 9. Met de landschappelijke inpassing aan de westzijde wordt aangesloten op dit bestaande landschapselement. In een zone van 5 meter breed, worden in een losse vorm bosplantsoen en een aantal bomen geplant. Deze boom en struiklaag vormen samen een lijnvormig element als afronding van zowel het akkercomplex als Beverakkers V. De westelijke rand is op een aantal plekken tussen de bouwclusters breder. Hier is ruimte voor waterberging en de rand wordt ingezaaid met een mengsel voor lichte gronden. De bloem- en kruidenrijke rand zorgt tezamen met de losse vorm van de bossingel voor enkele groene en landelijke doorzichten.

Landschappelijk inpassingsplan Beverakkers V. Bron: Aveco de Bondt, januari 2026

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 9/79

Beverakkers V wordt vanuit het zuiden landschappelijk ingepast door middel van een open landschapspark met ruimte voor spelen en ontmoeten. De woningen worden omzoomd door een informele groene rand, bestaande uit landschappelijke hagen rondom de (voor-) tuinen en een bomenrij langs de rijbaan. Hierdoor ontstaat een zachte, luchtige dorpsrand, waarbij het landschapspark als buffer dient tussen de woningen en het omliggende landschap. De investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap is beschreven in paragraaf 3.3.1 van deze toelichting. Het zandpad Beverstraat vormt de overgang tussen het landschapspark en de omgeving. Door het versterken van de hakhoutstruweel die parallel aan het pad loopt wordt de solitaire ligging versterkt. Enkele doorzichten in deze structuur zorgen voor een visuele connectie tussen het landschapspark en het omliggende beekdallandschap. Het zicht op de grote eik is hierin een belangrijke zichtlijn die open dient te blijven. Een ontwerp van de inpassing op schaal is als bijlage bij de regels gevoegd. Aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is door middel van een voorwaardelijke verplichting in artikel 6.4.2 gewaarborgd. 2.5

Parkeren & verkeer

2.5.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling In het Parkeerbeleidsplan 2015-2020 van de gemeente Hilvarenbeek wordt de woonwijk Beverakkers in BiestHoutakker genoemd als één van de woningbouwprojecten waar het aspect parkeren geïntegreerd zal worden in het bestemmingsplan. Hiermee is gewaarborgd dat het bestemmingsplan daardoor is voorzien van de laatste parkeernormen op basis van de CROW richtlijnen ten tijde van het opstellen van het betreffende bestemmingsplan. Voor het bepalen van de parkeervraag is derhalve aansluiting gezocht bij de gemiddelde parkeernorm zoals deze geldt op basis van CROW-publicatie 381 ‘Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie’.

Daarbij wordt als uitgangspunt genomen dat het plangebied (in de toekomstige situatie) ligt binnen de zone ‘rest bebouwde kom’ in een ‘weinig stedelijk’ gebied (conform CBS 2021). Onderstaande tabel duidt de minimale, gemiddelde en maximale parkeernorm per woning naar functie, op basis van een invulling conform het stedenbouwkundige plan. Dit resulteert, uitgaande van de gemiddelde parkeernorm, in een totale parkeervraag van 134 parkeerplaatsen. Functie

Norm (min.)

Norm (gem.)

Norm (max.)

Aantal woningen*

Parkeervraag (gem.)

Koop, vrijstaand

1,9

2,3

2,7

4

9,2,

Koop, twee-ondereen-kap Koop, tussen/hoek

1,8

2,2

2,6

16

35,2

1,6

2,0

2,4

22

44,0

Koop, etage, goedkoop

1,2

1,6

2,0

14

22,4

Huurhuis, sociale huur

1,2

1,6

2,0

14

22,4

70

133,2

Totaal

(* parkeerbalans gaat uit van maximale mogelijkheden, dus 70 woningen na eventuele omzetting 4 aaneengebouwde woningen tot 6 benedenbovenwoningen. Op het stedenbouwkundig plan zijn 68 woningen ingetekend)

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 10/79

Parkeerplaatsen op eigen terrein worden vaak minder efficiënt gebruikt dan openbare parkeerplaatsen. Daarnaast zijn in de openbare ruimte altijd parkeerplaatsen nodig voor bezoekers aan de woningen. Voor de bouwplannen geldt dat minimaal 0,3 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte wordt gerealiseerd. Verder geldt voor de rekenfactor van parkeren op eigen terrein de waarden uit onderstaande tabel: Parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekeningsaantal

Opmerking

Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage of carport Dubbele oprit zonder garage Garage zonder oprit (bij woning)

1 2 2 1

1 1,0 2 0,5

oprit min. 5,0 meter diep

Garagebox (niet bij woning) Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit

1 2 3 3

0,5 1,5 1,5 2,5

oprit min. 4,5 meter breed

oprit min. 5,0 meter diep oprit min. 4,5 meter breed

Op basis van het verkavelingsplan beschikt een aantal woningen over parkeergelegenheid op eigen terrein. Gezien het afwijkende berekeningsaantal ten opzichte van het theoretische aantal per parkeervoorziening geldt hiervoor dat er 2,0 (2x enkele oprit zonder garage) + 4,0 (2x dubbele oprit zonder garage) + 6,0 (4 garages met enkele oprit) + 57,5 (23 garages met dubbele oprit) = 69,5 parkeerplaatsen beschikbaar zijn op eigen terrein. Het verkavelingsplan voorziet daarnaast in parkeergelegenheid in de openbare ruimte, te weten 58 haaksparkeerplekken en 6 langsparkeerplekken. Op basis van de berekeningsmethodiek uit de CROW-publicatie wordt in het verkavelingsplan derhalve voorzien in (69,5 + 58 + 6 =) 133,5 parkeerplaatsen, hetgeen voldoende is om in de parkeervraag te voorzien (uitgaande van de gemiddelde parkeernorm met een totale behoefte van 134 (133,2) parkeerplaatsen). Indien wordt uitgegaan van de maximale parkeernorm betreft de parkeervraag 162 parkeerplaatsen. Aangezien het bestemmingsplan uitgaat van een flexibele invulling, kan bovendien naar gelang het aantal woningen en het woningtype dat uiteindelijk gerealiseerd wordt het aantal benodigde parkeerplaatsen toe- of afnemen. In de voorgestelde inrichting van woonstraatjes en parkeerhoven kan hierop ingespeeld worden door het groen in deze straten, grenzend aan het groene lint, kleiner of groter te laten worden.

In het openbaar gebied is zodoende ruimte gereserveerd voor uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen als blijkt dat dit in praktijk nodig blijkt. Deze parkeervoorzieningen kunnen gerealiseerd worden binnen de opgenomen bestemmingen van dit bestemmingsplan. Hiermee is inzichtelijk op welke wijze binnen het plangebied voldaan kan worden aan de parkeervraag uitgaande van de maximale parkeernorm. Op basis van het verkavelingsplan wordt kortom voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. In de regels van dit bestemmingsplan is gewaarborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 11/79

2.5.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied ligt (in de toekomstige situatie) binnen de zone ‘rest bebouwde kom’ in een ‘weinig stedelijk’ gebied (conform CBS 2021). De onderstaande tabel duidt de verkeersgeneratie welke geldt op basis van het programma zoals opgenomen in het verkavelingsplan, uitgaande van enkel koopwoningen (worst case): Functie

Max vpe

Aantal woningen*

Totaal max vpe

Koop, vrijstaand

8,6 per woning

4

34,4

Koop, twee-onder-een-kap

8,2 per woning

16

131,2

Koop, tussen/hoek

7,8 per woning

22

171,6

Koop, etage, goedkoop

6,0 per woning

14

84,0

Huurhuis, sociale huur

6,0 per woning

14

84,0

Totaal

506

(* parkeerbalans gaat uit van maximale mogelijkheden, dus 70 woningen na eventuele omzetting 4 aaneengebouwde woningen tot 6 benedenbovenwoningen. Op het stedenbouwkundig plan zijn 68 woningen ingetekend)

Het planvoornemen genereert op basis van het verkavelingsplan een maximumaantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 506. Het plangebied kent een verkeersstructuur aansluitend op de bestaande infrastructuur. Voor gemiddelde erftoegangswegen geldt een maximale capaciteit van 4.000 tot 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Mede gezien het plangebied de afronding vormt van de uitbreidingswijk Beverakkers, mag hieruit geconcludeerd worden dat de bestaande ontsluitingswegen geschikt zijn voor de toename van voertuigbewegingen als gevolg van onderhavig initiatief. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen is een aanvullend verkeersonderzoek uitgevoerd door Antea (zie bijlage 3). Het onderzoek geeft geen aanleiding om af te wijken van de eerdere conclusie dat bestaande wegen het extra verkeer kunnen verwerken. Conclusie De extra verkeersbewegingen als gevolg van het plan kunnen op veilige wijze afgewikkeld worden via de bestaande infrastructuur. Deze heeft hiervoor voldoende capaciteit.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 12/79

3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijke beleid samengevat en wordt het initiatief hieraan getoetst. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan.

Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Nationale Omgevingsvisie.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 13/79

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. In een gebied rondom radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. Met de rode aanwijzer wordt het plangebied aangeduid. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 14/79

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Onderhavig ruimtelijk besluit voorziet ter plaatse van het plangebied in de realisatie van maximaal 70 woningen en is aan te merken als één woningbouwlocatie. Derhalve is deze ontwikkeling als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 15/79

Het plangebied heeft thans overwegend een agrarische bestemming. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor agrarisch grondgebruik. Burgerbewoning is niet toegestaan. Het onderhavig ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van woningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. Uit jurisprudentie blijkt dat de actuele behoefte aan woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2). Voor de regio ‘Hart van Brabant’ worden in het “Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021” de uitkomsten van de nieuwe (aanzienlijk hogere) provinciale woningbouwprognoses en de consequenties hiervan voor de regio inzichtelijk gemaakt. Naast de kwantiteit van de woningbouw, wordt meer dan voorheen ook de kwalitatieve stand van zaken van de woningmarkt in regionaal perspectief geplaatst. De ambitie is derhalve in toenemende mate toe werken naar een meer kwalitatieve regionale afstemming naast de kwantitatieve regionale afstemming die nu plaatsvindt.

Daarnaast is vanuit de ‘ladder’ voorgeschreven dat gemeenten een goede afweging maken of woningbouw wel of niet in bestaand stedelijk gebied kan landen. In het “Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021” wordt dit voor toekomstige uitleglocaties in de paragraaf bij de betreffende gemeente beargumenteerd. De woningbehoefte van de regio ‘Hart van Brabant’ bedraagt in de periode 2020-2030 in totaal 21.595 woningen. Voor de gemeente Hilvarenbeek bedraagt dit aantal voor deze periode 570 woningen. De planvoorraad van de regio ‘Hart van Brabant’ bedraagt in de periode 2020-2029 een totaal van 19.875 woningen. Voor de gemeente Hilvarenbeek bedraagt de planvoorraad in dezelfde periode 755 woningen. Voor Hilvarenbeek is de dekking van de planvoorraad met 132% derhalve ruimschoots voldoende, terwijl voor dit voor de regio als geheel met 92% onvoldoende is (idealiter minimaal 130%). Uit onderverdeling van de planvoorraad naar redelijk harde capaciteit (t/m 2024) en de zachte plancapaciteit (2025-2030) blijkt dat de meeste gemeenten vooral in de periode tot 2025 veel plannen in de planvoorraad hebben zitten en de periode daarna aanmerkelijk minder. Ook voor Hilvarenbeek is dit het geval. Voor de gemeente Hilvarenbeek staan, op basis van de aangehaalde “Woonvisie Hilvarenbeek 2020 – 2030”, de volgende vier thema’s centraal: 1.

Inspelen op de grote woningvraag: naast inbreiding wordt ook ingezet op uitbreidingslocaties; 2. Voldoende betaalbare (huur)woningen; 3. Aanpak bestaande woningvoorraad; 4. Wonen met zorg. Met betrekking tot de woningbouwprognose blijkt dat de actualisering van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2020 een lagere behoefte laat zien dan dat in de gemeente Hilvarenbeek als vraag ervaren wordt. De planvoorraad overschrijdt in kwantitatieve zin de provinciale prognoses voor Hilvarenbeek maar kan daarmee wel bijdragen aan de regionale behoefte. Het programma voor de komende 5 jaar komt overeen met de kwalitatieve verdeling van het streefprogramma zoals dat bij de woonvisie is vastgesteld. In het “Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021” wordt onderhavig plangebied bovendien specifiek aangehaald als toekomstige uitleglocatie.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 16/79

Het onderhavige bestemmingsplan vormt een juridisch-planologische vertaling van het stedenbouwkundige plan. In dit stedenbouwkundig verkavelingsplan wordt flexibel voorzien in verschillende woningtypologieën, zodat adequaat ingespeeld kan worden op de specifieke vraag naar woningen. Hierdoor kan worden gebouwd naar gelang de op dat moment daadwerkelijke behoefte. Het plan past op basis van deze uitgangspunten ook binnen de kwalitatieve behoefte aan woningen. Gezien onderhavig plan een ‘bestaand’ plan betreft, geldt ten aanzien van de Regionale Woondeal voor onderhavig bestemmingsplan een inspanningsverplichting. Nadere toetsing ten aanzien het streefwoningbouwprogramma conform de Woonvisie van de gemeente Hilvarenbeek en de Regionale Woondeal vindt plaats in paragraaf 3.4.2. Geconcludeerd kan worden dat met onderhavig planvoornemen een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen de gemeente Hilvarenbeek en tevens passend is binnen de regionale woningbouwafspraken. d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?

Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro wordt onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zien van art. 1.1.1 Bro kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Daaraan doet niet af dat de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan nog niet was gerealiseerd.

De gronden binnen het plangebied kennen overwegend een agrarische bestemming. Voor deze gronden geldt dat het voorgaande bestemmingsplan geen stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk maakt, maar enkel agrarische bedrijfsvoering. Gelet daarop is het onderhavige plangebied gelegen buiten het 'bestaand stedelijk gebied' van Biest-Houtakker. e.

Is het mogelijk de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

Uit ‘Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant volgt dat binnen het bestaand stedelijk gebied van Biest-Houtakker fysiek geen ruimte aanwezig is om te voorzien in de woningbehoefte. Op basis van het “Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2030” blijkt dat de gemeente Hilvarenbeek tevens geen inbreidingslocaties in Biest-Houtakker voor ogen heeft om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik is het niet vanzelfsprekend om gaten in bebouwingslinten of andere open, groene plekken in te vullen als daar de mogelijkheid zich voor doet. Er biedt zich op dit moment geen mogelijkheid voor en daarnaast is het evident om de bestaande kwaliteiten van het dorp te respecteren. Derhalve wordt geconcludeerd dat de voorziene ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren is. De woningen worden gerealiseerd ter afronding van het woongebied Beverakkers en kunnen derhalve ook niet op een andere plaats binnen de gemeente worden gerealiseerd. In bijlage 2 vindt nadere toelichting hierop plaats door middel van de beoogde ontwikkelingsrichting.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 17/79

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte en kan enkel buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ worden gerealiseerd. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie.

Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd.

Het voorliggend initiatief betreft de realisatie een woongebied met maximaal 70 woningen, waarmee de uitbreidingswijk Beverakkers wordt afgerond. De ontwikkeling van Beverakkers V vindt plaats in het licht van de unieke situering van het gebied binnen het landschap. De woningen worden gerealiseerd in combinatie met een groene ontwikkeling in de vorm van een verbindend landschapspark tussen de nieuwe dorpsrand en het omliggende landschap om zo de overgang te verzachten en biedt daarmee een kwaliteitsimpuls voor de leefomgeving. Het initiatief is daarmee passend binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. 3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 18/79

Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied geheel gelegen binnen de ‘Groenblauwe mantel’. Op de kaart van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is slechts een deel van het plangebied (de noordwestelijke gronden) aangeduid als Groenblauwe Mantel. De overige gronden zijn in de Omgevingsverordening aangeduid als ‘Gemengd landelijk gebied’ en als ‘Verstedelijking afweegbaar’ gebied. Belangrijk om op voorhand te vermelden is dat de Omgevingsverordening boven de SVRO 2014 geldt. Hierna wordt getoetst aan de ambities voor de Groenblauwe mantel conform de SVRO 2014.

De groenblauwe structuur omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. De groenblauwe structuur in het Brabantse landschap is wezenlijk voor de aantrekkelijkheid van zowel het stedelijke netwerk als het agrarische cultuurlandschap van Noord-Brabant. De structuur is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. Binnen de groenblauwe structuur beoogt de provincie een positieve ontwikkeling van de biodiversiteit, een robuuste en veerkrachtige structuur, versterking van de natuurlijke basis en landschappelijke contrasten en verbetering van de gebruikswaarde van natuur en water. Binnen de groenblauwe structuur onderscheidt de provincie de groenblauwe mantel. Binnen de groenblauwe mantel is de agrarische sector een grote en belangrijke grondgebruiker. Het is volgens de provincie nodig deze positie te behouden en/of een ontwikkeling in grondgebonden agrarisch gebruik te bevorderen. Er zijn ook diverse recreatieve en toeristische bedrijven binnen de groenblauwe mantel aanwezig. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water(-beheer) en landschap is een belangrijke opgave.

Nieuwe ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel zijn mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. De versterking van de binnen de groenblauwe mantel aanwezige leefgebieden voor plant- en diersoorten vraagt daarbij specifieke aandacht. Het beleid is er op gericht dat de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap toeneemt. Ontwikkelingen passen qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. Met het planvoornemen wordt rekening gehouden met de landschappelijke waarden binnen de groenblauwe structuur. De Beverstraat wordt als landschappelijk zandpad op de overgang tussen het beekdal en het akkerlandschap behouden. Het landschapspark verbindt de nieuwe dorpsrand en het omliggende landschap op kwalitatieve wijze. De voorkanten van de woningen zijn gericht op het buitengebied en vormen een representatieve, maar ingetogen dorpsrand. Zichtlijnen vormen de verbinding tussen Beverakkers en het omliggende landschap en landschappelijke inpassing draagt bij aan een landschappelijke kwaliteitsimpuls van het gebied.

Tot slot geldt dat, zoals blijkt uit hoofdstuk 4 van deze toelichting, de ontwikkeling hydrologisch neutraal is uit te voeren en bestaande agrarische bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Het planvoornemen is daarmee in zoverre passend binnen de uitgangspunten zoals geformuleerd in de provinciale structuurvisie. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 19/79

3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Het plangebied ligt binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’ (art. 3.68 e.v. Iov) en de ‘Groenblauwe mantel’ (art. 3.32 e.v.

Iov) en gedeeltelijk binnen het gebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ (art 3.43 Iov). Voor het overige ligt binnen het plangebied het werkingsgebied ‘Attentiezone waterhuishouding’ en gedeeltelijk het ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’. Ook gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals geformuleerd in art. 3.5 t/m 3.9 Iov.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 20/79

Uitsnede kaartbeeld ‘Landelijk gebied’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Uitsnede kaartbeeld ‘Natuur en stiltegebieden’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 21/79

Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Een bestemmingsplan dat is gelegen in het landelijk gebied bepaalt dat alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan. Het onderhavige ruimtelijke besluit maakt reguliere woningbouw mogelijk. Binnen het (gemengd) landelijk gebied (en de Groenblauwe mantel) is dit, onder voorwaarden, enkel mogelijk voor zover deze stedelijke ontwikkeling is geprojecteerd binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ (art. 3.43 Iov). Hier wordt navolgend aan getoetst. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat -a- de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken en – b- het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d.

houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Geconcludeerd kan worden dat met onderhavig planvoornemen een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen de gemeente Hilvarenbeek en tevens passend is binnen de regionale woningbouwafspraken Zie voor een uitgebreide motivering de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.2.3.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 22/79

Het plan bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, blijkt uit het stedenbouwkundig ontwerp (hoofdstuk 2) en de toets aan de milieuaspecten (hoofdstuk 4). Middels een zorgvuldige afweging is nader gemotiveerd waar en op welke wijze de ruimtelijke ontwikkeling Beverakkers V mag plaatsvinden, rekening houdend met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en waarden (zie bijlage 2 en paragraaf 2.3 en 2.4 van de toelichting). Het plan houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water. Met een goede landschappelijke inpassing en het opnemen van stedelijk groen neemt de schaduw toe en nemen de planten de hitte op. Dit draagt bij aan het bestrijden van hittestress. Deze veranderingen verminderen de impact van klimaatverandering op de openbare ruimte. Door de herontwikkeling ontstaat een toekomstbestendige, duurzame, sterke en leefbaardere woonwijk. Bij de planvorming is tevens ruimte gemaakt voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging en het planten van inheemse, hittebestendige bomen die schaduw bieden en zo hittestress verminderen. Voor alle woningen worden de wettelijke uitgangspunten gehanteerd voor isolatie en energiezuinige installaties. Daarmee voldoet elke woning aan de BENG-eisen. Deze maatregelen dragen bij aan de energietransitie.

Het plan zet in op zonnepanelen voor de opwekking van duurzame energie. Het plan geeft invulling aan mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. Ten eerste blijkt uit de parkeerbalans dat er voldoende parkeermogelijkheden worden gerealiseerd in het plangebied op eigen terrein en in de openbare ruimte. De gemeente ambieert de plaatsing van elektrische laadpalen in de openbare ruimte en streeft ernaar waar mogelijk dit te faciliteren in nieuwe woonwijken. De dichtstbijzijnde bushalte is op ongeveer 500 meter afstand gelegen van het plangebied. Het gebruik van de buslijn 289, de streekbus die Hilvarenbeek, Moergestel en Oisterwijk verbindt, zal met de nieuwe wijk toenemen en het behoud en de duurzaamheid van de lijn is hiermee bevorderd. Voor de verkeersveiligheid wordt een plateau aangebracht op de kruising Eekhof/Biestsestraat en wordt mogelijk eenrichtingsverkeer ingesteld tussen de Biestsestraat en de Eekhof (van zuid naar noord). Het woningbouwplan wordt duurzaam gebouwd (energiezuinig, circulair, lokaal), bevat slimme infrastructuur, ambieert laadpalen voor elektrische voertuigen en draagt bij aan het behoud van de busverbinding 289. Ten slotte is zorgt het stedenbouwkundig ontwerp voor de nieuwe woonwijk voor een goede leefbaarheid.

Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Toetsingskader Een bestemmingsplan kan ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Beoordeling De beoogde woningbouw vindt slechts gedeeltelijk plaats binnen Verstedelijking afweegbaar. Omdat een stedelijke ontwikkeling enkel mogelijk is binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar, wordt met het onderhavige bestemmingsplan voorgestaan om dit werkingsgebied te herbegrenzen. Het verzoek tot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16774366/1