Bestemmingsplan Beverakkers V (Bijlage 8 bij toelichting - proefsleuvenonderzoek)
Tekst van het document
PROEFSLEUVENONDERZOEK EEKHOF TE BIEST- HOUTAKKER GEMEENTE HILVARENBEEK
Rapportage proefsleuvenonderzoek Eekhof te Biest- Houtakker in de gemeente Hilvarenbeek Opdrachtgever
Van der Weegen Bouwontwikkeling Postbus 4181 5004 JD Tilburg
Rapportnummer
14928.007
Versienummer1
1
Datum
10 december 2021
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
De heer T. Wolf, BA en De heer drs. T.H.L. Hos
Paraaf
Autorisatie
De heer B.C. Tunker MA
Paraaf
© Econsultancy bv, Boxmeer Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
14928.007
Toponiem
Eekhof
Opdrachtgever
Van der Weegen Bouwontwikkeling
Gemeente
Hilvarenbeek
Plaats
Biest- Houtakker
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Hilvarenbeek, Sectie N, Nummer 2196
Omvang plangebied
circa 27.712 m2
Omvang onderzoeksgebied
circa 27.712 m2
Kaartblad
50F (1:25.000)
coördinaten centrum plangebied
X: 138.879 / Y: 390.864
Bevoegde overheid
Gemeente Hilvarenbeek
Deskundige namens de bevoegde overheid
Contactpersoon C. Meuwissen 013-5058300 gemeente@hilvarenbeek.nl Contactpersoon mw. A.M. Visser 0162-511833 info@monumentenhuisbrabant.nl
ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
5118514100
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Boxmeer/Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy,De heer drs. Tom Hos, De heer T. Wolf, BA, De heer Christian Enzl Studenten Saxion, Amira Jaber en Liesje Gerrits
Grondverzet
A. Jansen B.V., machinist Luc Theunisse
Kwaliteitszorg Econsultancy is gecertificeerd voor onder meer voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en richtlijnen die zijn opgesteld in het Programma van Eisen: Eekhof te Biest- Houtakker in de gemeente Hilvarenbeek. PvE nr. A-21.033 (104-2021).
14928.007
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Van der Weegen Bouwontwikkeling een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor de Eekhof te Biest- Houtakker in de gemeente Hilvarenbeek. In het plangebied zullen nieuwe woningen gebouwd worden, die het archeologisch niveau zullen verstoren. Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of archeologische waarden aanwezig zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (1 juli 2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren. Doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals vermeld in het bureau- en booronderzoek. Het gaat om gebied- of vindplaatsgericht onderzoek. Het proefsleuvenonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en /of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.
Het resultaat van een proefsleuvenonderzoek is een rapport met een waardering en een inhoudelijk (selectie-)advies (buiten normen van tijd en geld), aan de hand waarvan een beleidsbeslissing (een selectiebesluit) kan worden genomen. Dit betekent dat de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop deze beslissing gefundeerd genomen kan worden, dat wil zeggen dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. De archeologische verwachting is hoog voor alle periodes. Gevolgde onderzoeksmethode Het proefsleuvenplan zoals dat is opgesteld in het PvE hield geen rekening met de ligging van een hogedrukwaterleiding in het terrein. De proefsleuven die hier geplaatst waren zijn verschoven naar buiten het tracé. Uiteindelijk is hetzelfde aantal m 2 aangelegd als beschreven in het PvE. In tabel II worden de proefsleuven opgesomd. Resultaten Proefsleuvenonderzoek Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn drie vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 5 betreft een zone van ongeveer 1,5 hectare met sporen en vondsten uit de IJzertijd en de Middeleeuwen in het oosten van het terrein. Het is gelegen tegen vindplaats 1 en 4 van het proefsleuvenonderzoek. Vindplaats 6 ligt in het westen, meet ongeveer 2.200 m 2 en bevat tenminste een huisplattegrond en een bijgebouw vermoedelijk ook uit de ijzertijd.
Vindplaats 7 zijn de sporen behorende bij een historische weg. Selectieadvies Alle drie de vindplaatsen zijn behoudenswaardig. Er wordt geadviseerd op de vindplaats in situ te behouden. Indien behoud in situ niet mogelijk is, wordt aanbevolen om de vindplaats op te graven (behoud ex situ). Bovenstaand betreft het selectieadvies van Econsultancy. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hilvarenbeek.
14928.007
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BEKENDE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ..................................................................... 4 2.1 2.2 2.3
Bodemkunde en geomorfologie........................................................................................ 4 Archeologische gegevens ................................................................................................ 7 Historisch kaartmateriaal .................................................................................................. 8
3
DOEL- EN VRAAGSTELLINGEN ............................................................................................. 10
4
METHODIEK VELDONDERZOEK ........................................................................................... 11 4.1 4.2
5
Inleiding .......................................................................................................................... 11 Methodiek proefsleuvenonderzoek................................................................................. 11
RESULTATEN VELDONDERZOEK ......................................................................................... 14 5.1 5.2
5.3 5.4
Landschapsgenese en bodemopbouw ........................................................................... 14 Analyse sporen en structuren ......................................................................................... 20 5.2.1 Vindplaats 5 IJzertijd en Middeleeuwen ........................................................... 22 5.2.2 Vindplaats 6 IJzertijd / Romeinse tijd ............................................................... 30 5.2.3 Vindplaats 7 - historische weg.......................................................................... 35 Vondstmateriaal ................................................................................................................ 4 Grondmonsters ................................................................................................................. 5
6
WAARDERING ........................................................................................................................... 5
7
SELECTIEADVIES ..................................................................................................................... 7
8
BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN ........................................................... 8
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 10
14928.007
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Van der Weegen Bouwontwikkeling een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Eekhof te Biest- Houtakker (zie figuur 1 en figuur 2). Het plangebied maakt deel uit van een groter ontwikkelingsgebied gelegen aan de zuidwestkant van Biest Houtakker waar nieuwbouw gerealiseerd wordt. De noordzijde is de afgelopen jaren ontwikkeld. De zuidzijde zal de komende jaren ontwikkeld worden.
Figuur 1 plangebied op de topografische kaart.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 1 van 35
Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2,8 hectare. Het is gelegen aan de zuidwestzijde van Biest Houtakker. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrenst door de bebouwing aan de Eekhof. Een oude landweg, ook de Eekhof genaamd, loopt aan de oostzijde door het plangebied heen. Aan de zuidkant wordt het plangebied begrensd door een andere weg. Het plangebied zelf en de omgeving in het westen en zuiden is in gebruik als landbouwgrond. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden wel of niet aanwezig zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van het de Erfgoedwet (1 juli 2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.
Figuur 2 plangebied op de topografische kaart.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 2 van 35
Het plangebied valt volgens het gemeentelijk archeologiebeleid in een gebied met een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden (categorie 4). Hiervoor geldt dat bij werkzaamheden dieper dan 50 cm – mv en met een oppervlakte van meer dan 500 m 2 een rapport over de archeologische waarde van het te verstoren terrein vereist is. In het verleden is er al een bureauonderzoek2 en een verkennend booronderzoek3 uitgevoerd voor het noordelijke deel van het ontwikkelingsgebied. Dit heeft geleid tot een proefsleuvenonderzoek4 en een opgraving5. Omdat daarmee al bekend is dat er archeologische waarden aanwezig zijn is met de opdrachtgever en de gemeente afgesproken om geen nieuw bureau- booronderzoek uit te laten voeren, maar direct een proefsleuvenonderzoek.
Figuur 3 plangebied op de luchtfoto van 2021
2 3
van Putten, 2009 Wullink en Wijnen, 2009
4 Mostert, 2011 5 Alma en Blom, 2012
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 3 van 35
2
BEKENDE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED
In het ontwikkelingsgebied zijn al de nodige onderzoeken uitgevoerd. Tabel 1 geeft een overzicht van deze onderzoeken. Omdat de resultaten van deze onderzoeken een uitstekend beeld geven van de te verwachten bodemopbouw en archeologische verwachting beperken we ons in deze paragraaf tot het behandelen van deze onderzoeken. Tabel 1 Overzicht van de verschillende onderzoeken. type ontwikkelingsgebied bureauonderzoek noordelijk deel verkennend booronderzoek noordelijk deel proefsleuvenonderzoek noordelijk deel
auteurs van Putten Wullink en Wijnen Mostert
datum 2009 2009 2011
opgraving
noordelijk deel
Alma en Blom
2012
PvE proefsleuvenonderzoek
zuidelijk deel
Tolboom
2021
2.1
opmerkingen
vindplaats 1: IJzertijd vindplaats 2: IJzertijd vindplaats 3: Romeinse tijd vindplaats 4: Middeleeuwen vindplaats 1: IJzertijd vindplaats 3: Romeinse tijd
Bodemkunde en geomorfologie
Het plangebied ligt op een oost west georiënteerde dekzandrug van ruim 300 hectare. Deze dekzandrug is voornamelijk in gebruik als landbouwgrond en sporadisch bebouwd. Ten noordoosten tegen de dekzandrug aan ligt de bebouwde kom van Biest Houtakker, ten zuiden de bebouwde kom van Hilvarenbeek. Ten westen ligt vakantiepark Beekse Bergen. Ten oosten van de dekzandrug ligt het beekdal van wat nu het spruitenstroompje heet. Ongeveer een kilometer stroomopwaarts mondt dit spruitenstroompje uit in het beekdal van de Reusel. Op de dekzandrug is een dikke eerdlaag aangetroffen, waardoor de bodem als hoge enkeerdgrond geclassificeerd kan worden. Het proefsleuvenonderzoek uit 2011 toonde drie verschillende soorten profielen. In het noordoosten, een lager gelegen deel, zijn profielen aangetroffen, waar onder het plaggendek nog een begraven podzolprofiel aanwezig was. In het hoger gelegen centrale deel waren profielen aanwezig waar onder het plaggendek een oude akkerlaag aangetroffen is. In deze akkerlaag zijn vondsten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd aanwezig. In het zuiden tenslotte zijn profielen aangetroffen met een AC profiel.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 4 van 35
Figuur 4 plangebied op de geomorfologische kaart
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 5 van 35
Figuur 5 plangebied in relatie met de aangetroffen bodemopbouw tijdens het proefsleuvenonderzoek uit 2011.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 6 van 35
2.2
Archeologische gegevens
Tijdens het proefsleuvenonderzoek van 2011 zijn vier vindplaatsen aangetroffen. Twee hiervan zijn opgegraven tijdens de opgraving van 2012. Vindplaats 1 is gelegen in het zuidoosten van het plangebied uit 2011. Het is opgegraven in 2012. De vindplaats bestaat uit een nederzettingsterrein daterend in de IJzertijd. Hiervan zijn een huisplattegrond, zes spiekers, één voorraadkuil (of silo) en enkele losse paalsporen aangetroffen. De huisplattegrond, huis 1, vertoont overeenkomsten met het type Haps en is daarom in de midden- en late ijzertijd gedateerd. Aan de hand van het vondstmateriaal kon deze datering niet specifieker gemaakt worden. De vindplaats loopt door in het huidige plangebied. Vindplaats 2 is gelegen in het westen en bestaat uit enkele losse paalkuilen die gedateerd kunnen worden in de IJzertijd. Er kon geen structuur herleid worden. De vindplaats is niet opgegraven.
Figuur 6 de vindplaatsen van het proefsleuven uit 2011.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 7 van 35
Vindplaats 3 is gelegen in het noorden. De vindplaats is in 2012 opgegraven. De vindplaats betreft een nederzettingsterrein uit de Romeinse tijd. Hiervan zijn twee huisplattegronden en acht spiekers opgegraven. Greppels, waterputten, waterkuilen en kuilen ontbreken in de opgraving. Huis 2 is vergelijkbaar met een huisplattegrond uit Veghel-Scheiffelaar II en is voorzien van potstal. Het aardewerk uit de potstal dateert in de eerste helft van de 3e eeuw. Huis 3 is ook voorzien van een potstal en is toe te schrijven aan het type Alphen-Ekeren. Het aardewerk uit de potstal wijst op een datering in de tweede helft van de 2e eeuw. Vindplaats 4 is gelegen in het westen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn sporen van greppels en huisplattegronden aangetroffen. De greppels hebben mogelijk het akkercomplex omgeven. Van de huisplattegronden zijn paalkuilen aangetroffen die vermoedelijk behoord hebben tot een bootvormige plattegrond. De vindplaats is tijdens het proefsleuvenonderzoek wel als behoudenswaardig aangemerkt maar niet opgegraven. 2.3
Historisch kaartmateriaal
Als we kijken naar het historisch kaartmateriaal dan valt op dat Biest-Houtakker sinds het begin van de 19e eeuw weinig veranderd is. Het stratenpatroon zoals dat op de eerste kadastrale kaart uit 1817 aanwezig is, is ook nu nog duidelijk herkenbaar. Ook de verkaveling van begin 19 e eeuw binnen het plangebied is nog deels herkenbaar. Het gebied was rond 1800, net als nu, in gebruik voor agrarische doeleinden. Op de historische kaart is goed te zien dat binnen het plangebied rond 1900 nog houtwallen/singels aanwezig waren. Deze hebben de tand des tijds niet overleefd. Mogelijk dat bij het rooien van de houtwallen ook wat grondverzet heeft plaatsgevonden. Een naamloos pad, dat later de Eekhof genoemd wordt, doorkruist het plangebied. Binnen en net buiten het plangebied is aan het begin van de 19e eeuw geen bebouwing aanwezig. Ook rond 1900 is er nog geen bebouwing. De bebouwing die nu net buiten het plangebied staat, is er recentelijk neergezet.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 8 van 35
1819
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 9 van 35
3
DOEL- EN VRAAGSTELLINGEN
Het doel van inventariserend veldonderzoek (IVO) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het vooronderzoek. Het gaat om gebied- of vindplaatsgericht onderzoek. Het IVO gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Belangrijk is dat op basis van het inventariserend veldonderzoek een beslissing kan worden genomen of verder archeologisch (voor)onderzoek in het gebied noodzakelijk en verantwoord is. De waardering van het terrein dient volgens de richtlijnen van de KNA 4.1 te gebeuren. Dit zodat een gefundeerde onderbouwing van verder beleid met betrekking tot de archeologische waarden binnen het terrein mogelijk is. Indien binnen het plangebied archeologische waarden voorkomen, kan één van de volgende aanvullende voorschriften worden opgelegd: • De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.
• De verplichting tot het doen van opgravingen • De verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. Deze deskundige moet voldoen aan, door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen, kwalificaties. Vraagstellingen6 In het PvE zijn de volgende vraagstellingen opgenomen: 1. Is er een (of zijn er meerdere) vindplaats(en) aanwezig binnen het onderzoeksgebied? 2. Zo ja, beschrijf per vindplaats de datering, het complextype, de aard van de sporen en vondsten, de verspreiding van de sporen en vondsten en de begrenzing van de vindplaats (indien mogelijk) zowel binnen als buiten het onderzoeksgebied. 3. Hoe ziet de opbouw van de zandweg eruit en hoe lang is de weg al in gebruik? 4. Hoe is de bodemopbouw/stratigrafie binnen het onderzoeksgebied en wat is de relatie van de aangetroffen vindplaats(en) met de bodemopbouw? 5. Wat is de waardering van de vindplaats(en)? Geef daarbij aan in hoeverre de vindplaats(en) in een groter onderzoekskader van de NOaA of een provinciaal/gemeentelijke onderzoeksagenda is (of zijn) in te passen. Noem de relevante onderzoeksthema’s. 6. Zijn er verstoringen aanwezig binnen het onderzoeksgebied? Zo ja, waar bevinden deze zich en tot hoe diep hebben deze de bodem verstoord? 7.
Hoe sluiten de resultaten van het onderzoek aan op de gespecificeerde archeologische verwachting zoals die in het vooronderzoek voor het onderzoeksgebied is vastgesteld? 8. Indien er geen vindplaats is vastgesteld, hoe is dit te verklaren (landschappelijk, verstoring of gewoon niet aanwezig)?
6
M.A. Tolboom, 2021.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 10 van 35
4 4.1
METHODIEK VELDONDERZOEK Inleiding
Voor het proefsleuvenonderzoek is door BAAC een Programma van Eisen opgesteld. 7 In dit document zijn de eisen vastgelegd waaraan het archeologische onderzoek dient te voldoen. De methodiek en onderzoeksvragen zoals die in het PvE zijn opgenomen, worden in dit hoofdstuk verwoord. Naast de eisen zoals omschreven in het PvE is het archeologisch onderzoek uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. 4.2
Methodiek proefsleuvenonderzoek
Het proefsleuvenplan zoals dat is opgesteld in het PvE hield geen rekening met de ligging van een hogedruk waterleiding in het terrein. De proefsleuven die in het tracé van deze leiding lagen zijn verschoven. Op deze manier is uiteindelijk het aantal m2 aangelegd dat voorzien was in het PvE. In tabel II worden de proefsleuven opgesomd. Tabel II.
Oppervlaktes per werkput met omschrijving.
werkputnummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 totaal
afmetingen 40 x 4 20 x 4 30 x 4 30 x 4 30 x 4 30 x 4 20 x 4 20 x 4 20 x 4 40 x 4 40 x 4 40 x 4 40 x 4 20 x 4 40 x 4 40 x 4 40 x 4 20 x 4 30 x 5,5 30 x 5,5 30 x 5,5
oppervlakte (m²) 160 m² 80 m² 120 m² 120 m² 120 m² 120 m² 80 m² 80 m² 80 m² 160 m² 160 m² 160 m² 160 m² 80 m² 160 m² 160 m² 160 m² 80 m² 160 m² 160 m² 160 m² 2.720 m²
omschrijving
verbreed ter compensatie niet aangelegde sleuven in het tracé van de waterleiding.
De proefsleuven zijn in één vlak onderzocht. Het vlak is in de top van de natuurlijke ondergrond aangelegd op de diepte van circa 50 tot 60 cm beneden het maaiveld. De vlakaanleg heeft laagsgewijs plaatsgevonden tot op het vlakniveau waarop de grondsporen zichtbaar werden en het vlak te interpreteren was. Per haal van de graafmachine is met behulp van de metaaldetector door een metaaldetectorspecialist het blootgelegde vlak afgezocht. Dit heeft geen metaalvondsten opgeleverd. Behalve het vlak is ook de stort van de sleuven met behulp van de metaaldetector onderzocht. Metaalvondsten zijn hierbij niet gedaan. Na iedere haal van de graafmachine is het vlak op vondsten en grondsporen gecontroleerd. Het vlak is ingemeten met fotogrammetrie. De sporen en werkputten zijn ingetekend vanaf de orthofoto’s. Profielen, vondsten, vlakhoogtes en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een GPS. Een selectie 7
M.A. Tolboom. 2021.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 11 van 35
van de sporen is gecoupeerd, gefotografeerd en getekend. De sporen zijn niet afgewerkt, tenzij het advies: niet behoudenswaardig volgde. Van ieder werkput is om de 20 m een profielkolom gedocumenteerd, gefotografeerd en beschreven. Dit resulteerde in twee of drie profielkolommen per proefsleuf. In totaal zijn er 50 profielen gedocumenteerd. De voorbereiding van het onderzoek heeft plaatsgevonden op 28 september 2021. Het veldwerk is uitgevoerd op 5 oktober tot en met 8 oktober 2021. De uitwerking heeft plaatsgevonden van 18 oktober tot en met 29 november 2021.
Figuur 7 aangelegde proefsleuven in relatie met het eerder onderzochte deel.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 12 van 35
Figuur 8 aangelegde proefsleuven
Figuur 9 het aanleggen van proefsleuf 15
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 13 van 35
5 5.1
RESULTATEN VELDONDERZOEK Landschapsgenese en bodemopbouw
Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 50 profielkolommen gezet verdeeld over de 21 proefsleuven. Vanuit de bestudering van de profielen kan een goed beeld verkregen worden over de bodemopbouw. We onderscheiden vier soorten profielen: profielen met een cultuurlaag, profielen met een BHorizont met een oude akkerlaag, profielen met een AC profiel en profielen met een podzolprofiel in een laagte, vermoedelijk een ven.
Figuur 10 profielen en bodemopbouw in het plangebied
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 14 van 35
Profielen met een B-Horizont met daarin een oude akkerlaag in het noordoostelijke deel. In het noordoostelijke deel van het plangebied ligt een gebied waarin de bodemopbouw bestaat uit een plaggendek dat ligt op een B-Horizont met daaronder de C-Horizont. In de top van de B-Horizont heeft zich een oude akkerlaag gevormd. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7.000 m 2 en sluit aan op het gebied waar in het proefsleuvenonderzoek van 2011 een oude akkerlaag is aangetroffen. De top van de bodemopbouw bestaat uit een pakket donkerbruingrijs matig sterk matig siltig en matig fijn zand. Het plaggendek heeft een dikte tussen de 30 en 60 cm. Onder dit plaggendek is een oud akkerdek aanwezig. Het gaat om een pakket bruingrijs matig humeus matig fijn en matig siltig zand. Het pakket is maximaal 25 cm dik. Op enkele plaatsen (zoals bij profiel 34) is onder dit akkerdek nog een restant van een B-Horizont aanwezig. De basis van de bodemopbouw bestaat uit een pakket beigegeel matig fijn en matig siltig zand, dat geclassificeerd kan worden als C-Horizont.
plaggendek
oud akkerdek
B-Horizont
C-Horizont
Figuur 11 profiel 34 in proefsleuf 15.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 15 van 35
Profielen met een cultuurlaag in het westen van het terrein In het westen van het terrein zijn twee profielen (8 en 10) aangetroffen, waar onder het plaggendek een grijze laag matige siltig matig fijn zand aangetroffen is. De profielen liggen op de plek waar ook een erf (hoofdgebouw en twee bijgebouwen) is aangetroffen. Het plaggendek heeft een dikte van ongeveer 45 cm. De bovenste 25 cm bestaat uit een donkerbruingrijs pakket met sterk humeus, matig siltig en matig fijn zand. De onderste 20 cm is lichter van kleur: bruingrijs. Onder het plaggendek ligt een grijsbruine matig humeus, matig siltig en matig fijn zand. Het pakket lijkt wat omgewerkt te zijn en er is wat handgevormd aardewerk in aanwezig dat dateert in de IJzertijd of de Romeinse tijd. De basis van de bodemopbouw bestaat hier uit een beigegeel pakket matig siltig matig fijn zand met wat oervorming.
plaggendek
plaggendek
cultuurlaag
C-Horizont
Figuur 12 profiel 10 in proefsleuf 5.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 16 van 35
Profielen met een podzolprofiel in een laagte In vijf profielen (P14, 20, 31, 48 en 50) is een begraven podzol aangetroffen in een laagte. Profiel 14 is gelegen aan de westkant van het plangebied. Hier is de rand van de laagte aangesneden. Onder een plaggendek van ongeveer 50 cm dik, is een dun zwart bandje aangetroffen dat als A-Horizont geclassificeerd kan worden. Hieronder ligt een 10 cm dik loodgrijs gekleurd laagje matig siltig matig fijn zand. Hieronder ligt een bruin tot bruingrijs pakket van ongeveer 20 cm dik. In dit pakket zijn horizontale banden aanwezig. Vermoedelijk kijken we naar een banden B-Horizont. De basis van de bodemopbouw bestaat uit een beigebruine C-Horizont.
Figuur 13profiel 14 in proefsleuf 7
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 17 van 35
Profiel 31 is gelegen in proefsleuf 13 en ligt meer in het midden van de laagte. Hier is het plaggendek ongeveer 60 cm dik. Onder het plaggendek ligt een 20 cm dik pakket bestaande uit bruingrijs matig siltig matig fijn zand. Dit pakket lijkt sterk op het akkerdek dat meer in het oosten aanwezig is (zie bijvoorbeeld profiel 34). Omdat onder dit pakket het podzolprofiel aanwezig is, kan het hier niet om een omgewerkte B-Horizont gaan. Mogelijk betreft het opvullaag, die na de vorming van het podzolprofiel hier ontstaan is. Het kan dan gaan om een natuurlijke opvulling door inspoeling of instuiving of een antropogene opvulling (dichtwerpen of egaliseren). Onder deze laag is hetzelfde podzolprofiel aangetroffen als bij profiel 14. De zwarte A-Horizont is hier meer intact en lijkt niet verploegd te zijn. Als we de laagte plotten op de hoogtekaart die gemaakt is op basis van de orthofoto’s dan zien we dat het inderdaad relatief lager gelegen is. Een duidelijk ven is niet te onderscheiden. Er is tijdens het proefsleuvenonderzoek geen profiel over de hele laagte gezet, omdat dit niet mogelijk was door de ligging van de transport waterleiding.
Figuur 14 profiel 31 in proefsleuf 13
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 18 van 35
Figuur 15 hoogtekaart van de aangelegde proefsleuven op basis van de hoogtes afkomstig van de orthofoto’s.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 19 van 35
5.2
Analyse sporen en structuren
In de 21 proefsleuven zijn in totaal 200 sporen aangetroffen. De sporen worden zichtbaar in de top van de C-horizont en zijn in het hele plangebied aanwezig. We onderscheiden drie vindplaatsen. Vindplaats 5 betreft een zone van ongeveer 1,5 hectare met sporen en vondsten uit de IJzertijd en de Middeleeuwen in het oosten van het terrein. Het is gelegen tegen vindplaats 1 en 4 van het proefsleuvenonderzoek. Vindplaats 6 ligt in het westen, meet ongeveer 2.200 m 2 en bevat tenminste een huisplattegrond en een bijgebouw vermoedelijk ook uit de ijzertijd. Vindplaats 7 zijn de sporen behorende bij een historische weg. In tabel 3 staat aangegeven welke type sporen zijn aangetroffen. Tabel 3 aangetroffen sporen type spoor aantal paalkuil 116 kuil 15 waterput 1 greppel 33 natuurlijk 34 laagte 1 totaal 200
Figuur 16 de vindplaatsen geplot op de allesporenkaart en de bodemtypekaart
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 20 van 35
In bijlage 3 zijn de orthofoto’s en de sporenkaarten per proefsleuf weergegeven. Bij meerdere putten zijn zwarte rondjes te zien die vanaf wat grotere hoogte op paalkuilen lijken, maar niet zijn ingemeten. Figuur 18, van proefsleuf 5, laat zien waarom niet gekozen is voor de interpretatie van een antropogeen spoor. In het zuiden van de proefsleuf zijn negen paalkuilen van een horreum en een greppel te zien. De sporen zijn grijs tot donkergrijs van kleur, mooi rond van vorm en liggen in een verband met elkaar. In het midden en het noorden van de proefsleuf zijn meerdere ronde sporen te zien met een zwartgrijze buitenkant en een lichtgrijze binnenkant. De sporen hebben een meer grillige contour en liggen niet met elkaar in verband. We interpreteren deze sporen als sporen die ontstaan zijn door plantwortels in wat lager gelegen, nattere, gebieden. Figuur 17 laat een coupe door beide type sporen zien.
Figuur 17 paalspoor S43 van het horreum in proefsleuf 5 (links) en natuurlijk spoor S191 in proefsleuf 21 (rechts)
Figuur 18 paalkuilen en natuurlijke sporen in proefsleuf 5
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 21 van 35
5.2.1
Vindplaats 5 IJzertijd en Middeleeuwen
Vindplaats 5 is gelegen in het oosten van het plangebied en heeft een oppervlakte van circa 1,5 hectare. Het ligt tegen vindplaats 1 en 4 van het proefsleuvenonderzoek uit 2011 aan, waar sporen en vondsten uit de IJzertijd (vindplaats 1) en de Middeleeuwen (vindplaats 4) zijn aangetroffen. Vindplaats 1 is in 2012 opgegraven. De vindplaats omvat de proefsleuven 1, 10 tot en met 17 en 18 tot en met 20. Het omvat het gehele gebied met profielen met een oude akkerlaag in de top van de B-Horizont en een deel van het gebied in de laagte met een begraven podzolprofiel. Binnen de contouren van de vindplaats zijn in totaal 111 sporen aangetroffen, die in clusters binnen de vindplaats liggen. Deze clusters zullen we nu behandelen. Tabel 4 proefsleuven met de sporen en vondsten binnen vindplaats 5. proefsleuf bodemopbouw sporen aard sporen 1 AC profiel S1 - S6 waterkuil
10
laagte / AC profiel
S76 - S86
11
oude akkerlaag / AC profiel
S87 - S100
12 13
oude akkerlaag laagte / AC profiel
S101 en S102 S103 - S108
14 15
oude akkerlaag oude akkerlaag
S109 - S129 S134 - S150
greppels en paalkuilen twee clusters van paalkuilen
16
oude akkerlaag
S151 - S168
17 19
oude akkerlaag AC profiel
S169 S170 - S172
cluster van paalkuilen en kuilen geen antropogene sporen greppels en paalkuil
20
AC profiel
S173 - S181
greppel en paalkuilen
21
AC profiel
S182 - S184
twee paalkuilen
Rapport 14928.007 versie 1
paalkuilen op de rand van de laagte cluster van paalkuilen in het noordoosten van de put één greppel één waterput en enkele paalkuilen in de laagte
vondsten fragment prehistorisch handgevormd aardewerk uit waterkuil
proto steengoed en grijsbakkend in paalkuilen brokjes tefriet vijf fragmenten prehistorisch handgevormd aardewerk uit paalkuilen fragment grijsbakkend, roodbakkend en APH uit oude akkerlaag
fragment handgevormd aardewerk uit paalkuil fragment handgevormd aardewerk bij aanleg
Pagina 22 van 35
Figuur 19 allesporenkaart van vindplaats 5.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 23 van 35
Cluster werkput 13, 14 en 16 In de werkputten 13, 14 en 16 zijn meerdere paalkuilen, kuilen en greppels aangetroffen. In het zuiden van werkput 14 is een cluster paalkuilen aangetroffen (S113 - S125 - S128) die mogelijk de hoek van een gebouwstructuur vormen. Mogelijk is het einde van de plattegrond in werkput 16 aangetroffen (S151 - S163). Indien dit het geval is, kijken we naar een structuur van ongeveer 20 m lang en 4 m breed die noordwest - zuidoost georiënteerd is. Er zijn geen vondsten in de vulling van de paalkuilen aangetroffen.
Figuur 20 werkput 13, 14 en 16 en de coupes door de paalkuilen S117 (links) en S159 (rechts). Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 24 van 35
Cluster werkput 15 In werkput 15 zijn twee sporenclusters waargenomen. In het noorden gaat het om de paalkuilen S143 - S149 en in het zuiden om de paalkuilen S134 - S141. In de vulling van de paalkulen is geen vondstmateriaal aangetroffen. Tijdens de vlakaanleg zijn vondsten aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de late prehistorie en de Middeleeuwen.
Figuur 21 werkput 15 en de coupes door de paalkuilen S138 (zuid) en S145 (noord).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 25 van 35
Cluster werkput 11 In werkput 11 is een sporencluster in het noorden aangetroffen. Het gaat om een negental paalkuilen (S88 - S96). In de sporen 87 en 88 zijn vondsten aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de late Middeleeuwen. Vermoedelijk behoren de paalkuilen tot een gebouwstructuur.
Figuur 22 werkput 11 en de coupes door de paalkuilen S89 (links) en S88 (rechts).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 26 van 35
Waterput in werkput 13 In werkput 13 is de laagte aangesneden. In het zuiden van de werkput is het vlak aangelegd in de top van de loodgrijze E-Horizont (in het vlak S105 genoemd). Binnen deze loodgrijze laag waren enkele zwartgrijze ronde sporen te zien. De zwartgrijze kleur komt overeen met de kleur van de bovenliggende a-Horizont. Na couperen bleek S106 een waterput te zijn. De coupe is niet doorgezet, de onderkant van de put is dus niet bereikt. In de vulling van de waterput zijn twee scherven handgevormd aardewerk aangetroffen, beide uit de nazak. Het is dus nog niet duidelijk in welke periode de waterput dateert.
Figuur 23 coupe door waterput S106.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 27 van 35
Waterkuil in werkput 1 In werkput 1 is een waterkuil (S6) aangetroffen. De waterkuil heeft een diameter van 1,3 m en een diepte van ongeveer 40 cm. In de vulling van de waterput zijn spoellaagjes aanwezig, die ontstaan zijn bij het gebruik en geleidelijk weer dichtspoelen van de waterput. In de spoellaagjes is bij het afwerken een scherf handgevormd prehistorisch aardewerk aangetroffen, die gedateerd kan worden in de IJzertijd. Van de spoellaagjes is een botanisch monster genomen. Dit monster is nog niet gewaardeerd. Deze kan ingezet worden in de uitwerking van de opgraving.
Figuur 24 Coupe door waterkuil S6
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 28 van 35
Paalsporen in werkput 18, 19 en 20 In de werkputten 18, 19 en 20 zijn een elftal goede paalkuilen aangetroffen. In de vulling van een van de paalkuilen (S178) is een fragment aardewerk uit de IJzertijd aangetroffen. Een groot aantal van de paalkuilen is gecoupeerd (S170, S173, S174, S175, S178 en S183) is gecoupeerd en waren allen goede paalkuilen.
Figuur 25 werkput 18, 19 en 20 en de coupes door de paalkuilen S178 (links) en S173 en S174 (rechts).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 29 van 35
5.2.2
Vindplaats 6 IJzertijd / Romeinse tijd
Vindplaats 6 is gelegen in het westen van het plangebied en heeft een oppervlakte van ongeveer 2.200 m2. De vindplaats omvat de proefsleuven 4, 5 en 6 en het omvat het gehele gebied waarin profielen met een cultuurlaag zijn gezien. Binnen de contouren van de vindplaats zijn in totaal 52 sporen aangetroffen, die in clusters binnen de vindplaats liggen. Deze clusters zullen we nu behandelen. Tabel 5 proefsleuven met de sporen en vondsten binnen vindplaats 5. proefsleuf bodemopbouw sporen aard sporen 4 cultuurlaag S19 - S29, S40 palenrij 5 cultuurlaag S30 - S39, horreum, S41 - S51 mogelijke plattegrond 6 AC profiel S52 - S64 palenrij
vondsten geen aardewerk aangetroffen S36: horreum 2x handgevormd S48: mogelijke plattegrond 2x handgevormd S60: palenrij 1x handgevormd
Figuur 26 allesporenkaart van vindplaats 6.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 30 van 35
Proefsleuf 4 - palenrij In het zuiden van proefsleuf 4 zijn de paalkuilen, S19, S20, S21, S22, en S40 aangetroffen. Paalkuil S20 is gecoupeerd de kuil was ongeveer 10 cm diep. Het is niet duidelijk waartoe de paalkuilen behoord hebben. Mogelijk is het een gebouwstructuur maar een ronde vorm (palenkrans/hooimijt) is ook mogelijk. Er zijn geen vondsten aangetroffen in deze werkput.
Figuur 27 werkput 4 en de coupe door paalkuil S20 Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 31 van 35
Proefsleuf 5 - horreum en mogelijk gebouwstructuur In werkput 5 zijn de sporen van een 9 palig bijgebouw (waarschijnlijk een horreum) en een mogelijke gebouwstructuur aangetroffen. Het horreum bestaat uit de paalkuilen S31 - S39. Het meet 2,3 x 3,0 m. Paalkuil S37 is gecoupeerd en had een diepte van ongeveer 7 cm. In de vulling van S36 is handgevormd aardewerk aangetroffen dat gedateerd kan worden in de IJzertijd of Romeinse tijd.
Figuur 28 werkput 5 en de coupe door paalkuil S37 (links) en paalkuil S43 (rechts). Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 32 van 35
In het noorden van de werkput is een hoek van wat vermoedelijk een gebouwstructuur is aangetroffen. Het gaat om de paalkuilen S41 tot en met S51. De onderlinge afstand en de ligging ten opzichte van elkaar maakt het waarschijnlijk dat we naare een gebouwstructuur, waarschijnlijk een huisplattegrond, kijken. Paalkuil S43 is gecoupeerd en had een diepte van ongeveer 15 cm. In de vulling van paalkuil S48 zijn twee scherven handgevormd aardewerk aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de Romeinse tijd of de IJzertijd.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 33 van 35
Proefsleuf 6 - palenrij In werkput 7 is een palenrij aangetroffen bestaande uit de sporen S62, S63, S57, S59, S60 en S64. De rij palen heeft een lengte van ongeveer 12 m. Er is een coupe gezet door paalkuil S59. Deze heeft een diepte van ongeveer 20 cm. In de vulling van paalkuil S60 is een scherf handgevormd aardewerk aangetroffen dat gedateerd kan worden in de IJzertijd of de Romeinse tijd. Mogelijk kijken we naar een zijde van een gebouwstructuur.
Figuur 29 werkput 6 en de coupe door paalkuil S59 (links) en paalkuil S55 (rechts). Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 34 van 35
5.2.3
Vindplaats 7 historische weg
In het PvE is de zandweg die door het plangebied loopt opgenomen als belangrijke weg. De weg is opgenomen in de cultuurhistorische waardekaart van de provincie Noord-Brabant en aangemerkt als een lijn van hoge waarde.8 Proefsleuf 8 is over de locatie van de weg gelegd om de opbouw van de weg en de relatie tot de nog in gebruik zijnde aangrenzende sloot te kunnen bestuderen. In proefsleuf 8 is profiel 17 gedocumenteerd. Het profiel is over een lengte van vijf meter afgestoken, met orthofotografie gefotografeerd en ingemeten en beschreven. Evenwijdig aan de weg lopen een aantal ploegsporen en spoor 74. Spoor 74 is een greppel van ongeveer 45 cm breed. De greppel wordt zichtbaar onder de bouwvoor en heeft een diepte van ongeveer 30 cm. De bodem is vlak en de hoeken zijn scherp. De vulling bestaat uit geroerde bouwvoor met c/b-Horizont. De greppel ligt in het verlengde van een greppel die zichtbaar is op de kadastrale minuut van 1817. Mogelijk is de greppel later verlengd of eerder ingekort. is voor het eerst zichtbaar op historische kaarten op de kaart van 1900 en flankeert hier het zandpad. Er zijn naast S74 op deze plek geen sporen aangetroffen, zoals karrensporen of perceleringsgreppels die verder inzicht geven in de aard en ouderdom van het zandpad.
Figuur 30 orthofoto van proefsleuf 8 over de luchtfoto met daarop de zandfoto. 8 Tolboom, 2021, p. 13
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 35 van 35
S74
Figuur 31 profiel 17 (boven), werkput 8 in vlak (linksonder) en coupe door S74 (rechtsonder).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 1 van 1
We hebben vastgesteld dat het zandpad dat nu door het plangebied loopt geen oude weg is. Er zijn wel andere sporen in het plangebied aanwezig die te maken kunnen hebben met een oude weg. In werkput 7, 10, 13 en 14 zijn sporen aangetroffen die precies in het verlengde liggen van de doorgaande weg die op de kaart van 1817 is aangegeven. Het gaat om palenrijen in werkput 7 en 10 en om een dubbele greppel in werkput 13 en 14 (Figuur 33). De greppels zijn noordoost - zuidwest georiënteerd en liggen op een afstand van ongeveer 2,5 m van elkaar (S120/S129 en S103/S104). De greppels 103 en 104 zijn gecoupeerd. Ze zijn tussen de 25 en 50 cm diep, 1 m breed en hebben een gevlekte vulling. De paalkuilen in werkput 10 (S83 en S84) en in werkput 7 (S65 - S71) zijn rond van vorm en hebben een diepte tussen de 5 en 20 cm (Figuur 32). We zien op de kadastrale minuut van 1817 en de topografische kaart van 1900 niet alleen een weg ten westen van het plangebied, maar er lopen ook twee wegen ten oosten van het plangebied. Als we de wegen op de historische kaarten met elkaar verbinden dan liggen de greppels en palenrijen precies op de route. We vermoeden dan ook dat de doorgaande weg vroeger over het akkergebied gelopen heeft en dat deze later om de akker heen is gelegd (zowel ten zuiden als ten noorden). Wanneer dit gebeurd is, is nog onduidelijk . In ieder geval voor 1800 n. Chr.
Naast de sporen van de weg zijn er nog perceleringsgreppels aangetroffen aan de noordkant en de zuidkant van het plangebied. We denken dat ze de jongere wegen die om het akkergebied heen gelegd zijn, geflankeerd hebben (Figuur 34).
Figuur 32 coupes door de greppels S103 (linksboven), S104 (rechtsboven) en de paalkuilen S67 (linksonder) en S68 (rechtsonder).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 1 van 10
Figuur 33 perceelsscheidingssporen in werkput 14, 13, 10 en 7 op de kadastrale minuut van 1817.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 2 van 10
Figuur 34 de aangetroffen perceleringssystemen op de topografische kaart van omstreeks 1900.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 3 van 10
5.3
Vondstmateriaal
Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er twintig vondstnummers uitgedeeld. Binnen deze vondstnummers zitten 33 fragmenten aardewerk, 1 fragment baksteen en drie fragmenten tefriet.
13
5.1.1
5
1
6.1.1
5
1
7.1.1
6
8.1.1 9.1.1
Opmerking
6
1
Datering
1
3
Gewicht
1
4.1.1
Aantal
2.1.1
Materiaal
1
Verzamelwijze
Vlak
3
Laag/Vulling
Werkput
1.1.1
Spoor
Vondstnummer
Tabel 6 vondstenlijst
AANLEG KER 1
13 IJzertijd
handgevormd aardewerk
COUPE KER 1
28 IJzertijd
handgevormd aardewerk
COUPE KBW 1
148 Nieuwe tijd
36
COUPE KER 2
20 IJzertijd
handgevormd aardewerk
48
AANLEG KER 2
8
IJzertijd
handgevormd aardewerk
1
60
AANLEG KER 1
9
IJzertijd
handgevormd aardewerk
11 1
88
AANLEG KER 1
6
Late Middeleeuwen
grijsbakkend aardewerk
11 1
87
AANLEG KER 2
10
Late Middeleeuwen
grijsbakkend aardewerk proto steengoed
10.1.1 12 1
102
AANLEG STE 3
25 IJzertijd
tefriet
11.1.1 13 1
106
AANLEG KER 2
11 IJzertijd
handgevormd aardewerk
AANLEG KER 1
13 IJzertijd
handgevormd aardewerk
12.1.1 9
1
13.1.1 9
3
1
107
AANLEG KER 4
8
IJzertijd
handgevormd aardewerk
14.1.1 15 1
5030
AANLEG KER 1
6
Late Middeleeuwen
proto steengoed
15.1.1 15 1
5030
AANLEG KER 1
21 IJzertijd
handgevormd aardewerk
16.1.1 15 1
5030
AANLEG KER 1
140 Nieuwe tijd
roodbakkend
17.1.1 13 1
106
COUPE KER 1
13 IJzertijd
handgevormd aardewerk
18.1.1 13 1
104
COUPE KER 2
13 IJzertijd
handgevormd aardewerk
19.1.1 19 1
178
COUPE KER 9
57 IJzertijd
handgevormd aardewerk
AANLEG KER 1
11 Nieuwe tijd
roodbakkend
20.1.1 20 1
IJzertijd 28 van de 33 scherven aardewerk kunnen gedateerd worden in de IJzertijd. Het gaat om handgevormd gefragmenteerd aardewerk dat redelijk harden dun is. De magering bestaat voornamelijk uit potgruis. Er zijn geen randjes of versieringen aangetroffen. Naast het aardewerk zijn er drie fragmenten tefriet aangetroffen, vermoedelijk afkomstig van een maalsteen. De vondsten zijn afkomstig uit de nederzetting uit de IJzertijd (vindplaats 5 en 6). Late Middeleeuwen De vondsten uit de Late Middeleeuwen betreffen twee fragmenten grijsbakkend aardewerk en twee fragmenten proto steengoed. Het proto steengoed kan gedateerd worden tussen 1200 en 1280 n. Chr. Het grijsbakkende aardewerk heeft een ruimere datering: tussen de 1200 en 1500 n. Chr. De vondsten zijn afkomstig uit de nederzetting uit de Middeleeuwen (vindplaats 5).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 4 van 10
Nieuwe tijd Drie vondsten kunnen gedateerd worden in de Nieuwe tijd. Het gaat om twee scherven roodbakkend aardewerk, waaronder een oortje, en een verweerd stuk baksteen. Deze scherven zijn mogelijk in de ondergrond terecht gekomen bij het opwerpen van het plagendek of het gebruik van de akker. 5.4
Grondmonsters
Er is tijdens het proefsleuvenonderzoek één grondmonster genomen. Het gaat om een botanisch monster dat genomen is van de vulling van een waterkuil uit de IJzertijd (S6). Het monster is niet gewaardeerd. Voorgesteld wordt om het mee te nemen in het evaluatierapport van de opgraving en om dan te bepalen of nadere waardering en uitwerking zinvol is.
6
WAARDERING
De resultaten van het veldwerk vormen de basis voor de waardering van de vindplaats. De waardering moet vervolgens leiden tot een aanbeveling ten aanzien van het vervolgtraject. De waardering wordt vastgesteld volgens de door de KNA voorgeschreven wijze aan de hand van de volgende aspecten: beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Beleving De beleving van de vindplaats valt uiteen in twee criteria ‘schoonheid” en “belevingswaarde”. Bij beide gaat het vooral om zichtbare monumenten. Schoonheid is de esthetische-landschappelijke waarde van een archeologisch monument, die in de zichtbaarheid van het monument tot uiting komt. Deze waarde is gebaseerd op de zichtbaarheid vanaf het maaiveld als landschapselement, vorm en structuur en relatie met de omgeving. Herinneringswaarde is de herinnering die het archeologisch monument oproept over het verleden. Deze waarde is gebaseerd op verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenissen en associatie met toegeschreven kwaliteit of betekenis. Fysieke kwaliteit De fysieke kwaliteit van de vindplaats is gebaseerd op de criteria gaafheid en conservering. De gaafheid is de mate van niet-verstoord zijn en stabiliteit van de fysieke omgeving. De conservering geeft de mate waarin archeologisch vondstmateriaal bewaard is gebleven aan. Bij vijf of meer punten is een vindplaats behoudenswaardig.
Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder) wordt er naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of de vindplaats toch behoudenswaardig is. Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit wordt uitgedrukt in waarden voor zeldzaamheid, informatie, ensemble en representativiteit. Zeldzaamheid is de mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied. Informatiewaarde is de betekenis van een monument als bron van kennis over het verleden. De ensemblewaarde (of contextwaarde) is de meerwaarde die aan een monument wordt toegekend, op grond van de mate waarin sprake is van een archeologische en landschappelijke context. De representativiteit is tenslotte de mate waarin een bepaald type monument karakteristiek is voor een periode dan wel een gebied voorkomt. Eerst wordt er een afweging gemaakt op basis van de drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van zeven of meer punten is de vindplaats behoudenswaardig. Bij een lagere score wordt nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 5 van 10
De beoordeling is, drie punten voor hoge, twee punten voor middelhoge en één punt voor lage kwaliteit. Voor het plangebied is de scoretabel (Tabel VII) als volgt ingevuld: Tabel VII.
Scoretabel waardestelling van het plangebied Waarden
Beleving
Fysieke kwaliteit
Inhoudelijke kwaliteit
Criteria
Scores vindplaats 5
vindplaats 6
vindplaats 7
Schoonheid
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Herinneringswaarde
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Gaafheid
hoog (3)
hoog (3)
hoog (3)
Conservering
hoog (3)
hoog (3)
hoog (3)
Zeldzaamheid
midden (2)
midden (2)
midden (2)
Informatiewaarde
hoog (3)
hoog (3)
hoog (3)
Ensemblewaarde
hoog (3)
hoog (3)
hoog (3)
Representativiteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Parameter Beleving: Doordat de aangetroffen sporen niet zichtbaar zijn in het landschap en het geen herinnering oproept aan een historische gebeurtenis scoort de site laag voor beleving. Parameter Fysieke kwaliteit: De sporen en vondsten in het plangebied zijn voor alle drie de vindplaatsen goed bewaard gebleven. Het bodemprofiel is op de meeste plaatsen nog intact. Soms met een ouder akkerlaag, soms met een cultuurlaag en soms met een begraven podzolprofiel. De sporen zijn goed leesbaar en goed interpreteer aar. De totale score voor de fysieke kwaliteit wordt op zes gesteld en de waardering van de vindplaatsen op basis van deze criteria is dan ook hoog. Parameter Inhoudelijke kwaliteit: Zeldzaamheid: sporen uit de IJzertijd en de Late Middeleeuwen en sporen van een weg uit de Nieuwe tijd zijn niet heel zeldzaam. Ze zijn immers ook in de vindplaatsen 1 tot en met 4 aangetroffen. Toch is daar niet zoveel aangetroffen dat verder onderzoek naar deze periode geen kenniswinst meer oplevert. Informatiewaarde: De sporen en vondsten zijn goed in context te plaatsen. Zo kunnen (gebouw)structuren herkend en gedateerd worden. De informatiewaarde is daarom op hoog gesteld. Ensemblewaarde: De sporen in de vindplaatsen 5 en 6 kunnen gerelateerd worden aan de sporen die bij de onderzoeken in 2011 en 2012 gevonden zijn.
De sporen van de weg van vindplaats 7 kunnen gerelateerd worden aan de huidige wegen en die op historische kaarten. Ook voor deze categorie geldt een hoge score. De totale score voor de inhoudelijke kwaliteit is voor alle drie de vindplaatsen 8 en de waardering is dan ook hoog. Representativiteit: dit criterium is alleen relevant als bij het uitvoeren van de waardering het vermoeden bestaat dat duurzaam behoud van het monument gerealiseerd kan worden. Dit is bij dit onderzoek niet het geval, waardoor er over representativiteit geen uitspraken worden gedaan. Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 6 van 10
Er wordt gesproken van een behoudenswaardige vindplaats indien de fysieke kwaliteit minimaal vijf punten of de gezamenlijke score van de inhoudelijke kwaliteit zeven punten of meer bedraagt. In bovenstaande tabel bedraagt de fysieke kwaliteit 9 punten en de inhoudelijke kwaliteit 9 punten. Uit de bovenstaande tabel met waardering blijkt dat de drie vindplaatsen die zijn aangetroffen behoudenswaardig zijn. 7
SELECTIEADVIES
De hoge waardering van de vindplaatsen leidt tot een selectieadvies: behoudenswaardig. Het selectieadvies is daarom dan ook om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een vlakdekkende opgraving van de vindplaatsen 5 en 6. Bij de opgraving van vindplaats 5 zullen de sporen van vindplaats 7 afdoende worden blootgelegd, zodat hiervoor geen extra vierkante meters hoeven te worden opengelegd. Het definitieve besluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hilvarenbeek. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 7 van 10
8
BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN
In hoofstuk 3 zijn de onderzoeksvragen gesteld waarop het proefsleuvenonderzoek antwoord zou moeten geven. In dit hoofdstuk zal getracht worden dat te realiseren. De resultaten van het onderzoek kunnen echter niet op alle vragen een antwoord geven. Daarom worden hier alleen de vragen overgenomen uit hoofdstuk 3 die beantwoord kunnen worden. Op de resterende vragen kan geen antwoord worden gegeven als gevolg van het ontbreken van archeologische waarden in de proefsleuven. Invoegen vragen PvE en beantwoorden 1. Is er een (of zijn er meerdere) vindplaats(en) aanwezig binnen het onderzoeksgebied? Er zijn drie vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 5 bevat sporen en vondsten uit de IJzertijd en de Late Middeleeuwen. Vindplaats 6 bevat sporen uit de IJzertijd en vindplaats 7 bevat sporen die behoren bij de historische weg. 2. Zo ja, beschrijf per vindplaats de datering, het complextype, de aard van de sporen en vondsten, de verspreiding van de sporen en vondsten en de begrenzing van de vindplaats (indien mogelijk) zowel binnen als buiten het onderzoeksgebied. Voor vindplaats 5 zie paragraaf 5.2.1. Voor vindplaats 6 zie paragraaf 5.2.2. Voor vindplaats 7 zie paragraaf 5.2.3. 3. Hoe ziet de opbouw van de zandweg eruit en hoe lang is de weg al in gebruik? De zandweg zelf is pas in gebruik vanaf de 19e of 20e eeuw. Er is mogelijk wel een oudere weg aanwezig.
Deze ligt meer ten zuiden van de zandweg en bestaat uit greppels en palenrijen. 4. Hoe is de bodemopbouw/stratigrafie binnen het onderzoeksgebied en wat is de relatie van de aangetroffen vindplaats(en) met de bodemopbouw? Vindplaats 5: profielen met oude akkerlaag / begraven podzolprofiel en AC-profiel. Vindplaats 6: profielen met een cultuurlaag. Vindplaats 7: profielen met een ouder akkerlaag / AC-profiel. 5. Wat is de waardering van de vindplaats(en)? Geef daarbij aan in hoeverre de vindplaats(en) in een groter onderzoekskader van de NOaA of een provinciaal/gemeentelijke onderzoeksagenda is (of zijn) in te passen. Noem de relevante onderzoeksthema’s. Zie paragraaf 6. 6. Zijn er verstoringen aanwezig binnen het onderzoeksgebied? Zo ja, waar bevinden deze zich en tot hoe diep hebben deze de bodem verstoord? Er zijn geen bodemverstoringen binnen het plangebied waargenomen. 7. Hoe sluiten de resultaten van het onderzoek aan op de gespecificeerde archeologische verwachting zoals die in het vooronderzoek voor het onderzoeksgebied is vastgesteld? Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 8 van 10
De gespecificeerde verwachting die is opgesteld tijdens het vooronderzoek is uitgekomen. Er zijn vindplaatsen aanwezig die te maken hebben met de vindplaatsen die aangetroffen zijn tijdens het onderzoek in 2011 en 2012. En de veronderstelde weg is mogelijk ook aangetroffen. 8. Indien er geen vindplaats is vastgesteld, hoe is dit te verklaren (landschappelijk, verstoring of gewoon niet aanwezig)? Deze vraag is niet van toepassing.
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 9 van 10
LITERATUUR Alma, X.J.F. & E. Blom, 2012: Over potten en potstallen. Een archeologische opgraving van erven uit de IJzertijd en de Romeinse tijd te Biest-Houtakker, gemeente Hilvarenbeek, Amersfoort (ADCrapport 3294). Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland De hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Mostert, M., 2012: Hilvarenbeek, Biest-Houtakker, Beverakker. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, ’s-Hertogenbosch (BAAC-rapport A-10.0483). Normalisatie-Instituut, Nederlands, 2020: NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl: Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving. Delft. Peeters, M.M., 2012: Verborgen tussen het groen. Een archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de gemeente Hilvarenbeek. Deel II: Toelichting op de archeologische beleidskaart, Weesp (RAAP-rapport 2450-II). Putten, M.J. van, 2009: Gemeente Hilvarenbeek. Plangebied Beverakker te Biest-Houtakker. Archeologisch bureauonderzoek, Deventer (BAAC-rapport V-09.0074). Tolboom, M.A., 2021: Programma van Eisen proefsleuvenonderzoek Biest-Houtakker, Beverakkers V, BAAC rapport A-21.0033, ’s-Hertogenbosch. Wullink, A.J. & J.J.A.
Wijnen, 2009: Een verkennend archeologisch veldonderzoek door middel van boringen aan de Beverakkers te Biest-Houtakker, gemeente Hilvarenbeek (NB), Geldermalsen (ARCrapport 2009- 197).
Rapport 14928.007 versie 1
Pagina 10 van 10
Bijlage 1
Overzicht proefsleuven
Eekhof te Biest- Houtakker. Legenda Plangebied
Proefsleuven
Rapport 14928.007 versie 1
Bijlage 2
Allesporenkaart
Rapport 14928.007 versie 1
Bijlage 3
Proefsleuf 1
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 2
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 3
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 4
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 5
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 6
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 7
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 8
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 9
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 10
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 11
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 12
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 13
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 14
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 15
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 16
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 17
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 18
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 19
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 20
Rapport 14928.007 versie 1
Proefsleuf 21
Rapport 14928.007 versie 1
Rapport 14928.007 versie 1
1
NVD
DGRZW
13,47
ONR
30
10-05-21
2
1
1
PK
BRGR GEVLEKT
13,52
RND
13
10-05-21
3
1
1
NVP
DRGRBR
13,63
ONR
20
10-05-21
4
1
1
KL
DGRZW
13,66
RND
20
10-05-21
5
1
1
NVP
GR
13,64
ONR
10
10-05-21
6
1
1
KL
DGR/ZW
13,58
RND
40
10-05-21
7
2
1
GR
DGR-LGR GEVLEKT
13,97
8
2
1
GR
GR/DGR GEVLEKT
13,89
ONR
5
10-05-21
9
2
1
NVP
BRGR
14,00
ONR
9
10-05-21
10
2
1
GR
DGR-LGR GEVLEKT
13,88
10-05-21
11
2
1
GR
DGR-LGR GEVLEKT
13,85
10-05-21
12
3
1
GR
DGR
14,15
13
3
1
KL
BRGR
14,07
14
3
1
GR
DGR
14,07
10-05-21
15
3
1
GR
DGR
13,98
10-05-21
16
3
1
GR
DGR
13,87
17
3
1
GR
LGEGR
13,80
18
3
1
GR
DGR
13,81
10-05-21
19
4
1
PK
LGR GEVLEKT
13,94
10-05-21
20
4
1
PK
LGR GEVLEKT
13,90
21
4
1
PK
LGR GEVLEKT
13,92
Opmerking
1
Datum
NAP-hoogte
Monsternummer
Kleur
Veldvondstnummer
Aard
1
Diepte (cm)
Vlak
Jongere spoornummers Vorm in coupe
Werkput
Oudere spoornummers
Sporenlijst
Spoornummer
Bijlage 4
10-05-21
10-05-21 RND
10
10-05-21
10-05-21 RND
RND
50
10
10-05-21
10-05-21 10-05-21
Rapport 14928.007 versie 1
22
4
1
PK
GR-BIFROBR GEVLEKT
13,90
10-05-21
23
4
1
GR
LGR
13,87
10-05-21
24
4
1
NV
BRGR
13,77
ONR
25
10-05-21
25
4
1
NV
BRGR
13,75
ONR
30
10-05-21
26
4
1
NV
GR
13,73
ONR
5
10-05-21
27
4
1
NVP
BR
13,75
ONR
30
10-05-21
28
4
1
NV
LGR GEVLEKT
13,88
ONR
2
10-05-21
29
4
1
NVD
LGR GEVLEKT
13,88
ONR
10
10-05-21
30
5
1
GR
GR
13,72
10-05-21
31
5
1
PK
GR
13,72
10-05-21
32
5
1
PK
GR
13,72
10-05-21
33
5
1
PK
GR
13,70
10-05-21
34
5
1
PK
GR
13,72
10-05-21
35
5
1
PK
GR
13,71
10-05-21
36
5
1
PK
GR
13,72
37
5
1
PK
GR
13,72
38
5
1
PK
GR
13,71
10-05-21
39
5
1
PK
GR
13,71
10-05-21
40
4
1
PK
LGR GEVLEKT
13,97
10-05-21
41
5
1
PK
GR
13,74
10-05-21
42
5
1
PK
GR
13,69
43
5
1
PK
GR
13,67
44
5
1
PK
GR
13,71
10-05-21
45
5
1
PK
GR
13,75
10-05-21
46
5
1
PK
GR
13,70
10-05-21
47
5
1
PK
GR
13,73
10-05-21
48
5
1
PK
GR
13,73
10-05-21
49
5
1
PK
GR
13,74
10-05-21
50
5
1
PK
GR
13,72
10-05-21
51
5
1
PK
GR
13,72
10-05-21
10-05-21 RND
7
10-05-21
10-05-21 RND
15
10-05-21
Rapport 14928.007 versie 1
52
6
1
NVP
BRGR
13,67
ONR
53
6
1
GR
GR
13,71
RND
10
10-05-21 10-05-21
54
6
1
GR
GR
13,72
RND
25
10-05-21
55
6
1
VL
GR-BRGR
13,69
ONR
2
10-05-21
56
6
1
TUINBEDDEN? DGR
13,74
10-05-21
57
6
1
PK
GR
13,71
10-05-21
58
6
1
GR
GR
13,71
59
6
1
PK
GR
13,66
60
6
1
PK
DGR/ZW
13,59
10-06-21
61
7
1
PK
DBRGR
13,64
10-06-21
62
7
1
PK
DBRGR
13,60
10-06-21
63
7
1
PK
DBRGR
13,67
10-06-21
64
7
1
PK
DGR/ZW
13,57
10-06-21
65
7
1
PK
GR/LGR
13,45
10-06-21
66
7
1
PK
GR/LGR
13,42
67
7
1
PK
GR/LGR
13,42
VKT
10
10-06-21
68
7
1
PK
GR/LGR
13,45
VKT
5
10-06-21
69
7
1
PK
GR/LGR
13,46
10-06-21
70
7
1
PK
GR/LGR
13,47
10-06-21
71
7
1
PK
GR/LGR
13,45
10-06-21
72
7
1
GR
DGR GEVLEKT
13,86
10-06-21
73
8
1
KL?
DGR
13,94
10-06-21
74
8
1
GR
LBRGR
13,89
VKT
5
10-06-21
75
8
1
VL
DGR
13,94
VKT
2
10-06-21
76
10 1
KL
DGR/LGEBR STERK GEVLEKT 14,00
RND
10
10-06-21
77
10 1
KL
BRGR
13,87
KOM
25
10-06-21
78
10 1
GR
BRGR/LBRGR GEVLEKT
13,82
10-06-21
79
10 1
PK
LGR/GR
13,81
10-06-21
80
10 1
PK
LGR/GR
13,83
10-06-21
81
10 1
PK
DGR/DGRBR
13,82
10-06-21
10-05-21 RND
20
10-05-21
10-06-21
Rapport 14928.007 versie 1
82
10 1
GR
DGR
13,72
83
10 1
PK
DGR/DGRBR
13,77
10-06-21
84
10 1
PK
DGR/DGRBR
13,82
85
10 1
PK
DGR/DGRBR
13,78
86
10 1
PK
DGR/DGRBR
13,74
10-06-21
87
12 1
PK
LBRGR
14,02
10-06-21
88
12 1
PK
LBRGR
14,05
RND
15
10-06-21
89
12 1
PK
LBRGR
14,04
RND
10
10-06-21
90
12 1
KL
GR-DGR
14,03
10-06-21
91
12 1
PK
LBRGR
14,07
10-06-21
92
12 1
PK
LBRGR
14,06
93
12 1
PK
LBRGR
14,08
RND
10
10-06-21
94
12 1
NVP
LBRGR
14,05
ONR
15
10-06-21
95
12 1
PK
LBRGR
14,05
RND
5
10-06-21
96
12 1
PK
LBRGR
14,05
10-06-21
97
12 1
GR
BRGR
14,07
10-06-21
98
11 1
NVD
GR/DGR
14,11
99
12 1
GR
BRGR
14,06
100 12 1
GR
GEVLEKT
13,99
101 12 1
NV
ZW IN Z RO IN N
13,80
ONR
10
10-06-21
102 12 1
GR
LGR
13,97
KOM
20
10-06-21
103 13 1
GR
LGR
14,13
KOM
25
10-06-21
104 13 1
GR
LGR
14,12
KOM
50
10-06-21
105 13 1
LAAG
LGR
13,85
106 13 1
WP
DGR-LGR
13,88
107 13 1
PK?
DGR
13,89
10-06-21
108 13 1
PK?
DGR
13,87
10-06-21
109 14 1
PK
LBRGR/BRGR
14,16
10-07-21
110 14 1
PK
LBRGR/BRGR
14,14
111 14 1
PK
LBRGR/BRGR
14,12
RND
10
RND
10
10-06-21 10-06-21 10-06-21
10-06-21
ONR
5
10-06-21 10-06-21 10-06-21
10-07-21 RND
RND
105
5
10-06-21
10-07-21 10-07-21
Rapport 14928.007 versie 1
112 14 1
PK
LBRGR/BRGR
14,14
10-07-21
113 14 1
PK
LBRGR/BRGR
14,17
10-07-21
114 14 1
PK
LBRGR/BRGR
14,15
10-07-21
115 14 1
PK
LBRGR/BRGR