CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Beverakkers V (Bijlage 7 bij toelichting - PvE proefsleuvenonderzoek)

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Beverakkers V.10.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op het moment dat er al tijdens het proefsleuvenonderzoek een vermoeden is van een behoudenswaardige vindplaats, vindt er (op een nader te bepalen moment) overleg plaats tussen de bevoegde overheid, opdrachtgever en opdrachtnemer. Daarbij zal een besluit genomen worden over de noodzaak van een doorstart naar een opgraving. Wanneer er sprake is van een doorstart zullen de gemaakte afspraken en besluiten vastgelegd in een wijzigingsblad PvE, dat als aanvulling aan het onderhavige PvE wordt toegevoegd. Denk hierbij aan extra onderzoeksvragen, locatie (puttenplan) en strategie. De depothouder wordt bij een overleg betrokken bij het aantreffen van bijzondere, onvoorziene en/of onverwachte hoeveelheden van vondsten, monsters en materiaalcategorieën die deponering en conservering van het vondstcomplex significant beïnvloeden. 24

Aanleveringsvoorwaarden, bron: https://www.brabant.nl/onderwerpen/kunst-cultuur-enerfgoed/archeologie/provinciaal-depot-bodemvondsten.

A-21.0033, Biest-Houtakker, Beverakkers V

20

Programma van Eisen IVO – Proefsleuven met doorstart naar Opgraven

Plan tijdens de uitwerking van het onderzoek tijd in voor specialistenoverleg waarin de resultaten van elk deelonderzoek met elkaar worden gedeeld. Alle overlegmomenten worden vastgelegd in een document. 10.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie De bevoegde overheid en de opdrachtgever houden toezicht op de werkzaamheden. Voorafgaand aan het veldwerk wordt, liefst in het veld, overleg gepleegd met de opdrachtgever met betrekking tot praktische zaken van het veldwerk en over de besluitvorming met betrekking tot een eventuele doorstart naar een opgraving. Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden, bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren of indien een geringer deel van het onderzoeksterrein kan worden onderzocht, dan dient hiervoor schriftelijk toestemming verkregen te worden van de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Er is pas sprake van meer- of minderwerk wanneer dit door de opdrachtgever schriftelijk is goedgekeurd. Wijzigingen ten opzichte van het PvE is alleen mogelijk met toestemming van de bevoegde overheid.

Wanneer tijdens het veldwerk bijzondere, onvoorziene en/of onverwachte hoeveelheden vondsten, monsters en materiaalcategorieën worden aangetroffen die deponering en conservering van het vondstcomplex significant beïnvloeden, is overleg nodig tussen de opdrachtgever, de opdrachtnemer, de bevoegde overheid en de eigenaar van het vondstmateriaal (de depothouder). De depothouder geeft hierbij aan of het onvoorziene en/of onverwachte materiaal voor deponering in aanmerking komt. In het geval dat er geen doorstart naar een opgraving plaatsvindt, is het opstellen van een evaluatieverslag niet noodzakelijk. Wel levert de uitvoerder van het archeologisch onderzoek een document waaruit blijkt dat er geen behoudenswaardige archeologische resten zijn aangetroffen en dat het terrein door de bevoegde overheid kan worden vrijgegeven (met het oog op de voortgang van de bouwplannen). In het geval dat er wel een doorstart naar een opgraving plaatsvindt, wordt na afloop van het veldwerk in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid vastgesteld of er een evaluatieverslag opgesteld moet worden en binnen welke termijn dit geleverd wordt aan de opdrachtgever. Het evaluatieverslag bepaalt óf en hoe het PvE gewijzigd moet worden, welke monsters nader gewaardeerd en geanalyseerd dienen te worden en welke voorwerpen in aanmerking komen voor conservering.

Het evaluatieverslag moet door zowel de opdrachtgever als de bevoegde overheid worden goedgekeurd. Het conceptrapport van het proefsleuvenonderzoek wordt binnen een jaar nadat het veldwerk is afgerond verzonden naar de opdrachtgever, die het ter goedkeuring ter beschikking stelt aan de bevoegde overheid. Wanneer er een doorstart naar een opgraving heeft plaatsgevonden, geldt een termijn voor levering van twee jaar nadat het veldwerk is afgerond. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is, zal de opdrachtgever hiervan zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld. Het commentaar op het conceptrapport wordt zo snel mogelijk door de opdrachtnemer verwerkt in een definitief rapport. Commentaar op het conceptrapport wordt slechts eenmalig verwerkt. Indien commentaar niet wordt verwerkt, moet dit in een document worden beargumenteerd. 10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Voorafgaand aan het veldwerk stelt de opdrachtnemer een Plan van Aanpak op waarin de werkwijze en de planning uiteen worden gezet. Ook doet de opdrachtnemer voorafgaand aan het veldwerk een KLICmelding, in verband met de ligging van kabels en leidingen, en meldt het onderzoek bij de RCE.

De betredingstoestemming, toegankelijkheid, het vrij zijn van bebouwing van het onderzoeksgebied, bereikbaarheid, eventuele afzettingen, afvoer van de grond, vergunningen, vrijwaring van explosieven en verontreiniging en de oplevering van het terrein zijn de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever.

HOOFDSTUK 11 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE 11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Alle wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE worden besproken met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Deze wijzigingen worden vastgelegd in een document. Indien de onderzoeksstrategie moet worden aangepast en er sprake is van meerwerk dienen de extra kosten hiervoor in een aanvullende offerte te worden uitgebracht.

A-21.0033, Biest-Houtakker, Beverakkers V

21

Programma van Eisen IVO – Proefsleuven met doorstart naar Opgraven

Wijzigingen tijdens het veldwerk als gevolg van bijzondere, onvoorziene en/of onverwachte hoeveelheden vondsten, monsters en materiaalcategorieën die deponering en conservering van het vondstcomplex significant beïnvloeden, worden in overleg met de eigenaar van het vondstmateriaal (de depothouder) vastgesteld. De depothouder geeft aan of het onvoorziene en/of onverwachte materiaal voor deponering in aanmerking komt. Zie paragraaf 9.1 voor de contactgegevens van de depothouder. Tijdsduur reactie ten aanzien van het wel of niet meenemen van onvoorziene en/of onverwachte (hoeveelheden van) vondsten, monsters en materiaalcategorieën: maximaal twee werkdagen of binnen 48 uur op werkdagen vanaf het moment van aantoonbaar melden/persoonlijk contact met/bij de depothouder (de eigenaar van de vondsten). De uitvoerder van het onderzoek levert daarbij alle relevante informatie op basis waarvan de depothouder een afgewogen beslissing kan nemen. Bij het uitblijven van een reactie binnen de gestelde termijn mogen de overige partijen beslissen of zij het materiaal wel of niet uit het veld meenemen. Wanneer een reactie van het depot uitblijft, neemt de bevoegde overheid een besluit in overleg met de opdrachtgever. Wanneer ook de bevoegde overheid geen besluit hierover neemt, beslist de opdrachtgever.

Wanneer de opdrachtgever geen opdracht geeft om het materiaal mee te nemen, dan mag de uitvoerder van het onderzoek zelf beslissen, met het risico ook zelf de (meer)kosten te moeten dragen. Wanneer tijdig wordt gereageerd door de depothouder en er wordt een overleg gepland, dan geldt er een termijn van zes weken voor dit overleg en de daaruit voortvloeiende besluitvorming met betrekking tot het wel of niet deponeren (en conserveren) van de onverwachte en/of onvoorziene vondsten. Deze besluitvorming is leidend voor de vervolgstappen die ten aanzien van het vondstmateriaal genomen worden. 11.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden vastgelegd in een document en te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: o Kwalitatieve afwijking van de archeologische verwachting of het complextype; o Significante kwantitatieve afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering); o Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode, zoals een wijziging in het puttenplan of in de in dit PvE geformuleerde onderzoeksstrategie; o Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden; o Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; o Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden.

Alle overige wijzigingen of maatregelen worden vastgelegd in het dagrapport. 11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Na afloop van het veldwerk wordt in overleg tussen de opdrachtgever, de bevoegde overheid en de depothouder besloten welke vondsten en monsters in aanmerking komen voor nadere uitwerking en conservering. Alle wijzigingen die deponering en conservering van het vondstcomplex significant beïnvloeden, worden in overleg met de eigenaar van het vondstmateriaal (de depothouder) vastgesteld. Zie paragraaf 9.1 voor de contactgegevens van de depothouder. Tijdsduur reactie: er geldt een termijn van vijftien dagen voor het afhandelen van het selectierapport. Blijft goedkeuring van het selectierapport uit, dan kan het benodigde werk zonder goedkeuring worden voortgezet. Dit geldt uiteraard niet voor het verwijderen van gedeselecteerd materiaal; dit moet dan gewoon aangeleverd worden. Zonder goedkeuring mag dit immers nooit worden verwijderd. 11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Alle wijzigingen die deponering en conservering van het vondstcomplex significant beïnvloeden, worden in overleg met de eigenaar van het vondstmateriaal (de depothouder) vastgesteld en dienen schriftelijk aan de opdrachtgever te worden meegedeeld. Zie paragraaf 9.1 voor de contactgegevens van de depothouder.

Tijdsduur reactie: er geldt een termijn van vijftien dagen voor het afhandelen van het selectierapport. Blijft goedkeuring van het selectierapport uit, dan kan het benodigde werk zonder goedkeuring worden voortgezet. Dit geldt uiteraard niet voor het verwijderen van gedeselecteerd materiaal; dit moet dan gewoon aangeleverd worden. Zonder goedkeuring mag dit immers nooit worden verwijderd.

A-21.0033, Biest-Houtakker, Beverakkers V

22

Programma van Eisen IVO – Proefsleuven met doorstart naar Opgraven

LITERATUUR EN BIJLAGEN Literatuur Alma, X.J.F. & E. Blom, 2012: Over potten en potstallen. Een archeologische opgraving van erven uit de IJzertijd en de Romeinse tijd te Biest-Houtakker, gemeente Hilvarenbeek, Amersfoort (ADC-rapport 3294). Bloo, S.B.C., E. Drenth, R.A. Houkes & A. Verbaas, 2017a: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal. Deel A: Algemene informatie, versie 1.1, SIKB Gouda. Bloo, S.B.C., E. Drenth, R.A. Houkes & A. Verbaas, 2017b: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal. Leidraad 1 Handgevormd aardewerk (ca. 5200 v.Chr. – 200 n.Chr.), versie 1.1, SIKB Gouda. Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding archeologie. Archeologie leidraad 1, College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK), Zoetermeer. Centraal College van Deskundigen (CCvD), 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems, versie 4.1, SIKB Gouda. Dijkstra, M., Y. de Rue, M. van Veen & A. van de Venne, 2020: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal. Leidraad 5. Aardewerk uit de middeleeuwen en nieuwe tijd (ca. 450 – heden), SIKB Gouda. Geerts, R.C.A., J. Hendriks, J. van Kerckhove & S. Heeren, 2020: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal. Leidraad 4. Aardewerk uit de Romeinse tijd (ca. 20 voor Chr. – 450 na Chr.), SIKB Gouda. Houkes, R.A., A. Verbaas, E. Drenth & S.B.C. Bloo, 2017: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal. Leidraad 2 Natuursteen (prehistorie), versie 1.1, SIKB Gouda.

Huisman, D.J., 2006: Eerste Hulp bij Kwetsbaar Vondstmateriaal, SIKB Gouda (KNA Leidraad 1). Kooistra L.I. & O. Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie. Archeologie en resten van planten, SIKB Gouda. Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, SIKB Gouda. Mostert, M., 2012: Hilvarenbeek, Biest-Houtakker, Beverakker. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, ’s-Hertogenbosch (BAAC-rapport A-10.0483). Peeters, M.M., 2012: Verborgen tussen het groen. Een archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de gemeente Hilvarenbeek. Deel II: Toelichting op de archeologische beleidskaart, Weesp (RAAP-rapport 2450-II). Putten, M.J. van, 2009: Gemeente Hilvarenbeek. Plangebied Beverakker te Biest-Houtakker. Archeologisch bureauonderzoek, Deventer (BAAC-rapport V-09.0074). Verbaas, A., R.A. Houkes, E. Drenth, & S.B.C. Bloo, 2017: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal. Leidraad 3 Vuursteen (alle perioden), versie 1.1, SIKB Gouda. Wullink, A.J. & J.J.A. Wijnen, 2009: Een verkennend archeologisch veldonderzoek door middel van boringen aan de Beverakkers te Biest-Houtakker, gemeente Hilvarenbeek (NB), Geldermalsen (ARC-rapport 2009197). Websites NOaA: https://noaa.cultureelerfgoed.nl/#/search.

CHW Noord-Brabant: https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Bijlagen 1 Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen 2 Schetsvoorstel inrichting plangebied

A-21.0033, Biest-Houtakker, Beverakkers V

23

Programma van Eisen IVO – Proefsleuven met doorstart naar Opgraven

Bijlage 1 Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen * Indien gewenst en naar inzicht van de projectleider kan een specialist al tijdens het veldwerk worden geraadpleegd bij het aantreffen van bijzondere vondsten, vondstconcentraties of structuren. ** De projectleider kan naar eigen inzicht tijdens de evaluatiefase een specialist raadplegen voor de uitwerking van de verzamelde vondstcategorieën en/of de genomen monsters.

Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

raadplegen bij PvA nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

raadplegen bij veldwerk ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja*

raadplegen bij evaluatie ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja**

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) Vismonsters DNA Dendrochronologisch monster

nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja* ja*

ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja** ja**

Vondstcategorie

A-21.0033, Biest-Houtakker, Beverakkers V

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16821537/1