Bestemmingsplan Beverakkers V (Bijlage 20 bij toelichting - aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling)
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling onderwerp bestemd voor
1.1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Beverakkers V, Biest Houtakker Gemeente Hilvarenbeek
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0 projectnummer 210798 datum
referentie
Aanleiding
Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan “Beverakkers V, Biest-Houtakker”, ten behoeve van de ontwikkeling van een woongebied, waarin plaats is voor maximaal 70 woningen. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. 1.2
Beoogde ontwikkeling
Aanleiding In Biest-Houtakker, gelegen in de gemeente Hilvarenbeek, is de uitbreidingswijk Beverakkers in ontwikkeling. Het betreft een kleinschalige woonwijk die gefaseerd ontwikkeld wordt. Het voornemen bestaat om in navolging op fase 4 nu ook “Beverakkers V” tot ontwikkeling te brengen. In dit nieuwe woongebied is plaats voor maximaal 70 woningen. Doel Om de ontwikkeling in zijn geheel te realiseren dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan “Beverakkers V, Biest-Houtakker” voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan is thans in voorbereiding. Begrenzing Het plangebied voor dit bestemmingsplan is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Biest-Houtakker. Het gebied sluit direct aan op Beverakkers IV en is gelegen tussen de Beverstraat aan de zuidzijde en De Eekhof aan de noordwestzijde. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, perceelnummer 2196 (deels). De ligging en begrenzing is op navolgende afbeelding nader aangeduid.
P 1/8
Satellietfoto ter hoogte van de zuidwestelijke dorpsrand van Biest-Houtakker met het plangebied rood omkaderd. Bron: Cyclomedia, 2021.
Beoogde situatie Het voornemen bestaat binnen het plangebied in totaal 70 woningen te realiseren. Het gaat hierbij om een mix aan woningtypologieën die verspreid over het plangebied gesitueerd zijn en daarmee de dorpse identiteit versterken. Er is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In het bestemmingsplan wordt planologisch de mogelijkheid geboden maximaal 70 woningen binnen het plangebied te realiseren. In de beoogde situatie wordt voortgeborduurd op het plan Beverakkers IV, ter afronding van de uitbreidingswijk Beverakkers. Het hart van het plan wordt gevormd door een centrale groene ruimte van waaruit andere groene ruimtes en zichtlijnen richting het buitengebied lopen. De woningen centraal in het plangebied zijn georiënteerd op de interne groene spie. De zuidzijde wordt begrensd door een mix van rijwoningen, twee-onder-één kapwoningen en vrijstaande woningen. De westzijde wordt begrensd door een bestaande houtwal waarvan het ontbrekende deel weer (gedeeltelijk) hersteld wordt. Net als aan de zuidzijde wordt ook aan deze zijde de nieuwe dorpsrand op informele en kleinschalige wijze vormgegeven. De woningen zijn hier georiënteerd op twee erven en speels ten opzichte van elkaar gesitueerd. Vanuit De Eekhof zijn er verschillende doorzichten richting buitengebied.
Er is sprake van een doorgaande verkeersstructuur die aantakt op de bestaande infrastructuur (De Eekhof) en samenkomt bij de centrale groen ruimte. Het plan biedt ruimte aan een mix van woningen (inclusief starterswoningen) om zo in de woningbehoefte te kunnen voorzien. 1.3
Toetsingskader
Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.rbeoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 2/8
een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. De beoogde ontwikkeling valt onder dit begrip.
Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het onderhavige planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van maximaal 70 woningen. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van de bouw van 2.000 woningen of meer in een aangesloten gebied, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.
of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De aanmeldnotitie moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III Richtlijn 2011/92/EU. De criteria vallen uiteen in de: • kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; • plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; • kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. 1.4
Beoordeling
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 3/8
Kenmerken van het project Beoogd wordt binnen het plangebied maximaal 70 woningen te realiseren. Na de bestemmingsplanfase zal bij uitwerking van de concrete bouwplannen inzichtelijk worden op welke wijze de woningen zullen worden verwarmd. Nieuwe woningen dienen in ieder geval onder meer te moeten voldoen aan de eis (bijna) energieneutraal (EPC<=0) / Nul op de meter en worden aardgasvrij gerealiseerd. Om verdere invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer, kan tijdens de uitvoerfase rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating. Het plangebied is in de huidige situatie vrijwel volledig onverhard. Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen.
Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van hemelwater en het hydrologisch neutraal houden van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met het bieden van ruimte voor infiltratie van water in het groengebied. Uit onderzoek voor Beverakkers IV is gebleken dat de bodem geschikt is voor infiltratie. Bij verdere uitwerking van de plannen zal gekozen worden voor een definitief watersysteem. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Hiervoor kan worden aangesloten op het riool van Beverakkers IV. Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Biest-Houtakker, thans onbebouwd en in gebruik als agrarisch land. Het plangebied heeft een open karakter en kent een unieke situering op de overgang tussen drie landschapszones: • Het beekdallandschap van de Roodloop en Spruitenstroompje ten zuiden van het plangebied.
Dit landschap kenmerkt zich door smalle natte percelen, omgeven door houtwallen en korte zichtlijnen; • Het open akkerlandschap centraal in het gebied, dat zich kenmerkt door zijn openheid, slingerende zandwegen/karresporen en her en der een solitaire boom; • Het wat nattere landschap ten noorden van het plangebied, waar kleinere percelen zijn, vele historische houtwallen, slootjes en daardoor een halfopen landschap vormt. Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Beverakkers IV” van de gemeente Hilvarenbeek, zoals vastgesteld d.d. 3 maart 2011. Op basis van dit bestemmingsplan kennen de gronden binnen het plangebied hoofdzakelijk de bestemming ‘Agrarisch’ met daarbij de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Ter plaatse van de halfverharde paden in het plangebied is de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ opgenomen. Ter plaatse van een ondergrondse waterleiding is een figuur met ‘hartlijn leiding – water’ opgenomen en de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’. Daarnaast zijn de paraplubestemmingsplan “Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018” en het “Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek” in werking.
Het “Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018”, vastgesteld op 8 november 2018, voorziet uitsluitend in een andere verankering van de toetsing aan het geldende Parkeerbeleidsplan en wijzigt inhoudelijk niets aan het parkeerbeleid, de parkeernormen, de parkeertijden en de parkeertarieven. Het “Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek”, vastgesteld op 29 december 2021 doelt op het beschermen van diverse cultuurhistorische waarden die zichtbaar zijn op de ‘Cultuurhistoriekaart’. Dit paraplubestemmingsplan kent met betrekking tot onderhavig plangebied geen relevante bepalingen.
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 4/8
Op basis van de vigerende bestemmingsplannen bestaan er slechts beperkte bouwmogelijkheden binnen het plangebied. De meest substantiële betreft die binnen de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’, alwaar de gronden zijn bestemd voor wegen en voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen, alsmede voor speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of een ander beschermd natuurgebied. De locatie ligt aan de rand van het stedelijk gebied van Biest-Houtakker op een locatie die thans nog in gebruik is ten behoeve van een stedelijke en agrarische functie. De plaats van het project rechtvaardigt geen MER. Kenmerken van het potentiële effect Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van maximaal 70 woningen aan de rand van het stedelijk gebied van Biest-Houtakker. Direct ten noorden en oosten van het plangebied is in overwegende mate reeds sprake van een woonfunctie. Er is geen sprake van relevante cumulatie met andere projecten in de directe omgeving van het plangebied. De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
Er is sprake van een ruimtebeslag dat beperkt wordt vergroot. Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal gas, elektriciteit en water nodig zijn. Tijdens de aanlegfase kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden op de bouwplaats mogelijk een (tijdelijke) verslechtering van de lokale luchtkwaliteit optreden en kan er bouwlawaai optreden. Dit is echter tijdelijk van aard. Bij de bouw van de woningen komt afval vrij. Het bouwafval wordt volgens de geldende regels afgevoerd. Er worden geen gevaarlijke stoffen die nadelige gevolgen hebben voor het milieu tijdens de bouwfase gebruikt. De afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase vallen onder de categorie huishoudelijk afval. Er wordt tijdens de bouw geen toename van het risico op een ongeval verwacht, mede daar geen sprake is van een risicovolle inrichting. Navolgend wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Voor de rapportages van uitgevoerde milieuonderzoeken wordt tot slot verwezen de bijlagen van in voorbereiding zijnde bestemmingsplan “Beverakkers V”. 1.4.1
Bodem
Door Bodex Milieu BV is in maart 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar geacht. Er zijn vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met betrekking tot de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële bodemverontreiniging. Derhalve is met betrekking tot het aspect bodem eveneens geen sprake van een effect van de beoogde woonwijk op de omliggende percelen. 1.4.2
Water
Het plangebied is in de huidige situatie vrijwel volledig onverhard. Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen. De woonpercelen hebben een gezamenlijk oppervlak van circa 13.881 m2. De oppervlakte van interne ontsluiting en openbare parkeerplaatsen bedraagt circa 6.496 m2. Van deze laatste categorie kan worden aangenomen dat deze gronden volledig worden verhard. Binnen de woonpercelen worden diverse woningtypologieën voorzien, met bijbehorende tuinen. Aangenomen kan worden dat circa 70% van dit oppervlak verhard wordt vanwege de woningen, bijgebouwen en tuinverhardingen. De verhardingstoename vanwege het plan bedraagt daarmee circa (6.496 m2 + 9.717 m2 =) 16.213 m2.
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 5/8
Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van hemelwater en het hydrologisch neutraal houden van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling. Er dient rekening gehouden te worden dat de planontwikkeling risico’s van wateroverlast in de omgeving niet negatief beïnvloedt. Daarom dient bij de inrichting binnen het plangebied rekening gehouden te worden met het geven van ruimte aan water teneinde wateroverlast te voorkomen. Op basis van waterschapsbeleid bedraagt de bergingsopgave bergingsopgave (16.213 m2 x 0,06 =) 973 m3. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met het bieden van ruimte voor infiltratie van water in het groengebied. Dit gebied beslaat een oppervlakte van circa 9.027 m 2. Hierbinnen is voldoende ruime voor de realisatie van een wadi. Aan de rand van dit groengebied, langs de Beverstraat, ligt ook de infiltratiesloot die voor Beverakkers IV gerealiseerd is. De nieuw aan te leggen voorziening kan hiermee gecombineerd worden. Uit onderzoek voor Beverakkers IV is gebleken dat de bodemgeschikt is voor infiltratie. Bij verdere uitwerking van de plannen zal gekozen worden voor een definitief watersysteem. De daadwerkelijke realisatie van voldoende waterberging is door middel van een regel geborgd in het bestemmingsplan.
Het plangebied ligt voorts op ruime afstand tot waterbergingsgebieden, boringsvrije zones, grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden. Van demping van oppervlaktewater is geen sprake. De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied zal daarmee niet leiden tot wateroverlast en daarmee samenhangende negatieve effecten op het milieu. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename/verandering in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per persoon. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Hiervoor kan worden aangesloten op het riool van Beverakkers IV. Toen dit riool ontworpen is, is reeds rekening gehouden met de komst van Beverakkers V. Ook is in het werk rekening gehouden met aansluitmogelijkheden voor Beverakkers V. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal bij de uitwerking van de plannen in overleg met de gemeente besproken moeten worden.
Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. 1.4.3
Natuurgebieden
Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Kempenland-West’ dat is gelegen op een afstand van ca. 4 km tot onderhavig plangebied. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van maximaal 70 woningen. Gelet op de plaats van onderhavig initiatief is er geen sprake van directe verstoring binnen een Natura 2000-gebied. Vanwege mogelijke emissie van stikstof is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase is hierbij AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat het bouwplan zowel in de realisatiefase als gebruiksfase niet leidt tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland bevindt zich op circa 50 meter ten zuiden van het plangebied. De omgevingscondities zullen ten opzichte van de bestaande situatie niet significant veranderen, waarmee het plan niet van invloed is op het natuurnetwerk of de ecologische verbindingszone. 1.4.4
Flora en fauna
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 6/8
Door Equipe is in september 2025 een quickscan flora & fauna uitgevoerd. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig zijn die een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn op algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermde nesten, de bunzing en de wezel (marterachtigen), vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen, teunisbloempijlstaart en diverse Rode Lijstsoorten. De werkzaamheden van het initiatief kunnen leiden tot verstoring van alle aanwezige flora en fauna. Voor de meeste van deze soorten kan worden volstaan met de Algemene zorgplicht (naar Artikel 1.6 Omgevingswet). Voor de marterachtigen is de zorgplicht niet voldoende en is in dit geval onderzoek nodig naar de wezel, hermelijn en bunzing. Momenteel is het niet mogelijk om dit onderzoek uit te voeren omdat er een cameraonderzoek dient plaats te vinden gedurende 8 aaneengesloten weken in de periode van 1 juni – 15 september. Als alternatief is het overslaan dit onderzoek en direct aan te nemen dat er marterachtigen aanwezig zijn ook een optie. In dat geval dient voorafgaand aan de bouw een habitatbeoordeling, effectbeoordeling en mitigatieplan opgesteld te worden.
Het voorstel van de ecologen is om een voorwaardelijke verplichting in de regels op te nemen die tweeledig is: gebruik van de gronden is niet toegestaan tenzij uit nader onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van wezel, hermelijn en bunzing is uitgesloten, dan wel dat een vergunning ‘activiteit flora en fauna’ met betrekking tot deze diersoorten is verleend. De voorwaardelijke verplichting heeft alleen betrekking op het hieronder met rood aangegeven deel (het deel dat de afgelopen jaren niet is gebruikt voor maisteelt). Op de luchtfoto is dit gebied duidelijk herkenbaar. De voorwaardelijke verplichting wordt aldus gekoppeld aan het rode deel op de verbeelding. Gelet op de resultaten uit de quickscan is een gunstige instandhouding van beschermde diersoorten te waarborgen en heeft het plan geen significant negatief effect op beschermde diersoorten. 1.4.5
Verkeersgeneratie
Het plangebied wordt ontsloten op bestaande ontsluitingswegen. Daarmee voorziet het bestemmingsplan niet in de aanleg van een nieuwe wegenstructuur, behoudens een interne wegenstructuur binnen het plangebied. Gelet op de beperkte omvang van het plan, zal een toename aan wegverkeerslawaai zeer beperkt van omvang zijn, dan wel niet aanwezig zijn. Daarmee is uitgesloten dat wegverkeerslawaai voortvloeiend uit het onderhavige bestemmingsplan een negatief effect heeft op het milieu. 1.4.6
Luchtkwaliteit
De beoogde functie heeft geen significante verkeersaantrekkende werking. De ondergrens van NIBM betreft de realisatie van 1.500 woningen en één ontsluitingsweg. Gesteld kan worden dat het onderhavige bestemmingsplan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Daarmee kan redelijkerwijs worden gesteld dat de bouw van de woningen geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. 1.4.7
Externe veiligheid
Met het onderhavige bestemmingsplan wordt geen planologisch kader geboden voor de oprichting van een inrichting, buisleiding of transportroute van gevaarlijke stoffen die mogelijk negatieve effecten hebben op het milieu.
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 7/8
1.4.8
Conclusie
De effecten van het planvoornemen blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaalde milieuaspecten. Er is geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten. 1.5
Conclusie en advies
In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Gelet op het vorenstaande wordt voorgesteld om op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
datum referentie
16 maart 2026 210798_AdB_MEM_0001_v3.0
P 8/8