CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Beverakkers V (Bijlage 16 bij toelichting - notitie gewasbeschermingsmiddelen Hilvarenbeek)

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Beverakkers V.12.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In bestaande situaties zal nadeelcompensatie mogelijk beperkt optreden als de Wet gewasbeschermingsmiddelen (Wgb) in acht wordt genomen en wordt gekoppeld aan de algemene omgevingsplanregel. In de Wgb zit immers ook al een verbodsbepaling op grond van het voorzorgsbeginsel. Met een plicht om maatregelen te nemen of het gebruik na te laten. Wel kan de raad rondom bestaande gevoelige functies uit voorzorg alsnog spuitvrijezones opnemen ter beperking van de risico’s voor de volksgezondheid. Als de raad dit wil, dan raden wij aan om dit duidelijk én tijdig aan te kondigen om eventuele nadeelcompensatie zoveel als mogelijk te beperken.

7.3

Te nemen stappen

7.3.1

Stap 1: beleid formuleren en verankeren

Duidelijk is dat in de omgevingsvisie Hilvarenbeek duidelijke ambities moeten worden gesteld, al dan niet gebiedsgericht. Anders zal een omgevingsplanregeling waarschijnlijk vernietigd worden op grond van een onzorgvuldige belangenafweging. Het voorzorgsbeginsel volksgezondheid is de kapstok waarvoor regels moeten worden opgenomen om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid en een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat uit te sluiten. Het juridische haakje moet ‘volksgezondheid’ zijn. De gemeente heeft echter geen bevoegdheden om de Europese regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te doorkruisen en kan ‘slechts gezondheidsregels’ maken. Of een burgerwoning een andere bescherming kan genieten dan een school of voetbalveld lijkt verstrekkende gevolgen te hebben als dat wetenschappelijk gemotiveerd moet worden. Als er al een onderscheid mogelijk is, dan zal dat op basis van algemene criteria beter uitvoerbaar en houdbaar zijn; u woont nou eenmaal in een agrarisch gebied, dus gewasbeschermingsmiddelen horen er ook bij. Dus een mindere bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen is aanvaardbaar in het buitengebied. 7.3.2

Stap 1A: Impactanalyse en afweging

Spuitvrije zones over de hele gemeente opnemen zal tot claims voor nadeelcompensatie leiden en heeft ook een grote impact op de agrarische sector. Onderzocht zal moeten worden wat die impact is. Op de agrarische bedrijfsvoering, wat dit financieel voor de gemeente betekent en of het juridisch goed verdedigbaar is. Ook zal beoordeeld moeten worden of een spuitverbod betrekking kan hebben op alle gewasbeschermingsmiddelen en of dat de Europese regelgeving daarin per se gevolgd moet worden.

Pagina 23

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

Immers, vanuit het perspectief van de GGD en de Gezondheidsraad zijn risico’s voor de volksgezondheid onvoldoende uit te sluiten om ETFAL te garanderen als de Europese toelatingseisen worden gehanteerd (zie bijlage 3). Dat zou betekenen dat Europees toegelaten middelen ook al kunnen leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat in de ogen van de GGD en Gezondheidsraad. Vanuit praktische overwegingen adviseren wij om bij specifieke nuancering van soorten middelen en de Europese richtlijnen als gemeente echt weg te blijven. Hiervoor ontbreekt gewoon de kennis en voldoende weten schappelijk inzicht.

7.3.3

Stap 2: Keuzes maken: aanvaardbaarheid

Gekoppeld aan het beleid en de impactanalyse kunnen en zullen er waarschijnlijk enkele keuzes gemaakt (moeten) worden. Om nuance aan te brengen. De vraag is daarbij wat aanvaardbaar is en wat een gerechtvaardigd en houdbaar onderscheid is of kan zijn. Hierbij moet gedacht worden aan algemene regels die in het omgevingsplan moeten gaan landen, maar die kunnen verschillen per: a. gebied, en b. soort gevoelige functie, en c. soort activiteit.

7.3.4

Stap 3: Regels in het omgevingsplan opnemen

In ieder geval wordt van de gemeenten wel verwacht dat zij in 2032 ook regels hebben gesteld in het omgevingsplan die de volksgezondheid op goede wijze reguleren. Dat zal echter vooralsnog alleen met gebruik van kwalitatieve normen, eventuele gebiedsindelingen en verwijzing naar de Wet gewasbeschermingsmiddelen mogelijk zijn. Het advies is om een dergelijke regeling in het omgevingsplan ineens op te nemen in een thematische wijziging van het omgevingsplan. Op basis van vastgesteld beleid.

7.3.5

Stap 4: Vergunningverlening, toezicht en handhaving

En als er eenmaal regels zijn gemaakt, dan moet daar ook op gehandhaafd worden. En daarvoor moet geïnvesteerd worden door de gemeente. In capaciteit en kennis. Dat vraagt ook structureel extra geld. Voor vergunningverlening, juridische ondersteuning en toezicht en handhaving. De benodigde kennis is op de arbeidsmarkt beperkt beschikbaar, schat Ordito in.

7.4

Planschade

Zoals op voorhand al aangegeven kan Ordito niets zeggen over de omvang van en het risico op planschade en nadeelcompensatie. Wel hebben wij aangegeven dat het risico beperkt kan worden door de voorzienbaarheid van maatregelen duidelijk en tijdig aan te kondigen. Te beginnen in de omgevingsvisie.

Pagina 24

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

8

Overwegingen voor de gemeente

In dit laatste hoofdstuk geven wij de gemeente enkele overwegingen mee die een relatie hebben tot de problematiek van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones.

8.1

Bevoegdheid of taak van de gemeente?

De vraag is of het de taak is van de gemeente om regels te gaan stellen in het omgevingsplan over het gebruik van Gewasbeschermingsmiddelen. Op Europees niveau wordt immers bepaald welke middelen toegelaten worden en wat de gebruiksregels daarbij zijn. Is het de taak van de gemeente om extra regels daarvoor op te nemen? En mag dat überhaupt? Als het gaat om ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ zou ook simpelweg gesteld kunnen worden dat het voorzorgsbeginsel uit de Wgb sowieso al verbied om (bepaalde) gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken als ook maar het vermoeden bestaat dat er nadelige gevolgen voor mens, dier en milieu kunnen ontstaan. Er geldt derhalve al een gebruiksbeperking bij een (vermoed) risico. Wellicht kan volstaan worden met een algemene voorzorgsmaatregel in het omgevingsplan die een directe link naar de Wgb legt, al dan niet gekoppeld aan een verbod of regeling dat de gebruiker moet aan (kunnen) tonen dat het risico aanvaardbaar is.

8.2

Impact van spuitvrije zones

De vraag is wat de impact van eventuele maatregelen op met name de agrarische sector is? Er gelden nu enkel beperkingen vanuit de Wgb voor het gebruik. Voor de meeste agrarische gronden geldt geen planologische beperking. Een aanvullende regeling in het omgevingsplan (lees: een mogelijk spuitverbod) kan grote impact op de agrarische sector hebben. Afhankelijk van het toepassingsbereik van deze regeling. Het agrarisch belang wordt dan geraakt. En daarmee wellicht ook een groot deel van de agrarische bedrijfsvoering. Een vergelijking met de huidige problematiek van de PAS-melders lijkt hier op z’n plaats. Dit zal goed in beeld gebracht moeten worden om een geode afweging te kunnen maken.

8.3

Wat is wel en niet aanvaardbaar of ‘evenwichtig’?

Wanneer acht de gemeente dat er sprake is van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’, ofwel ETFAL? Deze vraag zal moeten worden beantwoord. Op z’n minst in algemene termen. Wat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. De enige houvast die daarbij uit de jurisprudentie voortgevloeid is lijkt in algemene termen de 50meter spuitvrije zone te zijn. Echter, vanuit perspectief van de volksgezondheid kunnen ook buiten die zone risico’s voor de volksgezondheid voorkomen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om hier iets van te vinden en keuzes hierin te maken. Bijvoorbeeld gebiedsgerichte keuzes maar wellicht ook door een onderscheid in functies en activiteiten. Die keuzes werken dan wel twee kanten op: een nieuwe gevoelige functie moet afstand houden tot bestaande activiteiten, maar nieuwe activiteiten moeten ook afstand houden tot bestaande gevoelige functies.

Pagina 25

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

8.4

Niets doen lijkt geen optie

Spuitzones lijken het nieuwe stikstof te worden in het fysieke domein als iemand het ergens niet mee eens is. Juist omdat het zowel betrekking heeft op het bedrijfsbelang én op ‘een aanvaardbaar woonen leefklimaat’. Het mes spuitzones snijdt aan twee kanten. Maar niets doen lijkt geen optie. En er zal altijd ergens iets ingeleverd moeten worden. Ter overweging wordt gegeven om dit feit (of risico) maar in te calculeren en zoveel als mogelijk het beleid op orde te brengen en eventuele risico’s gewoon maar te accepteren. Nadeelcompensatie kan aan de orde zijn, dat lijkt niet te voorkomen. Zeker niet in een land waar de ruimtebehoefte vele malen groter is dan de beschikbare ruimte. Wel te voorkomen is dat een inhoudelijke afweging geen stand houdt bij de rechter omdat de gemeente zijn huiswerk niet heeft gedaan. Dat is minder goed uit te leggen. Zorg dus dat het beleid op orde is en de keuzes duidelijk zijn.

8.5

Niet alles kan overal

Keuzes moeten er ook gemaakt worden op visieniveau. Voor de voorzienbaarheid én voor de vereiste evenwichtige toedeling van functies. Ben daar ook duidelijk in. Voor dit omgevingsaspect is het de vraag of: a. Bepaalde nieuwe ‘gevoelige functies’ wel overal toegelaten moeten worden? b. Voor die functies in bepaalde gebieden een hoger risico’s voor de volksgezondheid aanvaardbaar moet zijn? c. Bepaalde belastende (milieu)activiteiten in bepaalde gebieden wel toegelaten moeten worden?

8.6

Regels maken betekent ook regels handhaven

Indien de gemeente besluit om extra regels te gaan stellen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, dan zal daar ook op toegezien moeten worden. Ten aanzien van het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen is op dit moment waarschijnlijk onvoldoende kennis en capaciteit beschikbaar binnen de gemeente en omgevingsdiensten. Ook in de commerciële adviessector is deze kennis niet of nauwelijks beschikbaar. De gemeente zal hier in moeten investeren.

Pagina 26

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

Bijlagen Bijlage 1: Referentie uit kennisblog Hekkelman Advocaten Door: Dianne Jennissen, 28 november 2024 50 meter milieuzone op agrarisch perceel; beperking agrariër? Op 6 november jongstleden (red: 2024) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) een interessante uitspraak gedaan over het opnemen van een 50 meter milieuzone in een bestemmingsplan waarbinnen het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen aan banden is gelegd. Op deze manier trachtte de raad woningbouw nabij een agrarisch perceel (korter dan 50 meter) mogelijk te maken. De eigenaar van dat agrarische perceel komt echter tegen het bestemmingsplan op en stelt dat zijn agrarische gebruiksmogelijkheden (onevenredig) worden beperkt. Wat oordeelt de Afdeling? Het betreffende bestemmingsplan voorzag in een planologisch kader voor woningbouw nabij een agrarisch perceel. Dat betreffende agrarische perceel is bij het plangebied betrokken en daarop heeft de raad een 50-meter ‘milieuzone’ gelegd waarbinnen het verboden is om chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. De eigenaar van het agrarische perceel voert aan dat hij hierdoor ernstig wordt beperkt. De raad weerlegt dit door te stellen dat het feitelijke gebruik (bestaande uit het houden van paarden) kon worden voortgezet. De Afdeling overweegt dat de raad uit voorzorg die milieuzone heeft mogen opnemen.

Daarbij kent de Afdeling gewicht toe aan het feit dat: 1) dit perceel al niet agrarisch werd gebruikt, en 2) dat agrarisch gebruik op zichzelf wel blijft toegestaan, zij het met een beperking.

Volgens de Afdeling is geen sprake van een ernstige beperking, nu de betreffende eigenaar van het perceel niet aannemelijk heeft gemaakt (bijv. door middel van een administratie) dat chemische gewasbeschermingsmiddelen werden gebruikt. Ook zou niet aannemelijk zijn gemaakt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk zou zijn voor het huidige feitelijke gebruik (het weiden van paarden). Verder is volgens de Afdeling niet gebleken dat de betreffende eigenaar concrete plannen had om de percelen te gebruiken of verhuren voor agrarische doeleinden. Tot slot stelt de Afdeling dat niet aannemelijk is gemaakt dat percelen grotendeels onbruikbaar worden voor agrarisch grondgebruik. De Afdeling wijst erop dat mechanische en biologische onkruidbestrijding nog altijd is toegestaan. Opvallend is dat de Afdeling bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een ‘ernstige beperking’ veel gewicht toekent aan het feitelijke gebruik van het betreffende agrarische perceel. Dat heeft in deze

Pagina 27

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

zaak – naar verwachting – te maken met het feit dat de eigenaar ook niet kon aantonen dat dat gebruik in het verleden en/of in de toekomst anders zou zijn. Indien wel sprake zou zijn van agrarisch grondgebruik, zou de belangenafweging er (heel) anders uit zien. In dat geval zal wellicht eerder sprake zijn van een onevenredige beperking, echter acht ik het opnemen van een dergelijke milieuzone ook in zo’n situatie niet onmogelijk.

Beoordeling afstandsnormen gewasbeschermingsmiddelen Bestaande woningen dicht(er)bij agrarisch perceel waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt toch (!) niet doorslaggevend bij toestaan nieuwe woning. Eerder schreef ik al verschillende berichten over de rechtspraak van de Afdeling waarin wisselend werd geoordeeld over de betekenis van bestaande woningen nabij agrarische percelen voor bestemmingsplannen die in nieuwe woningen voorzien. Ik schreef dat geen wet- en/of regelgeving (anders dan bestemmingsplannen) in de weg staat aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij deze bestaande woningen. Dat stuk lees je hier terug. Bij uitspraak van 6 november 2024 heeft dit Afdeling opnieuw over dit punt geoordeeld. Aan de orde was een bestemmingsplan dat (onder meer) voorzag in een planologisch kader voor een woning nabij agrarische percelen (20 meter). De agrariër stelde te vrezen voor een belemmering van zijn bedrijfsvoering waarbij gewasbeschermingsmiddelen werden gebruikt. De raad stelde dat zij geen onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van het gebruik van deze gewasbeschermingsmiddelen omdat op kortere afstand van het agrarische perceel al een burgerwoning staat, waardoor de agrariër al wordt beperkt in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

De Afdeling oordeelt – in lijn met hetgeen mijn kantoorgenoot Peter Goumans en ik in deze zaak namens de agrariër betoogde – het volgende : De enkele-verwijzing van de raad dat er op minder dan 20m afstand van het perceel 1074 al een burgerwoning staat waar [appellante sub 2] en anderen rekening mee moeten houden, is onvoldoende reden om voor de percelen [locatie 2] en [locatie 3] af te kunnen wijken van de afstand van 50m. Er gelden namelijk geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en woningen. De aanwezigheid van een burgerwoning op het perceel 1073 leidt er dan ook niet toe dat op de percelen [locatie 2] en [locatie 3] een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Naar mijn mening de enige juiste uitkomst in dergelijke discussies over bestaande dicht(er)bij gelegen woningen!

Bijlage 2: Referentie uit kennisblog Hekkelman Advocaten Door: Eveline Thoonen, 29 januari 2025 Gaat de Afdeling een andere koers varen bij spuitzones? Het is vaste rechtspraak dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies (denk aan woningen) en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, moet worden aangehouden bij bestemmingsplannen. Dit in verband met de risico’s voor de

Pagina 28

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

volksgezondheid bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Twee uitspraken van de afgelopen maanden geven aanleiding nog eens stil te staan bij deze vaste rechtspraak. Hoe zit het ook alweer met spuitzones? Naast de vuistregel van 50 meter volgt uit de rechtspraak dat het mogelijk is om deze afstand te verkleinen. Daarvoor moet een deugdelijke motivering worden gegeven. Die motivering moet zijn gebaseerd op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek (ook wel locatiespecifiek onderzoek). Aan dat onderzoek worden hoge eisen gesteld. Denk daarbij aan de gebruikte methode. Verder is het vaste rechtspraak dat in beginsel moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden rondom de teelt van gewassen. Wat stond er nu in de twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State? Je leest het in deze blog. Uitspraak 1: Beperking bedrijfsvoering voldoende meegewogen In de uitspraak van 25 januari 2023 werd in het kader van een bestemmingsplan aangevoerd dat de raad onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van onder meer de naastgelegen agrarische bedrijven. Omliggende agrarische bedrijven zouden door de woning die het plan mogelijk maakt in hun bedrijfsvoering worden beperkt. De Afdeling wijst op het uitgevoerde onderzoek waarvan zij in het bijzonder de volgende aspecten van belang vindt:  

op het naastgelegen perceel is geen open teelt aanwezig; in het onlangs uitgebrachte onderzoek van het RIVM (welk onderzoek wordt niet genoemd) zijn geen gezondheidsproblemen naar voren gekomen die samenhangen met het wonen in de nabijheid van bollenteelt. Dit is door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden bevestigd. Dat geen sprake is van gezondheidsproblemen, komt mede omdat telers in de regel niet spuiten bij harde wind of een windrichting richting woningen; het advies om een haag te planten om eventuele drift of andere kansen op aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in (de tuin van) de woning zoveel als mogelijk uit te sluiten. Dit is via een voorwaardelijke verplichting in de planregels geborgd.

De raad heeft hiermee volgens de Afdeling de belangen van de omliggende bedrijven uitvoerig in kaart gebracht en in zijn belangenafweging betrokken. Daarmee heeft de raad de belangen van omliggende agrarische bedrijven voldoende meegewogen, aldus de Afdeling. Met andere woorden:  

De vuistregel van 50 meter (en afwijking daarvan) komt in zijn geheel niet aan de orde; Het onderzoek van het RIVM rondom gezondheidseffecten vindt de Afdeling belangrijk, en;

Pagina 29

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

De maximale planologische mogelijkheden voor de teelt van (andere) gewassen blijven onbesproken, evenals de driftreductie van een haag en onderbouwing daarvoor.

Uitspraak 2: Woon- en leefklimaat; afwijken van vuistregel voldoende gemotiveerd Een tweede noemenswaardige uitspraak van 2 november 2022 gaat over het wijzigingsplan ‘Hooghoutseweg 27, Biezenmortel’. Dit wijzigingsplan maakt agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt, mogelijk op korte afstand van de gronden van appellant. Het college heeft volgens de Afdeling toegelicht waarom in dit geval een kortere afstand dan 50 meter mocht worden gehanteerd. Namelijk omdat via een voorwaardelijke verplichting in de planregels planologisch is verzekerd dat een struweelhaag wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het gebruik van gronden voor open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden binnen een afstand van 30 meter tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen is verboden. Het locatiespecifieke onderzoek, in het bijzonder de onderbouwing voor de driftreductie van een haag, en de maximale planologische mogelijkheden van teelt van andere gewassen waarbij gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt, komen niet aan de orde in deze uitspraak. Andere koers? Het is onduidelijk hoe de recente uitspraken zich verhouden tot de vaste rechtspraak van de Afdeling over de vuistregel van 50 meter, het locatiespecifieke onderzoek en de maximale planologische mogelijkheden.

Gaat de Afdeling een andere koers varen bij dit onderwerp? Of zijn de uitspraken te verklaren door de wijze waarop de appellanten hebben geprocedeerd?

Bijlage 3: Referentie uit GGD-advies spuitzones Beverakkers V Door: M. Scholtes / R. van Aalsburg, 27 september 2024 Uitgangspunt spuitzone 50 meter In omgevingsrechtelijke jurisprudentie is onderstaande formulering van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”) sinds jaar en dag gangbaar: “Er bestaan geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen boomgaarden waarin met bestrijdingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen woningen en daarbij behorende tuinen en andere gevoelige functies. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2, is toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk. In bijzondere gevallen kan onder omstandigheden met een geringere afstand worden volstaan.”[2]

Pagina 30

Gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones in de gemeente Hilvarenbeek

De afstand van 50 meter is ontstaan in relatie tot de fruitsector, maar is inmiddels gangbaar in relatie tot alle agrarische bedrijvigheid waarin gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast. Om een kleinere spuitzone mogelijk te maken, is locatiespecifiek onderzoek nodig. Er is op dit moment geen geaccepteerde onderzoeksmethode voorhanden voor het uitvoeren van een locatiespecifiek onderzoek. (bron: Spuitzones: op welke afstand? - ALEX advocaten)

Beoordeling GGD De vraag is of er voldoende afstand wordt gehouden tot de woningen op de planlocatie in verband met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de omringende agrarische percelen. Vanuit gezondheid is het uitgangspunt dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast is bekend dat mensen die dichtbij percelen wonen worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen. De afstand van 50 meter wordt in zijn algemeenheid ook door de GGD als minimale afstand gehanteerd als spuitzone, hoewel deze niet gezondheidskundig onderbouwd is. De GGD beantwoordt hier de vraag of het aannemelijk is dat het verkleinen van de spuitzone van 50 naar 25 meter, gegeven de voorgestelde maatregelen, tot een vergelijkbare blootstelling van omwonenden leidt, zoals door het adviesbureau wordt gesuggereerd. […] Samenvatting Samenvattend is er nog veel onduidelijk over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op gezondheid. De in jurisprudentie gehanteerde 50 meter afstand van een spuitzone kan hierdoor nog niet gezondheidskundig onderbouwd worden. […] Mede hierdoor adviseert de Gezondheidsraad voorzorg toe te passen […] Verder wijst de GGD erop dat de driftreducerende technieken waar in het briefrapport over wordt gesproken niet gebruikt kunnen worden om de afstand van de spuitzone te verkleinen.

Conclusie Al met al kan geconcludeerd worden dat er nog veel onduidelijkheid is over de mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid van omwonenden. Naar het oordeel van de GGD is het niet te adviseren om de afstand van de spuitzone van 50 naar 25 meter te verkleinen.

Pagina 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16821558/1