Bestemmingsplan Beverakkers V (Bijlage 10 bij toelichting - onderzoek stikstof)
Tekst van het document
Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker
Status van het document: Definitief Datum: 04-12-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Onderzoek stikstofdepositie 51032674 Van der Weegen Grondbank B.V. Ryan van Strydonck Kim Snippe R.A.F. Smeets BASc BEd 04-12-2025 D3 NL25-648800269-156537
2/15
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................ 3 Samenvatting ........................................................................................................................... 4 1 Inleiding ......................................................................................................................... 6 2 Toetsingskader .............................................................................................................. 7 2.1 Nederland ............................................................................................................ 7 2.2 Buitenlandse gebieden ........................................................................................ 7 3
Uitgangspunten ............................................................................................................. 8 3.1 Aanlegfase .......................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ..................................................................................................... 10
4
Berekeningsresultaten en toetsing .............................................................................. 12
Bijlage 1. Fasering woningen Bijlage 2. Projecteffect aanlegfase Bijlage 3. Projecteffect gebruiksfase
3/15
Samenvatting Aan De Eekhof te Biest-Houtakker is men voornemens om 70 nieuwbouw woningen gefaseerd te realiseren. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied KempenlandWest ligt op circa 3 kilometer afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling. De bescherming van de Natura 2000-gebieden ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is geregeld in de Wet natuurbescherming. De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Voor het beoordelen van effecten op buitenlandse gebieden is het gebruikelijk om het toetsingskader van het betreffende land te hanteren. Voor de in het buitenland gesitueerde Natura 2000-gebieden zijn met behulp van de AERIUS Calculator automatisch rekenpunten toegevoegd binnen 25 kilometer van de ontwikkeling. In Vlaanderen is de aanpak om de negatieve effecten van stikstofdepositie tegen te gaan vastgelegd in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De belangrijkste doelen van de PAS zijn om de emissie en depositie van stikstof te verlagen, natuurherstelmaatregelen te treffen, en kaders te formuleren voor de beoordeling van impact van nieuwe ontwikkelingen die een toename van stikstofdepositie veroorzaken. Een toename aan stikstofdepositie op Vlaamse gebieden wordt getoetst aan de drempelwaarden uit de definitieve PAS. Hierin zijn verschillende drempelwaarden opgenomen voor stationaire bronnen en mobiliteitsgerelateerde infrastructuur (1% van de kritische depositiewaarde) en veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties (0,025% van de kritische depositiewaarde). Uitgaande van de laagst mogelijke kritische depositiewaarde (429 mol/h/j voor H3110 - Zeer zwakgebufferde vennen), wordt er aan de Vlaamse toetsingsnormen voldaan bij maximale deposities lager dan respectievelijk 4,29 en 0,11 mol/ha/jaar.
Wanneer een activiteit op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000-gebied in Vlaanderen deze drempelwaarden overschrijdt, hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd aan het Vlaamse bevoegde gezag. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. De aanlegfase wordt uitgevoerd in vier fases met één fase per jaar. Gedurende fase 1 wordt de locatie bouwrijp gemaakt en vindt de bouw van 26 woningen plaats. Gedurende fase 2, 3 en 4 vindt de bouw van respectievelijk 13, 18 en 13 woningen plaats. Een overzicht met de fasering van de woningen is bijgevoegd in Bijlage 1. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. De werkzaamheden worden in 2027 gestart. In fase 1 vindt het grondwerk van het gehele plan en de bouw van 3770 m2 BVO plaats ten opzichte van de op één na meeste bouw van 2300 m 2 in fase 4. Uit de vergelijking van de uitstoot wegens mobiele werktuigen (bijlage 2) en de uitstoot wegens het totale gebruiksverkeer (bijlage 3), is het aannemelijk dat fase 1 de maatgevende 12 maanden bedraagt.
Voor de berekening van de gebruiksfase wordt het toekomstig gebruik gedurende een periode van 12 maanden aansluitend op de eindoplevering gehanteerd. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de eindoplevering (2033).
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 4/15
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2025. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanlegfase is hoogstens 0,02 mol/ha/jaar. Op basis van het onderzoek blijkt dat er een ecologische beoordeling of een vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. Het projecteffect op de Vlaamse Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanlegfase is ten hoogste 0,01 mol/ha/jaar/. Het projecteffect op de Vlaamse Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Het projecteffect voor beide fases is daarmee kleiner dan de drempelwaarde. Voor de ontwikkeling hoeft daarom geen toestemming te worden gevraagd aan het bevoegde gezag.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 5/15
1
Inleiding
Aan De Eekhof te Biest-Houtakker is men voornemens om 70 nieuwbouw woningen gefaseerd te realiseren. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van de ontwikkeling en de nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1
Situering ontwikkeling en omliggende Natura 2000-gebieden
Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Kempenland-West ligt op circa 3 kilometer afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast zijn binnen 25 km afstand van het plan meerdere Belgische Natura 2000-gebieden gelegen.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 6/15
2
Toetsingskader
2.1
Nederland
De bescherming van de Natura 2000-gebieden ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is geregeld in de Wet natuurbescherming. De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
2.2
Buitenlandse gebieden
Voor het beoordelen van effecten op buitenlandse gebieden is het gebruikelijk om het toetsingskader van het betreffende land te hanteren. Dit is conform artikel 4, derde lid, van het Verdrag van de Europese Unie. De Raad van State heeft meermaals geoordeeld dat de Duitse (ECLI:NL:RVS:2020:682) en Vlaamse (ECLI:NL:RVS:2019:872) toetsingskaders mogen worden gehanteerd voor activiteiten op Nederlands grondgebied die een depositietoename veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Voor de in het buitenland gesitueerde Natura 2000-gebieden zijn met behulp van de AERIUS Calculator automatisch rekenpunten toegevoegd binnen 25 kilometer van de ontwikkeling.
Vlaanderen In Vlaanderen is de aanpak om de negatieve effecten van stikstofdepositie tegen te gaan vastgelegd in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De belangrijkste doelen van de PAS zijn om de emissie en depositie van stikstof te verlagen, natuurherstelmaatregelen te treffen, en kaders te formuleren voor de beoordeling van impact van nieuwe ontwikkelingen die een toename van stikstofdepositie veroorzaken. Op 25 februari 2021 oordeelde de Vlaamse Raad voor Vergunningsbetwistingen dat het toetsingskader onvoldoende was onderbouwd (RvVb A/2021/0697). Als gevolg hiervan is op 20 oktober 2021 de Natuurvergunning voor windpark De Pals vernietigd (ECLI:NL:RVS:2021:2304). Het ging destijds om het voorlopige PAS-significantiekader dat nog niet wettelijk was vastgelegd. De definitieve PAS werd vastgesteld op 10 maart 2023 en is intussen opgenomen in het stikstofdecreet dat op 23 februari 2024 in werking is getreden. Gelet op artikel 4, derde lid, van het Verdrag van de Europese Unie, mag worden uitgegaan dat het wettelijk vastgelegde toetsingskader voldoet aan artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Een toename aan stikstofdepositie op Vlaamse gebieden wordt getoetst aan de drempelwaarden uit de definitieve PAS.
Hierin zijn verschillende drempelwaarden opgenomen voor stationaire bronnen en mobiliteitsgerelateerde infrastructuur (1% van de kritische depositiewaarde) en veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties (0,025% van de kritische depositiewaarde). Uitgaande van de laagst mogelijke kritische depositiewaarde (429 mol/h/j voor H3110 - Zeer zwakgebufferde vennen), wordt er aan de Vlaamse toetsingsnormen voldaan bij maximale deposities lager dan respectievelijk 4,29 en 0,11 mol/ha/jaar. Wanneer een activiteit op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000-gebied in Vlaanderen deze drempelwaarden overschrijdt, hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd aan het Vlaamse bevoegde gezag.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 7/15
3
Uitgangspunten
Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. De aanlegfase wordt uitgevoerd in vier fases met één fase per jaar. Gedurende fase 1 wordt de locatie bouwrijp gemaakt en vindt de bouw van 26 woningen plaats. Gedurende fase 2, 3 en 4 vindt de bouw van respectievelijk 13, 18 en 13 woningen plaats. Een overzicht met de fasering van de woningen is bijgevoegd in Bijlage 1. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. De werkzaamheden worden in 2027 gestart. In fase 1 vindt het grondwerk van het gehele plan en de bouw van 3770 m2 BVO plaats ten opzichte van de op één na meeste bouw van 2300 m 2 in fase 4. Uit de vergelijking van de uitstoot wegens mobiele werktuigen (bijlage 2) en de uitstoot wegens het totale gebruiksverkeer (bijlage 3), is het aannemelijk dat fase 1 de maatgevende 12 maanden bedraagt. Voor de berekening van de gebruiksfase wordt het toekomstig gebruik gedurende een periode van 12 maanden aansluitend op de eindoplevering gehanteerd. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de eindoplevering (2033).
3.1
Aanlegfase
In deze fase van het plan zijn nog geen details met betrekking tot de benodigde werkzaamheden en de inzet van materieel bekend. In overleg met de initiatiefnemer is besloten om voor onderhavig onderzoek uit te gaan van standaard kentallen en expert judgement. Hierbij is aangesloten bij een TNO-onderzoek1 naar de inzet van materieel voor de realisatie van woningen. Deze kentallen zijn lineair geïnterpoleerd op basis van een gemiddeld bruto vloeroppervlak van 142 m² voor woningen in Nederland en het vloeroppervlak van 3.770 m² van het te realiseren pand. De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie.
3.1.1
Mobiele werktuigen
De emissiefactoren van de werktuigen zijn gebaseerd op de kengetallen zoals opgenomen in AERIUS Calculator. Het dieselverbruik in combinatie met het verbruik van AdBlue is gebaseerd op onderzoek van TNO2. Voor materieel met een SCR-katalysator, zijnde stageklasse IIIB en IV of hoger is een verbruik van respectievelijk 3 en 6% AdBlue gehanteerd. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Voor overig (klein) materieel, zoals accuboormachines et cetera, wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Het aantal draaiuren betreft alle tijd dat de motor van het werktuig aan staat, dus ook de tijd dat het werktuig stationair staat te draaien. Tabel 3.1
Inzet mobiele werktuigen
werkzaamheden
werktuig
grondwerk
brandstof
stageklasse
bouwjaar
hydraulische kraan
vermogen [kW] 178
vanaf 2014
draaiuren verbruik [uren/jaar] [liter] 212 3.758
AdBlue [l/j] 225
diesel
IV
shovel
136
diesel
IV
vanaf 2014
106
87
1.449
1
TNO, Een vergelijking tussen de uitstoot bij de bouw van nieuwe woningen en die van mobiele bronnen buiten de bouw, rapport 2023 R10541, publicatiedatum 17 maart 2023. 2 TNO, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, rapport 2021 R12305, publicatiedatum 27 maart 2023. Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 8/15
werkzaamheden
riool
fundering
werktuig
brandstof
stageklasse
bouwjaar
shovel
vermogen [kW] 121
vanaf 2014
draaiuren verbruik [uren/jaar] [liter] 133 1.620
AdBlue [l/j] 97
diesel
IV
hydraulische kraan
178
diesel
IV
shovel
136
diesel
IV
vanaf 2014
159
2.818
169
vanaf 2014
159
2.174
130
aggregaat
55
diesel
bronnering
20
diesel
IV
vanaf 2014
159
931
n.v.t.
IV
vanaf 2014
159
399
shovel
121
n.v.t.
diesel
IV
vanaf 2014
53
648
minigraver
39
37
diesel
IV
vanaf 2014
53
218
n.v.t.
funderingsmachine
441
diesel
IV
vanaf 2014
53
2.285
137
aggregaat
55
diesel
IV
vanaf 2014
53
310
n.v.t.
bronnering
20
diesel
IV
vanaf 2014
53
133
n.v.t.
ruwbouw
n.t.b.
160
diesel
IV
vanaf 2014
1.278
20.390
1.223
afbouw
n.t.b.
130
diesel
IV
vanaf 2014
634
8.283
497
waterberging
hydraulische kraan
178
diesel
IV
vanaf 2014
133
2.349
141
shovel
121
diesel
IV
vanaf 2014
133
1.620
97
mobiele kraan
95
diesel
IV
vanaf 2014
53
515
31
aggregaat
55
diesel
IV
vanaf 2014
133
775
n.v.t.
bronnering
20
diesel
IV
vanaf 2014
133
332
n.v.t.
hydraulische kraan
178
diesel
IV
vanaf 2014
21
376
22
shovel
121
diesel
IV
vanaf 2014
106
1.296
77
minigraver
37
diesel
IV
vanaf 2014
106
436
n.v.t.
mobiele kraan
95
diesel
IV
vanaf 2014
106
1.030
61
asfaltspreidmachine
145
diesel
IV
vanaf 2014
53
771
46
wals
55
diesel
IV
vanaf 2014
53
310
n.v.t.
knijperauto
220
diesel
IV
vanaf 2014
53
1.154
69
infra
3.1.2
Verkeersbewegingen
Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het bouwterrein. Op basis van vergelijkbare ontwikkelingen wordt verwacht dat er voor de gehele aanlegfase 2.700 lichte, 810 middelzware en 540 zware verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. Voor het manoeuvreren en langzaam rijden op het terrein is rekening gehouden met een filepercentage van 100%. De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is als worstcasescenario een volledige ontsluiting in westelijke richting gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie 3, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ De Raad van State heeft in uitspraak 202202119/1/R4 bepaald dat een toename kleiner dan 5% niet meer te onderscheiden is van het reeds aanwezige verkeer.
Daarbij is van belang dat het verkeer van en naar de ontwikkeling volledig is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
3
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 9/15
De verkeersintensiteit op de N269 ligt met circa 22.000 motorvoertuigen per etmaal4 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van de aanlegfase (weekdaggemiddeld). Het verkeer zal derhalve ter hoogte van de N269 volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek gehanteerd.
3.1.3
Koude starts
Wanneer motorvoertuigen worden gestart na een stilstand van twee uur of langer, spreken we van een koude start. Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil hebben gestaan. Tijdens deze koude start functioneert de katalysator niet optimaal. Dit heeft tot gevolg dat er bij een koude start relatief meer emissies van stikstofoxiden en ammoniak plaatsvinden. Tijdens de aanlegfase is er alleen sprake van een koude start bij het lichte verkeer dat aan het eind van de werkdag vertrekt van het werkterrein. Voor lichte voertuigen gaan we in de berekening ervan uit dat 100% van de voertuigen, voor onderhavig project 1.350 voertuigen, een koude start maakt. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt, aangezien er ook veel lichte voertuigen zullen zijn die minder dan 2 uur de motor uitgeschakeld hebben. Bij het middelzware en zware verkeer is geen sprake van een koude start, omdat deze voertuigen maar een beperkte tijd aanwezig zijn op het werkterrein voor laden en lossen.
3.1.4
Stationair draaien vrachtverkeer
Tijdens het laden en lossen van materialen bestaat de kans dat er vrachtwagens binnen het bouwterrein stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gebaseerd op de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 55,89 en 70,41 gram stikstofoxiden en 0,73 en 0,97 gram ammoniak per uur bedragen voor peiljaar. In onderhavig onderzoek wordt er vervolgens van uitgegaan dat elke vrachtwagen per locatiebezoek 10 minuten stationair draait. In de praktijk zal de totale stationaire tijd minder zijn, aangezien de vrachtwagens hun motoren doorgaans zullen uitschakelen. Tevens zijn de meeste vrachtwagens (vanaf Euro5 uit 2009) uitgerust met een start/stop systeem, waardoor enkel nog vrachtwagens voorzien van koelinstallaties nog stationair zullen draaien. Op basis van het totaal aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (405 middelzware en 270 zware vrachtwagens), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (10 minuten) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het vrachtverkeer binnen het bouwterrein 6,94 kg stikstofoxiden en 93,35 g ammoniak.
3.2
Gebruiksfase
De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet, er is geen sprake van gasverbruik binnen het plan. De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling, koude starts van vertrekkende voertuigen en het stationair draaien. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen.
4
RIVM, Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, monitoringsronde 2024, monitoringsjaar 2025.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 10/15
3.2.1
Verkeersbewegingen
De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 744. Het plan te Biest-Houtakker is gelegen binnen de gemeente Hilvarenbeek. Hilvarenbeek is met een omgevingsadressendichtheid van 592 per km² volgens de demografische kencijfers van het CBS5 aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het project is gelegen in de stedelijke zone rest bebouwde kom. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling opgenomen. Tabel 3.2
Verkeersgeneratie ontwikkeling
functie huur, huis, sociale huur koop, huis, tussen/hoek koop, appartement 75-100m² bvo koop, huis, 2/1-kap koop, huis, vrijstaand totaal
beoogde ontwikkeling 14 22 14
verkeersgeneratie min max 61,6 72,8 154,0 171,6 78,4 89,6
16 4
118,4 31,2 443,6
131,2 34,4 499,6
De gemiddelde verkeersgeneratie wordt representatief geacht voor het beoogde plan. Er zijn geen planspecifieke kenmerken om af te wijken naar een minimale of maximale verkeersgeneratie. Uitgaande van de bandbreedte genereert de totale ontwikkeling gemiddeld 471,6 verkeersbewegingen per weekdag. In onderhavig onderzoek is conform de CROW-publicatie rekening gehouden met 98% lichte motorvoertuigen en 2% vrachtverkeer (1% middel- en 1% zwaar vrachtverkeer ten behoeve van afvalophaal- en bezorgdiensten). Dit levert 462,2, 4,7 en 4,7 bewegingen met lichte, middelzware en zware motorvoertuigen. Voor de onderbouwing van de ontsluiting van bestemmingsverkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1, met de toevoeging dat het wegnetwerk direct aangesloten zal zijn aan de rotonde aan De Eekhof.
3.2.2
Koude starts
Ingevolge de Handreiking Koude Start dient voor woningbouw te worden gerekend met 2 koude starts per woning. Voor onderhavig onderzoek resulteert dit voor de 70 woningen in 140 lichte motorvoertuigen waarbij een koude start van toepassing is. Voor het middel- en zwaar verkeer is geen sprake van een koude start aangezien deze af- en aanrijden met een warme motor.
3.2.3
Stationair draaien vrachtverkeer
Voor de afvalophaal- en bezorgdiensten is in de berekeningen voor de gebruiksfase rekening gehouden met het stationair draaien van middel- en zwaar vrachtverkeer. Uitgangspunt is dat de diensten een halve minuut per woning per week stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gebaseerd op de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 37,15 en 41,61 gram stikstofoxiden en 0,68 en 0,73 gram ammoniak per uur bedragen voor peiljaar 2033 van de gebruiksfase. Op basis van het aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (1 middelzware en 1 zware vrachtwagen per week), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (30,00 seconden) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het afvalophaal- en bezorgdiensten binnen het plan 2,39 kg stikstofoxiden en 42,57 g ammoniak.
5
Laatst gewijzigd op 19 september 2024.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 11/15
4
Berekeningsresultaten en toetsing
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2025. In bijlage 2 en 3 zijn de AERIUS-berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanlegfase is hoogstens 0,02 mol/ha/jaar. Op basis van het onderzoek blijkt dat er een ecologische beoordeling of een vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. Het projecteffect op de Vlaamse Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanlegfase is ten hoogste 0,01 mol/ha/jaar/. Het projecteffect op de Vlaamse Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Het projecteffect voor beide fases is daarmee kleiner dan de drempelwaarde. Voor de ontwikkeling hoeft daarom geen toestemming te worden gevraagd aan het bevoegde gezag.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537 12/15
Bijlage 1 Fasering woningen
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537
Streefwoonprogramma
Woningtype
Beverakkers V 1-6-2022
Planning Fase 1
Fase 2
Fase 3
Fase 4
BVO* m2
A. Sociale huur
Rijwoning
14
20%
6
8
80
B. Betaalbare koop
Benedenwoning / Bovenwoning (rijwoningen)
14
20%
8
6
90
Rijwoning (tussen)
6
9%
Rijwoning (tussen)
6
9%
Rijwoning (hoek)
4
6%
Rijwoning (hoek)
6
9%
Tweekapper
16
Vrijstaand
C. Vrije sector
Totaal
3
3
80
1
2
150
2
2
160
2
2
2
200
23%
6
4
2
240
4
6%
1
1
2
280
70
100%
26
13
* Schatting o.b.v. referentiewoningen
Afsprake m.b.t. anterieure overeenkomst Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Verwachte planning in tijd Vastellen bestemmingsplan Onherroepelijk bestemmingsplan Bouwrijp maken Start bouw fase 1 Oplevering fase 1 Start woonrijp maken fase 1 Start bouw fase 2 Oplevering fase 2 Start bouw fase 3 Oplevering fase3 Start bouw fase 4 Oplevering fase 4
Totaal BVO
3
3770
4
18 2350
Oplevering uiterlijk 2,5 jaar na onheroeppelijk worden bestemmingsplan Start bouw circa 1,5 jaar na start bouw vorige fase Start bouw circa 1,5 jaar na start bouw vorige fase Start bouw circa 1,5 jaar na start bouw vorige fase
nov-25 nov-26 mrt-27 sep-27 sep-28 okt-28 mrt-29 mrt-30 sep-30 sep-31 mrt-32 mrt-33
13 2140
2300
Bijlage 2
Projecteffect aanlegfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537
Bijlage 3
Projecteffect gebruiksfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Beverakkers V te Biest-Houtakker Projectnummer 51032674 Datum 04-12-2025
Versie D3
Documentreferentie NL25-648800269-156537