Begroting VRMWB 2027 (4 bijlage Begroting)
Tekst van het document
Begroting 2027
23
Repressie
Realisatie 2025
Verwachting/ streefwaarde 2026
Verwachting/ streefwaarde 2027
Aantal vrijwilligers
1.352
1.334
1.334
Aantal beroeps
220
220
220
Gebiedsgerichte opkomsttijden
Zie hieronder
Vakbekwaam worden en blijven
Opkomstpercentage vrijwilligers bij oefenen
72%
70%
70%
Opkomstpercentage vrijwilligers bij alarm
45%
30%
30%
Aantal grip-situaties
10
*
*
% geëvalueerde grip-2 situaties
90%
100%
100%
Aantal alarmeringen (totaal aantal incidenten waarvoor minimaal één brandweereenheid van VRMWB is gealarmeerd)
7.742
*
*
Aantal meldingen brandweer geen spoed (aantal meldingen dat bij de meldkamer brandweer is binnengekomen via de brandweer ‘geen spoed’ lijn (0900-0904)
1.279
*
*
Inzet crisiswebsite
52
*
*
Deelname aan vakbekwaamheidsactivitei ten door regionale piketfunctionarissen.
**
**
65%
Multidisciplinaire incidenten
Brandweer
Crisiscommunicatie
* Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven in de realisatie. Het zijn niet-beïnvloedbare kengetallen. ** Nog niet beschikbaar.
Begroting 2027
24
Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GGO) Voor de beoordeling van de opkomsttijden wordt in het dekkingsplan gebruik gemaakt van het landelijk Beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden. Aan de hand van dit beoordelingskader is in het dekkingsplan een theoretische berekening gemaakt van de operationele prestaties. We rapporteren het aandeel van de gerealiseerde prestaties dat overeenkomt met de prognose in het dekkingsplan, en het aandeel dat sneller of langzamer was. Onze gebiedsgerichte opkomsttijden worden niet vooraf begroot maar wel achteraf verantwoord in onze jaarstukken. Dat doen we aan de hand van deze grafiek (voorbeeld: realisatie 2025). De incidenten in de grijze categorieën vallen kunnen we niet verantwoorden vanwege de inzet van reservevoertuigen waarop we geen telemetrie hebben of omdat de prognose ontbreekt doordat het om een relatief nieuw object gaat waarvan in onze data nog geen BAG-registratie bekend is.
Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor Programma Veiligheid: pijler Hulpvaardige en slagvaardige inzet:
Begroting 2027
25
1.5
Wendbare en duurzame organisatie
We zien ‘wendbare en duurzame organisatie’ als een fundament onder de drie beleidspijlers. Onder een ‘duurzame organisatie’ valt zowel de inzetbaarheid van onze mensen als het bijdragen aan een betere regio door ons handelen en onze inkopen. ‘Wendbaarheid’ vraagt om nieuwe manieren van werken, een informatievoorziening die betrouwbaar is en bijdraagt aan besluitvorming op alle niveaus en medewerkers die in een snel veranderende wereld in staat zijn met autoriteit en passie te participeren. Zo spelen we snel in op nieuwe situaties en veranderende risico’s.
Welke ontwikkelingen zien we? Vitale organisatie In juli 2025 heeft het ministerie van JenV de veiligheidsregio’s voor drie processen aangemerkt als ‘vitale aanbieder’ binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Het gaat om 1. Inzet brandweer, 2. Crisiscoördinatie/besluitvorming en 3. Communicatie- en informatievoorziening hulpdiensten en crisispartners. Informatievoorziening Een goede informatievoorziening draagt bij aan betere besluitvorming en uitvoering bij al onze dienstverlening. Alle 25 veiligheidsregio’s werken aan het landelijke masterprogramma Informatievoorziening 2025-2030. Dit programma rust op vijf programmalijnen: Informatiegestuurde veiligheid, Informatiegestuurde missiekritische communicatie, Data, infrastructuur en architectuur, Informatieveiligheid en Digitaal fitte organisatie. Wij adopteren deze 5 actielijnen in onze Strategische Agenda Informatievoorziening 2025-2030. Aan deze agenda hebben we naast de 5 landelijke sporen ook nog de thema’s Kunstmatige intelligentie (AI) en de Wet Open Overheid toegevoegd. De structurele kosten voor deze 5 programmalijnen en AI op de langere termijn zijn nog onbekend. De pilots met AI zijn incidenteel gedekt voor twee jaar. We volgen de lijn van het Rijk over digitale autonomie en soevereiniteit om grip te houden op digitalisering, juist nu digitale afhankelijkheden snel toenemen.
Steeds meer cruciale overheidstaken zijn digitaal en afhankelijk van een klein aantal (veelal buitenlandse) leveranciers. Dat brengt risico’s zoals uitval, cyberaanvallen en geopolitieke druk. Tegelijk moeten burgers en bedrijven kunnen vertrouwen op een continu werkende digitale overheid. Digitale autonomie betekent dat we als veiligheidsregio zelf kunnen kiezen welke technologie we gebruiken en kunnen overstappen als een leverancier uitvalt of niet voldoet. Daarvoor is voldoende eigen kennis én controle nodig over de eigen digitale infrastructuur (digitale soevereiniteit). Zo blijft gevoelige data onder Nederlandse of Europese wetgeving en blijven publieke waarden zoals privacy, veiligheid en democratie gewaarborgd.
Wat gaan we dit jaar doen? Bedrijfscontinuïteit In 2026 hebben we een landelijke weerbaarheidsanalyse uitgevoerd voor alle processen die zijn aangemerkt als ‘vitale aanbieder’ binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Voor deze processen is de maximum tolereerbare verstoringsperiode en de vereiste herstelsnelheid vastgesteld. Op basis van deze analyse zijn bestuurlijke bovenregionale afspraken voorbereid, die in 2026 en 2027 worden bekrachtigd. We vertalen deze afspraken naar onze regio. In de eerste fase hebben we ons gericht op maatregelen bij langdurige stroomuitval. Nu gaan we onze aanpak van bedrijfscontinuïteit verbreden naar andere crisistypen, zoals de uitval van internet en systemen,
Begroting 2027
26
mensen en andere middelen (brandstof, water, huisvesting). Daarmee bepalen we aanvullende maatregelen, capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de continuïteit van onze vitale processen duurzaam te waarborgen. CO2-reductie (Duurzaamheid) Omdat het aanbesteden van elektrische/hybride tankautospuiten nog op zich laat wachten, starten we in twee stappen vanaf 2027 met het gebruik van de biologische brandstof HVO100. We onderzoeken welk effect het gebruik van deze brandstof heeft op onze totale CO2-voetafdruk en welke kosten dat met zich meebrengt. We starten met de implementatie van HVO100 op die locaties waar dit het meeste rendement oplevert. Strategische agenda Informatievoorziening We voeren het landelijke Masterprogramma Informatievoorziening 2025-2030 uit langs de vijf landelijke programmalijnen en twee aanvullende thema’s: kunstmatige intelligentie (AI) en de Wet open overheid. We verbinden de programmalijnen en thema's onder andere dankzij uiteenlopende AI-pilots. We investeren in digitale fitheid van onze medewerkers. Voor verdere borging van informatieveiligheid bereiden we ons voor op externe certificering BIO2/ISO27001. Organisatieontwikkeling Onze omgeving is en blijft dynamisch en dat betekent dat wij daarin moeten meebewegen. We investeren in wendbaarheid door te investeren in onze mensen. 2027 staat in het teken van verbinding.
In het ontwikkeltraject bouwen we aan intensievere samenwerking tussen teams en samenwerking met partners. We gaan aan de slag op het niveau van competenties (soft skills) en met het concretiseren van gezamenlijke doelen en resultaten. Alle leidinggevenden nemen deel aan het leiderschapsprogramma. Tweede loopbaanbeleid In 2026 start de paritaire commissie van de werkgeversvereniging (WVSV) en de vakbonden om tot hernieuwde afspraken te komen over duurzame inzetbaarheid van medewerkers in een bezwarende 24-uursdienstfunctie. De doelstelling blijft dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. Hernieuwde afspraken worden vastgelegd in de arbeidsvoorwaarden en we maken een implementatieplan om deze nieuwe afspraken uit te voeren.
Wat we blijven doen (ons reguliere werk) In deze begroting geven we aan wat we in 2027 willen ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan een duurzame en wendbare organisatie. Naast deze ontwikkelingen zijn er uiteraard ook reguliere werkzaamheden die bijdragen aan een betrouwbare en effectieve bedrijfsvoering en waarvoor we een overgroot deel van onze capaciteit en middelen inzetten. We blijven investeren in het goed uitoefenen van ons werk, richten onze processen efficiënt en doeltreffend in, vertalen en initiëren nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: personeel en organisatie, financiën planning en control, inkoop, communicatie, informatisering, strategie en ontwikkeling. Ons team informatieveiligheid werkt samen met het NIPV en de andere veiligheidsregio’s aan het versterken van cyberweerbaarheid. Met het meerjarenprogramma ‘Samen Vitaal’ richten we ons op alle aspecten van vitaliteit: het fysieke, mentale, sociale en zingevingaspect. Verder staat de landelijke
Begroting 2027
27
samenwerking op de agenda, waarin wij met andere veiligheidsregio’s inzetten op het delen van kennis en en ervaringen, zodat de capaciteit maximaal wordt ingezet. Indicator
Personeel en organisatie
Communicatie
Strategie en ontwikkeling
Realisatie 2025
Verwachting/ streefwaarde 2026
Verwachting/ streefwaarde 2027
Ziekteverzuim (organisatie)
5,2 %
4,5%
4,5%
% Realisatie van het opleidingsbudget1
nieuw
95%
95%
% van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid
100%
100%
100%
Bereik VRMWB Facebook
243.117
-
-
Bereik VRMWB LinkedIn
166.246
-
-
Bereik VRMWB X
494.868
-
-
Bereik Brandweer MWB Facebook
679.839
-
-
Bereik Brandweer MWB LinkedIn
128.258
-
-
Bereik Brandweer MWB Instagram
588.497
-
-
Bereik Brandweer MWB Youtube
100.885
-
-
26
-
-
92%
100%
100%
Aantal Woo informatie- en zienswijzeverzoeken Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn
16
Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging
5
Aantal raadsvragen
25
-
-
100%
100%
100%
0
-
-
80%
80%
80%
% raadsvragen binnen week beantwoord Aantal klachten Inkoop
Realiseren inkoop investeringen
Informatisering
Aantal hacks (major storing)
0
-
-
Duurzaamheid
CO2-reductie ten opzichte van referentiejaar 2022
35%
55%
55%
*Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven als realisatie. Dit zijn niet-beïnvloedbare kengetallen
Begroting 2027
28
Algemene dekkingsmiddelen In de algemene dekkingsmiddelen zijn de volgende baten opgenomen: • • •
De financieringslasten en baten De rijksbijdrage BDuR gelden De algemene gemeentelijke bijdragen
De toelichting van bovenstaande onderwerpen zijn respectievelijk te lezen bij de paragrafen 2.2 Financiering voor de rente en 3.1 Totstandkoming financiële kaders voor de BDuR gelden en de gemeentelijke bijdragen. Mutaties op reserves
De toelichting op de reserves vindt u in paragraaf 3.2 Financiële positie.
Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor de Overhead, algemene dekkingsmiddelen en mutaties op reserves:
Overhead: Wendbare en duurzame organisatie (bedragen x € 1.000) Advies en uitbesteding Facilitaire kosten Gemeentelijke- en Rijksbijdragen Investeringen en kapitaallasten Lonen en salarissen Opleiden en oefenen Overig Gerealiseerde Resultaat
Begroting 2027
Meerjarenraming 2029
€ € € € € € € €
Lasten 2.180 € 2.062 € - € 396 € 11.167 € 209 € 3.454 € 19.468 €
Baten - € - € - € - € - € - € -60 € -60 €
Meerjarenraming 2030
Saldo 2.180 € 2.062 € - € 396 € 11.167 € 209 € 3.394 € 19.408 €
Lasten 2.690 € 2.062 € - € 404 € 11.744 € 209 € 3.884 € 20.994 €
Baten - € - € - € - € - € - € -60 € -60 €
Saldo 2.690 2.062 404 11.744 209 3.824 20.934
29
Toevoeging en Onttrekking Reserves
(bedragen x € 1.000) Mutaties reserves en voorzieningen Gerealiseerde Resultaat
Begroting 2027
Meerjarenraming 2029
Lasten € 403 € € 403 €
Baten -246 € -246 €
Meerjarenraming 2030
Saldo Lasten 157 € 413 € 157 € 413 €
Baten -863 € -863 €
Saldo -450 -450
30
2.
Paragrafen
In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: • • • • • • • •
Bedrijfsvoering Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Omdat wij geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Naast het BBV schrijft ook de Wet open overheid (Woo) een verplichte paragraaf voor.
2.1
Bedrijfsvoering
Personeel Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie voor 2026 (618,65 fte) opgenomen. We verwachten dat onze formatie in 2027 hiermee overeenkomt. De formatie in het overzicht betreft de fte's, onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.
Formatie 2026 in fte 158,66 135,03 116,66
115,23 82,24
10,83 Baronie
Directie
Hart van Brabant
Markiezaten
RB/CB
Strategie & Bedrijfsvoering
De sector Directie bestaat uit de directie, directieondersteuning en de afdelingen Programma's en Concerncontrol.
Begroting 2027
31
Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.334 vrijwilligers opgenomen. De bezetting is toegenomen en is nu 1.346 in totaal. Op lokaal niveau zijn er verschillen tussen posten in (onder)bezetting. In verband met de relatief hoge leeftijdsopbouw in het vrijwilligersbestand blijft werving en selectie van vrijwilligers continu onder de aandacht om toekomstige uitstroom op te vangen. District
Formatie
Bezetting
Baronie
474
474
Markiezaten
432
413
Hart van Brabant
428
459
1.334
1.346
Totaal
CAO In de meerjarenbegroting 2027 is de voorgenomen CAO 2025-2027 verwerkt in de loonkostenbegroting: 4,1% per 1 augustus 2025, 3,1% per 1 augustus 2026 en 0,1% per 1 januari 2027.
Audit en Interne Controle Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor de getrouwheid en de rechtmatigheid van de jaarrekening en voor het daaraan ten grondslag liggende financiële beheer. Het Dagelijks Bestuur dient zodanig maatregelen te treffen dat de rechtmatigheid van de algehele uitvoering gewaarborgd is en dat hierover getrouw verantwoording wordt afgelegd via de jaarstukken. Een goede interne beheersing is een belangrijke randvoorwaarde om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Rechtmatigheid Rechtmatigheid is een vast onderdeel van onze bedrijfsvoering. In het intern controleplan stelt het Dagelijks Bestuur vast welke interne beheersmaatregelen zij treft. In 2027 hebben we aandacht voor de goede opzet van de Administratieve Organisatie (AO)/interne beheersing (IB) voor de gehele organisatie en ziet de afdeling Concerncontrol toe op het uitvoeren van het intern controleplan en voert de (verbijzonderde) interne controles, audits, (doelmatigheid)onderzoeken en risicoanalyses uit om vast te stellen of interne procedures en afspraken nageleefd worden. Het doel van de interne controle is het tijdig opsporen en corrigeren van onvolkomenheden in de uitvoering van processen en de vervolgens te verbeteren. Hiermee levert de interne controle een bijdrage aan de interne beheersing van organisatie.
De interne auditfunctie controleert de opzet en de werking van de processen en geeft daarover een oordeel en verstrekt aanbevelingen ter verbetering of ter voorkoming van risico's en/of fouten. Voor de accountant is de kwaliteit van de interne controle bepalend voor de diepgang van de accountantscontrole. Bij de accountantscontrole wordt steeds meer naar de kwaliteit van de interne beheersing gekeken in plaats van het achteraf vaststellen of zaken goed of fout gegaan zijn middels gegevensgerichte controle. Zij richten zich meer op systeemcontrole: de waarborgen die een organisatie moet treffen of heeft getroffen om risico’s te
Begroting 2027
32
beperken. Het doel is om een goede samenhang en aansluiting te realiseren tussen de uitgevoerde (verbijzonderde) interne controlewerkzaamheden en de door de accountant te verrichten (externe) werkzaamheden. Daarnaast bewaken we de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter en accountantsverslag van de accountant. Om de beoordeling voor deze rechtmatigheidsverantwoording te kunnen doen worden interne controles uitgevoerd, de frauderisicoanalyse en de analyse van begrotingsrechtmatigheid gedaan. De afdeling Concerncontrol zorgt voor de uitvoering van deze werkzaamheden in samenwerking met de overige organisatieonderdelen. Deze zijn vastgelegd in het interne controleplan dat jaarlijks wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Daarnaast worden analyses en voortgezette controles uitgevoerd op onderwerpen die hier aanleiding toe geven. De uitkomsten van deze controles leiden tot een verslag van bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maakt. De accountant geeft een controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening met als onderdeel de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur.
Aandacht voor frauderisico's en beheersing Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie blijvende aandacht. In de processen zijn interne beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. In 2027 voeren we de jaarlijkse frauderisicoanalyse uit. Deze analyse vormt een inventarisatie van fraudemogelijkheden die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico’s zijn niet gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes, maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden en mogelijke kwetsbaren daarin. Voor de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. De uitkomsten van de frauderisicoanalyse worden met de directie besproken.
Wet open overheid Medio 2024 is meer duidelijkheid gegeven over de actieve publicatieplicht waaraan alle overheidsorganisaties moeten voldoen op grond van de Wet open overheid (Woo). Deze duidelijkheid is gecreëerd door de 17 informatiecategorieën nader uit te werken en te voorzien van definities. De eerste vier categorieën zijn per 1 november 2024 actief openbaar gemaakt. Voor de overige categorieën is de inwerkingtreding herhaaldelijk uitgesteld en is op dit moment nog niet bekend wanneer deze verplicht van kracht worden. Tot dat moment bereiden wij de processen rondom de resterende categorieën verder voor en implementeren we de benodigde werkwijzen. Op die manier zijn we op het moment van inwerkingtreding direct gereed voor de uitvoering.
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer In het kader van de implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) zijn de beoogde doelstellingen binnen onze organisatie behaald. De wet verplicht overheden om burgers en bedrijven de mogelijkheid te bieden om formeel elektronisch met de overheid te communiceren. Wij hebben onze processen hierop ingericht en de noodzakelijke voorzieningen getroffen. Alle relevante producten en diensten die extern kunnen worden aangevraagd — en waarop een formeel besluit volgt — zijn geïnventariseerd. Uit deze analyse blijkt dat een beperkt aantal
Begroting 2027
33
producten en diensten onder de reikwijdte van de Wmebv valt. Voor deze producten is de digitale aanvraagroute ingericht. Burgers en bedrijven kunnen deze inmiddels digitaal aanvragen. In de praktijk functioneert dit over het algemeen goed. De digitale dienstverlening vraagt blijvende aandacht. Daarom monitoren wij structureel de werking en kwaliteit van de aanvraagprocessen en voeren wij waar nodig verbeteringen door. Zo blijft de dienstverlening gebruiksvriendelijk, betrouwbaar en toegankelijk. Op basis van de huidige stand van zaken verwachten wij volledig te voldoen aan de eisen van de Wmebv. De focus verschuift de komende periode van implementatie naar beheer, monitoring en doorontwikkeling.
2.2
Financiering
De financieringsparagraaf is een onderdeel van de begroting en is voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen onze organisatie zijn vertaald in een zogenaamd treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo wordt meer inzicht gevraagd in de rente en zijn we verplicht om een meerjarenbalans en het EMUsaldo op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt.
Wet Fido In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) stelt de overheid specifieke regels voor de structuur van de leningen van de decentrale overheid om de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiervoor wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering met kort vermogen (met een looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten in de jaarbegroting inclusief de toevoeging aan de reserves. Voor ons betekent dit een kasgeldlimiet in 2027 van € 9,0 miljoen (8,2% van € 109,4 miljoen). Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor ons betekent een renterisiconorm in 2027 van € 21,9 miljoen (20% van € 109,4 miljoen). Op basis van de leningenportefeuille (zie paragraaf 3.2) is een overzicht van de renterisiconorm als volgt: Tabel renterisiconorm
Begroting 2027
34
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentekosten van de langlopende leningen die onder onze leningenportefeuille vallen, bedragen over 2027 € 928k. De rentekosten van de kasgeldleningen bedragen € 117k. De rentebaten van € 300k zijn de ontvangen rente op rekening courant Schatkistbankieren.
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. De rekening-courant tegoeden en deposito’s die wij voorheen bij de BNG hadden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie ontvangen wij een rentevergoeding. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Ons reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier hebben wij een rekening-courant waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dragen wij dit af aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo vullen wij juist aan vanuit de middelen bij het Ministerie van Financiën.
Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2027 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 37,7 miljoen. Naast de aan te trekken leningen in 2027 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is
Begroting 2027
35
opgenomen in bijlage 3.2. Hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2027 tot en met 2030.
2.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het BBV verplicht decentrale overheden om inzicht te geven in hun weerstandsvermogen en risico’s, vastgelegd in een verplicht paragraaf in de begroting en de jaarstukken. Het doel is om onverwachte financiële tegenvallers te beperken en de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Het biedt inzicht of de huidige financiële positie toereikend is om risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. In het BBV wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • • •
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (beschikbare middelen). Een inventarisatie van de risico’s. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Een aantal verplichte financiële kengetallen.
Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per februari 2026, bij het opstellen van de begroting 2027) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:
Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.350.000.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Voor de VRMWB is dit de algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 12 december 2024 besloten om de crisis- en calamiteitenreserve vrij te laten vallen en een algemene reserve te vormen. De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2025 € 1.919.778 en vormt de beschikbare weerstandscapaciteit voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige (bestemmings)reserves worden niet meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend.
Begroting 2027
36
Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:
Ratio weerstandsvermogen: 0,44
Beschikbare weerstandscapaciteit: € 1.919.778 ------------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit: € 4.350.000
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 1.919.778. De benodigde weerstandscapaciteit is € 4.350.000. Het weerstandsvermogen (€ 1.919.778 / € 4.350.000) bedraagt 0,44. Per 1-1-2027 is de stand van de algemene reserve 1.449.143 Dit betekent dat de ratio weerstandsvermogen daalt naar 0,33. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Om deze reden dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om de risico’s van de Veiligheidsregio op te vangen die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen. Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten.
Inventarisatie risico's Omgaan met risico’s vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crises tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werk. Zoals alle organisaties hebben ook wij te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen zijn diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico’s benoemd met de hoogste financiële impact. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we, voor zover mogelijk, maatregelen opgenomen die we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden.
Hieronder lichten we geïdentificeerde risico’s per februari 2026 nader toe. Vrijwilligheid De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer (natuurlijke) uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. Het kost op veel posten nog steeds moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de organisatie. Het vinden en blijven binden van voldoende vrijwilligers aan de organisatie is een continu aandachtspunt. De bezetting van vrijwilligers is in 2025 toegenomen en is het aantal vacatures afgenomen. De gemiddelde financiële impact is om deze reden ten opzichte van de begroting 2026 verlaagd.
Begroting 2027
37
Informatieveiligheid De impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt (o.a. Phishing, ransome ware). Bij het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Een aanval kan ook leiden tot vervreemding van overheidsgelden (via digitale betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. Het afgelopen jaar zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. We zijn goed aangehaakt bij het landelijke versnellingsprogramma Informatieveiligheid. De minister heeft in 2025 besloten dat alle veiligheidsregio’s tot de vitale infrastructuur behoren. Dit betekent dat we mogelijk aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen voor een aantal processen. In 2026 is een audit op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd.
Op basis van de bevindingen uit deze audit wordt een verbeterplan BIO geschreven. De afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. We beschikken over een siem/soc waarin wij 24/7 monitoren op verstoringen van netwerkverkeer. In 2027 continueren we extra initiatieven ter verhoging van het bewustzijn rond privacy en informatiebeveiliging. Continuïteit IT-infrastructuur (toewijzing tot vitale infrastructuur) Tijdens een crisis kan het voorkomen dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren functioneert. Dit kan leiden tot vertraging in de inzet en het uitvallen van bepaalde onderdelen van de organisatie. Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICTuitval. Bedrijfscontinuïteit (BCM) blijft een aandachtspunt. Naar aanleiding van geopolitieke spanningen is in 2025 opdracht gegeven om te werken aan een organisatie breed continuïteitsplan die we begin 2026 opleverden. Vanaf 2026 wordt ingezet op het borgen van bedrijfscontinuïteit binnen onze primaire processen. Het ministerie van J&V heeft besloten om de veiligheidsregio aan te merken als onderdeel van de vitale infrastructuur. In 2026 wordt een weerbaarheidsanalyse vanuit J&V uitgevoerd.
We participeren in het opstellen van de weerbaarheidsanalyse in kader van vitaalverklaring. Op basis daarvan kan pas een inschatting worden gemaakt van de benodigde investeringen en kosten. Het is mogelijk dat aanvullende maatregelen op het gebied van BCM leiden tot hogere kosten. We zorgen dat het crisisuitzendbureau goed is ingericht en dat crisisfunctionarissen inzetbaar zijn. Daarnaast zijn er scenario's denkbaar waarbij we alle medewerkers van de VRMWB inzetten. De planvorming hiervoor leverden we begin 2026 op. Een belangrijk onderdeel van de bedrijfscontinuïteit is de werking van de Noodcommunicatievoorziening (NCV) binnen onze regio. Op al onze kazernecentrales zijn NCV-systemen operationeel en actief. Het streven is dat de NCVsystemen minimaal acht uur operationeel kunnen blijven. Hiervoor vinden in 2026 overleggen plaats met NIPV, ministerie van J&V en KPN, waaruit volgt welke acties nodig zijn. Het convenant met DARES, dat de verbindingen legt tussen onze elf kazernecentrales en het RCC, is een onderdeel van
Begroting 2027
38
het BCM-plan en wordt meegenomen in de oefeningen. Hiernaast werken we, samen met andere veiligheidsregio's en hulpdiensten, aan een noodcommunicatienetwerk dat we zelf in beheer hebben. Hiermee zijn we, in extreme situaties, niet afhankelijk van landelijke systemen. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers (verplichtend karakter) Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie, hebben wij ook te maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden.
In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband. In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving heeft het Algemeen Bestuur als tijdelijke maatregel het besluit genomen (oktober 2022) om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren, wat met ca. € 465k financieel de meest aantrekkelijke oplossing is. In 2027 is hiervoor structurele dekking gevonden. Met de keuze voor deze variant wordt niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. In een brief aan de informateur heeft de voorzitter van het Veiligheidsberaad benadrukt dat landelijk een extra investering van structureel 40 miljoen euro nodig is voor het behoud van onze vrijwilligers.
De Minister wacht de uitkomsten af van een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gaat dan met de veiligheidsregio’s in gesprek over financiering van de kosten. Stijgende loon- en prijsontwikkeling Geopolitieke spanningen en tariefverhogingen leiden tot blijvende kostenstijgingen en langere levertijden voor materialen en diensten. Structurele ketenverstoringen en grondstoffen schaarste verhogen het risico op onverwachte prijsstijgingen voor materieel en bepakking. De aanhoudende volatiliteit in energiemarkten drijft productie- en logistieke kosten verder op. Kosten voor materieel, materialen, onderhoud, brandstof en energie stijgen. Investerings- en exploitatiebegroting kunnen hierdoor tekortschieten en reguliere indexatie is mogelijk onvoldoende bij extreme prijs- en loonschommelingen. In de begroting 2027 zijn budgetten waar nodig geïndexeerd. De werkelijke prijsstijging kan hiervan afwijken.
Begroting 2027
39
Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Tot op heden gingen veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Per 1 februari 2026 is een landelijke regeling Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) voor alle veiligheidsregio's vastgesteld. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht. In de eerste jaren na vaststelling van deze regeling bestaat het risico dat meer casussen worden ingediend en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de veiligheidsregio moeten worden gedragen. Safety Village De combinatie van aflopende tijdelijke vergunningen voor huisvesting op het terrein, verouderde infrastructuur, capaciteitsdruk en landelijke ontwikkelingen in het brandweeronderwijs maakt dat we op korte termijn moeten bepalen hoe we ook in de toekomst over goede opleidings- en oefenfaciliteiten kunnen blijven beschikken.
Op basis van toenemende eisen aan flexibiliteit, inhoudelijke regie en betaalbaarheid is in het Algemeen Bestuur van september 2025 de strategische richting uitgesproken voor het behoud van een eigen opleidings- en oefencentrum. We onderzoeken hoe we deze opgave toekomstbestendig kunnen realiseren waarin de mogelijkheden, vergunbaarheid, kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht. Stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen Verschillende stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen in onze gemeenten krijgen steeds meer vorm en hebben impact op de manier waarop brandweerzorg in de toekomst gewaarborgd kan blijven. Denk aan Breda (CrossMark) en Tilburg (Parkring). De investering voor het borgen van brandweerzorg in de context van deze ontwikkelingen is afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals locatiekeuzes en de invulling van brandweerzorg(concepten). Dit zijn nieuwe opgaven, waarvoor mogelijk aanvullende financiering nodig is. Post Moerdijk Haven In de vergadering van 12 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost. De jaarlijkse kostenstijging van € 893k vanaf 2027 vangen we aanvankelijk incidenteel op.
Vanaf 2029 is de intentie om deze kosten structureel te dekken vanuit het principe ‘nieuw voor oud’. Het is nu nog onzeker of binnen de transformatie brandweerzorg tijdig voldoende financiële ruimte ontstaat om deze ontwikkeling op te vangen. Langdurige crisissen Door de huidige geopolitiek ontwikkelingen is het risico groter op langdurige grip situaties met extra kosten tot gevolg.
Begroting 2027
40
Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Kengetallen
Rekening 2025
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
39% 39%
Begroting 2026 40% 40%
Begroting 2027 47% 47%
Begroting 2028 44% 44%
Begroting 2029 39% 39%
Begroting 2030 44% 44%
11% 0,35%
10% -0,83%
6% -0,90%
4% -0,80%
5% 0,02%
4% 0,06%
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote fluctueert de komende jaren. In 2027 is er een toename in de vaste schulden door een stijging van de investeringen. Er is geen verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de Veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. We hebben een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves). Een positief resultaat kan in afstemming met het Algemeen Bestuur worden toegevoegd aan de Algemene Reserve. De solvabiliteitsratio wordt lager vanwege onttrekkingen van de reserves in aankomende jaren, zie voor toelichting 3.2 Reserves en Voorzieningen. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit beoordelen we door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves.
In 2027 en 2028 hebben we een negatieve waarde. Dit wordt veroorzaakt door het vormen van een bestemmingsreserve om de structurele kosten van Post Moerdijk Haven twee jaar te dekken. Zie paragraaf 3.4 Incidentele en structurele lasten en baten.
2.4
Onderhoud kapitaalgoederen
In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Wij besteden een substantieel deel van de begroting aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen.
Gebouwen Voorziening onderhoud gebouwen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand per 01-01 € 3.405 € 3.369 € 3.379 € 3.080 € 3.277 € 2.387 Toevoeging aan voorziening € 842 € 842 € 842 € 842 € 842 € 842 Aanwending voorziening € 878 € 832 € 1.141 € 645 € 1.732 € 2.369 € 3.369 € 3.379 € 3.080 € 3.277 € 2.387 € 860 Totaal
Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022
Begroting 2027
41
hebben we de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast. Eind 2025 is een conditiemeting uitgevoerd, in 2026 wordt het MJOP geactualiseerd.
Materieel en voertuigen Voertuigen en bepakking (bedragen x 1.000)
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Voertuigen Onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal voertuigen
€ € € € € €
962 € 604 € 298 € 110 € 125 € 2.100 €
1.000 € 550 € € 53 € € 1.603 €
1.046 € 572 € € 53 € € 1.670 €
1.087 € 595 € € 53 € € 1.735 €
1.132 € 619 € € 53 € € 1.803 €
1.176 643 53 1.872
Bepakking Onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal bepakking
€ € € € € €
273 € € € € € 273 €
228 € € € € € 228 €
237 € € € € € 237 €
247 € € € € € 247 €
256 € € € € € 256 €
266 266
Totaal
€
2.373 €
1.831 €
1.907 €
1.981 €
2.059 €
2.138
We hebben een groot wagenpark. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het onderhoud inclusief APK voeren we voor een deel van de voertuigen uit in de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker voeren we ook andersoortig onderhoud aan voertuigen zelf uit, zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor het onderhoud van kleine dienstvoertuigen. De bepakkingswerkzaamheden voeren we grotendeels in eigen beheer uit. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is nu geen sprake van achterstallig onderhoud binnen ons wagenpark. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. Bij de voertuigen maken we geen onderscheid meer tussen planmatig en correctief onderhoud. Dit hebben we samengevoegd tot Onderhoud voertuigen. Voertuigen zijn WA-verzekerd, schades aan voertuigen zijn dus voor eigen rekening. Om schades te voorkomen hebben we nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Bij de bepakking zijn de kostensoorten aangepast in Onderhoud voertuigen en Correctief onderhoud voertuigen.
2.5
Verbonden partijen
Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een bestuurslid of ambtenaar van de veiligheidsregio namens de veiligheidsregio in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de veiligheidsregio stemt. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking
Begroting 2027
42
gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Wij kennen formeel juridisch gezien geen verbonden partijen door het ontbreken van een financieel belang zoals gedefinieerd in het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate of van een structureel samenwerkingsverband met een bestuurlijk belang gezien het maatschappelijke - of algemene belang. De commissie BBV beveelt aan om ook deze partijen op te nemen in een tabel in de paragraaf Verbonden partijen. Voor de aanbevolen koppeling met beleid en uitvoering is de verwijzing naar de pijler i.p.v. programma opgenomen waarbinnen de partij een bijdrage levert. VRMWB kent immers maar 1 programma, Veiligheid. Om de tabel leesbaar te houden lichten we onder de tabel per partij doel, vorm van belang, omvang van belang en de risico's toe. Het cijfermatig overzicht, zoals hieronder gepresenteerd, is gebaseerd op de cijfers uit de laatst gepubliceerde cijfers van de betreffende gelieerde partij. De financiële bijdrage is voor alle partijen het bedrag zoals opgenomen in begroting 2027.
Stichtingen en Verenigingen Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s Doel: De WVSV is sinds 1 januari 2022 de werkgeversvereniging van de veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen cao valt, bijvoorbeeld cao Ambulancezorg). Vorm van belang: Als vereniging kent de WVSV een Algemene Vergadering (AV) die bestaat uit de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s. Daarmee vormt de AV een personele unie met het Veiligheidsberaad (VB). Een vijftal bestuurders uit de Bestuurlijke Adviescommissie Brandweer (BAC) vormen het bestuur. De bestuurders van de WVSV zijn lid van het Algemeen Bestuur (AB) van de veiligheidsregio waar zij als burgemeester aan verbonden zijn. Omvang van belang: Elke veiligheidsregio draagt 1/25e deel van de kosten.
Begroting 2027
43
Risico's: • Beschikbaarheid van deskundige leden met relevante expertise en ervaring. • Gezien de dynamiek van onderhandelingen en de belangen van de leden, bestaat het risico dat meer personele capaciteit moet worden ingekocht. • Eigenriscodragerschap Ziektewet • Algemene bedrijfsrisco's1 Stichting Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio's (ERVRS) Doel: Het ERVS ondersteunt de veiligheidsregio's bij goed werkgeverschap bij ongevallen. De werkzaamheden spitsen zich vanaf 1-1-2024 toe op schadeafhandeling van dienstongevallen op basis van de Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen (LRD). Daarnaast wordt ingezet op het voorkomen van schades bij dienstongevallen, door risicoanalyse en -advies. Vorm van belang: Het Expertisebureau Risicobeheer beschikt over een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het Expertisebureau staat onder toezicht van een Raad van Advies, bestaande uit algemeen directeuren/commandanten en directeuren bedrijfsvoering van de veiligheidsregio’s. De toetsingscommissie bestaat uit twee voormalig financieel adviseurs van Veiligheidsregio's en een voorzitter, zijnde een RCDV-lid. Omvang van belang: Elke veiligheidsregio draagt 1/25e deel van de kosten. Risico's: • Vaststelling van uitkeringen voor bepaalde dossiers kan pas na 2 á 3 jaar.
• De formatie en bezetting sluiten in kwantitatieve en kwalitatieve zin niet aan op de benodigde capaciteit. (Formatiegroei wordt voorzien o.b.v. toename van het aantal dossiers). • Kwetsbaarheid team door beperkte omvang. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's (WBF) Doel: Om een sluitende financiering van de Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen (LRD) te bieden is het WBF opgericht. Het WBF financiert aanspraken van de 25 veiligheidsregio's in het kader van goedwerkgeverschap na dienstongevallen, voor zover deze niet verzekerd zijn. Het gaat daarbij in de eerste plaats om aanspraken die niet of lastig verzekerbaar zijn, maar ook om schade die zich regelmatig voordoet. Vorm van belang: Het Waarborgfonds heeft een Raad van Toezicht en een Toetsingscommissie. De Raad van Toezicht bestaat uit leden met expertise in risicomanagement, verzekeringen en actuariële zaken, die werkzaam zijn bij de overheid of zijn aangewezen door de overheid. De Toetsingscommissie bestaat uit leden met financiële en/of juridische achtergronden en kennis van de veiligheidsregio's. Samen met de directeur zijn zij verantwoordelijk voor het beheer van de gezamenlijke jaarlijkse inleg van de veiligheidsregio's. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland ondersteunt het Waarborgfonds in haar bedrijfsvoering.
Omvang van belang: Het fonds wordt gevoed vanuit de bijdragen van veiligheidsregio’s op basis van aantal inwoners per regio met een verplichting tot bijstorting. Risico's: • Omvangrijk incident met veel ongevallen. • Groter aantal schades dan ingeschat. • Als de liquiditeit van het Waarborgfonds onder druk komt te staan, dan zal op dat moment een extra bijdrage van de veiligheidsregio’s worden gevraagd. Het Waarborgfonds heeft echter In het
Begroting 2027
44
eerste jaar (2024) door een beperkte schadelast al een reserve opgebouwd van ruim 3 miljoen euro (streven is 5 miljoen).
Overige verbonden partijen Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Doel: Het NIPV is het publiek kennisinstituut voor crisisbeheersing en brandweerzorg. Zij versterkt op grond van art 68, 69 en 70 Wvr Veiligheidsregio’s, Rijk en andere crisispartners met onderzoek, onderwijs, informatie(voorziening) en ondersteuning. Vorm van belang: Het NIPV is een Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO). VRMWB participeert conform art. 67 lid 1a Wvr in het bestuur van het NIPV. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Omvang van belang: Naast rechtstreekse financiering d.m.v. BDuR leveren de Veiligheidsregio's een bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten o.b.v. verschillende verdeelsleutels. Risico's: • Indexering van kosten die onvoldoende worden doorberekend in tarieven van geleverde diensten. • Hantering van langjarige afspraken waarbij indexaties worden vastgesteld die mogelijk negatief kunnen uitpakken en waarbij het risico voor eigen rekening is. • Algemene bedrijfsrisico's1 1
Algemene bedrijfsrisico's: • Wijzigingen in de organisatie • Veranderende marktomstandigheden • Langdurige uitval door ziekte van medewerkers • Onvrijwillige beëindigingen van dienstverbanden
Duurzame samenwerkingsverbanden Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) Doel: Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing (warme fase) en regie (koude fase) van de geneeskundige hulpverlening en de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. Vorm van belang: De GHOR is organisatorisch een onderdeel van de GGD. Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en VRMWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. De DPG West-Brabant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de GHOR-taken in Midden- en West-Brabant. Omvang van belang: Een aandeel van 93,65% in de gemene rekening op basis van de vaste verdeelsleutel.
Begroting 2027
45
Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Doel: De verantwoordelijkheid voor veiligheid binnen het havengebied Moerdijk wordt in samenwerking met diverse belanghebbende partijen uitgevoerd. De bedrijfsbrandweerzorg is voor bedrijven die een ‘aanwijzing bedrijfsbrandweer’ hebben. Zij zijn aangesloten bij de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (bestaande uit het havenbedrijf en de aangesloten bedrijven). VRMWB legt de aanwijsbeschikking op. Vorm van belang: De bedrijfsbrandweerzorg is sinds 1 februari 2013 een publiek private constructie tussen VRMWB en de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) in samenwerking met de gemeente Moerdijk, het Havenbedrijf Moerdijk en het bedrijfsleven op het haven- en industrieterrein. De veiligheidsregio verzorgt de huisvesting, het benodigde brandweerpersoneel, hun vakbekwaamheid en het materieel, de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) betaalt een bijdrage voor de bedrijfsbrandweerzorg. Omvang van belang: Het Algemeen Bestuur heeft in december 2024 besloten om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost. Vanaf de volgende begroting wordt deze partij niet meer opgenomen in deze paragraaf.
Publiek-Private Samenwerking voor blusboot Furie 4 BST Doel: Via een langdurige samenwerking tussen BST Dintelsas en de veiligheidsregio wordt voorzien in een gespecialiseerde, hoogwaardige en altijd beschikbare watergebonden incidentrespons, die publiek alleen niet efficiënt of kosteneffectief kan worden georganiseerd. Vorm van belang: Er is een Publiek-Private samenwerking tot 1 oktober 2029 met BST Dintelsas voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. VRMWB maakt structureel gebruik van de specialistische capaciteit via een stand‑by samenwerking. Dit voorkomt dat de brandweer zelf een dure, complexe blusboot moet aanschaffen en onderhouden. VRMWB levert een opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen én we leveren en onderhouden de aanvullende bepakking. Omvang van belang: Een jaarlijks geïndexeerde bijdrage voor 24/7 beschikbaarheid. Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OCB VR/Brw) Doel: De uitvoering van de gezamenlijke meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening (GHOR) van VRMWB en VR-Zeeland. Vorm van belang: Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met veiligheidsregio Zeeland, ten behoeve van de gezamenlijke meldkamerfunctie inclusief de CaCo's in Bergen op Zoom.
Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1-1-2020 dienst van VRMWB en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. Omvang van belang: De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.
Begroting 2027
46
3.
Financiële begroting
3.1
Kaders totstandkoming begroting
Beleidswijzigingen Voor de beleidsmatige ontwikkelingen die genoemd zijn in de Kaderbrief 2027 is financiële dekking gevonden of is er landelijke financiering (gevraagd). Deze hebben geen gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage in begrotingsjaar 2027. In deze paragraaf worden de volgende ontwikkelingen op het bestaand beleid toegelicht: de financiering beroepsposten als gevolg van Europese wet- en regelgeving en de post Moerdijk Haven. Financiering beroepsposten als gevolg van Europese wet- en regelgeving In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving is eind 2022 bestuurlijk voor de tijdelijke oplossing gekozen om de repressieve sterkte van de brandweer op orde te krijgen. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren, wat met ca. € 465k financieel de meest aantrekkelijke oplossing is. In een brief aan de informateur heeft de voorzitter van het Veiligheidsberaad benadrukt dat landelijk een extra investering van structureel € 40 miljoen nodig is voor het behoud van onze vrijwilligers. Post Moerdijk Haven In de vergadering van 12 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost.
De jaarlijkse kostenstijging van € 893k vanaf 2027 vangen we aanvankelijk incidenteel op. Vanaf 2029 dekken we deze kosten structureel vanuit het principe ‘nieuw voor oud’. Het is nu nog onzeker of binnen de transformatie brandweerzorg tijdig voldoende financiële ruimte ontstaat om deze ontwikkeling op te vangen.
Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2027. Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2027. Kerngegevenstabel Centraal Planbureau o.b.v. MEV-sept 2025 Onderstaande tabel presenteert de kerngegevens MEV 2026 van het Centraal Plan Bureau op basis van september 2025 in de kolom Index CPB. Deze bevat dit keer echter geen meerjarenperspectief in verband met het vallen van het kabinet. We vallen daarom terug op de Concept MEV van juni 2025. In de kolom ernaast staat de verhouding die leidt tot een gewogen index waarmee regulier in onze begroting wordt gewerkt.
Begroting 2027
47
Index CPB
Verhouding
Loonindex 2025 Prijsindex 2025 Gewogen index Index 2025 bij begroting 2026 Correctie index 2025
5,00% 4,00%
60,00% 40,00%
3,00% 1,60% 4,60% 3,90% 0,70%
Loonindex 2026 Prijsindex 2026 Gewogen index Index 2026 bij begroting 2026 Correctie index 2026
2,80% 2,60%
60,00% 40,00%
1,68% 1,04% 2,72% 2,30% 0,42%
Loonindex 2027 Prijsindex 2027 Gewogen index 2027 Index 2027 incl nacalculatie (correctie 2025 en 2026)
3,50% 2,50%
60,00% 40,00%
2,10% 1,00% 3,10%
Loonindex 2028 Prijsindex 2028 Gewogen index 2028
4,30% 2,70%
Loonindex 2029 Prijsindex 2029 Gewogen index 2029
5,10% 2,50%
Loonindex 2030 Prijsindex 2030 Gewogen index 2030
3,80% 2,40%
60,00% 40,00%
60,00% 40,00%
60,00% 40,00%
Gewogen Index index kaderbrief 2027
Index Begroting 2027
4,22%
4,22%
2,58% 1,08% 3,66%
3,66%
3,66%
3,06% 1,00% 4,06%
4,06%
4,06%
2,28% 0,96% 3,24%
3,24%
3,24%
Op basis van deze indices en degene die reeds eerder in de begroting 2026 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdragen van de gemeenten worden aangepast. Deze index en mutatie in de begroting 2027 is in onderstaande tabel weergegeven. Mutatie