CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026 (3 boekwerk)

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Begroting 2026.38.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Ruimte ten opzichte van landelijk gemiddelde Bedragen x € 1.000 A = OZB opbrengst landelijk gemiddeld 1 B = OZB opbrengst Hilvarenbeek raming 2026 Beschikbare ruimte A -/- B

5.861 5.220 641

Ruimte ten opzichte van artikel 12 Bedragen x € 1.000 A = OZB opbrengst artikel 12 2 B = OZB opbrengst Hilvarenbeek raming 2026 Beschikbare ruimte A -/- B

7.520 5.220 2.300

Als we de OZB-tarieven zouden verhogen tot het niveau van de artikel 12-norm, dan is onze onbenutte belastingcapaciteit € 2,3 miljoen. Als we het gemiddelde landelijke OZB-tarief hanteren, komt onze beschikbare capaciteit uit op € 641.000,-. Hierbij hebben we al gerekend met de extra tariefsverhoging van 5% in 2026. We tellen bij de beschikbare structurele capaciteit (uitgaande van de ruimte ten opzichte van het landelijk gemiddelde) nog de structurele ruimte op die nu in onze begroting 2026 zit. Dit is voor 2026 € 99.000 (2027: € 444.000, 2028: - € 472.000, 2029: - € 451.000)

1 2

Bron: Coelo.nl, tarievenoverzicht 2025 Bron: meicirculaire 2025 pagina 114, tarieven 2026

93

Structurele weerstandscapaciteit A = OZB ruimte ten opzichte van landelijk gemiddelde B = Structurele begrotingsresultaten Totaal = A + B

2026 641 99 740

2027 641 444 1.085

2028 641 -472 169

2029 641 -451 190

Incidentele capaciteit Voor de incidentele capaciteit weerstandscapaciteit nemen wij de geraamde stand van begin elk jaar van onze algemene reserve en de reserve grondexploitatierisico’s. Dit is inclusief de effecten van de voorjaarsnota 2025. Stand per 01-01 Algemene bedrijfsreserve Algemene reserve grondexploitatie

2026 3.286 3.007

2027 3.766 3.296

2028 2.041 3.084

2029 1.570 3.095

Tabel – Geraamde stand begin van het jaar

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid veranderd moet worden. Om het structurele weerstandsvermogen te bepalen, confronteren we de structurele risico’s met de structurele weerstandscapaciteit. Het incidentele weerstandsvermogen bepalen we door alle incidentele risico’s af te zetten tegen de algemene bedrijfsreserve. De confrontatie van het risicoprofiel en weerstandscapaciteit is hieronder weergegeven. Berekening ratio’s structurele weerstandsvermogen A = Structurele capaciteit B = Structurele risico’s Ratio = A gedeeld door B

2026 740 1.552 0,48

2027 1.085 1.552 0,70

2028 169 1.552 0,11

2029 190 1.552 0,12

Berekening ratio’s incidentele weerstandsvermogen algemene dienst A = Algemene bedrijfsreserve B = Incidentele risico’s algemene dienst Ratio = A gedeeld door B

2026 3.286 775 4,24

2027 3.766 775 4,86

2028 2.041 775 2,63

2029 1.570 775 2,03

Berekening ratio’s incidentele weerstandsvermogen grondexploitaties A = Algemene bedrijfsreserve grondexploitaties B = Incidentele risico’s algemene dienst Ratio = A gedeeld door B

2026 3.007 538 5,59

2027 3.296 538 6,13

2028 3.084 538 5,73

2029 3.095 538 5,75

Conclusie: waardering en normen voor het weerstandsvermogen De onderstaande tabel geeft de waardering aan per score van de berekende ratio’s weerstandsvermogen. Ratio >2 1,5 – 2 1,0 - 1,5 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6

Waardering uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

94

De provincie adviseert ons om een norm vast te stellen voor het noodzakelijke weerstandsvermogen. Wij hebben dit advies ter harte genomen. Wij hanteren een norm van minimaal 0,8 voor zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen. Tussen de 1 en de 0,8 is extra voorzichtigheid geboden. Een score onder de 0,8 betekent dat we een onvoldoende scoren. Structureel Voor het structurele weerstandsvermogen voldoen wij nIet aan deze norm. In de berekening is rekening gehouden met de structurele ruimte die nu in onze begroting 2026 zit. In de berekening is alleen gekeken naar het verschil in OZB ten opzichte van het gemiddelde in Nederland en niet naar de uitbreidingsmogelijkheden in vergelijking met een artikel 12 status. Wanneer we deze werkwijze hanteren stijgt de ratio nog van 0,48 naar 1,48. In dat geval is de waardering voldoende. Incidenteel Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst scoort net als het incidentele weerstandsvermogen voor de grondexploitatie uitstekend. Wanneer we naar het totaal van de incidentele risico´s kijken en dit afzetten tegen de totale beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is de ratio 4,79. Dit wordt eveneens gewaardeerd als uitstekend.

95

Financiële kengetallen In deze paragraaf geven wij u een overzicht van enkele financiële kengetallen met als doel u op een eenvoudige manier inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Deze financiële kengetallen zijn verplicht op basis van artikel 11 BBV. Naast een structureel sluitende reële begroting is het voor een gezonde financiële positie ook van belang dat de schulden niet te hoog oplopen, de risico’s binnen de grondexploitatie op te vangen zijn en er nog voldoende financiële ruimte is binnen de exploitatie of om belastingen te verhogen. We gaan eerst in op de normering en daarna volgen de financiële kengetallen. Normering Om meer inzicht te krijgen in de kengetallen kiezen we ervoor om aan te sluiten bij de ‘signaleringswaarden’ die diverse gemeenten gebruiken zoals in onderstaande tabel weergegeven. De signaleringswaarden zijn oorspronkelijk afkomstig uit de houdbaarheidstest voor gemeenten van de VNG. De signaleringswaarden zijn geen normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincie. Het is primair bedoeld al instrument voor de raad. Per kengetal zijn signaleringswaarden ingedeeld in drie categorieën. Categorie A is het minst risicovol, categorie B is een risicoprofiel waarbij voorzichtigheid is geboden, categorie C is een risicovol profiel. Kengetallen

Cat. A

Cat. B

Cat. C

Netto schuldquote

<0,9

0,9 - 1,3

>1,3

Netto schuldquote - correctie verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

<0,9 >0,5

0,9 - 1,3 0,2 - 0,5

>1,3 <0,2

>0

0

<0

Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

<0,2

0,2 - 0,35

>0,35

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpers. huishouden

<0,95

0,95 - 1,05

>1,05

Financiële kengetallen We hebben de financiële kengetallen berekend voor onze gemeente. U ziet ze in onderstaand overzicht. De kengetallen van 2024 (JR24) komen uit de jaarrekening 2024. De kengetallen van 2025 uit de begroting 2025. De jaren 2026 en verder zijn berekend op basis van de cijfers uit dit begrotingsboekwerk. Per kengetal hebben we met kleur weergegeven in welk risicoprofiel het kengetal valt. Kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuihouden

Begr 2025 0,51 0,44 0,26 0,01 -0,03 0,94

Begr 2026 0,64 0,51 0,23 0,00 -0,04 0,93

Begr 2027 0,88 0,76 0,20 0,01 -0,02 0,93

Begr 2028 1,08 0,96 0,16 -0,01 -0,01 0,93

Begr 2029 1,15 1,04 0,14 -0,01 -0,01 0,93

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald bepalen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief verstrekte leningen. De VNG adviseert om 1,3 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als algemene norm geven we de onderstaande richtgetallen. De netto schuldquote gaat vanaf 2028 naar een niveau waarbij voorzichtigheid is geboden. Dit heeft te maken met de externe financiering die nodig is voor investeringen zoals School Doelakkers en Hart van Haghorst.

96

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. De schuldratio is de tegenhanger hiervan. De toename of afname van de schulden in een jaar is het financieringsresultaat van de gemeente. Het wordt ook wel schuldevolutie genoemd. De schuld mag niet zover oplopen dat de financiële positie in de waagschaal wordt gelegd. De gemeentefinanciën horen - ook bij economisch slecht weer zonder hulp van buitenaf beheersbaar te blijven. Normaal ligt de waarde voor de solvabiliteitsratio boven de 0,5. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 0,2 en 0,5. We zien dat de waarde de komende jaren op een niveau ligt waarbij voorzichtigheid is geboden. In 2028 duikt de waarde naar een risicovol profiel. Net zoals bij de netto schuldquote heeft dit te maken met de investeringen in onder andere Hart van Haghorst en School Doelakkers. Ook zien we dat we vanaf 2028 minder middelen van het Rijk ontvangen waardoor we ook minder kunnen reserveren in onze algemene reserves.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De provincie hanteert de richtlijn dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Het structurele saldo berekenen we in hoofdstuk 3 van de jaarrekening. Als het structurele saldo positief is dan is het kengetal van de structurele exploitatieruimte ook positief. We berekenen dit kengetal namelijk door het structurele saldo van de baten en lasten te delen door de totale baten. De provincie hanteert als richtlijn dat het structurele saldo meerjarig positief moet zijn. Wij hanteren daarom als norm dat de structurele exploitatieruimte minimaal 0 moet zijn. Met een kengetal van 0,01 in 2026 voldoen wij aan deze norm. In 2028 zien we het kengetal dalen naar een risicovol profiel. We kunnen de structurele exploitatieruimte verder vergroten door het eigen beleid aan te passen waardoor we meer opbrengsten ontvangen of minder kosten maken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

De boekwaarden van verliesgevende plannen zijn gebaseerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen zijn voorzieningen getroffen. De invloed van de grondexploitatie op de exploitatie is met een kengetal van -0,01 tot -0,04 beperkt. We hebben ook een aparte algemene reserve voor de grondexploitatie waarmee we risico’s opvangen. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde. De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten waar we mee rekenen zijn € 1.054 in jaar 2025. De gemiddelde geraamde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Hilvarenbeek bedragen € 930 in 2025. We nemen het jaar 2025, omdat uiteraard het landelijk gemiddelde over 2026 nog niet bekend is. Het kengetal komt daardoor op 0,88. Daarmee zit onze belastingdruk onder het landelijk gemiddelde en valt in de minst risicovolle categorie. Algemene conclusie financiële positie Onze financiële positie is normaal, maar er is wel voorzichtigheid geboden. Bij de solvabiliteit is voorzichtigheid geboden.

Deze schuurt tegen een risicovol profiel aan. De resultaten van de komende ja-

97

ren zorgen ervoor dat ons solvabiliteitsratio in 2028 onder onze ondergrens zakt. Nieuwe investeringen van een grote omvang moeten zorgvuldig worden afgewogen omdat onze schuld daarmee kan stijgen naar een niet wenselijke omvang. De grondexploitaties hebben een beperkte invloed op de exploitatie. De gemiddelde woonlasten liggen onder het landelijk gemiddelde. Tot slot voldoet de structurele exploitatieruimte van jaar 2026 aan de norm van de provincie. Wel accepteren we vanaf 2028 een nadelig resultaat waardoor voorzichtigheid geboden is. We hebben hier nog invloed op door het eigen beleid aan te passen. Bijvoorbeeld de lokale heffingen verhogen of versoberen op een beleidsterrein waardoor kosten dalen.

98

Paragraaf 3

2.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Deze paragraaf gaat over hoe wij onze kapitaalgoederen beheren en onderhouden. Kapitaalgoederen zijn de gemeentelijke wegen, riolering, gebouwen, openbaar groen, sportvelden en water. Het grootste deel van het werk doen we omdat we als gemeente eigenaar en beheerder zijn van de publieke ruimte en een aantal onroerende en roerende zaken. We hebben een groot vermogen veel geld geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit en het onderhoud hiervan bepalen onder andere het voorzieningenniveau aanbod aan voorzieningen binnen onze gemeente. Ze bepalen ook de hoogte van de kosten die dit met zich meebrengt. In deze paragraaf leggen we uit welke afspraken en regels we volgen voor het onderhoud en wat dit financieel betekent. We gaan eerst in op de kapitaalgoederen binnen de openbare ruimte. Daarna lichten we de categorie gebouwen toe.

Onderhoud openbare ruimte Beheer openbare ruimte Beleidskader Openbaar groen Het openbaar groen onderhouden we al jaren op onderhoudsniveau B. De werkzaamheden voeren we uit op basis van een bestek. Dit is voor een gedeelte een beeldbestek met posten die op een bepaald beeld onderhouden moeten worden. Denk hierbij onkruidbeheersing. Voor de controle op deze posten worden de beeldlatten van het CROW gebruikt. In de beeldlatten is omschreven aan welke voorwaarden voldaan moet worden. Door de toezichthouders van de buitendienst wordt hierop steekproefsgewijs gecontroleerd. Naast de beeldposten zijn er werkzaamheden op frequentie basis opgenomen. Denk hierbij aan het knippen van de hagen; dat twee keer per jaar wordt uitgevoerd. Werkzaamheden die nauwelijks uitvoerbaar zijn op basis van beeld of frequentie, zoals bijvoorbeeld het onderhoud aan de parkeerkelder worden op regiebasis uitgevoerd. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. Toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn, worden vervangen. Daarnaast worden, in overleg met bewoners, enkele speelplekken vernieuwd. Vier maal per jaar worden de speelterrein gecontroleerd, waarvan één keuring door een extern deskundige wordt uitgevoerd.

99

Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2026 1.283.000 8.000

Begroting 2027 1.278.000 8.000

Begroting 2028 1.253.000 8.000

Begroting 2029 1.253.000 8.000

Bij de exploitatiekosten in 2026 een extra bedrag van € 30.000 opgenomen voor uitdiepen watergangen/bermsloten (voorjaarsnota 2025, knop 67). Bij de exploitatiekosten in 2027 een extra bedrag van € 25.000 opgenomen voor de aanpak achterstallig onderhoud bomen en groen langs wegen in het buitengebied (voorjaarsnota 2024, knop 42). Sportvelden Beleidskader Het onderhoud aan de sportvelden wordt jaarlijks afgestemd met de diverse sportverenigingen. Daarnaast wordt op basis van een meerjarig onderhoudsplan het groot onderhoud uitgevoerd. De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een raambestek. Dit bestek is gebaseerd op kwaliteit en duurzaamheid; zoals het maaien met maairobots, automatische beregening en nieuwste ontwikkelingen op gebied van grasmengsels. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten. 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Afgerond op € 1.000 1. Exploitatiekosten 2. Kapitaallasten

Begroting 2026 272.000 90.000

Begroting 2027 240.000 92.000

Begroting 2028 254.000 94.000

Begroting 2029 254.000 92.000

Bij de exploitatiekosten is in 2026 € 20.000 extra opgenomen ter verbetering van de kwaliteit en duurzaamheidsverbeteringen onderhoud grassportvelden (voorjaarsnota 2024, knop 10). Daarnaast komen de verschillende bedragen bij de jaarschijven voort uit de kosten voor groot onderhoud ( voorjaarsnota 2024, knop 11). Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. In februari 2022 is het Riool- en Waterprogramma voor de periode 2022-2026 vastgesteld. Daarbij is een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven opgesteld voor de periode 2022 tot en met 2026. In de loop van 2026 zullen we het gemeentelijk rioleringsplan actualiseren en aanpassen om te komen tot een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven voor de periode 2027 tot en met 2031.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16141764/1