23 Memo aanvullende informatie toeristische beleidslijn n.a.v. commissie 8 mei
Tekst van het document
Aan: commissie Ruimte-Samenleving van de Gemeenteraad Van: wethouder Machielsen Betreft: beantwoording openstaande vragen en aanvullende toelichting Datum: 16 mei 2024
Aanleiding Op 8 mei 2024 stond het raadsvoorstel ‘Toeristisch-recreatieve beleidslijn’ beeldvormend op de agenda van de commissie Ruimte-Samenleving. Tijdens deze vergadering is een presentatie gegeven over het voorliggende stuk. Naar aanleiding van de presentatie zijn enkele vragen gesteld. Één van de vragen – gesteld door het CDA – konden we niet ter plekke beantwoorden. De beantwoording van deze vraag koppelen we daarom schriftelijk aan u terug. Daarnaast geven we ook een aanvullende toelichting op enkele andere onderwerpen die tijdens de vergadering aan bod kwamen. Openstaande vragen Door het CDA zijn twee vragen gesteld die we niet tijdens de commissievergadering konden beantwoorden. Deze zijn cursief weergegeven. De antwoorden volgen direct daaronder. • In tabel B1.1 wordt aangegeven dat er 9 B&B’s zijn in onze gemeente. Ook wordt ergens iets geschreven over kleinschalige B&B’s met drie kamers. Men kent een B&B in onze gemeente die in elk geval 11 kamers heeft. Valt die onder de 9 B&B’s uit de tabel, of valt die ergens anders onder? De aantallen die genoemd worden in tabel B1.1 betreffen een inventarisatie van dat moment. Alle B&B’s die op het moment van de telling in onze gemeente gevestigd waren zijn hierin meegenomen. De grotere B&B in onze gemeente valt dus ook onder dit aantal. In het raadsvoorstel wordt gesproken over kleinschalig logeren in de vorm van B&B’s.
Dit gaat over B&B’s in het buitengebied. De grotere B&B valt in het stedelijk gebied en heeft daarom meer kamers. Alle B&B’s – zowel in het buitengebied als het stedelijk gebied – zijn meegenomen in de telling, en horen dus bij het aantal dat in de tabel genoemd is. •
In tabel B3.1 wordt een indicatie van kansrijke sectoren gegeven. Daar staan bijvoorbeeld hotels in benoemd, maar B&B’s komen daarin niet terug. Wellicht zijn binnen onze gemeente B&B’s juist nog aantrekkelijker dan hotels, maar waarom zien we die niet terug? Tabel B3.1 is gebaseerd op een regionaal onderzoek naar verblijfsaccommodaties. Dit onderzoek is in 2020 in de Regio Hart van Brabant uitgevoerd met als doel een integraal marktbeeld van de verblijfssector te krijgen en vervolgens marktpotenties en ontwikkelkansen te kunnen benoemen. Op basis van dit onderzoek én het aanbod in onze gemeente is tabel B3.1 tot stand gekomen. Wij constateren inderdaad dat B&B’s niet zijn opgenomen in deze tabel. Voor B&B’s geldt echter dat in onze gemeente relatief veel B&B’s zijn. Toevoegen kan wel, maar het is wenselijk wanneer die zich richten op nieuwe doelgroepen en niet op doelgroepen waar nu al veel aanbod voor is. Dit is in lijn met uitgangspunt 1 (‘versterken en verbreden van het huidige aanbod’). Nadere onderbouwing gebiedsindeling De kaart behorende bij de toeristische beleidslijn is procesmatig tot stand gekomen. Hierbij is gebruik gemaakt van kennis en expertise van vakspecialisten bij de gemeente maar ook van bestaande gemeentelijke en provinciale beleidsstukken en kaarten.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bestemmingsplan Buitengebied, structuurvisie, het Landschapsontwikkelingsplan, kaarten uit het
project ‘vitalisering strategie buitengebied’, cultuurhistorische waardenkaart, Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant en natura2000.nl. Een nadere onderbouwing per gebied volgt hieronder: 1. Recreatie op één (paars): dit is het gebied rondom de Beekse Bergen waar al veel recreatie is (safaripark, speelland, evenementenlocatie). Het gebied is geschikt voor intensieve vormen van recreatie omdat er nauwelijks sprake is van kwetsbare natuurgebieden of andere kwetsbare waarden waar rekening mee gehouden moet worden (uitgezonderd enkele delen die deel uitmaken van het NatuurNetwerkBrabant). Ook wonen er weinig mensen in dit gebied, waardoor er weinig nadelige invloed is op de leefbaarheid. 2. Kansrijk voor recreatieve initiatieven (lichtgroen): na het gebied ‘recreatie op één’ is dit het gebied met de meeste slaapplaatsen voor recreatie. Ook is het een divers gebied met veel verschillende functies en veel natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden waardoor het aantrekkelijk is voor toeristische en recreatieve initiatieven. De N269 en de N395 lopen door het gebied, waardoor het goed bereikbaar is. Ook is in dit gebied een gunstige (sociale) draagkracht. De meeste inwoners (uit inwonersonderzoek) vinden nieuwe voorzieningen passend in of aan de randen van de kernen. Dit gebied is onder te verdelen in de dorpskernen en het landelijk gebied. 3.
Agrarisch is uitgangspunt: dit gebied bestaat uit gebieden met een primair agrarische functie en een aantal beschermde beekdalen. Dit gebied is overwegend jong ontginningslandschap (in het verleden ontgonnen specifiek voor de landbouw). Het is een open gebied, minder cultuurhistorische waarden, vooral gericht op landbouw. In deze gebieden is de omvang van toerisme gering (8% van de slaapplaatsen) en er wonen relatief weinig inwoners (6%). Deze gebieden hebben voornamelijk een agrarische functie die in principe niet goed samengaat met grotere recreatieve ontwikkelingen en/of intensievere vormen van recreatie. 4. Natuur op één: dit gebied bestaat uit de beschermde natuurgebieden binnen het NatuurNetwerkBrabant en Natura2000. De natuurgebieden zijn niet geschikt voor intensieve vormen van recreatie maar kunnen wel op een extensieve manier beleefd worden. Denk daarbij van wandel- en fietspaden. Daarnaast is tijdens de commissievergadering benoemd dat natuurgebied Annanina’s Rust niet op de kaart is weergegeven. Daarnaast is ook de Reusel (Natura2000) niet compleet aangeduid. Deze gebieden behoren beiden donkergroen gekleurd te zijn. Via het college zal een gewijzigde kaart aangeboden worden aan uw raad voorafgaand aan de behandeling in de besluitvormende raad van 30 mei.
Status van bijlage B3.1 Alleen de uitgangspunten zoals weergegeven in hoofdstuk 2 worden gebruikt door het college om een afweging te kunnen maken over de meerwaarde van een bepaald initiatief. De tabel in bijlage wordt daar niet voor gebruikt. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk om de meerwaarde van het eigen initiatief in de markt te onderzoeken. Die uitgangspunten zijn gebaseerd op een analyse van aanbod en vraag, het huidige beleid, de ambities voor ons als gemeente en trends en ontwikkelingen in de markt. De bijlagen zijn een achtergrond hiervan. Tabel B3.1 is specifiek aan bod gekomen tijdens de commissievergadering. Deze tabel is gebaseerd op een regionaal onderzoek naar verblijfsaccommodaties en het aanbod in onze gemeente, zoals onderzocht door Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd.
Samenhang kaartjes toeristische beleidslijn en kernvisie Omgevingsvisie De kaart die is opgenomen in de toeristische beleidslijn is gedeeltelijk één op één overgenomen in kaart die in het document ‘kernvisie en ambities’ van de Omgevingsvisie is opgenomen. Dat wil zeggen de gebieden ‘recreatie op één’ en ‘kansrijk voor recreatie’ zijn hierop aangeduid. Dit zijn precies dezelfde gebieden als in de toeristische beleidslijn staan. Natuurgebieden (Natura2000, NatuurNetwerkBrabant), beekdalen en gebieden voor ‘duurzame ontwikkeling van landbouw’ zijn ook weergegeven op de kaart van de kernvisie. Die zijn echter op een andere manier geduid, waardoor dit niet één op één terug te herleiden is naar de kaart in de toeristische beleidslijn. De uitgangspunten komen wel overeen. Bij de toetsing van toeristischrecreatieve ontwikkelingen zal de aan de toeristische beleidslijn verbonden kaart benut worden. In de verdere toekomst is een opname in een digitaal gelaagde Omgevingsvisiekaart goed voor het bevorderen van een integrale manier van werken.