22 Vaststellen samenlevingsakkoord (5 bijlage bij reacties inwoners ondernemers en organisaties)
Tekst van het document
MIDDEN BRABANT Lokaal FNV Midden Brabant Visie en Inzet gemeentelijke bestuursperiode 2022 - 2026 Inleiding Hilvarenbeek kiest in maart haar nieuwe gemeenteraad. Lokaal FNV Midden Brabant vindt het belangrijk dat veel inwoners hun stem uitbrengen. Na de verkiezingen volgen het ontwerp van het Bestuursakkoord en de formatie van het nieuwe college. In dit visie document geeft Lokaal FNV Hilvarenbeek een aantal aandachtspunten en wensen mee bij de programmaontwikkeling. Wij rekenen erop dat deze wensen meegenomen worden in de verdere behandeling van het nieuwe Bestuursakkoord. Het is een goed gebruik dat de FNV rondom de lokale verkiezingen een Tienpuntenprogramma onder de aandacht brengt bij de politieke partijen. Ook deze keer is dat gebeurd. Dit landelijke programma voor de gemeenteraadsverkiezingen voegen we hierbij, zie link. Naast het landelijke FNV programma zoomen wij specifiek voor Hilvarenbeek in op een aantal onderwerpen. Hiermee niet gezegd dat andere onderwerpen (zoals Jeugdzorg en de Wmo) van minder belang voor Hilvarenbeek zouden zijn. Echter in dit document verhelderen we aandachtspunten uit het eigen lokale beleidsprogramma. Deze punten achten wij ook van belang voor verdere behandeling in de gemeente en het bestuursakkoord. Want, ook in Hilvarenbeek wonen en werken veel van onze leden.
Naast de individuele dienstverlening functioneren er ook werkgroepen die zich richten op lokale politieke onderwerpen. Dat doen we in wisselwerking en ook regelmatig in samenspraak met lokale politieke partijen, waarbij opgemerkt dient te worden dat wij niet aan partijpolitiek doen. In dit document presenteren wij onze visie en voorstellen voor verdere behandeling: 1. De sociale paragraaf bij de voorstellen voor Energietransitie 2. De verdere planontwikkeling Bestaanszekerheid 3. Huisvesting 4. Wonen en werken van arbeidsmigranten 5. Aandachtspunten lokale arbeidsmarkt Bij alle vraagstukken vinden wij het van groot belang dat de inwoners van Hilvarenbeek in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken worden bij de idee - en planvorming. Hiermee wordt het draagvlak voor de verdere uitvoering (en hiermee de slagingskansen) onzes inziens aanzienlijk vergroot. Onze wensen hieromtrent hebben wij alvast op enkele plaatsen (Energietransitie en Bestaanszekerheid) verder uitgewerkt.
1.
Visie Energietransitie, van Woorden naar Daden
Over nut en noodzaak van Klimaatmaatregelen en (verbonden hieraan) de voorgenomen Energietransitie zijn er rondom Hilvarenbeek nauwelijks twijfels. De vraagtekens ontstaan pas bij het overwegen van uitvoeringsplannen. De FNV vraagt hierbij om de tijdige uitwerking van een sociale paragraaf. Hoe nemen we mensen mee? Hoe houden we de aanpak van klimaat- en energieprojecten betaalbaar en bovendien, met welke kansen en bedreigingen moet er in de uitvoeringsplannen rekening gehouden worden. Hoog tijd om daar beter zicht op te krijgen. 1.1 Proces en betrokkenheid inwoners De gemeente zal haar inspanningen om mensen mee te nemen in de aanpak van Klimaat en Energietransitie verder moeten vergroten. Mensen moeten in wijken en straten zeer tijdig betrokken worden bij de voorbereidingen, de planontwikkeling naar inhoud en proces. Inwoners moeten zich gehoord weten. Hierdoor ontstaat er ook meer draagvlak. Wij zouden het zeer op prijs stellen als er een opdracht wordt verstrekt over de vraag op welke wijze de betrokkenheid van inwoners kan worden uitvergroot.
Wat zijn wensen en mogelijkheden en bovendien wat zijn hierin de wensen en behoeften van de inwoners zelf: ‘Waarmee zijn inwoners het meeste geholpen?’ 1.2 Terugdringing Marktwerking Er is sinds een paar jaar een breed gedragen gevoel in de maatschappij dat de energiemarkt vaak niet levert wat goed is voor de mensen, niet qua inhoud, niet qua prijs. Ook de FNV vindt dat de energievoorziening een basisbehoefte is en daarom niet of minder geschikt is voor een bedrijfsvoering onder directe marktwerking. In de uitwerking van plannen moet er ruimte komen voor publiek eigendom en publiek toezicht op de planontwikkeling gericht op de productie, het leveren en de beschikbaarheid van energie(bronnen). 1.3 De Energievoorziening dient weer een nutsvoorziening te worden (zie ook hierboven) De gemeente zet zich in om bij deze transitie nieuwe duurzame energie opwekkers zoveel mogelijk in lokaal bezit te laten komen, zeker minimaal 50%. De gemeente stimuleert actief (lokale) energiecoöperaties. Vooral dan wanneer iedereen mee kan doen en kan meebeslissen. Gedeeltelijk rendement naar lokaal belang en lokale bewoners. Als de energie geleverd wordt via een coöperatie, kunnen eventuele overwinsten (nu wind en zon) herverdeeld worden onder de afnemers. 1.4 Aanbestedingsbeleid Energietransitie O
De gemeente ziet er op toe dat opdrachten ‘financieel opgeknipt’ worden, zodat Europese aanbestedingen zoveel mogelijk vermeden kunnen worden. Hierdoor komen lokale/regionale MKB’ers eerder in aanmerking voor opdrachten, idem ook de lokale/regionale beroepsbevolking.
O
De gemeente stelt voorwaarden/criteria bij het verstrekken van opdrachten en vergunningen (organisaties, bedrijven en kavels): O Arbeid waardevast (zekerheid voor personeel) O Vaste contracten (alleen flex bij piek & ziek) O Voorkeur gaat uit naar lokale/regionale beroepsbevolking O Wettelijk minimumloon € 14,- bruto
2
O O
Inzetten Social Return (5%) CO2 neutrale voetafdruk op de bedrijfsterreinen
1.5 Betaalbaarheid De betaalbaarheid van de Energietransitie is voor de meeste inwoners hét issue. Verstandig dat Provincie en Gemeente Het PON opdracht gegeven hebben tot onderzoek (2020) naar de (on)betaalbaarheid van de Energietransitie in randgemeenten en provincie. Het PON onderzoek heeft belangrijke inzichten opgeleverd, die deels later ook terugkomen in een analyse door TNO. Deze analyse geeft goed weer waar en welke inwoners van de gemeente Hilvarenbeek bedreigd worden met de zwaarste klappen. Na de analyse is het nu hoogste tijd voor richtingwijzers om het vraagstuk van de betaalbaarheid te verminderen. Mogelijk moet een nieuwe onderzoeksopdracht worden geformuleerd gericht op het wegnemen van obstakels in de betaalbaarheid en in het verder versterken van het draagvlak van burgers voor verbeteringen. Het TNO spreekt van toenemende energiearmoede en heeft hierbij oog voor mensen die meer dan 10% van hun inkomen besteden aan de kosten van energie. Gelet op de ontwikkeling van de energieprijzen en de verdere vraagstukken rondom de energietransitie moet er in Hilvarenbeek – naast het landelijke programma - een plan van aanpak ontwikkeld worden gericht op het wegnemen van energiearmoede. Als Lokaal FNV Midden Brabant hebben wij januari jl. een enquête gehouden onder onze leden met als centrale vraag wat de verhoging van de energierekening voor hen betekent.
Ruim 50% geeft aan te moeten gaan bezuinigen op kleding en uitgaan (zie bijlage)!
1.6 Woningen voorbereiden op de energietransitie Energietransitie is niet mogelijk zonder een aanpassing van woningen naar een minimaal niveau van isolatie. Voor de komende jaren is ons inziens één van de centrale vragen: Hoe pak je de Bron aan, hoe ga je ‘energie-minderen’ (de no-regret maatregel)? Wat zou ons inziens het antwoord van de gemeente op deze vraag kunnen zijn, zodanig dat er op een goede manier omgegaan wordt met de belangen van alle afnemers? Er zijn namelijk ongelooflijk veel verschillende én conflicterende belangen. Geen enkele situatie is namelijk hetzelfde, elke bewoner is anders (visie en inkomen), vrijwel elk huis is anders. Ons advies: pak de Bron aan langs twee ‘Assen’, de Geld-As en de Gemaks-As. De Geld-As heeft betrekking op het ruimer formuleren van subsidiebeleid en het creëren van ruimere financieringsmogelijkheden voor bewoners. De Gemaks-As heeft betrekking op het ‘makkelijker’ maken voor individuele bewoners. De Geld-As: O Ontwikkel een ruimer subsidiebeleid in het kader van het verduurzamen van de woning. Bijvoorbeeld nu kun je alleen subsidie aanvragen als je twee isolatie maatregelen treft, maak daarvan: bij één maatregel kun je subsidie aanvragen. O Verstrek gratis renteloze voorschotten aan bewoners bij het verduurzamen van hun huis. O Verstrek renteloze leningen aan bewoners met een afbetaling uiterlijk bij verkoop van hun huis.
O Zorg voor garanties van subsidies voor de midden - en lagere inkomensgroepen.
3
O O O
Waardeer bijvoorbeeld ‘de zelfwerkzaamheid’ van de bewoner door de materiaalkosten ook onder de subsidie te laten vallen. Alle VVE’s zijn verplicht in het jaar 2024 een isolatieplan te hebben. Ook deze plannen komen in aanmerking voor kredietverlening. Geef extra aandacht aan de midden- en lage inkomens (koop-en huurwoningen).
De Gemaks-As: O Help inwoners bij het verduurzamen van hun huur/koophuis. O Verstrek goede, eerlijke en transparante informatie aan bewoners en bedrijven. O Biedt ruimte aan het verbinden van vraagstukken en leg relatie tussen energiearmoede en bestaanszekerheid. De gemeente moet mensen (uitkeringsgerechtigden, AOW’ers en werkende armen), die nu meer dan 10% van hun inkomen aan energiekosten uitgeven, uitnodigen voor verdere hulp. O Zorg voor gratis energietransitie coaches (coaches die het traject van de energietransitie per huis uit handen kunnen nemen of ten minste kunnen begeleiden). Deze energie adviseurs worden uiteraard door de gemeente betaald. 1.7 Werkgelegenheid Transitieplannen O Er moeten realistische transitieplannen worden ontwikkeld. Aan het plan moet een paragraaf worden toegevoegd, die richting geeft aan vraagstukken, zoals de betekenis voor de regionale werkgelegenheid, het beschikbare vakmanschap, de beschikbare opleidingen. Ook zal het plan inzicht moeten bieden in het realiseren van nieuwe werkgelegenheid ten behoeve van aanpassingen in wijken en buurten. O De Energietransitie moet een stimulans zijn voor de lokale economie en innovatiekracht. Zorg daarom bij het verstrekken van opdrachten voor stages en werkgelegenheid bij deze energieprojecten en bij onderwijs- en kennisinstellingen.
O Creëer als gemeente gunstige omstandigheden om werk in de sector energie, hergebruik, recycling en upcycling te scheppen. Zo geeft het nieuwe impulsen voor de economie op gemeente- en buurtniveau. 1.8 Raadsvoorstellen Naar verwachting worden er komende bestuursperiode vele Raadsvoorstellen ingediend binnen het domein Klimaat/Energietransitie. Wij stellen voor bij alle in te dienen kadernota’s of beleidsvoorstellen een sociale paragraaf toe te voegen met richtingwijzers voor wat betreft: O Het draagvlak bij inwoners en praktische uitvoerbaarheid voor inwoners. O De effecten op het vraagstuk bestaanszekerheid en (het versterken van de lokale/regionale werkgelegenheid). O Het effect op de uitvoerbaarheid, de beschikbaarheid van opleiden van vakmanschap. O De betaalbaarheid voor onze inwoners. 1.9 Wethouder Energietransitie Wij geven in overweging in de nieuwe bestuursperiode een wethouder toe te voegen of vrij te maken uitsluitend voor de behandeling van vraagstukken in Klimaat en Energietransitie. Deze wethouder moet centraal komen te staan in de verdere planontwikkeling voor Klimaat/energietransitie verbonden aan
4
stad, inwoners en buurten. Hij/zij is verantwoordelijk voor de aanpak, de uitvoering, evaluatie en bijsturing.
5
2. Visie Bestaanszekerheid Hilvarenbeek heeft gekozen voor een vernieuwde aanpak, van financiële ondersteuning naar een bredere aanpak bestaanszekerheid. Het nieuwe college moet verder op deze weg. Bovendien moeten aanpak en beleid verder verdiept naar de achtergronden en omstandigheden van verschillende doelgroepen (ouderen, vrouwen, werkende armen, kinderen) binnen het domein bestaanszekerheid. Mensen/doelgroepen moeten – individueel en collectief - de juiste aandacht en middelen ontvangen om een leven te veroveren zonder armoede. Bovendien moet de aanpak van de gemeente beter afgestemd worden met de maatschappelijke organisaties in de gemeente. Betrokken organisaties – met elk een eigen focus en achterban – moeten sterker betrokken worden bij de verdere planontwikkeling en uitvoeringsplannen. Naar onze mening staan vele organisaties nu nog buiten de beleidsontwikkeling. Dat kan anders, dat moet anders. Daar denken we graag in mee. 2.1 Sociaaleconomisch denken en handelen In de huidige benadering van bestaanszekerheid kiest de Gemeente vooral voor de persoonsgerichte benadering. Daar is niks mis mee. Echter naar onze mening moet de gemeente aanvullend sterker rekening houden met de maatschappelijke/structurele oorzaken en achtergronden. Deze reiken verder dan de individuele omstandigheden en achtergronden.
Zo moet er in de analyse en de uitwerking van beleid sterker rekening gehouden worden met de maatschappelijke oorzaken en achtergronden rondom armoede, onvoldoende inkomen, de beschikbaarheid van werk, de toegang tot de arbeidsmarkt, het onderwijs. Naar onze mening moet de gemeente de Rijksoverheid bovendien sterker aanspreken op het bijsturen in landelijke beleidskaders/wetgeving. Verdere aanpassingen hierin zijn noodzakelijk om mensen duurzaam vooruit te helpen. Leuk of niet armoede is veelal verbonden aan maatschappelijke achtergronden en de oplossing vraagt dan ook een scherper oog in bijsturen in de maatschappelijke achtergronden en ook in de landelijke regelgeving. De gemeente moet zijn invloed bij het Rijk versterken als het gaat om bijvoorbeeld: O Het minimumloon verhogen naar € 14,O De koppeling van AOW aan de uitkeringen O Het vernieuwen van Participatiewet of Bijstandswet O Ruimte maken voor bijverdienen, het behandelen van giften O Naast handhaving en controle, meer handelen vanuit vertrouwen en ondersteuning O Meer ruimte voor experimenten O Meer ruimte voor een aanpak gericht op verschillende doelgroepen (werkenden, uitkeringsgerechtigden, zieken, mantelzorgers enz.) 2.2 Bestaanszekerheid, werk voor gewone mensen? Werk is voor velen de toegang tot bestaanszekerheid en toekomstzekerheid.
Voor mensen die nu niet vanzelfsprekend deelnemen aan deze arbeidsmarkt moeten nieuwe kansen worden opgespoord en toegevoegd. Naar onze mening liggen er mogelijkheden om arbeidsplaatsen toe te voegen aan de gemeente. Er is volop zinvol werk dat nu blijft liggen. Het is goed voor de gemeente en deelnemers hierin opnieuw initiatief te tonen en ruimte te maken voor een model bijvoorbeeld met basisbanen. Dan moet er verder nagedacht worden over de precieze constructie. Wat ons betreft zal het dan moeten gaan om het toevoegen van banen, duurzaam, niet gericht op uitstroom, onder goedwerkgeverschap, gericht op mensen die willen meedoen, vrijwillige deelname, tegen fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, zoals salaris, scholing, begeleiding.
6
2.3 Minimaregelingen Hilvarenbeek past financiële instrumenten toe om armoede te verlichten. Echter nog altijd zijn er velen die de weg niet vinden naar de beschikbare minimaregelingen. Regelingen en middelen worden onvoldoende gebruikt soms. Dat is niet langer uit te leggen. De gemeente dient het communicatieprogramma hieromtrent te versterken, gericht op de praktische toegankelijkheid voor mensen die daar recht op hebben. Onderzoek verbeterwensen samen met gebruikers en met de Participatieraad. De gedachte bezuinigingen in de toepassingen van financiële instrumenten moeten worden weggenomen. Mensen/gezinnen tot 150% van het minimumloon moeten gebruik kunnen maken van voorzieningen en financiële regelingen. 2.4 Armoedebestrijding Mensen staan centraal en dus is vaak maatwerk geboden bij het ontdekken van de juiste aanpak. Toch moet er in de benadering van bestaanszekerheid een sterker oog ontwikkeld worden voor de meer collectieve achtergronden en aanpak. Zo moeten de analyse en de aanpak verder gefilterd op doelgroepen die mogelijk nu onvoldoende aandacht ontvangen: O Mensen zonder werk O Werkende armen O Mensen met een slechte positie op de arbeidsmarkt O Vrouwen en armoede O Kinderen en armoede O Ouderen met uitsluitend AOW/klein pensioen 2.5 Vertrouwen De gemeente dient ons inziens in de verdere planontwikkeling bestaanszekerheid ruimte geven aan vertrouwensexperimenten.
De aanpak gericht op vertrouwen moet versterkt ten opzichte van de aanpak gericht op uitsluitend handhaving en controle. Bovendien moet er dan meer ruimte geboden worden voor experimenten: de mogelijkheid voor bijverdienen of het volwaardig invullen van mantelzorg, het stimuleren van deelname aan vrijwilligerswerk. Een van de experimenten kan zich richten op de sollicitatieplicht voor bijvoorbeeld ouderen. In gesprek met betrokkenen moet de sollicitatieplicht van bijvoorbeeld mensen boven de 60 jaar worden afgeschaft. Er moet voor deze mensen maatwerk komen in de dienstverlening. Dit geldt ook voor mensen die mantelzorg verrichten. 2.6 Meedoen in Sport en Cultuur Sporten (cultuur) is ook voor mensen in eenzaamheid en armoede een belangrijke springplank onderweg naar verbetering. De gemeente moet haar infrastructuur (clubs, velden, coaches, sportzalen) ter beschikking stellen aan mensen die overdag willen sporten. Ook voor het stimuleren van deelname aan activiteiten in de sfeer van cultuur/clubs moeten er nieuwe mogelijkheden worden aangeboden. 2.7 Meedoen in de planontwikkeling Jawel, er gebeurt al veel goeds in de behandeling van bestaanszekerheid. Toch worden de problemen er voor mensen en de gemeente niet geringer op. Integendeel, het armoedevraagstuk is niet van tafel. Gaat het om het betrekken van burgers, dan is er nog een wereld te winnen.
Naar de mening van de FNV moet bij de behandeling van voorstellen in dit domein scherper de vraag behandeld worden of en op welke wijze burgers inbreng leveren bij de planontwikkeling, de uitvoering, de evaluatie. Dan gaat het om het versterken van de kwaliteit van beleid en raadsvoorstellen:
7
O O O O
Bij alle in te dienen relevante raadsvoorstellen moet worden aangegeven op welke wijze burgers betrokken worden in de planontwikkeling. Bij het ontwerp van kadernota’s en beleidsvoorstellen worden alvast modellen toegevoegd over mogelijkheden voor inbreng van betrokken burgers . (Bijvoorbeeld) De Participatieraad wordt nog eerder ingeschakeld om adviezen hieromtrent uit te werken, adviezen op de inhoud en adviezen over de inbreng van burgers. Onderdeel van de jaarlijkse “dag van verantwoording” zou moeten zijn het overzicht van onderwerpen waarbij burgers daadwerkelijk de kans geboden is om inbreng te leveren plus de evaluatie hiervan.
8
3. Visie Wonen en Huisvesting Ook voor leden van de FNV zijn de vraagstukken rondom wonen en huisvesten betiteld als de grote actuele vraagstukken voor stad en land. Het veroveren van een (nieuwe) goed passende en betaalbare woning is nog maar voor een enkeling weggelegd. Als voorbeeld zien we dat de gemeente Tilburg haar wensen en gedachten over wonen en huisvesten opgenomen heeft in de woonagenda en het Convenant Wonen 2020-2025. Het convenant is ontwikkeld in een coproductie van gemeente, corporaties, huurders. Jaarlijks worden aan dit convenant prestatieafspraken toegevoegd. Die ingezette beweging is positief. Ook het convenant op zichzelf is veelbelovend. Helaas worden tegelijk hiermee de uitdagingen eerder groter dan kleiner. Ook in Hilvarenbeek immers zijn de vraagstukken levensgroot: het woningtekort, de kwaliteit van beschikbare woningen, de betaalbaarheid, de betaalbaarheid van de noodzakelijke Energietransitie, de vraagstukken rondom wonen en bestaanszekerheid, de gerezen vraagstukken rondom wonen en de leefbaarheid in wijken en buurten. Het gaat nu ook om de prestatie afspraken, de daadwerkelijke uitvoeringsplannen en het toezicht hierop. De ambities in de gemeente moeten eerder groter dan kleiner.
Het vertrouwen in een goede “afloop” is naar onze mening bij veel inwoners en ook bij onze leden even weg? Naar onze mening moeten inwoners en gemeenteraad nadrukkelijker betrokken worden bij de verdere planontwikkeling, de prestatieafspraken en het uiteindelijke toezicht hierop. Hoogste tijd voor een breder publiek debat!
9
4. Visie verbetering positie Arbeidsmigranten Door de ontstane tekorten van vooral praktisch geschoolde werknemers op de arbeidsmarkt zijn er, ook in de regio Midden Brabant, in Hilvarenbeek, steeds meer arbeidsmigranten komen werken. Het gaat om vele mensen uit Roemenië, Bulgarije en Polen en steeds meer ook om mensen uit Afrika. Naar verwachting zal de krapte op de arbeidsmarkt voorlopig aanhouden en zullen werkgevers ook komende jaren gebruik willen maken van buitenlandse arbeidskrachten. Het is de vraag of de werkgevers met het werven van zovele buitenlandse arbeidskrachten niet de gemakkelijkste weg kiezen. Het lijkt voor werkgevers nu gemakkelijker en goedkoper om in het buitenland te werven dan om duurzaam te investeren in mensen die onder de huidige condities niet goed meekunnen in de arbeidsmarkt. Buitenlanders zullen op zoek blijven naar mogelijkheden om een goed inkomen te verdienen en in die zin is Nederland een lonkend perspectief. Dat betekent simpelweg dat vraagstukken verbonden aan arbeidsmigratie morgen niet van tafel zijn. Inmiddels is echter duidelijk geworden dat er ook aan deze medaille een andere kant verbonden is. Schrijnende situaties zijn zichtbaar geworden. Mensen worden geconfronteerd met onfatsoenlijk werk, onfatsoenlijke begeleiding, onfatsoenlijke huisvesting. Voor dorp , arbeidsmigranten en buurten zijn de problemen fors.
Het landelijk Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer is oktober 2020 met een (baanbrekend) adviesrapport uitgekomen: “Geen tweederangsburgers; aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan.” De adviezen van deze commissie zijn overduidelijk, breed gedragen en door veel partijen omarmd. Ook de gemeente Hilvarenbeek heeft de adviezen deels overgenomen. Op welke wijze kan de gemeente de adviezen uitvoeren? Naar de mening van Lokaal FNV moeten we komende bestuursperiode een overtuigend programma ontwikkelen gericht op de positieverbetering van arbeidsmigranten met een stevige inbreng van betrokken werkgevers en gemeente. Op de eerste plaats zal er een duidelijk beeld geschapen moeten worden over de toekomstverwachtingen. Wat zijn de actuele verwachtingen over de omvang en samenstelling van de groep arbeidsmigranten, hun werk, hun werkgevers, de huisvesting? Dan moeten we een beter beeld verwerven van de ernst en omvang van de ontstane vraagstukken voor arbeidsmigranten en voor Hilvarenbeek. Vervolgens moeten we een programma uitwerken in twee sporen: de positieverbetering van arbeidsmigranten voor wat betreft werken, inkomen en huisvesting, en de verdere aanpak van de sociale samenhang in de buurten. De FNV gaat graag mee aan tafel om de best mogelijke plannen te ontwikkelen.
Enige bouwstenen voor het programma plaatsen we alvast hieronder. We zullen echt werk moeten maken van de adviezen van de commissie Roemer. Wat willen wij, Lokaal FNV Midden Brabant, graag de komende vier jaar gerealiseerd zien? 4.1 Rol en invloed van de gemeente Beinvloeden van het Rijk ten aanzien van: O Ontkoppeling baan-bed Bij wet regelen dat de koppeling baan-bed wordt opgeheven (als nu een arbeidsmigrant werkloos wordt, loopt hij erg vaak het risico daardoor ook geen huisvesting meer te hebben).
10
O
Betere beheersing van de uitzendsector We vinden het van groot belang dat uitzendbureaus een vergunning dienen te verkrijgen. Nu mag eenieder een uitzendbureau beginnen, er worden geen kwaliteitseisen gesteld. Het uitbannen van malafide uitzendbureaus is erg belangrijk.
4.2 Rol en invloed in de eigen gemeente: O
Verbeteren van registratie van arbeidsmigranten Bij het vestigingsbeleid dient opgenomen te worden dat werkgevers zich verplichten hun (ook tijdelijke) medewerkers te registreren en zij dit dienen door te geven bij het systeem Hilvarenbeekse gemeentelijke basisregistratie.
O
Realiseren van meer huisvesting en het verbeteren van de kwaliteit ervan.
O
Verbeteren van de toegang tot zorg voor arbeidsmigranten Veel arbeidsmigranten (zijn niet goed geïnformeerd over ons Nederlandse zorgvoorzieningen stelsel. De gemeente moet er zorg voor dragen dat er hierover meer en beter wordt gecommuniceerd, zodat mensen eerder en beter de weg weten.
O
Verbeteren van handhaving en toezicht Vooral bij particuliere verhuur is er regelmatig sprake van misstanden in de huisvesting (te veel mensen op één slaapkamer, niet voldoen aan de SNF-normen, vervuiling etc.). In samenwerking met de Arbeidsinspectie, FNV etc. kan hier (liefst proactief) tegen worden opgetreden.
O
Integratie en Welzijn We moeten er rekening mee houden dat arbeidsmigranten langer blijven dan eerder gedacht. Uit onderzoek blijkt dat 75% van de arbeidsmigranten in Nederland blijft. Voor deze zogenoemde ‘longstayers’ én voor de lokale bevolking zelf is het belangrijk dat er activiteiten worden ontwikkeld en georganiseerd, zodat er over en weer meer begrip groeit voor elkaar, dat er geïntegreerd samengeleefd gaat worden, op wijk en lokaal niveau. Mogelijk moeten er lokale steunpunten worden uitgewerkt voor verder onderzoek en aanpak. Komende jaren moeten er in de stad initiatieven ontwikkeld worden gericht op versterkte informatievoorziening, betrokkenheid, meedoen en integratie. De gemeente moet initiatief nemen naar lokale partners om hierin realistische voorstellen te bedenken en uit te werken.
11
5. Visie Lokale arbeidsmarkt en werkgelegenheid Bewegingen binnen werkgelegenheid, inkomen, arbeidsmarkt vormen kernpunten in de benadering door de FNV. Dan is het logisch dat onze werkgroepen bijvoorbeeld gericht op vraagstukken rondom bestaanszekerheid of Energietransitie ook om aandacht vragen voor de verbanden tot vraagstukken over werk, inkomen en arbeidsmarkt. Logisch dus ook dat wij hiermee in dit document – in verband met vorige onderwerpen – aanvullend aandacht vragen voor de betekenis van en de toekomstverkenningen voor de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt in en rondom de gemeente. 5.1 Onderzoek geeft richting De toekomst van de gemeente wordt vooral ook gekleurd door toekomstzekerheid van werk en werkgelegenheid. Lokaal FNV Midden Brabant pleit voor het inrichten van een onderzoeksproject naar de analyse en verbetervoorstellen voor de omvang en samenstelling van de regionale werkgelegenheid/arbeidsmarkt. Het onderzoek moet verdere inzichten opleveren voor wat betreft de verkenningen, de analyse en aanbevelingen voor het versterken van de regionale werkgelegenheid. Scherper inzicht in omvang en samenstelling van de werkgelegenheid en de verwachtingen hieromtrent is nodig om met een geruster hart de toekomst in te gaan. Vanuit de toekomstverkenningen kunnen mogelijk enkele aanbevelingen volgen.
Immers, er zijn alvast vele vragen opgeroepen over de toekomstbestendigheid van werkgelegenheid en arbeidsmarkt. Hoe beoordelen we de omvang en samenstelling van de werkgelegenheid in het licht van de toekomstverkenningen? Is er voldoende aandacht voor de maakindustrie? Is de logistieke sector wellicht te groot in verhouding tot bijvoorbeeld de industrie? Hoe staat het met het eigendom over werk en werkzekerheid? Is het aandeel van de overheid (gemeente, zorg, onderwijs) in de omvang van de werkgelegenheid wellicht te groot geworden? Wat zijn sterke en zwakke kanten in de lokale werkgelegenheid en wat zijn hieruit adviezen voor versterking? Welke trends zien we bij enige sleutelbedrijven in de gemeente? Welke inzichten van werknemers of ondernemingsraden moeten we meenemen in de toekomstverkenningen en in de adviezen? Welke vraagstukken zijn er ontstaan in de beschikbaarheid van vakmensen, personeel, opleidingen? Wat staat ons hierin te doen? Kunnen we elkaar helpen en versterken? Wij pleiten voor een praktisch onderzoeksproject gericht op verkenningen, de analyse en op aanbevelingen voor wat betreft de toekomstbestendigheid van onze lokale werkgelegenheid. In onze opvatting neemt de gemeente het voortouw tot dit onderzoek in afstemming met het bedrijfsleven, de vakbeweging en de universiteit.
5.2 Samenwerken op de Industrieterreinen Hilvarenbeek steunt en faciliteert de samenwerking tussen bedrijven op de bedrijventerreinen. De inspanningen richten zich o.a. op duurzaamheid. In deze beweging zijn er prima initiatieven ontstaan. Maar naar onze mening moet er nu gekozen worden voor verdere richting en bijsturing. Zo kan de samenwerking tussen bedrijven en instellingen verder worden verdiept en verbreed. Ook werknemers moeten – via de ondernemingsraad of vakbonden – uitgenodigd worden een bijdrage te leveren. Mogelijk kunnen er aan de bestaande samenwerking realistische plannen worden toegevoegd gericht op vraagstukken, zoals personeelsvoorziening, energietransitie, mobiliteit, opleidingen en vitaliteit. 5.3 Uit de lessen Coronacrisis In de coronacrisis is met een klap nog meer duidelijk geworden dat Nederland kwetsbaar kan zijn als het bijvoorbeeld gaat om de beschikbaarheid van noodzakelijke materialen, zoals beschermende kleding en mondkapjes in de zorg, de beschikbaarheid van halfgeleiders en chips, de beschikbaarheid van onderdelen
12
in de machine-industrie. Het maken en ontwikkelen van essentiële producten (onderdelen) is vaak verbonden aan een lange en keten, die nu ook kwetsbaarheden heeft getoond. Dan is het de moeite waard de inrichting van enige logistieke ketens te heroverwegen. Waar zien we belangrijke kwetsbaarheden en kunnen we deze wegnemen? Wat kan de bedrijvigheid in Hilvarenbeek bijdragen aan een betere beschikbaarheid van noodzakelijke voorzieningen/materialen? Ontstaan hierin landelijke initiatieven en hoe kan Hilvarenbeek hierin bijdragen? Hoogste tijd wellicht om in afstemming met het bedrijfsleven nieuwe initiatieven te ontwikkelen. 5.4 Meer werk maken van Basisbanen Naar de mening van de FNV moet in de gemeente en regio werk en duurzame werkgelegenheid worden toegevoegd. Gemeenten experimenteren inmiddels met het model basisbanen, zoals bijv. de gemeente Tilburg. Ook Tilburg onderzoekt de mogelijkheden en moet, wellicht samen met bedrijfsleven, hierin duidelijke stappen voorwaarts zetten. Ook Hilvarenbeek zou meer ruimte dienen te maken voor het realiseren van nieuwe vormen van werkgelegenheid. We voegen werk toe aan buurten, onderwijs, zorg, sport, cultuur, energietransitie en kringloopeconomie. Dat is goed voor mensen en goed voor de gemeente. Mensen die dat willen kunnen vanuit de uitkering aan het werk.
Hiermee ontstaan nieuwe kansen voor mensen die nu lastig aan het werk komen: O Duurzame banen, fatsoenlijk (extra) werk O Gericht op mensen die willen meedoen, vrijwillige deelname O Tegen fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden 5.5 Toekomstzekerheid Diamantgroep De Diamantgroep speelt een sleutelrol in de lokale/regionale arbeidsmarkt en in het verzekeren van werk en ontwikkeling voor grote groepen die niet gemakkelijk meekomen. Naar de mening van de FNV moet de Diamantgroep toekomstzekerheid geboden worden om haar rol te kunnen blijven vervullen als Sociaal Ontwikkelingsbedrijf in de regionale arbeidsmarkt. 5.7 Energietransitie, bedrijvigheid en arbeidsmarkt De noodzakelijke Energietransitie geeft richting aan de verdere kansen voor versterking van de werkgelegenheid en arbeidsmarkt Maak als gemeente van aanbestedingstrajecten een proces waarbij ‘people, planet en profit’ in evenwicht zijn en geef zelf het goede voorbeeld. Ga dus niet voor de laagste prijs, doch ga voor sociale aanbesteding (werk voor werk, 14 euro WML etc.). Bewaak dat er sociaal en duurzaam gewerkt wordt en er zoveel mogelijk mensen uit de regio werken. Bewaak dat Cao’s en wet- en regelgeving nageleefd worden. Gebruik dit proces ook bij het vestigingsbeleid voor nieuwe bedrijven. De gemeente faciliteert werkgelegenheid en scholing.
Mensen die hun werk verliezen vanwege de Energietransitie moeten kunnen doorstromen naar een andere gelijkwaardige baan. Creëer voldoende tijd, geld en ruimte voor (om)scholing, zowel voor werkenden als werkzoekenden.
Afrondend In dit visie document hebben we inzicht gegeven in de wensen en aandachtspunten van de lokale FNV, voor gemeente en regio. Het spreekt voor zich dat wij deze punten aanbevelen voor verdere behandeling o.a. in het bestuursakkoord. Graag komen we in gesprek hierover. De plannen en gedachten verdienen een verdere concretisering en uitwerking. Gemeente en mensen verdienen het!
13