CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

19 Verklaring van geen bedenkingen zonneparkproject Ansbaldweg (10 Vernietigde omgevingsvergunning)

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen zonnepark Ansbaldweg.7.904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERZONDEN 2 0 NOV. 2Û20 gemeente Hilvarenbeek

OMGEVINGSVERGUNNING (uitgebreide procedure) 20190325 Wij, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek, hebben een aanvraag voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning ontvangen van: KS NL 32 B.V. Petersplatz 10 München Bondsrepubliek Duitsland De aanvraag is ontvangen op:

17 juni 2019

Voor het project met de volgende activiteiten:

- afwijken regels bestemmingsplan zonnepark ‘Ansbaldweg’ - bouwen van het zonnepark ‘Ansbaldweg’ - uitrit aanleggen of veranderen - werk of werkzaamheden uitvoeren

Op het perceel

gebied nabij de Ansbaldweg te Driessen Hilvarenbeek Q 1235, Q 1424 en Q 1425

Plaatselijk bekend: Kadastraal bekend: Sectie en nummers:

Indieningsvereisten De aanvraag is getoetst aan de daarvoor geldende indieningsvereisten, zoals deze zijn opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). De aanvraag voor een omgevingsvergunning voldoet aan de geldende voorschriften en kan als gevolg daarvan in behandeling worden genomen. De ingediende stukken leveren voldoende informatie op voor een goede beoordeling van de aanvraag en maken deel uit van het besluit. Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit om­ gevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage zijn wij het bevoegd gezag om de integrale omgevings­ vergunning te verlenen. Daarbij zijn wij er procedureel en inhoudelijk verantwoordelijk voor dat in ons be­ sluit alle relevante aspecten aan de orde komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals ruimte, milieu, natuur en aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid. Verder dienen wij ervoor zorg te dragen dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften op elkaar zijn afge­ stemd.

19806612Vİ

Terinzagelegging Gedurende de periode 3 augustus tot en met 14 september 2020 heeft het ontwerp van deze beschikking ter inzage gelegen. Binnen deze periode van terinzageliggen zijn 6 zienswijzen ingediend over het ont­ werp van de vergunning. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27 van de Wabo wijst het Bor of een bijzondere wet, categorieën van gevallen aan waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen be­ stuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo, juncto artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3, van de Wabo (afwijken van het bestemmingsplan) juncto artikel 6.5, lid 1, van het Bor wordt de omgevingsver­ gunning niet verleend dan nadat de raad van de gemeente Hilvarenbeek heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. De raad heeft op 11 november 2020 het besluit genomen omtrent het geven van de verklaring van geen bedenkingen. Overwegingen De volgende onderdelen horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning met het registratie­ nummer 20190325, aan KS NL 32 B.V. voor het realiseren van een zonnepark op het gebied aan de Ansbaldweg ten oosten van Diessen, kadastraal bekend gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424 en 1425.

het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, regels gesteld door Rijk of Provincie of een voorbereidingsbesluit (arti­ kel 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo); het (ver)bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a, van de Wabo). het uitvoeren van werk of werkzaamheden (artikel 2.1, lid 1, onder b, van de Wabo) het aanleggen van een nieuwe uitweg (artikel 2.2, lid 1, onder e, van de Wabo in combinatie met artikel 2.12, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2017). Met betrekking tot deze onderdelen is als volgt overwogen.

ACTIVITEIT AFWIJKEN REGELS BESTEMMINGSPLAN Het aanqevraagde initiatief In het navolgende wordt kort uiteengezet waaruit het aangevraagde project bestaat. Een uitgebreide om­ schrijving van het project is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing ‘Ruimtelijke onderbouwing Zonne­ park Ansbaldweg, Hilvarenbeek’ d.d. 3 januari 2020 en het landschapsplan ‘Inpassing zonnepark aan de Van de Veldenweg te Diessen gemeente Hilvarenbeek’ uit oktober 2019 die onderdeel uitmaken van de aanvraag. Kort samengevat betreft het project de realisatie van een zonnepark met een oppervlakte van circa 16 hectare voor een periode van 25 jaar. Het project is gesitueerd buiten de bebouwde kom in een gebied tussen de Ansbaldweg en de Van de Veldenweg ten oosten van Driessen. Het projectgebied is 16,4 hectare groot. Meer specifiek betreft het de locatie op de volgende luchtfoto:

19806612vl

-v^eiDicerr.

fBaarschot •ēsbeekâf

Uit de ruimtelijke onderbouwing en het landschapsplan blijkt dat ongeveer '\10Zo van de ontwikkeling ten goede komt aan de inpassing van de zonnepanelen in het landschap. De geplande zonnepanelen zullen een bouwhoogte van maximaal 2,59 meter hebben. Bijbehorende voorzieningen zullen worden uitgevoerd in gedekte kleuren met als hoofdtoon Dennengroen. Hierdoor gaan ze op in de structuur van de rest van het zonnepark. Onderstaand is een impressie opgenomen hoe dit gesitueerd wordt binnen het projectgebied:

Vigerend beleid en regelgeving Het college dient in beginsel het gemeentelijk beleid te volgen en rekening te houden met relevant beleid van andere overheden. Voorts mag het besluit niet in strijd zijn met hogere regelgeving. Hierbij is boven­ dien het ruimtelijk kader relevant dat de raad van de gemeente Hilvarenbeek heeft vastgesteld voor de locatie en het gebied in het bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Ter plaatse van het gedeelte waar de realisatie van het zonnepark is voorzien, hebben de bestem­ mingsplannen ‘Buitengebied’ (d.d. 13 maart 2014), ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan'

19806612vl

(d.d. 7 maart 2017) en ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’ (d.d. 8 november 2018) te gelden. Aan deze gronden is de bestemming Agrarisch’ toegekend: 4 4

4 4 4 4

4 4

4 4

4 4

4 4* 4

•f 4

4*

4

4 4 4

4- 4

4 4 4 4

■4

4

4

4

4

4

4* 4

4 4

De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn (onder meer) bestemd voor het agrarisch bedrijf en voor agrarisch gebruik (op grond van artikel 3.1, onder a van de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’). Aan de gronden waarop de aangevraagde activiteiten betrekking hebben, is tevens ten dele de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ toegekend. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voorde andere daar voorkomende bestemmingen, mede be­ stemd voor de bescherming van de middelhoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager I verzamelaars buiten natuurgebieden (op grond van artikel 22.1 van de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’). Om het plangebied is een laanbeplanting gesitu­ eerd. De daarop betrekking hebbende gronden zijn aangewezen als ‘overige zone - landschapsele­ ment’. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de aanwezige laanbeplan­ ting als landschaps- en natuurwaarde. De Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant Het voorliggende te nemen ruimtelijke besluit op de aanvraag dient in overeenstemming te zijn met de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (“lov”, d.d. 25 oktober 2019).

De aanvraag betreft een locatie binnen het ‘Landelijk gebied’ (zoals het is opgenomen in de ver­ beelding van de lov) waar slechts onder strikte voorwaarden een zonnepark mogelijk is. Uit artikel 3.41 van de lov volgt dat nieuwvestiging van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in het landelijk gebied uitsluitend door een gemeentebestuur kan worden toegestaan als met toe­ passing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3 van de Wabo wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

19806612Vİ

a) Uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkhe­ den van windenergie onvoldoende is. b) De nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellin­ gen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. c) De ontwikkeling is qua omvang inpasbaar in de omgeving. d) De ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde. e) De ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd met omliggende gemeenten en de net­ werkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Voorts bepaalt de lov dat de maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. De mate van meervoudig ruimtegebruik. b. De maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken. c. De bijdrage die wordt geleverd aan maatschappelijke doelen. De toelichting bij artikel 3.41 van de lov zet het voorgaande nader uiteen. Uit de toelichting bij de bepalingen uit de lov blijkt het volgende. De lov biedt mogelijkheden voor zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aanslui­ tend op stedelijk gebied. De verwachting is dat dit onvoldoende zal zijn om in de energiebehoefte te voorzien.

Daarom biedt de provinciale regeling ook de mogelijkheid om zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te ontwikkelen. Hieraan zijn eisen verbonden. Een belangrijke voorwaarde is dat de noodzaak van de ontwikkeling volgt uit een onderzoek waaruit blijkt dat de mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie binnen Stedelijk gebied en op daken onvoldoende is. Uit de toelichting blijkt dat er sprake moet zijn van een gedegen ruimtelijke onderbouwing van de behoefte aan duurzame energie en een afweging van locaties. De provincie vraagt gemeenten om bij die locatieafweging specifiek aandacht te besteden aan transformatie en meervoudig gebruik van locaties, bijvoorbeeld op gunstig gelegen vrijkomende lo­ caties in het buitengebied en dergelijke. De betrokken gemeente dient hierbij diverse belangen af te wegen zoals een efficiënte aansluiting op het energienet in samenspraak met de netwerkbeheer­ ders, de kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van energie-infrastructuur. Ook dienen de be­ langen van zorgvuldig ruimtegebruik en kwaliteit afgewogen te worden. De lov stelt geen grenzen aan de omvang van zonneparken in het buitengebied. Naarmate een ont­ wikkeling groter is, verwacht de provincie een grotere inspanning op het gebied van een bijdrage aan maatschappelijke doelen.

Visie Grootschalige Opwek (VGO) en Kadernota 2019 De gemeenteraad van Hilvarenbeek heeft op 7 februari 2019 een gemeentelijke visie vastgesteld waarin de voorwaarden zijn opgenomen voor het kunnen toelaten van zonnepanelen buiten het ste­ delijk gebied: de Visie Grootschalige Opwek (hierna: "de VGO”). Op 16 mei 2019 heeft de raad de Kadernota bij de VGO vastgesteld. Hieraan dient de aanvraag ook te worden getoetst. Beoordeling Alles afwegende meent het college, de raad volgend, dat de aanvraag voldoende in overeenstem­ ming is met de lov en de VGO/Kadernota. Daarbij is het met name van belang dat het gaat om een locatie die in ruimtelijk opzicht bijzonder geschikt is voor een tijdelijk zonnepark. In de ruimtelijke on­ derbouwing is onder meer gemotiveerd waarom dit een goede locatie in het buitengebied kan wor­ den geacht gelet op de voorwaarden die gelden voor het gebied.

19806612Vİ

Die voorwaarden komen - kort gezegd - erop neer dat de voorliggende ontwikkeling voldoende maatschappelijke meerwaarde heeft (aan de hand van de door de lov gestelde gezichtspunten) en de ontwikkeling voldoende inpasbaar is in de omgeving (wederom aan de hand van de door de lov gestelde gezichtspunten). Daarbij is het van belang dat de mate van meervoudig ruimtegebruik vol­ doende is, dat de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken vol­ doende zijn en dat er een voldoende bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke doelen. Hierbij heeft te gelden dat grotere ontwikkelingen meer moeten bijdragen aan maatschappelijke doelen. Gelet op de omvang van het voorliggende project - circa 16 hectare - wordt een duidelijke bijdrage geleverd aan het bereiken van maatschappelijke doelen. Voor het overige is in de ruimtelijke onder­ bouwing gemotiveerd dat wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van meervoudig ruimtegebruik, beperking van de impact op de omgeving en bijdrage aan maatschappelijke doelen. Uit de bij de lov behorende toelichting volgt dat er - kort gezegd - een voorkeur bestaat voor zon­ nepanelen in en aansluitend op stedelijk gebied. In de VGO/Kadernota is gemotiveerd dat er onvol­ doende mogelijkheden bestaan om binnen stedelijk gebied en op daken te komen tot een energieneutrale gemeente (een potentie van ongeveer 20 hectare).

Het voorliggende project past binnen de aanvullende opgave die gezocht zal moeten worden buiten het stedelijk gebied. Het voorliggende initiatief is passend binnen de voorwaarden die worden gesteld in de lov. Hier­ naast past het zonnepark binnen de beleidskaders zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de ruimte­ lijke onderbouwing (waaronder de Structuurvisie Hilvarenbeek). Conclusie Ten aanzien van de activiteit afwijken van het bestemmingsplan hebben wij het volgende overwogen: - Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3“, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden afgeweken van de regels van het vigerende bestemmingsplan, mits de ac­ tiviteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het beoogde gebruik is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening, zoals blijkt uit het voorgaande en de ruimtelijke onderbouwing. De raad heeft om die reden aan de hand van de aanvraagstukken en de relevante regelgeving in redelijkheid kunnen verklaren geen bedenkingen tegen het project te hebben. Het geheel overwegende zijn wij van mening dat het aangevraagde kan worden vergund, mits wordt vol­ daan aan de voorschriften die zijn opgenomen in dit besluit en de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage(n).

Voorschriften De volgende voorschriften zijn aan deze activiteit verbonden: 1. De Instandhoudingstermijn bedraagt 25 jaar, gerekend vanaf de dag dat de exploitatie van enig deel van het zonnepark is aangevangen (de Instandhoudingstermijn). De exploitatie is aange­ vangen: (i) op de dag dat het zonnepark geheel of gedeeltelijk bij CertiQ (althans de entiteit/rechtspersoon die op dat moment bevoegd is productie-installaties als het zonnepark te registreren) is aange­ meld, of indien dit eerder is (ii) op de dag gelegen drie (3) jaar na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning.

19806612Vİ

2. De landschappelijke inpassing, overeenkomstig de bij dit besluit behorende gewaarmerkte docu­ menten (de Landschappelijke Inpassing), dient uiterlijk binnen het eerste plantseizoen (14 okto­ ber tot en met 30 april) na de inkennisstelling voor aanvang van de werkzaamheden als bedoeld in voorschrift 4 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’ volledig gerealiseerd te zijn. Indien voornoemde inkennisstelling vier (4) maanden of korter voorafgaand aan de start van het plantseizoen wordt gedaan, dan dient de Landschappelijke Inpassing in het eerst daaropvol­ gende plantseizoen volledig gerealiseerd te zijn. 3. De Landschappelijke Inpassing dient gedurende de gehele Instandhoudingstermijn in stand te wor­ den gehouden, conform het beheerplan dat onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. 4.

Binnen zes (6) maanden na het verstrijken van de Instandhoudingstermijn, of zoveel eerder nadat het zonnepark definitief buiten gebruik is gesteld, moeten: (i) het zonnepark (de zonnepanelen, de constructieve elementen en alle onder- en bovengrondse infrastructuur) plus alle bijbehorende voorzieningen (hekwerken/bebouwing, verhardingen en alle andere bijbehorende bouwwerken, materialen etc.) voor zover gerealiseerd in/op/aan de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424, en 1425 in het geheel op milieuhygiënische wijze en in overleg met het college zijn ont­ manteld en verwijderd; en (ii) de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424, en 1425 (waaronder de ondergrond van die percelen) in overleg met het college worden hersteld in de bestaande toestand (inrichting) vóór de verlening van deze vergunning, welke toestand zal worden vastgelegd in een Perceelsopname die onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. De in de aanhef en onder (i) en (ii) genoemde verplichtingen worden hierna gezamenlijk als 'de Ontmantelingsverplichtinq aangeduid. 5. Voor het gestelde in voorschrift 4.

moet vergunninghouder uiterlijk binnen veertien (14) jaar nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen financiële zekerheid stellen door een ‘Ontmantelingsborg’ te storten op een rekening die wordt gehouden door een door het college te selecteren Escrow-agent. 6. De hoogte van de Ontmantelingsborg als bedoeld onder voorschrift 5. wordt uiterlijk in het veer­ tiende (14e) jaar van de Instandhoudingstermijn (lees: uiterlijk binnen 13 jaar en 364 dagen nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen) vastgesteld op de navolgende wijze: (i) een onafhankelijke deskundige die door de vergunninghouder en het college gezamenlijk wordt aangewezen zal de hoogte van de Ontmantelingsborg vaststellen, of (ii) indien vergunninghouder en het college niet uiterlijk binnen dertien (13) jaar en zes (6) maan­ den nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen overeenstemming hebben bereikt over de aanwijzing van de deskundige, zullen ontwikkelaar en het college elk één deskundige aan­ wijzen, welke deskundigen vervolgens samen één deskundige aanwijzen en welke drie (3) des­ kundigen vervolgens tezamen de hoogte van de Ontmantelingsborg zullen vaststellen. Alle kosten die de gemeente Hilvarenbeek maakt in verband met de Ontmantelingsborg komen voor rekening van vergunninghouder. Dit betreft in ieder geval de kosten voor het inschakelen van de des­ kundige^) en de Escrow-agent.

19806612Vİ

7. Tegelijkertijd met eerste keer dat gegevens en bescheiden worden overlegd aan het team Veilig­ heid, Toezicht en Handhaving, als bedoeld in voorschrift 3 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’, moet een beheerplan worden overlegd, waarin concreet is beschreven welke werkzaamheden wanneer zullen worden uitgevoerd om de Landschappelijke Inpassing gedurende de gehele Instandhoudingstermijn in stand te houden. Uit het beheerplan moet in ieder geval blij­ ken dat de Landschappelijke Inpassing gedurende voornoemde termijn door het uitvoeren van de daarin opgenomen werkzaamheden in stand kan worden gehouden. 8. Vergunninghouder moet voorafgaand aan de inkennisstelling voor aanvang van de werkzaamhe­ den als bedoeld in voorschrift 4 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’, een na­ dere uitwerking overleggen aan het college van het bij dit besluit behorende gewaarmerkte docu­ ment (het ‘Participatieplan’). Vergunninghouder moet alle activiteiten uitvoeren die in de nadere uitwerking van het Participatieplan zijn beschreven, binnen de bijbehorende termijnen die in de na­ dere uitwerking van het Participatieplan zijn gesteld. 9.

Tegelijkertijd met de eerste keer dat gegevens en bescheiden worden overlegd aan het team Vei­ ligheid, Toezicht en Handhaving, als bedoeld in voorschrift 3 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’, moet vergunninghouder aantonen aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving dat vergunninghouder een redelijk aanbod heeft gedaan aan de heer Lagendijk, wo­ nende aan de Westelbeersedijk 5 in Diessen. Dit aanbod moet betrekking hebben op een voorstel voor een opdracht aan Wageningen Universiteit à Research (WUR) voor het uitvoeren van een ‘nulmeting’, welke nulmeting het gedrag van de aanwezige koeien op de gronden van de heer La­ gendijk voorafgaand aan de exploitatie van het zonnepark vastlegt. Vijf (5) jaar na de aanvang van de Instandhoudingstermijn moet vergunninghouder (wederom) aantonen aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving dat vergunninghouder een redelijk aanbod heeft gedaan aan de heer La­ gendijk. Dit aanbod moet betrekking hebben op een voorstel voor een opdracht aan Wageningen Universiteit 8« Research (WUR) voor het uitvoeren van een ‘eenmeting’, welke eenmeting het ge­ drag van de aanwezige koeien op de gronden van de heer Lagendijk gedurende de exploitatie van het zonnepark vastlegt. 10.

Tegelijkertijd met eerste keer dat gegevens en bescheiden worden overlegd aan het team Veilig­ heid, Toezicht en Handhaving, als bedoeld in voorschrift 3 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’, moet een verkennend booronderzoek zijn uitgevoerd waaruit volgt dat het project niet zal leiden tot de aantasting van archeologische waarden. Aandachtspunten Graag willen wij u attenderen op de onderstaande aandachtspunten. (a) Eventuele vogels en nesten in en rondom het plangebied mogen niet worden verstoord. Versto­ rende activiteiten dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels of nesten aanwezig zijn. Ver­ der kunnen buiten het broedseizoen ook nog incidenteel broedende vogels en nesten aanwezig zijn waarop ook gelet moet worden. (b) Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beper­ ken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle plant- en diersoorten.

19806612vl

ACTIVITEIT (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK Overwegingen Ten aanzien van de activiteit ‘(ver)bouwen van een bouwwerk’ (artikel 2.1, lid 1, onder a, van de Wabo) wordt het volgende overwogen: «

aannemelijk is gemaakt dat het bouwen van de bouwwerken, waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan het gestelde in het Bouwbesluit 2012;

«

aannemelijk is gemaakt dat het bouwen van de bouwwerken, waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften van de Bouwverordening van de gemeente Hilvarenbeek;

*

de activiteit is weliswaar in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” maar in dit geval kan worden afgeweken van het bestemmingsplan (zie bovenstaand onderdeel: omtrent het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploi­ tatieplan, regels gesteld door Rijk of Provincie of een voorbereidingsbesluit);

«

het hier gaat om een tijdelijk bouwwerk, waardoor de aanvraag niet ter toetsing hoeft te worden voor­ gelegd aan de gemeentelijke welstandscommissie.

Het geheel overwegende (inclusief de afwijking van het bestemmingsplan) voldoet de aanvraag aan de bepalingen uit artikel 2.10 van de Wabo en wordt de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘bouwen van bouwwerken’. Voorschriften De volgende voorschriften zijn aan deze activiteit verbonden: 1. Het bouwen moet geschieden conform de bij dit besluit behorende stukken en met inachtneming van onderstaande voorwaarden. 2. Een exemplaar van de vergunning en de gewaarmerkte stukken moeten op het werk aanwezig zijn en op verzoek van de ambtenaar van het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving getoond kunnen wor­ den. 3. Uiterlijk drie weken voor aanvang van het desbetreffende onderdeel van het werk moet u de volgende gegevens en bescheiden indienen bij het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving: »

Gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouw­ werk alsmede van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet de hoofdlijn van de constructie dan wel het constructieprincipe betreft;

De uitvoering van de betreffende en daarmee samenhangende onderdelen van het werk mag niet be­ ginnen voordat deze gegevens en bescheiden zijn goedgekeurd. 4. Tenminste twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden en uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden moet u het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving schríftelijk op de hoogte stellen (artikel 1.25 Bouwbesluit 2012) door middel van een digitale melding via www.Hilvarenbeek.nl. Het is niet toegestaan de bouwwerken in gebruik te geven of te nemen wanneer de bouwwerken niet gereed zijn gemeld of wanneer er niet is gebouwd volgens de verleende vergunning.

19806612vl

5. De Instandhoudingstermijn bedraagt 25 jaar, gerekend vanaf de dag dat de exploitatie van enig deel van het zonnepark is aangevangen (de Instandhoudingstermijn). De exploitatie is aangevangen: (i) op de dag dat het zonnepark geheel of gedeeltelijk bij CertiQ (althans de entiteit/rechtspersoon die op dat moment bevoegd is productie-installaties als het zonnepark te registreren) is aange­ meld, of indien dit eerder is (ii) op de dag gelegen drie (3) jaar na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning. 6. De landschappelijke inpassing, overeenkomstig de bij dit besluit behorende gewaarmerkte documen­ ten (de Landschappelijke Inpassing), dient uiterlijk binnen het eerste plantseizoen (14 oktober tot en met 30 april) na de inkennisstelling voor aanvang van de werkzaamheden als bedoeld in voorschrift 4 volledig gerealiseerd te zijn. Indien voornoemde inkennisstelling vier (4) maanden of korter vooraf­ gaand aan de start van het plantseizoen wordt gedaan, dan dient de Landschappelijke Inpassing in het eerst daaropvolgende plantseizoen volledig gerealiseerd te zijn. 7. De Landschappelijke Inpassing dient gedurende de gehele Instandhoudingstermijn in stand te worden gehouden, conform het beheerplan dat onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. 8.

Binnen zes (6) maanden na het verstrijken van de Instandhoudingstermijn, of zoveel eerder nadat het zonnepark definitief buiten gebruik is gesteld, moeten: (i) het zonnepark (de zonnepanelen, de constructieve elementen en alle onder- en bovengrondse infrastructuur) plus alle bijbehorende voorzieningen (hekwerken/bebouwing, verhardingen en alle andere bijbehorende bouwwerken, materialen etc.) voor zover gerealiseerd in/op/aan de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424, en 1425 in het geheel op milieuhygiënische wijze en in overleg met het college zijn ont­ manteld en verwijderd; en (ii) de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424, en 1425 (waaronder de ondergrond van die percelen) in overleg met het college worden hersteld in de bestaande toestand (inrichting) vóór de verlening van deze vergunning, welke toestand zal worden vastgelegd in een Perceelsopname die onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. 9. Voor het gestelde in voorschrift 8. moet vergunninghouder uiterlijk binnen veertien (14) jaar nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen financiële zekerheid stellen door een ‘Ontmantelingsborg’ te storten op een rekening die wordt gehouden door een door het college te selecteren Escrow-agent. 10.

De hoogte van de Ontmantelingsborg als bedoeld onder voorschrift 9. wordt uiterlijk in het veertiende (14e) jaar van de Instandhoudingstermijn (lees: uiterlijk binnen 13 jaar en 364 dagen nadat de Instand­ houdingstermijn is aangevangen) vastgesteld op de navolgende wijzen (i) een onafhankelijke deskundige die door de vergunninghouder en het college gezamenlijk wordt aangewezen zal de hoogte van de Ontmantelingsborg vaststellen, of (ii) indien vergunninghouder en het college niet uiterlijk binnen dertien (13) jaar en zes (6) maan­ den nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen overeenstemming hebben bereikt over de aanwijzing van de deskundige, zullen ontwikkelaar en het college elk één deskundige aan­ wijzen, welke deskundigen vervolgens samen één deskundige aanwijzen en welke drie (3) des­ kundigen vervolgens tezamen de hoogte van de Ontmantelingsborg zullen vaststellen.

19806612Vİ

Alle kosten die de gemeente Hilvarenbeek maakt in verband met de Ontmantelingsborg komen voor rekening van vergunninghouder. Dit betreft in ieder geval de kosten voor het inschakelen van de des­ kundige^) en de Escrow-agent. 11. Tegelijkertijd met eerste keer dat gegevens en bescheiden worden overlegd aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving, als bedoeld in voorschrift 3, moet een beheerplan worden overlegd, waarin concreet is beschreven welke werkzaamheden wanneer zullen worden uitgevoerd om de Landschap­ pelijke Inpassing gedurende de gehele Instandhoudingstermijn in stand te houden. Uit het beheerplan moet in ieder geval blijken dat de Landschappelijke Inpassing gedurende voornoemde termijn door het uitvoeren van de daarin opgenomen werkzaamheden in stand kan worden gehouden. Aandachtspunten Graag willen wij u attenderen op de onderstaande aandachtspunten. (a) Het college is op grond van art. 5,19, lid 4 en onder b, Wabo bevoegd om de omgevingsvergunning in te trekken indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om: uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te be­ nutten, of strafbare feiten te plegen. (b) U dient de Brandweer Midden- en West-Brabant, afdeling Risicobeheersing, te betrekken bij de verdere procesgang c.q.

realisatiefase van het onderhavige zonnepark om een goede borging in de bestrijdingsplannen te realiseren. Wij adviseren u contact op nemen via het algemeen telefoon­ nummer 088-2250000. (c) Eventuele vogels en nesten in en rondom het plangebied mogen niet worden verstoord. Versto­ rende activiteiten dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels of nesten aanwezig zijn. Ver­ der kunnen buiten het broedseizoen ook nog incidenteel broedende vogels en nesten aanwezig zijn waarop ook gelet moet worden. (d) Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beper­ ken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle plant- en diersoorten. ACTIVITEIT UITVOEREN VAN EEN WERK OF WERKZAAMHEDEN Overwegingen Ten aanzien van de activiteit ‘uitvoeren van een werk of werkzaamheden’ (artikel 2.1, lid 1, onder b, van de Wabo) wordt het volgende overwogen: «

Het onderhavige project betreft het realiseren van een zonnepark met bijbehorende voorzieningen;

»

Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van kracht;

«

Op de onderhavige percelen gelegen nabij de Ansbaldweg te Driessen, kadastraal bekend als ge­ meente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424 en 1425, is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2’ van toepassing. Aan de gronden waarop een laanbeplating is gesitueerd, is de gebiedsaanduiding ‘overige zone - landschapselement’ is.

19806612Vİ

#

In artikel 22.3.1 van de planregels is het volgende opgenomen: Artikel 22.3.1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woe­ len, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een op­ pervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm en ter plaatse van de bestemming Natuur niet dieper dan 10 cm onder maaiveld; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daar­ mee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm en ter plaatse van de bestemming Natuur niet dieper dan 10 cm onder maaiveld; d. het verlagen van de grondwaterstand over een oppervlakte van 2500 m2;

»

Uit de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, en 2.11, eerste lid, van de Wabo, volgt dat indien een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden op grond van een be­ stemmingsplan is vereist, deze wordt geweigerd indien de aanleg in strijd is met de regels van dat bestemmingsplan;

»

Voor het onderhavige project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Synthegra, oktober 2019). In het rapport wordt de aanbeveling gedaan, alvorens met de bouw van het zonnepark te be­ ginnen een verkennend booronderzoek uit te voeren. Deze aanbeveling zal overgenomen/uitgevoerd worden;

»

Er geen weigeringsgrond aan de orde is als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van de Wabo;

Het geheel overwegende voldoet de aanvraag aan de bepalingen uit artikel 2.11 van de Wabo en wordt de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘uitvoeren van een werk of werkzaamheden’, zij het onder de voorwaarde dat een verkennend booronderzoek moet worden uitgevoerd waaruit volgt dat het project niet zal leiden tot de aantasting van archeologische waarden. Als uit het onderzoek volgt dat het project wel kan leiden tot de aantasting van archeologische waarden, dan is het project slechts mogelijk als bij de uitvoering van het project maatregelen worden getroffen die ertoe leiden dat de aantasting van archeologische waarden wordt voorkomen. Voorschriften De volgende voorschriften zijn aan deze activiteit verbonden: 1. Het uitvoeren van het werk of werkzaamheden moet geschieden conform de bij dit besluit behorende stukken en met inachtneming van onderstaande voorwaarden. 2. Een exemplaar van de vergunning en de gewaarmerkte stukken moeten op het werk aanwezig zijn en op verzoek van de ambtenaar van het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving getoond kunnen wor­ den. 3. Uiterlijk drie weken voor aanvang van het desbetreffende onderdeel van het werk moet u de volgende gegevens en bescheiden indienen bij het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving:

19806612Vİ

*

Gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouw­ werk alsmede van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet de hoofdlijn van de constructie dan wel het constructieprincipe betreft;

De uitvoering van de betreffende en daarmee samenhangende onderdelen van het werk mag niet be­ ginnen voordat deze gegevens en bescheiden zijn goedgekeurd. 4. Tenminste twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden en uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden moet u het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving schríftelijk op de hoogte stellen (artikel 1.25 Bouwbesluit 2012) door middel van een digitale melding via www.Hilvarenbeek.nl. Het is niet toegestaan de bouwwerken in gebruik te geven of te nemen wanneer de bouwwerken niet gereed zijn gemeld of wanneer er niet is gebouwd volgens de verleende vergunning. 5. Bedraagt 25 jaar, gerekend vanaf de dag dat de exploitatie van enig deel van het zonnepark is aange­ vangen (de Instandhoudingstermijn). De exploitatie is aangevangen: (i) op de dag dat het zonnepark geheel of gedeeltelijk bij CertiQ (althans de entiteit/rechtspersoon die op dat moment bevoegd is productie-installaties als het zonnepark te registreren) is aange­ meld, of indien dit eerder is (ii) op de dag gelegen drie (3) jaar na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning. 6.

De landschappelijke inpassing, overeenkomstig de bij dit besluit behorende gewaarmerkte documen­ ten (de Landschappelijke Inpassing), dient uiterlijk binnen het eerste plantseizoen (14 oktober tot en met 30 april) na de inkennisstelling voor aanvang van de werkzaamheden als bedoeld in voorschrift 4 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’ volledig gerealiseerd te zijn. Indien voor­ noemde inkennisstelling vier (4) maanden of korter voorafgaand aan de start van het plantseizoen wordt gedaan, dan dient de Landschappelijke Inpassing in het eerst daaropvolgende plantseizoen vol­ ledig gerealiseerd te zijn. 7. De Landschappelijke Inpassing dient gedurende de gehele Instandhoudingstermijn in stand te worden gehouden, conform het beheerplan dat onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. 8.

Binnen zes (6) maanden na het verstrijken van de Instandhoudingstermijn, of zoveel eerder nadat het zonnepark definitief buiten gebruik is gesteld, moeten: (i) het zonnepark (de zonnepanelen, de constructieve elementen en alle onder- en bovengrondse infrastructuur) plus alle bijbehorende voorzieningen (hekwerken/bebouwing, verhardingen en alle andere bijbehorende bouwwerken, materialen etc.) voor zover gerealiseerd in/op/aan de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424, en 1425 in het geheel op milieuhygiënische wijze en in overleg met het college zijn ont­ manteld en verwijderd; en (ii) de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424, en 1425 (waaronder de ondergrond van die percelen) in overleg met het college worden hersteld in de bestaande toestand (inrichting) vóór de verlening van deze vergunning, welke toestand zal worden vastgelegd in een Perceelsopname die onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. De in de aanhef en onder (i) en (ii) genoemde verplichtingen worden hierna gezamenlijk als ‘de Ontmantelinqsverplichtinq aangeduid.

19806612Vİ

9. Voor het gestelde in voorschrift 8. moet vergunninghouder uiterlijk binnen veertien (14) jaar nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen financiële zekerheid stellen door een ‘Ontmantelingsborg’ te storten op een rekening die wordt gehouden door een door het college te selecteren Escrow-agent. 10. De hoogte van de Ontmantelingsborg als bedoeld onder voorschrift 9. wordt uiterlijk in het veertiende (14e) jaar van de Instandhoudingstermijn (lees: uiterlijk binnen 13 jaar en 364 dagen nadat de Instand­ houdingstermijn is aangevangen) vastgesteld op de navolgende wijze:: (iii) een onafhankelijke deskundige die door de vergunninghouder en het college gezamenlijk wordt aangewezen zal de hoogte van de Ontmantelingsborg vaststellen, of (iv) indien vergunninghouder en het college niet uiterlijk binnen dertien (13) jaar en zes (6) maan­ den nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen overeenstemming hebben bereikt over de aanwijzing van de deskundige, zullen ontwikkelaar en het college elk één deskundige aan­ wijzen, welke deskundigen vervolgens samen één deskundige aanwijzen en welke drie (3) des­ kundigen vervolgens tezamen de hoogte van de Ontmantelingsborg zullen vaststellen. Alle kosten die de gemeente Hilvarenbeek maakt in verband met de Ontmantelingsborg komen voor rekening van vergunninghouder.

Dit betreft in ieder geval de kosten voor het inschakelen van de des­ kundige^) en de Escrow-agent. 11. Tegelijkertijd met eerste keer dat gegevens en bescheiden worden overlegd aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving, als bedoeld in voorschrift 3 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’, moet een beheerplan worden overlegd, waarin concreet is beschreven welke werk­ zaamheden wanneer zullen worden uitgevoerd om de Landschappelijke Inpassing gedurende de ge­ hele Instandhoudingstermijn in stand te houden. Uit het beheerplan moet in ieder geval blijken dat de Landschappelijke Inpassing gedurende voornoemde termijn door het uitvoeren van de daarin opgeno­ men werkzaamheden in stand kan worden gehouden. 12. Tegelijkertijd met eerste keer dat gegevens en bescheiden worden overlegd aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving, als bedoeld in voorschrift 3 bij de activiteit ‘(VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK)’, moet een verkennend booronderzoek zijn uitgevoerd waaruit volgt dat het project niet zal leiden tot de aantasting van archeologische waarden. Aandachtspunten Graag willen wij u attenderen op de onderstaande aandachtspunten. (a) Eventuele vogels en nesten in en rondom het plangebied mogen niet worden verstoord.

Versto­ rende activiteiten dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels of nesten aanwezig zijn. Ver­ der kunnen buiten het broedseizoen ook nog incidenteel broedende vogels en nesten aanwezig zijn waarop ook gelet moet worden. (b) Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beper­ ken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle plant- en diersoorten.

19806612vl

ACTIVITEIT HET AANLEGGEN VAN EEN UITWEG Overwegingen Ten aanzien van de activiteit ‘aanleggen van een uitweg’ (artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) hebben wij het volgende overwogen: *

het project voorziet in een ontsluiting van het zonnepark door middel van de aanleg van drie uitwe­ gen, uitkomend op de Ansbaldweg;

*

twee uitwegen zijn voorzien op het perceel kadastraal bekend gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummer 1424, uitkomend op de Ansbaldweg;

*

één uitweg is voorzien op het perceel kadastraal bekend gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummer 1425, uitkomend op de Ansbaldweg;

*

in de APV (algemeen plaatselijke verordening) is het volgende opgenomen: Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder of in strijd met een omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg; 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid geweigerd worden: a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeer­ plaats of het openbaar groen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinci­ aal wegenreglement.

«

wij concluderen dat de genoemde weigeringsgronden hier niet aan de orde zijn;

»

wij zijn van oordeel dat de gevraagde omgevingsvergunning voor wat betreft de activiteit ‘het aanleg­ gen van een uitweg’ kan worden verleend, gelet op artikel 2.2, eerste lid, onder e en artikel 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met artikel 2:12, eerste en tweede lid, 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2017.

»

het college heeft besloten u toestemming te verlenen voor het maken van drie uitwegen naar de per­ celen kadastraal bekend gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1424 en 1425, uitko­ mend op de Ansbaldweg.

Voorschriften De volgende voorschriften zijn aan deze activiteit verbonden: 1.

Het uitvoeren van de werkzaamheden moet gebeuren overeenkomstig de bij dit besluit beho­ rende stukken en met in achtneming van de gestelde voorwaarden;

19806612Vİ

2. Eén exemplaar van de vergunning met gewaarmerkte stukken op het werk aanwezig zijn en op verzoek van de ambtenaar van het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving getoond moet wor­ den. 3. De Instandhoudingstermijn bedraagt 25 jaar, gerekend vanaf de dag dat de exploitatie van enig deel van het zonnepark is aangevangen (de Instandhoudingstermijn). De exploitatie is aange­ vangen: (i) op de dag dat het zonnepark geheel of gedeeltelijk bij CertiQ (althans de enti­ teit/rechtspersoon die op dat moment bevoegd is productie-installaties als het zonne­ park te registreren) is aangemeld, of indien dit eerder is (ii) op de dag gelegen drie (3) jaar na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning. 4.

Binnen zes (6) maanden na het verstrijken van de Instandhoudingstermijn, moeten: (i) alle uitwegen voor zover gerealiseerd op de percelen, kadastraal bekend als bekend ge­ meente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1424 en 1425 , in het geheel op milieuhygi­ ënische wijze en in overleg met het college zijn ontmanteld en verwijderd, en; (ii) de percelen, kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1424, 1425 (waaronder de ondergrond van die percelen) in overleg met het college worden hersteld in de bestaande toestand (inrichting) vóór de verlening van deze vergunning, welke toestand zal worden vastgelegd in een Perceelsopname die onderdeel gaat uitmaken van de stukken behorende bij deze omgevingsvergunning. De in de aanhef en onder (i) en (ii) genoemde verplichtingen worden hierna gezamenlijk als ‘de Ontmantelinqsverplichting aangeduid. 5. Voor het gestelde in voorschrift 4. moet vergunninghouder uiterlijk binnen veertien (14) jaar nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen financiële zekerheid stellen door een ‘Ontmantelingsborg’ te storten op een rekening die wordt gehouden door een door het college te selecteren Escrow-agent. 6. De hoogte van de Ontmantelingsborg als bedoeld onder voorschrift 5.

wordt uiterlijk in het veertiende (14e) jaar van de Instandhoudingstermijn (lees: uiterlijk binnen 13 jaar en 364 dagen nadat de Instand­ houdingstermijn is aangevangen) vastgesteld op de navolgende wijze: (i) een onafhankelijke deskundige die door de vergunninghouder en het college gezamenlijk wordt aangewezen zal de hoogte van de Ontmantelingsborg vaststellen, of (ii) indien vergunninghouder en het college niet uiterlijk binnen dertien (13) jaar en zes (6) maan­ den nadat de Instandhoudingstermijn is aangevangen overeenstemming hebben bereikt over de aanwijzing van de deskundige, zullen ontwikkelaar en het college elk één deskundige aan­ wijzen, welke deskundigen vervolgens samen één deskundige aanwijzen en welke drie (3) des­ kundigen vervolgens tezamen de hoogte van de Ontmantelingsborg zullen vaststellen. Alle kosten die de gemeente Hilvarenbeek maakt in verband met de Ontmantelingsborg komen voor rekening van vergunninghouder. Dit betreft in ieder geval de kosten voor het inschakelen van de des­ kundige^) en de Escrow-agent.

19806612vl

Aandachtspunten Graag willen wij u attenderen op de onderstaande aandachtspunten. (a) Eventuele vogels en nesten in en rondom het plangebied mogen niet worden verstoord. Versto­ rende activiteiten dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels of nesten aanwezig zijn. Ver­ der kunnen buiten het broedseizoen ook nog incidenteel broedende vogels en nesten aanwezig zijn waarop ook gelet moet worden. (b) Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beper­ ken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle plant- en diersoorten. (c) U dient de gemeente Hilvarenbeek, afdeling Ruimte, team Openbare Werken te betrekken bij de verdere procesgang c.q. realisatiefase van de uitritten voor het onderhavige zonnepark. Ons ontwerpbesluit luidt aldus: BESLUIT (ONTWERP) Burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek besluiten, gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht (Mor) voornemens te zijn de omgevingsvergunning te verlenen.

De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten, met inachtneming van de gewaar­ merkte stukken, voorschriften en bijlagen die deel uitmaken van de omgevingsvergunning: 1. 2. 3. 4.

Het afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo); Het bouwen van bouwwerken (artikel 2.1, lid 1, onder a, van de Wabo); Het uitvoeren van een werk of werkzaamheden (artikel 2.1, lid 1, onder b, van de Wabo); Het aanleggen van een uitweg (artikel 2.2, lid 1, onder e, van de Wabo).

Bij het besluit behorende documenten De volgende onderdelen horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning met het registratie­ nummer 20190325, aan KS NL 32 B.V. voor het realiseren van een zonnepark op het gebied aan de Ansbaldweg ten oosten van Diessen, kadastraal bekend gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424 en 1425, Aanvraagformulier 1. 19ink06491 Ruimtelijke onderbouwing versie 4 2. 20ink09953 Tekening grondplan met PV layout 3. 20ink09954 Tekening dwarsdoorsnede 4. 20ink09955 Ecologisch onderzoek 5. 20ink09956 Landschappelijk inpassingsplan 6. 20ink09957 Inrichtings- en natuurbeheerplan 7. 20ink09958 Communicatieplan 8. 20ink09959 Tekening beveiligingshek 9. 20ink09960 Historisch onderzoek 10. 20ink09961 Bureauonderzoek 11. 20ink09962 Tekening camera 12. 20ink09963 Tekening grondplan met PV layout 13. 20ink09964 Stukken Greencelles Group 14. 20ink09965 Tekening heiprofiel 15. 20ink09966

19806612v1

16. 20ink09967 17. 20ink09968 18. 20ink09969 19. 20ink09970 20. 20ink09971 21.20ink09972 22. 20ink09973 23. 20ink09974 24. 20ink09975 25. 20ink09977 26. 20ink09978 27. 20ink11023

Tekening beveiligingshek Tekening dwarsdoorsnede schapenhek Tekening aanzichten en plattegrond Tekening grondplan met PV layout Tekening toegangs- en onderhoudswegen Tekening kabelgeul details Uitleg ET module Tekening doorsnede omvormers Uitleg verontreinigende stoffen op de grond Samenvatting schadstoffe in Photovoltaik Verontreinigende stoffen in fotovoltaïsche energiecentrales Participatienotitie Hilvarenbeek

Instandhoudingstermijn, ontmantelingsverplichting en financiële zekerheid. De Instandhoudingstermijn bedraagt 25 jaar, gerekend vanaf de dag dat de omgevingsvergunning in werking is getreden. Na afloop van de Instandhoudingstermijn geldt, onder de voorwaarden die in dit besluit zijn gesteld, een verplichting om de percelen kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, perceelnummers 1235, 1424 en 1425, terug te brengen in de vóór de omgevingsvergunning bestaande toestand, waarvoor financiële zekerheid moet worden gesteld in de vorm van een bankgarantie. Deze onderwerpen zijn in de vergunningvoorschriften bij de verschillende activiteiten uitgewerkt. In dit kader heeft te gelden dat voornoemde bankgarantie slechts éénmaal, en niet voor elke vergunde activiteit apart, hoeft te worden gesteld/verleend. Terinzagelegging Het besluit omgevingsvergunning, de verklaring van geen bedenkingen en de daarbij behorende stukken liggen met ingang van donderdag 3 december 2020 gedurende zes weken (tot en met don­ derdag 14 januari 2021) ter inzage bij de servicebalie in het gemeentehuis, Vrijthof 10 in Hilvaren­ beek Beroepsclausule (Crisis- en herstelwet) Belanghebbenden kunnen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht beroep instellen tegen het de­ finitieve besluit tot vergunningverlening. De termijn voor het indienen van een beroepschrift be­ draagt zes (6) weken.

Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. Een beroepschrift dient te worden ingediend bij de Rechtbank Zeeland-WestBrabant, sector bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda. Bij het instellen van beroep wordt griffierecht geheven. Meer informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betalen wordt door de griffie van de rechtbank verstrekt. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en moet minstens bevatten: (a) de naam en het adres van de indiener; (b) de dagtekening; (c) een aanduiding van het besluit waartegen het beroep zich richt; en (d) de gronden van het beroep (motivering). Ook moet u bij het beroepschrift een afschrift overleggen van het besluit waartegen het zich richt. Let op dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is op dit besluit. Het betreft namelijk een project als bedoeld in categorie 1.1 van bijlage 1 van deze wet. Dit betekent onder meer dat de belangheb­ bende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij of zij aanvoert tegen het be­ sluit. Het is dus niet mogelijk om een zogenaamd “pro forma-beroepschrift” in te dienen (een beroep

19806612Vİ

op aan te vullen gronden). Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Als de beroepsgronden buiten de beroepstermijn worden inge­ diend, is het beroep niet-ontvankelijk. Vermeldt in het beroepschrift dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Voorts kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zie bovenstaand adres), worden verzocht een voorlopige voorziening te treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken be­ langen, dat vereist. In werkingtreding De definitieve omgevingsvergunning treedt in werking nadat de termijn voor het indienen van een beroep­ schrift, zoals bedoeld in artikel 6.7 van de Algemene wet bestuursrecht, is verstreken of indien gedurende deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, nadat hierop uitspraak is gedaan. Het is dan ook, gedurende in ieder geval zes weken, niet toegestaan gebruik te maken van de omgevingsver­ gunning.

Hilvarenbeek, 20 november 2020

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek

burgemeester Evert Weys

Bijlage I Bijlage II

19806612Vİ

20int02370 20int02438

secretaris Frank Jansen

Definitieve vvgb Zienswijzetabel (geanonimiseerd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14182292/1