CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

19 Initiatiefvoorstel CDA flexwonen (3 reactie college op initiatiefvoorstel)

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Initiatiefvoorstel van het CDA over flexwonen.1.570 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vrijthof 10 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 5080 AA Hilvarenbeek T: (013) 505 83 00 F: (013) 505 43 80 E: gemeente@hilvarenbeek.nl IBAN NL85BNGH0285003933

datum

: 2 juni 2023

uw brief van

: 13 april 2023

ons kenmerk

:

behandeld

: Frenkel Beerens

uw kenmerk

:

betreft

: initiatiefvoorstel CDA

telefoonnr.

: (013) 505 83 00

Geachte leden van de Raad, Op donderdag 13 april 2023 bent u via de griffie geïnformeerd over het initiatiefvoorstel Flexwonen van de CDA-fractie. Het voorstel staat geagendeerd voor de commissie ruimte van 22 juni en oordeelsvorming in de commissie van 29 juni. Op grond van artikel 41 lid 5 van het Reglement is het initiatiefvoorstel voor commentaar in handen van het college gesteld. Met dit schrijven reageert het college op het initiatiefvoorstel Flexwonen van de CDA-fractie. Op de eerste plaats willen wij de CDA-fractie complimenten geven voor het opgestelde initiatiefvoorstel. Wij beseffen als geen ander dat het voorbereiden van een voorstel de nodige tijd en expertise vraagt. Het CDA laat met het initiatiefvoorstel zien zich te hebben verdiept in de materie. Uitgangspunten bieden basis Het college reageert op het initiatiefvoorstel vanuit de omstandigheid dat er nog geen vastgesteld projectplan is voor Flexwonen (zie ook Raadsinformatiebrief Stand van zaken Flexwonen). Het college neemt kennis van de door het CDA geformuleerde uitgangspunten in het voorstel. Wij zijn van mening dat deze een goede basis bieden voor het project. Het college wil samen met betrokken partijen tot gedeelde uitgangspunten te komen. Om die reden kan het college niet op voorhand instemmen met genoemde uitgangspunten.

Wij zijn van mening dat het formuleren van de gedeelde uitgangspunten onderdeel is van het project dat volgt. We nemen de door het CDA genoemde uitgangspunten mee in het project en betrekken deze bij het formuleren van de gedeelde uitgangspunten.

Ons kenmerk:

Kanttekeningen Met de kennis en ervaring van Flexwonen binnen de regio plaatst het college kanttekeningen bij een aantal genoemde uitgangspunten. 1. Een Flexwoning is een alternatief voor geen woning. Het gaat om een verplaatsbare woning die gedurende een periode van 15 jaar ergens staat. Juist vanwege die tijdelijkheid hanteren (veel) gemeenten het uitgangspunt dat flexwoningen juist niet gerealiseerd worden op locaties waar binnen nu en 10 jaar reguliere woningen zijn voorzien. Op die locaties dient de focus erop gericht te zijn om de beoogde eindbestemming te realiseren, wat veelal betekent het bouwen van reguliere woningen. Het bouwen van een tijdelijke woning op al voor woondoeleinden bestemde gronden (‘reguliere kavels’) staat de uitvoering van reguliere bouwplannen in de weg. Het college spreekt dan ook de voorkeur uit voor locaties waar de komende tien jaar juist niet is voorzien in woningbouw (en/of andere ontwikkelingen). Het gaat bij voorkeur om tijdelijke locaties. Dit uitgangspunt willen we bespreken met de woonstichting. 2. Er wordt consequent gesproken over bestemmingsplannen. Bestemmingsplannen zijn niet van tijdelijke aard. Een bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om iets te bouwen, maar moet nog wel worden opgevolgd door een Omgevingsvergunning.

Het voordeel van Flexwoningen is dat ze direct met een tijdelijke Omgevingsvergunning gerealiseerd kunnen worden (in afwijking van het bestemmingsplan). De Omgevingsvergunning zelf kent een kortere doorlooptijd dan een bestemmingsplan. Het college wenst te benadrukken dat voor de Omgevingsvergunning wel eenzelfde onderzoeksplicht geldt als voor een bestemmingsplan. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en kunnen er geen bestemmingsplannen meer gemaakt worden. Het instrument bestemmingsplan is daarmee niet een juiste term. 3. Voorgesteld wordt om partijen te contracteren met Erfpacht. Erfpacht als contracteringsvorm is een mogelijkheid die al lang bestaat. Rondom het thema Flexwonen wordt ook gesproken over andere contracteringsvormen, zoals bijvoorbeeld het huurafhankelijk opstalrecht. Omdat Flexwonen anders is dan wat we traditioneel gewend zijn, wordt ook nagedacht over bijpassende contractvormen. Onderdeel van het project is om de wijze van contracteren nader te onderzoeken en hierover met de exploitant afspraken te maken. Door erfpacht op voorhand al als uitgangspunt te benoemen, worden andere constructies uitgesloten. Het college wenst de ruimte te houden om andere contractsvormen te bespreken. 4. Voorgesteld wordt om de flexwoningen over de verschillende kernen te spreiden naar rato van inwoners.

Het college heeft een ambitie om 40 flexwoningen te realiseren in deze bestuursperiode. Het college begrijpt de wens om in iedere kern ruimte te bieden voor flexwonen. Het college heeft echter zorgen bij de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het geformuleerde uitgangspunt. Dit zou in geval van de kleinste kernen leiden tot 1 à 2 flexwoningen. Los van de vraag of een corporatie ertoe bereid is om een dergelijk project te realiseren, resulteert dit uitgangspunt in minimaal zes locaties voor Flexwoningen. Dit betekent ook zes keer alle bijbehorende proces- en ontwikkelkosten. Voor iedere locatie dienen alle te doen gebruikelijke RO onderzoeken uitgevoerd te worden, alsmede het opstellen van een businesscase en bijbehorend communicatietraject. De kosten hiervan per locatie zijn nagenoeg gelijk, los van het aantal flexwoningen op een locatie. In de voorjaarsnota is budgettair rekening gehouden met maximaal 4 locaties.

Ons kenmerk:

Het college wil in overleg met de corporatie en gebruik makende van de kennis bij de regio en RVO komen tot haalbare uitgangspunten t.a.v. het minimaal aantal woningen per locatie. Het college is van mening dat we moeten streven naar bepaalde efficiency in de realisatie van onze ambitie en streeft naar twee locaties (voorkeur) en maximaal vier locaties. Ook dit is een uitgangspunt dat we nader met onze partner willen bespreken. Graag horen wij van de raadsleden hoe zij hier tegenaan kijken. 5. Het voorstel benoemt de beoogde doelgroep (statushouders, spoedzoekers). Het college wil samen met de woonstichting uitgangspunten formuleren voor de te huisvesten doelgroep. Het college denkt hierbij net als de raad aan statushouders en spoedzoekers, maar ook aan starters. Het college wil inzetten op een ‘mix van doelgroepen’. Aangezien toewijzing verloopt via de corporatie dienen nadere afspraken gemaakt te worden over de samenstelling. De samenstelling kan mogelijk per locatie verschillen. Het aanbieden van flexwoningen in een ‘mixed’ project leidt doorgaans tot meer draagvlak. 6. Voor wat betreft maatvoering is aansluiting gezocht bij definities die de provincie Noord-Brabant hanteert (max. 150 m3). Bij Flexwoningen specifiek voor één- en twee persoonshuishoudens lijkt dat een gangbare en gebruikelijke maat (ca. 50 m2).

Binnen het Flex-programma van minister Hugo de Jonge wordt echter gesproken van kleinere eenheden (ca. 28 m2) en grotere eenheden bv. t.b.v. gezinnen. Wij willen ter uitvoering van het project met Leystromen afspraken maken over de doelgroep en hieraan gerelateerd de kwaliteit en maatvoering van de flexwoningen. Er wordt in het voorstel gesproken over een kavelmaat (op voorpagina wordt gesproken over 80 m2 en op bladzijde drie wordt gesproken over 100 m2). Dit suggereert dat het altijd om grondgebonden woningen met een tuin moet gaan. Er zijn echter ook projecten denkbaar met gestapelde eenheden en/of grondgebonden eenheden op een kleiner kavel met bijvoorbeeld een gemeenschappelijke buitenruimte. Het college wil zich niet op voorhand vastleggen op het genoemde uitgangspunt. Dit kan overigens ook per locatie anders zijn. 7. Het voorstel spreekt terecht over de wettelijke taak die wij als gemeente hebben m.b.t. de huisvesting van statushouders. Deze statushouders zijn afhankelijk van de betaalbare woningvoorraad in onze gemeente. Het realiseren van de flexwoningen kan een bijdrage leveren aan het vraagstuk, maar lost het vraagstuk niet op. De oplossing hiervoor is gelegen in het consequent meer betaalbaar aanbod creëren in de woningbouwprojecten en onze woningvoorraad.

Flexwoningen is één van de mogelijkheden om in een tijdelijke oplossing te voorzien, maar zal gelet op de omvang van het vraagstuk niet het probleem kunnen oplossen. 8. Er wordt bij argument 1.2 gesproken over “structureel beleid” voor de huisvesting van Statushouders in onze gemeente. Het project Flexwonen is gericht op het realiseren van woonruimte en draagt bij (uitvoering) aan het vraagstuk. Het project Flexwonen heeft niet tot doel om beleidskaders te stellen voor de huisvesting van Statushouders. 9. Het college onderschrijft dat de genoemde doelgroepen onderdeel zijn van onze samenleving en dat integratie en participatie eenvoudiger is wanneer huisvesting plaatsvindt binnen de kernen. In de uitvoering van het project zal het college samen met de woonstichting onderzoeken welke locaties hiervoor geschikt zijn, hierbij hebben locaties in de kern wat ons betreft de voorkeur boven locaties die in de kernrand of in het buitengebied liggen. Het

Ons kenmerk:

college verwacht echter dat het noodzakelijk zal zijn om locaties aan de rand en in het buitengebied te selecteren om tot uitvoering van de ambities te komen. Advies college Het voorstel biedt aanknopingspunten die wij graag meenemen bij de uitvoering van het project Flexwonen. Daartoe dient de raad in te stemmen met het gevraagde budget in de Voorjaarsnota. Ten aanzien van het opstellen van de gevraagde businesscase geldt dat dit ten aller tijden locatie specifiek moet worden gemaakt. Gelet op de status van het project, kan het college niet binnen de gestelde 3 maanden een locatie specifieke businesscase tonen. Een locatie specifieke businesscase (vergelijkbaar met bijvoorbeeld een Grex) kan pas gemaakt worden als er een locatie geselecteerd is, inclusief verkavelingsopzet en eventuele beperkingen. Het college kan toezeggen dat zij binnen de genoemde drie maanden een bijeenkomst organiseert waarbij u inzicht wordt gegeven in een businesscase van flexwoningen (algemeen). Het college wil dit voorbereiden met RVO en woonstichting Leystromen. Voor het opstellen van deze businesscase zijn in de begroting 2023 geen middelen opgenomen. De kosten komen ten laste van het projectbudget. Het college adviseert de raad om niet te besluiten op het initiatief voorstel in afwachting van het projectplan.

Met vriendelijke groet,

Burgemeester

secretaris

Evert Weys

Frank Jansen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12976600/1