18 Erfgoedvisie (17 Bijlage 14 Verhaal van de Plek)
Tekst van het document
VERHAAL VAN DE PLEK
GEMEENTE HILVARENBEEK
hilvarenbeek op de kaart
1815
1900
1960
2017
van hoog naar laag Hilvarenbeek ligt in de Kempen, op een uitloper van het Kempisch Plateau van België. Hierdoor ‘helt’ het af van het zuidwesten richting het noordoosten. Tijdens de laatste ijstijd is Hilvarenbeek een bevroren steppelandschap waar jagers en verzamelaars doorheen trekken. In deze tijd raakt het gebied bedekt met zand. Dit wordt door de poolwind over het gebied geblazen en hoopt zich op. Zo ontstaat er een glooiend dekzandlandschap. Als 10.000 jaar geleden de temperaturen weer stijgen, wordt de grond drassiger en groeien er bossen. Het smeltwater dat vrijkomt, stroomt van de hoge naar de lage gronden. Zo ontstaan de beken en vennen in het noorden van de gemeente. Hierdoor verandert de levensstijl van de bewoners. Ze gaan jagen op klein wild en vogels - in plaats van rendieren – en vissen in de beken.
zwervende erven Zo’n zesduizend jaar geleden maken de jagers en verzamelaars steeds meer de overstap naar landbouw. Hiervoor leggen ze akkertjes aan van ongeveer 40 x 40 meter en bakenen die af met houtwallen. De boerderij waarin ze wonen, wordt na één of twee generaties afgebroken en verderop opnieuw opgebouwd. Waarom weten we niet precies. Misschien wordt de boerderij na verloop van tijd te bouwvallig of raakt de grond uitgeput. Het kan ook te maken hebben met de dood van de hoofdbewoner, waardoor er een taboe op het huis komt en dit moet worden afgebroken. Omdat de akkers en ook het urnenveld wel in gebruik blijven, lijkt het alsof de boerderijen en hun erven zich door de akkers en rond het urnenveld bewegen. Daarom wordt ook wel de term ‘zwervende erven’ gebruikt. Over de precieze toedracht zijn archeologen het niet eens.
4000 – 12 v. Chr.
urnenvelden Op een urnenveld worden de gecremeerde resten van de overledenen in een doek of urn begraven. Daaroverheen werpen de nabestaanden een kleine heuvel op met een diameter van vier tot zes meter. Rondom die heuvel ligt een cirkelvormige greppel. Iedere dode krijgt een eigen heuvel. Zo ontstaat het urnenveld. Omdat de heuvels niet zo groot zijn, verdwijnen ze later vaak weer. De sporen van de greppels blijven bij opgravingen vaak goed zichtbaar als donkere cirkels in het witte zand.
Het hier afgebeelde opgravingsterrein is het urnenveld van Laag Spul bij Hilvarenbeek dat al in 1969 is opgegraven. Behalve ronde worden daar ook langwerpige greppels aangetroffen. We weten alleen niet zeker of deze ook dezelfde functies hadden.
4000 – 12 v. Chr.
romanisering In de eerste eeuw v. Chr. wordt het huidige Brabant bewoond door verschillende stammen, die met elkaar om de macht strijden. Dit verandert met de komst van de Romeinen. De lokale boeren worden beïnvloed door de Romeinse cultuur. Ze nemen gebruiken en producten over en dienen zelfs in het Romeinse leger. Doordat de Romeinen veel wegen aanleggen, worden bovendien gebieden als deze beter ontsloten. In en rond Diessen zijn veel sporen uit deze tijd te vinden. Zo graven archeologen in 2001 in het Reuseldal de resten op van een hele Romeinse nederzetting. Het verhaal gaat de ronde dat in Diessen de godheid Hercules Deusoniensis werd vereerd, vermoedelijk een versmelting van de Romeinse halfgod Hercules en een inheemse godheid. Ten slotte zou hier in 370 ook een veldslag tussen de Romeinen en de Saksen hebben plaatsgevonden. Zeker weten we dat alleen niet.
12 v.Chr. – 450 n. Chr.
de eerste dorpen Vanaf de zevende eeuw vestigen meer mensen zich in het gebied. Weer zijn de zandruggen in de buurt van water het populairst. Hier is de grond het vruchtbaarst. In de achtste en negende eeuw ontstaan op deze plekken dan ook de eerste gehuchten. Diessen is één van de oudste dorpen en wordt mogelijk in 712 al genoemd in een akte, als een zekere heer Engelbert een Diessense hoeve aan de heilige Willibrord schenkt. Op dat moment bestaat het akkerdorp uit een verzameling boerderijen die gegroepeerd staan om een driehoekige, open ruimte die in gezamenlijk bezit is van de boeren. Waarschijnlijk is er dan ook al een houten kerkje te vinden. Ook het agrarische gehucht Baarschot ontstaat vermoedelijk rond deze tijd, aan het riviertje de Reusel.
sinds de 7e eeuw
hildewaren beke Hilvarenbeek ontstaat als centrum van een aantal agrarische nederzettingen in de omgeving. Op een kruispunt van verschillende wegen wordt rond 990 een klein, tufstenen kerkje gesticht, gewijd aan Sint-PetrusBanden. Als deze kerk in 1157 de functie van kapittelkerk krijgt, komen we de naam Hilvarenbeek voor eerst tegen, namelijk als Beke. In de jaren erop wordt het plaatsje ook wel Hildewaren beke of Beke sancte Hildewardis genoemd. Volgens de overlevering verwijst deze naam naar de gravin Hildeware, die de kerk zou hebben gesticht. Door de strategische ligging ontstaan er al snel twee markten in het plaatsje. De eerste marktplaats ligt naast de St. Petrus Bandenkerk en groeit in de vijftiende en zestiende eeuw uit tot de Vrijthof zoals we dat nu kennen. De driehoekige Varkensmarkt ligt op de plek waar de riviertjes de Wouwer en de Hilver samenstromen.
10e – 12e eeuw
heerlijkheid en handelscentrum In de middeleeuwen vormen Hilvarenbeek, Diessen, Riel en Westelbeers een heerlijkheid die wordt bestuurd door de hertog van Brabant en de prins-bisschop van Luik. Zij kennen aan Hilvarenbeek het marktrecht toe. Ook heeft het een eigen schepenbank en wordt er recht gesproken onder de lindeboom op de Vrijthof. In de vijftiende eeuw breekt er een bloeiende periode aan. Het dorp ligt langs een belangrijke handelsroute tussen Luik en Keulen. Rondom de Vrijthof, dat dan nog ‘Ronde Plaats’ of ‘Marktveld’ wordt genoemd, vestigen zich veel ambachtslieden, maar ook advocaten, notarissen en chirurgijns, die met de kanunniken een elite vormen. Bovendien is er een belangrijke kapittelschool te vinden, wat van Hilvarenbeek een intellectueel centrum maakt. Er wordt veel wol en tijk geweven. Hierdoor groeit het dorp ook uit tot handelscentrum voor lakens, waarvoor in 1451 een Lakenhal aan de Vrijthof wordt gebouwd.
14e – 15e eeuw
Ioannes Goropius Becanus De belangrijkste geleerde uit Hilvarenbeek werd in de 16e eeuw als Jan van Gorp te Gorp geboren. Hij was humanistisch filosoof sprak en las Latijn, Hebreeuws en Oudgrieks. Hij was taalkundige, wiskundige en arts aan het hof van Karel V én de stad Antwerpen. In die stad schreef hij ook zijn meesterwerk, waarin hij, zoals zovelen in zijn tijd, op zoek ging naar de oorsprong van de taal. Hij ontwikkelde hiervoor een soort proto-etymologie, 3 eeuwen voor dat dit officieel werd uitgevonden. Het zal weinig Brabander verbazen, dat hij concludeerde dat de oertaal die in het Paradijs door Adam en Eva moet zijn gesproken, het Vlaams dat in Brabant en Antwerpen werd gesproken moet zijn geweest. Hij oogstte veel lof maar Ioannes werd in zijn tijd door alom gewaardeerde geleerde ook belachelijk gemaakt om zijn nogal speculatieve theorie. Tegenwoordig staat hij weer volop in de belangstelling vanwege zijn vooruitstrevende werk op het gebied van vergelijkende taalkunde.
1519 - 1573
een bijzondere boom De Vrijthof is één van de best bewaard gebleven pleinen van Noord-Brabant. De Gebodenlinde, is hiervan het stralende middelpunt. De linde dankt haar naam aan het feit dat er eeuwenlang onder recht wordt gesproken. Zo maakt in de middeleeuwen de Heer van Hilvarenbeek vanaf een katheder onder de linde zijn verordeningen bekend aan de bevolking. Tegenwoordig wordt er onder de boom geen recht meer gesproken, maar is het nog steeds de trots van het dorp. Onder de boom wisselen de Bekenaren nieuwtjes uit, maken ze afspraakjes en gaan verkeringen aan of uit. Ook wordt er natuurlijk gedanst en geborreld tijdens één van de jaarlijkse festivals. Als in 2011 een tak van de linde afbreekt door de laadbak van een vrachtwagen, is het dorp dan ook te klein.
14e – 15e eeuw
de sage van johanna Hertogin Johanna van Brabant reist in het jaar 1390 door Brabant. Ze verdwaalt en komt vast te zitten met haar rijtuig. Gelukkig helpen boeren de hertogin weer op de goede weg. Uit dankbaarheid schenkt ze hen een stuk grond, waarvan de opbrengst geheel toekomt aan de hulpvaardige boeren. Op de plaats waar Johanna had vastgezeten, wordt een houten kruis geplaatst. Verder schenkt Johanna een klok aan de kerk van Hilvarenbeek. Die klok moet iedere avond omstreeks negen uur luiden; het tijdstip waarop Johanna vast kwam te zitten met haar rijtuig. Kruis en klok zijn beide terug te vinden in Hilvarenbeek, maar niet oorspronkelijk terug te leiden tot Johanna. Waarschijnlijk heeft het verhaal een kleine kern van waarheid en is de rest er in de negentiende eeuw bij verzonnen om de jeugd duidelijk te maken dat hulpvaardigheid wordt beloond.
14e – 15e eeuw
leven van het land Eeuwenlang bestaat het agrarische landschap rondom Hilvarenbeek uit akkers, beekdalen en heidevelden. Boeren in Esbeek, Biest en Haghorst maken hier op een bijzondere manier gebruik van. Op de heide worden bijen gehouden en grazen schapen die zorgen voor wol, vlees en leer. Om de arme zandgronden vruchtbaar te krijgen, maken de boeren gebruik van plaggenbemesting. Hiervoor verwijderen ze de bovenste laag van de heidegrond, mengen deze met mest en verspreiden dit over de akkers. In Haghorst delven de boeren ook turf en gebruiken ze de leem voor de bouw van stallen en boerderijen. In Haghorst en Biest is er sprake van gemeenschappelijke gronden: de ‘Gemeynt’. Deze worden door de boeren gezamenlijk gebruikt, die de hertog daarvoor betalen. Per stuk grond is afgesproken waarvoor het wordt gebruikt. Dit unieke systeem blijft tot in de negentiende eeuw bestaan.
rond 1500
huis groenendaal Ten oosten van Hilvarenbeek ligt Huis Groenendaal. De historie van deze plek gaat ver terug. Al in de veertiende eeuw is er op deze plek een omwaterde huizing te vinden. Veel over deze plek weten we helaas niet omdat het tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt verwoest.
Recent onderzoek wijst uit op deze plek rond 1770 een nieuw landhuis wordt gebouwd dat veel eigenaren heeft gekend. Het huidige huis is waarschijnlijk aan het begin van de negentiende eeuw gebouwd. In 1956 wordt het landgoed gekocht door Philips, dat er een trainingscentrum sticht. Sinds een jaar huist er een verslavingskliniek op de groene, idyllische locatie.
sinds de 14e eeuw
rampspoed en verval In 1568 breekt de Tachtigjarige Oorlog uit. De Noordelijke Nederlanden komen onder leiding van Willem van Oranje in opstand tegen de Spaanse overheersing. Brabant vormt het grensgebied tussen het gebied dat door de Spaanse koning wordt bestuurd en de nieuwe Republiek. Er wordt dan ook flink gevochten. Voor Hilvarenbeek breken zware tijden aan. Zo plunderen Spaanse troepen meermaals het dorp. Hoewel de Bekenaren tijdens een overval op 9 juni 1583 de vijand met jasknopen beschieten, winnen de soldaten en wordt alles platgebrand. Vervolgens verbiedt prins Maurits in 1624 alle handel met de Spanjaarden en breekt ook nog eens de pest uit. Tot overmaat van ramp wordt met de Vrede van Munster in 1648 Hilvarenbeek onderdeel van de protestantse Republiek. Dit doet de kanunniken besluiten om naar het katholieke zuiden te vluchten. Al met al betekent dit het einde aan de welvaart.
1568 - 1648
bier, leer en sigaren De 18e en 19e eeuw brengen Hilvarenbeek aanvankelijk weinig goeds. Meer strijd, zoals de Spaanse Successieoorlog en de invasie van Napoleon, lijdt tot verder verval en het uitbreken van ziektes. Tot overmaat van ramp verdwijnt ook nog eens het belang van de handelsroute naar Luik. Als het dorp na de afscheiding van België in 1830 weer bij de grens komt te liggen, brengt slechts de smokkel van jenever wat geld in het laatje. Halverwege de negentiende eeuw behoort Hilvarenbeek tot één van de dunstbevolkste regio’s van het land, waar landbouw de belangrijkste bron is van een hard bestaan. In de tweede helft van deze eeuw groeit de Brabantse economie door de toenemende industrialisatie en de aansluiting op het spoor. Ook in Hilvarenbeek leidt dit tot nijverheid. Bierbrouwerijen, weverijen, sigarenmakerijen, leerlooierijen en later de schoenenindustrie, brengen meer welvaart.
19e eeuw
landgoed de utrecht Tot zeker 1900 bestaat veel landschap nog uit woeste heidegrond. Dit verandert met de introductie van kunstmest. De heide verliest hiermee haar oude functie en wordt vanaf dat moment op grote schaal omgezet in landbouw- en bosgebied. Veel ervan wordt verkocht aan andere partijen. Een voorbeeld hiervan is Landgoed de Utrecht, dat haar naam dankt aan levensverzekeringsmaatschappij de Utrecht (nu ASR). Bij wijze van belegging ontgint dit bedrijf vanaf 1898 op grote schaal de heidevelden ten zuiden van Esbeek. Dit leidt tot een gigantisch bos- en landbouwterrein. Daarnaast wordt ervoor gekozen om een deel van de natuur te behouden, met als belangrijkste element het beekdal van de Reusel. Bijzonder is de in 1905 gebouwde brandtoren met houtvesterswoning. Dit gebouw met Jugendstilelementen is nu een Rijksmonument.
1898 - nu
van heide naar bos 1900
1930
1950
oorlogstijden Door de positie vlakbij de NederlandsBelgische grens, blijft Hilvarenbeek niet onberoerd tijdens oorlogen. Zo worden hier tijdens de Eerste Wereldoorlog niet alleen soldaten ingekwartierd, maar ook Belgische vluchtelingen opgevangen. Veel van hen werken op Landgoed de Utrecht. Ondertussen wordt er in de bossen bij de grens petroleum gesmokkeld. De sigaren- en schoenenindustrie komt helemaal stil te liggen door een gebrek aan grondstoffen. In de Tweede Wereldoorlog zijn er weer soldaten ingekwartierd en krijgt het dorp een NSB-burgemeester. In 1944 gebruikt de Duitse bezetter de 32 meter hoge toren op Landgoed de Utrecht als steunpunt voor de zich terugtrekkende troepen en wordt deze verdedigd met zwaar geschut.
1914 - 1944
Gemobiliseerde soldaten op de Breeheesche heide in 1915 en Canadese vrachtwagens tijdens de bevrijding in 1944.
bevrijding 1944 - 1945
Hilvarenbeek werd in twee fasen bevrijd en dit heeft aan een zeventigtal burgers en geallieerde soldaten het leven gekost. De oorlogsslachtoffers worden op drie plekken in de gemeente geëerd. Het onderwerp Tweede Wereldoorlog is zo overweldigend groot dat deze stukjes tekst hier geen recht aan doen. Gelukkig heeft Hilvarenbeek een eigen website die geheel gewijd is aan oorlogsverhalen voor jong en oud: https://oorlogenvrijheidhilvarenbeek.nl
Jonge Beekse vrouwen poseren samen met bevrijders voor de fotograaf, oktober 1944.
Bevrijdingsoptocht in Hilvarenbeek 1945.
safaripark beekse bergen In 1968 opent ‘Leeuwenpark Beekse Bergen’ in Hilvarenbeek. Dit stuk heidegrond was al in 1924 aan de gemeente Tilburg verkocht, die hier vloeivelden liet aanleggen. In 1938 wordt dit gebied uitgebreid om er een militair oefenterrein van te maken. De opening van een recreatiepark dertig jaar later ontstaat uit een samenwerking tussen Tilburg, Hilvarenbeek en de eigenaar van het gebied: Jimmy Chipperfield. In Engeland zijn safariparken razend populair en deze Brit besluit het concept dan ook in Nederland te introduceren. Door de Britse afkomst van de eigenaar moet in de eerste 20 jaar iedereen alleen nog wel aan de linkerkant van de weg rijden. Het park is een groot succes en groeit in de jaren die volgen. Naast leeuwen zijn er ook steeds meer andere diersoorten te bewonderen. Vorig jaar vierde het dan ook haar 60-jarige jubileum!
sinds 1968
een aantrekkelijke gemeente Sinds 1997 bestaat de gemeente Hilvarenbeek naast de gelijknamige plaats uit Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Haghorst en Esbeek. De gemeenschappen zijn hecht en op cultuurgebied is er van alles te beleven. Zo organiseert Diessen elke twee jaar een bijzondere landschapskunsttentoonstelling en vinden er op het Vrijthof verschillende muziekfestivals plaats. Nog steeds bestaat het grootste deel van het Hilvarenbeekse grondgebied uit groen. Door de eeuwen heen zijn in de Kempen veel landgoederen aangelegd als De Utrecht, Gorp en Rovert en Ananina’s Rust. Dit zijn nu mooie bos- en heidegebieden waar veel wandelaars en fietsers op afkomen. Ook de Rovertsche Heide, een in door het Brabants Landschap aangekocht ontginningsgebied, is nu een mooi natuurgebied waar runderen en schapen grazen.
nu