17 Vaststelling AVOI Hilvarenbeek 2026 (1 raadsvoorstel)
Tekst van het document
gemeente Hilvarenbeek
Zaaknummer: 1053798
Voorstel aan de raad In de vergadering van Behandeld in college op Behandeld in commissie(s) Agendapunt Beleidsveld Onderwerp
: 26 februari 2026 : 20 januari 2026 : 5 februari 2026 – 12 februari 2026 : 17 : Ruimte/Openbare werken : Wijziging van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) Hilvarenbeek – invoering risicogerichte kwalificatie van werkzaamheden
Voorstel De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hilvarenbeek 2026 vast te stellen. Inleiding In de huidige AVOI wordt het onderscheid tussen meldingsplicht en vergunningplicht bepaald door een metrische grens van 25 meter tracélengte. De praktijk laat echter zien dat deze grens onvoldoende aansluit bij de daadwerkelijke risico’s die werkzaamheden in de ondergrond met zich meebrengen. Zo spelen factoren als complexiteit van de locatie, aanwezigheid van kritieke kabels en leidingen, verkeerssituatie en mogelijke overlast een grotere rol dan de lengte van het tracé. Daarom wordt voorgesteld om over te stappen op een risicogerichte systematiek, waarin werkzaamheden worden geclassificeerd als: • •
Ingrijpende (risicovolle) werkzaamheden → vergunningplicht Niet‑ingrijpende (niet-risicovolle) werkzaamheden → meldingsplicht
Deze aanpak sluit beter aan op de huidige uitvoeringspraktijk en zorgt voor: • • • •
Betere bescherming van de ondergrondse infrastructuur Verbeterde veiligheid in de openbare ruimte Minder onduidelijkheid en meer voorspelbaarheid voor uitvoerende partijen Een juridisch helder en beter handhaafbaar kader
Met het vaststellen van de nieuwe AVOI wordt de AVOI van 2018 formeel ingetrokken.
1
Raad van 26 februari 2026, nr. 17
Argumenten 1.1. Het huidige lengtecriterium biedt onvoldoende houvast voor veilige en consistente uitvoering. Het onderscheid op basis van tracélengte leidt in de praktijk tot onduidelijkheid, verhoogde risico’s en inconsistenties in beoordeling en handhaving. Het lengtecriterium is daarmee geen geschikt instrument voor het beheersen van ondergrondse en verkeerskundige risico’s. 1.2. De voorgestelde wijziging sluit aan bij de uitvoeringspraktijk en actuele risicostandaarden. De uitvoeringspraktijk laat zien dat niet de lengte, maar de aard, locatie en complexiteit van werkzaamheden bepalend zijn voor de risico’s. De risicogerichte benadering sluit beter aan bij actuele standaarden voor ondergronds beheer en risicobeheersing. 1.3. De nieuwe afbakening maakt een duidelijk en uitvoerbaar onderscheid tussen ingrijpende en niet-ingrijpende werkzaamheden. Door werkzaamheden te kwalificeren als ingrijpend of niet-ingrijpend ontstaat een helder, toetsbaar en goed uitvoerbaar kader voor initiatiefnemers en de gemeente. 1.4. Kritieke locaties worden expliciet beter beschermd binnen de aangepaste AVOI. Werkzaamheden nabij kruisingen, rotondes en andere kwetsbare locaties worden expliciet uitgesloten van de categorie niet-ingrijpende werkzaamheden, waardoor extra bescherming ontstaat op locaties met verhoogde risico’s. 1.5.
De risicogerichte afbakening leidt tot een transparanter en consistenter vergunningstelsel. Het vervallen van het lengtecriterium draagt bij aan een beter uitlegbaar en consistenter vergunningstelsel, wat de rechtszekerheid en handhaafbaarheid vergroot. 1.6. De wijziging maakt gerichte sturing via vergunningverlening mogelijk. Vergunningplicht geldt voortaan voor alle ingrijpende werkzaamheden, waardoor de gemeente vooraf kan toetsen op veiligheid, bereikbaarheid, ondergrondse kwetsbaarheden, fasering en afstemming met parallelle projecten. Voor werkzaamheden met beperkte impact is een meldingsplicht passend. 1.7. De systematiek zorgt voor proportionaliteit in administratieve lasten. Door niet-ingrijpende werkzaamheden vrij te stellen van vergunningplicht worden onnodige administratieve lasten beperkt, terwijl voldoende sturingsmogelijkheden behouden blijven waar risico’s dit vereisen. 1.8. De wijziging versterkt de regierol van de gemeente en de afstemming met netwerkbedrijven. De risicogerichte benadering ondersteunt robuust ondergronds beheer en bevordert een betere samenwerking en afstemming met netwerkbedrijven. 1.9. De wijziging verhoogt de kwaliteit van uitvoering en beperkt aansprakelijkheidsrisico’s.
Door betere voorafgaande toetsing en duidelijkere kaders wordt de kwaliteit van uitvoering verhoogd en worden risico’s en aansprakelijkheden voor zowel de gemeente als netwerkbedrijven beperkt.
2
Raad van 26 februari 2026, nr. 17
Kanttekeningen 1.1. Onzekerheid over uitvoering bij nieuwe risicogerichte systematiek. De overgang naar ingrijpende/niet-ingrijpende werkzaamheden kan voor uitvoeringsvragen en interpretatieverschillen zorgen. Aannemers en nutsbedrijven moeten nu beoordelen wat meldingsplichtig of vergunningplichtig is. In sommige gevallen kan dit leiden tot vertragingen of onduidelijkheid over procedures. 2.1. Communicatie en coördinatie zijn cruciaal voor uitvoeringskwaliteit. Onduidelijkheid of gebrek aan afstemming kan leiden tot operationele fouten of hinder voor belanghebbenden. Het succes van de nieuwe systematiek hangt deels af van duidelijke communicatie met aannemers en netwerkbedrijven. Zonder goede coördinatie kunnen werkzaamheden tijdelijk onveilig of hinderlijk zijn, vooral bij fasering van parallelle projecten. 3.1. Administratieve en interne coördinatielasten. Het nieuwe onderscheid kan lichte toename van administratieve lasten veroorzaken. De gemeente en aannemers moeten nieuwe processen volgen om te bepalen welke werkzaamheden meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn. Dit kan leiden tot extra overleg of documentencontrole. Eventuele kostenstijgingen worden gecompenseerd door overeenkomstige inkomsten uit de leges. Financiën Waar de regeling voorheen niet kostendekkend was, wordt deze in de toekomst wel kostendekkend.
De exacte financiële onderbouwing volgt in een separaat raadsvoorstel inzake de vaststelling van de leges. Dit zal in dezelfde vergadercyclus aan de orde komen. Communicatie Het college- en raadsbesluit worden openbaar gemaakt en overeenkomstig gepubliceerd. Ondergrondse partners worden geïnformeerd over de gewijzigde werkwijze. Uitvoering De uitvoering wordt belegd bij de betreffende ambtenaar. Het proces wordt aansluitend ingericht conform de nieuwe werkwijze en via de website gecommuniceerd. Burgemeester en Wethouders van Hilvarenbeek, secretaris, Frank Jansen
burgemeester, Maarten Houben
Advies raadscommissie Dit voorstel is op 12 februari 2026 behandeld in de commissie Ruimte. Alle fracties zijn van mening dat het voorstel rijp voor besluitvorming is en dat het, in afwachting van de toegezegde informatie, het als bespreekstuk op de voorlopige agenda van de raadsvergadering van 26 februari 2026 kan worden geplaatst. Wanneer de toegezegde informatie voldoende is, kan het mogelijk als hamerstuk worden behandeld. De griffier, Maarten Janus 3
Raad van 26 februari 2026, nr. 17
Eindvoorstel Naar aanleiding van de commissievergadering Ruimte van 12 februari 2026 is de voor vaststelling aangeboden verordening aangepast waarbij in de aanhef wordt verwezen naar de Omgevingswet in plaats van de Belemmeringenwet privaatrecht. Het college handhaaft het voorstel zoals genoemd in de paragraaf “Voorstel”. Burgemeester en Wethouders van Hilvarenbeek, secretaris, Frank Jansen
burgemeester, Maarten Houben
Bijlage (digitaal in raadsinformatiesysteem) 1. Concept raadsbesluit; 2. Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hilvarenbeek 2026 - NIEUW; 3. Was – Wordt aanpassingen AVOI 18 december 2018 / AVOI 26 februari 2026 – NIEUW.
4